Landelijk onderzoek donorconceptie
Evaluatie Embryowet
Brief regering
Nummer: 2026D46353, datum: 2026-09-25, bijgewerkt: 2026-10-15 15:05, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van kamerstukdossier 30486 -49 Evaluatie Embryowet.
Onderdeel van zaak 2026Z20078:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-15 14:33 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-10-07 10:15 ⇒ Agenderen voor het commissiedebat Medische ethiek/orgaandonatie op 18 november 2026. (Besluit)
- 2026-10-07 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- 2026-10-15 14:33: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-11-18 13:30: Medische ethiek/orgaandonatie (Commissiedebat), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
30486 Evaluatie Embryowet
Nr. 49 Brief van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 september 2026
Op 2 juni 2026 heeft de Tweede Kamer de motie van het lid Vliegenthart (PRO) aangenomen, waarmee de regering wordt verzocht ‘een onafhankelijk onderzoek uit te voeren naar misstanden bij donorconceptie, waarbij historische, juridische, bestuurlijke, medische en ervaringsdeskundige kennis wordt samengebracht en waarbij in ieder geval inzichtelijk wordt gemaakt wat in het verleden is misgegaan, hoe dat heeft kunnen gebeuren en welke belangen en prikkels daarin een rol speelden’.1 In de appreciatie op de motie gaf het kabinet aan dat het positief staat tegenover zo’n onderzoek, mits financiële dekking kan worden gevonden. Gelukkig kan het kabinet daar goed nieuws over brengen: de benodigde middelen zijn gevonden binnen de begroting van het ministerie van VWS. Conform de eerdere toezegging schetst het kabinet in deze brief een plan van aanpak voor het onderzoek.
Aanleiding en afbakening van het onderzoek
Dankzij donorconceptie hebben veel wensouders hun kinderwens kunnen vervullen. Donorconceptie kent ook een lange en omstreden geschiedenis.
De eerste behandelingen met donorsperma vonden plaats vanaf het midden van de twintigste eeuw. Medisch-technische ontwikkelingen, nieuwe wet- en regelgeving en de komst van internationaal opererende spermabanken hebben de praktijk van donorconceptie sindsdien ingrijpend veranderd. Zeker in de afgelopen jaren is in het maatschappelijk en politiek debat veel aandacht voor donorconceptie en verschillende misstanden, zoals overschrijdingen van het maximale aantal nakomelingen per spermadonor of het gebruik van eigen sperma van artsen zonder medeweten van wensouders. Daarbij is door velen de vraag gesteld hoe deze en andere misstanden hebben kunnen plaatsvinden.
De afgelopen jaren zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd naar specifieke onderdelen van de praktijk van donorconceptie in Nederland.2 Deze onderzoeken hadden betrekking op afzonderlijke fertiliteitsklinieken of de handelwijze van individuele artsen. Met deze onderzoeken zijn belangrijke inzichten opgedaan over (lokale) praktijken en misstanden. Ook is meer bekend geworden over de soms schrijnende ervaringen van donorkinderen, ouders en donoren. Een integraal beeld van de geschiedenis van donorconceptie en de misstanden ontbreekt echter nog. In het rapport Het incident voorbij pleit hoofdonderzoeker Jan Kremer daarom voor een breder, multidisciplinair, onderzoek naar het gehele veld van donorconceptie. Met de opdracht voor een onderzoek naar de geschiedenis van donorconceptie in Nederland wil het kabinet hieraan tegemoetkomen, waarmee tevens uitvoering wordt gegeven aan de motie-Vliegenthart. De hoofdvraag voor dit onderzoek luidt: Wat waren de omstandigheden waaronder bepaalde misstanden rond donorconceptie in Nederland konden ontstaan en voortbestaan?
Een historisch onderzoek naar donorconceptie heeft meerdere doelen. Allereerst is er het wetenschappelijke doel: een gedegen, integrale geschiedschrijving van de vele facetten van donorconceptie, met oog voor de rol van belangrijke actoren, waaronder ook (de voorlopers van) het Ministerie van VWS en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Hiertoe is het belangrijk dat het onderzoek onafhankelijk is en multidisciplinair. Een onderzoek kan daarnaast bijdragen aan het recht doen aan donorkinderen, ouders en donoren die zijn geraakt door misstanden rond donorconceptie. Door hun ervaringen zichtbaar te maken, deze serieus te nemen en te plaatsen in de historische en maatschappelijke context, kan het onderzoek bijdragen aan het besef dat wat zij hebben meegemaakt niet op zichzelf staat. De onderzoeksresultaten kunnen bijdragen aan een beter begrip van de ervaringen van betrokkenen en van de mogelijke gevolgen die de misstanden voor hun levens hebben gehad. Daarmee kan het onderzoek bijdragen aan het zichtbaar maken en serieus nemen van het leed. Om dit mogelijk te maken is het belangrijk dat de ervaringen en perspectieven van betrokkenen worden meegenomen in het onderzoek, zonder dat de onafhankelijkheid van het onderzoek uit het oog wordt verloren. Historisch onderzoek kan bovendien lessen bieden voor de toekomst: inzicht in de historische ontwikkeling van donorconceptie en de totstandkoming van wet- en regelgeving kan bijdragen aan de verdere ontwikkeling van een zorgvuldige praktijk. De onderzoeksresultaten inclusief eventuele lessen voor de toekomst zullen daarom beschikbaar moeten komen vóór de evaluatie van de Wet donorgegevens kunstmatige bevruchting (Wdkb). Die wetsevaluatie is gepland in 2030.
Bij het vormgeven en uitvoeren van het onderzoek zijn de volgende uitgangspunten van belang:
Het onderzoek bestrijkt de periode van de start van donorconceptie in Nederlandse ziekenhuizen en fertiliteitsklinieken, tot aan de wijziging van de Wdkb op 1 april 20253, met aandacht voor de grote veranderingen in de praktijk van donorconceptie. De onderzoeksresultaten kunnen daardoor als input dienen voor de wetsevaluatie van de Wdkb in 2030, zonder dat beide onderzoeken elkaar overlappen.
Het onderzoek dient de vele facetten van donorconceptie in ogenschouw te nemen. Bij het onderzoek dient daarom historische, juridische, ethische, bestuurlijke, politieke en medische expertise te worden betrokken.
Ervaringsdeskundige kennis van donorkinderen, ouders en donoren uit verschillende tijdsperiodes dient te worden betrokken bij het onderzoek.
Er wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van eerder onderzoek naar individuele artsen, klinieken en of ziekenhuizen.
Het onderzoek is niet gericht op het aanwijzen van (individuele) schuldigen of het onderzoeken van individuele casussen, maar op het verklaren van de historische ontwikkeling van donorconceptie. Daarbij wordt onderzocht onder welke omstandigheden misstanden hebben kunnen ontstaan en voortbestaan, maar is er ook aandacht voor andere ontwikkelingen en verbeteringen in de geschiedenis van donorconceptie.
Onafhankelijkheid van het onderzoek
Het kabinet hecht er sterk aan dat het onderzoek wordt uitgezet door een onafhankelijke partij. Er zijn daarom oriënterende gesprekken gevoerd met ZonMw, de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC).
Het kabinet heeft ervoor gekozen het onderzoek te laten uitzetten door ZonMw, die daarbij zal samenwerken met NWO. De combinatie van de expertise van NWO over geschiedschrijving en geesteswetenschappelijke disciplines en de ervaring van ZonMw met zorgonderzoek en het veld van donorconceptie,4 biedt een goede basis om dit brede, historische onderzoek zorgvuldig en onafhankelijk vorm te geven. In de opdrachtbrief die het kabinet aan ZonMw zal sturen zal naast bovengenoemde uitgangspunten nog eens expliciet gewezen worden op het belang van het betrekken van ervaringsdeskundige kennis. Hiertoe kan ZonMw bijvoorbeeld Stichting Donorkind en expertisecentrum Fiom betrekken. Na het accepteren van de opdracht door ZonMw is het de verantwoordelijkheid van ZonMw (en de uiteindelijk gehonoreerde onderzoekers) om de onderzoeksvragen verder uit te werken. Op deze wijze wordt de onafhankelijkheid van het onderzoek gewaarborgd.
Planning
Het streven is om de subsidieoproep dit najaar open te stellen. Naar verwachting kan het onderzoek in het voorjaar van 2027 worden gegund aan een onderzoeksgroep, waarna beoogd wordt het onderzoek binnen twee maanden te laten starten. De looptijd van het onderzoek bedraagt maximaal twee jaar. De resultaten van het onderzoek dienen in elk geval te worden opgeleverd voordat de evaluatie van de Wdkb van start gaat, in 2030. Op die manier kunnen eventuele lessen voor de toekomst worden meegenomen in de wetsevaluatie.
Tot slot
Met een onderzoek kunnen de persoonlijke gevolgen van misstanden voor donorkinderen, ouders en donoren niet worden weggenomen. Het kabinet is zich ervan bewust dat de misstanden uit het verleden een zware wissel kunnen trekken op betrokkenen. Desalniettemin spreekt het kabinet de hoop uit dat een breed historisch onderzoek kan bijdragen aan erkenning van het soms pijnlijke verleden, zonder dat de positieve kanten van donorconceptie uit het oog worden verloren.
Ondertussen blijft het kabinet zich inzetten voor de regulering en verbetering van de praktijk rond het gebruik van buitenlands donorsperma.5 Via het Wetsvoorstel zeggenschap lichaamsmateriaal (Wzl), dat momenteel in de Tweede Kamer ligt, is het kabinet voornemens de invoer en export van donorsperma te verbieden, tenzij bindend is vastgelegd dat het sperma wereldwijd bij niet meer dan een bepaald aantal gezinnen wordt ingezet. Ook wordt er samen met betrokken partijen gekeken hoe grensoverschrijdende donorconceptie in de praktijk kan worden verbeterd. En in Europese gremia blijft het kabinet pleiten voor een maximumaantal gezinnen per donor op Europees niveau.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Kamerstuk 36 677, nr. 23.↩︎
In het Isala ziekenhuis: ‘Van kinderwens naar kind van de rekening’ https://www.isala.nl/nieuws/vragen-naar-aanleiding-van-publicatie-rapport-van-kinderwens-naar-kind-van-de-rekening/#; In het Alrijne ziekenhuis: ‘Een groot geheim met grote gevolgen’ https://www.donorconceptie.nl/onderzoek-media/een-groot-geheim-met-grote-gevolgen; In het LUMC: ‘Een complexe nalatenschap’ rapport-analyse-archief-en-uitkomsten-gesprekken-betrokkenen-zaaddonorbank-azl.pdf; In het Rijnstate ziekenhuis: ‘Het incident voorbij’ https://www.rijnstate.nl/onderzoeksrapport.↩︎
De belangrijkste wijziging in de Wdkb is dat één donor gekoppeld kan worden aan maximaal 12 moedercodes. Met de gewijzigde Wdkb is een systeem van centrale/landelijke donor- en moedercodes ingevoerd, waarmee voorafgaand aan een behandeling door het Cdkb wordt gecontroleerd dat een donor niet bij meer dan 12 vrouwen wordt ingezet.↩︎
Kamerstuk 30 486, nr. 37 en 40.↩︎
Kamerbrief over tegengaan massadonatie en regulering gebruik buitenlands donorsperma | Rijksoverheid.nl (Kamerstuk 30 486, nr. 41).↩︎