Antwoord op vragen van de leden Moinat en Heutink over sportverenigingen die financieel in de problemen dreigen te komen door het beëindigen van de salderingsregeling
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D46358, datum: 2026-09-25, bijgewerkt: 2026-09-25 16:50, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
- Mede namens: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z16905:
- Gericht aan: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
- Gericht aan: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 119
Antwoord van minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport), mede namens de minister van Klimaat en Groene Groei (ontvangen 25 september 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2026-2027, nr. 2934
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht 'Sportclubs in geldnood na schrappen
saldering', waarin wordt gewaarschuwd dat amateursportverenigingen met
zonnepanelen door het beëindigen van de salderingsregeling vanaf 2027
fors hogere energielasten kunnen krijgen?
Antwoord vraag 1
Ja.
Vraag 2
Herkent u het probleem dat juist sportverenigingen die de afgelopen jaren, mede op aandringen en met ondersteuning van de overheid, hebben geïnvesteerd in zonnepanelen en verduurzaming nu financieel worden geraakt, omdat zij veel stroom overdag opwekken en terugleveren, terwijl hun energieverbruik vooral ’s avonds en in het weekend plaatsvindt?
Antwoord vraag 2
Ja, ik herken dit beeld. Volgens een verkenning van koepelorganisaties gaat het vooral om buitensportverenigingen, zoals voetbal- en hockeyverenigingen.1 Verenigingen met een buitensportaccommodatie kennen een verbruikspiek in de doordeweekse avonduren en in de weekenden. Ook in de zomer, wanneer de panelen juist veel opwekken, is het verbruik in dat geval laag. Door die beperkte gelijktijdigheid van opwek en verbruik leveren deze verenigingen veel stroom terug. De impact van het einde van de salderingsregeling hangt dus voor sportverenigingen net als voor andere afnemers af van de vraag of hun opwek en het gebruik van elektriciteit gelijktijdig plaatsvinden en qua omvang in verhouding tot elkaar staan.
De beëindiging van de salderingsregeling leidt tot een stijging op de energierekening van alle huishoudens, verenigingen of andere instanties met zonnepanelen en een kleinverbruikaansluiting, maar dit betekent niet per definitie dat zonnepanelen niet meer rendabel zijn. Zonnepaneelbezitters zullen een vergoeding van 50% van het leveringstarief ontvangen voor de elektriciteit die zij terugleveren aan het net en gaan energiebelasting betalen over alle elektriciteit die ze afnemen van het net.
Het merendeel van de nu beschikbare energiecontracten biedt een
terugleververgoeding die hoger is dan de bijbehorende terugleverkosten.
Dat betekent dat teruggeleverde elektriciteit nog altijd een positieve
marktwaarde vertegenwoordigt, al zal deze vanaf 1 januari 2027 kleiner
zijn dan voorheen. De grootste besparing voor afnemers ligt echter in
het benutten van de opgewekte elektriciteit voor het eigen verbruik.
Verenigingen die erin slagen om hun energieverbruik beter aan te laten
sluiten op het moment van opwek, zullen meer voordeel uit hun
zonnepanelen blijven halen.
De salderingsregeling geldt alleen voor kleinverbruikers. Zwembaden en
sporthallen hebben meestal een grote aansluiting met een capaciteit
groter dan 3×80 ampère voor elektriciteit. Zij vallen dus buiten de
huidige regeling. Voor deze binnensportverenigingen verandert er
niets.
Vraag 3
Klopt het dat volgens onderzoek van het Mulier Instituut minstens 33
procent van de sportverenigingen zonnepanelen heeft en dat verenigingen
met zonnepanelen na het beëindigen van de salderingsregeling gemiddeld
circa € 6.500 per jaar meer aan energiekosten kunnen gaan betalen?
Hoeveel sportverenigingen worden naar verwachting geraakt en wat zijn
naar schatting de totale financiële gevolgen voor de
amateursportsector?
Antwoord vraag 3
Het percentage klopt. Uit onderzoek van het Mulier Instituut blijkt dat minstens 33 procent van de sportverenigingen zonnepanelen heeft.2 Deze cijfers dateren uit 2023. De aangehaalde schatting van de financiële gevolgen komt niet uit dat onderzoek. Het gaat om een berekening van Energyc.3 Daaruit blijkt dat een gemiddelde vereniging na 2027 tot € 6.500 meer aan energiekosten betaalt. De KNVB heeft daarnaast in 2026 apart onderzoek laten doen onder 34 voetbalverenigingen.4 Daaruit blijkt dat 44 procent van de voetbalverenigingen met zonnepanelen kleinverbruiker is. Alleen die groep ondervindt de gevolgen van het beëindigen van de regeling.
Een exact aantal geraakte verenigingen kan ik echter niet geven. Nederland telt ongeveer 26.000 sportverenigingen. Minstens een derde daarvan heeft zonnepanelen. Op basis van bovenstaande percentages gaat het naar schatting om enkele duizenden verenigingen.
Bovendien is het niet mogelijk een totaalbedrag voor de sector te
noemen. De gevolgen verschillen namelijk sterk per vereniging. Opwek,
verbruiksprofiel, aansluiting en energiecontract bepalen samen het
beeld. Landelijke gegevens over die combinatie zijn er niet.
Vraag 4
Zijn de specifieke financiële gevolgen van het beëindigen van de salderingsregeling voor amateursportverenigingen voorafgaand aan het besluit door het kabinet in kaart gebracht? Zo ja, wat waren de uitkomsten en met welke bedragen is daarbij gerekend? Zo nee, waarom is dit niet gebeurd?
Antwoord vraag 4
Bij de voorbereiding van het wetsvoorstel zijn de gevolgen voor
kleinverbruikers in beeld gebracht.5 Sportverenigingen met
een kleinverbruikaansluiting vallen onder die groep. Er is vooraf geen
aparte doorrekening gemaakt voor amateursportverenigingen. De wetgeving
op energiegebied maakt geen onderscheid naar type kleinverbruiker.
Inmiddels brengen maatschappelijke partijen ook de gevolgen voor de
sport gericht in beeld. Het Nationaal Klimaat Platform beschrijft de
gevolgen in een casusstudie van juni 2026.6 Ook
de KNVB liet zoals gezegd in 2026 onderzoek doen onder
voetbalverenigingen. Ik gebruik deze inzichten in de gesprekken met de
sportsector. Dergelijke inzichten kunnen betrokken worden door de
individuele sportverenigingen, en door de betrokken (mede)overheden bij
de praktische voorbereiding over hun bedrijfsvoering nadat de
salderingsregeling vervalt.
Vraag 5
Vindt u het redelijk dat sportverenigingen die op basis van jarenlang
overheidsbeleid hebben geïnvesteerd in zonnepanelen, vanaf 2027 mogelijk
duizenden euro’s per jaar extra moeten betalen en daardoor worden
gedwongen hun contributies te verhogen, terwijl deze investeringen juist
bedoeld waren om hun energielasten structureel te verlagen?
Antwoord vraag 5
Ik begrijp dat verenigingen dit als onredelijk kunnen ervaren. Zij
hebben geïnvesteerd in verduurzaming, mede door beleid van de
rijksoverheid. Tegelijk is de salderingsregeling altijd een tijdelijke
stimuleringsmaatregel geweest. Die maatregel verlaagde de
investeringsdrempel toen zonnepanelen nog duur waren. Inmiddels zijn
panelen fors goedkoper en is die drempel veel lager.
Er zijn ook goede redenen om met de regeling te stoppen. Tijdens de
behandeling van de Wet einde salderen zijn deze redenen uitvoerig aan
bod gekomen. De salderingsregeling vergroot de druk op het
elektriciteitsnet doordat huishoudens geen prikkel hebben om hun eigen
opgewekte zonnestroom zelf te verbruiken.7
Daarnaast zorgt de salderingsregeling voor hogere kosten voor
energieleveranciers. Om dit te compenseren, verhogen veel
energieleveranciers de stroomprijzen. Het voordeel van de
salderingsregeling wordt hiermee onder andere betaald door huishoudens
zonder zonnepanelen.
De investering in zonnepanelen houdt voor afnemers ook zonder saldering waarde. Verenigingen besparen op de stroom die zij zelf direct gebruiken. Bovendien biedt het merendeel van de nu beschikbare energiecontracten een terugleververgoeding die hoger is dan de bijbehorende terugleverkosten. Dat betekent dat teruggeleverde elektriciteit nog altijd een positieve waarde vertegenwoordigd, al zal deze vanaf 1 januari 2027 kleiner zijn dan voorheen. Die waarde bedraagt tenminste 50 procent van het kale leveringstarief.8 Verenigingen met een ongunstig verbruiksprofiel gaan er echter wel fors op achteruit. Daarom werk ik aan gerichte ondersteuning voor sportverenigingen bij de verduurzaming van hun accommodaties. In het antwoord op vraag 7 licht ik dit nader toe.
Vraag 6
Deelt u de zorg dat deze hogere lasten uiteindelijk bij leden en
gezinnen terechtkomen via hogere contributies en dat sporten daardoor
minder betaalbaar en toegankelijk kan worden? Zo ja, hoe verhoudt dit
zich tot het kabinetsbeleid om sport en bewegen juist toegankelijk te
houden?
Antwoord vraag 6
Ik vind het van belang dat sport en bewegen toegankelijk en
betaalbaar blijven. De hoogte van de contributie bepaalt de vereniging
echter zelf. Die hoogte hangt af van het geheel aan inkomsten en
uitgaven. Denk aan accommodatie-, energie-, personeels- en
onderhoudslasten. Daarom kan ik nu nog niet vaststellen in welke mate de
beëindiging van de salderingsregeling doorwerkt in de contributies. Wel
zal ik dit goed in de gaten houden met de jaarlijkse
contributiemonitor.
Vraag 7
Welke mogelijkheden ziet u om specifiek sportverenigingen die vanwege
het tijdstip waarop zij energie opwekken en verbruiken onevenredig
worden geraakt door het beëindigen van de salderingsregeling, tegemoet
te komen? Worden daarbij compensatie, een overgangsregeling of
ondersteuning voor energieopslag onderzocht? Zo nee, waarom niet?
Antwoord vraag 7
Een specifieke compensatie of overgangsregeling voor sportverenigingen is niet aan de orde. Nadat een eerder wetsvoorstel om de salderingsregeling vanaf 2025 af te bouwen werd verworpen, koos het toenmalige kabinet Schoof voor beëindiging in één keer per 2027. In het wetsvoorstel geldt van 2027 tot 2030 een wettelijke minimumvergoeding van 50% voor teruglevering.9
Uit de casusstudie van het Nationaal Klimaat Platform blijkt dat verenigingen vooral vragen om inzicht in hun eigen opwek en verbruik.¹ Vrijwilligers hebben niet altijd de capaciteit en kennis om dit zelf te analyseren. Welke maatregel loont, verschilt bovendien per vereniging: meer gelijktijdigheid is bij een buitensportaccommodatie beperkt te vergroten en een batterij is niet vanzelfsprekend de meest kosteneffectieve stap. Daarom zie ik op korte termijn vooral mogelijkheden in het ontzorgen van verenigingen. Zo kunnen sportverenigingen gebruikmaken van een energiecoach. Deze coaches begeleiden verenigingen op locatie bij verduurzaming en betrekken het einde van de salderingsregeling in hun advies. Verder deel ik kennis via partners van de Routekaart Verduurzaming Sport, zoals het Kenniscentrum Sport & Bewegen en het platform duurzamesport.nl.
Verenigingen die overwegen te investeren in de opslag van zonnestroom, kunnen hiervoor een beroep doen op een DUMAVA-subsidie. Amateursportverenigingen die al zonnepanelen hebben, kunnen een aanvraag doen voor een batterij voor opslag, mits de batterij voldoet aan de voorwaarden uit de maatregelenlijst (maatregel H.3). De maatregelenlijst is te vinden op de website van RVO.10
Vraag 8
Welke mogelijkheden ziet u om te voorkomen dat deze extra energielasten ten koste gaan van de financiële positie van sportverenigingen, de hoogte van de contributie of noodzakelijke investeringen in sportaccommodaties? Kan hiervoor bijvoorbeeld de BOSA-regeling worden benut of aangepast?
Antwoord vraag 8
Een belangrijke manier om extra energielasten op te vangen dan wel te voorkomen is het investeren in verduurzaming. De BOSA-regeling is gericht op de bouw en het onderhoud van sportaccommodaties. Voor verduurzaming kan sinds 2025 de sportsector subsidie aanvragen via de subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA). Dit jaar is het minimum DUMAVA-subsidiebedrag per aanvraag omlaag gegaan, zodat ook kleinere projecten in aanmerking komen voor subsidie. Dit maakt het voor sportverenigingen makkelijker om DUMAVA aan te vragen. Met de mogelijkheden die ik in het antwoord op vraag 7 noem, kunnen sportverenigingen stappen zetten richting verduurzaming. Zoals ik hiervoor al opmerkte, blijf ik de situatie goed volgen, onder meer via de jaarlijkse contributiemonitor.
Vraag 9
Bent u bereid om vóór de beëindiging van de salderingsregeling in 2027
gezamenlijk met de sportsector tot een concrete oplossing te komen,
zodat sportverenigingen die op verzoek van de overheid hebben
verduurzaamd niet vervolgens financieel worden gestraft voor diezelfde
investering?
Antwoord vraag 9
Ik blijf met de sportsector in gesprek over ondersteuning op het gebied
van infrastructuur en verduurzaming. Mede daarom is de
energiecoachregeling herstart, zodat verenigingen dit jaar praktisch
worden geholpen. Zie ook het antwoord op vraag 7. Daarnaast heb ik per 1
september de werkgroep financiering bouw en onderhoud sportaccommodaties
ingesteld. Deze werkgroep brengt in kaart hoe de middelen voor bouw en
onderhoud vanaf 2028 kunnen worden ingezet. Daarbij wordt ook de
beëindiging van de salderingsregeling betrokken. De werkgroep levert
eind van het jaar het resultaat op. Verder zijn voorstellen gedaan door
het Nationaal Klimaat Platform met zes organisaties over het einde van
de salderingsregeling met betrekking tot sportverenigingen. Hierop
reageert de minister van Klimaat en Groene Groei bij het afdoen van de
motie Klos11 voor het einde van het jaar.
Vraag 10
Kunt u uitsluiten dat amateursportverenigingen door het beëindigen van de salderingsregeling financieel in de problemen komen of zelfs moeten stoppen? Zo nee, welke concrete maatregelen gaat u nemen om dit te voorkomen?
Antwoord vraag 10
Nee, dat kan ik niet uitsluiten. De financiële positie van een
vereniging hangt van veel factoren af. Denk aan het ledenaantal, de
accommodatie, de reserves en het energiecontract. Het einde van de
salderingsregeling is één van die factoren.
Wel neem ik maatregelen om verenigingen te helpen. Zie de antwoorden op de vragen 7 tot en met 9.
Vraag 11
Bent u bereid om de salderingsregeling niet te laten beëindigen? Zo nee,
waarom niet? Zo ja, dan kunt u alle voorgaande vragen overslaan.
Antwoord vraag 11
Nee, hier is het kabinet niet toe bereid. Voor nadere onderbouwing over
de afschaffing van de salderingsregeling verwijs ik u graag naar de
behandeling van de Wet einde salderen. De redenen voor de afschaffing
van de salderingsregeling zijn tijdens deze wetsbehandeling uitvoerig
aan bod gekomen.
Nationaal Klimaat Platform en IPW-Klimaatwerk (juni 2026). Van duurzame belofte naar betaalbaarheidsvraagstuk. Casusstudie naar de gevolgen van afschaffing van de salderingsregeling voor sociale huurders. Bijlage bij de brief 'Leven na de salderingsregeling' van 22 juli 2026.↩︎
Mulier Instituut (2023). Sportaccommodaties in Nederland 2023.↩︎
EnergyC (2025). Trendanalyse vaste lasten voetbalclubs, in opdracht van De Groene Club.↩︎
Nationaal Klimaat Platform en IPW-Klimaatwerk (2026). Van duurzame belofte naar betaalbaarheidsvraagstuk. Bijlage bij de brief 'Leven na de salderingsregeling' van 22 juli 2026.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 36611, nr. 3.↩︎
Nationaal Klimaat Platform en IPW-Klimaatwerk (juni 2026). Van duurzame belofte naar betaalbaarheidsvraagstuk. Casusstudie naar de gevolgen van afschaffing van de salderingsregeling voor sociale huurders. Bijlage bij de brief 'Leven na de salderingsregeling' van 22 juli 2026.↩︎
Kamerstukken II 2024/25, 36611, nr. 3.↩︎
Kamerstukken I 2024/25, 36611, nr. B.↩︎
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2025-0-17, Wet van 18 december 2024 tot wijziging van enkele wetten ter uitvoering van de beëindiging van de salderingsregeling voor elektriciteit en enkele technische wijzigingen↩︎
Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA) | RVO.nl
Kamerstuk nr. Nummer: 31239-456↩︎