De continuïteit van de jeugdbescherming in Brabant
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D46264, datum: 2026-09-25, bijgewerkt: 2026-10-16 17:36, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kv-tk-2026Z20025).
Krijg melding als deze vragen beantwoord worden:
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: N. Moinat, Tweede Kamerlid (Groep Markuszower)
Onderdeel van zaak 2026Z20025:
- Gericht aan: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2026-2027 | Vragen gesteld door de leden der Kamer |
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over de continuïteit van de jeugdbescherming in Brabant (ingezonden 25 september 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Kinderbescherming in Brabant onder hoogspanning door ruzie over geld: onzeker hoe het na de jaarwisseling verder moet»?1
Vraag 2
Klopt het dat de onderhandelingen tussen de vijf Brabantse jeugdhulpregio’s en Jeugdbescherming Brabant, de William Schrikker Stichting en het Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering over de contractering vanaf 1 januari 2027 zijn vastgelopen?
Vraag 3
Sinds wanneer bent u op de hoogte van deze situatie en wanneer is uw ministerie hierover voor het eerst geïnformeerd?
Vraag 4
Hoeveel kinderen in Brabant ontvangen momenteel jeugdbescherming via deze gecertificeerde instellingen en voor hoeveel van deze kinderen loopt de hulp na 1 januari 2027 door?
Vraag 5
Kunt u garanderen dat geen enkel kind vanaf 1 januari 2027 zonder noodzakelijke jeugdbescherming of begeleiding komt te zitten als gevolg van het vastlopen van deze onderhandelingen? Zo ja, hoe garandeert u dit concreet?
Vraag 6
Welke risico’s voor de beschikbaarheid en continuïteit van de jeugdbescherming zijn inmiddels bij de Nederlandse Zorgautoriteit gemeld? Hoe beoordeelt de NZa deze risico’s en welke acties zijn naar aanleiding daarvan ondernomen?
Vraag 7
Waarop zijn de onderhandelingen financieel vastgelopen en hoe groot is het verschil tussen het aanbod van de gemeenten en het bedrag dat volgens de gecertificeerde instellingen noodzakelijk is om hun werkzaamheden verantwoord te kunnen uitvoeren?
Vraag 8
Acht u de door de gemeenten aangeboden tarieven toereikend om kwalitatief goede en veilige jeugdbescherming te kunnen blijven leveren? Zo ja, waarop baseert u dit?
Vraag 9
Hoe verklaart u dat, ondanks eerdere maatregelen om de financiële positie en tarieven van gecertificeerde instellingen te verbeteren, opnieuw een situatie ontstaat waarin de continuïteit van de jeugdbescherming voor kwetsbare kinderen onder druk staat?
Vraag 10
Heeft u inmiddels gesproken met de betrokken Brabantse jeugdhulpregio’s en de drie gecertificeerde instellingen om tot een oplossing te komen? Zo ja, wat is daarvan de uitkomst? Zo nee, waarom niet?
Vraag 11
Welk concreet noodscenario ligt klaar indien partijen niet tijdig tot overeenstemming komen, en welke maatregelen bent u vanuit uw verantwoordelijkheid voor het jeugdstelsel bereid te nemen om te voorkomen dat kinderen vanaf 1 januari 2027 zonder noodzakelijke jeugdbescherming komen te zitten?
Vraag 12
Kunt u deze vragen, gezien de mogelijke gevolgen voor kwetsbare kinderen en de naderende jaarwisseling, met spoed beantwoorden?
Eindhovens Dagblad, 24 september 2026, «Kinderbescherming in Brabant onder hoogspanning door ruzie over geld: onzeker hoe het na de jaarwisseling verder moet»↩︎