[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van de leden Nobel en Ellian over het bericht dat het kabinet wel bouwstenen, maar nog geen plan heeft voor de huisvesting van mensen in de knel

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D41061, datum: 2026-09-04, bijgewerkt: 2026-09-04 16:41, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z16322:

Preview document (🔗 origineel)


AH 2937

2026Z16322

Antwoord van minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) (ontvangen 4 september 2026)

  1. Bent u bekend met het bericht "Wel de 'bouwstenen', nog geen plan voor huisvesting mensen in de knel"?

Ja, ik ben daarvan op de hoogte.

  1. Klopt het dat het kabinet bij de huisvesting van aandachtsgroepen, waaronder statushouders, ook nadrukkelijk kijkt naar woningdeling binnen de sociale woningvoorraad?

Het kabinet werkt aan het realiseren van aanvullende huisvesting buiten de sociale voorraad. Gezien de urgentie van het vraagstuk, zet het kabinet daarnaast in op woningdelen binnen de sociale woningvoorraad. Dit is vaak sneller realiseerbaar. Hierdoor zijn minder woningen nodig voor huisvesting van statushouders, wat de wachttijd voor sociale huurwoningen vermindert.

  1. Klopt het dat er gemeenten en woningcorporaties zijn die sociale huurwoningen beschikbaar stellen als ‘doorstroomlocatie’?

Via de regeling Doorstroomlocaties (DSL) is het niet mogelijk om statushouders te huisvesten in reguliere sociale huurwoningen. Woningdelen in bestaande sociale huurwoningen is wel mogelijk via de Doelgroepflexibele regeling (DFR), die per 1 juli jongstleden in werking is getreden. Deze regeling biedt gemeenten en woningcorporaties de mogelijkheid en financiële kaders om onzelfstandige woonruimte in te zetten en te realiseren, waardoor meerdere alleenstaande statushouders efficiënter gebruik kunnen maken van een bestaande woning. Op deze manier zijn er minder afzonderlijke woningen nodig voor deze doelgroep en blijven er meer woningen beschikbaar voor andere woningzoekenden.

  1. Waarom kiest het kabinet er niet voor om, conform het coalitieakkoord, als uitgangspunt te hanteren dat alternatieve huisvestingsvormen voor statushouders zoveel mogelijk buiten de bestaande sociale woningvoorraad worden gerealiseerd?

Het kabinet zet, conform het coalitieakkoord, in op aanvullende huisvesting buiten de sociale woningvoorraad. De opgave is echter groot: er moeten jaarlijks circa 30.000 statushouders gehuisvest worden, met een achterstand van ongeveer 10.000 statushouders. Om de druk op de asielopvang, kosten en vertraging in inburgering te beperken, is snelle uitstroom noodzakelijk. Nieuwe woonvormen alleen bieden op korte termijn onvoldoende oplossing. Daarom zet het kabinet aanvullend in op het beter benutten van de bestaande voorraad, bijvoorbeeld via woningdelen.

  1. Welke alternatieven buiten de sociale woningvoorraad onderzoekt u om invulling te geven aan de taakstelling voor de huisvesting van statushouders, zonder de druk op de reguliere sociale huurmarkt verder te vergroten?

In de Kamerbrief van 3 juli heb ik de bouwstenen voor een bestuurlijk akkoord met gemeenten en woningcorporaties geschetst. Daarbij zet het kabinet nadrukkelijk in op aanvullende vormen van huisvesting buiten de bestaande sociale woningvoorraad.

Het gaat hierbij onder andere om onzelfstandige flexwoningen, transformatie van bestaand vastgoed en vormen van woningdelen buiten de reguliere sociale huurvoorraad. Met deze inzet beoogt het kabinet zowel de druk op de asielopvang te verlagen, als de druk op de sociale huurmarkt niet verder te vergroten.

  1. In hoeverre deelt u de opvatting dat het oneerlijk is dat woningzoekenden soms pas na 10 jaar in aanmerking komen voor een sociale huurwoning terwijl statushouders voorrang krijgen op sociale huurwoningen? Zo niet, waarom niet?

Voorrang voor statushouders bij sociale huur knelt steeds meer, omdat andere woningzoekenden te lang op een wachtlijst staan. Het kabinet doet hier wat aan doen langs drie routes: minder instroom, meer nieuwbouw en aanvullende vormen van huisvesting. Daarmee kunnen we de druk op de sociale woningvoorraad verminderen, met alternatieven voor statushouders en voldoende uitstroom uit de asielopvang.

  1. In hoeverre deelt u de opvatting dat statushouders daarom zoveel mogelijk in sobere alternatieve huisvesting buiten de sociale woningvoorraad moeten worden gehuisvest?

Het kabinet zet in op het realiseren van aanvullende vormen van huisvesting buiten de sociale woningvoorraad. Deze vormen van huisvesting dienen te voldoen aan de geldende kwaliteitseisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Aanvullende huisvesting kan tijdelijk en eenvoudiger van aard zijn, maar moet veilig en passend zijn en met oog voor leefbaarheid. Het moet bewoners een basis bieden om mee te doen in de samenleving en voorspoedig in te burgeren.

  1. Welke maatregelen bent u bereid te nemen om te voorkomen dat gemeenten en woningcorporaties reguliere sociale huurwoningen inzetten als doorstroomlocatie voor statushouders?

Gemeenten en woningcorporaties hebben binnen de bestaande kaders ruimte om de voorraad tijdelijk flexibel in te zetten, bijvoorbeeld om acute druk op de opvang te verlichten. Het inzetten van een sociale huurwoning voor woningdelen, kan op dit moment een oplossing bieden om minder druk op de sociale woningvoorraad te leggen. Er zijn hierdoor namelijk minder afzonderlijke woningen nodig. Ik ben daarom niet voornemens dergelijke maatregelen te nemen.

  1. Welke mogelijkheden tot inspraak hebben omwonenden wanneer een sociale huurwoning wordt aangewezen als doorstroomlocatie?

De mogelijkheden voor inspraak van omwonenden bij een doorstroomlocatie hangen af van de concrete situatie. Als voor een locatie een ruimtelijke procedure nodig is, bijvoorbeeld bij functiewijziging of verbouwing, gelden de gebruikelijke regels voor participatie en inspraak. Zorgvuldige communicatie met omwonenden is altijd belangrijk.

  1. Hoeveel statushouders zijn de afgelopen drie jaar gehuisvest in een zelfstandige sociale huurwoning? Welk aandeel van de jaarlijkse toewijzingen aan corporatiewoningen betreft dit? Welk effect verwacht u dat de beschreven plannen zullen hebben op dit aandeel?

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) ging in 2023 bijna 8 procent van alle vrijgekomen corporatiewoningen naar huishoudens met één of meerdere statushouders. Dat zijn ruim 13 duizend woningen, iets meer dan een jaar eerder (7 procent). Huishoudens met een of meer statushouders waren vaker starters op de woningmarkt, dan huishoudens zonder statushouders. 20 procent van alle starters die in corporatiewoning ging wonen was een huishouden met een statushouder. Dit komt neer op ongeveer 8.200 huishoudens. Dit zijn de meest recente cijfers van het CBS.

Het effect dat de plannen zullen hebben op deze toewijzingspercentage is moeilijk te voorspellen. Met name omdat andere factoren zoals de totale asielinstroom en huishoudsamenstelling van statushouders hier ook een effect op hebben.

  1. Bent u het eens dat woningdelen voor statushouders binnen de bestaande voorraad strijdig is met het voornemen om te komen tot een wetsvoorstel waarmee de voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen wettelijk niet meer mogelijk is? Zo niet, waarom niet?

Zoals beschreven in de Kamerbrief van 20 maart werkt het kabinet momenteel aan een nieuw, uitvoerbaar wetsvoorstel, waarbij tegemoet wordt gekomen aan de reacties van de Raad van State, gemeenten en andere betrokken partijen over de uitvoerbaarheid van het eerdere wetsvoorstel voor verbod op voorrang statushouders. In dezelfde brief staat dat het kabinet conform coalitieakkoord met gemeenten en andere maatschappelijke partners afspraken maakt over het snel ontwikkelen van aanvullende huisvesting waar statushouders, Oekraïners en Nederlanders die tijdelijke huisvesting nodig hebben samen terechtkunnen, als alternatief voor het gebruik van sociale huurwoningen. Ook woningdelen wordt hierbij als oplossing genoemd. Vanwege de snelheid waarmee aanvullende huisvesting kan worden gerealiseerd.

  1. In antwoord op eerdere schriftelijke vragen gaf u aan dat er slechts 48 doorstroomlocaties met 1.853 plekken zijn gerealiseerd. De verwachting was dat er nog voor het zomerreces 263 extra plekken gerealiseerd zouden worden. Zijn deze plekken ook daadwerkelijk voor het zomerreces gerealiseerd?

Deze plekken zijn niet volledig voor het zomerreces gerealiseerd. Momenteel zijn er 51 doorstroomlocaties operationeel, waarmee het aantal gerealiseerde plekken is gestegen naar 1.925 voor statushouders. Dit is minder dan eerder aangegeven. De vertraging wordt onder andere veroorzaakt door langere doorlooptijden bij bouw, vergunningverlening en bezwaarprocedures. De verwachting is dat het aantal operationele locaties tot 1 januari 2027 verder stijgt naar circa 61 locaties, waarmee de capaciteit oploopt naar ongeveer 2.436 plekken voor statushouders.

Deze cijfers betreffen specifiek doorstroomlocaties die zijn gerealiseerd met de regeling doorstroomlocaties (Bekostigingsregeling huisvesting vergunninghouders in doorstroomlocaties) of de doelgroepflexibele regeling (Regeling tijdelijke bekostiging opvang en huisvesting gemeenten). Andere typen voorzieningen die worden ingezet voor de doorstroom van statushouders zijn hier geen onderdeel van, omdat hier geen exacte cijfers van bekend zijn.

  1. Hoeveel plekken moeten volgens u nog worden gerealiseerd voordat u een wetsvoorstel naar de Kamer kunt sturen waarmee de wettelijke voorrang voor statushouders op sociale huurwoningen wordt beëindigd? Wanneer verwacht u dit wetsvoorstel naar de Kamer te sturen?

Momenteel wordt gewerkt aan de verdere uitwerking van het wetsvoorstel. Het is de verwachting dat dit wetsvoorstel voor het kerstreces in internetconsultatie wordt gebracht. Uw Kamer zal hierover voorafgaand worden geïnformeerd.

  1. In uw brief ‘Bouwstenen: versnelde realisatie aanvullende vormen van huisvesting’ heeft mijn fractie niet kunnen opmaken op welke wijze u invulling heeft gegeven aan de motie Nobel/Flach (Kamerstuk 36 881, nr. 9) over onderzoeken hoe gemeenten die voortvarend aan de slag zijn gegaan met de realisatie van alternatieve huisvesting zodat de voorrang statushouders kan worden afgeschaft, kunnen worden beloond. Kunt u hier alsnog antwoord op geven?

Het belonen van gemeenten die voortvarend aan de slag zijn gegaan met de realisatie van aanvullende vormen van huisvesting, neem ik mee in de bestuurlijke afspraken die ik maak met gemeenten, provincies en woningcorporaties. In de ondersteuning die ik daarvoor inricht (zoals locatiescans, begeleiding en expertise), zullen gemeenten die voortvarend aan de slag gaan beloond worden. Bijvoorbeeld door middel van prioritaire of extra toegang tot deze ondersteuning.

  1. Kunt u deze vragen één voor één beantwoorden?

Ja.

1) BNR, 3 juli 2026 (https://www.bnr.nl/podcast/bnr-headlines/10605501/wel-de-bouwstenen-nog-geen-plan-voor-huisvesting-mensen-in-de-knel)