Voorstel van wet van het lid Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de uitbreiding van het concentratietoezicht (Wet inroepbevoegdheid ACM) (36774) Antwoord 1e termijn + rest (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D40934, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-04 09:17, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-09-03 20:15: Voorstel van wet van het lid Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de uitbreiding van het concentratietoezicht (Wet inroepbevoegdheid ACM) (36774) Antwoord 1e termijn + rest (Plenair debat (initiatiefwetgeving)), TK
Preview document (🔗 origineel)
Wet inroepbevoegdheid ACM
Wet inroepbevoegdheid ACM
Aan de orde is de voortzetting van de behandeling van:
het Voorstel van wet van het lid Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de uitbreiding van het concentratietoezicht (Wet inroepbevoegdheid ACM) (36774).
(Zie vergadering van 2 september 2026.)
De voorzitter:
Goedenavond allemaal. Ik heropen de vergadering. Aan de orde is nu de
voortzetting van de behandeling van het Voorstel van wet van het lid
Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de
uitbreiding van het concentratietoezicht (36774). Ik heet de heer
Bushoff opnieuw van harte welkom in vak K. Gisteren vond de eerste
termijn van de zijde van de Kamer plaats en vandaag bent u reeds in
staat antwoord te geven op de gestelde vragen. Ik wens u daarbij
natuurlijk heel veel succes. Ook heet ik graag nogmaals uw ondersteuning
welkom in vak K: de heer Ton Langenhuyzen, beleidsmedewerker bij de
PRO-fractie, en de heer Mathijs Tollerton, wetgevingsjurist van het
ministerie van Economische Zaken. In die hoedanigheid verleent hij
vanavond de ambtelijke bijstand. Tevens heet ik natuurlijk welkom in vak
K de minister van Economische Zaken, mevrouw Herbert.
De algemene beraadslaging wordt hervat.
De voorzitter:
Ik geef nu eerst het woord aan de heer Bushoff. Meneer Bushoff, gaat uw
gang. Aan u het woord.
De heer Bushoff (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Aangezien we een rasechte Amsterdamse voorzitter
hebben, dacht ik: ik begin met een uitspraak van een Amsterdammer die
iedereen denk ik welbekend is. Je gaat het pas zien als je het doorhebt,
zei Cruijff ooit. Bij initiatiefwetgeving is het eigenlijk precies
andersom. Je hebt pas door hoeveel werk het is op het moment dat je
eraan begonnen bent. Dat werk, moet ik ook eerlijk zeggen, wordt vooral
gedaan door de mensen achter de schermen, in de eerste plaats door
Mathijs Tollerton, wetgevingsjurist bij Economische Zaken — daarvoor wil
ik hem heel erg bedanken — en natuurlijk ook door onze eigen
beleidsmedewerker van de Tweede Kamerfractie van PRO, Ton Langenhuyzen.
Hoewel je het niet zou zeggen, zeker als je naar Ton kijkt uiteraard,
werkt hij hier al ongeveer even lang als dat ik oud ben. Ik denk dat
veel politici zich dan afvragen: hoe doe je dat, Ton? Ik denk dat het
vooral iets anders aangeeft, namelijk dat politici uiteindelijk
vervangbaar zijn, maar dat de mensen achter de schermen onmisbaar zijn
om dit Kamerwerk goed te kunnen doen. Daar wil ik ze vanaf deze plek ook
heel hartelijk voor danken. Mocht ik het dan verkloten vanuit vak K … Ik
weet niet of dat het woord is dat je vanuit vak K hoort te gebruiken,
maar goed. Als dat zo is, dan is dat echt volledig aan mij, maar alle
complimenten die u gisteren al heeft gegeven voor deze wet, geleid ik
heel graag door naar de ondersteuning achter mij.
Voorzitter. Ik ga proberen, gelet op de tijd, om wel volledig te
antwoorden maar toch dat enigszins kort en bondig te doen. Ik zal dat
doen aan de hand van de welbekende blokken, maar voordat ik u ga
mededelen in welke blokken ik ga antwoorden, wil ik toch ook nog een
paar inleidende woorden met u delen over dit
initiatiefwetsvoorstel.
Je kind naar school of de kinderopvang brengen. Met de fiets, trein of
auto in de drukke ochtendspits naar het werk of toch eerst nog eventjes
naar de huisarts en kunnen rekenen op goede zorg als dat nodig is. Met
een goed idee een bedrijf beginnen en ervan dromen dat jouw start-up het
succesverhaal van morgen wordt. Het zou zomaar een doodnormale
donderdagochtend kunnen zijn voor miljoenen gewone mensen in ons land.
En misschien is dat wel wat we van de politiek mogen verwachten: dat
gewone leven goed regelen, eerlijk en met het algemeen belang voorop.
Want wat is er eerlijk aan als de winst van enkelen zwaarder weegt dan
het algemeen belang? Wat is er eerlijk aan als gewone mensen steeds
minder te kiezen hebben, maar de prijzen van de zorg, de dierenarts of
de kinderopvang steeds hoger worden? En wat is er eerlijk aan als een
goed idee niet de kans krijgt om uit te groeien tot een succesvolle
onderneming, omdat een gevestigd bedrijf een start-up opkoopt met maar
één doel: innovatie en de concurrentie van morgen uitschakelen?
Eerlijk is het als we beschermen wat van waarde is en goed zorgen voor
wat van ons allemaal is. Eerlijk is het als we kiezen voor het algemeen
belang boven de winst van enkelen. Dat is een eerlijke economie en daar
moet deze wet aan bijdragen. Deze wet geeft de Autoriteit Consument
& Markt, de toezichthouder, de mogelijkheid om ook potentieel kleine
maar toch schadelijke overnames te kunnen onderzoeken en tegen te
houden, en zo te voorkomen dat er steeds meer economische macht in
steeds minder handen terechtkomt.
Voorzitter. Ik zeg er nadrukkelijk bij: deze wet verbiedt ondernemen
niet. Hij maakt het juist om mogelijk om goed te blijven ondernemen.
Overnames blijven mogelijk. Fuseren blijft mogelijk. Maar alleen daar
waar een onevenredige hoeveelheid marktmacht ontstaat, die onwenselijk
is, geven we de toezichthouder de mogelijkheid om dan in het algemeen
belang in te grijpen.
Voorzitter. Laat ik nog heel even kort schetsen hoe dat dan zou kunnen
gaan, de werking van het instrument van de inroepbevoegdheid. Op het
moment dat een fusie of een overname — we noemen dat ook wel
concentratie — wordt gemeld bij de ACM of die publiek kenbaar wordt
gemaakt, heeft de ACM vier weken de tijd om te zeggen: ik wil graag meer
informatie over deze fusie of overname, over deze concentratie. Na het
ontvangen van die aanvullende informatie, heeft de ACM vervolgens nog
eens vier weken de tijd om te beslissen of zij deze overname of fusie
dan inroepen, zoals dat heet. Ik zeg daarbij dus, ook in de richting van
de heer Claassen — ik zie hem nu niet — dat dat is hoe het werkt en dat
dit de termijnen zijn die dus ook voor de ACM gelden, heldere termijnen
waarbinnen zij dus deze besluiten maken, waar ook nog eens bezwaar en
beroep tegen mogelijk is. Mocht de ACM ervoor kiezen om zo'n fusie of
overname binnen te halen, gelden vanaf dat moment de gewone
mededingingsregels zoals we die nu ook al hebben opgeschreven in de
Mededingingswet en de procedures van de ACM zoals die nu ook al
zijn.
Voorzitter. Dat gezegd hebbende, is het denk ik … Ik dacht: het is goed
om dat nog even te herhalen, ook in de richting van de heer Claassen.
Die had daar namelijk wat opmerkingen en vragen over: hoe werkt dat nou
precies en hoelang duurt het nou voordat de ACM een besluit neemt? Ik
hoop dat hiermee te hebben opgehelderd.
Voorzitter. Dan ga ik, na deze algemene woorden en het schetsen van de
werking van het instrument, over tot de beantwoording van de meer
specifieke vragen en dat doe ik aan de hand van de volgende blokjes. Ik
ga het eerst kort hebben over de noodzaak en de reikwijdte van het
instrument. Dan de balans tussen de belasting voor het bedrijfsleven en
het algemeen belang natuurlijk. Daar moeten we een goede balans in
vinden. Bij dat blokje ga ik het ook hebben over de zogenoemde
"omzetdrempels". Daar is het veelvuldig over gegaan. Ik ga het hebben
over de rechtszekerheid in het derde blok en over het effect op de
economie en de ATR. Ik kijk de heer Kisteman aan. In het vierde blokje
kom ik daar echt uitgebreid op terug. Ik zal heel kort stilstaan bij een
invoeringstoets en een evaluatie. Tot slot heb ik nog een enkele overige
vraag, waarbij ik onder andere stil zal staan bij het amendement van de
heer Prickaertz over een meldpunt. Dat komt dus aan het einde terug. Ik
zal overigens de amendementen gaandeweg proberen te appreciëren, maar ik
zal voor de volledigheid ook aan het einde nog even kort terugkomen op
de appreciatie van alle amendementen.
Dan eerst de noodzaak en de reikwijdte van het instrument. Eigenlijk
zeiden vrijwel alle leden, op een enkeling na: we zien verschillende
ontwikkelingen die wij potentieel onwenselijk vinden, zoals de
zogenaamde "killer acquisitions" waarbij een gevestigd bedrijf een
veelbelovende start-up opkoopt en daarmee innovatie in de kiem smoort.
Daar hadden verschillende leden het over, maar veel leden wezen vooral
ook op die serie van kleine overnames, in de kinderopvang, in de
huisartsenzorg en bijvoorbeeld bij de dierenartsen, die ertoe zouden
kunnen leiden dat er een te grote marktmacht ontstaat in een bepaalde
regio of regionale markt, wat vervolgens een nadelig effect zou kunnen
hebben op de kwaliteit of de prijs. Veel van uw leden zeiden daarom:
daarom steunen wij het instrument van zo'n inroepbevoegdheid. De OESO
ziet eigenlijk een toename van dit soort kleine overnames en ook de ACM
ziet een toename van dit soort kleine overnames, dus willen we kunnen
ingrijpen voor het te laat is.
Ik vond dat de heer Schoonis dat eigenlijk wel mooi verwoordde aan de
hand van een goed voorbeeld. Hij zei: "Weet u nog dat voorbeeld van
PostNL dat Sandd overnam? Toen kwamen we er eigenlijk na jaren achter
dat we dat niet hadden gewild en dat dat niet had gemogen, maar toen was
het al te laat." En precies dat wil je voorkomen. Het was volgens mij de
heer Prickaertz die heel duidelijk zei — ik citeer hem even: "We moeten
voorkomen dat we een systeem bouwen waarmee de ACM pas kan optreden
nadat de schade al is aangericht. De inzet moet niet alleen zijn om
achteraf marktmacht te repareren. De inzet moet zijn om die marktmacht,
waar mogelijk, tijdig te signaleren en te voorkomen." Ik dacht: dat is
me uit het hart gegrepen. Precies dat is inderdaad het doel van deze
wet. Ik zeg er ook bij in de richting van de heer Prickaertz: het is
niet alleen bedoeld om consumenten te beschermen, maar het is natuurlijk
ook bedoeld om bedrijven onderling te beschermen. De heer Prickaertz
verwoordde zijn voorbeeld heel mooi, vond ik. Dat was een persoonlijk
voorbeeld. Hij was zelf de ondernemer, die in dit geval — ik moet even
terugkijken — private labeldrinks verkocht en daarvoor dus digitale
printtechnieken voor die labels nodig had. Zoals de heer Prickaertz dat
mooi vertelde, had hij in het verleden keuze uit verschillende bedrijven
die die druktechniek konden toepassen, maar werden vervolgens al die
bedrijven door een private-equitypartij opgekocht, ging de prijs omhoog
en was de onderneming van de heer Prickaertz daar de dupe van. Precies
dat wil je kunnen voorkomen met deze wet. Ik hoop daarmee ook de heer
Prickaertz gerust te stellen dat deze wet niet alleen consumenten, maar
ook ondernemers kan beschermen.
Voorzitter. Eigenlijk zie je in de economie die we vandaag de dag kennen
gelukkig heel veel dingen goed gaan. Af en toe zie je echter een aantal
schadelijke trends waarbij een grote partij of een private-equitypartij
een serie aan overnames doet die leidt tot te veel marktmacht. Dat zijn
trends, symptomen die we kennen van het Angelsaksische
aandeelhoudersmodel. Dat is eigenlijk altijd gericht op het maken van
kortetermijnwinsten en op hoog rendement. Het belang van aandeelhouders
staat hierbij voorop. Dat staat in zo'n ontzettend schril contrast met
het Rijnlandse model, waar Nederland zo groot mee is geworden. Daarin
zijn de belangen van zowel aandeelhouders als werknemers alsook de
samenleving nevenstaand. Het Rijnlandse model past heel goed bij deze
wet. Ik kan eigenlijk beter zeggen: deze wet past heel goed binnen de
Nederlandse traditie van het Rijnlandse model. Dat is iets wat mij als
sociaaldemocraat ook na aan het hart ligt. Maar ik kan me ook goed
voorstellen, zeg ik in de richting van mevrouw Bühler van het CDA — ik
kijk met een schuin oog naar de minister, die hier natuurlijk namens ons
allemaal en namens de Kroon zit, maar toch — dat dit past binnen de
christendemocratische traditie van goed rentmeesterschap en een eerlijke
economie, waarin je juist alle belangen van werkgevers, aandeelhouders,
werknemers en de samenleving goed met elkaar in balans probeert te
brengen.
Voorzitter. Dat brengt mij bij mijn volgende blokje: de balans tussen
aan de ene kant het dienen van het algemeen belang en aan de andere kant
het voorkomen dat dat leidt tot onevenredig veel lasten voor het
bedrijfsleven. Hoe doen we dat nou? Ik denk dat ik hier ietsjes langer
bij moet stilstaan, omdat er veel vragen over zijn geweest, met name
over de drempels die in deze wet zitten.
De heer Van der Lee begon met de vraag: waarom heeft u überhaupt zo'n
asymmetrische drempel van 30 miljoen ingebouwd, die ervoor zorgt dat op
het moment dat er sprake is van een overname, de ACM alleen gebruik kan
maken van haar inroepbevoegdheid op het moment dat een van beide
partijen een omzet van 30 miljoen heeft? Dat zat in het oorspronkelijke
voorstel nog niet, zei hij. De heer Van der Lee heeft volkomen gelijk
dat dat nog niet in het oorspronkelijke voorstel zat. Mijn gedachte
daarachter was dat we ook alle kleine overnames willen kunnen toetsen.
Die zouden namelijk weleens schadelijk kunnen zijn. Tegelijkertijd — dan
kom ik ook op het punt van balans — moet ik ook constateren dat we er na
de consultatieronde, maar ook na het advies van de Raad van State toch
voor hebben gekozen om zo'n asymmetrische drempel van in dit geval 30
miljoen in de wet op te nemen, omdat we daarom meer zekerheid geven aan
het bedrijfsleven over waar ze aan toe zijn. We zorgen er op deze manier
ook voor dat niet alle kleine overnames onder die inroepbevoegdheid
vallen, maar dat alleen degene die het meest schadelijk zouden kunnen
zijn onderzocht worden door de ACM. Dat is niet mijn eigen opvatting,
maar de ACM zei: wij verwachten dat we alleen overnames waarbij een van
de partijen meer dan 30 miljoen omzet het liefste zouden onderzoeken.
Ook daarin volg ik in die zin de ACM. Ik denk dat het wetsvoorstel dat
nu voorligt, dus met zo'n asymmetrische omzetdrempel, echt is veranderd
ten opzichte van het initiële voorstel. Dat zorgt uiteindelijk voor een
betere balans. Ik denk dat die balans goed is gevonden na de
consultatieronde en na het advies van de Raad van State goed gelezen te
hebben, zeg ik in de richting van mevrouw Nanninga. Dat advies kwam
overigens overeen met een dictum b.
Voorzitter. De heer Schoonis van D66 vroeg: hebben we dan geen blinde
vlekken als we zo'n omzetdrempel in de wet inbouwen? De eerlijkheid
gebiedt te zeggen: ja, we hebben een aantal blinde vlekken. De heer Van
der Lee had heel goed uitgezocht — ik zou dat niet durven betwisten —
hoeveel bedrijven in Nederland nou een omzet van meer dan 30 of 40
miljoen euro draaien. De meeste kleine bedrijven hebben een lagere
omzet. Laat ik even in perspectief plaatsen welke bedrijven eventueel
wel in aanmerking zouden kunnen komen voor zo'n inroepbevoegdheid met
zo'n asymmetrische drempel van nu nog 30 miljoen euro, maar wellicht —
we gaan het zien — straks 50 miljoen euro, met de wijziging die
voorligt. Denk bijvoorbeeld aan kinderopvang Partou of kinderopvang
Kindergarden: allemaal grote ketens, u allen welbekend, denk ik. Die
draaien allemaal omzetten van honderden miljoenen. Stel dat zij zo'n
overname hadden gedaan of nog meer overnames zouden willen doen, dan zou
met deze wet de ACM in theorie de bevoegdheid krijgen om dat te
onderzoeken en zo nodig tegen te houden. Daarmee zeg ik niet dat de ACM
dat zou gaan doen; dan ga ik te veel op de stoel zitten van de ACM, die
toch een zelfstandig bestuursorgaan is. Maar met deze inroepbevoegdheid
zouden zij bijvoorbeeld in de kinderopvang bij Partou en bij
Kindergarden, maar ook bij de dierenartsen van Evidensia, die negatieve
gevolgen nog steeds kunnen onderzoeken met een omzetdrempel van 30
miljoen of 50 miljoen. Ik denk dat het goed is om dat ook te
benoemen.
Voorzitter. Dan volgende vraag, ook van D66: "De ACM bepleit eigenlijk
zowel een inroepbevoegdheid als het generiek verhogen van de
omzetdrempels. Waarom heeft de indiener ervoor gekozen om die
omzetdrempels niet ook generiek te verhogen?" Daarbij was eveneens de
afweging dat ik het vooral belangrijk vind dat we al die kleine
overnames ook kunnen toetsen. De tweede afweging was: ik ga nu vooral
een instrument maken, zo'n inroepbevoegdheid. Die algemene omzetdrempels
verhogen, vind ik iets dat misschien wel los zou kunnen staan van deze
wet. Ik moet wel eerlijk zeggen dat ik me, ook gegeven het debat in deze
Kamer, nu ik goed heb geluisterd naar de zorgen van de heer Kisteman
over de regeldruk voor het bedrijfsleven, maar ook naar mevrouw Bühler,
best wel wat kan voorstellen bij het algemeen verhogen van die
omzetdrempels. Als je dat doet, zorg je er namelijk voor dat de lasten
voor heel veel bedrijven lager worden, en geef je tegelijkertijd de ACM
met deze inroepbevoegdheid de mogelijkheid om alleen daar waar het nodig
is echt heel gericht te kunnen ingrijpen. Ik denk dat we dan weer
terugkomen op het vinden van die goede balans.
Ik hoop dus ook dat inderdaad ... Ik licht nu al een klein tipje van de
sluier op over het amendement van mevrouw Bühler voor het algemeen
verhogen van de omzetdrempels: dat is iets dat niet aan mijn wet raakt,
in die zin dat het in de wet staat, dus de appreciatie volgt van de
minister. Maar als ik daar iets over mocht zeggen, dan kan ik me er iets
bij voorstellen, omdat het volgens mij inderdaad bijdraagt aan een goede
balans tussen aan de ene kant minder lasten voor het bedrijfsleven en
aan de andere kant een gerichte inroepbevoegdheid, die het voor de ACM
mogelijk maakt om in te grijpen wanneer dat nodig is.
De heer Kisteman (VVD):
Dat klinkt natuurlijk interessant. Bedoelt de heer Bushoff daarmee dat
hij meent dat er toch kans bestaat op regeldruk, nu hij die drempel wil
verhogen?
De heer Bushoff (PRO):
Ik denk dat het verhogen van een omzetdrempel zorgt voor lagere
regeldruk, in die zin dat minder bedrijven dan onder het huidige
mededingingstoezicht ervoor in aanmerking zouden komen om door de ACM
onderzocht te worden. Dat staat helemaal los van mijn wet. Onder de
huidige Mededingingswet kunnen bedrijven nu al door de ACM onderzocht
worden. Zo meteen, stel dat de omzetdrempels verhoogd worden, kunnen wat
minder bedrijven onderzocht worden door de ACM. Ik denk dat dat
enerzijds ervoor zorgt dat sommige bedrijven wat minder te duchten
hebben van de ACM en dat dat aan de andere kant ook de werklast van de
ACM wat zou kunnen verlichten.
De heer Kisteman (VVD):
In reactie op de schriftelijke inbreng waarin wij vroegen om een
ATR-toets zei de heer Bushoff: de regeldruk is minimaal, is
verwaarloosbaar, dus dat gaan we niet doen. Maar nu zegt de heer
Bushoff: misschien moeten we toch die drempel maar verhogen om de heer
Kisteman een beetje tegemoet te komen, want misschien is er toch wel
iets van regeldruk. Interpreteer ik hem nou verkeerd of is hij tot het
inzicht gekomen in de eerste termijn dat er misschien toch regeldruk uit
deze inroepbevoegdheid voort kan komen?
De heer Bushoff (PRO):
Volgens mij worden er twee dingen door elkaar gehaald door de heer
Kisteman. In de eerste plaats is er nu al een Mededingingswet die het
mogelijk maakt voor de Autoriteit Consument & Markt om overnames te
toetsen met een omzet boven 30 miljoen of, Europees gezien, wanneer ze
opgeteld een omzet van meer dan 150 miljoen hebben. Op het moment dat je
deze omzetdrempels van 30 miljoen naar 50 of 75 miljoen verhoogt, komen
er, onder het huidige mededingingstoezicht al, minder bedrijven in
aanmerking om onderzocht te worden door de ACM. Ik denk dat dat in de
eerste plaats de werklast van de ACM verlaagt en in de tweede plaats
betekent dat voor bedrijven die onder de nieuwe omzetdrempels vallen,
dat zij zeker weten dat zij in principe niet onderzocht worden door de
ACM. Dat staat los van mijn wet, een inroepbevoegdheid. Daarmee blijft
de werklast voor de ACM heel beperkt, denk ik, en zeker voor bedrijven
die niks te duchten hebben als ze zich aan de mededingingsregels houden.
Maar door aan de andere kant die omzetdrempels wat te verhogen weten we
één ding zeker: de werklast wordt voor de ACM minder, wat de werklast
die ze er in beperkte mate bij zouden krijgen met deze inroepbevoegdheid
wellicht weer compenseert. Ik denk dat we dan een goede balans vinden —
vooral voor de ACM, maar ook wel voor het bedrijfsleven.
Mevrouw Nanninga (JA21):
We zijn nu weer binnen het probleem aan het redeneren, hè? We hebben het
over drempels die je een beetje kunt verhogen of verlagen; dan is meneer
Kisteman blij en meneer Van der Lee niet en noem maar op. Het
fundamentele, principiële probleem blijft natuurlijk dat dit een
generieke bevoegdheid blijft voor de hele economie. Dat is het probleem.
Daar verandert een drempel natuurlijk niks aan.
De heer Bushoff (PRO):
Twee dingen. Eén. Mocht het zo zijn dat de heer Kisteman inderdaad blij
is en de heer Van der Lee niet, dan zoeken we blijkbaar het midden op.
Laten we kijken wie zich daar allemaal in thuis voelen, zou ik zeggen.
Op de tweede plaats zegt mevrouw Nanninga dat het voor de hele economie
geldt en dat dat een probleem zou zijn, maar om heel eerlijk te zijn,
zie ik dat helemaal niet als een probleem. Ik denk juist dat dat heel
hard nodig is. De heer Schoonis had het prachtige voorbeeld van PostNL
en Sandd, waar na jaren eigenlijk pas bleek: deze overname had eigenlijk
niet gemogen en hadden we niet gewild. Toen was het al te laat. Om dus
in de woorden van de heer Prickaertz te spreken: je wil voorkomen dat
het te laat is en je pas achteraf kunt ingrijpen, terwijl een
concentratie al tot stand is gebracht. Dat is voor niemand fijn; dat is
ook voor bedrijven die die concentratie al hebben doorgemaakt, die fusie
of overname al hebben doorgemaakt, het laatste wat je wil.
Je wil aan de voorkant duidelijkheid verschaffen over of een
concentratie doorgang kan vinden, ja of nee. Precies daaraan draagt deze
wet bij. Dat is de eerste reden dat het nodig is om het wel degelijk
economiebreed in te zetten. Je kunt namelijk niet aan de voorkant zeggen
in welke sector het wel of niet nodig zou zijn. Als dat de redenatie zou
zijn, zou je dit instrument pas kunnen inzetten op het moment dat je
ziet dat het in een sector al mis is gegaan, en dus te laat is, en dat
wil je juist niet. Bovendien — tot slot, voorzitter — kwam in de inbreng
van de Kamer al even aan bod dat het gaat over onder andere de
kinderopvang, dierenartsen, garagebedrijven, postbezorging en digitale
stickerdrukkerijen. Kortom, het beslaat ook de hele economie. Dat is dus
ook een reden om dit economiebreed in te zetten.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dat is dus precies het probleem, want dit is een sleepnet dat we over
onze hele economie uitrollen. Is het leuk als je allerlei problemen en
ongelukken van tevoren zou kunnen zien en voorkomen? Ja, prachtig. Maar
om daar nou zo'n 100%-wet op van toepassing te laten zijn, zo van: we
gooien dat sleepnet maar uit … Ja, je haalt vast wel iets boven water.
Ik heb dat niet verzonnen, hè. Ik heb gesproken met de Dutch Startup
Foundation en die zeggen: we hebben hier gewoon onwijs veel last van.
Het is onwijs veel regeldruk voor zo'n ongericht middel. In sectoren
waar het misgaat, kun je dat toepassen en kun je er wat scherper op
zijn. Dat is ook hoe strafrecht werkt. Als wij van deur tot deur
huiszoekingen gaan houden, garandeer ik u dat we heel veel misdaad gaan
voorkomen en illegale spullen gaan vinden, maar dat is niet wat we
moeten willen.
De voorzitter:
Uw vraag?
Mevrouw Nanninga (JA21):
Het is een chilling effect en het is een regeldruk van heb ik jou daar.
De start-ups hebben daar ontzettend veel meer last van voor de paar
problemen die je daarmee voorkomt.
De voorzitter:
Meneer Bushoff, bent u het daarmee eens?
De heer Bushoff (PRO):
Ik denk dat er een paar dingen door elkaar worden gehaald. Laat ik dus
proberen daar opheldering over te geven. In de eerste plaats wordt deze
bevoegdheid natuurlijk alleen ingezet op basis van de bestaande
Mededingingswet, namelijk op het moment dat er sprake van is dat een
concentratie, een fusie of een overname, de concurrentie significant zou
kunnen belemmeren. Alleen als dat het geval is, zal de ACM kunnen
overwegen om deze inroepbevoegdheid te gebruiken. De ACM heeft daarvan
al gezegd: dat zullen we waarschijnlijk helemaal niet honderden keren
hoeven doen. Met andere woorden, er is helemaal geen sprake van een
sleepnet; er is sprake van een gericht instrument. Wanneer geweld
aangedaan wordt, wat nu al in de Mededingingswet staat, kan de
toezichthouder ingrijpen.
Tot slot, voorzitter. Ja, ik ben toch eens nagegaan in hoeveel andere
Europese landen ze deze bevoegdheid al hebben. Dat zijn er heel veel. Ik
heb nagevraagd en laten uitzoeken of er minder overnames en fusies zijn
geweest nadat deze inroepbevoegdheid in al die andere Europese landen is
ingevoerd. Dat was niet het geval. Het enige verschil is dat een enkele
kwaadwillende fusie of overname is tegengehouden, maar in al die andere
Europese landen heeft het dus niet geleid tot minder fusies en overnames
of tot onredelijke werkdruk. Het is een angstbeeld dat gewoon niet
klopt, wat mevrouw Nanninga hier schetst.
De voorzitter:
Mevrouw Nanninga een laatste, korte interruptie.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dat is natuurlijk een drogreden, want een bedrijf dat niet wordt
overgenomen, kun je niet meenemen in je statistieken. Wij hebben
gesproken met investeerders en met start-ups die er wel degelijk last
van hebben. Natuurlijk geldt dat niet voor alle. Stel dat ik meneer
Bushoff een schaaltje met 100 M&M's geef en dat ik zeg: ja er zijn
er maar 3 giftig. Ik denk niet dat hij dan vrolijk een handje M&M's
gaat eten. Dat is een schuwheid, een chilling effect, dat hij met dit
wetsvoorstel in de markt brengt en waarmee hij investeerders en
start-ups kopschuw maakt. Het is echt een onnodige complicatie. Het is
met een kanon op een mug schieten. Hij blijft dan volhouden: in andere
landen doen ze het ook en daar heeft het helemaal geen schade
opgeleverd. Dat kun je dus niet zien. Een bedrijf dat niet wordt
overgenomen of niet wordt opgericht, kun je niet meten. Vanuit het veld
horen wij echt andere geluiden.
De heer Bushoff (PRO):
Als we dan toch werken met statistieken: in andere Europese landen is
vergeleken of in de jaren voordat deze inroepbevoegdheid werd ingevoerd,
er meer overnames waren in al die segmenten dan erna. Dat was niet het
geval. Dat is één. Twee. Er wordt hier ook gezegd dat het investeerders
af zou kunnen schrikken. Deze wet gaat niet over investeren in een
bedrijf. Investeerders kunnen nog steeds doen wat ze willen met hun geld
en bedrijven stimuleren, in bedrijven investeren of een aandeel nemen in
een bedrijf. Op al die dingen is deze wet niet van toepassing. Deze wet
is alleen van toepassing op het moment dat er een fusie of overname
plaatsvindt. Dat heeft dus niks te maken met investeerders die door dit
instrument het Nederlandse bedrijfsleven zouden mislopen. Dat hebben we
in andere landen ook niet gezien.
De voorzitter:
Meneer Kisteman, u had al twee vragen in dit blokje gesteld. Ik geef u
nu dus de kans om nog één vraag te stellen.
De heer Kisteman (VVD):
Is dat een nieuwe regel, voorzitter?
De voorzitter:
Ik denk aan drie vragen per blokje. Dan schieten we een beetje op deze
avond. Maar doet u uw best om uw vraag scherp te stellen, dan komt het
vast goed.
De heer Kisteman (VVD):
Zoals u weet, ben ik kort van stof. Ik ga er wel van uit dat ik iets
meer de tijd krijg, want ik heb gewoon een vraag en ik weet niet hoe de
heer Bushoff gaat reageren. Mijn vraag gaat over PostNL en Sandd. De
heer Bushoff zegt: als de ACM deze bevoegdheid had gehad, dan hadden we
achteraf niet die ellende gehad en had die overname niet kunnen
plaatsvinden. De ACM heeft een negatief advies gegeven voor deze fusie.
Is de heer Bushoff daarvan op de hoogte?
De heer Bushoff (PRO):
Eén. Ja. Twee. Ik vond dat de heer Schoonis een mooi voorbeeld noemde
toen hij aangaf dat we achteraf hebben geconcludeerd dat we zo'n
overname niet wilden, maar toen was het al te laat en konden we die niet
terugdraaien. Het was dus meer een prachtig spreekwoordelijk voorbeeld
dat laat zien, in de woorden van de heer Prickaertz, dat je wil
voorkomen dat er een fusie plaatsvindt waar je achteraf spijt van hebt.
Dat is wat deze wet ook beoogt.
De heer Kisteman (VVD):
De ACM …
De voorzitter:
Meneer Kisteman, ik geef u het woord voor een korte vervolgvraag.
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter. De ACM gaf van tevoren aan dat die fusie niet moest
plaatsvinden. Weet de heer Bushoff wie ervoor heeft gezorgd dat die
fusie door moest gaan? Dat was de Tweede Kamer. De Tweede Kamer heeft
aan de minister gevraagd om het advies van de ACM ongedaan te maken. Er
waren twee partijen die toen hebben tegengestemd. Dat waren de partij
van de heer Schoonis, D66, en de VVD. De partij van de heer Bushoff was
hier voorstander van. De ACM had de tools om dit te voorkomen dus al,
maar de Kamer heeft het vervolgens tegengehouden. Zorgt die
inroepbevoegdheid, als die er straks komt, er dan ook voor dat de partij
van de heer Bushoff daarna rustig blijft zitten als de ACM een advies
geeft, of gaat de politiek daar dan vervolgens weer tegen in?
De heer Bushoff (PRO):
Een paar dingen. Eén. Het is wel grappig hoe een spreekwoordelijk
voorbeeld, dat alleen liet zien dat voorkomen beter is dan genezen —
meer dan dat was het niet; althans, zo heb ik het voorbeeld van de heer
Schoonis geïnterpreteerd — nu enorm mythische proporties krijgt door de
heer Kisteman. Ik denk dat dat deze wet geen recht doet. Laten we op de
inhoud focussen. Wat ligt hier voor? Hier ligt een wet voor die regelt
dat op het moment dat de mededinging ernstig in het geding is, de
concurrentie ernstig beperkt wordt, de ACM de mogelijkheid heeft om
kleinere overnames, die nu onder de radar blijven, alsnog te
onderzoeken. Dat ligt voor. Laten we nou proberen om het inhoudelijke
debat daarover te voeren, zeg ik tegen de heer Kisteman. Ik kom zo
meteen in een ander blokje nog op de effecten op de economie en het ATR.
Wellicht kunnen we dan het inhoudelijke debat daarover nog goed voeren.
Ik denk echt dat we elkaar wel kunnen vinden. In mijn idee heb ik ook de
heer Kisteman horen zeggen dat er best weleens overnames kunnen zijn die
de VVD onwenselijk vindt. Als er op een gegeven moment te weinig
concurrentie is, kan dat schadelijk zijn voor onze economie. Dat zijn
volgens mij geen gekke termen die voor de VVD of de heer Kisteman als
heel erg klinken. Sterker nog, ik heb de heer Kisteman zelf gelukkig ook
horen zeggen dat hij zich kan voorstellen dat er situaties zijn waarin
het onwenselijk is dat er een monopolie ontstaat. Precies daarvoor is
deze wet: om dat te kunnen voorkomen. Het gebeurt soms namelijk ook door
een hele serie aan kleine overnames.
De heer Prickaertz (PVV):
Ik merk dat er een beetje een discussie ontstaat over de omzetdrempel.
In de initiatiefwet van meneer Bushoff staat 30 miljoen. Het CDA stelt
50 of zelfs 75 miljoen voor. Maar hetgeen waar wij het elke keer over
hebben, zijn de verstoorde marktconcentraties, bijvoorbeeld
dierenartsen, kinderopvang en noem het allemaal maar op. Dat zijn
allemaal groepen bedrijven die vaak al ver onder de 30 miljoen omzet
opereren. Althans, meestal is er geen onderdeel dat meer dan 30 miljoen
omzet draait. Hoe denkt de heer Bushoff dat deze wet in de toekomst
ervoor gaat zorgen dat ook verstoorde marktconcentraties onder die
omzetdrempel, ongeacht of die 30, 50 of 75 miljoen is, tijdig op de
radar komen en dat daarbij ook gewoon tijdig ingegrepen kan worden door
de ACM? Dat vind ik een hele belangrijke vraag. U gaf het zelf al aan:
voorkomen is beter dan genezen. Hoe kan op een gegeven moment daar
ingegrepen worden? Dat vind ik een interessante vraag.
De voorzitter:
Helder.
De heer Bushoff (PRO):
Dat kan op een aantal manieren. De ACM maakt nu al gebruik van openbare
bronnen. Fusies en overnames moeten worden gepubliceerd. De ACM maakt
van die publicaties gebruik om te kijken, van: hé, zit er iets tussen
waarvan wij denken dat wij er nader onderzoek naar willen doen? Dat is
één mogelijkheid.
Twee. Er is nu ook al de mogelijkheid dat bedrijven zich zelf melden bij
de ACM met een fusie of overname, omdat ze graag op voorhand zekerheid
willen van de ACM of zeggen: "Goh, wij gaan fuseren. Kunt u dit
onderzoeken? Denkt u dat het nodig is om dit te onderzoeken?"
Een andere mogelijkheid is bijvoorbeeld een meldpunt. Daar had de heer
Prickaertz het zelf ook over. Op zichzelf geeft de huidige
Mededingingswet al de mogelijkheid aan derden om een melding te doen bij
de ACM om te zeggen: we zien dat hier mogelijk iets niet goed gaat. Dat
is gelukkig iets wat ook al in de huidige Mededingingswet staat.
Tegelijkertijd denk ik eigenlijk dat het idee van de heer Prickaertz —
hij heeft daar volgens mij ook een amendement voor ingediend; daar kom
ik later op — best een sympathiek idee is, juist om ervoor te zorgen dat
de ACM niet alleen een instrument heeft dat ze zou kunnen inzetten, maar
ook goed op de radar heeft wanneer ze dat moet inzetten. Ik kom er dus
later nog op, maar ik denk dat dat best een sympathiek idee is.
De heer Prickaertz (PVV):
Ik ben blij te horen dat meneer Bushoff sympathiek staat tegenover ons
amendement om een meldpunt te organiseren waar dit soort dingen tijdig
aangegeven kunnen worden. Dat klinkt goed.
De heer Bushoff (PRO):
Voorzitter, zal ik voor het gemak dan gelijk naar dit amendement gaan?
We hebben dit punt toch bij de kop. Dat scheelt zo meteen aan de
achterkant weer tijd. Wellicht is het dus goed als ik iets zeg over dit
amendement, op stuk nr. 15, van de heer Prickaertz.
Het idee van een meldpunt deel ik helemaal. Er zijn al mogelijkheden toe
in de huidige Mededingingswet, dus volgens mij sluit het amendement in
die zin aan bij een goede praktijk en kan het de ACM inderdaad helpen om
overnames die mogelijk schadelijk zijn, op de radar te krijgen. Ik heb
echter een enkel technisch probleempje met het amendement, maar ik denk
dat we daaruit kunnen komen, dus laat ik u daardoorheen lopen.
In de eerste plaats: als het amendement in de huidige vorm zou worden
aangenomen, zou dat betekenen dat de ACM na een melding van een derde
gelijk een onderzoek zou moeten starten, zonder dat ze daar eerst zelf
informatie over zou kunnen opvragen en er dan haar oordeel over kan
vellen. Ik kan mij voorstellen dat dat niet de bedoeling is. Het moet zo
zijn dat wanneer er een melding van een derde is, de ACM vervolgens
informatie gaat opvragen en dan een eigen oordeel maakt over de vraag:
willen wij deze melding verder onderzoeken, ja of nee? Dat is tenminste
wat ik hoop dat ook de heer Prickaertz beoogt. Er is een kleine
technische wijziging voor nodig om dat te bewerkstelligen, dus ik hoop
dat we die wijziging kunnen doorvoeren in het amendement. Dat is
één.
Het tweede punt is dat in mijn huidige wetsvoorstel termijnen staan
waarbinnen de ACM moet handelen, bijvoorbeeld: binnen vier weken nadat
zij extra informatie heeft gekregen, moet zij een besluit nemen over de
vraag of zij een fusie wel of niet verder wil onderzoeken. In het
amendement van de heer Prickaertz staan die termijnen niet, omdat het
net op een verkeerd artikel in de wet is geamendeerd. Als we dat dus ook
zouden kunnen aanpassen, dus dat die termijnen ook gelden, dan zou ik
het amendement oordeel Kamer kunnen geven, maar het is wel echt nodig
dat we deze twee aanpassingen technisch doen. Als de heer Prickaertz
daartoe bereid is, dan stuur ik hem de aanpassingen gelijk na afloop van
dit debat toe. Met die aanpassingen zou ik het amendement dan oordeel
Kamer kunnen geven.
De voorzitter:
Meneer Prickaertz lijkt daar positief op te reageren.
De heer Bushoff (PRO):
Dan gaan we die aanpassingen doorvoeren. Dan kan ik daar zeker goed mee
uit de voeten en delen we volgens mij het doel van het amendement en van
de wet.
Voorzitter. Dat scheelt alweer aan de achterkant en dat scheelt ook iets
in de tijd.
De voorzitter:
Gaat u verder.
De heer Bushoff (PRO):
Ik ga verder waar ik gebleven was. Ik denk dat het goed is om dan ook
het blokje over de balans en de omzetdrempels waar we het over hadden,
af te ronden, maar niet voordat ik toch even stil heb gestaan bij de
twee amendementen van mevrouw Bühler van het CDA.
Het kwam al in verschillende interruptiedebatjes naar voren: het
amendement op stuk nr. 13, dat er eigenlijk op ziet dat de omzetdrempel
die nu in de wet zit, van 30 miljoen voor een van beide partijen die een
overname doet, verhoogd wordt naar 50 miljoen. De eerlijkheid gebiedt te
zeggen dat ik in eerste instantie helemaal geen drempel had ingevoerd in
de wet. Na een consultatieronde en het advies van de Raad van State heb
ik ervoor gekozen om een omzetdrempel van 30 miljoen te doen. Ik heb
voor het bedrag van 30 miljoen gekozen omdat dat een bedrag is dat op
dit moment ook gebezigd wordt in de huidige Mededingingswet. Het is
echter wel zo dat dat bedrag al jarenlang niet is geïndexeerd, dus de
facto is het bedrag, die omzetdrempel, daarmee lager geworden. Ik snap
in die zin ook de behoefte om te zeggen "we zouden het graag wat willen
verhogen"; om het eigenlijk gewoon te indexeren, zou je dus kunnen
zeggen. Daar kan ik op zich wel in meekomen. Met dat doel zou ik dus
prima kunnen leven met dit amendement over het verhogen van de
omzetdrempel van 30 naar 50 miljoen.
Dat gezegd hebbende, het tweede amendement gaat over het generiek
verhogen van de omzetdrempels in de Mededingingswet van 30 naar 75
miljoen. Dat is eigenlijk ook een soort van indexatie. De eerlijkheid
gebiedt te zeggen dat dat buiten de scope van deze wet gaat en dat dit
dus eigenlijk iets is voor de minister. Maar omdat ik heb gezegd dat ik
me kan voorstellen dat je een balans zoekt tussen aan de ene kant de
werklast voor het bedrijfsleven en de werklast voor de ACM, en aan de
andere kant een effectief instrument en je de indexatie meeweegt, kan ik
me ook heel goed voorstellen dat dit amendement is ingediend. De exacte
appreciatie moet ik officieel aan de minister laten, maar ik denk dat
hij in mijn woorden kan horen dat ik daar geen bezwaar tegen heb.
Volgens mij heb ik dit blokje daarmee afgerond en mijn appreciatie van
deze twee amendementen gegeven.
Mevrouw Bühler (CDA):
Dank u wel. Ik ben heel blij met deze appreciatie; fijn. Ik heb in het
amendement over de asymmetrische omzetdrempel ook aangegeven dat ik
graag zou willen dat er een mogelijkheid is om deze aan te passen
middels een AMvB. Kunt u daarop reageren?
De heer Bushoff (PRO):
Ja, u heeft helemaal gelijk. We hebben het dan over het amendement op
stuk nr. 13, het verhogen van de omzetdrempel van 30 naar 50 miljoen en
het mogelijk maken om die asymmetrische drempel per algemene maatregel
van bestuur aan te passen. Ik kan me heel goed voorstellen dat we dat
via dit amendement op die manier regelen, ook het verhogen, omdat dat
dat dus het indexeren is. Daarbij wil ik wel zeggen dat we echt ervoor
moeten oppassen dat we de wet botter maken en verder inperken, omdat ik
denk dat de balans dan weer zoekraakt. Maar met dit amendement denk ik
dat we de balans goed kunnen vinden. Aanpassing per algemene maatregel
van bestuur vind ik logisch, want anders zou het telkens een
wetswijziging vragen als uiteindelijk blijkt dat die omzetdrempel toch
weer veranderd dient te worden.
De heer Schoonis (D66):
Een kleine vervolgvraag daarop: kan de verandering ook naar beneden
bijgesteld worden? Dit even voor de zekerheid.
De heer Bushoff (PRO):
In theorie zou dat kunnen, maar ik denk dat dat daarbij minder voor de
hand ligt, omdat het dan vooral een algemene maatregel van bestuur is
die is bedoeld om bijvoorbeeld een inflatiecorrectie te doen, kan ik mij
zo voorstellen. Dus mocht het zo zijn dat er een fundamentele wijziging
van die omzetdrempel plaatsvindt, dan wel enorm hoog, dan wel helemaal
naar beneden … In de huidige wet staat namelijk een omzetdrempel van 30.
Zou die naar nul gaan, dan is dat een dusdanige verandering van de wet
dat ik me kan afvragen of dat dan geschikt is voor een algemene
maatregel van bestuur, of dat het dan netter zou zijn om dat wel via een
wetswijziging te doen. Maar dat heeft vooral met de zorgvuldigheid te
maken.
De heer Schoonis (D66):
Volgens mij gaat het hier niet om de inflatiecorrectie, maar meer over
dat de ACM een keer denkt dat het volgens haar te hoog zit met die 50
miljoen. Dus dat ze het dan naar beneden kan bijstellen. Ik stel dan
gelijk de volgende vraag. Mijn idee of gedachte is dat je beter kan
bijstellen naar boven dan naar beneden, want daarbij ga je van mensen
dingen afpakken of in ieder geval onzekerheid creëren. De wens was dan
ook om met die 30 miljoen te beginnen en pas daarna naar boven te
kijken, nadat je eventueel na een jaar een evaluatie hebt. Dus tja, de
heer Bushoff heeft dit al weggegeven, maar dit verbaasde mij even.
De heer Bushoff (PRO):
Er vindt nog een invoeringstoets plaats. De eerlijkheid gebiedt te
zeggen dat dat waarschijnlijk nog niet oplevert dat we precies weten hoe
deze inroepbevoegdheid werkt. Dat gebeurt namelijk na een jaar, dus die
ziet vooral op een aantal andere zaken. De evaluatie, na vijf jaar of
eventueel na drie jaar — er ligt een voorstel van de Kamer voor om het
te verlagen van vijf jaar naar drie jaar — geeft denk ik beter inzicht
in de vraag of dit instrument adequaat werkt en of er grote of kleine
veranderingen nodig zijn. Het instellen van een algemene maatregel van
bestuur waarmee de omzetdrempel gewijzigd kan worden, kan denk ik
eventueel naar aanleiding van de evaluatie, als daaruit blijkt dat
aanpassing van de omzetdrempel inderdaad nodig is. Ik geef u alleen in
alle redelijkheid en eerlijkheid wel mee dat, op het moment dat dat een
majeure wijziging zou zijn, dus het volledig afschaffen van een
omzetdrempel, dat ver af ligt van de wetsbehandeling die vandaag
voorligt. Ik vind dat dat dan eigenlijk niet bij algemene maatregel van
bestuur zou moeten kunnen, nog los van de vraag of dat
juridisch-technisch überhaupt mogelijk is, maar dat dat dan via de Kamer
zou moeten.
De voorzitter:
Meneer Schoonis, tot slot.
De heer Schoonis (D66):
Tot slot. Wij hebben gezegd dat de asymmetrische en de generieke omzet
eigenlijk communicerende vaten zijn. Toch heeft u besloten om ze allebei
naar boven te trekken. Kunt u daarop reflecteren? Waarom heeft u dat
gedaan?
De heer Bushoff (PRO):
De asymmetrische drempel heb ik überhaupt al ingebouwd in deze wet. Het
idee om de algemene omzetdrempels te verhogen was een wens van zowel het
ministerie als de ACM zelf. Het was ook een wens die kenbaar is gemaakt
in de Kamer, zowel door uw partij als door het CDA, per amendement van
mevrouw Bühler. Het is aan de minister om daar een oordeel over te
vellen, maar ik heb ook al aangegeven dat ik me daar best iets bij kan
voorstellen, gegeven dat het de werklast voor de ACM beperkt en de
regeldruk voor het bedrijfsleven vermindert, maar daar wel een gericht
instrument voor teruggeeft aan de ACM om daar waar dat nodig is te
kunnen ingrijpen.
Tot slot. Dat gerichte instrument wordt in die zin iets minder scherp,
zou je kunnen zeggen, doordat er een omzetdrempel van 30 miljoen, en zo
meteen wellicht 50 miljoen, is ingebouwd. De eerlijkheid gebiedt te
zeggen dat ook de ACM pleitte voor zo'n asymmetrische drempel, waarbij
ze aangaf dat zij verwacht dat de meeste overnames die zij graag zou
willen zien, daarvoor nog steeds in aanmerking komen. Ik heb u ook een
aantal voorbeelden gegeven, van de kinderopvang en de dierenartsen die
in aanmerking zouden komen voor deze inroepbevoegdheid, met een drempel
van 30 miljoen ofwel 50 miljoen, omdat zij gewoon meer omzet draaien.
Dat waren dan de voorbeelden die we allemaal hebben aangehaald als
onwenselijke voorbeelden.
De voorzitter:
Gaat u verder met uw betoog.
De heer Bushoff (PRO):
Voorzitter, ik ga verder. Ik ga naar het volgende blokje. Ik zal
proberen daar vrij snel doorheen te gaan. Dat blokje gaat over
rechtszekerheid. Daar hebben veel woordvoerders het over gehad: mevrouw
Bühler, de heer Claassen, de heer Kisteman, mevrouw Nanninga. Dat gaat
over de rechtszekerheid voor bedrijven en de vraag hoe die geborgd is.
Ik wil daar een aantal dingen snel over zeggen.
Eén. Ik denk dat de rechtszekerheid bevorderd wordt door het feit dat
we, ondanks dat het niet in het initiële wetsvoorstel stond, nu een
omzetdrempel van 30 miljoen hebben ingebouwd. Dat is één.
Twee. Ik denk ook dat het heel goed is om te melden dat het criterium
aan de hand waarvan de ACM toetst of een overname of fusie ingeroepen
wordt, niet verandert. Dat blijft hetzelfde. Dat blijft namelijk het
criterium of een concentratie de mededinging op significante wijze zou
kunnen belemmeren. Dat is overigens vastgelegd in de Europese
Concentratieverordening, om precies te zijn in artikel 2, tweede lid van
de EG-concentratieverordening, nr. 139/2004, en ook in artikel 37,
tweede lid, en artikel 41, tweede lid van de huidige Mededingingswet.
Daarin staan al de criteria op basis waarvan de ACM de afweging maakt of
zij een overname of fusie gaat onderzoeken. Daar verandert deze wet
niets aan. Ook dat geeft volgens mij voldoende rechtszekerheid voor
bedrijven, omdat deze criteria in de praktijk eigenlijk al heel werkbaar
zijn gebleken voor het bedrijfsleven en de ACM.
Dan wordt er ook nog een leidraad gepubliceerd. Die leidraad nam wat
grote proporties aan in het debat in de eerste termijn, maar die
leidraad moet je vooral zien als een inkleuring van de regels die we al
in de huidige mededingingswetgeving — in de Europese verordening en in
onze eigen Mededingingswet — hebben staan. In die leidraad geeft de ACM
veel meer duidelijkheid over hoe je de regels zou moeten lezen. Aan de
hand van voorbeelden geven ze daar inkleuring aan. Dat is wat de
leidraad beoogt. Hoe die leidraad er precies uit komt te zien, daar gaan
wij als Kamer niet over en daar gaat de minister niet over; dat is echt
aan de ACM zelf, omdat de ACM een zelfstandig bestuursorgaan is. Ik
hecht ook wel aan die zuiverheid der rollen. Ik heb mij wel laten
vertellen door de ACM dat zij bij het opstellen van die leidraad zeker
de belanghebbenden, het bedrijfsleven, consulteren. Dat zeg ik in
reactie op mevrouw Bühler, die daarnaar vroeg. Maar ook meerdere
partijen vroegen daarnaar volgens mij. Bovendien heb ikzelf in de
beantwoording in het schriftelijk overleg het volgende toegezegd, en ik
doe vanaf deze kant nogmaals daartoe een beroep op de minister. Mocht
deze wet inzake de inroepbevoegdheid door beide Kamers komen, dan vraag
ik het kabinet om niet eerder het koninklijk besluit te slaan en de wet
in werking te laten treden alvorens die leidraad, met dus die
consultatie bij het bedrijfsleven, door de ACM is gepubliceerd.
Helemaal tot slot op dit punt: wat ook helpt voor het bedrijfsleven, is
dat de mogelijkheid wordt geboden met deze wet om een informele
zienswijze te vragen van de ACM als een bedrijf of onderneming twijfelt
of een voorgenomen fusie of overname tot stand mag worden gebracht.
De voorzitter:
Dat leidt tot een vraag van mevrouw Nanninga.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Een hele korte vraag, hoor, voorzitter. Hoe gaat de indiener nu om met
het hele simpele feit dat er geen juridisch bindende, afgebakende
definitie bestaat van de "killer acquisition", die dit initiatief beoogt
te voorkomen?
De heer Bushoff (PRO):
Mijn wedervraag zou zijn of mevrouw Nanninga dan van de hele huidige
mededingingsregelgeving af zou willen. Maar ik weet dat dat niet de
bedoeling is, dus ik zal 'm meteen beantwoorden. Want ook in de huidige
Mededingingswet wordt het criterium dat ik net oplas gehanteerd voor
overnames en fusies, killer acquisitions, waarbij beide partijen
Europees een omzet van meer dan 150 miljoen hebben of beide partijen
meer dan 30 miljoen. De criteria die nu al in de Mededingingswet staan
worden nu al gewoon goed werkbaar gehanteerd door de ACM om te
beoordelen of een overname of fusie wel of geen doorgang mag vinden.
Daar verandert deze wet helemaal niks aan. Als het idee is "ja, dat
willen we überhaupt niet", dan zullen we de hele mededingingswetgeving
op de schop moeten gooien. Het staat mevrouw Nanninga vrij om daar een
initiatiefwet voor te maken, die veel omvangrijker zal zijn dan de
relatief beperkte wet die ik hier vandaag indien.
Mevrouw Nanninga (JA21):
De indiener stapt hier over het schaalprobleem heen. De schaal waarop we
dit nu gaan doen, is een sector met kleine start-ups en scale-ups,
waarvan er heel veel ten onder gaan, gewoon omdat het product niet goed
wordt uitontwikkeld, omdat er geen markt voor is en noem maar op. Het
zijn geen grote, gevestigde bedrijven, waarbij kwade opzet — wat een
killer acquisition veronderstelt — makkelijker is aan te tonen. Dit is
een veld met kleine start-ups en scale-ups waarin heel veel ten onder
gaat, door de aard van de schaal. Als je dan met
killer-acquisitionwetgeving wilt gaan strooien, moet je het echt beter
afbakenen. Is de heer Bushoff dat met mij eens?
De heer Bushoff (PRO):
In de eerste plaats denk ik dat al deze start-ups en scale-ups waar
mevrouw Nanninga het over heeft niks te vrezen hebben van deze
specifieke bevoegdheid. Op het moment dat de ACM denkt "we gaan wel
ingrijpen", dan doen ze dat op basis van de regelgeving, namelijk de
Mededingingswet en de Europese verordening, die nu al geldt. Het enige
verschil dat wij met deze wet aanbrengen, is de mogelijkheid om ook
kleine overnames, dus die waarbij sprake is van een partij met ten
minste 30 miljoen omzet, of van een kleinere partij, te kunnen
onderzoeken. Maar wij veranderen niks aan de criteria waaraan de ACM die
overnames vervolgens toetst. Ik denk dat dat goed is om te realiseren.
Het lijkt alsof dat door elkaar wordt gehaald.
De voorzitter:
Mevrouw Nanninga, tot slot. Laatste vraag.
Mevrouw Nanninga (JA21):
De heer Bushoff kan een beetje badinerend gaan doen, alsof ik niet
begrijp waar ik het over heb en dingen door elkaar haal. Als ik heel
flauw ben, ga ik badinerend terugdoen en zeggen: dan heeft de heer
Bushoff kennelijk echt niet met start-ups en scale-ups gesproken
hierover. Dat kan ik me eigenlijk niet voorstellen, maar die laten weten
dat ze zich hier wel degelijk zorgen over maken. Dus het is een beetje
zinloos om te zeggen: maak je geen zorgen. Het gaat mij om de schaal
waarop we dit toepassen. Precies wat de heer Bushoff zegt: we passen dit
al toe, maar dan op heel grote spelers. Ze maken zich dus wel degelijk
heel erg zorgen dat een oprecht faillissement of het mislukken van een
product of project met deze wetgeving, die inderdaad precies hetzelfde
is als voor grote spelers, toch heel verkeerd wordt uitgelegd of
aanleiding geeft tot onderzoek, rompslomp en kopschuwe
investeerders.
De voorzitter:
Duidelijk.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ik weet niet of de heer Bushoff dat expres niet wil begrijpen, maar we
hebben het over een heel andere schaal, waarin je dus veel scherper moet
afbakenen. Hoe toon je nou zo'n killer acquisition aan? Want er gaan
veel vaker bedrijven in dit segment over de kop.
De voorzitter:
Ik denk dat de vraag helder is. Meneer Bushoff.
De heer Bushoff (PRO):
In die zin was het vanuit mij ook niet bedoeld om daar badinerend over
te doen. Op zichzelf is het best een terechte zorg. Ik kan me daar best
wel wat bij voorstellen. Ik heb daarover ook zorgen gehoord. Alleen, wat
ik probeer te doen in dit debat, is die zorgen wegnemen door aan te
geven hoe deze wet in elkaar steekt en dus door aan te geven welke
rechtszekerheid vrijwel al die bedrijven, ook start-ups, hebben.
Namelijk in de eerste plaats dat er wel degelijk nog sprake is van een
omzetdrempel van 30 miljoen. In de tweede plaats dat er sprake is van de
huidige mededingingsregels, die nog steeds gelden, ook als we straks met
deze wet deze inroepbevoegdheid hebben. Die vormen het criterium voor de
ACM om wel of niet een overname te gaan onderzoeken. Er is sprake van
een leidraad die wordt opgesteld en er is ook nog de mogelijkheid voor
een informele zienswijze. Dus wat ik probeerde te doen — dat was op geen
manier bedoeld om te zeggen dat die zorgen er niet mogen zijn of niet
terecht zijn — was met deze zaken die zorgen juist weg te nemen.
De voorzitter:
Gaat u verder.
De heer Bushoff (PRO):
Voorzitter. Ik ga verder. Ik denk dat ik ook door kan naar het volgende
blokje. Dat hebben we eigenlijk ook al voor een wat groter deel
behandeld. Dat waren namelijk de effecten op de economie en de ATR. Als
het gaat om die effecten op de economie, hebben we daarover eerder in
het interruptiedebat ook al gewisseld. Uit vergelijkend onderzoek in
andere landen waar ze deze inroepbevoegdheid hebben, blijkt allereerst
dat er niet minder overnames en fusies zijn geweest nadat deze
inroepbevoegdheid in het leven is geroepen. Ten tweede is het ook goed
om te realiseren dat ik mij niet kan voorstellen dat er sprake zou
kunnen zijn van risicomijdend gedrag of minder investeringen, omdat
uiteindelijk een investering in een onderneming op zichzelf niks te
maken heeft met deze inroepbevoegdheid. Een aandeel nemen in een
onderneming, een onderneming starten of in een onderneming investeren:
al dat soort zaken vallen buiten de scope van deze wet. Het gaat hier
echt alleen om fusies en overnames. Dus ook op het punt: we zijn bang
dat dit ervoor zorgt dat er een minder goed economisch klimaat in
Nederland zou ontstaan waarin investeringen teruglopen. Dat risico zie
ik, gegeven de argumentatie die ik net gaf, minder. Dat is één. En twee:
als het gaat om die fusies en overnames, of we die minder zien? Dat
schijnt dus niet het geval te zijn, ook in andere landen. Bovendien
geeft de ACM ten derde ook nog aan dat zij verwacht met deze wet een
aantal — het zijn er niet honderden — fusies en overnames te kunnen gaan
onderzoeken. Daarbij is nog niet eens gezegd dat ze die fusies en
overnames dan ook daadwerkelijk zullen tegenhouden. Als ze dat wel doen,
is er ook een gegronde reden om dat tegen te houden, namelijk dat de
concurrentie dusdanig wordt belemmerd dat er sprake is van een
onwenselijk monopolie dat slecht uitpakt voor consumenten, slecht
uitpakt voor bedrijven en geen recht doet aan een eerlijke economie
zoals we die beogen met de mededingingsregels zoals we die in Nederland
en Europa kennen. Dus alleen op het moment dat die mededingingsregels in
het geding zijn, zou het zo zijn dat een overname gestopt kan worden.
Dan denk ik ook dat dat een goede zaak zou zijn.
Voorzitter. Ik denk dat ik daarmee ook de belangrijkste punten heb
aangehaald als het gaat over de effecten op de economie. O ja, en dan
nog het punt van de ATR. We hebben daar volgens mij al een aantal
interrupties over gewisseld. Eén. We hebben een hele nette
consultatieronde gedaan. Daar heb ik goed naar gekeken. Het advies van
de Raad van State hebben we goed bestudeerd en naar aanleiding daarvan
hebben we ook gezegd: het is zinvol om, waar dat eerst niet in de wet
stond, toch een asymmetrische omzetdrempel in te bouwen van 30 miljoen,
mede ook op aanvraag of op advies van uiteindelijk de ACM zelf.
Twee. Ook de ACM heeft aangegeven niet te verwachten dat ze opeens
honderden bedrijven meer zal onderzoeken. Zij kunnen op basis van wat
zij de afgelopen jaren voorbij hebben zien komen, om daar vervolgens wel
of niet op zijn gaan acteren, een hele goede inschatting maken van
hoeveel extra bedrijven nu onderzocht gaan worden door de ACM. Dat is
een beperkt aantal. Voor dat beperkte aantal is het echter wel wenselijk
dat deze inroepbevoegdheid er komt, alleen geeft dat tegelijkertijd ook
aan dat het overgrote deel van de bedrijven in Nederland niets te vrezen
heeft van deze inroepbevoegdheid.
Bovendien zijn er, zoals ik net al aangaf, tal van mogelijkheden voor
bedrijven die zich onzeker voelen over een fusie of overname, om meer
zekerheid te krijgen. Dat kan middels een informele zienswijze, middels
de leidraad die gepubliceerd wordt en ook gewoon door zich te baseren op
de huidige mededingingsregels die nu al gelden. Ik denk dus dat de
lastendruk en de onzekerheid voor het bedrijfsleven, alles bij elkaar
opgeteld, heel beperkt is.
Ik denk ook dat het niet nodig zal zijn om nu nog een ATR-advies aan te
vragen, omdat we dus volgens mij eigenlijk praktisch alles al hebben
gedaan wat nodig is om een goede balans te vinden in deze wet. We hebben
ook goed geluisterd naar alle inspraakreacties en naar de Raad van
State, waarop we tot een gewogen voorstel konden komen.
Voorzitter. Ik heb nog meer tekst, maar ik wacht even tot de heer
Kisteman zijn vraag heeft gesteld.
De voorzitter:
Volgens mij was meneer Kisteman aan het wachten tot u was uitgesproken,
dus u bent zeer hoffelijk naar elkaar. Meneer Kisteman.
De heer Kisteman (VVD):
Ik wilde eigenlijk meerdere vragen stellen, maar dat durf ik nu
natuurlijk niet meer.
De voorzitter:
U mag drie vragen stellen.
De heer Kisteman (VVD):
Dat ga ik doen. Meneer Bushoff begon zijn introductie — en dat vond ik
eigenlijk heel mooi — met: het algemeen belang is belangrijker dan het
belang van het individu. Ik heb het even iets ingekort. Daarom is hij
een voorstander van deze inroepbevoegdheid, maar wat als het gevolg van
deze inroepbevoegdheid wordt dat het algemeen belang wordt geschaad,
omdat er wordt ingegrepen bij het individu? Maar daar ga ik het niet
over hebben, voorzitter, want mijn andere vraag gaat over het ATR. De
heer Bushoff zegt: de regeldruk zal beperkt worden tot een minimaal
aantal bedrijven, dus dat valt wel mee, helemaal als we de drempel
aanpassen. Daarover verschillen wij natuurlijk van mening, want al is er
slechts regeldruk voor één bedrijf, dan zal mijn fractie dat al te veel
vinden. Daarom wil ik nogmaals de vraag stellen hoeveel moeite het de
heer Bushoff kost — als ik hem hier zie staan is hij hier echt
superprofessioneel mee bezig — om het ATR dat toch even gewoon te laten
checken: weten we zeker wat de gevolgen zijn? Wat doet het met de
regeldruk? Hoeveel moeite zou het de heer Bushoff kosten om zijn
voorstel even langs het ATR te sturen?
De heer Bushoff (PRO):
Ik denk dat er betere wegen zijn om hetzelfde doel te bereiken dan dit
wetsvoorstel nog langer op de plank te laten liggen en langs het ATR te
sturen. Laat ik daar eerst het volgende over zeggen. De heer Kisteman
gaf aan dat het voor hem en zijn partij belangrijk is dat eigenlijk elke
regel die erbij komt, er een te veel is. Gelukkig ligt er ook de
mogelijkheid voor de Kamer om de algemene omzetdrempels te verhogen.
Daar zou de heer Kisteman in mee kunnen gaan en dan zou dat minder
regels of minder lastendruk voor het bedrijfsleven betekenen. Dat is
mooi meegenomen bij deze wetsbehandeling. Wellicht zou de partij van de
heer Kisteman er heel blij mee kunnen zijn dat de mogelijkheid van dit
initiatiefwetsvoorstel is aangegrepen om de lastendruk voor het
bedrijfsleven nota bene nog eens te verlagen ook. Dat is één.
Twee. Ik zei al dat er betere wegen zijn om hetzelfde doel te bereiken,
namelijk een invoeringstoets doen na een jaar en een evaluatie doen na
vijf jaar. Als er in de praktijk echt iets mis blijkt te zijn … Ik kan
mij best voorstellen dat de heer Kisteman aan de minister of aan mij of
in een motie nog eens vraagt: neem bij die invoeringstoets en bij die
evaluatie die lasten voor het bedrijfsleven mee. Als er in de praktijk
echt iets mis lijkt te zijn, dan kunnen we daar dan ook op acteren, en
dat is veel zinvoller dan nu op een fictieve situatie te gaan
acteren.
De heer Kisteman (VVD):
Dat maakt het toch interessant, die lastendruk, want de heer Bushoff
geeft aan: als je de drempels verhoogt, zou je de lastendruk voor de
ondernemers weer verlagen. Die lastendruk is er nu nog niet. Die komt er
straks misschien wel. En wij zouden die dus wel vooraf al in beeld
willen kunnen brengen. Dan ga ik toch even terug naar toen wij het
Adviescollege toetsing regeldruk hebben ingesteld hier. Dat was toen nog
met GroenLinks-PvdA. Ik citeer even de heer Thijssen. "Maar ik vind wel
dat als we een adviescollege hebben met als expertise regeldruk, we dat
dan niet alleen moeten laten zeggen of het een regel niet zo effectief
of onnodig vindt. Ze hebben daar ook de knowhow om ons advies te kunnen
geven, zoals: als je het nou op deze manier doet, haal je je doel nog
steeds, maar heb je minder regeldruk. Dus ja, volgens mij is het een
kleine moeite om dat aan het ATR te vragen." Dit zijn de woorden van de
heer Thijssen, de voorganger van de heer Van der Lee als woordvoerder
Economische Zaken. Waarom is GroenLinks-PvdA, of PRO, hier nu ineens van
afgestapt?
De heer Bushoff (PRO):
Ik dacht eigenlijk: wanneer het glas bij andere partijen halfleeg is, is
het glas bij de VVD halfvol. Zo ken ik de VVD. Ik dacht dus eigenlijk
dat de VVD het heugelijk zou vinden dat deze wetsbehandeling de
mogelijkheid biedt om die algemene omzetdrempels te verhogen. Ik dacht
dat het glas dan halfvol zou zijn, omdat daarmee dus inderdaad de lasten
voor het bedrijfsleven verlaagd worden. Ik dacht dus eigenlijk dat de
VVD het heugelijk zou vinden dat door deze wetsbehandeling het momentum
aangegrepen wordt om die omzetdrempels te kunnen verhogen. Dat is hoe ik
de VVD ken. Daar sloeg mijn opmerking ook op. Ik denk dus dat we alle
stappen hebben doorlopen om goed in kaart te brengen wat de lasten voor
het bedrijfsleven zouden kunnen zijn, hoe we die zo minimaal mogelijk
kunnen houden en we toch een goed instrument kunnen hebben. Bovendien
hebben we dus een invoeringstoets na een jaar en een evaluatie na vijf
jaar. Volgens mij hebben we dus zo ongeveer alles al gedaan wat nodig is
om ervoor te zorgen dat we hier een instrument in handen hebben dat
uiteindelijk het algemeen belang dient, maar er ook voor zorgt dat de
lasten voor het bedrijfsleven minimaal zijn. Als het nodig is, kunnen we
daar nog op corrigeren.
De voorzitter:
Meneer Kisteman, tot slot.
De heer Kisteman (VVD):
De heer Bushoff heeft er inderdaad bijna alles aan gedaan. Het laatste
wat hij nog zou kunnen doen, is het aan het ATR voorleggen. Dan zou hij
echt een topinitiatiefnemer zijn, dus ik zou voorstellen om dat te doen.
Dan kom ik toch nog even terug op wat de heer Bushoff net zei. Hij zegt:
door het verhogen van die drempel kunnen we de lastendruk verlagen. Maar
daar zit nog een stap voor. Door eventueel die bevoegdheid te geven,
stijgt de regeldruk. Die kan daarna weer verlaagd worden door die
drempel. De heer Bushoff geeft daarmee indirect aan dat de kans bestaat
dat de regeldruk gaat stijgen. Ik ga hem dus nog een keer de volgende
vraag stellen. Ik vind echt dat de heer Bushoff het supergoed doet, maar
als hij echt een supergoed initiatief wil hebben, dan legt hij het nog
even aan het ATR voor.
De heer Bushoff (PRO):
Ik weet niet of we elkaar daarin gaan vinden. Ik denk dat er betere
wegen naar Rome leiden. Die heb ik net genoemd. Ik wil nog wel een ding
aanhalen, zodat ik echt volledig ben in mijn beantwoording richting de
heer Kisteman. De heer Kisteman had het namelijk in zijn eerste termijn
ook over de zorgspecifieke fusietoets die door het ATR is getoetst. Het
ATR had daar kritiek op. Met hulp van de ondersteuning ben ik daar toch
nog eens ingedoken om uit te zoeken hoe dat nou zat. Het ATR zei: er
moeten een aantal aanpassingen gedaan worden voordat het voorstel naar
de Kamer kan worden gestuurd. Dat waren vooral aanpassingen wat betreft
de motivering van de noodzaak en de reikwijdte van het instrument. Het
ATR zei: op een aantal van dat soort punten willen wij graag nadere
motivering. De minister van Zorg heeft daarna in de memorie van
toelichting die nadere motivering gegeven. Er is om nieuw advies
gevraagd aan het ATR, waarna er geen verdere opmerkingen meer kwamen. Ik
denk dat ik in die zin zelfs een stap verder ben gegaan dan de minister
van Zorg bij die toets, door niet alleen de memorie van toelichting te
verbeteren en aan te passen, maar ook nog eens een omzetdrempel in te
voeren. Ik hoopte daarmee eigenlijk de heer Kisteman nog wat gerust te
stellen, omdat ik bij die fusietoets dus zelfs nog iets verder ben
gegaan dan de minister van Zorg. Volgens mij is dat nota bene de
zorgminister van zijn eigen partij.
Dat gezegd hebbende, voorzitter, hoop ik dat dat geruststellend is voor
de heer Kisteman. Op het moment dat blijkt dat er onevenredig veel
lasten zouden zijn voor het bedrijfsleven — ik denk dat dat absoluut
niet het geval is — denk ik ook echt dat er een minister zit die dan de
mogelijkheid heeft om daarover bij de evaluatie en de invoeringstoets in
gesprek te gaan met de ACM. Ik denk dat dat helemaal goed gaat komen,
als ik zie welke stappen daar allemaal zijn doorlopen.
Voorzitter. Ik kom bij mijn een-na-laatste blokje. Ik denk dat we een
deel van mijn voorbereiding kunnen overslaan. Ik wil wel nog eventjes
iets zeggen over die invoeringstoets en evaluatie, want daar ging het
veel over. Dat is het een-na-laatste blokje. Even kijken, want ik had
het stenogram erbij gepakt.
D66 had namelijk ook nog de vraag hoeveel concentraties er dan zijn
ingeroepen, hoeveel dit heeft betekend voor de consument qua prijs et
cetera en of dat al getoetst kan worden bij de invoeringstoets. Ik vind
het gewoon wel eerlijk om te zeggen dat ik denk het misschien nog wel
wat te snel is om dat bij de invoeringstoets helemaal helder te hebben.
Bovendien is het soms ook lastig om een jaar na een invoeringstoets per
se een causaal verband te vinden tussen: nu hebben we deze bevoegdheid
en nu zijn de prijzen hier niet gestegen of de prijzen daar wel
gestegen. Het is, denk ik, best lastig om dat zo hard te maken met een
invoeringstoets. Ik denk dat je de invoeringstoets met name moet zien
als een instrument om te kijken: zijn er in de uitvoering nog dingen die
anders moeten en die beter kunnen? Ik denk dat we bij de evaluatie na
vijf of drie jaar beter een inhoudelijk oordeel kunnen vellen over hoe
effectief dit instrument is geweest.
Voorzitter, tot slot op dit punt. De heer Claassen is er nu niet, maar
hij heeft een amendement ingediend. Dat is ook gelijk het bruggetje naar
mijn laatste blokje. Hij heeft een amendement ingediend om de reikwijdte
van dit instrument te beperken, namelijk om de inroepbevoegdheid pas
mogelijk te maken op het moment dat we zien dat het in een sector echt
fout gaat en dan per AMvB die sector aan te wijzen als een sector die in
aanmerking komt voor deze inroepbevoegdheid. Ik heb in het begin van
mijn inleiding al gezegd dat ik dat een heel slecht idee zou vinden, ten
eerste omdat het heel veel sectoren betreft waar we op dit moment
onwenselijke ontwikkelingen zien. Ik noem de dierenartsen, de
huisartsen, de kinderopvang, garagebedrijven, eventuele postbedrijven en
het voorbeeld van de heer Prickaertz over digitale druktechnieken,
waarbij we dat hebben gezien. We zien dus eigenlijk economiebreed deze
ontwikkeling van een serie aan kleine overnames die potentieel tot te
veel marktmacht zouden kunnen leiden. Dat zien ook de OESO en de ACM.
Precies daarom is het nodig om dit instrument breed in te kunnen zetten.
Bovendien — dan haal ik nog één keer de heer Prickaertz aan, die het
volgens mij heel goed zei — is voorkomen beter dan genezen. Als je deze
inroepbevoegdheid pas kan gebruiken op het moment dat je ziet dat het
ergens in een sector al te laat is, dan vis je achter het net. Dat
willen we juist niet. Op dat punt moet ik het amendement van de heer
Claassen echt sterk ontraden.
Hij heeft in datzelfde amendement ook voorgesteld om de invoeringstoets
wettelijk vast te leggen. Nou, dat mag. Daar heb ik geen bezwaar tegen.
Het is in zekere zin overbodig, maar het zou kunnen. Hetzelfde geldt
voor het verkorten van de evaluatietermijn van vijf naar drie jaar. Ook
daar heb ik geen bezwaar tegen. Mocht de heer Claassen meekijken en het
amendement dusdanig aanpassen dat alleen de evaluatietermijn verandert
van vijf naar drie jaar en de invoeringstoets na één jaar wordt
vastgelegd in de wet, dan zou ik daar dus goed mee kunnen leven. Maar
het eerste punt, de scope van dit instrument beperken, gaat me echt te
ver. Dan maken we dit middel echt ineffectief. Dat vind ik eigenlijk
vrij destructief voor deze wet, dus dat ontraad ik echt ten
zeerste.
Voorzitter. Volgens mij ben ik er dan doorheen, want ik had hier op het
lijstje voor mijzelf nog gezet dat ik nog wat langer wilde ingaan op het
amendement van de heer Prickaertz, maar dat heb ik eerder al gedaan, dus
dat hoeft niet meer. Dan heb ik ook de vier amendementen volgens mij
geapprecieerd. Voor de volledigheid: het amendement op stuk nr. 12 van
het CDA over het generiek verhogen van de omzetdrempels raakt niet mijn
wet. Ik heb wel gezegd dat ik me daar iets bij kan voorstellen, maar het
uiteindelijke oordeel laat ik aan de minister. Het amendement op stuk
nr. 13 gaat over het verhogen van de asymmetrische omzetdrempel van 30
miljoen naar 50 miljoen. Gegeven de inflatie kan ik me dat wel
voorstellen. Het amendement-Claassen heb ik ontraden. Over het
amendement-Prickaertz stuur ik de technische wijzigingen nog naar de
heer Prickaertz. Als die worden overgenomen, kan ik dat ook oordeel
Kamer geven.
Dan ben ik er volgens mij doorheen. Ik heb gepoogd uw Kamer zo volledig
mogelijk te antwoorden.
De voorzitter:
Maar niet voordat ... O, de heer Van der Lee stond daar gewoon lekker,
omdat het goed is om af en toe even te gaan staan. Meneer Bushoff, ik
wil u heel erg hartelijk danken voor uw uitgebreide beantwoording.
Daarmee heeft u volgens mij recht gedaan aan veel vragen van de Kamer.
Dan wil ik graag het woord geven aan minister Herbert voor de vragen die
aan haar zijn gesteld. Gaat uw gang.
Minister Herbert:
Dank, voorzitter. Laat ik ook beginnen met het bedanken van meneer
Bushoff, want het opstellen van zo'n initiatiefwetsvoorstel is geen
makkelijke klus, vooral niet als het zo'n specifiek onderwerp,
mededingingsrecht, betreft. Ik vermoed dat meneer Bushoff op onderdelen
meer ervan afweet dan ik. Overigens zal de Kamer merken dat wij zeer in
lijn liggen met elkaar. Mijn ambtenaren en ik hebben de heer Bushoff
meerdere keren gesproken. Dat was een heel constructieve manier om samen
op te trekken, om dat ook inhoudelijk te doen. De ambtenaren van mijn
departement hebben gesproken met meneer Bushoff, maar ook met een brede
groep aan stakeholders. Ook die stakeholders wil ik bedanken voor hun
duidelijke en constructieve inbreng. Daaraan hebben we gemerkt dat we al
die gesprekken hebben kunnen doen met eenzelfde doel voor ogen, namelijk
zorgen dat die markten goed werken, zowel voor consumenten als voor
ondernemers.
Het kabinet staat positief tegenover dit voorstel. Dat heb ik in mijn
brief aan de Kamer van voor de zomer ook uitgebreid toegelicht. Ook in
het coalitieakkoord staat het voornemen opgenomen om de ACM een
inroepbevoegdheid toe te kennen. Daar zijn gisteren grappende
opmerkingen over gemaakt, over hoe fijn dit de samenwerking tussen
coalitie en oppositie illustreerde. Het is wel een feit inderdaad dat
het daarmee een snel ingevoerde wet zou kunnen zijn vanuit de coalitie.
Ik ben dus heel blij met het initiatiefwetsvoorstel.
Er zijn twee zaken waar ik voor wil waken. Eigenlijk zijn die al
uitgebreid aan bod gekomen. Ik hecht eraan om die nog een keer te
herhalen. Die zaken gaan over regeldruk en over rechtsonzekerheid. Het
kabinet vindt het belangrijk om die verder te beperken, want ondernemers
moeten ruimte krijgen om te groeien en regels die onnodig veel vragen
aan bedrijven en ze rechtsonzekerheid geven, dragen daar niet aan bij.
Dus dat moeten we proberen te voorkomen. Vanuit die optiek heeft het
kabinet een aantal voorstellen gedaan om het voorstel verder te
versterken. Dat is ook al uitgebreid toegelicht. Ik heb daarbij ook
geprobeerd om rekening te houden met eerdere geluiden uit uw
Kamer.
Ik zal ingaan op de vragen die gesteld zijn, geordend langs een aantal
blokken: regeldruk, rechtszekerheid, capaciteit bij de ACM en nog wat
overige. Daarna zal ik dan ook de amendementen appreciëren. Dat doe ik
natuurlijk in mijn adviseursrol.
Ten eerste die regeldruk. Dan gaat het over de aanpassing van
omzetdrempels. Ik hoop daarmee ook de vragen van de heer Kisteman te
beantwoorden over hoe ik aankijk tegen regeldruk in generieke zin en de
vraag van de heer Schoonis of de drempels eigenlijk wel afdoende zijn om
kralenrijgers te pakken. Ik wil dat effectief toezicht ertoe leidt dat
de ACM zich richt op zaken die mogelijk tot problemen leiden en dat, zo
heeft de ACM ook aangegeven, kan zij nu onvoldoende. Ik hecht er daarbij
wel aan om dan goed te kijken naar die asymmetrische drempels, naar
omzetdrempels daarin. Daarna wil ik ook nog wat zeggen over de generieke
drempel.
Allereerst over die asymmetrische drempel. Het kabinet omarmt heel erg
de toevoeging van een asymmetrische drempel, juist ook om te voorkomen
dat, als het niet asymmetrisch zou zijn, allerlei kleine partijen die
fuseren of samengaan in potentie onder het toezicht van de ACM zouden
vallen. Die keuze van de hoogte van de drempel blijft natuurlijk ook het
zoeken van een balans. Voor mij is dat dus iedere keer de zoektocht: hoe
balanceer je effectief toezicht met onzekerheid en regeldruk aan de
ander kant? Dat betekent dat het niet mijn inzet is om alle zaken altijd
en overal te willen laten onderzoeken door de ACM, maar om dat te doen
boven een bepaalde omzetdrempel. In de asymmetrische drempel denk ik dan
dat 50 miljoen een mooie balans is hiertussen. Hoe kom dan op die 50
miljoen? Nou, eigenlijk zoals meneer Bushoff ook al mooi heeft
toegelicht: vanuit de wetenschap dat de nu geldende drempel in de wet,
zonder de asymmetrie te bezien, op 30 miljoen staat en dat die al meer
dan 25 jaar in de wet staat. Als je dan indexeert, komt je ongeveer op
die 50 miljoen uit. Ik vind het dan ook relevant om te noemen dat de ACM
daarvan heeft gezegd dat zij denken dat bij deze drempel, dus die 50
miljoen, de problematische fusies en overnames beoordeeld kunnen worden
door ze.
Dan naar de reguliere omzetdrempel, waar de heer Bushoff zich inderdaad
niet allereerst op heeft gericht. Ook die reguliere meldingsdrempels
voor verplichte melding bij de ACM zou ik graag willen aanpassen,
verhogen, ook omdat daar in de afgelopen jaren nooit een indexatie op
heeft plaatsgevonden. Mijn voorstel daarbij is om de generieke drempel
te verhogen naar 75 miljoen, ook weer in de zoektocht om een balans te
vinden tussen vermindering van regeldruk enerzijds en effectief toezicht
anderzijds. Vanzelfsprekend is het waar dat hoe hoger je die drempel
zet, hoe groter het effect is op de vermindering van regeldruk.
Tegelijkertijd vroeg meneer Schoonis hoe de ACM kijkt naar de verhoging
naar 75 miljoen. Kunnen ze dan hun werk nog wel goed doen, vroeg hij.
Bij de ACM zeggen ze: wij staan daar neutraal in; het is een politieke
keuze. Ze hebben wel gezegd dat als zij terugkijken op de zaken die zij
de afgelopen jaren hebben bekeken, zij dan zien dat eigenlijk alle zaken
die problematisch zijn gebleken, boven die 75 miljoen zitten. Aan de
hand daarvan denk ik dat er een goed voorstel ligt door dit naar 75
miljoen op te trekken. Daarmee geef ik ook antwoord op de vraag die
meneer Claassen hierover heeft gesteld.
Tot slot wil ik opmerken dat de omzetdrempel voor de inroepbevoegdheid
met dit voorstel in de Mededingingswet zelf wordt opgenomen. Het kabinet
vindt het wenselijk als daarbij wordt opgenomen dat deze drempel in de
toekomst met een algemene maatregel van bestuur kan worden verhoogd.
Daar is net ook uitgebreid toelichting op gegeven. Ik kan daar meteen
ook bij zeggen: ja, die zou potentieel ook verlaagd kunnen worden.
Daarmee kunnen we sneller en eenvoudiger meebewegen met allerlei zaken,
zoals de economie of een inflatiecorrectie. Die mogelijkheid bestaat
overigens al in de Mededingingswet voor reguliere meldingsdrempels. Ik
wil daar dus ook graag bij aansluiten als het gaat om die asymmetrische
drempel.
Dan nu het onderwerp rechtszekerheid. Eigenlijk gaat het er meer om hoe
we rechtsonzekerheid voorkomen. Dat is voor mij ook een heel belangrijk
thema. Meneer Bushoff heeft al aangegeven dat hij het belangrijk vindt
dat de ACM in een leidraad duidelijkheid biedt over hoe de ACM die
inroepbevoegdheid gaat inzetten. Het kabinet steunt dit van harte. Je
kunt de onzekerheid voor ondernemers in een fusieproces aan de voorkant
niet volledig wegnemen, maar er kan wel duidelijkheid worden geboden
over de toepassing van de bevoegdheid. Daarom is het ook belangrijk dat
zo'n document, zo'n leidraad, voldoende helderheid biedt. Meneer
Claassen vroeg ik of bereid ben om de leidraad aan de Kamer toe te
sturen voordat het besluit tot inwerkingtreding wordt genomen. Dat zeg
ik hierbij graag toe.
Als het gaat over de inhoud van zo'n document, dan zou het kabinet graag
de volgende drie punten terugzien. Eén: concrete voorbeelden van
casussen van killer acquisitions en kralen rijgen. Daarmee bouw je een
soort van een gedeeld begrip. Twee: de punten waarop de ACM let bij de
inhoudelijke beoordeling van welke concentratie zij gaat inroepen. Drie:
welke informatie ondernemingen moeten aanleveren in de verschillende
fases van het inroepproces. Al die zaken zijn erop gericht om te weten
waar je aan toe bent. Het kabinet roept de ACM daarnaast op om ook in
besluiten waarbij geen nader onderzoek nodig is nadat een zaak is
ingeroepen, te motiveren waarom de ACM de concentratie goedkeurt, in
ieder geval in de eerste vijf jaar. Daarmee bouwt de ACM namelijk een
gedegen beschikkingenpraktijk op. Met ieder nieuw besluit wordt het
steeds duidelijker in wat voor soort gevallen de ACM een fusie of
overname zal inroepen. Natuurlijk vergt dat tijd en capaciteit bij de
ACM, maar dit betaalt zich terug met meer duidelijkheid en
rechtszekerheid voor bedrijven in de toekomst.
Ook wil ik trouwens bedrijven zelf wijzen op iets wat meneer Bushoff ook
al noemde, namelijk dat zij hun voornemen tot een fusie of overname
kunnen voorleggen aan de ACM. Dan kan de ACM er guidance over geven of
dit een fusie of overname is die ze in zouden willen roepen. Dat is een
makkelijke manier om als bedrijf te weten waar je aan toe bent, en
voorkomt onzekerheid.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Is de minister niet van mening dat leidraden en dergelijke niet onze
taak zijn, dat de grenzen en kaders gewoon in deze wet en in een
algemene maatregel van bestuur behoren te staan, en dat een
uitvoeringsorganisatie die vervolgens op te volgen heeft, en niet een
leidraad aan de hand van fictieve voorbeelden?
Minister Herbert:
Ik ben het zeer eens met mevrouw Nanninga dat natuurlijk allereerst een
helder kader in de wet beschreven moet zijn. Ik ben ervan overtuigd dat
dat nu ook zo is, in de nu bestaande Mededingingswet. Meneer Bushoff
heeft ook een paar keer toegelicht dat deze toevoeging aan de wet — dat
is het eigenlijk — voortbouwt op iets dat in de basis in de wet helder
beschreven is en waarmee de ACM ook al jarenlang goed uit de voeten kan.
Deze toevoeging zie ik dus ook echt als een handreiking om elk gevoel
van onzekerheid weg te nemen bij partijen die zich nu in beeld voelen
komen. Dit geldt als een handreiking.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Ook hier weer dat schaalprobleem. Ik heb in mijn bijdrage in de eerste
termijn ook specifiek de startups en scale-ups genoemd en de
investeerders die hier wel degelijk bij betrokken zijn; dat zeg ik ook
tegen de heer Bushoff. Het gaat om overnames, maar het zijn natuurlijk
ook investeerders die dat doen. Die hebben natuurlijk met grote
onzekerheid te maken en moeten ook bij de uitwerking van deze leidraad
worden betrokken, omdat je het over een heel andere tak van sport hebt
dan waar de bestaande wetgeving nu al voor geldt. Dit zijn opstartende
bedrijven, dit zijn geen heel grote spelers die fuseren of elkaar
overnemen. Het is dus een ander speelveld. Het zou toch fijn zijn als de
minister wat meer aandrong op preciezere regels, op een algemene
maatregel van bestuur; dat zij kortom de wetgevende taak ook serieus
neemt.
Minister Herbert:
Ik neem die wetgevende taak zeer serieus en ik ben ervan overtuigd dat
de nu bestaande wet heel duidelijk definieert waar juist een gevaar
bestaat voor goede marktwerking en het tegengaan van marktconcentratie.
Meneer Bushoff heeft ook proberen uit te leggen dat het niet de
bedoeling is om allerlei bedrijven bang te maken. Het is de bedoeling om
bescherming te bieden tegen iets waarvan we allemaal niet willen dat het
gebeurt, namelijk het verpesten van de markt. Daar zijn echt goede
omschrijvingen voor, daar kan de ACM goed mee uit de voeten. Alles wat
we daar extra aan kunnen doen, door het geven van informatie in de vorm
van zo'n leidraad, door te zorgen dat men kan bellen met de ACM, is echt
allemaal extra.
De voorzitter:
Mevrouw Nanninga, tot slot. Uw laatste vraag.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Kunnen startups en scale-ups met de voor hen specifieke zorgen en
behoeften, waar de al bestaande wetgeving dus niet in voorziet, op z'n
minst bij die zogenaamde leidraad worden betrokken, als het niet
fatsoenlijk in de wet wordt vastgelegd en er geen fatsoenlijke maatregel
van bestuur komt? Kunt u het dan op z'n minst een beetje naar hun
situatie helpen vertalen? Dat is waar wel degelijk de zorg zit.
Minister Herbert:
Ik moet bekennen dat ik denk dat de heer Bushoff de lead heeft in het
hier verder vervolg aan geven, maar wij kunnen hier volgens mij samen
naar kijken.
De voorzitter:
Gaat u verder.
Minister Herbert:
Dan vroeg meneer Claassen hoe ik het oordeel van de Raad van State weeg
dat de reikwijdte onevenredig breed is als wordt gekozen voor een
generieke bevoegdheid. Laat ik helder zijn, ik hecht eraan dat het een
generiek instrument is, omdat dat het toekomstbestendig maakt. We weten
namelijk nog niet in welke sectoren problematische fusies en overnames
in de toekomst gaan plaatsvinden. We kennen nu voorbeelden — die zijn
vaak genoemd — in de zorg, de dierenartsenzorg, de kinderopvang en de
techsector, maar het speelt net zo goed in andere sectoren. Daarom acht
ik het niet onevenredig om de inroepbevoegdheid generiek in de wet op te
nemen. Ik hecht daarbij wel aan die balans tussen rechtszekerheid en
effectiviteit. Daarom vind ik de toevoeging van die leidraad, de
guidance, van de ACM en de beschikkingspraktijk heel goede toevoegingen
die zorgen voor de juiste balans. Bovendien heb ik het volste vertrouwen
dat de ACM met de ervaring en expertise die zij al heeft opgebouwd, op
een gedegen en betrouwbare manier kan afwegen welke fusies en overnames
zij in de toekomst gaat inroepen, en het daarmee niet, nogmaals, een
gevaar is voor allerlei bedrijven.
Dan zou ik iets willen zeggen over de capaciteit die dit vraagt van de
ACM. De ACM heeft zelf gezegd dat zij verwacht dat haar toezichtkosten
per saldo nauwelijks veranderen en dat zij deze nieuwe toevoeging
budgetneutraal kan verhapstukken, op voorwaarde — dat heeft ze daarbij
wel gezegd — dat de meldingsdrempels omhooggaan. Dat onderstreept het
punt dat ik eerder heb gemaakt over de verhoging van de drempels. Zonder
die verhoging komt er geen capaciteit vrij voor de inzet van de
inroepbevoegdheid. Wat ik zou willen voorkomen, en ik vermoed dat u dat
ook wilt, is dat dit voorstel ertoe zou leiden dat de effectiviteit van
het ACM-toezicht op andere mededingingsterreinen afneemt, bijvoorbeeld
het toezicht op kartels en het misbruik van economische
machtsposities.
De heer Van der Lee vroeg of de invoeringstoets al één jaar na invoering
kan plaatsvinden. Dat vind ik een goed idee, want als blijkt dat de
inroepbevoegdheid ten koste gaat van andere toezichtstaken, waar ik het
net eigenlijk al over had, dan kan zo'n invoeringstoets ervoor zorgen
dat er kan worden bijgestuurd. Het kabinet kan zich daarnaast ook vinden
in de toegevoegde evaluatie, bijvoorbeeld na drie of na vijf jaar,
waarin dan wordt gekeken naar de praktische uitwerking. Bijvoorbeeld de
hoogte van de drempels kan dan weer bezien worden en hoe een en ander
zich verhoudt tot het toezicht op andere mededingingsterreinen.
Mevrouw Bühler vroeg of ik ook kan toezeggen om bij de invoeringstoets
te kijken of de leidraad en de informele zienswijze voor ondernemers
voldoende duidelijkheid bieden en wat de gevolgen zijn voor de
uitvoering door de ACM. Zeker, dat zeg ik graag toe. Dat zullen we
meenemen bij die invoeringstoets.
Dan heb ik nog een paar restvragen, voordat ik naar de amendementen ga.
Meneer Kisteman vroeg of ik geen signalen heb ontvangen van bijvoorbeeld
VNO-NCW dat deze wet een rem zet op investeringen. Het is zo geweest dat
er vanuit mijn departement op meerdere momenten in het proces ambtelijk
gesproken is met ondernemers, ook met VNO-NCW. Deze ondernemers hebben
in eerste instantie hun zorgen geuit over de gevolgen voor investeringen
en investeringsbereidheid. Tegelijkertijd hebben we ook met elkaar
geconstateerd dat natuurlijk lang niet alle fusies en overnames
problematisch zijn. Sterker nog, de meeste zijn dat helemaal niet. Dat
geldt ook als het gaat om grote bedrijven die kleine bedrijven
overnemen. De toets in de Mededingingswet is leidend en wijzigt ook
niet. In die bijeenkomsten met ondernemers is ook gekeken hoe verdere
zorgen over onzekerheid voor bedrijven weggenomen zouden kunnen worden.
Daar kwam ook dat idee uit van die duidelijke leidraad voor de ACM, de
mogelijkheid om de ACM vooraf om guidance te vragen en het verhogen van
die drempels.
De heer Kisteman vroeg vervolgens ook hoe ik weeg wat de economische
gevolgen zijn als de ACM de inroepbevoegdheid krijgt. Dan zou mijn
basisstelling zijn dat goed functionerende markten juist heel goed zijn
voor de economie en dat dit wetsvoorstel bijdraagt aan het verbeteren
van de concurrentie binnen Nederland. Daarmee heeft het een positief
effect op de economie. De ACM zal ook alleen fusies en overnames
onderzoeken die in potentie een negatief effect op de economie hebben,
zoals dat nu ook al de bedoeling is in de mededingingswetgeving.
Meneer Prickaertz had nog een aantal vragen over de toetsing door de
ACM. Zijn eerste vraag ging over de basis waarop de ACM kan besluiten of
er sprake is van onwenselijke concentratie, dus hoe secuur ze daarin
kunnen zijn. Het is zo dat de ACM bij het kijken naar marktmacht
allereerst een afbakening doet van relevante markten, de markten waar
dit aan de orde zou kunnen zijn. Dat is dus stap een. Nadat ze dat
gedaan hebben, gaan zij onderzoeken of er onwenselijke marktmacht gaat
ontstaan op deze markt. Dat is stap twee. Dat doen zij door zich te
baseren op richtlijnen en bekendmakingen van de Europese Commissie. Ze
kunnen dan specifieke marktkenmerken meenemen in die analyse, want dan
is een markt voor kinderopvang echt iets anders dan een techmarkt, zoals
we allemaal kunnen begrijpen. Dit wordt ook zichtbaar in de besluiten,
die de ACM gemotiveerd moet nemen.
Meneer Prickaertz vroeg ook hoe we gaan voorkomen dat we met één
generieke norm alle sectoren over één kam scheren. Of er dus wel
maatwerk is voor losse sectoren, vroeg hij. Hier zou ik willen
bekrachtigen dat de ACM zelf de keuze maakt wanneer zij die bevoegdheid
wil inzetten en dat dat altijd maatwerk is. Zij benutten daarvoor al die
expertise die zij hebben en de informatie die hun ter beschikking staat.
Als er dus geen probleem is in een sector of in een markt, ligt het niet
voor de hand dat de ACM ingrijpt bij fusies of overnames. Ondanks dat er
dus een generieke norm is, worden niet alle sectoren over één kam
geschoren. Het is altijd maatwerk, niet per sector, maar zelfs per
geval.
Ten slotte was er een vraag van meneer Prickaertz over een meldpunt. Hij
vroeg of dat de ACM zou kunnen helpen om meer inzicht te krijgen in
mogelijke toekomstige marktconcentraties. Dat kan inderdaad helpen, zo'n
meldpunt. Het is niet nodig om daar iets nieuws voor in te richten, want
het bestaat al. De ACM ontvangt ook daadwerkelijk meldingen vanuit
allerlei hoeken in de samenleving over marktproblemen en soms ook over
fusies of overnames. Iedereen kan daar een melding doen of een klacht
indienen. Marktpartijen kunnen ook informeel met de ACM bespreken of hun
fusie mogelijk tot problemen zou kunnen leiden. Daar heb ik eerder al
wat over gezegd. Tot slot. De ACM ontvangt veel signalen tijdens hun
onderzoeken en door zelf de media in de gaten te houden. Zij hebben
hierin dus ook een actief scannende rol.
Voorzitter. Ik rond hiermee de toelichting op de kabinetsvisie en de
beantwoording van enkele vragen af. Het kabinet is positief over dit
voorstel. Wat ons betreft is het een waardevolle aanvulling op ons
toezicht en zorgt het ervoor dat de randvoorwaarden voor beter werkende
markten worden versterkt. Mijn suggesties zijn punten om het instrument
dus scherper te richten en beter uitvoerbaar te maken, niet om het
fundamenteel te veranderen.
Ik dank daarmee meneer Bushoff nogmaals. Ik kijk uit naar het
debat.
Zal ik de amendementen meteen meenemen? Ja? Dan tik ik die snel
af.
Het amendement op stuk nr. 12 van mevrouw Bühler geef ik oordeel
Kamer.
Het amendement op stuk nr. 13 geef ik oordeel Kamer. U zult van mij
begrijpen dat ik positief sta tegenover de beide amendementen, omdat ik
net heb toegelicht waar mijn motivatie vandaan komt.
Het amendement op stuk nr. 14 van meneer Claassen is een amendement
waarbij meneer Bushoff al mooi heeft toegelicht dat er eigenlijk
allerlei elementen in zitten die wat mij betreft net een andere
appreciatie verdienen. Daardoor zou ik het geheel echter ontraden, juist
omdat het als een geheel gepresenteerd is. Als ik daar toch ook wat
verfijnder naar zou kijken, zou ik dezelfde afdronk hebben als meneer
Bushoff. Ik heb namelijk geen bezwaar tegen het formaliseren van de
invoeringstoets in het wetsvoorstel en ook niet tegen het vervroegen van
de evaluatietermijn van vijf naar drie jaar. Ik wil dit amendement
echter sterk ontraden, juist vanwege de toevoeging dat een
inroepbevoegdheid alleen mag worden ingezet voor zover er sprake is van
een fusie binnen een bij AMvB aangewezen sector. Dat zou nou net dit
hele wetsvoorstel minder effectief maken. Meneer Bushoff heeft daar
sterkere bewoordingen bij gebruikt, die ik eigenlijk ook
onderschrijf.
Dan het laatste amendement: dat op stuk nr. 15 van de heer Prickaertz.
Ik vond het heel interessant hoe daarin eigenlijk, in de toenadering die
meneer Bushoff deed, naar een preciezere vorm bewogen werd die ik
vervolgens oordeel Kamer zou kunnen geven. In de vorm zoals het
amendement nu voorligt zou ik het in mijn adviseursrol en in mijn
formele appreciatie ontraden. Met de voorgestelde aanpassingen,
eigenlijk precies zoals ze net zijn voorgesteld en waar ik meneer
Prickaertz volgens mij bij zag knikken, zou ik oordeel Kamer
geven.
Daarmee ben ik door mijn beantwoording heen.
De voorzitter:
Dank u wel, minister. Dank voor uw beantwoording en appreciaties. Er is
nog wel een vraag van mevrouw Bühler.
Mevrouw Bühler (CDA):
Er is veel gesproken, dus het kan zijn dat ik iets gemist heb. Maar ik
heb om een toezegging gevraagd over de wettelijke evaluatie en of daarin
dan ook daadwerkelijk de regeldruk, rechtszekerheid en het ondernemers-
en investeringsklimaat zouden worden meegenomen. Volgens mij moet ik die
toezegging krijgen van de minister, omdat zij na een aantal jaar de
evaluatie zal gaan doen.
Minister Herbert:
Dit klinkt mij bekend in de oren. Nu kijk ik even snel of ik daarover in
mijn aantekeningen iets heb gemist. Ik kan dit zo even niet vinden.
De voorzitter:
Anders komt u er zo meteen in de tweede termijn op terug.
Minister Herbert:
Mag ik daar straks even op terugkomen? Oké. Dank, voorzitter.
De voorzitter:
Dan komen we daarmee aan het einde van de eerste termijn van de indiener
van de initiatiefwet en de eerste termijn van de minister. Dan wil ik
voorstellen aan de Kamer om maar meteen door te gaan met de tweede
termijn van de Kamer. Ik begin bij de heer Van der Lee. Gaat uw
gang.
De heer Van der Lee (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Aan mij de eer om allereerst de minister te
bedanken in haar rol als adviseur van de Kamer. Het was helder. Het is
ook mooi om te zien hoe eendrachtig zij heeft opgetreden in lijn met de
verdediging van de heer Bushoff, die op buitengewoon eloquente wijze
heeft laten zien dat hij zich genuanceerd en onderbouwd kan bewegen in
de smalle marges van de politiek. Dat heeft hij vast geleerd van een van
zijn sociaaldemocratische voorgangers, die iedereen wel kent.
Ondanks dat ik zelf heb aangegeven dat een nog scherper instrument mijn
voorkeur zou hebben gehad, begrijp ik heel goed dat het noodzakelijk is
om hierin een balans te zoeken en dat het echt belangrijk is voor
Nederland, voor Nederlandse consumenten, voor Nederlandse bedrijven,
maar ook trouwens voor de overheid en voor een toezichthouder, dat we
een evenwichtige invoering van dit nieuwe noodzakelijke instrument tot
stand brengen met elkaar. Ik denk dat de heer Bushoff erin is geslaagd
om bij veel fracties die in potentie wat zien in dit instrument of zelfs
al hun handtekening daaronder hebben gezet in het regeerakkoord, een
aantal zorgen weg te nemen. Ik wil daar nog een kleine bijdrage aan
leveren door ook nog een motie in te dienen. Dat voorkomt mogelijk weer
een amendement, maar komt denk ik voor een deel ook weer tegemoet aan
een aantal zorgen die sommige leden hebben verwoord. De motie luidt als
volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat met de inroepbevoegdheid er een nieuw instrument aan het
concentratietoezicht wordt toegevoegd;
van mening dat na invoering van die bevoegdheid onder andere onderzocht
dient te worden of er sprake is van onvoorziene gevolgen voor het
bedrijfsleven;
van mening dat voor zover dat mogelijk is ook de effectiviteit van de
wet met betrekking tot het voorkomen van ongewenste marktconcentraties
getoetst wordt;
verzoekt de regering een jaar na inwerkingtreding van de Wet
inroepbevoegdheid Autoriteit Consument & Markt een invoeringstoets
te houden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Lee.
Zij krijgt nr. 16 (36774) (#1).
De heer Van der Lee (PRO):
Tot slot. Als u 't mij toestaat, wil ik toch ook nog even de heren
Langenhuijzen en Tollerton bedanken. Ik denk dat zij trots zijn op de
wijze waarop de initiatiefnemer vorm heeft gegeven aan de verdediging
met teksten waar zij met veel noeste arbeid zorgvuldig aan hebben
gewerkt.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van der Lee. Dan gaan we door met de heer Claassen.
Die is er niet. Dan gaan we niet door met meneer Claassen. Dan gaan we
door met mevrouw Bühler namens de fractie van het CDA.
Mevrouw Bühler (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Ook dank voor de beantwoording. Complimenten aan
de heer Bushoff. Ook dank aan de minister. Ook heel veel dank aan de
ondersteuning, die het toch allemaal voor elkaar heeft gekregen om dit
hier in de Kamer te krijgen. Ik ben heel blij met de appreciaties van de
amendementen. Voor ons was het een zoektocht naar de balans tussen de
bescherming en het ondernemersklimaat. Met de amendementen en de
appreciatie ervan is wat ons betreft voldaan aan de proportionaliteit,
de rechtszekerheid en de beperking van regeldruk. We hebben nog wel een
motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de inroepbevoegdheid pas in werking treedt nadat de
ACM een leidraad heeft opgesteld en de mogelijkheid voor een informele
zienswijze heeft ingericht;
overwegende dat deze instrumenten belangrijk zijn voor de
rechtszekerheid en voorspelbaarheid voor ondernemingen;
overwegende dat het daarom wenselijk is dat ondernemingen en andere
betrokkenen vooraf kunnen reageren op de praktische uitwerking
daarvan;
verzoekt de regering de wet niet in werking te laten treden voordat de
ACM de conceptleidraad in openbare consultatie heeft gebracht en daarbij
in ieder geval gelegenheid is geboden te reageren op de omstandigheden
waaronder inroeping aan de orde kan zijn, concrete voorbeeldsituaties en
de werkwijze rond informele zienswijzen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Bühler, Kisteman en
Nanninga.
Zij krijgt nr. 17 (36774) (#2).
Dank u wel, mevrouw Bühler. Dan gaan we door met de heer Kisteman namens de fractie van de VVD.
De heer Kisteman (VVD):
Voorzitter. Ik wil de minister bedanken voor haar beantwoording en
complimenten geven aan de heer Bushoff voor de manier waarop hij daar
stond, als ware hij een bewindspersoon. Ik weet niet of het verdere
gedachtegoed van de partij van de heer Bushoff ooit in de toekomst mijn
voorkeur zou hebben, maar ik vind het echt complimentwaardig hoe hij dit
heeft verdedigd. Hij heeft me echter niet overtuigd. Met de twijfels die
wij hebben en met alle ervaring in mijn strijd tegen de regeldruk en
voor een goede economie in Nederland, is mijn mening en die van mijn
fractie dat we beter vooraf kunnen voorkomen dan achteraf kunnen
genezen. Daarom heb ik twee moties. Die zullen vast niet geheel
onverwacht zijn.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat het wetsvoorstel gevolgen kan hebben op economische
groei, bijvoorbeeld vanwege een toename in de regeldruk, een stijging
van de rechtsonzekerheid en omdat voor start-ups potentieel een
financieringsmogelijkheid wordt ontnomen;
overwegende dat inzicht in de consequenties van een wetsvoorstel
onderdeel uitmaakt van een gedegen besluitvormingsproces;
verzoekt de regering het wetsvoorstel door een onderzoeks- of planbureau
te laten toetsen op de brede economische gevolgen, alvorens de
wetsbehandeling voort te zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kisteman.
Zij krijgt nr. 18 (36774) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de initiatiefnemer het "niet nodig" vindt het
wetsvoorstel voor te leggen aan het Adviescollege toetsing
regeldruk;
overwegende dat de gevolgen van dit wetsvoorstel voor de rechtszekerheid
en voor de administratieve lasten naar verwachting niet verwaarloosbaar
zijn;
verzoekt de regering het wetsvoorstel eerst voor te leggen aan het
Adviescollege toetsing regeldruk, alvorens de wetsbehandeling voort te
zetten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kisteman.
Zij krijgt nr. 19 (36774) (#4).
De heer Schoonis (D66):
Ik heb nog een vraag aan de heer Kisteman. Wat als we dit eventueel
zouden aannemen? Hoe zou de heer Kisteman dat dan willen
implementeren?
De heer Kisteman (VVD):
Wat aannemen, voorzitter?
De voorzitter:
Meneer Kisteman, u moet het niet aan mij vragen. Ik ben alleen maar de
voorzitter. Het is ook niet de bedoeling dat u een wedervraag stelt
...
De heer Schoonis (D66):
Ik zal 'm even verduidelijken.
De voorzitter:
... maar de heer Schoonis is bereid om de vraag te verduidelijken.
De heer Schoonis (D66):
De heer Kisteman stelde voor om een onderzoek te doen, maar we willen
allemaal zo graag dat deze wet erdoorheen komt. Hoe zou u de uitkomsten
van dat onderzoek dan willen implementeren, zonder dat de wet vertraging
oploopt?
De heer Kisteman (VVD):
Het idee is gewoon dat, als je een economisch onderzoek ernaar laat doen
of de ATR ernaar laat kijken, het bijgeschaafd of bijgestuurd kan
worden. De heer Bushoff gaf heel duidelijk aan wat de ATR bij een ander
advies heeft gezegd en wat er daarna is gedaan. Dat zou hiermee ook
kunnen. Nogmaals, in het regeerakkoord staat dat we voorstanders zijn
van die bevoegdheid, mits de regeldruk binnen de perken blijft en het
geen economische gevolgen heeft. We kunnen de eerste termijn gaan
herhalen, maar volgens mij is dat niet nodig.
De voorzitter:
Dank u wel. Voordat u gaat, is er nog een vraag van de heer Van der
Lee.
De heer Van der Lee (PRO):
Ja, toch nog één vraag daarbij. De consequentie van de opstelling van de
VVD is dat het op het hele generieke terrein, waar nu een potentieel
forse verhoging van de drempel aan zit te komen, voorlopig niet door zal
gaan. Daarbij gaat het om het hele generieke mededingingsbeleid; dat
raakt veel meer bedrijven. En daarvan geeft iedereen aan dat het een
forse lastenverlichting is, in de zin van administratieve
lastenverlichting. Maar kennelijk vindt de heer Kistenmaker dat niet zo
belangrijk.
De voorzitter:
Het is "de heer Kisteman".
De heer Van der Lee (PRO):
Sorry. Ik zit al de hele dag in de zaal, maar sorry daarvoor.
De voorzitter:
Gaat u verder met uw vraag aan de heer Kisteman.
De heer Van der Lee (PRO):
Het was niet badinerend bedoeld; het was gewoon een verspreking. Dus:
kan de heer Kisteman daar nog even op reflecteren?
De heer Kisteman (VVD):
O, voorzitter, het is totaal niet erg. Ik ben hier ook weleens
"Kerstman" genoemd en dat soort dingen, dus dan valt "Kistenmaker" nog
reuze mee. Maar die drempel is al heel lang niet verhoogd. Daar is
jarenlang op gewacht. Als wij nu eventueel nog jaren langer zouden
wachten, of op hoelang de ATR erover doet, dan zou dat voor die
ondernemers niet het probleem zijn. Van de gevolgen van een nieuwe wet
of een nieuwe inroepbevoegdheid zeggen we: kijk daarbij nou eens goed
naar wat je doet. En ik snap dat het dit proces eventueel iets kan
vertragen, maar ik denk dat we goed moeten kijken naar wat de gevolgen
zijn van deze extra inroepbevoegdheid voor de ACM.
De heer Van der Lee (PRO):
Tja, ik moet het daarmee doen, maar ik vind het heel merkwaardig. Want
de heer Kisteman staat altijd te roepen van "de lasten, die
administratieve lasten moeten omlaag, omlaag, omlaag!" En nu kan het,
concreet en snel, en is hij degene die daar een vertraging in gaat
veroorzaken. Dat lijkt me zonde. Ik zou hem dus vragen om daar nog even
over na te denken voordat we gaan stemmen. En misschien is die motie
gewoon in te trekken of aan te houden.
De heer Kisteman (VVD):
Het betekent niet dat we, als we vandaag ergens drie regels kunnen laten
verwijderen, er overmorgen weer zes moeten toevoegen. Daarom zeggen wij:
kijk hier nou eens goed naar en ga niet over één nacht ijs; doe nog even
dat laatste stukje. De heer Bushoff gaf al aan dat hij bijna alles had
gedaan, behalve dit voorleggen aan de ATR. Het is dus niet heel erg gek
dat wij dat voorstellen.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Kisteman. Dan kijk ik naar de heer Schoonis, of hij
nog behoefte heeft aan een tweede termijn. Dat is niet het geval.
Mevrouw Nanninga, namens de fractie van JA21? Ga uw gang.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Dank u wel, voorzitter. Als geboren en getogen Amsterdammer — mijn vader
is van dezelfde generatie en is in dezelfde wijk opgegroeid als Cruijff,
in De Meer, en ik één buurt verder — weet ik er ook nog wel eentje:
"Voordat ik een fout maak, maak ik de fout niet." Dat is er ook eentje
van Cruijff. We gaan van een Rijnlands model naar een Oost-Duits model,
als we niet uitkijken. Maar nu even serieus. De Raad van State heeft de
noodzaak van een economiebrede bevoegdheid onvoldoende aangetoond
geacht. De reikwijdte is onevenredig breed, de gevolgen zijn onvoldoende
onderzocht. En ja, de Staat moet kunnen optreden tegen marktmacht, maar
een nieuwe bevoegdheid moet wel aantoonbaar nodig zijn, en gedefinieerd
en begrensd. Dat is hier niet het geval.
En dan de minister. Daarmee hebben we de hele middag het rapport-Wennink
besproken. Dat ging over regeldruk, dat ging over start-ups en
scale-ups. Ik heb van iedereen in dit huis hele bezorgde geluiden
gehoord over start-ups en scale-ups. Ik heb het gevoel dat de heer
Bushoff er inhoudelijk heel goed in zit, dus dat hij het best begrijpt,
maar hij een beetje speelt alsof hij niet begrijpt dat we het hier over
een hele andere categorie hebben. Overnames en mergers zijn van veel
meer belang voor het leven en overleven van deze categorie bedrijven.
Deze wet is daarvoor veel rampzaliger dan de normale ACM-toetsing voor
de grotere bedrijven.
Ik ga mijn fractie dan ook, met respect en dank voor het vele werk dat
erin gestoken is — dat wil ik ook wel gezegd hebben — adviseren om dit
niet te steunen. Wij staan wel onder de motie-Bühler, zodat de wet,
mocht dit slechte, onhandige wetsvoorstel het halen, met deze motie
hopelijk toch iets minder vervelend wordt.
Voorzitter, dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Nanninga. Daarmee zijn we aan het einde van de
tweede termijn van de Kamer gekomen. Ik heb begrepen dat een schorsing
van tien minuten voor het voorbereiden van de appreciatie van de moties
en de beantwoording van de vragen voldoende is, dus ik schors de
vergadering tot iets over 22.30 uur.
De vergadering wordt van 22.22 uur tot 22.33 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik hervat de vergadering. Aan de orde is het voorstel van wet van het
lid Bushoff tot wijziging van de Mededingingswet in verband met de
uitbreiding van het concentratietoezicht, de Wet inroepbevoegdheid ACM.
Aan de orde is de tweede termijn. Ik begin bij de heer Bushoff, als
initiatiefnemer van dit wetsvoorstel.
De heer Bushoff (PRO):
Dank u wel, voorzitter. Er zijn geen verdere vragen aan mij gesteld. Ik
dank alle leden voor het leuke debat. Ik heb ervan genoten. Ik heb zo
nog een kort slotwoord dat ik nog wil uitspreken, maar ik begin met de
appreciatie van twee moties. De eerste twee moties, van de heer Van der
Lee en van mevrouw Bühler, gaan over de wet nadat die, in theorie, zou
zijn aangenomen door de Tweede Kamer en de Eerste Kamer. Op dat moment
zou de wetsbehandeling uit mijn handen zijn. Het is echt aan de minister
om die moties te appreciëren, dus om die reden laat ik de eerste twee
moties bij de minister. Die gaan namelijk echt over het moment dat de
wet uit mijn handen is en in handen van de minister is.
De laatste twee moties gaan wel echt over de wetsbehandeling zelf en hoe
die voort te zetten. Daar wil ik wel een oordeel over vellen, omdat het
logisch is dat de indiener een oordeel velt over moties die de
wetsbehandeling betreffen. Het zal misschien geen verrassing zijn, want
we hebben er uitvoerig over gesproken en ik ga het debat niet opnieuw
doen, maar onder verwijzing naar het debat wil ik beide moties ontraden.
We hebben echt heel goed geluisterd naar het veld. Daaruit is
voortgekomen dat we hier in de Kamer een heel gebalanceerd voorstel
hebben neergelegd, dat mede met adviezen van de ACM, mede met adviezen
van de minister en aan de hand van amendementen van de Kamer nog beter
in balans gebracht kan worden. Ik denk dat deze moties daar geen goed
aan doen en dat hetzelfde doel op een betere manier bereikt kan worden
met een invoeringstoets en een evaluatie. Onder verwijzing naar wat ik
heb gezegd in de rest van het debat, ontraad ik dus de moties op stukken
nrs. 18 en 19.
Voorzitter. Als u mij toestaat om nog een halve minuut van uw tijd te
nemen, wil ik de Kamer nogmaals enorm bedanken voor het debat over dit
wetsvoorstel. Hoewel er soms tegengestelde visies zijn — dat hoort ook
in een parlementaire democratie; soms leven er over de uitvoering andere
opvattingen — heb ik wel het gevoel gehad dat het echt een leuk,
inhoudelijk debat was in de Kamer. Daar hou ik van, want dat hoort bij
onze parlementaire democratie. Dat is iets wat we moeten koesteren, om
verschillende argumenten en tegengestelde visies aan elkaar te spiegelen
en ons soms misschien wel te laten overtuigen door het idee van een
ander. Ik denk dat het product dat we vandaag hebben, een heel mooi
product is van elkaar af en toe weten te vinden op het nóg beter maken
van voorstellen die hier in de Kamer liggen. Zo hoort het te werken: dat
je goed naar elkaar luistert, het soms niet met elkaar eens wordt en
soms kijkt naar waar je elkaar wel op kunt vinden. Ik denk dat precies
dat vandaag gelukt is. Het resultaat daarvan is dat er een wet ligt, met
mogelijk straks een aantal aanpassingen, waardoor de wet dan nog beter
in balans is. Ik hoop dan ook op brede steun vanuit de Kamer. Mocht er
brede steun in deze Kamer zijn, dan zou ik de wet met heel veel plezier
verder brengen in de Eerste Kamer.
Dank jullie wel.
De voorzitter:
Dank u wel, meneer Bushoff, voor de beantwoording. Je ziet het pas als
je het doorhebt. We hebben gezien dat u op een zeer eloquente wijze uw
wet hier heeft kunnen verdedigen. Dus dank u wel daarvoor. Het woord is
aan mevrouw Herbert, de minister.
Minister Herbert:
Ik vind het bijna jammer, voorzitter, dat ik hier nu nog het woord moet
nemen na deze prachtige afsluitende woorden van meneer Bushoff, waar ik
me alleen maar bij kan aansluiten.
Ik heb nog één vraag openstaan, van mevrouw Bühler. Ja, ik kan aan
mevrouw Bühler toezeggen om de effectiviteit regeldruk, rechtszekerheid
én het investeringsklimaat in de evaluatie van de wet mee te
nemen.
Dan zijn er twee moties die ik inderdaad vanuit mijn rol als minister en
daarmee verantwoordelijke voor de uitvoering van de wet wil
appreciëren.
De motie-Van der Lee op stuk nr. 16 geef ik graag oordeel Kamer. In mijn
toelichting heb ik net volgens mij al verteld hoezeer ik de gedachte
steun.
Hetzelfde geldt voor de motie-Bühler c.s. op stuk nr. 17, die ik ook
graag oordeel Kamer geef. Die motie gaat over het openbaar consulteren
van de leidraad. Ik heb er alle vertrouwen in dat daar iets goeds
uitkomt.
Mijn aanname is dat de moties-Kisteman, op stuk nr. 18 en stuk nr. 19,
gelet op de toelichting van meneer Bushoff niet door mij geapprecieerd
worden, omdat deze gaan over het initiatiefwetsvoorstel.
De voorzitter:
Ik denk dat uw aanname klopt, want ik zie ook geen reactie vanuit de
Kamer. Ik dank u zeer.
De algemene beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
De stemming over de moties is op 22 september, maar ik zie dat de heer
Van der Lee nog iets wil zeggen.
De heer Van der Lee (PRO):
Het lijkt me heel goed om voortvarend door te gaan met de behandeling
van het wetsvoorstel. Daarvoor zijn stemmingen nodig, maar die zijn nu
heel laat voorzien, omdat wij te maken hebben met Prinsjesdag en de
Algemene Beschouwingen. Ik zou u als voorzitter willen verzoeken om de
stemming volgende week dinsdag te houden.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de Kamer om te kijken of daar bezwaar tegen is.
De heer Kisteman (VVD):
Ik snap de haast van de heer Van der Lee, maar dit gaat wel heel snel.
Mijn voorstel zou zijn om volgende week dinsdag te stemmen over de
amendementen en de moties en dan in de week na Prinsjesdag, dus dat is
over drie weken, te stemmen over de wet. Dan hebben we ook de tijd om te
kunnen bekijken wat de gevolgen zijn van de amendementen. Volgens mij is
er ook een commissie geweest die het advies heeft gegeven om dit uit
elkaar te trekken. Ik neem aan dat de indiener wil dat we dat proces
volgen en er de tijd voor nemen. Ik kijk vooral naar de indiener; laten
we deze wetsbehandeling goed voortzetten. Dus volgende week stemmen over
de amendementen en de moties en dan in de week na Prinsjesdag — volgens
mij stemmen we dan weer — over de wet.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de Kamer, want meneer Van der Lee heeft voorgesteld om
al aanstaande dinsdag het hele pakket in stemming te brengen. De heer
Kisteman zegt: aanstaande dinsdag wel stemmen over de moties en de
amendementen, maar pas op 22 september over de wet.
Mevrouw Nanninga (JA21):
Steun voor het voorstel van de heer Kisteman.
De heer Schoonis (D66):
Ik sta aan de kant van de heer Van der Lee.
Mevrouw Bühler (CDA):
Er zijn moties en amendementen ingediend. Ik denk dat we het proces
zorgvuldig moeten doorlopen en checken wat er uit de stemmingen over de
moties en de amendementen komt. Ik wil het proces niet vertragen, maar
eigenlijk steunen en verbeteren.
De voorzitter:
Maar daarmee kiest u dus ...
Mevrouw Bühler (CDA):
Excuseer. Ik steun het voorstel van de heer Kisteman.
De heer Prickaertz (PVV):
Ja, voorzitter, beetje dubbel. Ik denk dat we eigenlijk gewoon kunnen
overgaan tot stemmen, zowel over de moties als over de amendementen en
daarachteraan over de wet zelf.
De voorzitter:
Ik constateer dat er voor beide voorstellen geen meerderheid is in de
Kamer. Daarmee vallen we gewoon terug op het voorstel dat er lag, dus
stemming op 22 september.
De heer Van der Lee (PRO):
In dat geval geef ik mij gewonnen en volg ik graag het voorstel van de
heer Kisteman, dus dat we wel stemmen over de amendementen en de moties.
Dat geeft al wel duidelijkheid ...
De voorzitter:
Ik snap wat u zegt. Dus dan gaan we aanstaande dinsdag stemmen over de
moties en de amendementen en dan stemmen we op 22 september over de wet.
Meneer Kisteman, u heeft nu uw zin gekregen.
De heer Kisteman (VVD):
Amendementen en moties. Dat was mijn voorstel.
De voorzitter:
Dat is precies wat ik zei: we stemmen aanstaande dinsdag over de
amendementen en de moties, en dan op 22 september over de wet. Ja?
Oké.
Ik dank de minister voor haar adviserende rol. Ik dank nogmaals de
initiatiefnemer voor zijn wijze van beantwoording en ik dank de
aanwezige Kamerleden.
Sluiting
Sluiting 22.42 uur.
ONGECORRIGEERD STENOGRAM Aan ongecorrigeerde verslagen kan geen enkel recht worden
ontleend. |
|---|