Inbreng verslag van een schriftelijk over de initiatiefnota van het lid Kisteman over naar de beste overheid van Europa: een overheid die weer doet wat nodig is (Kamerstuk 36870)
Initiatiefnota van het lid Kisteman over naar de beste overheid van Europa: een overheid die weer doet wat nodig is
Initiatiefnota
Nummer: 2026D41040, datum: 2026-09-04, bijgewerkt: 2026-09-04 13:49, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: A. Kisteman, voorzitter van de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken (VVD)
- Mede ondertekenaar: G.C. Honsbeek, griffier
Onderdeel van zaak 2025Z22466:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-09-03 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-07-02 11:30 ⇒ Agenderen voor een ongepland notaoverleg over de initiatiefnota, te plannen in november 2026. (Besluit)
- 2026-07-02 11:30 ⇒ Inbrengdatum voor het stellen van vragen t.b.v. een schriftelijk overleg vastgesteld op 3 september 2026 te 14.00 uur. (Besluit)
- 2026-01-22 11:30 ⇒ De minister van BZK verzoeken om een kabinetsreactie op de initiatiefnota aan de Kamer te doen toekomen. (Besluit)
- 2026-01-13 15:10 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-01-13 15:10 ⇒ In handen gesteld van de vaste commissie voor Europese Zaken (Besluit)
- 2026-01-13 15:10: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-01-22 11:30: Procedurevergadering Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2026-07-02 11:30: Procedurevergadering Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2026-09-03 14:00: Initiatiefnota van het lid Kisteman over naar de beste overheid van Europa: een overheid die weer doet wat nodig is (36870) (Inbreng schriftelijk overleg), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2026-11-30 10:00: Initiatiefnota van het lid Kisteman over naar de beste overheid van Europa: een overheid die weer doet wat nodig is (36870) (Notaoverleg), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
Preview document (🔗 origineel)
| 36870 | Initiatiefnota van het lid Kisteman over naar de beste overheid van Europa: een overheid die weer doet wat nodig is |
Inbreng verslag van een schriftelijk overleg
Vastgesteld 4 september 2026
Binnen de vaste commissie voor Binnenlandse Zaken hebben onderstaande fracties de behoefte vragen en opmerkingen voor te leggen aan de initiatiefnemer over initiatiefnota van het lid Kisteman over naar de beste overheid van Europa: een overheid die weer doet wat nodig is (Kamerstuk 36870, nr. 2).
De voorzitter van de commissie,
Kisteman
De griffier van de commissie,
Honsbeek
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie 2
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie 3
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie 4
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie 6
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie 8
II Antwoord / reactie van de initiatiefnemer
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de initiatiefnota. Deze leden onderschrijven de probleemstelling dat de overheid vastloopt. Zij stellen dat het uitblijven van grote resultaten de afgelopen decennia voor eenieder aanleiding zou moeten zijn om met vernieuwingsgezinde blik naar de organisatie van de rijksoverheid te kijken. Zij danken het lid Kisteman en zijn voorganger, het lid Erkens, voor de voorliggende nota en de voorstellen die zij daarin doen. Zij wensen enkele vragen te stellen aan de initiatiefnemer.
Beleid dat werkt (p. 11)
De leden van de D66-fractie lezen dat de initiatiefnemer constateert dat het Beleidskompas in de praktijk nog onvoldoende wordt gebruikt en dat vaak slechts één beleidsoptie wordt onderzocht. Deze leden delen de zorg dat het Beleidskompas te vaak wordt genoemd als oplossing, terwijl het instrument zelf nog onvoldoende is ingebed in de dagelijkse beleidspraktijk. Zij lezen dat wordt voorgesteld het gebruik te verplichten en vragen om een nadere toelichting waarom de initiatiefnemer, in tegenstelling tot het aangehaalde Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC)-rapport, van mening is dat verplichting effectiever is dan het aanjagen van de intrinsieke motivatie van ambtenaren. Ook vragen zij hoe de initiatiefnemer de handhaving van een verplicht beoogt.
Een efficiënte overheid (p. 14-15)
De leden van de D66-fractie vragen de initiatiefnemer nader in te gaan op de verhouding tussen het verminderen van het aantal ambtenaren en het terugdringen van externe inhuur. Hoe wordt voorkomen dat krimp van het apparaat ertoe leidt dat departementen op een later moment alsnog afhankelijk worden van externe inhuur, zo vragen deze leden.
De lede van de D66-fractie onderschrijven zonder meer dat een slimmere overheid kritisch moet kijken waar binnen het ambtenarenapparaat productiviteitsruimte valt te behalen. De groei van het apparaat in afgelopen jaren geeft daar alle aanleiding toe. Tegelijkertijd benadrukken deze leden dat het uiteindelijke doel moet zijn dat de overheid effectiever resultaten boekt voor haar inwoners. Hoe borgt de initiatiefnemer dat krimp niet ten koste gaat van fundamentele bouwstenen voor dat doel, zoals uitvoeringscapaciteit, digitalisering, rechtsbescherming of de menselijke maat, zo vragen zij.
De leden van de D66-fractie vragen de initiatiefnemer te reflecteren op de rol van bewindspersonen bij efficiëntie. Deze leden constateren dat departementale verkokering ook voortkomt uit het staatsrecht, afgebakende portefeuilles, afzonderlijke begrotingen en bewindspersonen die primair worden afgerekend op hun eigen beleidsterrein. Welke verantwoordelijkheid ziet de initiatiefnemer voor bewindspersonen om gezamenlijk te sturen op rijksbrede opgaven, zo vragen zij. Is de initiatiefnemer voorstander van organisatievormen waarin meer opgavegericht gewerkt wordt, zoals de Strategy Group in de overheid van Singapore?
Zorg voor een modern digitaal fundament (p. 15-16)
De leden van de D66-fractie onderschrijven dat verantwoord gebruik van AI kansen biedt om dienstverlening te verbeteren. Tegelijkertijd vragen deze leden aandacht voor de risico’s van onbedoelde discriminatie. Zij wijzen erop dat onder meer Amnesty International heeft gewaarschuwd dat het Nederlandse algoritmebeleid mensen nog onvoldoende beschermt tegen discriminerende risicomodellen en dat ook toezichthouders herhaaldelijk aandacht vragen voor risico’s van algoritmes en AI binnen de overheid. Wanneer de inzet hiervan in de praktijk leidt tot discriminatie wordt niet alleen de ambitie ondergraven om voor Nederlandse burgers de beste overheid van Europa te zijn, maar ligt ook een kostbare hersteloperatie in de rede. Zij vragen de initiatiefnemer welke kaders volgens hem moeten gelden bij de toepassing van AI in de uitvoering. Zijn de bestaande kaders voldoende volgens de initiatiefnemer, zo vragen zij.
De leden van de D66-fractie vragen de initiatiefnemer ook te verduidelijken in hoeverre de inzet van AI in contact met burgers, bijvoorbeeld via een chatbox van een uitvoeringsorganisatie, wenselijk zou zijn. Welke afweging dient hier gemaakt te worden tussen efficiëntie en het belang van menselijk contact voor het vertrouwen in (de dienstverlening van) de overheid, zo vragen deze leden.
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben met waardering kennisgenomen van de initiatiefnota van het lid Kisteman. Deze leden onderschrijven de gedachte dat de overheid zich moet richten op haar kerntaken en dat beleid niet alleen op papier moet kloppen, maar ook in de praktijk moet werken. Een overheid die effectief, voorspelbaar en dienstbaar is, is van groot belang voor het vertrouwen van burgers en ondernemers.
De leden van de VVD-fractie vinden het daarbij positief dat in de initiatiefnota nadrukkelijk aandacht wordt gevraagd voor de uitvoering. Goed beleid begint immers bij een realistisch beeld van de praktijk. Beleidsmakers moeten weten wat de gevolgen van beleid zijn voor burgers, ondernemers en uitvoerende professionals. Deze leden hebben hierover de volgende vragen.
Beleid en uitvoering
De leden van de VVD-fractie vragen of de indiener van mening is dat de
rijksoverheid momenteel voldoende oog heeft voor de uitvoering bij het
maken van beleid. Op verschillende beleidsterreinen is de uitvoering in
de afgelopen jaren steeds verder verspreid geraakt over verschillende
overheidslagen en uitvoeringsorganisaties. Een voorbeeld hiervan is het
beleid voor landbouw en het platteland. Met het opheffen van de Dienst
Landelijk Gebied (DLG) in 2015 is een belangrijke uitvoeringsorganisatie
verdwenen en zijn taken meer bij provincies en andere decentrale
overheden komen te liggen.
Regionale uitvoeringsorganisaties zoals het DLG hebben juist als voordeel dat zij dicht bij de praktijk staan en weten wat er lokaal en regionaal speelt. Die kennis uit de praktijk is essentieel om beleid te maken dat niet alleen op papier werkt, maar ook daadwerkelijk uitvoerbaar is. Hoe belangrijk vindt de indiener deze verbinding tussen landelijke beleidsvorming en de regionale praktijk?
De leden van de VVD-fractie erkennen het belang van een sterke positie van decentrale overheden. Tegelijkertijd kan een verdeling van verantwoordelijkheden over verschillende overheidslagen ook tot versnippering leiden. Hoe kijkt de indiener aan tegen deze balans? Ziet hij terreinen waarop de rijksoverheid volgens hem meer verantwoordelijkheid voor de uitvoering zou moeten nemen?
Een slagvaardige overheid
De leden van de VVD-fractie zijn van mening dat een slagvaardige
overheid ook voor burgers en ondernemers overzichtelijk moet zijn. De
glastuinbouw is hiervan een voorbeeld: ondernemers kunnen bij hun
bedrijfsvoering te maken hebben met meerdere overheidslagen, waaronder
het Rijk, de provincie, de gemeente, het waterschap en de
omgevingsdienst. Hoe zou de indiener deze samenwerking tussen
verschillende overheidslagen willen verbeteren? En waar ziet hij
mogelijkheden om het voor ondernemers eenvoudiger te maken?
Lange termijn en beleid
De leden van den VVD-fractie constateren dat de indiener verwijst naar
voorbeelden als Singapore, waar nadrukkelijk wordt gestuurd op de lange
termijn en minder op de waan van de dag. Deze leden onderschrijven het
belang hiervan. Welke lessen kunnen volgens de indiener uit dit
voorbeeld worden getrokken voor Nederland? En hoe kan de Tweede Kamer
volgens hem bijdragen aan meer continuïteit in beleid?
De leden van de VVD-fractie waarderen de concrete voorstellen in de initiatiefnota. Tegelijkertijd constateert de nota zelf dat eerdere hervormingsagenda’s en moderniseringsprogramma’s vaak ambitieuze doelstellingen hadden, maar dat de daadwerkelijke uitvoering en opvolging achterbleven. Welke voorstellen uit de initiatiefnota zouden volgens de indiener als eerste in de praktijk moeten worden gebracht? En welke rol ziet hij daarbij voor de Tweede Kamer?
Vragen en opmerkingen van de leden van de PRO-fractie
De leden van de PRO-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de initiatiefnota van het lid Kisteman en voorheen het lid Erkens. Deze leden vinden het goed dat collega-Kamerleden hun parlementaire middelen gebruiken om onderwerpen te agenderen en voorstellen te doen. In dat licht danken zij de initiatiefnemer en zijn ondersteuning voor het werken aan de voorliggende initiatiefnota. Inhoudelijk hebben deze leden voor dit moment een aantal vragen die zij graag aan de initiatiefnemer voor willen leggen.
De leden van de PRO-fractie kunnen het algemene uitgangspunt van de initiatiefnota dat de overheid doet wat nodig is, onderschrijven. Deze leden hebben alleen wel fundamentele vragen bij de analyse en de oplossingen die in de initiatiefnota zijn opgeschreven.
Probleemstelling
De leden van de PRO-fractie constateren dat de initiatiefnemer een link legt tussen het dalende vertrouwen in de overheid en het functioneren van de overheid. Deze leden missen in deze analyse echter de rol van de politiek zelf. Het feit dat bijvoorbeeld de toeslagenaffaire of de aardgaswinning in Groningen ertoe geleid hebben dat het vertrouwen in de overheid begrijpelijkerwijs een deuk heeft opgelopen komt vooral ook door politieke keuzes en door gebrekkige wetgeving. Omdat dit element mist in de probleemstelling ontvangen deze leden hier graag een toelichting en reflectie op van de initiatiefnemer.
De leden van de PRO-fractie constateren voorts dat de initiatiefnemer stelt dat er sprake is van een afname van expertise en een grote toename van externe inhuur. Dit is deze leden ook een doorn in het oog. Zij constateren echter dat dit een veel breder probleem is dan alleen de omvang van de overheid en zij vragen de initiatiefnemer hier uitgebreider op te reflecteren. Betekent het afslanken van de overheid, zoals de initiatiefnemer voorstelt, dat de expertise toe zal nemen? Is de initiatiefnemer niet bezorgd dat het fors snijden in het aantal ambtenaren juist zal leiden tot meer externe inhuur omdat cruciale functies niet meer bij de overheid zelf belegd zijn? Graag ontvangen zij ook een reflectie van de initiatiefnemer op het feit dat expertise bij de rijksoverheid verdwijnt doordat ambtenaren vertrekken en via consultancy bureaus daarna weer door de rijksoverheid (of door decentrale overheden) worden ingehuurd tegen een veel hoger tarief. Hoe kijkt de initiatiefnemer hiernaar?
Doelstellingen
De leden van de PRO-fractie lezen dat de initiatiefnemer pleit voor 1) beleid dat werkt; 2) Zet in op eigen kracht; 3) Vertrouw de professional; 4) Efficiëntieverbetering en 5) Een modern digitaal fundament. Deze leden vermoeden dat in beginsel weinigen tegen deze verbeterdoelen zullen zijn. Zij vragen de initiatiefnemer te reflecteren hoe politieke keuzes de afgelopen vijf tot tien jaar ervoor gezorgd hebben dat bijvoorbeeld realistisch, haalbaar en uitvoerbaar beleid bemoeilijkt is doordat bijvoorbeeld adviezen van uitvoeringsorganisaties of de Afdeling advisering van de Raad van State bij wetgeving werden genegeerd. Dit geldt ook voor het uitgangspunt dat professionals vertrouwen moeten hebben. Hoe reflecteert de initiatiefnemer erop dat door politieke besluitvorming professionals juist minder vertrouwen kregen? Graag ontvangen deze leden hierop een uitgebreide reflectie.
Buitenlandse inspiratie
De leden van de PRO-fractie constateren dat de initiatiefnemer inspiratie haalt uit het buitenland. Deze leden vinden het niet vreemd om te kijken naar goede voorbeelden uit andere landen. Zij hebben echter wel met enige zorg gekeken naar het feit dat Singapore als grote voorbeeld wordt gepresenteerd. Singapore, dat overigens niet bekend staat als volwaardige democratie, kent een heel ander politiek-bestuurlijk stelsel en is als stadstaat lastig te vergelijken met het Nederlandse stelsel met naast de rijksoverheid meerdere decentrale bestuurslagen. Dit cruciale verschil missen deze leden in de nogal positieve appreciatie van het Singaporese model door de initiatiefnemer. Graag ontvangen zij hier een nadere reflectie op van de initiatiefnemer.
De leden van de PRO-fractie lezen verder dat de initiatiefnemer een voorbeeld neemt het Noorse systeem van informatieverzoeken. Dit vinden deze leden verstandig. Zij constateren evenwel dat juist de afgelopen kabinetten weinig gedaan hebben om, na aanname van de Wet open overheid, de actieve openbaarmaking te bevorderen en om de informatiehuishouding op orde te brengen. Graag een reflectie hierop van de initiatiefnemer.
Beslispunten
De leden van de PRO-fractie zien dat de initiatiefnemer een aantal concrete voorstellen doet die de verhouding tussen de werkgever en werknemer bij de rijksoverheid raken. Heeft de initiatiefnemer, zo vragen deze leden, hierbij in de voorbereiding van deze nota ook gesprekken gevoerd met de vertegenwoordigers van ambtelijke werknemers? Zo ja, kan hij aangeven hoe zij aankijken tegen de voorstellen die in de nota worden gedaan?
De leden van de PRO-fractie constateren tot slot dat de initiatiefnemer meermaals spreekt over de kerntaken van de overheid. Kan hij hierbij nader concretiseren wat volgens hem de kerntaken precies zijn en hoe dit bepaald wordt? Kan hij hierbij reflecteren op het feit dat veel regels en procedures er juist ook zijn om (kern)taken van de overheid te versterken?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de initiatiefnota van de heer Kisteman en maken graag van de gelegenheid om hun dank en waardering uit te spreken richting de initiatiefnemer en zijn ondersteuning voor het werk dat zij in deze initiatiefnota gestoken hebben. Deze leden onderschrijven het belang van deze initiatiefnota en de noodzaak voor een efficiëntere en slagvaardigere overheid. Zij hebben naar aanleiding van de initiatiefnota nog een aantal vragen.
Initiatiefnota
De leden van de CDA-fractie merken op dat een groot aantal van de voorstellen uit deze initiatiefnota ook terugkomen in het coalitieakkoord ‘Aan de slag’. Deze leden vragen de initiatiefnemer om te reflecteren op de stand van zaken van de uitvoering hiervan, of het vlot genoeg verloopt en vragen ook of de initiatiefnemer aan zou willen geven welke maatregelen wat hem betreft met prioriteit doorgevoerd moeten worden.
Probleemstelling
De leden van de CDA-fractie vragen in hoeverre de initiatiefnemer de mening deelt dat de politiek – de Tweede Kamer – door een stortvloed aan moties, schriftelijke vragen en debatverzoeken mede schuld is aan de alsmaar uitdijende rijksoverheid. Deze leden vragen hierbij ook of de initiatiefnemer aan kan geven welke oplossingen hij hiervoor in gedachten heeft.
Wat is er de afgelopen 20 jaar gebeurd in Nederland?
De leden van de CDA-fractie danken de initiatiefnemer voor het in kaart brengen van eerdere pogingen om de rijksoverheid te verbeteren dan wel efficiënter te maken. Deze leden vragen wat er naar inzicht van de initiatiefnemer nodig is om met deze initiatiefnota en de afspraken uit het coalitieakkoord om deze keer wel een fundamentele doorbraak te realiseren.
1. Beleid dat werkt: Verbeter de aansluiting tussen beleid, uitvoering en techniek.
1. Competatieve beloning voor topfuncties
De leden van de CDA-fractie vragen of de initiatiefnemer aan kan geven welke kosten gepaard gaan met het voorstel van de initiatiefnemer om de schalen 16–19 van de Algemene Bestuursdienst (ABD) te herijken richting marktconforme niveaus.
2. Praktijkervaring als vast onderdeel van het ambtelijk werk.
De leden van de CDA-fractie kunnen zich goed vinden in het idee van de initiatiefnemer om beleidsambtenaren ervaring op te laten doen bij de uitvoeringsdiensten. Deze leden vragen in hoeverre dit op dit moment al plaatsvindt.
2. Zet in op een krachtige overheid vol expertise
2. Specialisten traject
De leden van de CDA-fractie lezen dat de initiatiefnemer voorstellen doet om de beloning van specialisten te herzien. Deze leden vragen of de initiatiefnemer van mening is dat ambtenaren met specialistische kennis meer zouden moeten kunnen verdienen dan hun leidinggevenden.
4. Kennisuitwisseling tussen private en publieke sector.
De leden van de CDA-fractie onderschrijven net zoals de initiatiefnemer het belang van uitwisseling met de private sector. Deze leden menen dat hierin veel te winnen valt. Zij merken op dat in Singapore, een door de initiatiefnemer genoemd voorbeeld, veel ambtenaren uit de private sector komen. Zij vragen hierbij of de initiatiefnemer kan duiden waarom in de initiatiefnota wordt wel gesproken van uitwisseling met de private sector, maar niet van het aantrekken van medewerkers uit de private sector.
3. Ruimte voor de professional om maatwerk te leveren
De leden van de CDA-fractie vragen of naar oordeel van de indiener op dit moment onvoldoende mogelijkheid is voor professionals binnen de rijksoverheid om maatwerk te leveren.
4. Een efficiënte overheid en het verminderen van bureaucratie
1. Strategische krimp en gerichte vernieuwing ambtenarenapparaat.
De leden van de CDA-fractie vragen of de initiatiefnemer van mening is dat er op dit moment voldoende overtuigende plannen gepresenteerd zijn om de voorgenomen taakstelling van het kabinet op het ambtelijk apparaat te realiseren. Voorts vragen deze leden welke mogelijkheden de initiatiefnemer ziet om binnen de taakstelling ervoor te zorgen dat de kwalitatief goede ambtenaren, bijvoorbeeld met specialistische expertise, behouden blijven.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de initiatiefnota van het lid Kisteman over het streven naar de beste overheid van Europa. Deze leden danken het lid Kisteman, maar zeker ook het oud-Kamerlid Erkens, voor het vele werk dat in deze uitgebreide nota is gestoken. Zij delen de constatering dat de rijksoverheid de afgelopen jaren fors is gegroeid, terwijl burgers, ondernemers en uitvoerders daar lang niet altijd een betere overheid voor hebben teruggekregen. Een kleinere, dienstbare en beter functionerende overheid kan daarom op steun van deze leden rekenen. Over de voorgestelde uitwerking hebben zij nog wel verschillende kritische vragen.
Beleid dat aansluit op de echte praktijk
De leden van de BBB-fractie constateren dat de initiatiefnemer voorstelt dat iedere beleidsmedewerker voorafgaand aan een plaatsing en vervolgens jaarlijks een praktijkperiode doorloopt bij een uitvoeringsorganisatie. Deze leden onderschrijven het belang van praktijkervaring, maar vragen waarom deze ervaring beperkt blijft tot uitvoeringsorganisaties. Daarmee wordt een ambtenaar immers opnieuw in een ambtelijke of semipublieke omgeving geplaatst. Juist de afstand tussen Den Haag en de dagelijkse werkelijkheid van burgers, ondernemers en professionals is volgens deze leden een belangrijk probleem.
De leden van de BBB-fractie vragen waarom de initiatiefnemer ambtenaren niet laat meelopen in de praktijk waarop hun beleid daadwerkelijk betrekking heeft. Is hij het ermee eens dat een beleidsmedewerker van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur meer kan leren door enkele weken mee te werken op een boerderij, bij een visser of in een voedselverwerkend bedrijf? Zou een beleidsmedewerker van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport niet juist moeten meelopen in een ziekenhuis, verpleeghuis of huisartsenpraktijk? En zou een ambtenaar die beleid maakt voor het midden- en kleinbedrijf niet eens moeten ervaren wat alle regels en formulieren achter de toonbank daadwerkelijk betekenen?
De leden van de BBB-fractie vragen of de initiatiefnemer bereid is zijn voorstel zo aan te passen dat praktijkervaring nadrukkelijk ook buiten de overheid wordt opgedaan. Hoe wordt voorkomen dat zo een praktijkperiode verwordt tot een jaarlijks verplicht bezoek, waarbij een ambtenaar een rondleiding krijgt, een kop koffie drinkt en daarna weer terugkeert naar Den Haag zonder dat er iets verandert?
De leden van de BBB-fractie benadrukken daarnaast dat Nederland groter is dan de Haagse beleidscirkel. Hoe wil de initiatiefnemer waarborgen dat ambtenaren ervaring opdoen in verschillende regio’s, waaronder plattelandsgebieden en grensregio’s? Is hij het ermee eens dat beleid dat op papier in Den Haag logisch lijkt, in Drenthe, Zeeland, Limburg of de Achterhoek heel anders kan uitpakken?
Stoppen met de modellenwerkelijkheid
De leden van de BBB-fractie vinden dat de initiatiefnemer terecht stelt dat beleid moet aansluiten op de praktijk. Deze leden wijzen erop dat de overheid zich steeds vaker baseert op modellen, aannames, normen en theoretische berekeningen die onvoldoende overeenkomen met wat mensen buiten daadwerkelijk zien en ervaren. De papieren werkelijkheid wordt vervolgens leidend, zelfs wanneer metingen of ervaringen uit de praktijk een ander beeld geven.
De leden van de BBB-fractie vragen of de initiatiefnemer de mening deelt dat de overheid moet afstappen van een modellenwerkelijkheid waarin theoretische uitkomsten zwaarder wegen dan metingen, feiten en ervaringen uit de praktijk. Hoe wil hij dit concreet bereiken? Moet bij beleid dat zwaar leunt op modellen volgens hem verplicht inzichtelijk worden gemaakt welke aannames, onzekerheidsmarges en beperkingen in die modellen zitten? Is hij voorstander van een verplichte toets waarbij modeluitkomsten worden vergeleken met waarnemingen en metingen in de praktijk?
De Algemene Bestuursdienst
De leden van de BBB-fractie zijn niet overtuigd van het voorstel om de salarisschalen 16 tot en met 19 van de Algemene Bestuursdienst (ABD) te verhogen richting marktconforme niveaus. Waarop baseert de initiatiefnemer de veronderstelling dat hogere salarissen nodig zijn om voldoende geschikte mensen aan te trekken? Kan hij dit met onderzoek onderbouwen?
De leden van de BBB-fractie vinden dat de overheid juist veel nadrukkelijker op zoek moet naar ander talent. Niet alleen naar mensen die al jarenlang binnen de rijksoverheid werken of afkomstig zijn uit de gebruikelijke opleidingen, zoals bestuurskunde en rechten, maar ook naar mensen met praktijkervaring, technische kennis, ondernemerschap en gezond verstand.
De leden van de BBB-fractie vragen of de initiatiefnemer het ermee eens is dat de overheid meer andersdenkenden nodig heeft. Waarom bevat de nota nauwelijks voorstellen om mensen buiten de bestaande Haagse en ambtelijke netwerken een eerlijke kans te geven? Hoe wil hij voorkomen dat de ABD een gesloten circuit blijft waarin steeds dezelfde soort mensen elkaar benoemen en opvolgen? Is hij bereid bij werving aantoonbare praktijkervaring en inhoudelijke vakkennis zwaarder te laten wegen dan ervaring binnen de ambtelijke top?
De leden van de BBB-fractie lezen dat de initiatiefnemer voorstelt dat niemand op ABD-niveau wordt benoemd zonder aantoonbare ervaring in de uitvoering. Wat verstaat hij precies onder ervaring in de uitvoering? Telt praktische ervaring in het bedrijfsleven, de landbouw, de zorg, het onderwijs, de techniek of bij een gemeente daarbij volwaardig mee?
Functioneren, politieke besluiten en de vierde macht
De leden van de BBB-fractie zijn het met de initiatiefnemer eens dat onvoldoende functioneren eerder gevolgen moet hebben, waaronder herplaatsing of beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Deze leden vragen welke criteria de initiatiefnemer daarbij wil hanteren en wie het functioneren beoordeelt.
De leden van de BBB-fractie vragen of de initiatiefnemer het ermee eens is dat onder onvoldoende functioneren ook kan vallen dat een ambtenaar de uitvoering van democratisch genomen politieke besluiten bewust vertraagt, tegenwerkt of probeert te verhinderen. Hoe maakt hij daarbij onderscheid tussen het geven van professioneel en kritisch ambtelijk advies, wat vanzelfsprekend mogelijk moet blijven, en ambtelijk activisme nadat een politieke beslissing is genomen?
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de initiatiefnemer in bredere zin aankijkt tegen het risico van de zogenoemde vierde macht. Erkent hij dat een sterke en deskundige ambtelijke organisatie noodzakelijk is, maar dat uiteindelijk de democratisch gelegitimeerde politiek de koers bepaalt? Hoe verhouden de voorstellen tot versterking, specialisering en hogere beloning van de ABD zich tot het politieke primaat? Bestaat niet het risico dat de positie van de ambtelijke top hierdoor juist verder wordt versterkt? Welke concrete voorstellen doet de initiatiefnemer om de controle van de Kamer en bewindspersonen op de ambtelijke top te verbeteren?
Een daadwerkelijk kleinere overheid
De leden van de BBB-fractie lezen dat de initiatiefnemer constateert dat het aantal rijksambtenaren tussen 2012 en 2023 met 36,5 procent is gegroeid. Toch ontbreekt in de nota een concreet doel voor het terugdringen van deze groei. Waarom noemt de initiatiefnemer wel de al bestaande norm om externe inhuur terug te brengen tot maximaal 10 procent van de personeelsuitgaven, maar geen percentage waarmee het totale ambtenarenapparaat moet krimpen?
Wat verstaat de initiatiefnemer precies onder strategische krimp? Kan hij aangeven welke onderdelen van de Rijksoverheid volgens hem kunnen krimpen en welke uitvoerende onderdelen juist moeten worden ontzien? Is hij bereid een concreet en meetbaar doel voor vermindering van het aantal beleids-, management- en communicatiefuncties te formuleren?
De leden van de BBB-fractie vragen hoe de initiatiefnemer kijkt naar de grote hoeveelheid communicatieadviseurs, woordvoerders en andere communicatiemedewerkers op ministeries. Hoeveel van deze functies zijn er volgens hem nodig voor goede overheidscommunicatie en hoeveel houden zich vooral bezig met beeldvorming, reputatiemanagement en het verkopen van beleid? Is hij het ermee eens dat belastinggeld in de eerste plaats moet worden besteed aan goede uitvoering en dienstverlening, en niet aan steeds grotere communicatieschillen rond ministeries?
Kan de initiatiefnemer daarnaast aangeven hoeveel nieuwe overlegstructuren, taskforces, coördinerende functies en centrale diensten uit zijn eigen voorstellen voortvloeien? Hoe wordt voorkomen dat een plan tegen bureaucratie zelf weer nieuwe bureaucratie veroorzaakt?
Menselijke maat en bereikbaarheid
De leden van de BBB-fractie lezen dat de initiatiefnemer sterk inzet op digitalisering en kunstmatige intelligentie. Deze leden zien hiervan de mogelijkheden, maar benadrukken dat digitalisering nooit mag betekenen dat persoonlijk contact verdwijnt. Niet iedereen is digitaal vaardig en niet ieder probleem past in een digitaal formulier.
Is de initiatiefnemer het ermee eens dat het uitgangspunt moet zijn: digitaal waar het kan, persoonlijk waar het moet? Hoe denkt hij te kunnen waarborgen dat burgers altijd toegang houden tot een medewerker, een telefoonnummer en waar nodig een fysiek loket? Hoe voorkomt hij dat ouderen, laaggeletterden en mensen die moeite hebben met digitale dienstverlening verder op afstand komen te staan?
Financiële onderbouwing
De leden van de BBB-fractie constateren dat de initiatiefnemer schrijft dat de voorstellen beperkte, tijdelijke middelen vragen en zichzelf op termijn ruimschoots terugverdienen. Een concrete financiële onderbouwing ontbreekt echter.
In het coalitieakkoord zijn geen extra middelen opgenomen voor digitalisering. Hoe beoordeelt de initiatiefnemer dit in het licht van zijn voorstellen? Hoeveel geld denkt hij nodig te hebben voor de digitalisering, nieuwe standaarden, opleidingen, praktijkperiodes, uitwisselingsprogramma’s, specialistische loopbanen, de centrale digitale dienst en de voorgestelde hogere beloningen?
II Antwoord / reactie van de initiatiefnemer