[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Tweeminutendebat Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden (CD 3/9) (ongecorrigeerd)

Stenogram

Nummer: 2026D40935, datum: 2026-09-03, bijgewerkt: 2026-09-04 09:19, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden

Voorzitter: Moorman

Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden

Aan de orde is het tweeminutendebat Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden (CD d.d. 03/09).

De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Ik heet de minister van harte welkom. Ik begreep dat niet alle vragen tijdens het commissiedebat zijn beantwoord. De minister heeft aangegeven dat hij de antwoorden verwerkt in de appreciatie van de moties, die ongetwijfeld gaan komen.

Dan zou ik graag als eerste het woord willen geven aan mevrouw Piri namens de fractie van PRO. Ik verzoek om een beetje stilte in de zaal, meneer Stoffer! Mevrouw Piri.

Mevrouw Piri (PRO):
Voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

spreekt steun uit voor het voorliggende sanctiebesluit over onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden;

verzoekt de regering dit besluit voortvarend te implementeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Piri.

Zij krijgt nr. 775 (23432) (#1).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de handel in diensten en investeringen ook bijdragen aan de instandhouding van de illegale bezetting van Palestijnse gebieden;

verzoekt het kabinet om zo spoedig mogelijk, indien juridisch mogelijk, de handel in diensten met en investeringen in de illegale nederzettingen te verbieden,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Dobbe en Teunissen.

Zij krijgt nr. 776 (23432) (#2).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Israëlische regering de aanbestedingsprocedure voor de bouw van nederzettingen in het E1-gebied heeft geopend;

constaterende dat het E1-project voor opeenvolgende Nederlandse kabinetten een rode lijn is geweest;

verzoekt het kabinet om alles wat juridisch mogelijk is in te zetten om te voorkomen dat Nederlandse bedrijven kunnen meedingen in de aanbestedingsprocedure voor het E1-project,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Piri, Dobbe en Teunissen.

Zij krijgt nr. 777 (23432) (#3).

Mevrouw Piri (PRO):
Tot slot, voorzitter. Ik wil de minister natuurlijk bedanken, maar ik wil ook vooral alle ambtenaren bedanken. Ik weet namelijk dat er door heel veel ministeries gewerkt is aan deze sanctiemaatregel, die er op papier heel eenvoudig uitziet. We hebben in de technische briefing echter gemerkt dat hier echt wel wat achter zit. Ook namens mijn fractie dus dank aan hen.

De voorzitter:
Dank, mevrouw Piri. Dan gaan we door met de bijdrage van mevrouw Dobbe. O, excuus, meneer Ceder. Er is nog een interruptie voor u, mevrouw Piri.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mevrouw Piri en ik zijn het op dit onderdeel op veel punten oneens.

Mevrouw Piri (PRO):
Dat klopt.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Maar ik zou graag wel de mening van mevrouw Piri over het volgende willen hebben. Klopt in ieder geval de analyse — we wegen dit anders — dat als je zegt dat je het IGH-advies 2024 volgt, het besluit dat er nu ligt dan eigenlijk te weinig doet? U refereert naar diensten, handel et cetera. Maar er wordt ook gezegd dat je er delen uit kunt halen. Denk aan het doel voor evacuatie. Klopt het dat we het er in ieder geval met elkaar over eens zijn dat als je zegt "we omarmen dat", dit besluit dan eigenlijk niet doet wat het advies vraagt?

Mevrouw Piri (PRO):
Nee. Het allerbelangrijkste wat er in het advies staat — daar acteert de regering nu ook op — is dat je als derde land niet kan meewerken aan de instandhouding van de illegale bezetting. Dat is waarom er wordt gekeken naar sancties. Zoals ik het begrijp, zegt het kabinet: wij zouden ook best investeringen en diensten daaronder willen laten vallen. Dat is namelijk ook bij de aankondiging van deze sanctie door het kabinet gezegd. Alleen zeggen ze: we zitten in de Europese Unie en we zijn er juridisch niet zeker van dat dat kan. Daarom zetten ze nu deze ene stap. Maar er kan dus nog veel meer.

De voorzitter:
Het woord is aan mevrouw Dobbe namens de fractie van de SP. Gaat uw gang.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel, voorzitter. We hebben twee moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat de Israëlische aanbestedingsprocedure voor het E1-nederzettingenplan op 29 oktober afloopt, waarna de bouw kan beginnen;

constaterende dat deze nederzettingen in strijd zijn met het internationaal recht en een Palestijnse staat ondermijnen;

constaterende dat de E1-bouwplannen in het bijzonder problematisch zijn, omdat ze de Westelijke Jordaanoever in tweeën splitsen en het leven van Palestijnse burgers nog zwaarder maken;

constaterende dat Nederland en andere EU-landen deze plannen van Israël reeds hebben veroordeeld, maar Israël zich hier niets van aantrekt;

verzoekt de regering aan te dringen op spoedige en stevige maatregelen van de EU tegen Israël als het E1-project wordt voortgezet;

verzoekt de regering, als maatregelen door dẹ EU uitblijven, met gelijkgestemde andere landen maatregelen tegen Israël te nemen als het E1-project wordt voortgezet,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Dassen, Teunissen, Van Baarle en Piri.

Zij krijgt nr. 778 (23432) (#4).

Mevrouw Dobbe (SP):
En de volgende.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het kabinet een verbod op import van goederen uit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden wil instellen;

overwegende dat het kabinet niet kan garanderen dat wapens die Nederland exporteert naar Israël niet worden ingezet voor het in stand houden van het illegale nederzettingenbeleid;

verzoekt het kabinet om een algeheel wapenembargo op Israël in te stellen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dobbe, Teunissen en Van Baarle.

Zij krijgt nr. 779 (23432) (#5).

Mevrouw Dobbe (SP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Dobbe. Dan gaan we door met de heer Van Baarle namens de fractie van DENK.

De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Spanje in artikel 4 van zijn sanctiebesluit tegen handel met illegale Israëlische nederzettingen (Real Decreto-ley 10/2025) reclame voor nederzettingsproducten en voor diensten die in die nederzettingen worden verricht expliciet als illegale reclame heeft aangemerkt;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe binnen de nationale juridische ruimte ook reclame voor producten uit illegale Israëlische nederzettingen en voor diensten die in deze nederzettingen worden verricht, kan worden verboden, en de Kamer hiertoe, indien die ruimte er is, een voorstel te doen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 780 (23432) (#6).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden op 22 september 2026 in werking treedt;

verzoekt de regering een brede communicatiecampagne te voeren over de inhoud en gevolgen van het sanctiebesluit, en daarbij in ieder geval ondernemers, importeurs, verkopers en reizigers actief te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van Baarle.

Zij krijgt nr. 781 (23432) (#7).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Internationaal Gerechtshof heeft geoordeeld dat derde staten niet mogen bijdragen aan de instandhouding van de onrechtmatige situatie in de bezette Palestijnse gebieden;

van mening dat economische druk noodzakelijk is om een einde te maken aan de bezetting, kolonisering en onderdrukking van het Palestijnse volk;

verzoekt de regering boycot, desinvestering en sancties als uitgangspunt van het Nederlandse beleid ten aanzien van Israël te hanteren en zich nationaal en internationaal in te zetten voor een totaal handelsverbod met Israël, zonder dat humanitaire hulpstromen worden getroffen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle en Dobbe.

Zij krijgt nr. 782 (23432) (#8).

De heer Van Baarle (DENK):
Tot slot.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het onwenselijk is wanneer bedrijven die handel drijven met illegale Israëlische nederzettingen tegelijkertijd kunnen profiteren van samenwerkingen met de Nederlandse overheid of andere vormen van overheidssteun;

verzoekt de regering te onderzoeken welke juridische mogelijkheden bestaan om bedrijven die handel drijven met illegale Israëlische nederzettingen uit te sluiten van bepaalde samenwerkingsverbanden met de overheid en, waar mogelijk, van subsidies, fiscale voordelen en andere vormen van overheidssteun, en de Kamer hierover te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Van Baarle, Dobbe en Teunissen.

Zij krijgt nr. 783 (23432) (#9).

De heer Van Baarle (DENK):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Van Baarle. Dan gaan we door met mevrouw Rajkowski namens de fractie van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Voorzitter, dank u wel. Zoals in het debat al is gewisseld, staat de VVD voor een duurzame tweestatenoplossing. We zien dat kolonistengeweld onder de huidige regering onbestraft blijft en dat de nederzettingen zich uit blijven breiden. Dat brengt een tweestatenoplossing verder weg en daarom steunen wij de sancties.

Twee dingen hierover. Wat de VVD betreft worden de maatregelen ingetrokken zodra er een Israëlische regering aantreedt die aantoonbaar ander beleid voert en geloofwaardig optreedt tegen gewelddadige kolonisten.

Voorzitter. Twee: een onderzoeksmotie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kolonistengeweld een duurzame tweestatenoplossing in de weg staat;

overwegende dat Oost-Jeruzalem en de Golanhoogte losstaan van het kolonistengeweld;

constaterende dat de AMvB verder gaat dan de formulering in de motie-Van Campen/Boswijk die oproept tot het heffen van sancties op producten;

verzoekt de regering te onderzoeken of het mogelijk is om de Golanhoogte en Oost-Jeruzalem uit de AMvB te halen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Rajkowski.

Zij krijgt nr. 784 (23432) (#10).

Voordat u verdergaat, is er een interruptie van het lid Piri.

Mevrouw Piri (PRO):
Ik blijf me erover verbazen. Aan de ene kant horen we mevrouw Rajkowski zeggen: ik steun de sancties, maar eigenlijk niet zoals ze nu zijn. En er is een voorwaarde: zodra er niks meer is met kolonisten die geweld gebruiken, moet deze sanctie weg. Ik vraag me af wat illegale nederzettingen te maken hebben met kolonistenterreur. Ik snap wel dat daar een link is. Alleen, ook als er geen terreur wordt gepleegd, zijn die nederzettingen nog steeds illegaal. Ik snap de link dus niet helemaal.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ik denk sowieso dat wij het hier niet honderd procent over eens zullen zijn. Maar ook de uitbreidingen van de nederzettingen, het gaat dus om alles wat ermee te maken heeft. Daarom heb ik het net ook zo benoemd in mijn spreektekst. Wij zien sinds de regering-Netanyahu verwerpelijke uitspraken van ministers, wij zien uitbreidingen van de nederzettingen, wij zien kolonistengeweld dat onbestraft blijft, en dat alles bij elkaar zorgt én voor onveiligheid in de regio én brengt de tweestatenoplossing verder weg. Daarom steunen wij deze sancties.

De heer Van Baarle (DENK):
Zegt de VVD hiermee dan dat op het moment dat er geen gewelddadige kolonisten meer zijn en de nederzettingen zich niet uitbreiden, er onvoldoende sprake is van een onrechtmatigheid die sancties rechtvaardigt? Volgens mij bestaan die nederzettingen namelijk al tientallen jaren. Die nederzettingen zijn een flagrante schending van het internationaal recht, dus dat zou sancties rechtvaardigen. De VVD kan dan toch niet zeggen dat als twee bepaalde dingetjes veranderen, die sancties niet meer nodig zijn?

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Voor ons gaat het er uiteindelijk om dat er stappen worden gezet richting die tweestatenoplossing. We zien dat wat er nu gebeurt, dat niet doet. Binnen de Westelijke Jordaanoever heb je ook A-, B- en C-gebieden. Dat weet de heer Van Baarle waarschijnlijk beter dan ik, want hij is al veel langer woordvoerder op dit terrein. Maar uiteindelijk is het aan de twee partijen om te komen tot een akkoord over hoe de gebieden precies worden ingericht en wie waar mag wonen. Dat is niet aan ons. Ik ga hier dus niet zeggen dat alle nederzettingen meteen zouden moeten verdwijnen of dat Israëliërs niet meer op Palestijns grondgebied mogen wonen of andersom. Het is niet aan mij om daar een keuze in te maken.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Mevrouw Piri verwoordde het net perfect: wat hebben gewelddadige kolonisten met de illegale bezetting te maken? Dat is juist de crux van dit sanctiebesluit. Dit sanctiebesluit heeft niks te maken met gewelddadige kolonisten, met nederzettingen, met Ben-Gvir of met Gaza, maar met volledige terugtrekking. Zolang die niet heeft plaatsgevonden, zullen deze sancties nooit opgeheven kunnen worden, omdat de grondslag het IGH-advies is. Ik wil mevrouw Rajkowski dus vragen of zij dat onderschrijft. Mede daarom heb ik ook persoonsgerichte maatregelen bepleit, waaronder …

De voorzitter:
Ja. Meneer Ceder, wilt u uw vraag afronden?

De heer Ceder (ChristenUnie):
… die die in de motie-Van Campen/Boswijk staan. Om die reden hebben we dat dus ook gesteund, zoals ik bepleit.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Daarom heb ik dus als het gaat om het intrekken daarvan, dus wanneer die termijn wordt opgeheven, aangegeven: op het moment dat de Israëlische regering aantoonbaar ander beleid voert en dus gewelddadig optreedt. Dat is helemaal in lijn met de motie-Van Campen/Boswijk en de motie-Van der Burg. Zo zien wij dit dus ook gebeuren.

De heer Van Lanschot (CDA):
Ten aanzien van de onderzoeksmotie die mevrouw Rajkowski aankondigt, snappen wij als CDA dat de VVD zegt dat de Golanhoogte minder met de tweestatenoplossing te maken heeft. Tegelijkertijd constateren wij ook in het debat dat wij eigenlijk geen selectie kunnen maken in de geografie, omdat het besluit anders succesvol zou kunnen worden aangevochten en nietig verklaard wordt. Ik zou dus via u, voorzitter, willen vragen of de minister dat in zijn beantwoording zo meteen nog even klip-en-klaar kan stellen.

De voorzitter:
Volgens mij was dat een vraag aan de minister en niet zozeer aan u, mevrouw Rajkowski.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Zou ik toch nog even …

De voorzitter:
Kort.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Dank. Daarom heb ik het ook geformuleerd als "onderzoeken". Zoals ik al zei, steunen wij de sancties. Het is niet mijn intentie om deze hele AMvB in te trekken, maar om te kijken waar hij beter en gerichter kan. De Golanhoogte is inderdaad geen onderdeel van de Palestijnse gebieden. Ik zie dat landen als Spanje ook andere motiveringen kiezen. Daarom vraag ik me af waarom wij voor deze kiezen. Om te voorkomen dat we ineens met lege handen komen te staan, heb ik de motie zo ingericht dat we onderzoeken of het mogelijk is. Als er namelijk een mogelijkheid is om deze twee gebieden eruit te halen terwijl de rest van de AMvB in stand blijft, zou dat voor ons de meest wenselijke oplossing zijn.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ik vraag dit even om het VVD-standpunt verder duidelijk te krijgen, want het is mij nu niet helemaal meer duidelijk. Welke illegale nederzettingen van Israël in Palestijns gebied mogen dan van mevrouw Rajkowski blijven? Volgens mij was het standpunt van de VVD namelijk altijd: illegale nederzettingen zijn illegaal. Illegaal brengt dan dus bepaalde verantwoordelijkheden met zich mee.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Ja, klopt.

Mevrouw Dobbe (SP):
Als mevrouw Rajkowski dus zegt dat van haar niet alle illegale nederzettingen weg hoeven, welke dan niet?

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Nou, daar ga ik niet over. Uiteindelijk gaan de twee partijen over welke nederzettingen mogen blijven en welke niet. Dat ze illegaal zijn, is internationaal recht. Dat is gewoon afgesproken, dus daarmee is het ook bezet gebied. Dat onderschrijven wij ook, maar wat de oplossing precies gaat worden voor die gebieden en nederzettingen is aan die twee partijen. Zo is dat onder andere in de Oslo-akkoorden, maar ook in hele andere settingen met elkaar afgesproken. Wij zijn erop tegen dat … O, sorry, voorzitter. Het moet korter.

De voorzitter:
Ja, mevrouw Rajkowsi. Dit zijn hele lange verhandelingen, dus ik vraag u toch om iets korter te antwoorden. Het is een tweeminutendebat, we zijn al een kwartier onderweg en zo komen we er niet in drie kwartier doorheen.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Oké, excuus. Dan is dat mijn antwoord.

De voorzitter:
Ja, u kan nog wel een laatste zin uitspreken.

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Nee, ik stel geen tegenvragen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Ik vind het heel kwalijk wat de VVD hier doet met deze zogenaamde onderzoeksmotie, want de VVD probeert hier dus twee gebieden uit het sanctiebesluit te trekken. Daarmee trek je dus het hele sanctiebesluit onderuit. Dat gaat de minister hopelijk zo meteen ook nog bevestigen. Wat is het nou? Gaat de VVD dit sanctiebesluit nou steunen en erachter staan, of zien we hier een VVD die probeert dit sanctiebesluit, het ministapje dat het kabinet nu zet, te ondermijnen?

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Nu val ik ook in herhaling, denk ik. Zoals ik een paar keer heb gezegd steunen wij de sancties. Wij vinden alleen het kiezen voor bijvoorbeeld de Golanhoogte, wat geen Palestijns gebied is, opvallend. We zien dat landen als Spanje ook andere redeneringen gebruiken bij het instellen van die sancties. Daarom vraag mij af of dit wel echt nodig is, of dat het ook op een andere manier kan. Maar omdat ik niet wil dat die AMvB … Maar omdat ik niet wil dat we helemaal niks gaan doen, heb ik daar een onderzoeksmotie van gemaakt. Ik begrijp dat het lastig is. Ik zie partijen in de Kamer die aan de ene kant zeggen dat de VVD veel verder moet gaan. Aan de andere kant zie ik partijen die zeggen: u moet juist veel minder ver gaan. Ik denk dat dat voor ons het dilemma is, want zo zwart-wit is het daar ook niet.

De heer Dassen (Volt):
We voeren dit debat natuurlijk al enkele jaren. Eindelijk zijn we tot dit kleine ministapje gekomen, dat genomen wordt door dit kabinet. Ik ben benieuwd naar het antwoord van de minister dadelijk. Als hij heel duidelijk en klip-en-klaar aangeeft dat dit niet kan en dat als we dit wel zouden doen, de hele juridische basis eronderuit getrokken zou worden, is de VVD dan bereid om de motie meteen in te trekken? Dat is namelijk een helder antwoord, namelijk dat je direct ondermijnend bezig bent en de AMvB probeert te torpederen. Of brengt mevrouw Rajkowski dan alsnog deze motie in stemming, omdat dat eigenlijk ook de bedoeling is van de VVD?

Mevrouw Rajkowski (VVD):
Nee, daar staat nog een derde punt naast, zoals ik net zei. Landen als Spanje hebben een andere juridische basis gevonden om dit soort sancties in te stellen. Op het moment dat dat ook juridisch houdbaar is, vind ik dat dus een interessantere route. Maar laat ik ook nog even iets anders zeggen. Er wordt hier door een aantal partijen gezegd dat dit een klein ministapje is. Voor mij is dit geen ministap. Ik vind dit een hele grote stap. Nederland is een van de eerste landen ter wereld die dit soort maatregelen nemen. Er zijn heel veel andere landen in de wereld waarvan ik denk: daar zouden sancties ook geoorloofd zijn, om hele andere redenen. Dat doen wij niet. Er zijn ook mensen in de Israëlische regering waar wij al sancties tegen hebben ingesteld. Die hebben een inreisverbod gekregen. Volgens mij is wat wij hier doen zeer uitzonderlijk. Op het moment dat iemand die wet overtreedt, kan hij tot zes jaar gevangenisstraf krijgen. Ik neem deze sancties dus ook niet zo licht op.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Rajkowski. Dan geef ik graag het woord aan de heer Stoffer namens de fractie van de SGP. U mag nu zeker praten, meneer Stoffer, maar niet langer dan twee minuten, tenzij u interrupties krijgt.

De heer Stoffer (SGP):
Ik zal u niet teleurstellen, voorzitter. Als het aan mij ligt, ben ik binnen een minuut klaar.

De voorzitter:
We houden het bij.

De heer Stoffer (SGP):
Voorzitter. Ik heb één motie. Die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

verzoekt de regering het tijdelijk sanctiebesluit gericht tegen Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, Oost-Jeruzalem en de Golanhoogte per direct in te trekken,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Stoffer, Hoogeveen, Ceder, Markuszower, De Roon, Keijzer en Van der Plas.

Zij krijgt nr. 785 (23432) (#11).

De heer Stoffer (SGP):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dat waren 24 seconden, dus ik wil u hartelijk danken, meneer Stoffer. Dan gaan we door met de heer Dassen, namens de fractie van Volt.

De heer Dassen (Volt):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording, die de beleidsmedewerkers hebben gevolgd. Daarom drie moties.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat het Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden economische activiteiten in illegale nederzettingen beoogt te ontmoedigen;

overwegende dat Nederlandse bedrijven die economische activiteiten ontplooien in de illegale nederzettingen tegelijkertijd gebruik kunnen maken van fiscale faciliteiten;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe fiscale faciliteiten kunnen worden uitgesloten voor bedrijven die aantoonbaar economische activiteiten ontplooien in illegale nederzettingen, en de Kamer hierover voor de plenaire behandeling van het Belastingplan 2027 te informeren,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Dassen en Teunissen.

Zij krijgt nr. 786 (23432) (#12).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Israëlische nederzettingen een schending vormen van het internationaal recht;

constaterende dat kolonisten op de Westelijke Jordaanoever vrij kunnen reizen naar de Europese Unie, omdat zij in het bezit zijn van een Israëlisch paspoort en vallen onder de visumvrijstelling, terwijl Palestijnen dat niet kunnen;

overwegende dat de nederzettingenuitbreiding een tweestatenoplossing ondermijnt en daarmee het beleid van de regering;

verzoekt de regering te onderzoeken hoe de visumvrijstelling voor Israëlische kolonisten kan worden opgeschort,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 787 (23432) (#13).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de Douane, de FIOD en het OM hebben gewaarschuwd dat goederen uit illegale nederzettingen het Nederlandse verbod kunnen omzeilen via andere EU-lidstaten, waaronder België en Duitsland;

overwegende dat handhaving van het tijdelijk sanctiebesluit effectiever is als buurlanden samenwerken om omzeiling tegen te gaan;

verzoekt de regering actief samenwerking te zoeken met België en andere buurlanden om omzeiling van het sanctiebesluit via hun grondgebied tegen te gaan,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Dassen.

Zij krijgt nr. 788 (23432) (#14).

De heer Dassen (Volt):
Dank u wel.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Dassen. Dan gaan wij door met mevrouw Teunissen namens de fractie van de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u wel, voorzitter.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Booking.com accommodaties blijft aanbieden in illegale nederzettingen ondanks de strijdigheid met het internationaal recht;

overwegende dat Booking.com nog niet onder het aankomende sanctiebesluit valt;

overwegende dat Booking.com voor miljarden euro's aan Nederlandse subsidies en fiscale voordelen ontvangt;

overwegende dat het onwenselijk is dat bedrijven die bijdragen aan het in stand houden van illegale nederzettingen fiscale voordelen en subsidies ontvangen;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat bedrijven die diensten aanbieden in illegale nederzettingen niet langer gebruik kunnen maken van fiscale voordelen en subsidies,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Teunissen, Dobbe, Piri, Van Baarle en Dassen.

Zij krijgt nr. 789 (23432) (#15).

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat Nederland in de afgelopen jaren voor 2 miljard aan militair materieel heeft aangekocht bij de Israëlische wapenindustrie;

overwegende dat het onwenselijk is dat Nederland afhankelijk is van militaire industrieën die betrokken zijn bij oorlogsmisdaden;

overwegende dat de Israëlische fabrikant van het raketartilleriesysteem PULS, waar de Nederlandse defensie gebruik van maakt, van plan is om een joint venture te sluiten met een Duitse firma, KNDS, voor een Europese variant;

van mening dat Europa strategisch onafhankelijk moet worden van landen die zich schuldig maken aan militaire dreiging en agressie;

verzoekt de regering om de Nederlandse afhankelijkheid van bedrijven en fabrikanten die een joint venture hebben met de Israëlische wapenindustrie af te bouwen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Teunissen.

Zij krijgt nr. 790 (23432) (#16).

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dank u.

De voorzitter:
Dank u wel, mevrouw Teunissen. Voordat u gaat, is er nog een interruptie van de heer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ten aanzien van de motie over Booking.com is mijn vraag aan de Partij voor de Dieren wanneer Booking.com wel weer zijn normale handel zou kunnen voeren. Klopt het dat als de E1-nederzettingen niet worden doorgevoerd, als er een vredesdeal in Gaza is, waarbij er geen geweld meer plaatsvindt, als Ben-Gvir geen minister meer is en er een nieuw kabinet is, dat alles bij elkaar opgeteld nog steeds geen grond vormt om die sancties te verlichten, in ieder geval volgens de visie van de Partij voor de Dieren? Zo nee, wanneer dan wel?

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Het gaat er in ieder geval om dat Booking nu doorgaat met huizen verhuren van Palestijnen die zijn verjaagd. Dat is waar ik een einde aan wil maken. We kunnen in hypothetische situaties denken, van: wanneer gaat we dat dan weer beëindigen? Maar laten we er in ieder geval mee beginnen dat Booking zich nu gaat terugtrekken. Dat is wat we nu willen.

Dank u wel.

De voorzitter:
Meneer de Roon namens de fractie van de PVV.

De heer De Roon (PVV):
Ik ga straks even op de site van Booking.com kijken wat er allemaal in de aanbieding is, maar ik ga me nu beperken tot één motie. Die luidt als volgt.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

spreekt uit dat Judea, Samaria en Oost-Jeruzalem toebehoren aan het Joodse volk en aan de staat Israël en dat sancties tegen dat land derhalve totaal onzinnig, ongepast en onacceptabel zijn,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden De Roon en Wilders.

Zij krijgt nr. 791 (23432) (#17).

Dank u, meneer De Roon. We gaan door met de heer Ceder namens de fractie van de ChristenUnie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, dank. De interruptie van mevrouw Piri verwoordde het eigenlijk voortreffelijk: wat hebben gewelddadige kolonisten te maken met illegale nederzettingen? De essentie van dit sanctiebesluit gaat namelijk helemaal niet over hetgeen waar we het de hele dag met elkaar over hebben gehad. Dit sanctiepakket gaat niet over het bevriezen van de E1-nederzettingen. Het gaat niet over het sanctioneren van Ben-Gvir en Smotrich. Het gaat niet over een nieuw kabinet. Het gaat niet over vrede in Gaza. Het gaat ook niet over een effectieve aanpak van die verachtelijke gewelddadige kolonisten tegen Palestijnen. Als al deze maatregelen doorgevoerd worden, dan is er namelijk alsnog grond om dit sanctiebesluit door te voeren volgens het advies van het Internationaal Gerechtshof uit 2024 en de VN-resolutie.

Voorzitter. Dat betekent, in tegenstelling tot wat partijen hier proberen te beweren, dat deze sancties niet afgeschaald kunnen worden zolang volledig aan het advies is voldaan. Het eerste punt is onder andere de evacuatie — dat bevestigt het kabinet — van ieder geval meer dan 700.000 Israëlische staatsburgers, waaronder christenen, druzen en Arabieren, totdat dat punt is voltooid.

Daarmee staan we op het punt historisch broddelwerk door te voeren — zoals de minister zei: "onontgonnen gebied" — en openen we de deur voor eindeloze procedures om het kabinet woord te laten houden, namelijk volledige invoering van de IG-uitspraak uit 2024, ongeacht kabinetsverandering of samenstelling van de Kamer. Natuurlijk gaan partijen uit de samenleving procederen en proberen deze coalitie aan hun woord te houden. Dat zou ik ook doen.

Voorzitter. Ik hoop dat partijen zich hiervan nog kunnen laten doordringen, op zoek gaan naar gerichte maatregelen en afzien van deze historische vergissing. Daarom de volgende motie.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet stelt dat er geen directe internationaalrechtelijke verplichting bestaat om bij te dragen dat Israël alle meer dan 700.000 Israëlische settlers uit de Oude Stad van Jeruzalem en de Westbank evacueert en dat de invulling van de evacuatie pas na en uit overleg tussen Israël en de PA zou moeten voortvloeien;

constaterende dat dit kabinetsstandpunt niet uit de tekst van het IGH-advies 2024 noch uit de tekst van VN-resolutie ES-10/24 vloeit, die in volledige zin mede de grondslag vormen voor het sanctiebesluit;

...

De voorzitter:
Meneer Ceder.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Voorzitter, als ik eenmaal met een motie begin, dan mag ik 'm afmaken.

De voorzitter:
Ja, maar een beetje tempo, dan.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat het kabinet stelt dat er geen directe internationaalrechtelijke verplichting bestaat om eraan bij te dragen dat Israël alle meer dan 700.000 Israëlische settlers uit de Oude Stad van Jeruzalem en de Westbank evacueert en dat de invulling van de evacuatie pas na en uit overleg tussen Israël en de PA zou moeten voortvloeien;

constaterende dat dit kabinetsstandpunt niet uit de tekst van het IGH-advies 2024 noch uit de tekst van VN-resolutie ES-10/24 voortvloeit, die in volledige zin mede de grondslag vormen voor het sanctiebesluit;

overwegende dat het kabinet niet kan uitsluiten dat de juridische grondslag in het sanctiebesluit een toekomstig precedent schept waarbij externe partijen elk kabinet kunnen houden aan sanctiemaatregelen tot volledige en directe naleving van het IGH-advies uit 2024 en VN-resolutie ES-10/24, inclusief directe evacuatie;

verzoekt de regering vóór inwerkingtreding nader internationaalrechtelijk spoedadvies aan te vragen over de vraag of het kabinet bij het onderschrijven van het IGH-advies van 2024 en punt 2 van VN-resolutie ES-10/24, namelijk dat Israël alle Israëlische settlers dient te evacueren, beleidsruimte behoudt om de uitwerking van de evacuatie van settlers over te laten aan mogelijke toekomstige gesprekken tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit;

verzoekt de regering zich vóór inwerkingtreding van het sanctiebesluit ervan te vergewissen dat er geen precedentwerking kan ontstaan waarbij een eventuele afschaling of afschaffing van sancties door externe partijen kan worden aangevochten op grond van dezelfde juridische grondslag als waarop het kabinet het besluit baseert,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Ceder, Hoogeveen en Stoffer.

Zij krijgt nr. 792 (23432) (#18).

De heer Ceder (ChristenUnie):
Dank, voorzitter.

De voorzitter:
Meneer Ceder. Ik ben zeer coulant geweest. Ik heb u anderhalve minuut extra gegeven. Als u moties maakt die meer dan anderhalve minuut bestrijken, dan vraag ik u om uw inleiding daarvan echt korter te maken. U begint als u nog vijftien seconden heeft en we kennen hier in de Kamer geen regel dat je, als je eenmaal begint, het mag afmaken. Dat had u moeten weten, want u bent al heel lang hier een bewoner van dit Kamergebouw.

Dat gezegd hebbende, gaan we door met de heer Van Lanschot.

De heer Van Lanschot (CDA):
Ja, dank, voorzitter. Na dit juridisch toch behoorlijke mistgordijn — of moet ik zeggen "waterval"? — wil ik graag iets duidelijk maken. De ChristenUnie beschuldigt hier een aantal partijen van een selectieve toepassing van het internationale recht, maar volgens mij is hier sprake van selectief luisteren door de ChristenUnie. De minister heeft een aantal keren heel duidelijk gemaakt dat er beleidsvrijheid is voor de Nederlandse regering bij de invulling van onze internationaalrechtelijke verplichtingen. Dus ik vraag aan de heer Ceder: heeft u dat niet gehoord of niet willen horen? Dank u wel.

De voorzitter:
De heer Ceder, met een korte reactie.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ja, voorzitter. Als er één partij is die rookgordijnen heeft opgetrokken, dan is dat het CDA, dat dit voorstel aan een meerderheid geholpen heeft door te verzekeren dat in de uittocht van Jeruzalem druzen, christenen en Palestijnen niet geraakt zouden worden, en hier nu alsnog akkoord gaat met een gigantische verruiming van de reikwijdte, waar zelfs de VVD van zegt: maar hier hebben we niet voorgestemd. Ten tweede, voorzitter: ja, de Staat heeft beleidsruimte om die verplichtingen in te vullen. En hoe doet die dat? Door zich te committeren aan het advies van het Internationaal Gerechtshof uit 2024 en VN-resolutie ES-10/24. In de VN-resolutie ES-10/24 staat in punt 2 "binnen twaalf maanden". Daarin staat niet "als er gesprekken plaatsvinden". De PA wordt niet genoemd, maar dus wel dat Israël binnen twaalf maanden — en ze zijn nu over tijd — alle settlers moet hebben geëvacueerd. Ik vraag eenieder die meekijkt om die resolutie erbij te pakken …

De voorzitter:
Meneer Ceder … Meneer Ceder, ik vraag u gewoon antwoord te geven op degene die u een vraag stelt, en hier geen colleges te geven. Mevrouw Piri.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Excuus, voorzitter.

Mevrouw Piri (PRO):
We zijn hier in het parlement, we zijn hier met allemaal verschillende partijen en dan is het helemaal prima om het niet met elkaar eens te zijn. Maar ik moet echt dit opmerken: de manier waarop de ChristenUnie, zowel in het Kamerdebat daarnet van vier uur als hier, met valse voorstellingen van waar partijen voor staan, met de valse voorstelling alsof de regering hier een etnische zuivering van Israëliërs zou bepleiten, vind ik schandalig.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Als de minister zo kan verzekeren dat er geen procedures opgestart kunnen worden, dan trek ik mijn woorden in. Maar ik heb tijdens het debat gevraagd aan mevrouw Piri om mij op inconsistenties te wijzen. Er is vooral gejij-bakt, en dat doet ze nu weer. Dat doet ze vaker; al twee jaar. En omdat we dit inhoudelijke debat al twee jaar niet voeren, zijn we nu op het punt dat we maatregelen invoeren waarvan we niet zeker zijn wat de reikwijdte daarvan is, en we niet zeker zijn over de handhaving en niet zeker zijn over het doel. Dus ik vind het goed om het over de inhoud te hebben. En ik daag ieder Kamerlid uit om gewoon op de inhoud aan te geven waarom wat ik zeg, niet klopt.

De heer Van Baarle (DENK):
Laat ik het ook proberen. Volgens mij hebben we het vandaag over een sanctiebesluit. Dat sanctiebesluit wordt door de regering genomen op basis van een breed spectrum aan redenen, onder andere het advies dat de heer Ceder aangeeft, maar ook omdat de regering zegt dat dit een effectieve manier is om druk te zetten en ze zegt dit te doen omdat het Europees niet lukt. Een breed spectrum aan redenen. Wat de heer Ceder doet, is het debat over de sanctiemaatregel vernauwen tot partijen beschuldigen, alsof die etnische zuiveringen zouden voorstaan, of de regering ervan beschuldigen dat ze voor deportatie zou zijn. Terwijl het daar niet over gaat. Ik zou aan de heer Ceder willen vragen of hij in staat is om die twee dingen op zijn minst wel intellectueel los te trekken van elkaar en daar het debat gewoon niet mee te vervuilen.

De voorzitter:
Meneer Ceder, voor een korte reactie. Daarna gaan we door met de volgende spreker.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Ik stel dat het kabinet — het vorige kabinet heeft het niet aangedurfd, maar dit kabinet wel; dat is een wisseling — zich volledig committeert aan het opinieadvies uit 2024. Dat hebben eerdere kabinetten niet gedaan. Die stellen dat dat geldend internationaal recht is. Daar kun je niet in shoppen. Wat je wel had kunnen doen, is zeggen: er zitten belangrijke overwegingen in; het is gezaghebbend; ik heb heel veel respect voor het Internationaal Gerechtshof; in het kader daarvan gaan wij dit wel en dat niet doen. Dat heeft het kabinet nagelaten. Dat heeft gezegd: wij committeren ons aan het advies, dat internationaal recht is, en wij committeren ons aan die VN-resolutie. Zo heeft het kabinet de beleidsruimte ingevuld.

Ik wil ook dat er vrede komt. Ik wil ook dat we gewelddadige kolonisten aanpakken. Maar mijn bewering dat de zalvende woorden dat we over een paar maanden die sancties hopelijk niet meer nodig hebben … Laten we wel eerlijk zijn met elkaar. Zolang er in die bezette gebieden geen evacuatie heeft plaatsgevonden, zal vanuit de Kamer altijd het geluid komen: we hebben nog sancties nodig.

De voorzitter:
Ja, oké. Daarmee ronden we uw bijdrage af. Het woord is aan meneer Hoogeveen, van de fractie van JA21.

De heer Hoogeveen (JA21):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording, maar mijn fractie is verre van overtuigd. Wat je ook van het Israëlische nederzettingenbeleid vindt, de juridische onderbouwing voor dit nationale invoer- en handelsverbod is flinterdun. We zetten schaarse handhavingscapaciteit in voor een zeer kleine handelsstroom, waarvan we weten dat die via de Europese interne markt gewoon kan worden omzeild, terwijl de bewijsvoering problematisch is en Israël hier nooit aan gaat meewerken. Dat terwijl de Europese Commissie zegt dat het bestaande EU-beleid al in overeenstemming is met de relevante verplichtingen uit het IGH-advies. Het kabinet zegt dat het dit het liefst Europees wil regelen, maar heeft daarvoor geen meerderheid. Vervolgens wordt via een ruime interpretatie van de openbare orde alsnog een nationaal invoer- en handelsverbod ingevoerd. Wat resteert er dan, behalve een politiek signaal en verdere schade aan de relatie met de staat Israël, vraag ik aan de minister.

De juridische vragen die vandaag zijn blijven liggen, verdienen wat mijn fractie betreft een onafhankelijke toets. Daarom dien ik de volgende motie in.

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende dat onduidelijkheid bestaat over de vraag in hoeverre uit het internationaal recht een verplichting voortvloeit tot het instellen van nationale handelsbeperkingen op goederen uit Israëlische nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogvlakte;

overwegende dat eveneens onduidelijk is hoe ruim de openbareorde-exceptie kan worden uitgelegd bij de nakoming van internationaalrechtelijke verplichtingen en welke precedentwerking hiervan kan uitgaan voor andere internationale conflicten;

verzoekt de regering hierover extern juridisch advies in te winnen en dit met de Kamer te delen,

en gaat over tot de orde van de dag.

De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Hoogeveen en Ceder.

Zij krijgt nr. 793 (23432) (#19).

De heer Van Baarle heeft een interruptie.

De heer Van Baarle (DENK):
Klopt, voorzitter. Ik probeer het debat even terug te luisteren in mijn hoofd. Ik heb de regering horen zeggen: op deze manier denken wij invulling te geven aan het advies en aan het internationaal recht. Ik heb de regering nergens horen zeggen: wij zijn op basis van het internationaal recht verplicht om dit te doen. Ik snap dus niet waarom de heer Hoogeveen een advies wil over de vraag of wij verplicht zijn om dit te doen. Volgens mij zijn wij niet verplicht om dit te doen, maar is het wel verstandig om dit te doen. Dat vind ik, althans.

De heer Hoogeveen (JA21):
Nee. Wat ik zeg, is het volgende. Vanuit de Europese Commissie is het signaal gekomen dat onder het huidige ontmoedigingsbeleid al wordt voldaan aan het IGH-advies. Dat zegt de Europese Commissie zelf. Dan komt Nederland en zegt: wij willen invulling geven aan het internationaal recht. Dat kan best, maar dat moet via het gemeenschappelijk Europees handelsbeleid, via artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Daar kun je uitzonderingen op aanvragen, maar dat is dan op basis van de openbare orde. Ik vraag mij ten zeerste af welk effect het importeren van producten uit de Westelijke Jordaanoever kan hebben op de openbare orde. Ik zie het niet, dus ik zou daarvan graag een toetsing willen zien: waar komt dat vandaan, hoe wordt dat geïnterpreteerd en welk precedent schept dat voor andere conflicten in de wereld?

De voorzitter:
Meneer Hoogeveen, ik geef nu het woord aan de heer Van Landschot van het CDA voor een interruptie.

De heer Van Lanschot (CDA):
Als we nu eens meegaan in de redenering van de heer Hoogeveen dat het enkel een politiek signaal is, wat vindt JA21 dan eigenlijk van dat politieke signaal?

De voorzitter:
Dat is een hele korte, heldere vraag. Dank u wel.

De heer Hoogeveen (JA21):
Zoals ik in mijn bijdrage al zei, vind ik dat geen serieus buitenlandbeleid. Als je al zoiets doet als dit, dan doe je dat denk ik in samenspraak met Europese partners. Dan zorg je er ook voor dat er een besluit wordt genomen dat conform de werking van de Europese Unie is en dat ook daadwerkelijk effect heeft, namelijk doordat je het vanuit de hele gemeenschappelijke markt doet. Dan zou het eventueel effect hebben. Wat de politieke vraag betreft: wij zijn het er als fractie überhaupt niet mee eens.

De voorzitter:
Dank u wel, meneer Hoogeveen. Daarmee komen we aan het einde van de termijn van de Kamer. Ik geef de minister de ruimte om de negentien moties die zijn ingediend van een appreciatie te voorzien. Daarvoor schors ik de vergadering voor tien minuten. Ik wil even aan de Kamer ter overweging meegeven in de schorsing: we zitten in een tweeminutendebat. Het is geen regulier plenair debat. Het is ook geen commissiedebat. Houdt u daar alstublieft ook rekening mee zo meteen bij de beantwoording door de minister, want we hebben nog meer te doen vanavond. Dank u wel.

De vergadering wordt van 20.07 uur tot 20.17 uur geschorst.

De voorzitter:
Ik hervat de vergadering. Aan de orde is het tweeminutendebat Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Ik geef graag het woord aan de minister.

Minister Berendsen:
Dank u wel, voorzitter. De appreciatie van de moties.

De motie op stuk nr. 775: oordeel Kamer.

De motie op stuk nr. 776 is ontijdig. Ik heb vanmiddag al de toezegging gedaan dat het kabinet binnen enkele weken de uitkomst van de verkenning naar de Kamer zal sturen.

Mevrouw Piri (PRO):
Toch even voor de zekerheid. Wat het kabinet er voor de zomer zelf over heeft gecommuniceerd, is dat het kabinet bereid is om dit te doen, maar niet zeker weet of het juridisch kan. Dan snap ik niet zo goed waarom de motie ontijdig is. Er staat namelijk: als het juridisch kan, doe het.

Minister Berendsen:
Zoals ik in het debat vermeld heb, komt de volledige verkenning met alles daarin naar de Kamer. Daarmee is de motie wat ons betreft ontijdig.

De voorzitter:
Mevrouw Dobbe ... Natuurlijk, u bent mede-indiener.

Mevrouw Dobbe (SP):
De motie vraagt niet om een verkenning. Het risico is natuurlijk dat er zo meteen een verkenning komt waaruit blijkt dat het juridisch kan en dat we nog heel lang moeten wachten voordat het wordt ingevoerd, of dat het helemaal niet wordt ingevoerd. Daarom vraagt deze motie om het, indien het juridisch kan — wat dus uit die verkenning kan blijken — daarna te verbieden. Waarom doen we anders die verkenning, als je dat niet zou willen?

Minister Berendsen:
Het juridische aspect is onderdeel van de verkenning. Die verkenning komt naar de Kamer toe en dan voeren we samen het gesprek. Daarmee is de motie ontijdig.

De voorzitter:
Ik kijk even naar de indieners. U brengt de motie wel in stemming? Ja? Dan krijgt de motie de appreciatie ontijdig. Gaat u verder met de motie op stuk nr. 777.

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 777 ontraden we. We hebben een actief ontmoedigingsbeleid en een duidelijke stellingname hierover, samen met belangrijke bondgenoten. Zoals gezegd, als ons signalen bereiken over mogelijke deelname van Nederlandse bedrijven, zoeken wij actief contact daarover, maar op dit moment hebben wij daarover geen signalen.

Mevrouw Piri (PRO):
Hier snap ik helemaal niks van. E1-nederzettingen zijn een rode lijn voor het kabinet. Kijk naar Ed Miliband. Hij heeft gezegd: ik ga er alles aan doen om te zorgen dat Britse bedrijven niet aan onze rode lijn kunnen meewerken. Waarom kan het kabinet dat niet gewoon zeggen? Niet alleen als het gebeurt, want dan is het te laat. Gewoon klip-en-klaar tegen Nederlandse bedrijven zeggen: ik ga u nog niet vertellen wat wij gaan doen, maar reken er maar op dat wij met acties gaan komen als Nederlandse bedrijven meewerken aan het onmogelijk maken van een tweestatenoplossing.

Minister Berendsen:
Het kabinet denkt hetzelfde als mevrouw Piri over het E1-project en het de facto onmogelijk maken van de tweestatenoplossing bij uitvoering van dat project. Ik heb in het debat duidelijk aangeven, en ik zeg het nogmaals, dat dit kabinet volstrekt helder is over wat het hiervan vindt. Wat betreft eventuele deelname van Nederlandse bedrijven doen wij een duidelijk appel en geven aan dat het absoluut onacceptabel is als zij dat doen. Wij hebben op dit moment ook geen enkel signaal dat er ook maar een Nederlands bedrijf is dat hieraan gaat bijdragen.

Mevrouw Dobbe (SP):
Ja, maar ik vind ook dat het absoluut onacceptabel is. Ik vind het ondenkbaar dat een Nederlands bedrijf zou meehelpen met het bouwen van de E1-nederzettingen. Deze minister zou best wel wat stelliger mogen zeggen dat dat ondenkbaar en onacceptabel is. Het is heel goed dat de minister zegt dat het onacceptabel is, maar wat voor gevolgen heeft dat dan?

Minister Berendsen:
Ook hier hebben we het debat over gevoerd. Ik heb gezegd wat ik daarover gezegd heb. We hebben geen enkel signaal dat er een Nederlands bedrijf daaraan meedoet. Het kabinet is ook volstrekt helder over wat we hiervan vinden, ook richting bedrijven binnen ons actieve ontmoedigingsbeleid.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 777 had de appreciatie ontraden, als ik het goed had.

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 778: ontraden. Ook dat hebben we uitgebreid besproken in het debat. We hebben ons er meteen over uitgesproken. We werken in Europees verband. We zetten gezamenlijk druk op Israël en kijken naar een gezamenlijk initiatief.

Mevrouw Dobbe (SP):
Dit snap ik ook niet, want deze motie hebben wij met deze bewoordingen ook voor het reces ingediend. Toen zei de minister dat het ontijdig was, omdat er misschien nog uitstel zou komen voor het E1-nederzettingenbeleid. Nu blijkt dat uitstel er niet te zijn. Er is een heel duidelijke deadline waarop bedrijven moeten inschrijven om mee te doen aan die E1-aanbesteding. Nu zegt de minister dat het niet meer ontijdig is, maar dat hij 'm ontraadt. Maar waarom zou de minister dit ontraden? Er is toch een verklaring die de minister met al die landen heeft getekend, dat als de EU zich hier niet tegen wil verzetten en geen maatregelen wil nemen, de minister toch het voortouw kan nemen met de landen waarmee hij een verklaring heeft getekend? Sorry, maar als de minister dat niet doet, dan is zo'n verklaring toch echt alleen maar een soort papieren verklaring voor de bühne waar totaal geen consequenties aan zitten? Dat moeten we toch ook niet willen?

Minister Berendsen:
Wat ons betreft is die verklaring niet alleen papier. Tegelijkertijd zoeken we met die belangrijke bondgenoten gezamenlijk naar manieren om verder druk te zetten op Israël. Dat is wat we doen. Deze motie gaat alsdan nog een stap verder. Dat ontraad ik op dit moment. We belopen op dit moment het traject met onze belangrijke bondgenoten op dit gebied.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 778 krijgt de appreciatie ontraden. Dan de motie op stuk nr. 779.

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 779: ontraden. Die gaat over een algeheel wapenembargo. Dat hebben we ook tijdens het debat uitgebreid besproken.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 779 krijgt de appreciatie ontraden.

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 780: ontijdig. In het debat heb ik de verkenning toegezegd. Reclame is een dienst, dus wordt die meegenomen in de verkenning die nu wordt uitgevoerd en binnen enkele weken naar de Kamer komt.

De voorzitter:
Ik kijk naar de heer Van Baarle. Wil de heer Van Baarle hem wel in stemming brengen? Ja, dat is zo. Dan krijgt hij de appreciatie "ontijdig".

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 781: oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 781 krijgt oordeel Kamer.

Minister Berendsen:
Als ik daar nog iets aan toe mag voegen, mevrouw de voorzitter. Dat is een van de openstaande vragen van mevrouw Piri, die ging over de communicatie. We zullen reizigers informeren via de website met de reisadviezen, nederlandwereldwijd.nl, waar we specifieke informatie zullen toevoegen over wat deze maatregel voor reizigers betekent. Het kabinet is niet van plan om een andere specifieke campagne voor reizigers te starten. De Nederlandse bedrijven worden geïnformeerd via de reguliere kanalen, zoals de RVO en de douane.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 782.

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 782: ontraden, met verwijzing naar het debat.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 782 is ontraden.

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 783: ontraden, ook met verwijzing naar het debat. Daarin heb ik al aangegeven — dit gaat bij meerdere moties hierover terugkomen — dat fiscale regelingen niet gericht zijn op internationale politiek.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 783 is ontraden.

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 785 ontraden we, met verwijzing naar het debat.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 785: ontraden.

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 786 ontraden we, met verwijzing naar wat ik net ook zei, namelijk dat algemene fiscale maatregelen geen instrument zijn voor internationale politiek.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 786: ontraden.

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 787 ontraden we, omdat het juridisch niet mogelijk is om te differentiëren tussen Israëlische burgers.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 787: ontraden.

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 788: oordeel Kamer.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 788: oordeel Kamer.

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 789 ontraden we, met de zin over fiscale instrumenten die ik net al een aantal keren uitsprak.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 789: ontraden.

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 790 ontraden we. We hebben het in het debat uitgebreid gehad over het standpunt op het gebied van Defensie.

De motie op stuk nr. 791 ...

De voorzitter:
Voordat u verdergaat, heeft mevrouw Teunissen nog een vraag over de motie op stuk nr. 790.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dit is wel in het debat aan de orde geweest, maar deze motie is precies in lijn met een motie die een meerderheid heeft gekregen in de Kamer, namelijk die over het afbouwen van onze afhankelijkheid van Israëlische wapens. Dit gaat eigenlijk om een omzeiling van deze afbouw door Nederland, want je ziet nu al dat Israël zich voegt bij joint ventures in Europa, om dan via die joint ventures alsnog wapens te kunnen verkopen. Deze motie is dus precies in lijn met die aangenomen motie. Ik vraag me af wat voor het kabinet de reden is om deze motie te ontraden, en wel aan de slag te gaan met die andere motie.

Minister Berendsen:
Dit gaat duidelijk een stap verder, want dit gaat ook over joint ventures. Dat gaat echt een stap verder dan de eerder aangenomen motie.

De voorzitter:
Heel kort, mevrouw Teunissen.

Mevrouw Teunissen (PvdD):
Dit is dus geen stap verder, dit is precies ook afhankelijkheid afbouwen; dit valt onder het afbouwen van de afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie. Ik zie dus echt niet waarom dat volgens de minister een stap verder zou gaan.

Minister Berendsen:
Van joint ventures maken andere partijen onderdeel uit, en wij hebben een enorme uitdaging om onze defensie-industrie te versterken. Als we ook joint ventures gaan uitsluiten waar misschien partijen of landen in zitten die van grote waarde zijn voor onze defensie-industrie, dan gaat dat echt een stap verder dan het afbouwen van de afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie.

De voorzitter:
Gaat u verder met de motie op stuk nr. 791.

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 791 ontraden we, met verwijzing naar het debat.

De voorzitter:
De motie op stuk nr. 791: ontraden.

Minister Berendsen:
De motie op stuk nr. 792 ontraden we.

De motie op stuk nr. 793 ontraden we ook, beide met verwijzing naar het debat, waarin we het echt, echt heel uitgebreid hebben gehad, steeds weer, over dezelfde juridische vraag die ik zojuist ook weer langs hoorde komen.

De voorzitter:
De moties op de stukken nrs. 792 en 793: ontraden. Daarover heeft meneer Ceder een vraag.

De heer Ceder (ChristenUnie):
Of dit doorgaat of niet heeft te maken met de redenering dat je een deel van het advies kan uitstellen totdat er overleg is tussen Israël en de Palestijnse Autoriteit om invulling daaraan te geven, een tussenstap die nergens uit het internationaal recht, zoals het kabinet dat formuleert, voortvloeit. Dit is het punt waarop het CDA zegt: als wel blijkt dat we invulling moeten geven aan alles, dus ook de evacuatie, kunnen wij deze maatregel niet steunen. Er is voor zover ik weet ook geen extern juridisch advies ingewonnen over dit punt. Ik vraag niet om de maatregel te stoppen, ik vraag om dit binnen twee weken nader door een andere partij dan het kabinet te laten checken. Waarom wil de minister dit niet laten checken?

Minister Berendsen:
Dit punt is meerdere malen langsgekomen in het commissiedebat en ik heb meerdere malen uitgelegd dat er vanuit het IGH-advies een aantal acties verplicht worden voor Israël, maar dat er uit hetzelfde IGH-advies ook een verplichting voortvloeit voor derde staten. Dat is waar we ons aan verbinden: dat wij met dit besluit voldoen aan de internationaalrechtelijke verplichtingen die in dat advies aan derde staten worden opgelegd, namelijk dat wij niet bijdragen aan een onrechtmatige situatie. Dat is waar dit op gebaseerd is. Ik heb daar ook steeds aan toegevoegd dat dit een nationale invulling is waar wij ruime beleidsvrijheid in hebben, en dat ook de Hoge Raad toetst dat een regering op het gebied van buitenlandpolitiek een ruime bevoegdheid heeft.

Voorzitter. De heer Ceder en alle andere Kamerleden hebben ook kunnen zien dat wij een advies van de Raad van State hebben gehad over deze uitermate zorgvuldig voorbereide en juridisch onderbouwde complexe operatie, waarbij ik mij ook volledig wil aansluiten bij de complimenten van mevrouw Piri aan de ambtenaren die hier keihard aan gewerkt hebben.

De voorzitter:
Oké. Meneer Ceder, volgens mij heb ik echt voldoende coulance in uw richting betracht. Mevrouw Teunissen mocht net nog wel interrumperen, omdat zij een zeer korte vraag had. U heeft elke keer erg lange vragen. Ik beëindig hiermee dit debat.

Minister Berendsen:
Sorry, ik heb nog drie hele korte vragen openstaan …

De voorzitter:
Oh, excuus. Excuus. Ik was in de veronderstelling dat u aan het einde was gekomen van uw bijdrage, maar u heeft inderdaad nog drie korte vragen om te beantwoorden.

Minister Berendsen:
Ik had misschien een nog net iets betere poging moeten wagen om die vragen te verbinden aan de appreciatie van de moties. Voor een van de vragen was daarvoor in ieder geval een kans geweest, namelijk die van mevrouw Piri. Zij vroeg of het ontmoedigingsbeleid ter sprake is gekomen in het gesprek tussen de minister-president en Booking.com. Ik kan niet in detail ingaan op dat gesprek, want dat betreft bedrijfsgevoelige informatie. Wij kunnen geen uitspraken doen over eventuele interne bedrijfsgevoelige en vertrouwelijke informatie of interne afwegingen van een specifiek bedrijf. Tegelijkertijd heb ik in het debat al aangegeven dat ons actieve ontmoedigingsbeleid met veel bedrijven wordt besproken, dus ook met Booking.com.

De voorzitter:
Mevrouw Piri, één korte vraag.

Mevrouw Piri (PRO):
Het is echt te bizar voor woorden. Ik vroeg hier niet om interne bedrijfsinformatie van Booking.com. Ik vroeg of de man die nu minister-president is, de heer Jetten, die altijd hele duidelijke standpunten had over illegale nederzettingen, in het gesprek met Booking.com het feit dat Booking.com accommodaties aanbiedt in illegale nederzettingen ter discussie heeft gebracht. Uit het antwoord van de minister concludeer ik dat het antwoord daarop nee is.

Minister Berendsen:
Ik heb mijn antwoord gegeven. Wij doen geen uitspraken over een gesprek met een individueel bedrijf.

De voorzitter:
Gaat u verder met uw tweede antwoord.

Minister Berendsen:
De tweede vraag van mevrouw Piri die nog openstond, was: hoe zet het kabinet zich in om handhaving van de juiste herkomstaanduiding aan te scherpen? Het kabinet heeft de Europese Commissie tijdens de Raad Buitenlandse Zaken van 15 juni verzocht om een analyse van de naleving van het beleid met betrekking tot de export van goederen uit illegale nederzettingen uit de bezette gebieden. Dit is inclusief een analyse van de problematiek en de handhaving van correcte herkomstaanduiding en correcte toepassing van de oorsprongsregels onder het associatieakkoord. Wij zullen de Commissie er ook aan herinneren om die analyse snel te laten volgen.

Mevrouw Dobbe vroeg … Ik meen dat ik deze vraag beantwoord had tijdens het debat, maar aan het einde van het debat gaf mevrouw Dobbe aan dat dat nog niet het geval was. Ze vroeg naar de toepassing van maatregelen op Nederlandse financiële instellingen. Nederlandse financiële instellingen vallen onder diensten. Daarmee verwijs ik weer naar de verkenning die wij binnen enkele weken naar de Kamer gaan sturen.

De voorzitter:
Dank u wel, minister. Dan bent u daarmee, denk ik, wél aan het einde gekomen van uw appreciaties en beantwoording, waarvoor dank. Daarmee beëindig ik ook dit tweeminutendebat Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden. Ik dank alle deelnemers voor hun bijdrage.

De beraadslaging wordt gesloten.

De voorzitter:
De stemmingen zullen aanstaande dinsdag plaatsvinden.

De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.