[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Tweeminutendebat Innovatie (CD 25/6) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D40933, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-04 09:15, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Innovatie

Innovatie

Aan de orde is het tweeminutendebat Innovatie (CD d.d. 25/06).

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Innovatie. Ik heet de minister van Economische Zaken en Klimaat, die de hele dag in ons midden verkeert, van harte welkom. Er zijn zeven sprekers van de zijde van de Kamer. Correctie: er zijn zes sprekers van de zijde van de Kamer. Ik kijk of de heer Dassen in huis is. Dat is nóg niet het geval, dus geef ik eerst het woord aan de heer Van der Lee voor zijn inbreng namens PRO. Gaat uw gang.

De heer Van der Lee (PRO):
Dank, voorzitter. Het debat is even geleden. We hebben het gehad over de toekomst van innovatie in Nederland en met name de zwakte die wij hebben als het gaat om valorisatie. Op dat punt wil ik een motie indienen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat valorisatie van kennis essentieel is voor een innovatieve en concurrerende economie;

constaterende dat structurele financiering voor de valorisatie, opschaling en vermarkting van kennis en technologie ontbreekt, waardoor kansrijke innovaties onvoldoende tot ontwikkeling komen;

verzoekt de regering opties in kaart te brengen voor structurele financieringsvormen voor kennisvalorisatie, met als doel kansrijke technologieën beter op te schalen en naar de markt te brengen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee.

Zij krijgt nr. 182 (33009) (#1).

De heer Van der Lee (PRO):
Daarnaast wil ik toch even op een actuele kwestie ingaan. Niet heel actueel, want we hebben het hier al vaak over gehad, ook met deze minister. Dat betreft de definitie van "onderneming in moeilijkheden", die steun aan start-ups en zelfs sommige scale-ups in de weg staat. We hebben daar een brief over gekregen die echt heel teleurstellend is. Er moet op Europees niveau een verruiming van die definitie komen. Er ligt nu een nieuw voorstel op tafel dat niet voldoet aan wat nodig is. Ik snap ook de inzet van de minister om te proberen in de consultatie en dat soort onderhandelingen nog een stap verder te komen, maar mijn scepsis of het gaat lukken is alleen nog maar toegenomen. Daarom wil ik de minister oproepen om toch vooral, misschien ook geïnspireerd door lidstaten die hiervoor wél meer ruimte zien en nemen dan Nederland, te kijken naar wat we nationaal kunnen doen om toch die steun op cruciale momenten aan start-ups te geven en eventueel nieuwe voorzieningen te treffen voor als het onverhoopt misgaat en als er sancties worden opgelegd. Misschien is dat ook weer een vorm van staatssteun — dat weet ik allemaal niet — maar mij wordt verteld dat Nederland toch strikter is dan andere landen, en dat lidstaten, ook Frankrijk bijvoorbeeld, routes hebben gevonden waardoor zij bijvoorbeeld nu niet meegaan in die verruimingsdiscussie. Dus ik hoop dat de minister daar, naast haar inzet in de onderhandelingen, werk van gaat maken.

De voorzitter:
Dank u wel.

De heer Van der Lee (PRO):
Dank.

De voorzitter:
Het woord is aan meneer Schenk, namens Forum voor Democratie.

De heer Schenk (FVD):
Dank, voorzitter. Een tweetal moties van de fractie van Forum voor Democratie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat regeldruk en complexe regelgeving investeringen en innovatie door Nederlandse ondernemers kunnen belemmeren;

overwegende dat het bestaande regeldrukbeleid zich breed richt op het verminderen van regeldruk voor ondernemers;

overwegende dat het voor het Nederlandse innovatie- en verdienvermogen van groot belang is om regelgeving weg te nemen die concrete investeringen in innovatie verhindert;

verzoekt de regering binnen de bestaande aanpak van regeldruk specifiek te inventariseren welke nationale regels en verplichtingen er in de praktijk toe leiden dat ondernemers investeringen in nieuwe machines, automatisering, digitalisering en andere vormen van procesinnovatie uitstellen of achterwege laten, en voorstellen te doen om deze belemmeringen waar mogelijk weg te nemen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.

Zij krijgt nr. 183 (33009) (#2).

De heer Schenk (FVD):
En de tweede.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat innovatiebeleid zich niet alleen richt op de ontwikkeling van nieuwe producten en technologieën, maar ook op de toepassing daarvan binnen bestaande bedrijven;

overwegende dat juist voor het brede midden- en kleinbedrijf procesinnovatie, waaronder automatisering, digitalisering en robotisering, kan bijdragen aan een hogere arbeidsproductiviteit en een sterker concurrentievermogen;

overwegende dat bestaande innovatie-instrumenten niet altijd primair zijn ingericht op de toepassing en implementatie van reeds beschikbare technologie binnen het brede midden- en kleinbedrijf;

verzoekt de regering te bezien hoe binnen de bestaande regelingen voor innovatie procesinnovatie in het brede midden- en kleinbedrijf beter kan worden ondersteund, daarbij specifiek aandacht te besteden aan automatisering, digitalisering en robotisering, en de Kamer hierover voor het einde van 2026 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.

Zij krijgt nr. 184 (33009) (#3).

De heer Schenk (FVD):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bühler namens het CDA.

Mevrouw Bühler (CDA):
Voorzitter. Twee punten. Allereerst de nationale investeringsinstelling. Bedrijven en innovatieve projecten moeten kunnen opschalen, maar juist waar de risico's groot zijn, blijft de financiering achter. Wat het CDA betreft gebruiken we de NII daarom als een hefboom om privaat en institutioneel kapitaal te mobiliseren, door ons juist te richten op het risicodragende deel dat de markt nu onvoldoende financiert. Wil de minister dit uitgangspunt centraal stellen bij de vormgeving van de NII? Is zij bereid instrumenten te ontwikkelen waarmee de NII een risico tijdelijk kan overnemen? Dat kan bijvoorbeeld via risicodragende financiering of garanties in de ontwikkel- en bouwfase, waarna banken of institutionele beleggers kunnen instappen.

Mijn tweede punt betreft een economisch-geopolitieke dimensie. Andere landen zetten hun economische en technologische macht steeds strategischer in. Innovatieve Nederlandse bedrijven kunnen daarmee te maken krijgen, maar zijn soms terughoudend om signalen over druk of kwetsbaarheden te delen. Kan de minister daarom toezeggen een laagdrempelige, vertrouwelijke route te organiseren waarin bedrijven zulke signalen kunnen melden en die signalen bij de juiste onderdelen van de overheid terechtkomen?

De voorzitter:
Was dat het einde van uw inbreng? Ja, zie ik. U heeft nog een interruptie van meneer Van der Lee.

De heer Van der Lee (PRO):
Ik kan me in het eerste punt eigenlijk heel erg vinden. We weten aan de ene kant dat bijvoorbeeld de pensioenfondsen dat ook vragen. Zij willen trouwens ook garantstellingen; dat zagen we gister nog in Het Financieele Dagblad. Maar betekent dit nou dat ook het CDA vindt dat een substantieel deel van het kapitaal van de nieuwe investeringsinstelling ook saldo-irrelevante uitgaven mogen zijn?

Mevrouw Bühler (CDA):
Dat is een goede vraag. Wij vinden het heel belangrijk dat de nationale investeringsinstelling doet wat ze moet doen en dat ze werkt. Dat is de richting die we op willen. Daar hou ik het even bij.

Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik hoorde mevrouw Bühler iets aanhalen wat ik en ook uw voorganger al heel lang vragen, namelijk het in de investeringsinstelling onderbrengen van het onderdeel borgstelling en garantstelling. Ik ben altijd bang dat we het blijven noemen, maar dat er geen voortgang komt. Ik gok zomaar dat het er bij het volgende debat wat langer over gaat. Misschien kan de minister ons vertellen hoe het daar nu eigenlijk mee staat. We zijn hier namelijk eigenlijk al best wel lang over in gesprek. Ik juich het dus toe, maar laten we het niet allemaal elke keer opnieuw doen.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bühler. Het woord is aan mevrouw Oualhadj namens D66.

Mevrouw Oualhadj (D66):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat valorisatie een wettelijke kerntaak van universiteiten is, maar dat een uniform en vergelijkbaar landelijk beeld van de resultaten op het gebied van economische valorisatie ontbreekt;

overwegende dat het rapport-Wennink oproept tot heldere prestatieafspraken en gestandaardiseerde monitoring en dat deze feitelijk al bestaan, maar nog niet zijn gestroomlijnd;

verzoekt de regering om in overleg met de kennisinstellingen te komen tot een uniforme, vergelijkbare en openbaar toegankelijke set kernindicatoren voor valorisatie, waaronder spin-offs, licentie-inkomsten, deal terms en vervolginvesteringen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Oualhadj en Van der Lee.

Zij krijgt nr. 185 (33009) (#4).

Mevrouw Oualhadj (D66):
Dan rest mij om nog een punt te maken over de brief die we hebben ontvangen over ondernemers in moeilijkheden. Daar ben ik best wel teleurgesteld over. Ik hou de motie die ik daarover had dan ook nog even aan. Ik zou wel graag nog verder in gesprek gaan met de minister over de mogelijkheden. Zo kunnen we wat doen voor de ondernemer die misschien op dit moment wel op omvallen staat omdat we niet kunnen doorpakken in Brussel, terwijl andere landen in Europa dat wél kunnen.

Dank u wel, voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer namens de BBB.

De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een drietal moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat vanaf 2030 structureel wordt bezuinigd op het Toekomstfonds, waaronder op de Vroegefasefinanciering;

overwegende dat de Vroegefasefinanciering een revolverend instrument is en rijksmiddelen bovendien als hefboom werken voor provinciale cofinanciering;

verzoekt de regering bij de uitwerking van de bezuinigingen op het Toekomstfonds de regionale Vroegefasefinanciering en de daarbij behorende hefboomwerking zo veel mogelijk te ontzien,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 186 (33009) (#5).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat agrifood een belangrijk Nederlands innovatiedomein is waarin onder meer robotica, Al, biotechnologie en machinebouw samenkomen;

overwegende dat de overheid innovatie beter kan helpen opschalen door vaker als eerste klant op te treden;

verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van innovatiegericht inkopen en de launching-customeraanpak agrifood expliciet mee te nemen, waaronder landbouwtechnologie, voedselzekerheid en circulaire productie,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 187 (33009) (#6).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Invest-NL zelfstandig investeringsbeslissingen neemt binnen de door de overheid gestelde wettelijke kaders;

overwegende dat innovatieve agrarische ondernemingen niet op voorhand vanwege hun productietype buiten publieke financiering zouden moeten vallen;

verzoekt de regering inzichtelijk te maken welke sectorale uitsluitingscriteria Invest-NL binnen agrifood hanteert en bij de vormgeving van de nationale investeringsinstelling te borgen dat innovatieve agrarische ondernemingen worden beoordeeld op onder meer businesscase, additionaliteit en maatschappelijke en economische bijdrage,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.

Zij krijgt nr. 188 (33009) (#7).

De heer Vermeer (BBB):
Die laatste motie dienen wij vooral in omdat wij van meerdere bedrijven duidelijke signalen krijgen dat dierlijke productie op dit moment uitgesloten wordt, terwijl daar geen geldige kaders voor zijn.

De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Nanninga.

Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik hoef hier niet uit te leggen dat scale-ups en start-ups essentieel zijn voor innovatie in Nederland. Toch lopen deze jonge bedrijven steeds tegen dezelfde problematiek aan. Arbeidsrechtelijke regels ontnemen hun de dynamiek en veerkracht in een cruciale maar onzekere opstartfase. Daarom de volgende motie, mede in het kader van de vermindering van regeldruk en de versterking van onze concurrentiepositie en om de minister, als er een uitspraak van de Kamer ligt, steun te geven om andere ministeries waar dit ook aan raakt mee te krijgen.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat arbeidsrechtelijke regels de groei van start-ups en scale-ups kunnen belemmeren;

overwegende dat deze bedrijven ruimte nodig hebben om snel te groeien en internationaal talent aan te trekken;

verzoekt de regering samen met start-ups en scale-ups de grootste arbeidsrechtelijke knelpunten vast te stellen en uiterlijk eind 2026 voorstellen te doen om deze weg te nemen;

verzoekt de regering tevens een tijdelijke regulatory sandbox uit te werken waarin deze bedrijven zonder extra administratieve lasten van aangewezen regels kunnen afwijken, om te bepalen welke regels structureel kunnen worden versoepeld of geschrapt,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nanninga.

Zij krijgt nr. 189 (33009) (#8).

Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik ben bang dat "regulatory sandbox" jargon is. Daar ben ik niet zo dol op, want dat is onnodig Engels. Maar goed, het heet nu eenmaal zo.

Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de minister.

De vergadering wordt van 10.56 uur tot 11.03 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik heropen en geef het woord aan de minister.

Minister Herbert:
Dank, voorzitter. Wat fijn om er weer te zijn.

De voorzitter:
Fijn dat u er bent.

Minister Herbert:
Even kijken. We hebben een aantal moties en een paar vragen.

Ik doe eerst de moties, te beginnen met de motie op stuk nr. 182 van Van der Lee, over het in kaart brengen van structurele financiering voor kennisvalorisatie. Die geef ik oordeel Kamer. Ik werk aan een impuls voor valorisatie. We hebben in de afgelopen maanden, ook naar aanleiding van een motie van mevrouw Oualhadj, onderzocht hoe structurele financiering voor academische spin-offs gekoppeld kan worden aan ondernemersvriendelijke randvoorwaarden. Uw Kamer zal volgende week met Prinsjesdag geïnformeerd worden over de beschikbare financiële middelen hiervoor. Eind deze maand komt er een brief, de 3%-R&D-brief, waarin ook nog weer nadere informatie zit.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 183.

Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 183, van de heer Schenk, gaat over inventariseren in hoeverre de aanpak van regeldruk procesinnovatie in de weg staat. Alhoewel ik natuurlijk helemaal herken dat regeldruk impact heeft op investeringsbereidheid en daarmee ook op procesinnovatie bij ondernemers, heb ik er moeite mee om allerlei specifieke deelonderzoeken te gaan doen binnen het regeldrukonderzoek. Dat is omdat ik er zo sterk van overtuigd ben, net als de heer Schenk, hoe belangrijk het is om generiek die regeldruk te verminderen. Daar zet ik vol op in. Er komt een nieuwe aanpak voor de regeldruk. Daar wordt u ook begin oktober over geïnformeerd. Ik ontraad deze specifieke motie.

De voorzitter:
Ja. De motie op stuk nr. 183 is ontraden. Dan de motie op stuk nr. 184.

Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 184 gaat over onderzoeken hoe bestaande regelingen voor innovatie juist procesinnovatie zouden kunnen steunen. Die moet ik ontraden, om de reden dat de regelingen voor het specifiek ontwikkelen van innovaties nodig zijn voor dat doel en in mijn beleving niet gebruikt moeten worden voor het toepassen van innovaties. Overigens hebben we daar wel allerlei instrumentarium voor, dat we inzetten vanuit de EDIH's, de Productiviteitsagenda en Shaping the Future of Work. Kortom, allerlei zaken waarmee we wel degelijk werken aan het doel dat de heer Schenk benoemt.

De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 185.

Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 185, van mevrouw Oualhadj en gesteund door Van der Lee, gaat over de suggestie om kernindicatoren op te stellen voor valorisatie. Die motie geef ik oordeel Kamer. Het past weer bij wat ik ook vind, namelijk dat we daar heel erg voortgang op moeten maken.

Dan de motie op stuk nr. 186, van de heer Vermeer, over het uitwerken van bezuinigingen op het Toekomstfonds. Eigenlijk is deze motie overbodig geworden, omdat dit al gebeurd is en de Kamer ook al ingestemd heeft met hoe de uitwerking van de bezuinigingen is gedaan. Ik kan de motie daarom niet uitvoeren.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 186 is overbodig. De motie op stuk nr. 187.

Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 187 gaat over innovatiegericht inkopen, specifiek gericht op agrifood. Ik ontraad deze motie. In het beleid op innovatiegericht inkopen is het aan overheden zelf om te kiezen waar zij innovatiegericht op inkopen. In dit geval zou het dan gaan over het departement van LVVN. Het kabinet geeft overigens met de opzet van NADI bijvoorbeeld wel weer een impuls aan het innovatiegericht inkopen. Daar kunnen ook departementen zoals LVVN op instappen.

De motie op stuk nr. 188, ook van de heer Vermeer, moet ik ontraden. Deze gaat over het inzichtelijk maken van sectorale uitsluitingscriteria. Ik herinner me heel goed het gesprek dat we hierover hadden in het commissiedebat. Ook toen heb ik aangegeven dat die uitsluitingscriteria er niet zijn. Die zijn er alleen als het gaat om controversiële wapen-, drugs- en alcoholtoepassing. Als de heer Vermeer meldingen krijgt dat er wel degelijk een gevoel is dat ze gehanteerd worden, ontvang ik ze graag, zodat we daarnaar kunnen kijken.

De voorzitter:
Eén vervolgvraag van de heer Vermeer.

De heer Vermeer (BBB):
De minister is het toch wel met mij eens dat Invest-NL daar zelf bevoegdheden toe heeft, maar dat de minister toezichthouder is en verantwoordelijk is voor hoe de kaders dan toegepast worden?

Minister Herbert:
Voor het meegeven van de kaders voel ik mij zeker verantwoordelijk. Daar ben ik verantwoordelijk voor. Daar wordt toezicht op gehouden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 189, tot slot.

Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 189 is een samengestelde motie en gaat over een onderwerp dat mij aan het hart gaat, namelijk over het vereenvoudigen van eigenlijk alle sociale wetgeving, specifiek voor start-ups en scale-ups. Ik ben ervan gecharmeerd om hier wat aan te doen in de zogenaamde regulatorysandboxaanpak. Daar wil ik mij graag voor inzetten. Ik vind het niet makkelijk en eigenlijk ook niet verstandig om te beloven dat ik eind 2026 allerlei heel specifieke arbeidsrechtelijke zaken zou kunnen hebben weggenomen. Daarmee wek ik verwachtingen die ik niet waar kan maken. Op deze samengestelde manier kan ik die motie dus alleen maar ontraden.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 189: ontraden. Daarmee ... Eén vervolgvraag van mevrouw Nanninga.

Mevrouw Nanninga (JA21):
Kunnen we nog wat afstemmen om een gewijzigde motie in te dienen?

De voorzitter:
Op welke wijze kan de minister de motie wel aan het oordeel van de Kamer laten, is volgens mij de vraag.

Minister Herbert:
Dat kan als het gaat over de verkenning van die regulatory sandbox, die natuurlijk tot inzichten gaat leiden waardoor we weer gerichter kunnen werken aan verbeteringen van het hele stelsel.

De voorzitter:
Dank u wel. Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden gestemd.

Minister Herbert:
O, de vragen nog!

De voorzitter:
O, we gaan te snel. Gaat uw gang.

Minister Herbert:
Ja, excuses. Zowel meneer Van der Lee als mevrouw Oualhadj wierp een vraag op over ondernemingen in moeilijkheden. Dat onderwerp gaat mij ook enorm aan het hart, dus ik herken de frustratie die de brief heeft opgeroepen die ik daarover begin september heb gestuurd. Ik zoek echt naar mogelijkheden om wat te doen voor de ondernemingen waarover we het hebben, zonder dat ik ze daarmee in de problemen breng, wat kan gebeuren als wij hulp geven die als staatssteun betiteld gaat worden. Dat is eerder gebeurd. Toen zijn we daarop teruggefloten. Ik kan ze ook in de problemen brengen als we iets geven wat ze terug moeten gaan betalen. Ik sta open voor iedereen die ideeën heeft over hoe dit zou kunnen en die kan vertellen hoe ze dat in Frankrijk doen, want daar wil ik zelf ook naar op zoek. Weet hoezeer ik me hier hard voor wil maken.

Mevrouw Bühler vraagt naar een aantal zaken die de vormgeving van de nationale investeringsinstelling aangaan, specifiek het risicodragende deel. Ja, dat is een ontzettend belangrijk uitgangspunt voor mij. Die nationale investeringsinstelling moet natuurlijk additioneel aan de markt gaan opereren. Daarvoor moet een breed palet aan instrumenten ingezet worden. Het is ook een beetje aan de NII om te bekijken welk instrument ze waarvoor inzet. Rond Prinsjesdag zal ik de Kamer hierover verder informeren. Ik weet hoezeer u hierop wacht.

De laatste vraag, ook van mevrouw Bühler, ging over economische veiligheid. Zij benoemde dat er door andere landen economische druk op bedrijven gezet wordt. Zij vroeg hoe daar vertrouwelijk melding van gemaakt kan worden, zodat we daar maatregelen op kunnen overwegen. Dat loket is er eigenlijk al, namelijk bij RVO, in opdracht van Economische Zaken. Bij dat ondernemersloket kunnen inderdaad op vertrouwelijke wijze meldingen gemaakt worden. Ik hoop dat daarmee aan de behoefte voldaan wordt.

De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen en de appreciatie van de moties. Nog één korte vraag en dan gaan we verder naar het volgende tweeminutendebat.

Mevrouw Bühler (CDA):
Ik ben dan heel erg benieuwd. De minister geeft aan dat er bij RVO al een loket is waar meldingen gedaan kunnen worden. Hoe wordt daar dan verder mee omgegaan? In welke pijplijn komen ze dan terecht en hoe kunnen we er ook voor zorgen dat we er iets mee doen? Want dat is hetgeen we willen.

Minister Herbert:
Ik kan mij zo voorstellen dat wij niet inhoudelijk precies verantwoording afleggen als er vertrouwelijke meldingen gedaan worden. Ik wil nadenken over hoe wel iets kunnen vertellen over generieke inzichten daarover.

De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit tweeminutendebat.

De beraadslaging wordt gesloten.