Verslag
Wijziging van het voorstel van wet tot Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad (PbEU 2021, L 382/1) (novelle schrappen arbeidsmarkttoets voor de Europese blauwe kaart)
Verslag (initiatief)wetsvoorstel (nader)
Nummer: 2026D41032, datum: 2026-09-04, bijgewerkt: 2026-09-04 13:21, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: P.C. (Peter) de Groot, voorzitter van de vaste commissie voor Asiel en Migratie (VVD)
- Mede ondertekenaar: M.C. Burger, griffier
Onderdeel van zaak 2026Z14598:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Asiel en Migratie
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-03 12:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-07-02 16:30 ⇒ Inbrengdatum voor het verslag vaststellen op donderdag 3 september te 12.00 uur. (Besluit)
- 2026-07-01 13:30 ⇒ Koninklijke boodschap, met de erbij behorende stukken, is al rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-07-01 13:30 ⇒ In handen gesteld van de vaste commissie voor Asiel en Migratie (Besluit)
- 2026-07-01 13:30: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-07-02 16:30: Procedurevergadering Asiel en Migratie (Procedurevergadering), vaste commissie voor Asiel en Migratie
- 2026-09-03 12:00: Wijziging van het voorstel van wet tot Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad (PbEU 2021, L 382/1) (novelle schrappen arbeidsmarkttoets voor de Europese blauwe kaart (Inbreng verslag (wetsvoorstel)), vaste commissie voor Asiel en Migratie
Preview document (🔗 origineel)
36972 Wijziging van het voorstel van wet tot Wijziging van de Vreemdelingenwet 2000 in verband met de implementatie van richtlijn (EU) 2021/1883 van het Europees Parlement en de Raad van 20 oktober 2021 betreffende de voorwaarden voor toegang en verblijf van onderdanen van derde landen met het oog op een hooggekwalificeerde baan, en tot intrekking van Richtlijn 2009/50/EG van de Raad (PbEU 2021, L 382/1) (novelle schrappen arbeidsmarkttoets voor de Europese blauwe kaart)
Nr. 5 Verslag
Vastgesteld 4 september 2026
De vaste commissie voor Asiel en Migratie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het voorstel van wet genoegzaam voorbereid.
INHOUDSOPGAVE
I. Algemeen 2
1. Inleiding 2
2. Hoofdlijnen van het voorstel 3
2.1 Uitwerking arbeidsmarkttoets 3
2.2 Uitvoeringsproblemen 4
2.3 Beleidsmatige overwegingen 5
2.4 Alternatieve opties 7
3. Adviezen en internetconsultatie 8
4. Uitvoeringsconsequenties 8
II. Artikelsgewijze toelichting 9
III. Overig 9
I. Algemeen
1. Inleiding
De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de voorliggende novelle tot het schrappen van de arbeidsmarkttoets voor de Europese blauwe kaart en danken de regering voor de toelichting. Deze leden onderschrijven het belang van gerichte en selectieve kennismigratie, waarbij Nederland aantrekkelijk blijft voor kennis en talent dat daadwerkelijk van meerwaarde is voor de Nederlandse economie en kenniseconomie. Tegelijkertijd achten voornoemde leden het van belang dat Nederland grip houdt op de instroom, misbruik wordt voorkomen en de gestelde toelatingsvoorwaarden in de praktijk uitvoerbaar zijn.
De leden van de PRO-fractie hebben kennisgenomen van de novelle om de arbeidsmarkttoets uit de implementatiewet voor de Europese blauwe kaart te schrappen. Zij hebben hier nog enkele vragen en opmerkingen bij. De arbeidsmarkttoets wordt reeds toegepast bij een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid (GVVA). Schuurt het wat de regering betreft dat wanneer deze novelle wordt aangenomen een arbeidsmarkttoets wél wordt toegepast bij een GVVA, en niet bij het verkrijgen van de blauwe kaart? Graag ontvangen voornoemde leden een onderbouwing van het antwoord.
De leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van het
wijzigingsvoorstel betreffende het schrappen van de arbeidsmarkttoets.
Zij willen benadrukken dat wat hen betreft Nederland zelf moet kunnen
bepalen wie zij hiernaartoe haalt en dit niet vanuit de Europese Unie
moet worden opgelegd. Deze leden vinden het bovendien onbegrijpelijk dat
een door de Tweede Kamer gesteunde verscherping, nog voor de Eerste
Kamer zich hierover heeft kunnen buigen, ontmanteld wordt. Zij hebben
hierover dan ook enkele vragen.
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van
de novelle. Zij zijn van mening dat de arbeidsmarkttoets zoals in de wet
opgenomen na het aannemen van de amendementen van het lid Saris c.s.
(Kamerstuk 36332, nr. 48 en 49) onuitvoerbaar is, zoals verschillende
uitvoeringsorganisaties ook nadrukkelijk aangeven. Deze leden hechten
aan een spoedige implementatie van de Europese blauwe kaart en stellen
een paar vragen aan de regering over de novelle.
De leden van de JA21-fractie hebben met interesse kennisgenomen van
de novelle. Deze leden stellen vast dat de regering het
uitvoeringsprobleem van een onderdeel van het wetsvoorstel oplost door
dat onderdeel geheel te schrappen en niet door het uitvoerbaar te maken.
Voor deze leden staat voorop dat een vacature eerst binnen Nederland,
vervolgens binnen de EU/EER en pas daarna daarbuiten wordt vervuld. Zij
vragen de regering of zij dat uitgangspunt onderschrijft en, zo ja, op
welke wijze dat nog controleerbaar is in de context van de Europese
blauwe kaart na het schrappen van het betreffende onderdeel van het
wetsvoorstel.
De leden van de SGP-fractie hebben met verwondering kennisgenomen van
het wetsvoorstel. Zij constateren dat middels deze novelle een
aangenomen amendement volledig wordt geschrapt. Daaraan moeten zeer
goede argumenten ten grondslag liggen, terwijl de regering dat ten
aanzien van dit voorstel onvoldoende aannemelijk weet te maken. Deze
leden maken daarom graag van de gelegenheid gebruik hierover nog enkele
vragen te stellen.
De leden van de SGP-fractie vragen de regering in te gaan op het schrappen van de arbeidsmarkttoets in relatie tot de (doelstelling van de) andere elementen die middels de amendementen van het lid Saris c.s. zijn toegevoegd aan de wet.
De leden van de SGP-fractie vragen hoe een beperking en sturing ten aanzien van arbeids- en kennismigratie, zoals ook door de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 aanbevolen, dan vorm moeten krijgen als instrumenten als een arbeidsmarkttoets daarvoor niet in aanmerking komen. Welke voornemens heeft de regering op dit punt?
De leden van de SGP-fractie vragen hoe de regering de doelstelling van gerichte sturing van arbeidsmigratie verenigt met het schrappen van de arbeidsmarkttoets voor houders van een Europese blauwe kaart. Welke alternatieve sturingsinstrumenten staan de regering ter beschikking om te voorkomen dat de toelating van arbeidsmigranten van buiten de Europese Unie uitsluitend wordt bepaald door de vraag van individuele werkgevers?
De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met grote zorgen kennisgenomen van de voorliggende novelle. Zij vinden het onacceptabel dat een door de Tweede Kamer aangenomen amendement dat beoogt meer grip te krijgen op arbeidsmigratie, nu wordt geschrapt omdat de uitvoering daarvan niet binnen de gestelde beslistermijnen zou kunnen worden georganiseerd. Deze leden achten juist meer publieke sturing noodzakelijk op wie naar Nederland komt om hier te werken en op de vraag welke arbeidsmigratie past bij de economie en samenleving die Nederland voor de toekomst voor ogen heeft.
2. Hoofdlijnen van het voorstel
De leden van de PVV-fractie constateren dat de regering in het
Regeerakkoord stelt dat het “grip wil krijgen op asiel- en
arbeidsmigratie”, maar ook wil “sturen op arbeidsmigratie die we écht
nodig hebben”. Doelstellingen die deze leden op geen enkele manier terug
zien komen in het voorliggende voorstel. Integendeel, het sturen op de
toelating van kennismigranten die daadwerkelijk nodig zijn op de
Nederlandse arbeidsmarkt wordt, als één van de zoveel maatregelen, op
eenvoudige wijze van tafel geveegd na kritiek van een
uitvoeringsorganisatie. Deze regering legt hiermee niet haar oor te
luister bij wat de Nederlander nodig acht, maar luistert enkel naar de
wensen van de uitvoeringsorganisaties.
Voornoemde leden vragen hoe eerdergenoemde citaten zich verhouden tot de
beleidskeuze om een instrument, dat juist beoogt te filteren welke
arbeidskrachten daadwerkelijk nodig zijn, uit de implementatiewet te
schrappen. Ook vragen zij waarom de belangen van de
uitvoeringsorganisaties zwaarder wegen dan het belang van het beheersen
van arbeidsmigratie.
De leden van de PVV-fractie vragen of de regering alternatieven voor de
volledige arbeidsmarkttoets heeft beoordeeld. Zo ja, kan er aangeven
worden welke alternatieven dit betrof en welke overwegingen zijn
gemaakt? Zo nee, kan worden uitgelegd waarom er op geen enkele manier
geprobeerd wordt om meer selectie toe te passen?
2.1 Uitwerking arbeidsmarkttoets
De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de regering stelt dat de enige passende uitwerking van de amendementen een volledige arbeidsmarkttoets door het UWV is, overeenkomstig de toets die reeds wordt uitgevoerd bij de GVVA. Daarbij wordt onder meer gekeken naar beschikbaar arbeidsaanbod in Nederland en de Europese Unie en naar de wervingsinspanningen van de werkgever. Kan de regering nader onderbouwen waarom uitsluitend deze volledige arbeidsmarkttoets juridisch mogelijk is? Welke varianten voor een beperktere, snellere of meer risicogerichte arbeidsmarkttoets zijn onderzocht? Kan de regering per onderzochte variant aangeven waarom deze juridisch of uitvoeringstechnisch niet mogelijk bleek?
2.2 Uitvoeringsproblemen
De leden van de PRO-fractie lezen dat de uitvoeringsorganisaties moeite
hebben om de arbeidstoets uit te voeren binnen de gestelde termijnen.
Zij vragen of verder toegelicht kan worden waar minimaal 49 dagen voor
nodig zijn om de arbeidsmarkttoets zoals deze is vormgegeven bij een
GVVA uit te voeren.
De leden van de PRO-fractie lezen dat in de memorie van toelichting wordt beschreven dat het halen van de termijnen wanneer er een arbeidsmarkttoets zou komen extra moeilijk is omdat deze per direct per wet verplicht is. Is het mogelijk een inbouwpad voor de arbeidsmarkttoets in te regelen zodat het werkproces kan worden opgezet voordat deze vereist wordt? Hoelang zou het duren om een nieuwe ketenkoppeling tussen de ICT-systemen van de IND en het UWV tot stand te brengen? Is het – net zoals de streeftermijn is bij de GVVA – zodra deze ketenkoppeling er is mogelijk om binnen twee weken de arbeidsmarkttoets uit te voeren? Is het mogelijk om de arbeidsmarkttoets niet te schrappen maar deze na een voorbereidingsperiode te laten plaatsvinden?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de regering concludeert dat een arbeidsmarkttoets voor de Europese blauwe kaart niet uitvoerbaar is. Deze leden vragen of de regering inzicht kan geven in de wijze waarop andere Europese lidstaten invulling geven aan de ruimte die artikel 7, tweede lid, onderdeel a, van de richtlijn biedt. Zijn er lidstaten die gebruikmaken van een lichtere of meer gerichte vorm van een arbeidsmarkttoets of arbeidsmarktweging? Daarnaast vragen deze leden welke minder belastende varianten door de regering zijn onderzocht en waarom deze alternatieven uiteindelijk niet geschikt of uitvoerbaar zijn geacht.
De leden van de JA21-fractie vragen hoeveel arbeidsmarktadviezen en aanvragen om een tewerkstellingsvergunning het UWV in 2024 en 2025 in totaal heeft behandeld. Zij vragen hoe de geraamde toename van maximaal enkele honderden zaken per jaar zich tot dat totaal verhoudt en op grond van welke onderbouwing die toename als een onevenredig beslag op de uitvoeringscapaciteit wordt aangemerkt.
De leden van de SGP-fractie constateren dat de regering aanvoert dat de arbeidsmarkttoets onuitvoerbaar zou zijn, maar zien dit enkel onderbouwd met het argument dat UWV en IND de beslistermijn zullen overschrijden. Aangezien voor beide uitvoeringsorganisaties geldt dat sprake is van een uitzonderlijke situatie waardoor vrijwel alle beslistermijnen worden overschreden, achten voornoemde leden dat onvoldoende basis om de arbeidsmarkttoets meteen te schrappen. Dat zou immers betekenen dat er helemaal geen aanpassingen bij IND en UWV meer mogelijk zijn, terwijl de recent aangenomen wetsvoorstellen ten aanzien van asiel anders laten zien. Zij vragen de regering te reflecteren op haar eigen standpunt en de consequenties hiervan. Zullen ook andere aanpassingen van wet- en regelgeving die mogelijk tot overschrijding van beslistermijnen niet worden doorgezet?
De leden van de SGP-fractie lezen nergens dat de beperking van arbeids- en kennismigratie als beleidslijn is meegewogen in de weging van de arbeidsmarkttoets. Deze leden vinden dit immers een valide argument tegenover de verwachte uitvoeringsproblemen, die een belangenafweging rechtvaardigt. Deelt de regering dat dit een valide standpunt is? Kan zij hier nader op ingaan?
De leden van de SGP-fractie vragen de regering de uitvoeringstoets en de zienswijze van de IND zelf te delen met de Kamer.
De leden van de SGP-fractie wijzen erop dat na het aannemen van het amendement-Diederik van Dijk c.s. bij de novelle Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring (Kamerstuk 35501, nr. 13) een onderdeel bevat dat ziet op afschaffing van rechterlijke dwangsommen in vreemdelingrechtelijke zaken, waardoor de IND na inwerkingtreding van genoemde novelle geen dwangsommen meer hoeft te betalen vanwege niet-tijdig beslissen. Wanneer de Eerste Kamer deze novelle aanneemt, komt dit argument daarmee te vervallen. Welk moment van inwerkingtreding is de regering voornemens te hanteren voor dit onderdeel? En wat zou dit voor effect hebben op uitvoerbaarheid van de IND ten aanzien van de arbeidsmarkttoets?
De leden van de ChristenUnie-fractie zijn nog niet overtuigd door de stelling dat uitvoering van de arbeidsmarkttoets onmogelijk is. De regering schrijft dat het UWV voor het arbeidsmarktadvies bij de bestaande GVVA-procedure een wettelijke termijn van vijf weken heeft, terwijl voor een deel van de aanvragen voor de Europese blauwe kaart een beslistermijn van dertig dagen geldt. Volgens de regering wordt die termijn daardoor per definitie overschreden. Waarom is het onmogelijk de behandeltermijn van het UWV zodanig te verkorten dat binnen dertig dagen kan worden geadviseerd? Welke concrete processtappen maken dit onmogelijk en hoeveel tijd vergt iedere afzonderlijke stap? Is onderzocht wat nodig zou zijn om de uitvoering wel binnen deze termijn mogelijk te maken?
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de regering daarnaast stelt dat extra capaciteit niet direct soelaas biedt. Welke incidentele en structurele investeringen zouden nodig zijn om deze voorzieningen wel te realiseren? Hoeveel zou uitvoering van de arbeidsmarkttoets daarmee kosten? Voornoemde leden vragen daarnaast hoe IND en UWV zich in bredere zin voorbereiden op de toekomstige behoefte aan meer sturing op arbeidsmigratie. In het licht van de demografische ontwikkeling van Nederland zal de overheid immers fundamentele keuzes moeten kunnen uitvoeren over de aard en omvang van arbeidsmigratie.
2.3 Beleidsmatige overwegingen
De leden van de VVD-fractie lezen dat de Europese blauwe kaart onder
meer een alternatief vormt voor bedrijven die geen erkenning als
referent willen of kunnen aanvragen voor de nationale
kennismigrantenregeling. Deze leden achten het van belang dat Nederland
grip houdt op kennismigratie en dat wordt voorkomen dat aanscherpingen
binnen de ene regeling leiden tot een verschuiving naar een andere
regeling. Kan de regering toelichten hoe zij voorkomt dat het schrappen
van de arbeidsmarkttoets voor de Europese blauwe kaart leidt tot een
dergelijk waterbedeffect?
De regering stelt dat de arbeidsmarkttoets bij de Europese blauwe kaart beleidsmatig geen meerwaarde heeft. In de appreciatie van de amendementen is daarentegen opgemerkt dat een arbeidsmarkttoets in beginsel dezelfde functie vervult als een beperking tot tekortberoepen, en dat de richtlijn daarvoor ruimte laat. De leden van de JA21-fractie vragen hoe beide standpunten zich tot elkaar verhouden en wat er sindsdien in de beoordeling is veranderd.
De leden van de JA21-fractie vragen naar de stand van zaken van de algemene maatregel van bestuur ter aanscherping van de Europese blauwe kaart, waarvan de contouren op 13 mei 2025 aan de Kamer zijn gezonden. Welke aanscherpingen bevat die maatregel, wanneer wordt zij vastgesteld, en wordt zij aan de Kamer voorgehangen? Deze leden vragen tevens wat de stand van uitvoering is van de moties van het lid Saris c.s. (Kamerstuk 36332, nr. 50 en 51) over het uitsluitend verlenen van de blauwe kaart voor functies met een structureel arbeidstekort en over een maximumaantal blauwe kaarten en of het schrappen van de arbeidsmarkttoets gevolgen heeft voor die uitvoering.
De leden van de JA21-fractie vragen op welke wijze de regering monitort of de Europese blauwe kaart wordt gebruikt op een wijze die niet strookt met het doel van de regeling, en of zij bekend is met signalen uit andere lidstaten dat de blauwe kaart, ondanks de eisen aan functieniveau en salaris, wordt benut als route naar verblijf in een andere lidstaat dan de lidstaat van afgifte.
In de memorie van toelichting wordt vooral naar voren gebracht dat een arbeidsmarkttoets Nederland minder aantrekkelijk zal maken voor vreemdelingen. De leden van de SGP-fractie zijn van mening dat arbeidsmigratie, waaronder kennismigratie, van buiten de EU slechts enkel in het uiterste geval moet worden overwogen, en slechts uitsluitend voor die sectoren die gedefinieerd zijn als cruciaal voor onze toekomstige economie. Met het aannemen van de motie-Flach (Kamerstuk 29861, nr. 198) is deze lijn ook uitgangspunt van beleid geworden. Hoe is de regering voornemens deze stringente beleidslijn te concretiseren in de toelating van arbeidsmigranten en kennismigranten tot Nederland? Is zij bereid haar oordeel over de arbeidsmarkttoets te herzien in het licht van deze beleidswijziging? Hoe wordt deze beleidswijziging doorvertaald in wet- en regelgeving over toelatingscriteria van deze doelgroepen?
De leden van de SGP-fractie constateren dat de arbeidsmarkttoets op dit moment enkel geldt voor reguliere arbeidskrachten en niet voor kennismigranten en houders van een Europese blauwe kaart. Welke overwegingen liggen aan dit onderscheid ten grondslag? Is onderzocht of voor (een deel van) de functies waarvoor deze regelingen worden gebruikt ook voldoende aanbod uit Nederland of de Europese Unie beschikbaar is? Zo ja, wat zijn de uitkomsten daarvan? Zo nee, waarom niet?
De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 adviseert arbeidsmigratie van buiten de Europese Unie te beoordelen op haar bijdrage aan de brede welvaart, daarbij onderscheid te maken tussen verschillende vormen van arbeidsmigratie en hier gericht op te sturen. De leden van de SGP-fractie vragen hoe het schrappen van de arbeidsmarkttoets voor houders van een Europese blauwe kaart zich verhoudt tot dit advies. Op welke wijze waarborgt de regering dat de toelating van hooggekwalificeerde arbeidsmigranten ook na het vervallen van de arbeidsmarkttoets blijft aansluiten bij de bredewelvaartsbenadering van de Staatscommissie?
Ook de Adviesraad Migratie adviseert de regering het concept van ‘brede welvaart’ te betrekken bij een toekomstige herziening van de blauwekaartregeling. De leden van de SGP-fractie vernemen graag hoe de regering hieraan invulling wil geven.
De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de regering de Europese blauwe kaart vooral ziet vanuit het belang van het Nederlandse verdienvermogen en het aantrekken van internationaal talent. Deze leden wijzen in dat verband op de fundamentele keuzes waarvoor Nederland volgens de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 staat. Hoe wil de regering sturen op welke vormen van bedrijvigheid Nederland wil stimuleren en welke vormen van bedrijvigheid minder wenselijk zijn, mede gezien hun beslag op schaarse arbeid, woningen, infrastructuur en publieke voorzieningen? Welke rol speelt arbeidsmigratie daarin? Met welke instrumenten wil de regering daarop sturen wanneer de arbeidsmarkttoets wordt geschrapt?
2.4 Alternatieve opties
De lezen van de PRO-fractie vragen of er alternatieven zijn onderzocht om de geest van het aangenomen amendement te honoreren terwijl de letter van de wet wordt aangepast. Is dit het geval? Welke opties kwamen hieruit? Zijn er mogelijkheden om in plaats van voor iedere blauwe kaart een algemenere periodieke arbeidsmarkttoets te doen per sector waar de blauwe kaart voor kan gelden, welke bepaalt of er voor deze sector arbeidskrachten uit derde landen aangetrokken mogen worden?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de implementatietermijn van de Europese blauwe kaart ruimschoots is overschreden en dat sinds januari 2024 een inbreukprocedure loopt tegen Nederland. Deze leden vragen of de regering een update kan geven over deze inbreukprocedure en eventuele consequenties.
In het Vlaams Gewest geldt sinds 1 januari 2026 ook een vorm van een arbeidsmarkttoets. Bij de beoordeling wordt met vermoedens gewerkt, onder meer op basis van een lokale spanningsindicator, en kan aan de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding advies worden gevraagd dat binnen acht dagen moet worden geleverd. De leden van de JA21-fractie vragen of de regering met deze vormgeving bekend is, of zij is betrokken bij het onderzoek naar alternatieve opties en hoe zij de uitvoerbaarheid ervan beoordeelt in Nederland.
De leden van de JA21-fractie vragen in het verlengde daarvan of een model is onderzocht waarbij de wervings- en publicatie-inspanning volledig vóór het indienen van de aanvraag ligt, bijvoorbeeld door een aantoonbare publicatie van de vacature op (grote) nationale- en Europese vacaturesites en European Employment Services (EURES) gedurende een vastgestelde periode, zodat de toets bij de aanvraag beperkt blijft tot een documentaire controle die de beslistermijn nauwelijks belast. Indien dat model niet is onderzocht, vragen voornoemde leden of de regering bereid is dat alsnog te doen.
De leden van de JA21-fractie vragen welke lidstaten wél een arbeidsmarkttoets toepassen bij de Europese blauwe kaart en of de regering hierover navraag heeft gedaan, bijvoorbeeld in het contactcomité bij de richtlijn of via het Europees Migratienetwerk. Zij vragen tevens of het juist is dat België de verkorte behandelingstermijn van dertig dagen voor erkende werkgevers niet heeft geactiveerd en de blauwe kaart binnen negentig dagen behandelt.
De leden van de SGP-fractie achten de toelichting op de alternatieve opties ondermaats, gelet op het feit dat het hier gaat om een aangenomen amendement dat hiermee terzijde wordt geschoven. Daarvoor zal de regering een degelijke en deugdelijke onderbouwing moeten aanleveren. Graag ontvangen voornoemde leden een uitgebreide reflectie hierop.
De leden van de SGP-fractie ontvangen graag een uitgebreide toelichting op de verschillende alternatieve opties die zijn overwogen en de expliciete redenen waarom die niet geschikt zouden zijn.
De leden van de SGP-fractie vragen in hoeverre is overwogen de invoering van de arbeidsmarkttoets uit te stellen tot het moment dat dit voor de uitvoeringsorganisaties beter uitvoerbaar wordt geacht in verband met de huidige overschrijding van de beslistermijnen. Wat zijn de overwegingen op dit punt?
De leden van de SGP-fractie lezen dat wordt verwezen naar een
inbreukprocedure en dreigende stappen door de Europese Commissie. Zij
wijzen er echter op dat het de regering is die ervoor kiest deze
wetsbehandeling te vertragen door een novelle in te dienen. In hoeverre
zijn de consequenties hiervan ook meegewogen in de beslissing te komen
met een novelle teneinde de arbeidsmarkttoets te schrappen?
De leden van de ChristenUnie-fractie constateren dat de regering
verschillende alternatieven zegt te hebben onderzocht, waaronder extra
uitvoeringscapaciteit en een eenvoudiger invulling van de
arbeidsmarkttoets. Deze zouden juridisch dan wel uitvoeringstechnisch
niet haalbaar zijn gebleken. Kan de regering een overzicht geven van de
onderzochte alternatieven en waarom ieder alternatief is afgevallen?
Welke aanpassingen zouden nodig zijn om een arbeidsmarkttoets op termijn
alsnog uitvoerbaar te maken? Tot slot vragen de aan het woord zijnde
leden of de voorliggende novelle voor advies is voorgelegd aan de
Afdeling advisering van de Raad van State. Zo ja, wat waren de
belangrijkste bevindingen? Zo nee, waarom niet?
3. Adviezen en internetconsultatie
De leden van de PRO-fractie lezen in het advies van de Adviesraad Migratie over de novelle dat hoewel er geen juridische bezwaren zijn tegen het schrappen van de arbeidsmarkttoets zij wel meegeven dat wanneer deze geschrapt wordt de blauwe kaart voornamelijk wordt getoetst aan het economische belang van de betreffende lidstaat. Voornoemde leden zien een lange tendens dat arbeidsmigratiebeleid met name wordt afgestemd op het economische belang maar dat er niet of weinig wordt gekeken naar het belang voor de maatschappij in zijn geheel. De Adviesraad Migratie noemt dit ‘brede welvaart’. Hoe gaat de regering ervoor zorgen dat arbeidsmigratiebeleid juist wel aan deze brede welvaart wordt getoetst? Op welke manier vindt de regering dat het verkrijgen van de blauwe kaart met het aannemen van deze novelle wordt getoetst aan brede welvaart? Is de regering niet ook van mening dat de arbeidsmarkttoets een belangrijke toevoeging is op het met name wegen van het economisch belang van het verstrekken van de blauwe kaart?
De leden van de CDA-fractie lezen dat de Adviesraad Migratie erop wijst dat lidstaten niet verplicht zijn bij besluiten over de Europese blauwe kaart een arbeidsmarkttoets te hanteren. Deze leden vragen of er Europese lidstaten zijn die wel een arbeidsmarkttoets hanteren.
4. Uitvoeringsconsequenties
De leden van de CDA-fractie lezen dat de regering overtuigend motiveert waarom een arbeidsmarkttoets voor Europese blauwe kaarten in algemene zin leidt tot uitvoeringsproblemen, met name vanwege de dwingende beslistermijn van 30 dagen voor erkende referenten. Kan de regering nader onderbouwen of die uitvoeringsproblemen ook spelen bij een gedifferentieerde variant, waarbij uitsluitend aanvragen van niet-erkende referenten aan een arbeidsmarkttoets worden onderworpen, nu voor deze categorie een beslistermijn van 90 dagen geldt? Daarnaast vragen deze leden welke juridische, uitvoeringstechnische en beleidsmatige bezwaren daar concreet voor in de weg staan.
II. Artikelsgewijze toelichting
Artikel 15, tweede lid, onder b, van de richtlijn staat een arbeidsmarkttoets bij verandering van werkgever gedurende de eerste twaalf maanden alleen toe indien de lidstaat een toets verricht op grond van artikel 7, tweede lid, onder a. De leden van de JA21-fractie vragen of het schrappen van artikel 15a, eerste lid, onderdeel a, tot gevolg heeft dat Nederland op dat punt de juridische onderbouwing verliest.
III. Overig
De leden van de PVV-fractie vragen of kan worden aangegeven welke
lidstaten er gebruikmaken van een arbeidsmarkttoets en welke lidstaten
(daarnaast) werken met een lijst van zogenoemde tekortberoepen?
De leden van de PVV-fractie vragen of de regering bereid is om een
schaarstecriterium vast te stellen en zo ja, op welke wijze zij hier
invulling aan wil geven.
De leden van de JA21-fractie vragen naar de actuele stand van zaken van
de inbreukprocedure die de Europese Commissie in januari 2024 is gestart
wegens niet-tijdige implementatie. Deze leden vragen om een overzicht
van het procesverloop: op welke data een ingebrekestelling en een met
redenen omkleed advies zijn uitgebracht, welke reactie Nederland daarop
heeft gegeven, of de zaak inmiddels bij het Hof van Justitie aanhangig
is gemaakt en zo ja, wat de stand van die procedure is. Zij vragen
voorts welke kosten tot op heden aan deze procedure verbonden zijn
geweest, en of Nederland tot op heden een forfaitaire som, boete of
dwangsom is opgelegd dan wel heeft betaald.
De voorzitter van de commissie,
Peter de Groot
De griffier van de commissie,
Burger