[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Startschot van de Nationale Investeringsinstelling

Brief regering

Nummer: 2026D46337, datum: 2026-09-25, bijgewerkt: 2026-09-25 15:11, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z20072:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Economische groei heeft grote welvaart opgeleverd voor Nederland. Deze economische groei staat echter onder druk. Vergrijzing, een krappe arbeidsmarkt, geopolitieke spanningen en onvoldoende productiviteitsgroei zetten ons verdienvermogen op scherp. Ook de rapporten van Draghi, Letta en Wennink zijn helder: Nederland en Europa moeten economisch sterker en concurrerender worden. Als we niets doen, blijven we structureel achter ten opzichte van de Verenigde Staten en China. Voor dit kabinet is dat geen abstracte constatering, maar een opdracht: om onze welvaart te borgen moeten we werken aan een sneller groeiende, weerbaardere economie met een hogere arbeidsproductiviteit.

Dit vraagt om gerichte investeringen die groei aanjagen en privaat kapitaal mobiliseren. Innovatie is daarbij de motor. Die motor draait op onze bedrijven die samen met onderwijs- en onderzoeksinstellingen zorgen voor groei en innovatie. Grote technologische multinationals, maar ook nieuwe scale-ups zijn de groeimotoren van Nederland. Zoals toegelicht in de Kamerbrief van de Taskforce Toekomstige Welvaart en Verdienvermogen van 15 september 20261 heeft Nederland meer van deze kampioenen nodig. Bij veel jonge en innovatieve bedrijven lukt het echter niet op te schalen. Als deze opschaling wel plaatsvindt, dan gebeurt dit te vaak buiten Nederland. Dit is onder andere omdat in andere landen, voornamelijk de Verenigde Staten, de financiering wel beschikbaar is. Om de mogelijkheden voor het verkrijgen van financiering voor veelbelovende innovatieve bedrijven en projecten te verbeteren richt het kabinet de Nationale Investeringsinstelling (NII) op: deze instelling verstrekt financiering, opereert additioneel aan de markt en fungeert als Nederlandse partner van de Europese Investeringsbank (EIB), andere nationale investeringsinstellingen in Europa, en Europese en internationale instellingen.

Het succes van de NII valt of staat met een goede samenwerking met de private sector: de instelling is er juist op gericht om financiering van private partijen zoals venture capital, banken, pensioenfondsen, verzekeraars en andere investeerders te mobiliseren en aan te vullen, niet om ze te vervangen. Nauwe samenwerking met de markt is dan ook geen bijzaak, maar de kern van hoe de NII werkt. De private sector ziet de toegevoegde waarde van een NII. De private sector bevestigt deze steun voor de NII door de ondertekening van een intentieverklaring.

Deze brief markeert het startschot van de NII. In deze brief informeren wij uw Kamer over de besluiten die de afgelopen tijd zijn genomen om deze instelling vorm te geven:

  1. Doel

  2. Samenwerking private sector

  3. Instrumenten van de NII

  4. Financiering en vermogensstructuur

  5. Governance en toezicht

  6. Aan de slag

1. Doel

De NII heeft als doel om de Nederlandse kapitaalmarkt te versterken en om ons verdienvermogen op de lange termijn te stimuleren. Het aanbod van durfkapitaal in de vroege fase wordt in Nederland, mede dankzij het publieke instrumentarium, in belangrijke mate ondersteund. Het durfkapitaal voor latere fases (> circa 50 miljoen euro) is echter beperkt aanwezig in het huidige financieringslandschap (zie ook de Kamerbrief over de durfkapitaalmarkt2). Hierdoor stokt de doorgroei van start- en scale-ups in Nederland. De NII wordt onder andere opgericht om dit gat te dichten. De instelling is daarbij additioneel aan de markt en mobiliseert privaat kapitaal.

Daarnaast bundelt de NII een deel van het bestaande instrumentarium, waaronder Invest-NL, Invest International en in de toekomst een aantal financieringsregelingen. Zo ontstaat één nationale partner voor het Nederlandse bedrijfsleven en een volwaardige partner voor de EIB. De instelling financiert innovatieve, technologische bedrijven en projecten met groeipotentie, zoals “First of a Kind” productiefaciliteiten, en verbetert de toegang tot ondernemersfinanciering, ook internationaal. De NII treedt nadrukkelijk op daar waar private financiers terughoudend zijn, bijvoorbeeld vanwege een te hoog risicoprofiel, lange terugverdientijden of internationale onzekerheden. De NII is daarmee een katalysator, die het voor private partijen mogelijk maakt om tegen marktconforme voorwaarden in te stappen in projecten. Door in te stappen mobiliseert de NII privaat kapitaal en worden meer financieringsoplossingen geboden voor bedrijven en projecten. Hiermee wordt de investeringsfunnel voor het Nederlandse bedrijfsleven versterkt. De NII draagt bij aan de aanbevelingen van het IMF3, waarin wordt gesteld dat er actie nodig is om een “crowd-in” van private investeringen plaats te laten vinden in innovatieve sectoren die zorgen voor verdere productiviteitsgroei.

Bij oprichting richt de NII zich op de vier domeinen die, in lijn met het coalitieakkoord en de bestaande inzet op het industriebeleid, essentieel zijn voor ons toekomstig verdienvermogen: digitalisering & AI, veiligheid & weerbaarheid, energie- & klimaattechnologie en life sciences & biotechnologie. Deze focus is geen keurslijf: de NII blijft flexibel om in te spelen op andere sectoren die voor Nederland van belang zijn. De NII kan investeren in alle vier de landen van het Koninkrijk, waarbij overal dezelfde voorwaarden gelden.

De NII heeft ook nadrukkelijk een internationale focus waarbij nationale economische en ontwikkelingsbelangen hand in hand gaan. De NII investeert daarom in bedrijven en projecten die in het buitenland opereren en bijdragen aan de Nederlandse economie, strategische partnerschappen en/of economisch-strategische belangen zoals weerbaarheid en autonomie.

Dit kabinet maakt bewust scherpe keuzes in de focus van de NII: een instelling die alle problemen van Nederland moet oplossen, lost uiteindelijk geen enkel probleem goed op. Nationale publieke taken blijven een verantwoordelijkheid van de overheid. De aanpak van dergelijke investeringen verloopt primair via de Rijksbegroting. Hiervoor worden via verschillende fondsen al middelen ingezet. De NII gaat deze financiering niet overnemen. Belangrijke (begrotings)fondsen zijn onder meer het Klimaatfonds, het Stikstof-/Transitiefonds, het Mobiliteitsfonds, het Deltafonds, de SDE++, het Nationaal Groeifonds en het Defensiematerieelbegrotingsfonds. Alleen al vanuit deze fondsen investeert het Rijk de komende tien jaar naar verwachting circa € 360 miljard in Nederland. Daarnaast pakken andere staatsdeelnemingen grote opgaven op, bijvoorbeeld op het gebied van energie en infrastructuur. Ook medeoverheden vervullen een substantiële rol bij de financiering van maatschappelijke investeringen. Dit sluit ook aan bij het recent gepubliceerde rapport van het CPB,4 waarin wordt gesteld dat een NII toegevoegde waarde heeft bij het wegnemen van knelpunten op de financieringsmarkt veroorzaakt door financieringsfricties en de toevoegde waarde van de NII beperkter is bij het realiseren van bredere maatschappelijke doelstellingen.

Een voorbeeld van een publieke taak is de aanleg van energie-infrastructuur, gefinancierd vanuit publieke middelen en onderdeel van het bredere overheidsbeleid. Investeringen in de gereguleerde basisinfrastructuur van het elektriciteits- en gasnet behoren bijvoorbeeld primair tot de verantwoordelijkheid van staatsdeelnemingen en netbeheerders zoals TenneT en Gasunie. Investeringen in innovatieve en technologische bedrijven gerelateerd aan energie-infra, bijvoorbeeld smart grids, zijn echter niet uitgesloten. Daar is de invalshoek namelijk anders; dit zijn marktconforme investeringen in innovatieve bedrijven.

2. Samenwerking private sector

Intentieverklaring

Voor het slagen van de NII is het een randvoorwaarde dat de sector zelf ook mee investeert. Er is door private partijen daarom een intentieverklaring ondertekend waarin wordt aangegeven dat zij de NII ondersteunen. Zij zullen zich maximaal inzetten om privaat kapitaal te mobiliseren voor een hefboom op de inspanningen van de NII, via cofinanciering, fondsinvesteringen en mogelijke financiering van de NII via vreemd vermogen. Het kabinet is de financiële sector zeer erkentelijk voor de bereidheid die zij toont om samen met de overheid de NII tot een succes te maken. Het kabinet maakt ook graag gebruik van het aanbod om de ervaring en expertise van de financiële sector te benutten bij de oprichting van de NII.

Met de oprichting van de NII wordt de publieke en private investeringskracht dus sterk met elkaar verbonden. Met de extra kapitaalstorting van circa € 3,3 miljard heeft de NII een kernkapitaal van circa € 6,6 miljard om de komende jaren een veelvoud van privaat vermogen te mobiliseren. Dit geeft de NII de komende jaren de vereiste slagkracht. Door dit kapitaal te combineren met aanvullende private en institutionele co-investeringen en financiering geven de partijen in de intentieverklaring aan dat een totale investeringsomvang van circa €30 miljard in beeld komt. De ambities van dit kabinet zijn nog groter, in lijn met de doelen van het rapport Wennink. Als de hoeveelheid kansrijke investeringsproposities vanuit de markt de huidige slagkracht van de NII overstijgt, is de gezamenlijke ambitie om dit succes verder uit te bouwen. Dat betekent dat er dan aanvullend kernkapitaal nodig is voor de NII. Dit kernkapitaal kan in twee vormen worden verkregen: via additionele kapitaalstortingen door de staat of via het aantrekken van passende vormen van vreemd vermogen (mogelijk met een staatsgarantie). Het kabinet zal, wanneer extra kapitaal nodig is, op dat moment deze afweging maken.

Hierbij wordt onder andere meegewogen hoe de NII bij oprichting wordt geclassificeerd door CBS met eindoordeel aan Eurostat. Als de NII “binnen de sector overheid” is, dan is een directe kapitaalstorting voor de hand liggend, omdat de schuld van de NII dan zou worden opgeteld bij de staatsschuld. Mocht de NII “buiten de overheid” worden geclassificeerd, dan moeten de voordelen van vreemd vermogen (o.a. de mobilisatie van privaat kapitaal en geen verhoging van de EMU-schuld), worden afgewogen tegen de nadelen (o.a. extra kosten voor uitgave van leningen).

Gesprekken private sector

Het kabinet is de afgelopen periode met meerdere private partijen in gesprek over de NII. De belangrijkste inzichten uit de tot nu toe georganiseerde dialoogsessies zijn:

  • Nederland is een academische power house waar ideeën genoeg zijn. Bij de opschaling van een idee wordt het echter steeds lastiger om voldoende financiering te krijgen. Als de financiering al wordt gerealiseerd, komt deze primair uit de Verenigde Staten. De NII moet voor nationale financiering zorgen, zodat Nederlandse topideeën ook uitgroeien tot Nederlandse groeimotoren. De NII doet dat niet alleen. De NII dient ecosystemen te bouwen op basis waarvan nationale, Europese en internationale co-investeerders mee investeren, zodat onder andere de grote investeringsrondes in Nederland plaatsvinden.5

  • Nederland heeft een beperkte binnenlandse afzetmarkt. Voor veel bedrijven is het moeilijk of onmogelijk om hier voldoende omzet te genereren om verder te groeien en ontwikkelen. Zij kijken daarom direct over de grenzen en denken op Europees en internationaal niveau. Dit maakt dat de NII ook kennis en vaardigheden moet hebben voor internationale financiering.

  • Voor het mkb en grote gevestigde bedrijven liggen de knelpunten in Nederland vooral bij het ontbreken van de juiste randvoorwaarden zoals vergunningverlening en stikstofproblematiek.

  • Het Nederlandse publieke financieringslandschap is op plekken versnipperd, complex en onvoldoende geïntegreerd. Meer samenhang en een betere combinatie van instrumenten is nodig.

  • Het is belangrijk dat er één duidelijke en aaneengesloten financieringslijn (‘funnel’) voor bedrijven is. Zonder aanwas van nieuwe innovatieve startups, zijn er namelijk geen scale-ups. Om deze aanwas te realiseren is een breed instrumentarium en ruim mandaat voor de NII nodig, zodat in verschillende fasen en op uiteenlopende manieren partijen kunnen worden verbonden. Het is belangrijk dat bestaande instrumenten worden geïntegreerd in de NII.

Deze inzichten nemen wij zoveel mogelijk mee in de uitwerking van de NII.

3. Instrumenten van de NII

Voor de NII voorziet het kabinet een instrumentarium aan de hand van drie hoofdpijlers:

  1. Financieringstaak

  2. Regelingentaak

  3. Ontwikkeltaak

De NII fungeert als centraal aanspreekpunt namens het Nederlandse financieringslandschap en partner voor Europese en Internationale Financiële Instellingen (IFI’s), zoals de EIB en het Europees Investeringsfonds (EIF), en voor Europese financieringsprogramma's, zoals InvestEU. De NII zet dergelijke samenwerkingen in om Europese en internationale middelen te mobiliseren en daarmee additionele slagkracht voor Nederlandse bedrijven en projecten te realiseren. Als volwaardig aanspreekpunt kan de NII zorgen dat internationale en Europese financiering via onder andere de EIB effectiever bijdraagt aan het oplossen van financieringsknelpunten van Nederlandse bedrijven. Er kan op verschillende manieren met de EIB worden samengewerkt. Eerder heeft de President van de EIB in de Nederlandse media6 aangegeven dat de NII kan toetreden tot het zogenoemde “5+1”-overleg, een regelmatig terugkerend informeel strategisch overleg van de vijf grootste nationale investeringsinstellingen (van Duitsland, Frankrijk, Italië, Spanje en Polen) met de EIB. Na het toetreden van de NII zou dit dus het “6+1”-overleg worden.

Financieringstaak

De NII investeert op verschillende manieren in bedrijven en projecten, via eigen vermogen (equity), leningen, garanties en fondsinvesteringen. De NII ontstaat onder meer door de integratie van Invest-NL en Invest International. Het kernkapitaal, de bestaande financieringsinstrumenten en fondsen van beide organisaties worden daarbij ondergebracht in de NII.7

Voor elke investering vanuit het kernkapitaal hanteert de NII een scherp afwegingskader en investeringsbeleid8. Hiermee ontstaat duidelijkheid voor de markt ten aanzien van wanneer de NII al dan niet instapt.

  • De investering is in lijn met de doelstelling van de NII.

  • De investering is additioneel aan de markt: Concrete afwijzingen of terughoudendheid van private partijen als gevolg van marktfalen zijn noodzakelijk voor de NII om in te stappen.

  • De investering mobiliseert privaat kapitaal: De NII gaat niet investeren wanneer er geen geloofwaardige business case is, maar wel wanneer er te weinig kapitaal beschikbaar is op het moment van investeren. Dit kan bijvoorbeeld komen door een te hoog risicoprofiel of lange terugverdientijden. Binnen het internationale domein kan dit onder meer komen door hoge landenrisico’s en transactie- en financieringskosten. Daarbij mobiliseert de NII ook zoveel als mogelijk internationale en Europese middelen via onder andere de EIB.

  • De investering streeft naar een positief financieel rendement: De investeringen en financieringen worden onderworpen aan een markttoets. Het rendement op de investering staat daarmee in verhouding tot het risico. Op deze manier kan de NII het kapitaal blijven herinvesteren en gaat er geen maatschappelijk kapitaal verloren.

Regelingentaak

De NII krijgt daarnaast de mogelijkheid nationale en internationale ministeriële regelingen namens de staat uit te voeren die tot doel hebben om bedrijven en projecten te ondersteunen, of een bijdrage leveren aan het oplossen van internationale vraagstukken door onder andere ecosystemen in partnerlanden te versterken. Deze regelingen zijn niet allemaal marktconform. Het betreft dan een vorm van ‘zachtere financiering’: deze financiering kent een subsidiecomponent en heeft vooral tot doel marktfalen aan te pakken en daardoor meer privaat kapitaal te mobiliseren voor bepaalde doelgroepen of sectoren. De staat neemt hierbij in feite een gedeelte van het financieringsgat voor eigen rekening. Waar mogelijk wordt gezocht naar aansluiting met transacties uit het kernkapitaal. De kosten voor en beleidsmatige aansturing van deze regelingen worden belegd bij de verantwoordelijke beleidsministeries.

Voor het nationale domein wordt op een later moment besloten of uitvoering door de NII van toegevoegde waarde is voor de ministeriële financieringsregelingen die bij RVO zijn belegd. In de bijlage is een uitgebreidere appreciatie opgenomen.

Voor het internationale domein zullen de regelingen die momenteel worden uitgevoerd door Invest International worden overgenomen. Hiermee is de NII de partner voor Nederlandse en internationale ondernemers en projecten.

Eventuele toekomstige regelingen kunnen bij de NII worden ondergebracht wanneer deze in lijn zijn met de doelstellingen van de NII.

Ontwikkeltaak

De ontwikkeltaak is gericht op: (1) het verrichten van marktonderzoek en analyses om financieringsknelpunten en marktkansen te identificeren, (2) het ontwikkelen van nieuwe financiële producten, (3) het opbouwen en onderhouden van strategische relaties met publieke en private financiers, en (4) het bijdragen aan de ontwikkeling en financierbaar maken van ontwikkelingsrelevante infrastructuur en andere ontwikkelingsprojecten. Daarbij werkt de NII nauw samen met onder meer Europese financieringsinstellingen en andere nationale én internationale (private) partners, met als doel aanvullende financiering te mobiliseren, expertise te bundelen en de toegang tot financiering te verbeteren. De ontwikkeltaak draagt daarmee bij aan de verdere ontwikkeling en versterking van het (internationale) financieringsecosysteem.

Anders dan de financieringstaak, wordt de ontwikkeltaak primair mogelijk gemaakt doordat de NII hiervoor een exploitatiebijdrage kan ontvangen van de overheid. Deze exploitatiebijdrage is bedoeld voor het (laten) uitvoeren van projecten die bijdragen aan het versterken van financieringsproposities, dienstverlening, creëren van partnerschappen en projecten. De Ministers van Economische Zaken en Klimaat en Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking treden hierbij op als coördinerend opdrachtgever en financier en stellen de inhoudelijke kaders vast.

4. Financiering en vermogensstructuur

Inbreng staat

Het kabinet stort circa € 3,3 miljard als startkapitaal, uit de opbrengsten van de verkoop van TenneT Duitsland. Gecombineerd met het bestaande kapitaal van Invest-NL en Invest International dat eerder door de staat is ingebracht bedraagt het totale initiële kernkapitaal circa € 6,6 miljard.

De NII borgt dat het kernkapitaal optimaal wordt ingezet ten behoeve van zowel het nationale als het internationale domein. Binnen de kaders van adequate zelfsturing van de investeringsinstelling zal worden gestreefd naar een gebalanceerde en toekomstbestendige verdeling in inzet tussen deze domeinen. Beide domeinen kunnen rekenen op de benodigde slagkracht.

Mobiliseren privaat kapitaal

Het kernkapitaal dient als katalysator waarmee aanzienlijk meer (privaat) kapitaal gemobiliseerd wordt voor investeringen. Ten eerste geldt voor elke investering het uitgangspunt van co-financiering, de NII zal met private partijen mee-investeren of bij investeringen ervoor zorgen dat private partijen mee-investeren. Ten tweede gaat de NII fondsen opzetten van waaruit investeringen worden gedaan. Het doel van deze fondsen is om andere partijen te laten participeren zodat er meer kapitaal beschikbaar komt. Ten derde wordt bij inrichting van de instelling de mogelijkheid opengehouden om vreemd vermogen aan te trekken. Als de marktvraag groter blijkt dan het beschikbare kernkapitaal, zal de staat bepalen of toekomstige financiering via een kapitaalstorting danwel via vreemd vermogen zal worden verstrekt. Ten vierde moet de NII internationale en Europese middelen aantrekken om additionele investeringskracht te creëren. Via deze extra mobilisatie kan het initiële kernkapitaal van € 6,6 miljard leiden tot een veelvoud aan extra investeringen in de Nederlandse en bredere Europese economie.

Marktconformiteit en rendement

De investeringen van het kernkapitaal van de NII worden gedaan onder voorwaarden die economisch rationeel zijn voor een private investeerder/financier. Dat betekent echter niét dat deze investering in de markt altijd tot stand komt, bijvoorbeeld door onzekerheid, lange looptijden, beperkte risicobereidheid, financieringscapaciteit of andere vormen van marktfalen. Een investering van de NII kan onder marktconforme voorwaarden plaatsvinden en additioneel aan de markt zijn. Wanneer investeringen tegen dezelfde voorwaarden (pari passu) geschieden als private investeerders, verdringen ze deze andere financiers niet en zijn daarmee niet-marktverstorend.9 Als de NII een risicovollere of langer lopende investering doet (dus niet pari passu), moet de rendementseis het marktprijsmechanisme voor dat extra risico reflecteren. De NII richt zich op investeringen die niet zelfstandig op de private markt tot stand komen, daarmee zal de NII additioneel aan de markt zijn. Dit is fundamenteel onderdeel van de instelling: no risk, no (societal) return.

Doel van de NII is investeren in het toekomstig verdienvermogen van Nederland en hierbij privaat kapitaal mobiliseren. Binnen dit doel moet de NII op instellingsniveau een voldoende positief rendement behalen, zonder dat het de risicobereidheid van de instelling in de weg zit. Daarmee verschilt de rendementsdoelstelling die de instelling als geheel moet halen van de rendementsdoelstelling die een private instelling zou moeten behalen. Op de lange termijn is positief rendement nodig zodat de instelling het gestorte kapitaal blijvend kan inzetten voor Nederland (evergreen funding). De exacte rendementsdoelstelling voor de instelling wordt later bepaald. Hierbij dient er rekening te worden gehouden met het type financiering, de risico's, en de resultaten van vergelijkbare investeringsinstellingen in het binnen- en buitenland.

5. Governance en toezicht

Governance

De NII wordt ingericht als een staatsdeelneming en neemt onafhankelijk en zelfstandig investeringsbeslissingen. Deze afstand is essentieel voor zakelijke, niet-politieke besluitvorming; alleen zo krijgt de NII de geloofwaardigheid en daadkracht die de markt van een serieuze investeringspartner verwacht. Dit draagt bij aan de ondernemingsvrijheid, continuïteit en voorspelbaarheid rond het investeringsbeleid en versterkt daarmee het vertrouwen van en de aantrekkelijkheid voor (co-)investeerders en andere (samenwerkings)partijen.

Het aandeelhouderschap wordt conform de Nota Deelnemingenbeleid Rijksoverheid 2022 belegd bij de Minister van Financiën. De beleidsverantwoordelijkheid voor de NII wordt belegd bij de Minister van Economische Zaken en Klimaat, met de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking als primair verantwoordelijke voor het internationale domein. De beleidsministeries zijn verantwoordelijk voor de definitie van het publiek belang en (primair) voor het inhoudelijk borgen daarvan.

De NII kent, zoals gebruikelijk bij staatsdeelnemingen van deze omvang, een two-tier bestuursstructuur: de Raad van Bestuur is verantwoordelijk voor de strategie en dagelijkse leiding, de Raad van Commissarissen houdt toezicht op het bestuur. De Algemene Vergadering van Aandeelhouders heeft de kernbevoegdheden van de aandeelhouder, zoals de vaststelling van het beloningspakket en goedkeuring van de jaarrekening. Deze scheiding tussen besturen, toezichthouden en aandeelhouderschap is een kernprincipe van goede governance. De gehele instelling wordt zakelijk en commercieel ingericht, passend bij een instelling die transacties aangaat met marktpartijen.

Beloningsbeleid

Het beloningsbeleid voor de Raad van Bestuur volgt de methodiek uit de Nota Deelnemingenbeleid 2022: een gematigd beloningenpakket waarbij de WNT als publiek referentiepunt dient en een private benchmark met vergelijkbare bedrijven in de sector het marktconforme referentiepunt vormt. Dit stelt de NII in staat bestuurders van het gewenste kaliber aan te trekken, met behoud van de vereiste terughoudendheid die past bij een publieke instelling.

Wettelijke verankering

De taken van de NII worden via een wettelijk kader geregeld. Dit kader borgt het mandaat van de instelling waaronder taken uitgevoerd worden, en zal er nadrukkelijk op ingericht zijn dat de instelling flexibel kan inspelen op de uitdagingen van de toekomst. De rol- en verantwoordelijkheidsverdeling van de betrokken ministers, inclusief hun formele bevoegdheden, worden eveneens verankerd in wetgeving voor de NII.

Toezicht

Gezien de omvang van de NII en de bijbehorende risico’s voor de staat als aandeelhouder is een vorm van financieel toezicht gewenst. Financieel toezicht draagt bij aan de professionaliteit van de organisatie, goed risicomanagement, en wekt vertrouwen richting verstrekkers van vreemd vermogen. Financieel toezicht is gebruikelijk voor staatsdeelnemingen die vreemd vermogen aantrekken en zelf financiering verstrekken.

Welk toezichtregime op de NII van toepassing zal zijn, hangt af van de uiteindelijke vormgeving van de NII en de aard van haar activiteiten. Afhankelijk daarvan kan een regime passend zijn dat aansluit bij investeringsfondsen, of een regime met kenmerken van het bancaire toezichtmodel. De NII is naar verwachting voor een belangrijk deel actief in risicovollere segmenten waarin investeringsfondsen een belangrijke rol spelen.

Staatssteun

Vanwege de staatssteunregels wordt de financiële bijdrage van de Staat aan de NII ter goedkeuring aan de Europese Commissie voorgelegd. Daarbij beoordeelt de Europese Commissie de bijdrage van de Staat en de instrumenten van de NII (waaronder de al bestaande fondsen en instrumenten) integraal.


6. Aan de slag

De NII wordt formeel opgericht met een wet, hiervoor wordt een wetgevingstraject doorlopen. Het kabinet kiest ervoor om nu al aan de slag te gaan waar dit kan, onder andere door gebruik te maken van de wettelijke mandaten van de bestaande instellingen, Invest-NL en Invest International.

Het streven is om in 2027 een beoogde NII CEO aan te trekken. Dit proces volgt het reguliere staatsdeelnemingenbeleid en de reguliere betrokkenheid van de verantwoordelijke beleidsdepartementen EZK en BHOS. Deze CEO gaat in de transitiefase de nieuwe organisatie vormgeven en de integratie van de instellingen in gang zetten in lijn met de uitgangspunten en de visie voor de NII.

Hoogachtend,

de minister van Financiën,






E. Heinen

De minister van Economische Zaken en Klimaat

H.G. Herbert

De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

S.W. Sjoerdsma
Bijlage - moties en toezeggingen

  1. Motie Van der Lee en Dassen (Kamerstuk 36 800-XIII-27)

Motie: bij de oprichting van een nationale investeringsbank het verminderen van fragmentatie in het investeringslandschap en het tegengaan van coördinatiefalen als aandachtspunten mee te nemen.

In reactie op de motie Van der Lee en Dassen:

Een nationale investeringsinstelling die additioneel investeert en private investeringen mobiliseert, adresseert per definitie een vorm van coördinatiefalen en mitigeert fragmentatie in het investeringslandschap. Indien private partijen zelfstandig tot financiering zouden komen, ontbreekt immers de additionaliteit. Dat private investeringen plaatsvinden ná publieke deelname wijst erop dat de belemmering niet primair ligt in het ontbreken van economisch potentieel, maar in het uitblijven van gecoördineerde marktactie. De NII vervult dus de rol van katalysator die collectieve investeringen mogelijk maakt, binnen de kaders van haar wettelijk mandaat en focus vanuit haar strategie en investeringsbeleid, bijvoorbeeld de eerdergenoemde Wennink-domeinen.

Coördinatiefalen kan ook ontstaan wanneer de netwerken ontbreken om partijen in een sector of waardeketen bij elkaar te brengen, bijvoorbeeld doordat er geen platform of infrastructuur voor is. Vraag en aanbod vinden elkaar niet afdoende, waardoor samenwerkingen uitblijven. Projecten die hierop toezien betreffen vooral publieke taken, zoals infrastructuur. Dergelijke investeringen worden doorgaans via de reguliere begroting of specifieke staatsdeelnemingen en begrotingsfondsen geadresseerd. Het ligt niet voor de hand dat de NII deze projecten via haar investeringstaak adresseert, maar waar mogelijk kan zij hier een coördinerende functie in vervullen.

2. Toezegging: kapitaalschuif Invest-NL naar Invest International

In miljoenennota 2025 is voor Invest-NL voor haar financieringsbehoefte aanvullend kernkapitaal beschikbaar gemaakt van € 900 miljoen. In lijn met Kamerbrief 4 juli 2025 (Kamerstukken II 2024/25, 35123 nr. 44) en de miljoenennota 2026 zal, gegeven de integratie, de allocatie van €250 miljoen (in 2026 € 150 miljoen en in 2027 € 100 miljoen) van de middelen van Invest-NL naar Invest International plaats vinden.

3. Appreciatie KPMG rapport (Kamerstuk 2026D, nr. 13616)

Voor het nationale domein is een aantal ministeriële financieringsregelingen van het ministerie van Economische Zaken momenteel belegd bij RVO. KPMG heeft verkend of het wenselijk is om van deze regelingen, de Thematische Technology Transfer, de Seed Capital, de Vroegefasefinanciering en het Innovatiekrediet, te integreren bij de NII (Kamerstuk 2026D, nr. 13616). Dit zijn ministeriële subsidieregelingen die een revolverend karakter kennen, maar niet marktconform zijn.

Het KPMG onderzoek schetst verschillende voor- en nadelen van integratie en een drietal opties die zijn afgezet tegen het mogelijke kerndoel van de NII: (1) onveranderde uitvoer bij RVO, (2) overheveling van de regelingen in de huidige vorm, (3) overheveling van de regelingen met aanpassing van het doel van de regelingen. RVO voert daarnaast twee garantieregelingen uit die wel marktconform zijn, de Borgstelling MKB-kredieten (BMKB) en de Garantie Ondernemingsfinanciering (GO); deze zijn niet opgenomen in het KPMG onderzoek.

Het kabinet voorziet nu eerst om de NII wettelijk in staat te stellen om in de toekomst onder mandaat niet-marktconforme regelingen uit te voeren. Dit is relevant, omdat in de machtigingswet van Invest-NL is opgenomen, voortkomend uit een parlementair amendement (Kamerstuk 35 123, nr. 19), dat het haar niet is toegestaan om niet-marktconforme regelingen uit te voeren.

Daarnaast is het belangrijkste dat een mogelijke integratie van regelingen een positief effect heeft op de begunstigden, de ondernemers en financiers. De regelingen zijn in de huidige opzet positief beoordeeld, maar er ligt ook mogelijke meerwaarde van integratie bij de NII. In hoeverre meerwaarde wel of niet aan de orde is, vereist een nadere beoordeling. Om dit verder te duiden is het van belang om samen met de betrokken partijen en uitvoerders, met name RVO en de toekomstige NII, te kijken naar een mogelijk integratieplan per regeling als daarvoor meerwaarde aanwezig is. Dit geeft een beter beeld van de juridische, governance en operationele randvoorwaarden en draagt bij aan een betere besluitvorming. Hierbij is het uitgangspunt dat de continuïteit van de regelingen wordt geborgd.


  1. Kamerstuk 2026 D43459↩︎

  2. Kamerstukken II 2025/26 32637 nr. 763↩︎

  3. Zie ook: IMF country report No. 26/197.↩︎

  4. CPB publicatie ‘De Nationale Investeringsinstelling: doelen en keuzes’, gepubliceerd op 18 september 2026.↩︎

  5. Zie ook: IMF country report No. 26/197.↩︎

  6. Zie: “De EU is de kraamkamer van de wereld: als bedrijven groeien, gaan ze weg’, zegt EIB-baas Nadia Calviño” in NRC (22 maart 2026).↩︎

  7. Voor enkele specifieke fondsen onder de NII (o.a. fondsen die nu onder Invest-NL en Invest International in uitvoering zijn) geldt dat een eigenstandig kader van kracht is dat toeziet op de specifieke doelstellingen, doelgroep en voorwaarden. Dit wordt in afstemming tussen de NII en de desbetreffende ministeries vastgesteld.↩︎

  8. Hierbij wordt het 'do no significant harm’- principe gehanteerd.↩︎

  9. Pari passu betekent echter niet automatisch dat de investering additioneel is of dat geen crowding-out optreedt. Daarvoor moet afzonderlijk aannemelijk zijn dat de benodigde financiering zonder de NII niet, niet volledig, niet tijdig of niet onder een voor de businesscase passende financieringsstructuur tot stand zou zijn gekomen.↩︎