[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

De toenemende risico's van vogelaanvaringen rondom Schiphol en het ganzenbeheer

Schriftelijke vragen

Nummer: 2026D41635, datum: 2026-09-08, bijgewerkt: 2026-09-08 12:24, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z18193:

Preview document (🔗 origineel)


2026Z18193

(ingezonden 8 september 2026)

Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de minister van Infrastructuur en Waterstaat over de toenemende risico's van vogelaanvaringen rondom Schiphol en het ganzenbeheer

  1. Bent u op de hoogte van de brief ‘Reactie m.b.t. rapport 'Staat van de luchtvaart 2026' (31936-1293)’ welke naar de vaste Kamercommissie voor Infrastructuur en Waterstaat is gestuurd? 1)

  2. Kunt u voor de jaren 2019 tot en met 2026, voor zover voor 2026 reeds beschikbaar, aangeven hoeveel vogelaanvaringen op en rond Schiphol zijn geregistreerd en hoeveel daarvan aanvaringen met ganzen betroffen?

  3. Bij hoeveel van deze incidenten waren meerdere vogels betrokken?

  4. In hoeveel gevallen was er schade aan het vliegtuig, schade aan een motor, een afgebroken start en/of terugkeer naar Schiphol of een voorzorgs- dan wel noodlanding?

  5. De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) constateert in de Staat van de luchtvaart 2026 een stijgende trend in het aantal meldingen van vogelaanvaringen bij de meeste Nederlandse luchthavens en stelt dat deze stijging een risico vormt voor de luchtvaartveiligheid; is deze stijgende trend ook afzonderlijk zichtbaar op Schiphol?

  6. Zo ja, hoe ontwikkelt het aantal vogelaanvaringen op Schiphol zich en welk aandeel daarvan betreft ganzen?

  7. Kunt u nader ingaan op het voorval met een zwerm ganzen bij Schiphol in februari 2026, waarnaar de brief ‘Reactie m.b.t. rapport 'Staat van de luchtvaart 2026' (31936-1293)’ verwijst?

  8. Welke lessen zijn uit dit voorval getrokken?

  9. Klopt het dat in de vorige beheerperiode binnen een zone van 0 tot 10 kilometer rondom Schiphol jaarrond beheer van verschillende ganzensoorten mogelijk was en binnen de zone van 10 tot 20 kilometer jaarrond populatiereductie van de grauwe gans mogelijk was, terwijl onder het Faunabeheerplan Ganzen 2025-2031 het jaarronde beheer van grauwe ganzen in de zone van 10 tot 20 kilometer is komen te vervallen?

  10. Op basis van welke concrete veiligheidsanalyse heeft uw ministerie geadviseerd de specifieke beheerzone voor de vliegveiligheid rondom Schiphol terug te brengen tot circa 10 kilometer?

  11. Kunt u deze analyse en de onderliggende gegevens met de Kamer delen?

  12. In de onderbouwing van het nieuwe beleid wordt gesteld dat niet kon worden aangetoond dat jaarrond afschot van grauwe ganzen in de voormalige zone van 10 tot 20 kilometer leidde tot een verlaging van het aantal ganzen binnen de zone van 0 tot 10 kilometer; is daarbij ook afzonderlijk onderzocht wat het effect van dit beheer was op het aantal vliegbewegingen van ganzen door aanvlieg- en vertrekroutes, het aantal baan- en funnelkruisingen, het aantal bijna-aanvaringen en het daadwerkelijke risico op vogelaanvaringen?

  13. Zo ja, wat waren de uitkomsten daarvan?

  14. Zo nee, waarom is op basis van het ontbreken van een aantoonbaar effect op de populatie binnen 10 kilometer wel besloten de mogelijkheden voor jaarrond beheer in de zone van 10 tot 20 kilometer te beperken?

  15. Acht u het vanuit het voorzorgsbeginsel en uw systeemverantwoordelijkheid voor de veiligheid van het luchtverkeer verantwoord om mogelijkheden voor preventief ganzenbeheer te beperken wanneer tegelijkertijd onzekerheid bestaat over de beschikbare veiligheidsdata en de ILT inmiddels een stijgende trend in gemelde vogelaanvaringen constateert?

  16. De Faunabeheereenheid Noord-Holland stelt dat in 2026 een verdubbeling van het afschot van grauwe ganzen ten opzichte van 2024 noodzakelijk is om onder andere de risico's voor de vliegveiligheid terug te brengen; hoe verhoudt deze forse intensiveringsopgave zich volgens u tot het tegelijkertijd beperken van de periode en het gebied waarin beheer kan plaatsvinden?

  17. Acht u de huidige instrumenten en capaciteit van wildbeheereenheden voldoende om de doelstelling zoals vermeld in vraag 16 daadwerkelijk te halen?

  18. Welke aanvullende of tijdelijke maatregelen bent u bereid in 2026 te treffen wanneer uit actuele cijfers blijkt dat het aantal risicovolle bewegingen van ganzen of het aantal vogelaanvaringen rond Schiphol verder toeneemt?

  19. Bent u bereid om samen met de ILT, Schiphol, luchtvaartmaatschappijen, de provincie Noord-Holland, de Faunabeheereenheid en de betrokken wildbeheereenheden opnieuw te beoordelen of de huidige begrenzing van de 0 tot 10 kilometerzone vanuit vliegveiligheid voldoende is en daarbij expliciet de mogelijkheid te betrekken om jaarrond beheer in de voormalige zone van 10 tot 20 kilometer geheel of gedeeltelijk opnieuw mogelijk te maken?

  20. Bent u bereid bij deze herbeoordeling niet alleen naar populatiegegevens te kijken, maar ook naar de vliegbewegingen van ganzen, baan- en funnelkruisingen, aanvaringen, bijna-aanvaringen, de grootte van groepen ganzen en praktijkervaringen van vliegers en wildbeheereenheden?

  21. Kunt u toezeggen dat bij de verdere uitwerking van het maatregelenpakket voor 2027 vertegenwoordigers uit de operationele praktijk, waaronder gezagvoerders en wildbeheereenheden rondom Schiphol, rechtstreeks worden betrokken en dat hun ervaringen met ganzenbewegingen en vogelaanvaringen aantoonbaar worden meegenomen in de uiteindelijke besluitvorming?

  22. Kunt u inzichtelijk maken welke kosten jaarlijks worden gemaakt voor overige maatregelen ter voorkoming van ganzenoverlast en vogelaanvaringen rondom Schiphol, zoals verjaging, habitatbeheer, detectie en andere preventieve maatregelen?

  23. Kunt u tevens inzichtelijk maken hoe deze kosten zich sinds de wijziging van het ganzenbeheer hebben ontwikkeld? Is sprake van een stijging van deze kosten sinds de mogelijkheden voor populatiebeheer zijn beperkt, en zo ja, met welk bedrag en bij welke partijen komen deze extra kosten terecht?

  24. Kunt u alle vragen individueel beantwoorden?

1) Kamerstuk 31 936, nr. 1293.