De verdubbeling van de onderwijsuitgaven zonder aantoonbaar betere onderwijsresultaten
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D41025, datum: 2026-09-04, bijgewerkt: 2026-09-04 13:01, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A. Kisteman, Tweede Kamerlid (VVD)
- Mede ondertekenaar: M.E.E. de Beer, Tweede Kamerlid (VVD)
Onderdeel van zaak 2026Z17986:
- Gericht aan: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
(ingezonden 4 september 2026)
Vragen van de leden Kisteman en De Beer (beiden VVD) aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de verdubbeling van de onderwijsuitgaven zonder aantoonbaar betere onderwijsresultaten
Bent u bekend met het artikel ‘Verdubbeling Rijksuitgaven aan onderwijs bleef zonder resultaat’? [1]
Herkent u de hoofdconclusie van dit artikel dat de reële onderwijsuitgaven per leerling sinds 1995 ongeveer zijn verdubbeld terwijl de leerprestaties niet zijn verbeterd en op belangrijke onderdelen zelfs zijn verslechterd? Zo nee, op welke cijfers baseert u uw oordeel?
Klopt de berekening dat in 2024 in het funderend onderwijs €19,2 miljard meer is uitgegeven dan in 1995 (met inflatiecorrectie) en dat €17,2 miljard hiervan voortkomt uit beleidsaanpassingen?
Kunt u tegenover deze uitgavenontwikkeling de ontwikkeling van de onderwijskwaliteit plaatsen aan de hand van onder meer PISA, PIRLS, TIMSS, examenresultaten en de oordelen van de Inspectie van het Onderwijs?
Welke aanvullende wettelijke en maatschappelijke taken hebben scholen sinds 1995 gekregen en welk deel van de uitgavenstijging kan hieraan worden toegeschreven?
Welke aantoonbare resultaten zijn met deze extra uitgaven bereikt?
Klopt het dat er tot op heden geen langjarige evaluatie is uitgevoerd naar de relatie tussen de forse stijging van de onderwijsuitgaven en de ontwikkeling van de leerprestaties? Bent u bereid deze evaluatie alsnog uit te voeren?
Klopt de constatering dat het aantal niet-lesgevende personeelsleden sinds 1995 veel sterker is gegroeid dan het aantal leraren? Klopt de in het artikel genoemde stijging van 228 procent en zijn de gebruikte cijfers en definities over deze periode onderling vergelijkbaar?
Deelt u de analyse uit het artikel dat het toezicht sinds 2011 steeds meer is gericht op procedures en documentatie en relatief minder op onderwijsresultaten?
Klopt het dat leraren in het primair en voortgezet onderwijs sinds het jaar 2000 gemiddeld minder uren zijn gaan lesgeven? Welk effect heeft deze ontwikkeling gehad op de leerprestaties?
Heeft u inzicht in de effecten van de groei van het aantal onderwijs- en klassenassistenten op de werkdruk van leraren en de leerprestaties van leerlingen?
Welke meetbare effecten hebben de salarismaatregelen van de afgelopen decennia gehad op de instroom en het behoud en aantrekken van leraren?
Is het mogelijk dat nieuwe onderwijsuitgaven voortaan worden voorzien van concrete en meetbare doelen voor onderwijskwaliteit met daarbij een evaluatietermijn en de mogelijkheid om de uitgave te beëindigen wanneer resultaten uitblijven?
Zijn er op dit moment onderwijsuitgaven die u op basis van beschikbare evaluaties onvoldoende doeltreffend of doelmatig acht? Zo ja, welke?
Kunt u deze vragen ruim voorafgaand aan de behandeling van de OCW-begroting voor 2027 beantwoorden?
[1] ESB, 2 september 2026, Verdubbeling Rijksuitgaven aan onderwijs bleef zonder resultaat (esb.nu/verdubbeling-rijksuitgaven-aan-onderwijs-bleef-zonder-resultaat/)