[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

De verrekenprijsrapporten van Shell (Shell files)

Schriftelijke vragen

Nummer: 2026D41656, datum: 2026-09-08, bijgewerkt: 2026-09-08 12:38, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z18217:

Preview document (🔗 origineel)


2026Z18217

(ingezonden 8 september 2026)

Vragen van het lid Stultiens (PRO) aan de staatssecretaris van Financiën over de verrekenprijsrapporten van Shell (Shell files)

Heef u kennisgenomen van (1) de publicatie van onderzoeksplatform Follow the Money op 23 juli 2026 “Ontluisterend en illegaal’: hoe Shell erin slaagt in Nederland geen cent belasting te betalen’, (2) het artikel in het Financieel Dagblad van 23 juli 2026 ‘Shell ontliep belasting door geen winst te maken op dienstverlening vanuit Nederland’, (3) het door SOMO op 23 juli 2026 gepubliceerde onderzoeksrapport ‘The Shell Files: Exposing how corporations can use transfer pricing to avoid taxes’ en (4) het memorandum van 23 juli 2026 van hoogleraar belastingrecht Van de Streek ‘Shell-files: wereldwijde transfer pricing mispricing in het kader van winstbelastingen’?

Heeft u tevens kennisgenomen van de drie door Follow the Money en SOMO (gedeeltelijk) openbaar gemaakte verrekenprijsrapporten van Shell, te weten (1) WONA Crude Trading & Supply Global Transfer Pricing Report 2019, (2) Royalty Fees Transactions Shell Timur Sendirian Berhad Shell Malaysia Trading Sendirian Berhad 2017 en (3) Upstream Cost Sharing Global Transfer Pricing Report 2019?[1]

Bent u bereid om aan het parlement op grond van artikel 68 van de Grondwet inlichtingen te verstrekken over de zakelijkheid van de excessieve handelswinsten van Shell, die neerslaan op de Bahama’s, de arbitraire verkoopwinsten van benzine (Shell tankstations), die neerslaan in Zwitserland en de dienstverlening vanuit Nederland tegen de kostprijs?

Bent u het ermee eens dat in dit geval het staatsbelang zich niet verzet tegen het verstrekken van deze inlichtingen aan het parlement op grond van artikel 68 van de Grondwet, omdat de vertrouwelijkheid van Shells verrekenprijsrapporten niet langer in het geding is vanwege de openbaarheid van deze rapporten?

Kunt u toelichten in hoeverre er wat u betreft sprake is van ‘agressieve belastingontwijking’, zoals hoogleraar Van de Streek schrijft, op het moment dat een oliebedrijf de eigen opgepompte olie verkoopt aan een bedrijfsonderdeel dat gevestigd is in een belastingparadijs en de olie vervolgens met veel winst verkoopt aan een ander bedrijfsonderdeel? Wat zijn volgens u andere redenen dan fiscale waarom een dergelijk handelskantoor binnen één bedrijfsgroep veel winst zou maken? Wat zijn redenen anders dan fiscale om een dergelijk handelskantoor te vestigen op de Bahama’s?

Hoe gaat de Belastingdienst vanuit verrekenprijsperspectief om met handelskantoren van multinationals in de olie- en gasindustrie? Is het gebruikelijk dat een dergelijk handelskantoor, met een zeer beperkte personeelsbezetting, een meer dan routinematige winst behaalt?

Is er wat u betreft sprake van agressieve belastingontwijking in het geval van het handelskantoor van Shell op de Bahama’s? Kunt u deze vraag beantwoorden op basis van reeds openbare informatie uit de Shell-files, waarbij de fiscale geheimhoudingsplicht dus niet geschonden hoeft te worden?

In hoeverre vindt u dat gesproken kan worden van agressieve belastingontwijking op het moment dat een multinational al haar intellectueel eigendom onderbrengt in een belastingparadijs, zoals Zwitserland, waar slechts tien procent belasting betaald hoeft te worden over de winsten die voortvloeien uit dat intellectuele eigendom? In hoeverre is er sprake van agressieve belastingontwijking op het moment dat de hoogte van de royalties voor het intellectuele eigendom bepaald wordt op basis van een achterhaalde vuistregel, zoals de 25 procent-regel?

Is het gebruik van een dergelijke vuistregel volgens u in strijd met de OESO-verrekenprijsrichtlijnen? Zo nee, waarom niet?

Hoe gaat de Belastingdienst vanuit verrekenprijsperspectief om met royalty’s, die een Nederlandse verkoopmaatschappij betaalt aan een gelieerde IP-company voor het gebruik van merken en logo’s? Staat de Belastingdienst toe dat de hoogte van de aftrekbare royalty’s wordt gebaseerd op vuistregels, en zo ja, welke vuistregels?

Kunt u op basis van de openbare Shell-files toelichten of de in die files beschreven situatie in strijd is met de OESO-verrekenprijsrichtlijnen? Is daarbij sprake van belastingontwijking? Zo nee, waarom niet?

Bent u het ermee eens dat internationale belastingontwijking met prioriteit zoveel mogelijk aangepakt moet worden? Wat gaat u doen om de beschreven vormen van belastingontwijking tegen te gaan?

Bent u bereid om, net zoals naar aanleiding van de Uber files in 2022, een onderzoekscommissie in te stellen met leden van de Belastingdienst aangevuld met externe deskundigen, die het handelen van de Belastingdienst bij de transacties uit de openbare verrekenprijsrapporten beoordeelt op fiscaal-juridische juistheid en rechtsstatelijkheid, waaronder eenheid van beleid?

Hoe gaat de Belastingdienst vanuit verrekenprijsperspectief om met diensten die door Nederlandse centrale servicemaatschappijen worden verleend aan andere groepsmaatschappijen? Staat de Belastingdienst na 2022 toe dat een winstopslag achterwege blijft op ondersteunende diensten met een beperkte toegevoegde waarde, ook als die door een aparte servicemaatschappij worden verricht? Staat de Belastingdienst bij andere diensten toe dat een kostenopslag achterwege blijft, zoals op technische diensten of adviesdiensten (managementadvies over onder andere ondernemingsstrategie)?

Zijn er in de afgelopen tien jaar situaties bekend waarbij de Belastingdienst akkoord is gegaan met het achterwege blijven van een winstopslag op andere diensten dan ondersteunende diensten met een beperkte toegevoegde waarde? Zo ja, kan de staatssecretaris deze situaties in geanonimiseerde vorm publiceren?

Klopt het dat de goedkeuring, die gold tot in 2022 om een winstopslag achterwege te laten op ondersteunende diensten met een beperkte toegevoegde waarde, een Nederlandse veilige-havenregeling was op verrekenprijsgebied?[2] Zo ja, kunt u aangeven hoeveel meldingen er bij de Belastingdienst zijn gedaan over de toepassing van deze goedkeuring op grond van de meldingsplicht voor potentieel agressieve fiscale constructies?[3] Heeft de Belastingdienst na de intrekking van de goedkeuring gericht toezicht gehouden op de hoogte van de in aanmerking te nemen winstopslag?

In hoeverre bestaat volgens u het risico dat de Europese Commissie zal oordelen dat sprake is van ongeoorloofde staatssteun in gevallen waarin de Belastingdienst toestaat of heeft toegestaan dat diensten binnen een groep tegen kostprijs worden verricht? Wat zouden de gevolgen hiervan zijn voor Nederland? In hoeverre bestaat de risico voor de situatie zoals beschreven in de Shell-files?

Wat is de Nederlandse inbreng in het comité van de OESO voor Fiscale Zaken over de aankomende update van de OESO-verrekenprijsrichtlijnen over dienstverlening?[4] Neemt Nederland een standpunt in over het wel of niet in aanmerking nemen van een winstopslag?

Wat vindt u van het idee om bij het aankomende Belastingplan in de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 een voorschrift op te nemen dat een zakelijke prijs voor intra-groepsdienstverlening hoger is dan de kostprijs, tenzij de belastingplichtige het tegendeel aannemelijk maakt. Zou een dergelijke verzwaarde bewijslast voor bedrijven een einde kunnen maken aan eventueel historisch gegroeide praktijken?

In hoeverre bent u het ermee eens dat het systeem van verrekenprijzen en het zakelijkheidsbeginsel structureel falen in het eerlijk toerekenen van winsten tussen landen? Ziet u mogelijkheden voor alternatieve systemen, waarmee belastingontwijking effectiever voorkomen kan worden?

Wat is de Nederlandse opstelling tijdens gesprekken en onderhandelingen over een VN-belastingverdrag? In hoeverre bent u het ermee eens dat Nederland zich constructief moet opstellen als het gaat om dit onderwerp, ook als het gaat om vervanging van OESO-afspraken door VN-afspraken? In hoeverre is dat volgens u nu het geval?

Waarom worden door de Belastingdienst (CGVP) ingenomen standpunten over transfer pricing-aangelegenheden die precedentwerking kunnen hebben of die kunnen worden opgevat als (een begin van) beleid, niet gepubliceerd?[5] Bent u bereid om deze standpunten, net als kennisgroepstandpunten, voortaan openbaar te maken op de website van de Belastingdienst?

Bent u het eens met de recente constatering van belastinghoogleraar Van der Hel-Van Dijk dat de verplichting om fiscale landenrapporten (Public Country-by-Country Reporting) vanaf 2025 openbaar te maken er (helaas) niet voor zorgt dat de publieke controle op het belastinggedrag van multinationals verbetert?[6]

[1] Zie https://www.somo.nl/the-shell-files/.

[2] Zie voor deze goedkeuring het Besluit van de staatssecretaris van Financiën van 22 april 2018 nr. 2018-6865 (Verrekenprijsbesluit 2018), Stcrt. 2018, nr. 26874, paragraaf 6.3 en diens voorlopers.

[3] Zie wezenskenmerk E.1 van bijlage IV van Richtlijn 2011/16/EU.

[4] Zie https://www.oecd.org/en/events/public-consultations/2026/06/public-consultation-on-taxation-revisions-to-chapter-vii-of-the-oecd-transfer-pricing-guidelines.html.

[5] Zie het Instelbesluit CGVP 2026, Stcrt. 2026, 2199, par. 5 over deze standpuntbepalingen.

[6] Lisette van der Hel-van Dijk, De belofte van publieke country-by-country reporting: wereldwijd inzicht, in belastingen?, NLF-W 2025/19.