Innameplicht voor verkooppunten statiegeldverpakkingen
Brief regering
Nummer: 2026D41059, datum: 2026-09-04, bijgewerkt: 2026-09-04 14:48, versie: 1
Directe link naar document (.DOCX), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z18016:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
In de Kamerbrief1 van 25 juni is de Kamer geïnformeerd over een voorgenomen pakket aan maatregelen ter verbetering van de statiegeldregelgeving en de onderzoeken/evaluaties die hieraan ten grondslag liggen. Met deze brief informeert het kabinet de Kamer over de nadere uitwerking daarvan. De nieuwe maatregelen moeten ertoe leiden dat het inzamelpercentage van 90% wordt gehaald. Naast dat dit een nationale wettelijke doelstelling is, wordt dit op grond van de Verpakkingenverordening ook op Europees niveau verplicht. De verordening bepaalt dat als lidstaten niet (ruim) voor 2029 kunnen aantonen dat 90% van alle plastic flessen en blikjes gescheiden worden ingezameld, er vanaf 2029 automatisch strenge en dure eisen gaan gelden voor verkooppunten van flesjes en blikjes. Deze eisen zijn reeds onderdeel van de geldende verordening2. De belangrijkste zijn een innameplicht voor alle verkooppunten (dus ook online), waarbij verkooppunten in grensgebieden ook plastic flessen en blikjes uit buurlanden moeten innemen. Het kabinet wil het scenario met zulke strenge Europese eisen voorkomen en maatwerk blijven leveren. Dat betekent dat er dus snel meer ingezameld moet worden.
Op dit moment worden in Nederland honderden miljoenen plastic flessen en blikjes te weinig ingezameld om de 90%-doelstelling te behalen3. Daarbij belanden veel niet ingeleverde plastic flessen en blikjes in de prullenbakken, met opengemaakte prullenbakken en relatief veel niet opgeëist statiegeld4 tot gevolg. Het is daarom zaak dat de verpakkingssector spoedig maatregelen neemt om de doelstelling wel te halen. Van Stichting Verpact5 wordt, gezien hun wettelijke verantwoordelijkheden, onder andere verwacht dat zij snel het aantal innamepunten gaan verhogen en binnenkort een plan van aanpak voor de inzameling van zuivel publiceren. Dit is noodzakelijk om de doelstelling te behalen.
Tegelijkertijd werkt het kabinet aan het verbeteren van de statiegeldregelgeving. In de Kamerbrief van 25 juni 20266 is op hoofdlijnen uiteengezet hoe het bestaande systeem van statiegeld kan worden versterkt om de 90%-doelstelling te behalen. In deze brief werkt het kabinet een aantal van de voorstellen uit. Daarbij betrekt het kabinet een aantal onderzoeken7 die hiertoe zijn uitgevoerd.
De onderzoeken geven aan dat een belangrijke reden voor het onvoldoende inleveren van statiegeldflessen en -blikjes het gebrek aan consumentengemak is: te weinig (werkende) automaten, lange rijen voor die automaten en men is te lang onderweg naar een inleverpunt. De kwaliteit en kwantiteit van de inzamelpunten moet dus omhoog. Daarom stuurt het kabinet op een gebalanceerde innameplicht voor verkooppunten, om een fijnmazig inzamelsysteem met veel meer innamepunten te bewerkstelligen. Dit betekent dat bij meer verkooppunten waar plastic flessen of blikjes worden verkocht, ook plastic flessen en blikjes tegen terugbetaling kunnen worden ingeleverd.
Bij de inrichting van de innameplicht is het voor het kabinet van groot belang om de lasten voor ondernemers zo veel als mogelijk te beperken. Zo krijgen ondernemers die onder de innameplicht komen te vallen de keuze om gebruik te maken van een innameapparaat of om zelf in te nemen op de manier zoals bij de bedrijfsvoering past. In alle gevallen is het de verantwoordelijkheid van Verpact om in overleg te treden met (de brancheorganisaties van) ondernemers om hen daarbij maximaal te ontzorgen en ontlasten. Zo dient Verpact zorg te dragen voor zaken als een kostendekkende vergoeding voor de kosten die een verkooppunt maakt in het kader van de innameplicht, zoals gebruikte ruimte, het schoonmaken van innameapparaten of de elektriciteit die deze gebruiken.
Innameplicht verkooppunten
CE Delft heeft specifiek onderzoek gedaan naar hoe een innameplicht
effectief vormgegeven kan worden. Dit is de beste actuele en onderbouwde
inschatting die voor het kabinet voorhanden is, op basis waarvan keuzes
kunnen worden gebaseerd. Het onderzoek heeft u op 25 juni jl. ontvangen.
Het kabinet vindt het daarbij wenselijk om zoveel mogelijk verkooppunten
uit te zonderen, maar nog wel genoeg innamepunten te realiseren om met
een hoge mate van zekerheid de 90%-doelstelling te halen. Uit het
onderzoek blijkt dat de meest uitvoerbare en handhaafbare manier om
gericht de kleinste verkooppunten uit te zonderen van de innameplicht,
op basis van de fysieke verkoopoppervlakte8 is.
Er wordt daarom gekozen voor een innameplicht gebaseerd op
verkoopoppervlakte, waarbij verkooppunten die plastic flessen en blikjes
verkopen deze statiegeldverpakking ook weer tegen terugbetaling van het
statiegeld in moeten nemen. Terugbetalen betekent dat de consument haar
geld terug kan krijgen zonder extra aankoop.
De volgende categorieën verkooppunten vallen binnen de innameplicht of worden daarvan volledig uitgezonderd:
Grote verkooppunten (vanaf 200 m2 en groter)
Deze categorie verkooppunten worden verplicht bij het innemen en uitbetalen ook de optie tot contante terugbetaling aan te bieden. Dit betreft vooral de grotere supermarkten en bouwmarkten. Dit is in de geest van de Wet chartaal betalingsverkeer9, omdat contant geld belangrijke maatschappelijke functies en publieke belangen vervult.Middelgrote verkooppunten (kleiner dan 200 m2)
Deze categorie verkooppunten mogen zelf kiezen hoe ze het geld terugbetalen en hoeven dus niet te voldoen aan de eis voor contante terugbetaling. Deze categorie betreft vooral verkooppunten van persoonlijke verzorging, tankstations, kleinere supermarkten en andere verkopers van levensmiddelen en horecagelegenheden. Het onderzoek van CE Delft toont aan dat vanaf het onderbrengen van verkooppunten tussen 50 m2 tot 200 m2 de 90%-doelstelling benaderd kan worden. Er is echter meer zekerheid nodig om de kans op doelbereik te verhogen, zeker in het geval van tegenvallende resultaten (bijvoorbeeld tragere uitrol dan voorzien). Anders is het risico te groot dat het doel alsnog niet gehaald wordt, het systeem opnieuw moeten worden aangepast (wat dan niet meer tijdig kan) en er op grond van de EU-regels alsnog een innameplicht komt voor alle verkooppunten. Op basis van de inschatting van CE Delft verwacht het kabinet dat met het onderbrengen van verkooppunten vanaf 43 m2 het doelbereik met een hoge zekerheidsmarge kan worden gehaald. Het geschatte innameverschil tussen 43 m2 en 50 m2 is 44 miljoen flessen en blikjes. Omdat het kabinet eraan hecht om de lasten voor (kleine) ondernemers zo veel als mogelijk te beperken én wil sturen op doelbereik, zal het kabinet voor deze categorie verkooppunten op basis van de laatste prognoses en gesprekken met stakeholders in het Ontwerpbesluit een optimum zoeken en een grens vaststellen tussen 43 m2 en 50 m2.Kleine verkooppunten (kleiner dan 43 m2)
Deze categorie kleinste verkooppunten worden hoe dan ook volledig uitgezonderd van de innameplicht. Dit betreft bijvoorbeeld een kleine kiosk, een klein buurtwinkeltje of een maaltijd-afhaalpunt.
Ondersteunende maatregelen
Om ondernemers te steunen, wordt het voor ondernemers ook mogelijk om
gezamenlijk invulling te geven aan de verplichting. Daarom
worden de volgende twee voorzieningen getroffen:
Alle verkooppunten die dichtbij elkaar zitten mogen samenwerken10 door één of meer uitbetalende automaten in de directe omgeving te installeren. Dit kan een normale of een bulkautomaat zijn. Zo hoeft niet in iedere winkel een aparte automaat te staan. De exacte afstand hiervoor moet nog nader bepaald worden, maar dient voor een gewone automaat een gebruikelijke loopafstand te zijn (ca. 150 meter zoals ook in andere landen gebruikelijk is). Voor grote verkooppunten geldt dat zij voor hun contante uitbetaalplicht mogen verwijzen naar een contact uitbetalende bulkautomaat (expliciet bulk), die dan wel wat verder weg mag staan (ca. 500m).
Gesloten evenementen gebruiken nu soms ‘tokens’ of ‘kortingen’. Zij mogen met zulke vervangende financiële prikkels blijven werken, zolang deze in ieder geval gelijk is aan het wettelijk minimum statiegeldbedrag (nu €0,15).
Daarnaast geven bestaande innamepunten en Verpact aan dat er een wens is om tijdens ‘spitstijden’ een maximumaantal verpakkingen in te nemen. Dit willen en doen zij om tijdens de spitsuren o.a. lange rijen te beperken. Het kabinet wil dit verder verkennen, met de wens om het gevoerde beleid door verkooppunten gelijk te trekken ten behoeve van een gelijk speelveld. Tegelijkertijd is de inzet gericht op consumentengemak, en moet tijdens de spits wel genoeg ingeleverd kunnen worden. Dit wordt verder uitgewerkt, waarbij het maximumaantal en de spitstijden nader gedefinieerd worden.
Bulkautomaten spelen een belangrijke rol bij het ontzorgen van verkooppunten en het vergroten van het consumentengemak. Daarom verwacht het kabinet van Verpact dat zij vaart maken met het realiseren van de 300 bulkautomaten die vermeld worden in hun Totaalaanpak11. Parallel daaraan zal onderzocht worden of en in welke situaties bulkautomaten ook verplicht kunnen worden gesteld.
Handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en
fraudebestendigheid
De ILT, de aangewezen toezichthouder rondom statiegeld, is
positief over een innameplicht om het aantal innamepunten omhoog te
brengen. Zij zien in het kader van hun lopende handhavingstraject ook
dat er te weinig uitbetalende innamepunten zijn en hebben in 2024 al
gelast aan Verpact meer innamepunten te realiseren. Door de innameplicht
ziet de ILT dat er structureel meer innamepunten bijkomen en dit het
behalen van 90%-doelstelling zal bespoedigen. Extra uitzonderingen zoals
de ondersteunende maatregelen zullen de handhaafbaarheid en
uitvoerbaarheid compliceren. De ILT zal later in het traject officieel
hun standpunt rondom de handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en
fraudebestendigheid in een zogeheten HUF-toets delen.
Vrijwillige donatie
Kleine verkooppunten die van de nieuwe maatregelen worden uitgezonderd, worden uitgenodigd om vrijwillig plastic flessen en blikjes in te nemen apart van het restafval, bijvoorbeeld door een donatiebak neer te zetten. Alle inspanningen dragen immers bij aan het behalen van de 90% inzameldoelstelling. De ervaring leert dat een donatiebak ongeveer 15 flessen en blikjes per dag oplevert. Hoewel dit klein lijkt, telt dit uiteindelijk wel op naar miljoenen per jaar als genoeg verkooppunten hiertoe besluiten. De opbrengst kan dan naar een goed doel of naar de ondernemer zelf, waarbij de keuze tussen deze twee opties helder aangegeven moet worden bij het innamepunt (vaak een bak). Op deze manier kunnen ook deze ondernemers zonder plicht bijdragen aan het behalen van doelstellingen van hun sector.
Vervolg
Zoals in eerdergenoemde Kamerbrief vermeld, worden de wijzigingen in de statiegeldregelgeving in het Besluit Beheer Verpakkingen 2014 verwerkt, waarbij gestreefd wordt naar een ingangsdatum van 1 januari 2028. Dat betekent dat het concept-wijzigingsbesluit bij voorkeur in de eerste helft van 2027 bij de Kamer in voorhang wordt gebracht. Het besluit gaat als onderdeel van dit proces ook in openbare consultatie. Ook een HUF-toets (Handhaafbaarheid, Uitvoerbaarheid en Fraudebestendigheid) is onderdeel van dit proces.
In de tussentijd roept het kabinet de verkooppunten en Verpact met klem op om, voorafgaand aan inwerkingtreding van de aangepaste regelgeving, met elkaar in gesprek te gaan om te kijken wat er nu al mogelijk en nodig is om plastic flessen en blikjes meer en beter in te zamelen, waaronder het vergroten van het aantal innameautomaten. Er is immers nog beperkt tijd om de doelstelling van 90% te halen zodat meer dwingende en dure Europese regels kunnen worden voorkomen. Indien dit niet lukt, kunnen de in deze brief genoemde uitzonderingen en tegemoetkomingen niet blijven bestaan, omdat de EU-regels die niet (allemaal) toestaan.
Stientje van Veldhoven-van der Meer
Minister van Klimaat en Groene Groei
Verpakkingenverordening artikel 50 en specifiek lid 11 en bijlage 10↩︎
Dit blijkt ook uit de resultaten die Verpact5 op 27 augustus jl. publiceerde: https://jaarverslag2025.verpact.nl/resultaten2025/↩︎
~130 miljoen euro per jaar met de huidige inzamelpercentages↩︎
De producentenorganisatie die namens het verpakkend bedrijfsleven uitvoering geeft aan het statiegeldsysteem↩︎
Kamerstukken 28694-158 en 28694-162: Evaluatie statiegeld en Innameplicht statiegeld: onderzoek naar effecten van verschillende varianten↩︎
De fysieke verkoopoppervlakte is de totale vloeroppervlakte waar producten (ook niet statiegeldverpakkingen) verkocht worden of bijdragen aan de verkoop van de producten, die doorgaans zichtbaar of toegankelijk zijn voor de consument. Ruimtes waar schappen met producten staan en de (ruimte achter) de kassa en balie tellen bijvoorbeeld mee. Het betreft dus nadrukkelijk niet het totaaloppervlak van ruimtes die voor de consument niet direct toegankelijk zijn zoals het magazijn, kantoorruimte of berging.↩︎
Samenvatting en verdere documenten Wet chartaal betalingsverkeer: https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/wetsvoorstellen/detail?qry=wetsvoorstel%3A36711&cfg=wetsvoorsteldetails↩︎
Dit moet vastgelegd zijn in verifieerbare afspraken zoals een contract. Er kan dus niet zomaar naar een automaat van een ander verwezen worden.↩︎
De laatste cijfers uit september 2026 tonen dat er in 171 bulkautomaten verspreid staan door Nederland. Op de Locatiewijzer van Verpact is te vinden waar deze staan: https://www.statiegeldnederland.nl/locatiewijzer?filters=bulk↩︎