Antwoord op vragen van het lid Synhaeve over het bericht dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) moet krimpen van 950 naar 650 arbeidsplaatsen
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D41096, datum: 2026-09-04, bijgewerkt: 2026-09-04 15:28, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Mede namens: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
- Mede ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z16411:
- Gericht aan: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
> Retouradres Postbus 20350 2500 EJ Den Haag
De Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
Datum 4 september 2026
Betreft Kamervragen
Geachte voorzitter,
Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, de antwoorden op de vragen van het lid Synhaeve (D66) over het bericht dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) moet krimpen van 950 naar 650 arbeidsplaatsen. (2026Z16411).
Hoogachtend,
de minister van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport,
Sophie Hermans
Antwoorden op Kamervragen van het lid Synhaeve (D66) over het bericht dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) moet krimpen van 950 naar 650 arbeidsplaatsen. (2026Z16411) (ingezonden d.d. 21 juli 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichten 'IGJ moet krimpen van 950 naar 650 arbeidsplaatsen'[1] en 'Zwaarbelaste toezichthouder op de zorg moet ook nog eens inkrimpen'[2]?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wanneer en op welke wijze is de Kamer specifiek geïnformeerd over deze ingrijpende krimpopgave bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)?
Antwoord 2
De Tweede Kamer is eerder geïnformeerd over de financiële taakstellingen waarmee de rijksoverheid en daarmee ook de IGJ te maken hebben1. Bij de IGJ gaat het onder meer om kortingen en taakstellingen vanaf 2022 en om het aflopen van incidenteel toegekende budgetten, zoals de WAU-middelen. In het Jaarbeeld IGJ 2025 is aangegeven dat de IGJ als gevolg hiervan haar formatie heeft moeten verlagen. Ook is aangegeven dat deze bezuinigingen de komende jaren effect zullen hebben en dat de IGJ hiervoor een meerjarig plan opstelt.
De omvang van de reductie en de wijze waarop de IGJ deze de komende jaren wil realiseren, zijn onderdeel van de verdere uitwerking door de IGJ. De IGJ is verantwoordelijk voor de inrichting van haar organisatie binnen de geldende financiële en wettelijke kaders.
Vraag 3
Klopt het, zoals in het artikel van Zorgvisie wordt bericht, dat het ministerie van VWS vanaf het begin bij deze opgave is betrokken? Kunt u toelichten op welke momenten en op welk niveau dit is gebeurd, en wat de inzet van u daarbij is geweest?
Antwoord 3
Het ministerie van VWS is vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de IGJ betrokken bij de financiële en organisatorische kaders waarbinnen de IGJ haar taken uitvoert. Daarbij geldt dat de IGJ als toezichthouder onafhankelijk is in de uitvoering van haar toezicht.
De huidige personele opgave is het gevolg van de financiële kaders en de daaruit voortvloeiende taakstellingen waarmee de IGJ te maken heeft. De precieze vertaling daarvan naar de organisatie en de personele formatie is de verantwoordelijkheid van de IGJ.
De IGJ en VWS zijn hierover met elkaar in gesprek. Voor het kabinet staat daarbij voorop dat de IGJ haar wettelijke taken als onafhankelijk toezichthouder effectief en risicogericht moet kunnen blijven uitvoeren, opdat zij haar rol bij het borgen en verbeteren van de kwaliteit en veiligheid van de zorg kan blijven vervullen. De beschikbare capaciteit en de prioriteiten binnen het toezicht moeten daarom met elkaar in balans zijn.
De IGJ werkt aan een verdere ontwikkeling van haar toezicht, onder meer door meer datagedreven te werken en keuzes te maken in de wijze waarop toezicht wordt uitgevoerd.
Vraag 4
Op welke manier is de arbeidsbesparing die het bestuur van de IGJ denkt te behalen onderbouwd? Kunt u inzichtelijk maken hoe groot de besparing is per zorgsector en per deeltaak van de IGJ?
Antwoord 4
De veranderopgave van de IGJ vloeit zowel voort uit de ontwikkelingen in de zorg als uit de verwachte afname van het beschikbare budget. Om met minder mensen effectief toezicht te kunnen blijven houden, zal de IGJ haar toezicht nog meer risicogericht, gedifferentieerd en sector overstijgend vormgeven.
De IGJ zet daarbij onder meer in op het versterken van haar informatiepositie, proactief en risicogericht toezicht, een regionale oriëntatie, sectoroverstijgend werken, de inzet van multidisciplinaire teams en een bredere inzet van specialistische kennis. Ook wil de IGJ individuele signalen selectiever opvolgen en specifieke toezichtafspraken maken met aanbieders die aantoonbaar professioneel sturen op kwaliteit en veiligheid. Daarnaast werkt de IGJ aan een versterking van de inzet van data en risicoanalyses, zodat de beschikbare toezicht capaciteit gerichter kan worden ingezet.
De precieze personele gevolgen van deze veranderingen en de verdeling daarvan over de verschillende taken zijn nog niet definitief vastgesteld. Daarom kan op dit moment geen onderbouwde uitsplitsing van de arbeidsbesparing per zorgsector of deeltaak worden gegeven.
Vraag 5
Kan de IGJ met deze verminderde capaciteit alle taken blijven uitvoeren die zij momenteel uitvoert, mede gelet op het jaarlijks stijgende aantal meldingen, de al twee jaar geldende vacaturestop en de oplopende werkdruk?
Antwoord 5
De IGJ maakt ieder jaar keuzes binnen de grote diversiteit aan taken. De veranderingen in de zorg en het feit dat het financiële kader van de IGJ de komende zes jaar krimpt, vragen om een andere inrichting van het toezicht en om scherpe inhoudelijke keuzes. Deze plannen worden momenteel uitgewerkt. Het ministerie van VWS is vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de IGJ betrokken bij de financiële en organisatorische kaders waarbinnen de IGJ haar taken uitvoert.
Vraag 6
Deelt u de verwachting van de inspecteur-generaal dat datagericht en risicogericht werken de krimp grotendeels kan opvangen? Waarop is die verwachting gebaseerd, mede in het licht van de kanttekening van hoogleraar gezondheidsrecht Legemaate dat voor veel inspectietaken mensen nodig blijven zoals tuchtzaken en het bezoeken van instellingen?
Antwoord 6
Het kabinet steunt de inzet van de IGJ om door meer data- en risicogericht te werken de beschikbare toezicht capaciteit zo effectief mogelijk in te zetten.
Tegelijkertijd blijven professionele beoordeling, specialistische kennis en toezicht op locatie voor verschillende toezichtstaken noodzakelijk. Datagedreven werken is daarom vooral een middel om de beschikbare capaciteit gerichter in te zetten en geen volledige vervanging van menselijk toezicht.
Vraag 7
Hoe rijmt deze krimpopgave met de inzet van het kabinet, op basis van het coalitieakkoord, op de aanpak van zorgfraude, mede gezien het bericht dat onlangs al een fraudeteam van de IGJ is opgeheven?
Antwoord 7
De krimpopgave en de aanpak van zorgfraude staan los van elkaar. Het is daarom niet juist om uit de krimpopgave te concluderen dat het kabinet minder prioriteit geeft aan de aanpak van zorgfraude. De aanpak van zorgfraude is juist een expliciete prioriteit van het kabinet, onder meer naar aanleiding van het coalitieakkoord en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA).
Ook de beëindiging van het tijdelijke programma Integere Bedrijfsvoering en Zorgverwaarlozing (IBZ) van de IGJ staat hier los van. De IGJ beschouwt zorgfraude als een prioriteit en heeft aangegeven dat de binnen het programma opgebouwde kennis, ervaring en werkwijzen worden geborgd in de lijnorganisatie. De IGJ blijft toezicht houden op zorgfraude en blijft samenwerken met andere partijen binnen de fraudeketen.
Vraag 8
Op welke manier kan worden gegarandeerd dat de reductie in personeel de aanpak van misstanden in de jeugdzorg niet in het gedrang brengt?
Antwoord 8
De kwaliteit en veiligheid van jeugdhulp en de bescherming van kinderen en jongeren zijn belangrijke prioriteiten van het kabinet. De IGJ houdt toezicht op de kwaliteit en veiligheid van de jeugdhulp. De IGJ zal in haar toezicht aandacht blijven besteden aan de misstanden in de jeugdzorg. De wijze waarop de IGJ dit doet, wordt jaarlijks bepaald.
Vraag 9
Kunt u garanderen dat deze ingrijpende krimpopgave bij de IGJ niet ten koste gaat van de uitvoering van de motie van het lid Synhaeve c.s. (Kamerstuk 31839, nr. 1155) waarin jeugdhulpaanbieders en hun medewerkers altijd vooraf gescreend worden in plaats van de huidige situatie waarin de IGJ reactief handelt?
Antwoord 9
Het kabinet onderzoekt momenteel hoe deze motie kan worden uitgevoerd.
Vraag 10
Is u bekend dat de IGJ voor oktober een meerjarenbeleidsplan en begin 2027 een reorganisatieplan presenteert? Bent u bereid de Kamer over beide plannen te informeren voordat onomkeerbare stappen worden gezet?
Antwoord 10
Ja, het kabinet is bekend met de voorgenomen planning van de IGJ. De IGJ is onafhankelijk en maakt binnen de geldende wettelijke en financiële kaders haar eigen afwegingen over de inrichting en uitvoering van het toezicht. Tegelijkertijd draagt de minister van VWS ministeriële verantwoordelijkheid voor de IGJ. Daarom vindt regelmatig inhoudelijk overleg plaats tussen het ministerie van VWS en de IGJ, onder meer over de prioritering en de te maken keuzes.
De IGJ werkt momenteel aan een nieuw Meerjarenbeleidsplan en het Jaarplan 2027. Zoals ook bij het huidige meerjarenbeleidsplan en jaarplan is gebeurd, zal het kabinet deze plannen na vaststelling aan de Kamer sturen.
Vraag 11
Kunt u deze vragen voor het commissiedebat ‘Goed bestuur en toezicht in de zorg (+IGJ en Zorgfraude)’ en afzonderlijk van elkaar beantwoorden?
Antwoord 11
Ja.
Kamerstukken II 2023/24, 36 471, nr. 37, bijlage ‘Budgettaire bijlage hoofdlijnenakkoord 15 mei 2024’, maatregel 26; Kamerstukken II 2025/26, 36 848, nr. 31, bijlage ‘Budgettaire tabel en bijlage coalitieakkoord 30 januari 2026’, maatregelen 61 en 62.↩︎