Evaluatiebepalingen in wetgeving
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D41640, datum: 2026-09-08, bijgewerkt: 2026-09-08 12:27, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.C. Sneller, Tweede Kamerlid (D66)
- Mede ondertekenaar: D.J. van den Berg, Tweede Kamerlid (JA21)
Onderdeel van zaak 2026Z18196:
- Gericht aan: K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
(ingezonden 8 september 2026)
Vragen van de leden Sneller (D66) en Van den Berg (JA21) aan de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over evaluatiebepalingen in wetgeving.
Wat is uw visie op de conclusies van de evaluatie van de ‘PNR-wet’[1] dat: “Hoewel de input van passagiersgegevens die ten behoeve van het onderzoek worden verstrekt bekend is, ontbreekt informatie over de resulterende output. Tot op zekere hoogte is de vraag naar passagiersgegevens van de bevoegde instanties een indicator voor het gebruik ervan, maar het zegt niets over de resultaten en effecten ervan bij de bestrijding van terroristische misdrijven en ernstige criminaliteit.” en “De mate van doeltreffendheid kan echter niet worden gespecificeerd mede ook ten gevolge van de korte tijd dat de PNR-wet in werking is.”?[2][3]
Wat is uw visie op de conclusie van de evaluatie Wet herziening partneralimentatie: “Het is op dit moment echter nog te vroeg om definitieve conclusies te trekken over het effect van de wetswijziging. Voor de meeste alimentatieregelingen die na 2020 zijn gestart is de wettelijk verkorte maximumduur van vijf jaar immers nog niet verstreken.”[4]
Wat is uw visie op de conclusie van de evaluatie Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA): “Bij dit alles moet worden opgemerkt dat dit rapport in zekere zin een tussenstand geeft. De evaluatie komt eigenlijk te vroeg. De WHOA schrijft een evaluatie binnen drie jaar na de inwerkingtreding voor, maar de praktijk moet nog vorm krijgen.”?[5]
Wat is uw visie op de constatering van de onderzoekers in de evaluatie wetswijziging Wet schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp): “De korte tijd sinds de invoering van de wetswijziging maakt het nog niet mogelijk om echte effecten te identificeren. De eerste trajecten lopen nu pas af en het is nog onbekend hoe de cijfers zich in de komende jaren zullen ontwikkelen. Respondenten bevestigen dat het nog te vroeg is om te spreken van effecten en dat er nog niet met elke wijziging ervaring is opgedaan. Om deze reden richt dit onderzoek zich op het identificeren van mogelijke effecten.”[6]
Wat is uw visie op de conclusie van de tussentijdse evaluatie inzake de wijziging van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek in verband met het inroepen van een bedenktijd door het bestuur van een beursvennootschap dat: “De onderzoekers concluderen dat het, gezien de kleine aantallen in de empirische onderzoeken en de korte termijn die is verstreken sinds de invoering van de wet, de vraag blijft of het terecht is om de bedenktijd te relateren aan het investerings- en vestigingsklimaat.”[7]
Wat is uw visie op de conclusie van de evaluatie Wet kansspelen op afstand (Wet Koa): “Er is geen sprake van een eenduidige nulmeting van voor de Wet Koa, waardoor het in deze evaluatie ook niet mogelijk is om de huidige situatie te vergelijken met de situatie die er zou zijn geweest zonder de Wet Koa.”?[8]
Hoe verhoudt het feit dat de evaluatie van de Wet Koa in november 2024 aan de Staten-Generaal is aangeboden zich tot artikel VIII van die wet, waarin is bepaald dat binnen drie jaar na de inwerkingtreding op 1 april 2021 verslag wordt gedaan van de doeltreffendheid en effecten van de wet in de praktijk? Kunt u toelichten hoe naar uw oordeel invulling is gegeven aan deze evaluatiebepaling?
Hoe verhouden deze conclusies met betrekking tot a) het plaatsvinden van een evaluatie nadat eigenlijk te weinig tijd is verstreken, b) het ontbreken van een bruikbare nulmeting of c) het niet beschikbaar zijn van de data / gegevens die noodzakelijk zijn om vragen over de effectiviteit van beleid te beantwoorden zich in uw ogen tot een gedegen beleidsvorming en -evaluatie?
Deelt u de mening dat gedegen wetsevaluaties onontbeerlijk zijn voor het ontwikkelen en verbeteren van wetgeving en voor het functioneren van onze democratie?
Kunt u aangeven welke stappen er ten aanzien van het ontwikkelen van een handreiking specifiek voor wetsevaluaties zijn gezet naar aanleiding van bijvoorbeeld het onderzoek in opdracht van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum uit 2016, waaruit bleek dat er geen handreiking bestaat specifiek voor wetsevaluaties?[9]
Waarom hebben de bestaande waarborgen voor wetsevaluaties niet kunnen voorkomen dat bij verschillende evaluaties onvoldoende gegevens beschikbaar waren, een adequate nulmeting ontbrak of onvoldoende praktijkervaring was opgedaan om de effecten van de wet te kunnen vaststellen? Kunt u tevens aangeven wie vóór indiening van een wetsvoorstel toetst of de voorgestelde evaluatieopzet, evaluatietermijn en gegevensverzameling daadwerkelijk toereikend en uitvoerbaar zijn?
Bent u bereid om te werken aan een uitgebreider en doeltreffender kader voor evaluatiebepalingen in het wetgevingsproces om situaties zoals voornoemde te helpen voorkomen?
Welke rol dient het expliciteren van de aan beleid ten grondslag liggende beleids- of verandertheorie hierbij naar uw mening te spelen?
Deelt u de mening dat bij het opnemen van een evaluatiebepaling vooraf ten minste moet worden bepaald welke doelstellingen en indicatoren worden geëvalueerd, welke nulmeting nodig is, welke gegevens vanaf inwerkingtreding noodzakelijk en proportioneel moeten worden verzameld, op welk moment zinvolle effectmeting mogelijk is en wie verantwoordelijk is voor de uitvoering van de evaluatie?
Hoe kijkt u naar de ontwikkeling van ‘overkoepelende’ experimenteer- en evaluatiewetgeving, om het wetgevingsproces meer ‘evidence-based’ in te kunnen richten?
Hoe kijkt u in dat opzicht naar de toegevoegde waarde van een A/B-test als onderdeel van dergelijk experimenteerinstrumentarium?
Acht u het bestaande wettelijke instrumentarium toereikend en, zo niet, welke concrete tekortkomingen rechtvaardigen aanvullende wetgeving?
[1] Wet gebruik van passagiersgegevens voor de bestrijding van terroristische en ernstige misdrijven; de letters PNR staan voor Passenger Name Record.
[2] Voor de beantwoording van onderhavige vragen hoeft de bepaalde termijn in artikel 12.2. van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer der Staten-Generaal geen toepassing te vinden.
[3] WODC, 10 november 2021 (https://www.wodc.nl/actueel/nieuws/2021/11/10/pnr-wet-versoepelt-het-werk-van-opsporingsinstanties-maar-effecten-zijn-nog-niet-te-meten), p. 7 en p. 9.
[4] Evaluatie Wet herziening partneralimentatie. Tussenevaluatie: evaluatiekader, nul-en tussenmeting, 4 november 2025, in het bijzonder paragraaf 6.3.
[5] https://repository.wodc.nl/server/api/core/bitstreams/716a64b3-4eee-4548-ab64-ba625015bbfe/content, p. 152.
[6] Preliminaire evaluatie wetswijziging Wsnp. Indicaties van effecten op de aansluiting op en doorstroom naar de Wsnp, Kenniscentrum Stelsel Gesubsidieerde Rechtsbijstand, Van Leuven et al, p. 29.
[7] Kamerstuk 35 367, nr. 19, p. 6.
[8] https://repository.wodc.nl/server/api/core/bitstreams/acd0b587-29d1-4cc1-9f5f-a55ee0fd6acf/content, p. 5.
[9] Cahier 2016-5, Evaluatievermogen bij beleidsdepartementen: praktijken rond uitvoering en gebruik van ex post beleids- en wetsevaluaties.