Tweeminutendebat Innovatie (CD 25/6) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D40933, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-04 09:15, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-09-03 10:40: Tweeminutendebat Innovatie (CD 25/6) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Innovatie
Innovatie
Aan de orde is het tweeminutendebat Innovatie (CD d.d.
25/06).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat
Innovatie. Ik heet de minister van Economische Zaken en Klimaat, die de
hele dag in ons midden verkeert, van harte welkom. Er zijn zeven
sprekers van de zijde van de Kamer. Correctie: er zijn zes sprekers van
de zijde van de Kamer. Ik kijk of de heer Dassen in huis is. Dat is nóg
niet het geval, dus geef ik eerst het woord aan de heer Van der Lee voor
zijn inbreng namens PRO. Gaat uw gang.
De heer Van der Lee (PRO):
Dank, voorzitter. Het debat is even geleden. We hebben het gehad over de
toekomst van innovatie in Nederland en met name de zwakte die wij hebben
als het gaat om valorisatie. Op dat punt wil ik een motie indienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat valorisatie van kennis essentieel is voor een
innovatieve en concurrerende economie;
constaterende dat structurele financiering voor de valorisatie,
opschaling en vermarkting van kennis en technologie ontbreekt, waardoor
kansrijke innovaties onvoldoende tot ontwikkeling komen;
verzoekt de regering opties in kaart te brengen voor structurele
financieringsvormen voor kennisvalorisatie, met als doel kansrijke
technologieën beter op te schalen en naar de markt te brengen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee.
Zij krijgt nr. 182 (33009) (#1).
De heer Van der Lee (PRO):
Daarnaast wil ik toch even op een actuele kwestie ingaan. Niet heel
actueel, want we hebben het hier al vaak over gehad, ook met deze
minister. Dat betreft de definitie van "onderneming in moeilijkheden",
die steun aan start-ups en zelfs sommige scale-ups in de weg staat. We
hebben daar een brief over gekregen die echt heel teleurstellend is. Er
moet op Europees niveau een verruiming van die definitie komen. Er ligt
nu een nieuw voorstel op tafel dat niet voldoet aan wat nodig is. Ik
snap ook de inzet van de minister om te proberen in de consultatie en
dat soort onderhandelingen nog een stap verder te komen, maar mijn
scepsis of het gaat lukken is alleen nog maar toegenomen. Daarom wil ik
de minister oproepen om toch vooral, misschien ook geïnspireerd door
lidstaten die hiervoor wél meer ruimte zien en nemen dan Nederland, te
kijken naar wat we nationaal kunnen doen om toch die steun op cruciale
momenten aan start-ups te geven en eventueel nieuwe voorzieningen te
treffen voor als het onverhoopt misgaat en als er sancties worden
opgelegd. Misschien is dat ook weer een vorm van staatssteun — dat weet
ik allemaal niet — maar mij wordt verteld dat Nederland toch strikter is
dan andere landen, en dat lidstaten, ook Frankrijk bijvoorbeeld, routes
hebben gevonden waardoor zij bijvoorbeeld nu niet meegaan in die
verruimingsdiscussie. Dus ik hoop dat de minister daar, naast haar inzet
in de onderhandelingen, werk van gaat maken.
De voorzitter:
Dank u wel.
De heer Van der Lee (PRO):
Dank.
De voorzitter:
Het woord is aan meneer Schenk, namens Forum voor Democratie.
De heer Schenk (FVD):
Dank, voorzitter. Een tweetal moties van de fractie van Forum voor
Democratie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat regeldruk en complexe regelgeving investeringen en
innovatie door Nederlandse ondernemers kunnen belemmeren;
overwegende dat het bestaande regeldrukbeleid zich breed richt op het
verminderen van regeldruk voor ondernemers;
overwegende dat het voor het Nederlandse innovatie- en verdienvermogen
van groot belang is om regelgeving weg te nemen die concrete
investeringen in innovatie verhindert;
verzoekt de regering binnen de bestaande aanpak van regeldruk specifiek
te inventariseren welke nationale regels en verplichtingen er in de
praktijk toe leiden dat ondernemers investeringen in nieuwe machines,
automatisering, digitalisering en andere vormen van procesinnovatie
uitstellen of achterwege laten, en voorstellen te doen om deze
belemmeringen waar mogelijk weg te nemen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 183 (33009) (#2).
De heer Schenk (FVD):
En de tweede.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat innovatiebeleid zich niet alleen richt op de
ontwikkeling van nieuwe producten en technologieën, maar ook op de
toepassing daarvan binnen bestaande bedrijven;
overwegende dat juist voor het brede midden- en kleinbedrijf
procesinnovatie, waaronder automatisering, digitalisering en
robotisering, kan bijdragen aan een hogere arbeidsproductiviteit en een
sterker concurrentievermogen;
overwegende dat bestaande innovatie-instrumenten niet altijd primair
zijn ingericht op de toepassing en implementatie van reeds beschikbare
technologie binnen het brede midden- en kleinbedrijf;
verzoekt de regering te bezien hoe binnen de bestaande regelingen voor
innovatie procesinnovatie in het brede midden- en kleinbedrijf beter kan
worden ondersteund, daarbij specifiek aandacht te besteden aan
automatisering, digitalisering en robotisering, en de Kamer hierover
voor het einde van 2026 te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Schenk.
Zij krijgt nr. 184 (33009) (#3).
De heer Schenk (FVD):
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Bühler namens het CDA.
Mevrouw Bühler (CDA):
Voorzitter. Twee punten. Allereerst de nationale investeringsinstelling.
Bedrijven en innovatieve projecten moeten kunnen opschalen, maar juist
waar de risico's groot zijn, blijft de financiering achter. Wat het CDA
betreft gebruiken we de NII daarom als een hefboom om privaat en
institutioneel kapitaal te mobiliseren, door ons juist te richten op het
risicodragende deel dat de markt nu onvoldoende financiert. Wil de
minister dit uitgangspunt centraal stellen bij de vormgeving van de NII?
Is zij bereid instrumenten te ontwikkelen waarmee de NII een risico
tijdelijk kan overnemen? Dat kan bijvoorbeeld via risicodragende
financiering of garanties in de ontwikkel- en bouwfase, waarna banken of
institutionele beleggers kunnen instappen.
Mijn tweede punt betreft een economisch-geopolitieke dimensie. Andere
landen zetten hun economische en technologische macht steeds
strategischer in. Innovatieve Nederlandse bedrijven kunnen daarmee te
maken krijgen, maar zijn soms terughoudend om signalen over druk of
kwetsbaarheden te delen. Kan de minister daarom toezeggen een
laagdrempelige, vertrouwelijke route te organiseren waarin bedrijven
zulke signalen kunnen melden en die signalen bij de juiste onderdelen
van de overheid terechtkomen?
De voorzitter:
Was dat het einde van uw inbreng? Ja, zie ik. U heeft nog een
interruptie van meneer Van der Lee.
De heer Van der Lee (PRO):
Ik kan me in het eerste punt eigenlijk heel erg vinden. We weten aan de
ene kant dat bijvoorbeeld de pensioenfondsen dat ook vragen. Zij willen
trouwens ook garantstellingen; dat zagen we gister nog in Het
Financieele Dagblad. Maar betekent dit nou dat ook het CDA vindt dat een
substantieel deel van het kapitaal van de nieuwe investeringsinstelling
ook saldo-irrelevante uitgaven mogen zijn?
Mevrouw Bühler (CDA):
Dat is een goede vraag. Wij vinden het heel belangrijk dat de nationale
investeringsinstelling doet wat ze moet doen en dat ze werkt. Dat is de
richting die we op willen. Daar hou ik het even bij.
Mevrouw Martens-America (VVD):
Ik hoorde mevrouw Bühler iets aanhalen wat ik en ook uw voorganger al
heel lang vragen, namelijk het in de investeringsinstelling onderbrengen
van het onderdeel borgstelling en garantstelling. Ik ben altijd bang dat
we het blijven noemen, maar dat er geen voortgang komt. Ik gok zomaar
dat het er bij het volgende debat wat langer over gaat. Misschien kan de
minister ons vertellen hoe het daar nu eigenlijk mee staat. We zijn hier
namelijk eigenlijk al best wel lang over in gesprek. Ik juich het dus
toe, maar laten we het niet allemaal elke keer opnieuw doen.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Bühler. Het woord is aan mevrouw Oualhadj namens
D66.
Mevrouw Oualhadj (D66):
Dank u wel, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat valorisatie een wettelijke kerntaak van universiteiten
is, maar dat een uniform en vergelijkbaar landelijk beeld van de
resultaten op het gebied van economische valorisatie ontbreekt;
overwegende dat het rapport-Wennink oproept tot heldere
prestatieafspraken en gestandaardiseerde monitoring en dat deze
feitelijk al bestaan, maar nog niet zijn gestroomlijnd;
verzoekt de regering om in overleg met de kennisinstellingen te komen
tot een uniforme, vergelijkbare en openbaar toegankelijke set
kernindicatoren voor valorisatie, waaronder spin-offs,
licentie-inkomsten, deal terms en vervolginvesteringen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Oualhadj en Van der Lee.
Zij krijgt nr. 185 (33009) (#4).
Mevrouw Oualhadj (D66):
Dan rest mij om nog een punt te maken over de brief die we hebben
ontvangen over ondernemers in moeilijkheden. Daar ben ik best wel
teleurgesteld over. Ik hou de motie die ik daarover had dan ook nog even
aan. Ik zou wel graag nog verder in gesprek gaan met de minister over de
mogelijkheden. Zo kunnen we wat doen voor de ondernemer die misschien op
dit moment wel op omvallen staat omdat we niet kunnen doorpakken in
Brussel, terwijl andere landen in Europa dat wél kunnen.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Het woord is aan de heer Vermeer namens de BBB.
De heer Vermeer (BBB):
Dank u wel, voorzitter. Ik heb een drietal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat vanaf 2030 structureel wordt bezuinigd op het
Toekomstfonds, waaronder op de Vroegefasefinanciering;
overwegende dat de Vroegefasefinanciering een revolverend instrument is
en rijksmiddelen bovendien als hefboom werken voor provinciale
cofinanciering;
verzoekt de regering bij de uitwerking van de bezuinigingen op het
Toekomstfonds de regionale Vroegefasefinanciering en de daarbij
behorende hefboomwerking zo veel mogelijk te ontzien,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 186 (33009) (#5).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat agrifood een belangrijk Nederlands innovatiedomein is
waarin onder meer robotica, Al, biotechnologie en machinebouw
samenkomen;
overwegende dat de overheid innovatie beter kan helpen opschalen door
vaker als eerste klant op te treden;
verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van innovatiegericht
inkopen en de launching-customeraanpak agrifood expliciet mee te nemen,
waaronder landbouwtechnologie, voedselzekerheid en circulaire
productie,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 187 (33009) (#6).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Invest-NL zelfstandig investeringsbeslissingen neemt
binnen de door de overheid gestelde wettelijke kaders;
overwegende dat innovatieve agrarische ondernemingen niet op voorhand
vanwege hun productietype buiten publieke financiering zouden moeten
vallen;
verzoekt de regering inzichtelijk te maken welke sectorale
uitsluitingscriteria Invest-NL binnen agrifood hanteert en bij de
vormgeving van de nationale investeringsinstelling te borgen dat
innovatieve agrarische ondernemingen worden beoordeeld op onder meer
businesscase, additionaliteit en maatschappelijke en economische
bijdrage,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Vermeer.
Zij krijgt nr. 188 (33009) (#7).
De heer Vermeer (BBB):
Die laatste motie dienen wij vooral in omdat wij van meerdere bedrijven
duidelijke signalen krijgen dat dierlijke productie op dit moment
uitgesloten wordt, terwijl daar geen geldige kaders voor zijn.
De voorzitter:
Dank u wel. Tot slot is het woord aan mevrouw Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Ik hoef hier niet uit te leggen dat scale-ups en
start-ups essentieel zijn voor innovatie in Nederland. Toch lopen deze
jonge bedrijven steeds tegen dezelfde problematiek aan.
Arbeidsrechtelijke regels ontnemen hun de dynamiek en veerkracht in een
cruciale maar onzekere opstartfase. Daarom de volgende motie, mede in
het kader van de vermindering van regeldruk en de versterking van onze
concurrentiepositie en om de minister, als er een uitspraak van de Kamer
ligt, steun te geven om andere ministeries waar dit ook aan raakt mee te
krijgen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat arbeidsrechtelijke regels de groei van start-ups en
scale-ups kunnen belemmeren;
overwegende dat deze bedrijven ruimte nodig hebben om snel te groeien en
internationaal talent aan te trekken;
verzoekt de regering samen met start-ups en scale-ups de grootste
arbeidsrechtelijke knelpunten vast te stellen en uiterlijk eind 2026
voorstellen te doen om deze weg te nemen;
verzoekt de regering tevens een tijdelijke regulatory sandbox uit te
werken waarin deze bedrijven zonder extra administratieve lasten van
aangewezen regels kunnen afwijken, om te bepalen welke regels
structureel kunnen worden versoepeld of geschrapt,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Nanninga.
Zij krijgt nr. 189 (33009) (#8).
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik ben bang dat "regulatory sandbox" jargon is. Daar ben ik niet zo dol
op, want dat is onnodig Engels. Maar goed, het heet nu eenmaal zo.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik schors vijf minuten voor de beantwoording van de
minister.
De vergadering wordt van 10.56 uur tot 11.03 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen en geef het woord aan de minister.
Minister Herbert:
Dank, voorzitter. Wat fijn om er weer te zijn.
De voorzitter:
Fijn dat u er bent.
Minister Herbert:
Even kijken. We hebben een aantal moties en een paar vragen.
Ik doe eerst de moties, te beginnen met de motie op stuk nr. 182 van Van
der Lee, over het in kaart brengen van structurele financiering voor
kennisvalorisatie. Die geef ik oordeel Kamer. Ik werk aan een impuls
voor valorisatie. We hebben in de afgelopen maanden, ook naar aanleiding
van een motie van mevrouw Oualhadj, onderzocht hoe structurele
financiering voor academische spin-offs gekoppeld kan worden aan
ondernemersvriendelijke randvoorwaarden. Uw Kamer zal volgende week met
Prinsjesdag geïnformeerd worden over de beschikbare financiële middelen
hiervoor. Eind deze maand komt er een brief, de 3%-R&D-brief, waarin
ook nog weer nadere informatie zit.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 183.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 183, van de heer Schenk, gaat over inventariseren
in hoeverre de aanpak van regeldruk procesinnovatie in de weg staat.
Alhoewel ik natuurlijk helemaal herken dat regeldruk impact heeft op
investeringsbereidheid en daarmee ook op procesinnovatie bij
ondernemers, heb ik er moeite mee om allerlei specifieke deelonderzoeken
te gaan doen binnen het regeldrukonderzoek. Dat is omdat ik er zo sterk
van overtuigd ben, net als de heer Schenk, hoe belangrijk het is om
generiek die regeldruk te verminderen. Daar zet ik vol op in. Er komt
een nieuwe aanpak voor de regeldruk. Daar wordt u ook begin oktober over
geïnformeerd. Ik ontraad deze specifieke motie.
De voorzitter:
Ja. De motie op stuk nr. 183 is ontraden. Dan de motie op stuk nr.
184.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 184 gaat over onderzoeken hoe bestaande regelingen
voor innovatie juist procesinnovatie zouden kunnen steunen. Die moet ik
ontraden, om de reden dat de regelingen voor het specifiek ontwikkelen
van innovaties nodig zijn voor dat doel en in mijn beleving niet
gebruikt moeten worden voor het toepassen van innovaties. Overigens
hebben we daar wel allerlei instrumentarium voor, dat we inzetten vanuit
de EDIH's, de Productiviteitsagenda en Shaping the Future of Work.
Kortom, allerlei zaken waarmee we wel degelijk werken aan het doel dat
de heer Schenk benoemt.
De voorzitter:
Dan de motie op stuk nr. 185.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 185, van mevrouw Oualhadj en gesteund door Van der
Lee, gaat over de suggestie om kernindicatoren op te stellen voor
valorisatie. Die motie geef ik oordeel Kamer. Het past weer bij wat ik
ook vind, namelijk dat we daar heel erg voortgang op moeten maken.
Dan de motie op stuk nr. 186, van de heer Vermeer, over het uitwerken
van bezuinigingen op het Toekomstfonds. Eigenlijk is deze motie
overbodig geworden, omdat dit al gebeurd is en de Kamer ook al ingestemd
heeft met hoe de uitwerking van de bezuinigingen is gedaan. Ik kan de
motie daarom niet uitvoeren.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 186 is overbodig. De motie op stuk nr. 187.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 187 gaat over innovatiegericht inkopen, specifiek
gericht op agrifood. Ik ontraad deze motie. In het beleid op
innovatiegericht inkopen is het aan overheden zelf om te kiezen waar zij
innovatiegericht op inkopen. In dit geval zou het dan gaan over het
departement van LVVN. Het kabinet geeft overigens met de opzet van NADI
bijvoorbeeld wel weer een impuls aan het innovatiegericht inkopen. Daar
kunnen ook departementen zoals LVVN op instappen.
De motie op stuk nr. 188, ook van de heer Vermeer, moet ik ontraden.
Deze gaat over het inzichtelijk maken van sectorale
uitsluitingscriteria. Ik herinner me heel goed het gesprek dat we
hierover hadden in het commissiedebat. Ook toen heb ik aangegeven dat
die uitsluitingscriteria er niet zijn. Die zijn er alleen als het gaat
om controversiële wapen-, drugs- en alcoholtoepassing. Als de heer
Vermeer meldingen krijgt dat er wel degelijk een gevoel is dat ze
gehanteerd worden, ontvang ik ze graag, zodat we daarnaar kunnen
kijken.
De voorzitter:
Eén vervolgvraag van de heer Vermeer.
De heer Vermeer (BBB):
De minister is het toch wel met mij eens dat Invest-NL daar zelf
bevoegdheden toe heeft, maar dat de minister toezichthouder is en
verantwoordelijk is voor hoe de kaders dan toegepast worden?
Minister Herbert:
Voor het meegeven van de kaders voel ik mij zeker verantwoordelijk. Daar
ben ik verantwoordelijk voor. Daar wordt toezicht op gehouden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 189, tot slot.
Minister Herbert:
De motie op stuk nr. 189 is een samengestelde motie en gaat over een
onderwerp dat mij aan het hart gaat, namelijk over het vereenvoudigen
van eigenlijk alle sociale wetgeving, specifiek voor start-ups en
scale-ups. Ik ben ervan gecharmeerd om hier wat aan te doen in de
zogenaamde regulatorysandboxaanpak. Daar wil ik mij graag voor inzetten.
Ik vind het niet makkelijk en eigenlijk ook niet verstandig om te
beloven dat ik eind 2026 allerlei heel specifieke arbeidsrechtelijke
zaken zou kunnen hebben weggenomen. Daarmee wek ik verwachtingen die ik
niet waar kan maken. Op deze samengestelde manier kan ik die motie dus
alleen maar ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 189: ontraden. Daarmee ... Eén vervolgvraag van
mevrouw Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Kunnen we nog wat afstemmen om een gewijzigde motie in te dienen?
De voorzitter:
Op welke wijze kan de minister de motie wel aan het oordeel van de Kamer
laten, is volgens mij de vraag.
Minister Herbert:
Dat kan als het gaat over de verkenning van die regulatory sandbox, die
natuurlijk tot inzichten gaat leiden waardoor we weer gerichter kunnen
werken aan verbeteringen van het hele stelsel.
De voorzitter:
Dank u wel. Over de ingediende moties zal aanstaande dinsdag worden
gestemd.
Minister Herbert:
O, de vragen nog!
De voorzitter:
O, we gaan te snel. Gaat uw gang.
Minister Herbert:
Ja, excuses. Zowel meneer Van der Lee als mevrouw Oualhadj wierp een
vraag op over ondernemingen in moeilijkheden. Dat onderwerp gaat mij ook
enorm aan het hart, dus ik herken de frustratie die de brief heeft
opgeroepen die ik daarover begin september heb gestuurd. Ik zoek echt
naar mogelijkheden om wat te doen voor de ondernemingen waarover we het
hebben, zonder dat ik ze daarmee in de problemen breng, wat kan gebeuren
als wij hulp geven die als staatssteun betiteld gaat worden. Dat is
eerder gebeurd. Toen zijn we daarop teruggefloten. Ik kan ze ook in de
problemen brengen als we iets geven wat ze terug moeten gaan betalen. Ik
sta open voor iedereen die ideeën heeft over hoe dit zou kunnen en die
kan vertellen hoe ze dat in Frankrijk doen, want daar wil ik zelf ook
naar op zoek. Weet hoezeer ik me hier hard voor wil maken.
Mevrouw Bühler vraagt naar een aantal zaken die de vormgeving van de
nationale investeringsinstelling aangaan, specifiek het risicodragende
deel. Ja, dat is een ontzettend belangrijk uitgangspunt voor mij. Die
nationale investeringsinstelling moet natuurlijk additioneel aan de
markt gaan opereren. Daarvoor moet een breed palet aan instrumenten
ingezet worden. Het is ook een beetje aan de NII om te bekijken welk
instrument ze waarvoor inzet. Rond Prinsjesdag zal ik de Kamer hierover
verder informeren. Ik weet hoezeer u hierop wacht.
De laatste vraag, ook van mevrouw Bühler, ging over economische
veiligheid. Zij benoemde dat er door andere landen economische druk op
bedrijven gezet wordt. Zij vroeg hoe daar vertrouwelijk melding van
gemaakt kan worden, zodat we daar maatregelen op kunnen overwegen. Dat
loket is er eigenlijk al, namelijk bij RVO, in opdracht van Economische
Zaken. Bij dat ondernemersloket kunnen inderdaad op vertrouwelijke wijze
meldingen gemaakt worden. Ik hoop dat daarmee aan de behoefte voldaan
wordt.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen en de
appreciatie van de moties. Nog één korte vraag en dan gaan we verder
naar het volgende tweeminutendebat.
Mevrouw Bühler (CDA):
Ik ben dan heel erg benieuwd. De minister geeft aan dat er bij RVO al
een loket is waar meldingen gedaan kunnen worden. Hoe wordt daar dan
verder mee omgegaan? In welke pijplijn komen ze dan terecht en hoe
kunnen we er ook voor zorgen dat we er iets mee doen? Want dat is
hetgeen we willen.
Minister Herbert:
Ik kan mij zo voorstellen dat wij niet inhoudelijk precies
verantwoording afleggen als er vertrouwelijke meldingen gedaan worden.
Ik wil nadenken over hoe wel iets kunnen vertellen over generieke
inzichten daarover.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit
tweeminutendebat.
De beraadslaging wordt gesloten.