Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake digitalisering
Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota)
Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Nummer: 2026D46377, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-10-12 14:02, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: R.J. Dekker, voorzitter van de vaste commissie voor Digitale Zaken (FVD)
- Mede ondertekenaar: F.P. Terberg, adjunct-griffier
- Beslisnota bij Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota)(Kamerstuk 37035-VII en 37035-VI)
- Aanbiedingsbrief
Onderdeel van kamerstukdossier 37035 VII-3 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota).
Onderdeel van zaak 2026Z17111:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-06 15:00 ⇒ Wetsvoorstel zonder stemming aannemen onder de aantekening dat de fracties van FvD, SP, PVV en DENK geacht wenst te worden tegen te hebben gestemd. (Besluit)
- 2026-09-24 11:30 ⇒ Inbrengdatum voor het stellen van feitelijke vragen is reeds vastgesteld op 21 september 2026 om 14.00 uur. (Besluit)
- 2026-09-21 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-09-21 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-09-16 15:20 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
Onderdeel van zaak 2026Z20087:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Digitale Zaken
- 2026-09-16 15:20: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-21 14:00: Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van BZK (VII) en J&V (VI) voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitalisering voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met Miljoenennota) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Digitale Zaken
- 2026-09-21 14:00: Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota) (37035-VII) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2026-09-24 11:30: Procedurevergadering Binnenlandse Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Binnenlandse Zaken
- 2026-10-06 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
- 2026-10-14 11:00: Procedurevergadering Digitale Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Digitale Zaken
Preview document (🔗 origineel)
nr. Lijst van vragen en antwoorden
Dekker Adjunct- griffier van de commissie, Terberg |
|---|
Vragen inzake wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota)
vraag 1:
Vraag:
Wat is de stand van zaken van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie? Hoe gaat er vormgegeven worden aan de uitwerking in de praktijk in dit politieke jaar, en hoeveel van de middelen daarvoor komt uit welke verschillende begrotingsposten?
Antwoord:
De Nederlandse Digitaliseringsstrategie valt onder de beleidsverantwoordelijkheid en van EZK en de realisatie daarvan bij BZK. In de Kamerbrief 2026Z19426&did=2026D45064">‘Strategische inzet digitalisering’, die door de Staatssecretaris van Economische Zaken – Digitale Economie en Soevereiniteit is verzonden op 21 september 2026, staat beschreven hoe de komende tijd verder wordt gegaan met de NDS. Zoals in deze brief beschreven, wordt uw Kamer met de jaarrapportage NDS nader geïnformeerd over al bereikte resultaten, de stappen die komende tijd worden gezet, of en op welke manier de gestelde ambities doorgang kunnen vinden en welke middelen daarvoor beschikbaar zijn.. Het is de verwachting dat de jaarrapportage NDS eind 2026 met uw Kamer wordt gedeeld.
Vraag 2:
Vraag:
Kunt u per ministerie aangeven hoeveel er wordt uitgegeven aan contracten met betrekking tot licenties, beheer, en overige kosten (bij voorkeur uitgesplitst) voor software van Microsoft (bij voorkeur uitgesplitst naar product, e.g. cloud, email, Office, Windows)? Kunt u, indien deze informatie niet beschikbaar is, een exacte beschrijving geven van waarom dit niet beschikbaar is, en de beste beschikbare schattingen vanuit de overheid over deze getallen?
Antwoord:
Vanuit de rijks- inkoopcategorie software [Categorie Software Rijk | Rijksoverheid.nl] en op basis van de Europese aanbestede raamovereenkomst Programmatuur (EAP) is eerder inzicht aangeboden in het specifieke financiële volume richting enkele partijen. In de brief [Kamerstuk 26643, nr. 1450 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen] van december 2025 is een optelsom geboden van de partijen: Amazon Web Services, Google, IBM, KPN, Microsoft, Oracle, RedHat, SAP.
| Tabel 1 | |||||
|---|---|---|---|---|---|
| X mln. € | 2024 | 2023 | 2022 | 2021 | 2020 |
| Totaal SLM | 230 | 135 | 168 | 136 | 126 |
Ik acht het onwenselijk om publiekelijk per leverancier in detail te treden, dit zal gevolgen hebben voor de onderhandelingspositie.
Vraag 3:
Vraag:
Welk percentage van de cloudcapaciteit die wordt gebruikt door de Nederlandse overheid is soeverein en welke definitie van soeverein hanteert het ministerie daarbij?
Antwoord:
De overheid hanteert de volgende definitie voor soevereine clouddiensten, zoals volgt uit de bijlage ‘Cloud definities en begrippenlijst’ bij Kamerstukken II 2025/2026, 26 643 en 29 362, nr. 1537: ‘verzameling clouddiensten binnen het eigen rechtsgebied die voldoet aan de eisen voor datalocalisatie en operationele autonomie. De soevereine cloud moet ervoor zorgen dat de data, activiteiten, infrastructuurcomponenten en technologie niet kunnen worden beïnvloed door andere rechtsgebieden en beschermd moeten worden tegen directe invloed of toegang door overheden uit derde landen.’
De vraag naar het percentage kan ik niet beantwoorden. Er is geen centraal overzicht welke gebruikte clouddiensten onder de door de Rijksoverheid gebruikte definitie vallen. Zoals aangegeven in de beantwoording van de motie van de leden Thijssen (GL-PvdA) en Bruyning (NSC) (Kamerstukken II 2024/2025, 36574 nr. 13), is in de kabinetsreactie op de initiatiefnota Wolken aan de Horizon (Kamerstukken II 2024/25, 36574, nr. 3) het uitgangspunt is om per geval te beoordelen welke dienst, applicatie of leverancier het meest geschikt en passend is om de ondersteuning te bieden voor de gestelde bedrijfsvraag. Hierbij wordt gestreefd naar een evenwichtige aanpak die openheid combineert met bescherming van publieke belangen. Het percentage soevereine clouddiensten zal naar verwachting gaan toenemen door de inzet van herziene cloudbeleid bij de rijksoverheid dat restricties stelt aan het gebruik van clouddiensten die afkomstig zijn van leveranciers die (deels) onder een jurisdictie van buiten de EU of EER vallen.
Vraag 4:
Vraag:
Welk percentage van de cloudcapaciteit die wordt gebruikt bij de Nederlandse overheid is belegd bij een van de volgende aanbieders: Google, Microsoft, Amazon?
Antwoord:
Er is geen recent (centraal) overzicht van de aanbieders van de bij de Nederlandse overheid gebruikte clouddiensten. In het rapport van de Algemene Rekenkamer ‘Het Rijk in de cloud' uit januari 2025 wordt gesteld dat meer dan de helft van de materieel public cloud-diensten bij bovengenoemde partijen afgenomen wordt.
Vraag 5:
Vraag:
Met welke aantallen of uitgangspunten werkt het ministerie op dit moment voor de extra datacenter capaciteit die Nederland nodig heeft in de komende jaren, en waar is die berekening op gebaseerd?
Antwoord:
Steeds meer bedrijven en organisaties zijn datagedreven en afhankelijk van digitale diensten. Aan de ene kant groeit de workload voor datacenters al jarenlang sterk, maar daar staat tegenover dat de energie-efficiëntie nog sterker is toegenomen. In de Klimaat en Energieverkenning 2025 (KEV2025) is een groeiprognose opgenomen van de elektriciteitsvraag voor datacenters. In de periode 2018-2023 nam het elektriciteitsverbruik van datacenters toe met ongeveer 12 procent per jaar tot circa 17 petajoule in 2023. Tot 2030, zo is de prognose in de KEV2025, neemt het elektriciteitsverbruik toe tot 54 [36-87] petajoule. Daarbij wordt tevens aangegeven dat vertegenwoordigers van de bedrijfstak datacenters verwachten dat de elektriciteitsvraag in 2030 lager zal uitkomen dan in deze scenario’s van de netbeheerders.
De overheid beschikt niet over stabiele capaciteitsprognoses en er bestaat geen inzicht in de vraag in hoeverre extra datacenter capaciteit wordt opgevangen door projecten die momenteel al gepland zijn. Er is evenmin inzicht in de vraag hoeveel van die extra datacenter capaciteit daarbinnen nodig is voor gevoelige en kritieke diensten. Bij dat laatste merk ik op dat het onwenselijk is gegevens daarover publiek te maken, omdat dit de positie van betrokken organisaties in onderhandelingen met datacenterpartijen kan verzwakken. Het is niet mogelijk om de benodigde datacentercapaciteit vast te stellen of een uitspraak te doen over wat er ten opzichte van de huidige capaciteit bij zou moeten komen. Er zijn diverse factoren van invloed, waaronder toenemend dataverkeer en nieuwe toepassingen, toenemende rekencapaciteit en het feit dat dataverkeer grensoverschrijdend is (datacenters in Nederland bedienen ook gebruikers buiten Nederland en vice versa).
Vraag 6:
Vraag:
Hoeveel van die extra datacenter capaciteit wordt opgevangen door projecten die momenteel al gepland zijn?
Antwoord:
Zie hiervoor het antwoord op vraag 5.
Vraag 7:
Vraag:
Hoeveel van die extra datacenter capaciteit is daarbinnen nodig voor gevoelige en kritieke diensten (zoals overheidsinstellingen en zorginstellingen)?
Antwoord:
Zie hiervoor het antwoord op vraag 5.
Vraag 8:
Vraag:
Waarom stijgt het budget voor het identiteitsstelsel van de RvIG met € 27.141.000 (toename van 66%)? (Blz. 8)
Antwoord:
De post RvIG stijgt voornamelijk doordat het identiteitsstelsel gedeeltelijk gefinancierd wordt door de gebruikers van de Basisregistratie Personen. Alle gebruikers betalen gezamenlijk de kosten van het beheer en exploitatie van de centrale voorzieningen van de BRP, die beheerd worden door RvIG. Dit volgt uit artikel 1.14, lid 1 van de Wet BRP en artikel 12 van het Besluit BRP. Gebruikers vallen onder tarieffinanciering of budgetfinanciering. Tariefgefinancierde gebruikers (veelal private partijen) betalen rechtstreeks RvIG (zichtbaar op begroting van het agentschap). Voor de budgetgefinancierde gebruikers stuurt RvIG de verzamelrekening aan BZK en belast BZK gedurende het lopende jaar de benodigde middelen door bij de departementen en VNG (via Gemeentefonds) voor de organisaties die onder hen vallen. Het doorbelaste budget was daarom nog niet op de begroting van BZK opgenomen en wordt nu met de september suppletoire begroting toegevoegd.
Vraag 9:
Vraag:
Kunt u toelichten wat de inhoudelijke aanleiding is voor de verlaging van de bijdrage aan de Stichting ICTU op artikel 6.2 met € 4,5 miljoen, van € 24,58 miljoen naar € 20,08 miljoen en worden er digitaliserings- of ondersteuningsprojecten van ICTU hierdoor geschrapt of vertraagd? (Blz. 8)
Antwoord:
Er is geen sprake van het schrappen van projecten of vertraging van digitaliserings- of ondersteuningsprojecten. Een deel van het budget voor de bijdrage aan ICTU wordt overgeheveld naar de bijdrage aan Logius voor de bekostiging van opdrachten, waaronder publicaties, BOEP & BWB/OEP en CMB. Daarmee worden de middelen op het juiste instrument van de begroting verantwoord.
Vraag 10:
Vraag:
Op welke wijze is de aangenomen motie van het lid Zwinkels (Kamerstuk 36945-VII-9 ) over de digitale dienst vertaald in de begrotingsstaat van BZK? Welke gevolgen heeft de uitvoering van deze motie voor de projectbudgetten en de aansturing van relevante digitaliseringsprojecten? (Blz. 8)
Antwoord:
De motie is op dit moment nog niet vertaald in de begrotingsstaten van BZK en EZK. Een deel van de Nederlandse Digitale Dienst (NLDD) wordt in 2027 gefinancierd vanuit GDI-middelen, die op de begroting van BZK staan. Het overige deel betreft capaciteit die van BZK naar EZK overgaat. Zoals toegezegd in de brief over de strategische inzet digitalisering informeert de staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit uw Kamer begin 2027 over de geleerde lessen, waarna besluitvorming volgt over het mandaat en de bevoegdheden waar de motie van het lid-Zwinkels om vraagt.
Vraag 11:
Vraag:
Waaraan wordt het additionele budget van € 310.000 voor DICTU besteed? (Blz. 17)
Antwoord:
Deze middelen zijn voor de ICT-ondersteuning van de NCG.