[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag houdende een lijst van vragen over vaststelling van de begrotingsstaat van het Mobiliteitsfonds voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37020-A)

Lijst van vragen

Nummer: 2026D46214, datum: 2026-09-25, bijgewerkt: 2026-10-15 09:42, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (nds-tk-2026D46214).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z17068:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


2026D46214 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN

De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen.

De voorzitter van de commissie,

Huizenga

De griffier van de commissie,

Schukkink

Nr Vraag
1. Wat is de totale omvang van de huidige instandhoudings- en vernieuwingsopgave op het hoofdwegennet te kwantificeren in euro’s en kunt u daarbij aangeven welk deel voor de periode 2027 – 2032 is gedekt en welk deel nog niet?
2. Kunt u voor bruggen, viaducten, tunnels en overige kunstwerken een uitsplitsing van de geraamde kosten per object geven ten aanzien van onderhoud en/of vernieuwing? Kan daarbij per object worden aangegeven welk deel van de kosten reeds is gedekt en, indien sprake is van een ongedekt deel, hoe groot dit bedrag is?
3. Hoeveel bruggen, viaducten en tunnels in beheer van Rijkswaterstaat bereiken uiterlijk in 2030 het einde van hun berekende technische levensduur?
4. Kunt u een overzicht geven waarbij per infrastructureel object wordt aangegeven wat de locatie is, wat de technische staat is, de geplande datum van renovatie en vervanging en wanneer het einde van de levensduur van het object wordt verwacht?
5. Voor hoeveel bruggen, viaducten en tunnels geldt momenteel een verscherpt inspectieregime vanwege ouderdom, technische staat of geconstateerde gebreken?
6. Hoeveel bruggen, viaducten en tunnels zijn op dit moment, vanwege de staat van het object, een risico voor de veiligheid van weggebruikers, wanneer zij het object over en/of eronderdoor rijden?
7. Welke knelpunten ten aanzien van fileproblematiek zijn in het afgelopen jaar opgelost?
8. Kan per gesloten, dan wel beperkte, voorziening worden aangegeven hoe lang deze naar verwachting duurt en hoeveel verkeer dagelijks door de afsluiting wordt geraakt?
9. Hoeveel meer geld levert de vrachtwagenheffing op, nu blijkt dat vrachtwagens meer kilometers maken vanwege de afgesloten infrastructurele objecten?
10. Hoeveel ongeplande gehele of gedeeltelijke afsluitingen van rijkswegen, bruggen en tunnels hebben in 2024, 2025 en 2026 plaatsgevonden als gevolg van technische defecten en achterstallig onderhoud?
11. Hoe groot is het tekort aan personeel, uitgedrukt in fte, bij Rijkswaterstaat?
12. Hoeveel infrastructurele objecten, in beheer van Rijkswaterstaat, voldoen niet aan de eisen die worden gesteld voor zwaar militair transport en wat zijn de kosten voor de aanvullende maatregelen om dit te bewerkstelligen?
13. Hoeveel eurocent per liter benzine en per liter diesel bestaat in 2027 naar verwachting uit belastingen en heffingen?
14. Welke accijns hanteren Nederland, België en Duitsland per 1 januari 2027?
15. Welke aannames over het prijsverschil met Duitsland en België worden gebruikt bij de raming van de Nederlandse brandstofaccijnsinkomsten?
16. Hoeveel accijns- en btw-inkomsten loopt de Nederlandse schatkist naar schatting in 2025, 2026 en 2027 mis, doordat Nederlandse automobilisten in Duitsland of België tanken?
17. Hoeveel procent van de Nederlanders tankt regelmatig in België of Duitsland?
18. Hoe hebben de totale Nederlandse verkopen van benzine en diesel zich sinds 2019 ontwikkeld en welk deel schrijft het ministerie toe aan de prijs per liter in combinatie met tanken in het buitenland?
19. Welke ramingen hanteert het kabinet voor de accijnsinkomsten uit benzine en diesel voor 2027 tot en met 2031, afzonderlijk per brandstof?
20. Hoeveel extra kosten per gereden kilometer ontstaan voor een gemiddeld Nederlands transportbedrijf door de vrachtwagenheffing?
21. Is onderzocht welk deel van de extra kosten als gevolg van de vrachtwagenheffing naar verwachting wordt doorberekend aan opdrachtgevers? Is daarbij ook bekend wat dit zal doen met de prijs voor de consument?
22. Op welke wegen is het grootste uitwijkende effect, als gevolg van de vrachtwagenheffing, gemeten?
23. Zijn sinds de invoering effecten op verkeersveiligheid, geluid of congestie op de uitwijkroutes gemeten?
24. Hoeveel opbrengsten uit de vrachtwagenheffing zijn in 2027 naar verwachting afkomstig van Nederlandse vervoerders en hoeveel van buitenlandse vervoerders?
25. Hoeveel Nederlandse reizigers maakten in 2023, 2024, 2025 en 2026 gebruik van een buitenlandse luchthaven voor hun vliegreis? Kan daarbij een overzicht worden gegeven per relevante Duitse en/of Belgische luchthaven?
26. Hoeveel bestemmingen worden vanaf Schiphol aangeboden in 2027 en hoe verhoudt dit zich tot de afgelopen vijf jaar?
27. Kan voor enkele representatieve bestemmingen binnen Europa, rond de Middellandse Zee, Noord-Amerika en Azië het Nederlandse belastingbedrag worden vergeleken met dat bij vertrek uit Duitsland en België?
28. Is ten aanzien van de vliegbelasting onderzocht wat het effect is voor grensluchthavens? Wat zijn hiervan de bevindingen geweest?
29. Hoeveel extra autokilometers maken Nederlandse reizigers, wanneer zij voor een buitenlandse luchthaven kiezen en wat is het effect op verkeersdruk, reistijd en emissies?
30. Welke concrete (missende) vergunningen en wettelijke besluiten staan de opening van Lelystad Airport in 2027 nog in de weg? Wat is per obstakel de oorzaak daarvan en wat is de prognose ten aanzien van het oplossen van deze obstakels?
31. Wat is het exacte streefcijfer voor 2027 voor het aantal tijdelijke snelheidsbeperkingen op het spoor?
32. Hoeveel tijdelijke snelheidsbeperkingen op het spoor zijn in 2024 en in 2025 uiteindelijk opgenomen in de (vaste) dienstregeling?
33. Wat zijn de onderliggende oorzaken van de door ProRail gemelde 586 impactvolle verstoringen op het spoor in 2025?
34. Wat zijn de onderliggende oorzaken van de op 31 augustus 2026 gemeten 391 impactvolle verstoringen op het spoor van 2026?
35. Wat is het concrete streefcijfer voor impactvolle verstoringen op het spoor in 2027 en op welke berekening is dat gebaseerd?
36. Is de verwachting dat ProRail, en NS, succesvol zijn in 2027 en onder het streefcijfer impactvolle verstoringen op het spoor blijven en waarom wel/niet?
37. Wat is de huidige financiële omvang van de onderhouds- en vernieuwingsopgave op het spoor en hoeveel daarvan is al gedekt?
38. Welke investeringen zijn volgens ProRail nodig om knelpunten weg te nemen?
39. Hoe hoog is het aantal verkeersdoden in 2025 en in de eerste helft van 2026?
40. Kunt u aangeven hoeveel bruggen, viaducten, tunnels en overige kunstwerken op het hoofdwegennet in de periode 2027–2032 moeten worden gerenoveerd of vervangen, en bij hoeveel van deze objecten de geplande renovatie of vervanging later plaatsvindt dan op grond van de technische staat wenselijk wordt geacht?
41. Kan worden aangegeven welke tijdelijke snelheidsbeperkingen rechtstreeks verband houden met achterstallig onderhoud of uitgestelde vernieuwing?
42. Hoeveel projecten op het hoofdwegennet lopen momenteel vertraging op door procedures rond vergunningverlening en wat bedraagt de gemiddelde vertraging?
43. Welke bestaande regels wilt u in 2027 schrappen of aanpassen om de doorlooptijd van instandhoudingsprojecten te verkorten?
44. Hoeveel aanbestedingen voor beheer, onderhoud en vernieuwing van het hoofdwegennet zijn in 2024, 2025 en 2026 zonder geldige inschrijving gebleven of opnieuw aanbesteed en wat waren daarvoor de voornaamste oorzaken?
45. Hoeveel ongeplande storingen van sluizen en beweegbare bruggen vonden plaats in 2023, 2024, 2025 en 2026 en wat was per grote storing de oorzaak?
46. Wat zijn de vijf vaarwegobjecten die momenteel de meeste economische vertraging veroorzaken voor de beroepsvaart en waardoor komt dat?
47. Welke Nederlandse haven- en vaarweginfrastructuur voldoet op dit moment nog niet aan de eisen die worden gesteld vanuit militaire mobiliteit en dual use?
48. Hoeveel locaties op rijkswegen zijn momenteel aangemerkt als locatie met een verhoogd verkeersveiligheidsrisico en hoeveel daarvan worden in 2027 aangepakt?
49. Hoeveel verkeersongevallen waarbij een fatbike betrokken was, zijn in 2024, 2025 en 2026 geregistreerd, en kunt u een overzicht geven van de leeftijd van de bestuurder?
50. Hoeveel verkeersdeelnemers zijn in 2024, 2025 en 2026 betrapt op rijden onder invloed van alcohol respectievelijk drugs?
51. Wat zijn de meest recente geraamde totale kosten van de invoering van ERTMS en hoe verhouden deze zich tot de oorspronkelijke kostenraming?
52. Welke baanvakken moeten volgens de huidige planning uiterlijk in 2032 van ERTMS zijn voorzien en bij welke baanvakken bestaat momenteel risico op vertraging?
53. Welke kosten zijn gemoeid met de overdracht van het dagelijks beheer van de HSL-Zuid aan ProRail per 2031?
54. Kan worden aangegeven welk bedrag Rijkswaterstaat jaarlijks uitgeeft aan advies- en ingenieursdiensten van externe partijen?
55. Welk effect heeft de lerende aanpak met betrekking tot ERTMS gehad als het gaat om de financiën?
56. Waaraan wordt dit bedrag voor de Lelylijn in tabel 4 besteed? Welke stappen in de planvorming worden in 2027 gezet voor langetermijnprojecten waarvoor geen of onvoldoende middelen zijn gereserveerd?
57. Welke signalen heeft u over de financiële positie van ov-vervoerders en de beperkte belangstelling voor recente concessieaanbestedingen? Hoe gaat u decentrale overheden ondersteunen, zodat nieuwe concessies met voldoende inschrijvers kunnen worden gegund?
58. Kan bij een MIRT-project het opknippen van de opgaven in deelopgaven ertoe leiden dat per deeltraject eerder aan de 75%-eis wordt voldaan?
59. Wat is de actuele omvang van de ongedekte instandhoudingsopgave voor het hoofdwegennet tot en met 2040?
60. Wat is de actuele omvang van de ongedekte instandhoudingsopgave voor het hoofdvaarwegennet tot en met 2040?
61. Wat is de actuele omvang van de ongedekte instandhoudingsopgave voor het spoor tot en met 2040?
62. Hoe wordt de aanvullende 1,1 miljard euro per jaar voor beheer, onderhoud en woningbouwontsluiting in de jaren 2032 tot en met 2035 verdeeld over Rijkswaterstaat en ProRail?
63. Welke concrete instandhoudingsprojecten worden gefinancierd uit de 945 miljoen die voor het Mobiliteitsfonds vanuit de Aanvullende Post naar 2031 is overgeboekt?
64. Welke concrete projecten worden gefinancierd uit de incidentele 1,5 miljard voor de herprioriteringsopgave op het Mobiliteitsfonds?
65. Wat is het kasritme van de incidentele 1,5 miljard voor de herprioriteringsopgave over de jaren 2029 tot en met 2035?
66. Volgens welke criteria wordt de reservering van 3,6 miljard voor regionale mobiliteit en ontsluiting verdeeld?
67. Wanneer worden besluiten genomen over de besteding van de reservering van 3,6 miljard euro voor regionale mobiliteit en ontsluiting?
68. Welk bedrag van de reservering van 3,6 miljard euro voor regionale mobiliteit en ontsluiting is reeds gekoppeld aan concrete projecten?
69. Welke concrete risico’s liggen ten grondslag aan het beschikbaar houden van de 849,4 miljoen euro vrije investeringsruimte voor tegenvallers?
70. Welk deel van de 849,4 miljoen vrije investeringsruimte is op basis van de huidige risicoinschatting naar verwachting daadwerkelijk nodig voor tegenvallers?
71. Welke projecten vormen de grootste bijdrage aan de overprogrammering van 1,292 miljard euro in 2027?
72. Welk bedrag aan projectvertraging wordt voor 2027 verondersteld bij de gekozen omvang van de overprogrammering?
73. Welke projecten maken deel uit van de 577,8 miljoen euro aan programmering die bij deze begroting naar 2033 of later is verschoven?
74. Welk deel van de 577,8 miljoen euro die naar 2033 of later is verschoven betreft projecten in Noord- en Oost-Nederland?
75. Waaruit bestaat het projectbudget van 17 miljoen euro voor N50 Kampen-Kampen Zuid?
76. Welk aanvullend bedrag is nodig om A1/A28 Knooppunt Hoevelaken volledig te kunnen realiseren?
77. Wat is volgens de huidige planning het vroegst mogelijke jaar waarin de werkzaamheden aan A1/A28 Knooppunt Hoevelaken kunnen starten?
78. Is het projectbudget van 115 miljoen euro voldoende voor de voorkeursvariant voor N35 Wijthmen-Nijverdal?
79. Wat verklaart dat voor A1/A35 Knooppunt Azelo-Buuren geen projectbudget is opgenomen?
80. Is het projectbudget van 183 miljoen euro voor Meppel spoor- en perroncapaciteit voldoende voor alle thans voorziene fases van het project?
81. Welk bedrag is nodig om de planuitwerking voor de Vaarweg IJsselmeer-Meppel te kunnen hervatten?
82. In welk jaar wordt het Sluiscomplex Kornwerderzand volgens de huidige planning opengesteld?
83. Welk bedrag is in 2027 binnen het Mobiliteitsfonds beschikbaar voor onderzoek, onderhoud of herstel van de bruggen in de Houtribdijk?
84. Welk bedrag is in de periode tot en met 2030 beschikbaar voor de elektrificatie van regionale spoorlijnen?
85. Hoe worden de middelen uit het Klimaatfonds voor elektrificatie van het spoor verdeeld over de afzonderlijke spoorlijnen?
86. Wanneer ontvangt de Kamer inzicht in de financiële gevolgen voor de tranches na de eerste trance van de herijking van ERTMS, waartoe de eerste budgettaire verwerking geldt (p.70–71)?
87. Wat zijn de gevolgen voor de instandhouding van het spoor als de ProRail-subsidieaanvraag EOV, die 177 miljoen euro voor gematerialiseerde risico’s binnen het BKN Spoor bevat en die die pas bij de voorjaarsbesluitvorming 2026 wordt beoordeeld (p. 43–44), niet volledig wordt gehonoreerd?
88. Wat is de oorzaak van de daling van de totale uitgaven voor de Kustwacht Nederland van 165,0 miljoen (2026) naar 124,6 miljoen (2030) (Tabel 76, p. 113–114) en heeft dit gevolgen voor de uitvoeringscapaciteit van de Kustwacht?
89. Betekent de daling van het budget voor Externe veiligheid (artikel 18.06) naar € 0 vanaf 2030 (tabel 67, p. 76) dat alle externe-veiligheidsknelpunten in het kader van de Nota Vervoer Gevaarlijke Stoffen dan zijn opgelost, of stopt hier simpelweg de financiering?
90. Welke gevolgen voor de onderhoudsopgave op het spoor heeft de onttrekking van 80 miljoen uit ProRail-budgetten ten behoeve van de vuurwerknadeelcompensatie?
91. Hoe moet de verlenging van het Mobiliteitsfonds tot 2040 en de beschikbare ruimte van circa 9 miljard euro op het Mobiliteitsfonds worden gelezen?
92. Hoe gaat de verlaging van het aantal impactvolle verstoringen in 2027 ten opzichte van 2026 gerealiseerd worden?
93. Welke concrete gevolgen heeft de onttrekking van 80 miljoen euro in 2027, 2028 en 2029 aan de KCI-strategie (Klimaatneutrale en Circulaire Infrastructuur) van ProRail voor de programmering en uitvoering van spoorprojecten, en welke projecten of activiteiten worden hierdoor later uitgevoerd of krijgen minder financiële ruimte?
94. Waarom is specifiek gekozen voor de Mobiliteitsfondsbegroting voor de bijdragen van 45 miljoen aan het SAF-fonds dat is opgezet door Schiphol?
95. In hoeverre past financiering van vliegtuigbrandstoffen binnen de juridische context en doelen van de Wet Mobiliteitsfonds, die zijn gericht op infrastructuur en het gebruik ervan? Zou deze financiering niet beter passen binnen de begroting van Infrastructuur en Waterstaat, dat wel over een luchtvaartartikel beschikt?
96. Welke voorwaarden stelt het Rijk aan de bijdrage van 45 miljoen aan het SAF-fonds van Schiphol, en wat gebeurt er met de reservering als de Europese Commissie geen akkoord geeft?
97. Waarom is er specifiek gekozen voor het klimaatneutrale en circulaire infrastructuur-budget van ProRail om de vuurwerkcompensatie te financieren en welke impact heeft dit op het doelbereik van ProRail?
98. Wat is de planning van de herijking van het nationale havenbeleid?
99. Is afgesproken dat middelen die overblijven van de vuurwerkcompensatie teruggaan naar ProRail KCI?
100. Kunt u toelichten wat de overweging is om de incidentele middelen Infrastructuur herprioriteringsopgave van circa 1,5 miljard euro in de jaren 2029–2035 over te boeken naar het Mobiliteitsfonds en niet eerder?
101. Hoe worden de verhoogde efficiencytaakstelling en de versnelde taakstelling Slagvaardige Overheid verdeeld over Rijkswaterstaat en de betrokken programma’s? Welke gevolgen zijn daarbij geraamd voor capaciteit en prestaties?
102. Wat betekent het naar voren halen en besteden (ruim 900 miljoen) van een deel van de 1,1 miljard euro voor beheer en onderhoud voor de woningbouwopgave?
103. Hoeveel budget is er in 2027 voor nieuwe tegenvallers als de vrije investeringsruimte nul is?
104. Kan er meer gezegd worden over de droogteaanpak?
105. Hoe wordt de Kamer betrokken bij de herijking van het Deltaprogramma en de uitwerking tot het Nationaal Water Programma?
106. Wat zijn de consequenties voor de A27 van de verschuiving van geld van de A27 Zeewolde/Eemnes naar de N50 volgens een motie?
107. Aan welke concrete projecten en maatregelen wordt deze reservering klimaatneutrale en circulaire infrastructuur besteed? Is de stijging uitsluitend het gevolg van loon- en prijsbijstelling?
108. Wordt er in Eindhoven ook gecompenseerd voor indexering?
109. Zijn er voldoende KPI’s geformuleerd voor het Deltaprogramma zoet water?
110. Wat is de stand van zaken van de Kaderrichtlijn Water (KRW)?
111. Hoe verloopt de besluitvorming over het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI), gezien het EZK en IenW raakt?
112. Er staat bij de Reservering Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur: «Tijdens de augustusbesluitvorming is besloten om structureel middelen te investeren in regionale mobiliteit en ontsluiting van de infrastructuur. Het gaat om € 100 miljoen in 2028, € 200 miljoen in 2029 en structureel € 300 miljoen vanaf 2030.»; op welke begrotingspost wordt de reservering van 300 miljoen euro per jaar structureel voor regionale mobiliteit en ontsluiting van infrastructuur opgenomen?
113. Waarom wordt de reservering voor Regionale Mobiliteit en Ontsluiting Infrastructuur gefaseerd beschikbaar gesteld; 100 miljoen in 2028, 200 miljoen in 2029 en 300 miljoen euro vanaf 2030?
114. Kunt u een uitsplitsing maken van hoe u de beoogde investeringen van 1,603 miljard euro in verzorgingsplaatsen wilt besteden?
115. Wat wordt er gedaan aan de communicatie rondom tolheffing? Hoe wordt onduidelijkheid voorkomen?
116. Kan de exploitatie, onderhoud en vernieuwing «uit» voor de begrote bedragen, na toepassing van de taakstellingen en eventuele korting van een boete wegens het niet halen van KPI’s door ProRail?
117. Welke posten vormen samen de aanvullende behoefte van 177 miljoen euro voor het basiskwaliteitsniveau Spoor, en over welke posten moet bij de komende voorjaarsbesluitvorming nog worden besloten?
118. Wanneer ontvangt de Kamer de uitkomsten van de externe validatie van de herijkte financiële reeksen voor de instandhouding van de Rijkswaterstaatnetwerken?
119. Welke mogelijkheden zijn er om andere onderdelen dan uitvoering van de organisatie (bijvoorbeeld beleid) efficiënter te maken zonder significant verlies op output?
120. Hoeveel stations voldoen nog niet aan de regels uit het VN-verdrag? Welke stations komen met het resterende budget aan bod om toegankelijk gemaakt te worden? En volgens welke criteria wordt die volgorde bepaald?
121. Op welke manier stemt u de resterende investeringen in toegankelijkheid af met regionale investeringen in stations en knooppunten, zodat koppelkansen met decentrale overheden worden benut?
122. Kunt u de verdeling van de uitgaven van 185,2 miljoen euro voor woningbouw op korte termijn (14.03.04) uitsplitsen per regio en project?
123. Klopt het dat de vloot, althans een aanzienlijk deel daarvan, binnen afzienbare tijd zal moeten worden vervangen? Zo ja, wanneer en waar kan dit worden teruggevonden in de begroting?
124. Welke besparingen zijn mogelijk op ERTMS, als we het programma rationaliseren?
125. Welke onderdelen van ERTMS zijn volgens de huidige planning nog niet contractueel vastgelegd, en welke ruimte biedt dat om de kosten te beperken?
126. Waar zien we het verwachte tekort van 1.150 miljoen tot 1.300 miljoen euro voor Zuidasdok terug in de projectoverzichttabel?
127. Wat is er bekend over hoe het verwachte tekort van 1.150 miljoen tot 1.300 miljoen euro voor Zuidasdok gedekt gaat worden?
128. Wanneer is de deadline voor de seriële ombouw ten behoeve van het ERTMS-programma?
129. Is de 6,245 miljoen euro aan CEF-subsidie die wordt misgelopen niet te redden door het te besteden aan andere werkzaamheden gerelateerd aan het ERTMS-programma?
130. In hoeverre is het aannemelijk dat de doorgeschoven, niet gerealiseerde tolontvangsten van 49,7 miljoen euro in 2025 nu in 2026 wel ontvangen gaan worden?
131. Waarom worden de foutief veronderstelde tolontvangsten van de ViA15 pas in de Voorjaarsnota gecorrigeerd als de fout nu al bekend is?