Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota)
Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Nummer: 2026D46382, datum: 2026-10-06, bijgewerkt: 2026-10-15 15:16, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: H.S. Steen, voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (CDA)
- Mede ondertekenaar: R.P. Jansma, griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 37035 XIV-3 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota).
Onderdeel van zaak 2026Z17103:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-06 15:00 ⇒ Wetsvoorstel zonder stemming aannemen onder de aantekening dat de fracties van FvD, SP, PVV en DENK geacht wenst te worden tegen te hebben gestemd. (Besluit)
- 2026-09-23 11:15 ⇒ Inbreng voor het stellen van feitelijke vragen is reeds vastgesteld en geleverd op 21 september 2026. (Besluit)
- 2026-09-21 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-09-16 15:20 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
Onderdeel van zaak 2026Z20088:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-15 14:33 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-10-07 11:15 ⇒ Betrokken bij de Algemene Financiële Beschouwingen op 30 september en 1 oktober 2026. (Besluit)
- 2026-09-16 15:20: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-21 14:00: Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota) (september-suppletoire) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-09-23 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-10-06 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
- 2026-10-07 11:15: Procedurevergadering Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (Procedurevergadering), vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
- 2026-10-15 14:33: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (đź”— origineel)
37035 XIV Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (XIV) en het Diergezondheidsfonds (F) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota)
Nr. 3 Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Vastgesteld 6 oktober 2026
De vaste commissie voor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 21 september 2026 voorgelegd aan de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Bij brief van 25 september 2026 zijn ze door de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie,
Steen
De griffier van de commissie,
Jansma
1
Hoeveel subsidie hebben Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO-Nederland) en het Nederlands Agrarisch Jongeren Kontakt (NAJK) de afgelopen tien jaar gehad, uiteengezet per jaar en per organisatie?
Antwoord
In onderstaande tabel staan de betalingen naar beide organisaties in de afgelopen 10 jaar. De toename bij LTO wordt verklaard door de bijdrage aan het programma Taboer. NAJK is penvoerder voor het programma de volgende generatie/kenniscentrum bedrijfsovername, hieraan draagt LVVN bij.
| Jaar | LTO | NAJK |
|---|---|---|
| 2016 | 120.160 | 469.262 |
| 2017 | 120.160 | 319.665 |
| 2018 | 120.160 | 185.068 |
| 2019 | 586.467 | 115.068 |
| 2020 | 735.431 | 612.553 |
| 2021 | 548.064 | 552.054 |
| 2022 | 733.790 | 242.036 |
| 2023 | 1.541.367 | 82.122 |
| 2024 | 2.847.701 | 601.317 |
| 2025 | 3.510.665 | 2.725.999 |
| 2026 | 3.701.700 | 2.659.003 |
2
Hoeveel agrarische bedrijven dienen nog verplaatst te worden om ruimte te maken voor Defensie? Hoeveel van deze bedrijven/gezinnen zijn al een keer eerder verplaatst en moeten nu dus voor een tweede keer verplaatsen?
Antwoord
Ik kan uw Kamer helaas niet van een antwoord op deze vraag voorzien.
Hoewel uw vraag betrekking heeft op agrariërs en hun bedrijven maakt
verplaatsing ten behoeve van Defensie namelijk geen onderdeel uit van
het beleidsterrein van LVVN. Binnen mijn departement speelt verplaatsing
wel een rol bij het beleid aangaande stikstof en natuur. Voor
verplaatsing in dat verband is op dit moment de Landelijke
verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasters (Lvvp)
operationeel.
In dat verband zijn er in 2026 tot 22 september vier positieve
beschikkingen afgegeven voor module 2 (bedrijfsverplaatsing) van deze
regeling. Voor het haalbaarheidsonderzoek (module 1) zijn er 93
aanvragen toegekend. Voor een antwoord op de vraag over verplaatsing ten
behoeve van Defensie moet ik u daarom verwijzen naar de minister van
Defensie.
3
Heeft het kabinet in kaart gebracht hoeveel boeren er zullen (moeten) stoppen met het huidige beleid dat voorligt? Kan dit uiteen worden gezet met behulp van aantallen en de redenatie daarbij?
Antwoord
Het doel van het stikstofpakket is natuurherstel waardoor er weer ruimte voor vergunningverlening ontstaat. Om dit te realiseren is onder andere een daling van de stikstofemissie en andere natuurmaatregelen noodzakelijk. Zoals bij brief van 26 juni aan uw Kamer toegelicht, is hiervoor een breed pakket ontwikkeld dat nu wordt uitgewerkt. Een groot deel van de reductieopgave in de landbouwsector wil het kabinet bereiken met emissiereductie op bedrijfsniveau. Het laten stoppen van boeren is geen doel van dit pakket. Wel zal het totaal aantal gehouden dieren afnemen als gevolg van onderdelen van dit pakket, zoals de vrijwillige beëindiging van veehouderijactiviteiten en afroming bij overdracht van productierechten buiten familieverband. Op basis van het beschikbare budget verwacht het Kabinet met deze maatregelen een emissiereductie van circa 15 kton te kunnen realiseren ten op zichtte van 2019. Een koppeling met een potentieel aantal ondernemers dat ervoor kiest om te stoppen is niet te maken. Bij de keuzes van ondernemers zal de individuele situatie bepalend zijn.
4
Met welke organisaties die agrarische bedrijven vertegenwoordigen is overleg geweest over de brief van 26 juni 2026 'Weer ruimte voor boer, natuur en bouw: maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof' (Kamerstuk 36800-XIV, nr. 87) en hoeveel uren overleg is er per organisatie geweest?
Antwoord
In de afgelopen periode heb ik veel gesprekken gehad met organisaties over het taskforce pakket. Deze gesprekken zijn zeer nuttig geweest, en ik ben ik om die reden aan het voortzetten. Er is een breed maatschappelijk overleg geweest onder leiding van dhr. Elbert Dijkgraaf. Hierbij waren Avined, Biohuis, BO Akkerbouw, BoerenNatuur, Bouwend Nederland, CoViVa, Dierenbescherming, FNLI, Greenports Nederland/Glastuinbouw Nederland, LandschappenNL, LTO Nederland, NAJK, Natuur & Milieu, Natuurmonumenten, Rabobank, VNO-NCW en ZuivelNL aanwezig. Dit overleg is drie keer bij elkaar geweest naar aanloop van de brief die in juni 2026 is gepubliceerd. Ik zet dit maatschappelijk overleg voort. Daarnaast hebben er vele bilaterale gesprekken plaatsgevonden met medeoverheden en een breed scala aan maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld met LTO, NAJK en de partners van Duurzaam Evenwicht en zijn er verschillende werkbezoeken afgelegd om te spreken over de inhoud van de brief. Ook dit zal ik in de aankomende tijd vanzelfsprekend blijven doen. In de keuze van deze gesprekspartners is geen rekening gehouden met de vraag of partijen bij een eventuele rechtszaak ontvankelijk zijn.
5
Met welke organisaties die voor de rechter ontvankelijk zijn als belangenbehartiger van agrarische bedrijven heeft er overleg plaatsgevonden over de brief 'Weer ruimte voor boer, natuur en bouw: maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof' van 26 juni 2026?
Antwoord
In de afgelopen periode heb ik veel gesprekken gehad met organisaties over het taskforce pakket. Deze gesprekken zijn zeer nuttig geweest, en ik ben ik om die reden aan het voortzetten. Er is een breed maatschappelijk overleg geweest onder leiding van dhr. Elbert Dijkgraaf. Hierbij waren Avined, Biohuis, BO Akkerbouw, BoerenNatuur, Bouwend Nederland, CoViVa, Dierenbescherming, FNLI, Greenports Nederland/Glastuinbouw Nederland, LandschappenNL, LTO Nederland, NAJK, Natuur & Milieu, Natuurmonumenten, Rabobank, VNO-NCW en ZuivelNL aanwezig. Dit overleg is drie keer bij elkaar geweest naar aanloop van de brief die in juni 2026 is gepubliceerd. Ik ben voornemens dit maatschappelijk overleg voort te zetten. Daarnaast hebben er vele bilaterale gesprekken plaatsgevonden met medeoverheden en een breed scala aan maatschappelijke organisaties, bijvoorbeeld met LTO, NAJK en de partners van Duurzaam Evenwicht en zijn er verschillende werkbezoeken afgelegd om te spreken over de inhoud van de brief. Ook dit zal ik in de aankomende tijd vanzelfsprekend blijven doen. In de keuze van deze gesprekspartners is geen rekening gehouden met de vraag of partijen bij een eventuele rechtszaak ontvankelijk zijn.
6
Hoeveel bodemanalyses hebben Staatsbosbeheer en andere terreinbeherende organisaties (TBO's) de afgelopen 20 jaar genomen en welke trends in nutriënten in bodems worden daarmee zichtbaar? Kan hiervan een uiteenzetting van de afgelopen 20 jaar worden gegeven?
Antwoord
Voor natuurontwikkeling en -beheer is bodemkwaliteit een cruciale factor. De TBO’s hebben de afgelopen decennia bodemanalyses uitgevoerd, met name in het kader van projecten en beheervraagstukken. Dit kabinet vindt het van belang dat bodemgegevens naar de toekomst toe structureler in kaart gebracht worden. Hier wordt aan gewerkt middels het Verbeterprogramma VHR monitoring, waarin het meten van omgevingscondities (incl. bodem) een belangrijke component is. Daarnaast heeft de WUR, in opdracht van LVVN, onderzoek gedaan op het gebied van bodemmonitoring met als doel het verkennen en testen van een doelgericht monitoring- en beoordelingssysteem voor natuurbodems. Het onderzoek bestaat uit een literatuurstudie (zie: https://edepot.wur.nl/709522), een pilot in drie Natura 2000-gebieden (zie: https://edepot.wur.nl/712869) en een nog te publiceren analyse van landelijke bodemdata (CC-NL). De literatuurstudie en pilots leverden inzichten op over relevante bodemparameters en gangbare meetmethoden, zodat gegevens onderling vergelijkbaar zijn. Momenteel onderzoekt de WUR in een vervolgstudie de samenhang tussen bodemeigenschappen en natuurkwaliteit. Voor het CC-NL onderzoek wordt elke vijf jaar een steekproef uitgevoerd. Hoewel de nadruk ligt op landbouwgronden, worden ook circa 200 natuurbodems bemonsterd. De eerste steekproef (nulmeting) vond plaats in 2018, met analyse van de monsters in 2019 op basis van de BLN-bodemindicatoren. In 2024 volgde een tweede steekproef; de resultaten van dit onderzoek worden eind dit jaar verwacht. Maar er zijn meer meetmomenten nodig voor het maken van een trendanalyse.
De resultaten van deze WUR onderzoeken worden meegenomen in de programmalijn Omgevingscondities van het Verbeterprogramma VHR Monitoring.
7
Op welke manier en door wie exact verzamelt de WUR de gegevens zoals gerapporteerd in de HR-rapportage van 2025? Is dat proces openbaar en inzichtelijk? Zo ja, waar? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
De rapportage is tot stand gekomen in een zorgvuldig proces. De databronnen voor de rapportage zijn heel divers. Voor de soorten zijn de NDFF en het NEM belangrijke bronnen, voor de habitattypen wordt onder andere geput uit habitattypenkaarten van de Natura 2000-gebieden, uit de Nederlandse Bosinventarisatie (NBI) en uit gegevens verzameld in het kader van de Kaderrichtlijn Water (KRW). Voor de verwerking van de gegevens werken experts van WEnR en WMR samen met het CBS en soortenorganisaties. In twee achtergrondrapporten is beschreven hoe de rapportage voor de periode 2019-2024 tot stand is gekomen. Er wordt uitgelegd hoe het proces verlopen is, welke data- en informatiebronnen zijn gebruikt en hoe deze zijn toegepast om een beoordeling uit te voeren van de staat van instandhouding van de habitattypen en de soorten. Deze documenten zijn te vinden via https://research.wur.nl/en/projects/habitatrichtlijnrapportage-wot-04-009-03404-2/publications/ en via https://www.natura2000.nl/rapportage-vogel-en-habitatrichtlijn.
8
Op welke raming van het aantal deelnemers en het gemiddelde subsidiebedrag was het oorspronkelijke budget voor de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) gebaseerd en hoe verhoudt de actuele deelname zich tot deze raming?
Antwoord
Zoals aangegeven in de Kamerbrief van 14 april 2026 (Kamerstuk 28973, nr. 298) is er budget beschikbaar voor maximaal 64.000 melkkoeien. Dit betreft ongeveer 4% van het aantal melkkoeien in Nederland. Tot en met 21 september 2026 zijn 42 aanvragen ingediend. Deze aanvragen hebben betrekking op 598 melkkoeien en 24.287 fosfaatrechten. Daarvan hebben zich tot op heden 15 aanvragers teruggetrokken, met 243 koeien en 9.7220 fosfaatrechten. Dat betekent dat op dit moment, minus de intrekkingen, 27 aanvragen actueel zijn. In totaal nemen deze 27 aanvragers met 355 koeien en 14.565 fosfaatrechten deel.
9
Welke concrete maatregelen worden, naast het verlengen van de openstellingsperiode, genomen om de inmiddels vastgestelde belemmeringen voor deelname aan de Sem weg te nemen? Op welke raming is de verwachting gebaseerd dat het doorschuiven van het budget tot een hogere benutting zal leiden, nu de minister van LVVN eerder heeft aangegeven dat niet kan worden ingeschat hoeveel extra aanvragen de verlenging zal opleveren?
Antwoord
De verlenging van de openstelling van de Sem sluit aan bij de aanpak van het kabinet om natuur te herstellen, weer ruimte te maken voor vergunningverlening en boeren te ondersteunen naar een toekomstbestendig bedrijf. De Sem, die melkveehouders ondersteunt die willen extensiveren, is één van de maatregelen waarmee het kabinet ondernemers helpt bij het nemen van maatregelen die bijdragen aan het verminderen van emissies.
Het is inderdaad niet in te schatten hoeveel aanvragen er gedurende de openstelling nog bij gaan komen. Het al dan niet deelnemen is namelijk een individuele ondernemersbeslissing waar verschillende factoren op van invloed zijn. Ik verwacht dat er melkveehouders zullen zijn die de langere openstellingsperiode zullen gebruiken voor de keuze om al dan niet deel te nemen aan de Sem. Het definitief aantal deelnemende melkveehouders zal na de sluiting van de openstelling bekend zijn.
Er zijn naast verlenging van de openstelling geen andere maatregelen mogelijk. Een oorzaak voor de beperkte deelname is het verschil tussen de marktprijs voor fosfaatrechten en de vergoeding die vanuit de Sem mogelijk is. Zoals ook in de antwoorden op Kamervragen van 19 augustus jl. (Aanhangsel handelingen II 2025/26, 2711; 2026Z15702 en Aanhangsel handelingen II 2025/26, 2712; 2026Z16685) is aangegeven is het gezien de noodzakelijke overeenstemming met het toepasselijke staatssteunkader niet mogelijk daar iets aan te doen.
10 Welke resultaten worden met de tot nu toe toegewezen aanvragen bereikt wat betreft het aantal deelnemende melkveehouders, het aantal door te halen fosfaatrechten en de reductie van ammoniak?
Antwoord
Zie voor het aantal deelnemende melkveehouders en het aantal door te halen fosfaatrechten het antwoord op vraag 8. Na sluiting van de openstellingsperiode kan op basis van het definitieve aantal deelnemers worden aangegeven wat de ammoniakreductie is.
11
Op welke momenten wordt de deelname aan en budgetbenutting van de Sem opnieuw beoordeeld, welke criteria worden daarbij gehanteerd en wat gebeurt er met de middelen wanneer ook na de verlengde openstelling sprake blijft van onderuitputting?
Antwoord
Na sluiting van de openstellingsperiode (27 januari 2027) van de Sem wordt bekeken hoeveel melkveehouders deelnemen aan de Sem. In de voorjaarsbesluitvorming zal worden bekeken of sprake is van onderuitputting en hoe de middelen op een andere manier kunnen worden besteed die bijdraagt aan het behalen van de stikstofdoelen.
12
Kan de regering aangeven hoe zij de continuïteit van de kennisfunctie van DierVizier in 2026 beoordeelt nu de eerdere projectfinanciering per 30 juni 2026 is geëindigd?
Antwoord
Het kennisplatform DierVizier is van grote waarde voor het ministerie van LVVN, mede omdat het belangrijk is dat gemeenten toegang hebben tot informatie over dierenwelzijnsvraagstukken die binnen gemeenten spelen. Om die reden heeft LVVN twee maal subsidie verleend voor zowel de opzet als de doorontwikkeling van het platform. Het ontwikkelen van een duurzaam financieringsmodel was onderdeel van de subsidievoorwaarden. In overleg met DierVizier is de eindtermijn van de huidige subsidieperiode met een half jaar verlengd, zodat het platform meer tijd heeft om dit financieringsmodel op te zetten. Daarnaast is LVVN met DierVizier in gesprek om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om het platform ook in 2027 (tijdelijk) financieel te ondersteunen.
13
Kan de regering aangeven in hoeverre zij het wenselijk acht dat gemeenten toegang hebben tot een onafhankelijk landelijk kennisplatform voor gemeentelijk dierenwelzijnsbeleid?
Antwoord
Het kennisplatform DierVizier is van grote waarde voor het ministerie van LVVN, mede omdat het belangrijk is dat gemeenten toegang hebben tot informatie over dierenwelzijnsvraagstukken die binnen gemeenten spelen. Om die reden heeft LVVN twee maal subsidie verleend voor zowel de opzet als de doorontwikkeling van het platform. Het ontwikkelen van een duurzaam financieringsmodel was onderdeel van de subsidievoorwaarden. In overleg met DierVizier is de eindtermijn van de huidige subsidieperiode met een half jaar verlengd, zodat het platform meer tijd heeft om dit financieringsmodel op te zetten. Daarnaast is LVVN met DierVizier in gesprek om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om het platform ook in 2027 (tijdelijk) financieel te ondersteunen.
14
Is de regering bereid om DierVizier voor 2026 een tijdelijke overbruggingsfinanciering te verstrekken om te voorkomen dat de opgebouwde landelijke kennisinfrastructuur, het gemeentelijke netwerk en de expertise verloren gaan? Zo ja, uit welke begrotingsmiddelen zou dit kunnen worden gefinancierd? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
Het kennisplatform DierVizier is van grote waarde voor het ministerie van LVVN, mede omdat het belangrijk is dat gemeenten toegang hebben tot informatie over dierenwelzijnsvraagstukken die binnen gemeenten spelen. Om die reden heeft LVVN twee maal subsidie verleend voor zowel de opzet als de doorontwikkeling van het platform. Het ontwikkelen van een duurzaam financieringsmodel was onderdeel van de subsidievoorwaarden. In overleg met DierVizier is de eindtermijn van de huidige subsidieperiode met een half jaar verlengd, zodat het platform meer tijd heeft om dit financieringsmodel op te zetten. Daarnaast is LVVN met DierVizier in gesprek om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om het platform ook in 2027 (tijdelijk) financieel te ondersteunen.
15
Kan de regering aangeven welke mogelijkheden er zijn om de financiering van DierVizier vanaf 2027 structureel te beleggen, bijvoorbeeld gezamenlijk door Rijk, gemeenten en andere betrokken partijen?
Antwoord
Het kennisplatform DierVizier is van grote waarde voor het ministerie van LVVN, mede omdat het belangrijk is dat gemeenten toegang hebben tot informatie over dierenwelzijnsvraagstukken die binnen gemeenten spelen. Om die reden heeft LVVN twee maal subsidie verleend voor zowel de opzet als de doorontwikkeling van het platform. Het ontwikkelen van een duurzaam financieringsmodel was onderdeel van de subsidievoorwaarden. In overleg met DierVizier is de eindtermijn van de huidige subsidieperiode met een half jaar verlengd, zodat het platform meer tijd heeft om dit financieringsmodel op te zetten. Daarnaast is LVVN met DierVizier in gesprek om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om het platform ook in 2027 (tijdelijk) financieel te ondersteunen.
16
Kan het kabinet bevestigen dat het in stand houden van het huidige Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten nog steeds het uitgangspunt van het kabinet is?
Antwoord
In 2021 is het convenant geëvalueerd door Deloitte (gedeeld met de Kamer in Kamerstuk 28286, nr. 1232). De conclusie is dat de afspraken in het convenant goed functioneren. Er zijn sindsdien in de uitvoeringspraktijk geen ontwikkelingen geweest die aanleiding geven om de in het convenant gemaakte afspraken nu te wijzigen. Zoals ik aangaf in de beantwoording van Kamervragen van het lid Den Hollander (VVD) op 29 juni jl. (Aanhangsel handelingen II 2025/26, 2412; 2026Z11494) richt ik mij, zolang de huidige wettelijke kaders gelden, op een zorgvuldige uitvoering daarvan, het minimaliseren van dierenleed en naleving van voorschriften en toezicht door de NVWA. Tegelijkertijd onderken ik dat over dit onderwerp maatschappelijk en politiek debat bestaat. Dat debat over de wenselijkheid en reikwijdte van de uitzondering voor religieuze slachtmethoden kan vanzelfsprekend in de Kamer worden gevoerd.
17
Kan de regering aangeven hoeveel het naar schatting zou kosten om de kennis, expertise, het netwerk en de ontwikkelde infrastructuur van DierVizier opnieuw op te bouwen indien de huidige voorziening zou worden beëindigd?
Antwoord
Het kennisplatform DierVizier is van grote waarde voor het ministerie van LVVN, mede omdat het belangrijk is dat gemeenten toegang hebben tot informatie over dierenwelzijnsvraagstukken die binnen gemeenten spelen. Om die reden heeft LVVN twee maal subsidie verleend voor zowel de opzet als de doorontwikkeling van het platform. Het ontwikkelen van een duurzaam financieringsmodel was onderdeel van de subsidievoorwaarden. In overleg met DierVizier is de eindtermijn van de huidige subsidieperiode met een half jaar verlengd, zodat het platform meer tijd heeft om dit financieringsmodel op te zetten. Daarnaast is LVVN met DierVizier in gesprek om te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om het platform ook in 2027 (tijdelijk) financieel te ondersteunen.
18
Hoe beoordeelt het kabinet het functioneren van het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten op dit moment?
Antwoord
In 2021 is het convenant geëvalueerd door Deloitte (gedeeld met de Kamer in Kamerstuk 28286, nr. 1232). De conclusie is dat de afspraken in het convenant goed functioneren. Er zijn sindsdien in de uitvoeringspraktijk geen ontwikkelingen geweest die aanleiding geven om de in het convenant gemaakte afspraken nu te wijzigen. Zoals ik aangaf in de beantwoording van Kamervragen van het lid Den Hollander (VVD) op 29 juni jl. (Aanhangsel handelingen II 2025/26, 2412; 2026Z11494) richt ik mij, zolang de huidige wettelijke kaders gelden, op een zorgvuldige uitvoering daarvan, het minimaliseren van dierenleed en naleving van voorschriften en toezicht door de NVWA. Tegelijkertijd onderken ik dat over dit onderwerp maatschappelijk en politiek debat bestaat. Dat debat over de wenselijkheid en reikwijdte van de uitzondering voor religieuze slachtmethoden kan vanzelfsprekend in de Kamer worden gevoerd.
19
Welke ontwikkelingen hebben zich sinds de evaluatie van Deloitte uit 2021 voorgedaan in de uitvoeringspraktijk van het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten?
Antwoord
In 2021 is het convenant geëvalueerd door Deloitte (gedeeld met de Kamer in Kamerstuk 28286, nr. 1232). De conclusie is dat de afspraken in het convenant goed functioneren. Er zijn sindsdien in de uitvoeringspraktijk geen ontwikkelingen geweest die aanleiding geven om de in het convenant gemaakte afspraken nu te wijzigen. Zoals ik aangaf in de beantwoording van Kamervragen van het lid Den Hollander (VVD) op 29 juni jl. (Aanhangsel handelingen II 2025/26; 2026Z11494) richt ik mij, zolang de huidige wettelijke kaders gelden, op een zorgvuldige uitvoering daarvan, het minimaliseren van dierenleed en naleving van voorschriften en toezicht door de NVWA. Tegelijkertijd onderken ik dat over dit onderwerp maatschappelijk en politiek debat bestaat. Dat debat over de wenselijkheid en reikwijdte van de uitzondering voor religieuze slachtmethoden kan vanzelfsprekend in de Kamer worden gevoerd.
20
Zijn er sinds de evaluatie uit 2021 knelpunten geconstateerd bij de uitvoering van het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten? Zo ja, welke?
Antwoord
Er zijn geen knelpunten geconstateerd bij de uitvoering van het Convenant.
21
Zijn er sinds de evaluatie uit 2021 vanuit de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), slachthuizen, religieuze organisaties of andere convenantspartijen verzoeken of voorstellen gedaan om de afspraken uit het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten te wijzigen? Zo ja, welke? Zijn er op dit moment concrete voornemens om het convenant of de uitvoering daarvan te wijzigen? Zo ja, welke?
Kan de regering uiteenzetten op welke wijze de NVWA momenteel toezicht houdt op het onbedwelmd slachten volgens religieuze riten?
Hoeveel NVWA-capaciteit wordt jaarlijks ingezet voor het permanente toezicht op onbedwelmd slachten volgens religieuze riten?
Is de aangekondigde modernisering van het NVWA-toezicht, waaronder meer risicogericht toezicht, systeemtoezicht en technologische innovatie, ook van toepassing op het toezicht op onbedwelmd slachten volgens religieuze riten?
Wordt overwogen om bij het toezicht op onbedwelmd slachten volgens religieuze riten af te wijken van permanente fysieke aanwezigheid van een toezichthouder?
Zo ja, welke alternatieve toezichtsvormen worden onderzocht? Welke gevolgen zouden de aangekondigde wijzigingen in het NVWA-toezicht kunnen hebben voor de uitvoering van het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten?
Kan de regering bevestigen dat wijzigingen in het toezicht die gevolgen hebben voor de uitvoering van het convenant vooraf worden besproken met de convenantspartijen? Op welke wijze worden religieuze organisaties betrokken bij eventuele wijzigingen in het toezicht of de uitvoering van het convenant? Op welke wijze wordt bij eventuele wijzigingen in het toezicht beoordeeld of het slachten volgens religieuze riten in de praktijk uitvoerbaar blijft? Welke waarborgen bestaan er om ervoor te zorgen dat bij wijzigingen in het toezicht zowel het dierenwelzijn als de vrijheid van godsdienst worden betrokken?
Antwoord
Met betrekking tot de evaluatie uit 2021: Er zijn geen voorstellen gedaan, maar ik ben wel met deze organisaties in gesprek over enkele technische aanbevelingen die Deloitte Consulting B.V. deed in haar evaluatie in 2021 ten aanzien van het Convenant onbedwelmd slachten volgens religieuze riten. Hierover bent u geĂŻnformeerd met (Kamerstuk 28 286, nr. 1232). De aanbevelingen zijn niet gericht op wijziging of aanscherping van de dierenwelzijnsnormen voor het onbedwelmd slachten.
Met betrekking tot het toezicht dat de NVWA momenteel houdt: De NVWA houdt tijdens de uitvoering van onbedwelmd slachten permanent toezicht door inzet van dierenartsen van de NVWA. In 2025 heeft de NVWA 956 uren toezicht gehouden op het onbedwelmd slachten volgens religieuze riten.
Met betrekking tot de aangekondigde modernisering: Zoals ik in mijn antwoord hierboven heb aangegeven, zal voor het onbedwelmd slachten volgens religieuze riten vooralsnog niet afgeweken worden van de geldende regelgeving en werkwijze in het toezicht.
Met betrekking tot de fysieke aanwezigheid van een toezichthouder: Nee, dit wordt niet overwogen ook al bestaat er een juridische uitzonderingsgrond in artikel 5.5f tweede lid van het Besluit houders van dieren.
Met betrekking tot alternatieve toezichtsvormen: Aangezien de convenantsafspraken goed functioneren zie ik geen noodzaak om alternatieve vormen van toezicht actief te onderzoeken
Met betrekking tot het convenant: Ik ben niet voornemens om dergelijke wijzigingen toe te passen op het toezicht op onbedwelmd slachten volgens religieuze riten. Uiteraard zullen eventuele wijzigingen die de uitvoering van het convenant raken vooraf worden besproken met de convenantspartijen. Hierbij blijft de inzet erop gericht om binnen de geldende huidige wettelijke kaders de aantasting van het dierenwelzijn zo veel mogelijk te beperken zoals ik al eerder aangaf (Aanhangsel handelingen II 2025/26; 2026Z11494).
22
Hoeveel aanvragen voor de Sem zijn op de meest recente peildatum ingediend, toegewezen, afgewezen en ingetrokken? Welk subsidiebedrag is met de toegewezen aanvragen gemoeid en welk percentage van het beschikbare budget is daarmee benut?
Antwoord
Tot en met 21 september zijn 42 aanvragen ingediend voor de Sem. Daarvan zijn op dit moment 15 aanvragen ingetrokken. Daarmee zijn er 27 actuele verleende aanvragen op 21 september 2026. Er is tot nu toe € 3.311.602,80 subsidie verleend. Het totale subsidiebudget bedraagt € 615.700.000 voor de Sem. Dit betekent dat er nog € 612.388.397,20 beschikbaar is. Het budget is dus voor 0,5% benut. In het antwoord op vraag 9 wordt nader ingegaan op de op dit moment nog beperkte deelname aan de Sem.
23
Voor hoeveel deelnemers aan de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties-plus (Lbv-plus) is de tweede deelbetaling later aangevraagd dan oorspronkelijk geraamd, welk bedrag staat hierdoor nog open en hoe zijn de doorgeschoven middelen over 2027, 2028 en 2029 verdeeld?
Antwoord
De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland maakt ieder jaar een raming van de middelen die nodig zijn om in een begrotingsjaar aan de financiële verplichtingen richting deelnemers aan de Lbv-plus te voldoen. Lopende het jaar vinden hierin mutaties plaats, niet alleen doordat ondernemers later dan geraamd hun tweede deelbetaling aanvragen, maar bijvoorbeeld ook doordat ze dit eerder doen dan geraamd, hun aanvraag intrekken, of hun verzoek tot subsidievaststelling eerder of later indienen dan geraamd. Al deze mutaties opgeteld resulteren uiteindelijk in een uitputting van de beschikbare middelen voor het betreffende begrotingsjaar die afwijkt van de raming. Door middelen door te schuiven naar volgende begrotingsjaren wordt geborgd dat er voldoende budget beschikbaar is om aan alle financiële verplichting richting deelnemers aan de Lbv-plus te voldoen. In 2027, 2028 en 2029 is respectievelijk € 98,3 mln., € 16,5 mln. en € 40,6 mln. beschikbaar voor de Lbv-plus. Dit is voldoende budget om aan alle financiële verplichtingen te voldoen.
24
Welke uitvoeringsproblemen hebben ertoe geleid dat bij de Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (Lvvp) in 2026 minder beschikkingen zijn afgegeven? Hoeveel beschikkingen waren oorspronkelijk voor 2026 geraamd en hoeveel zijn daadwerkelijk afgegeven?
Antwoord
De Landelijke verplaatsingsregeling veehouderijen met piekbelasting (Lvvp) bestaat uit twee modules. Module 1 betreft subsidie voor een haalbaarheidsonderzoek naar verplaatsing en module 2 betreft subsidie voor het daadwerkelijk verplaatsen van de veehouderij. Om de hoogte van de subsidie in het kader van module 2 van de Lvvp te bepalen dient een aanvrager taxatierapporten op te laten stellen. De vereisten voor deze rapporten zijn verwerkt in de regeling. Om aan de regeling te voldoen moeten taxateurs anders taxeren dan gebruikelijk. Dit verschil met de standaardwerkwijze heeft staatssteuntechnische redenen. Ondanks communicatie hierover heeft dit verschil er helaas toe geleid dat de aangeleverde taxatierapporten niet voldeden aan de vereisten regeling. Hierdoor konden geen beschikkingen worden afgegeven omdat er dan een risico zou ontstaan op ongeoorloofde staatssteun aan de veehouder die later teruggevorderd moet worden. Om dit probleem te verhelpen is er, na overleg met brancheorganisaties, een nieuwe en voor taxateurs duidelijkere taxatie-instructie opgesteld. Hiermee wordt verwacht dat de problemen rondom taxaties verholpen zijn.Gezien het vrijwillige karakter van de Lvvp, de sterk variërende subsidiebedragen en de langdurige openstellingstermijn is er geen raming beschikbaar met het aantal verwachte beschikkingen uitgesplitst per jaar. In 2026 zijn er tot 22 september jl. vier positieve beschikkingen afgegeven voor module 2 van de Lvvp. Voor het haalbaarheidsonderzoek (module 1) zijn er 93 aanvragen toegekend.
25
Kan worden toegelicht waarom een bedrag van 584,3 miljoen euro aan verplichtingenbudget naar 2027 wordt doorgeschoven, terwijl een bedrag van 180,7 miljoen euro aan kasuitgaven naar 2029 wordt verplaatst? Kan het nieuwe kas- en verplichtingenritme voor de jaren 2027 tot en met 2029 worden uitgesplitst?
Antwoord
Wegens een vertraagde openstelling en verlenging van de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (Sem) worden de beschikkingen in 2027 verplicht. Hierdoor is het verplichtingenbudget geheel naar 2027 geschoven. De extensivering geldt voor drie jaar, waardoor in 2029 ook beschikbaar budget nodig is. In de jaren 2027 tot en met 2029 dient ieder jaar een gelijk kasbudget beschikbaar te zijn.
26
Waardoor wordt 2,5 miljoen euro van de voor doelsturing gereserveerde middelen als gevolg van “bestuurlijke vertraging” niet meer in 2026 uitgegeven? Welke besluitvorming is vertraagd en blijft dit bedrag in latere jaren voor doelsturing beschikbaar?
Antwoord
Het budget voor doelsturingsonderzoek van het programma doelsturing valt in 2026 lager uit dan begroot. Dit heeft er onder andere mee te maken dat de oplevering van een aantal doelsturingsrapporten langer heeft geduurd dan aanvankelijk was gepland, door beschikbare onderzoekscapaciteit die begrensd is en een aantal projecten afhankelijk waren van besluitvorming van het ministerie van LVVN over de invulling van bedrijfsspecifieke emissienormen. Daarnaast was budget voorzien voor de governance rondom doelsturing en de opgeleverde KPI-kernset. De € 2,5 miljoen wordt daarom elders op de LVVN-begroting ingezet. Er resteert voor 2027 voldoende budget om deze plannen uit te voeren
27
Heeft het kabinet middelen voorzien voor een effectieve beheersingsaanpak van uitheemse invasieve rivierkreeften, zoals die met het programma Ontwikkeling Beheersingsaanpak Uitheemse Rivierkreeften door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur samen met betrokken partijen wordt ontwikkeld?
Antwoord
In 2025 heeft LVVN een subsidie van 400.000 euro aan de STOWA toegekend voor de verdere ontwikkeling van kennis als onderdeel van het afwegingskader uitheemse rivierkreeften voor een periode van vier jaar. Deze middelen kwamen voort uit de voorjaarsnota 2025. Daarnaast heeft LVVN 100.000 euro per jaar op de eigen begroting gereserveerd voor de ontwikkeling van een beheersingsaanpak uitheemse rivierkreeften.
28
Welk deel van de 7,9 miljoen euro die naar het Provinciefonds wordt overgeboekt voor de aanpak van invasieve exoten is bestemd voor de beheersing van uitheemse rivierkreeften? Indien hiervoor geen middelen zijn voorzien, uit welk budget wordt het programma Ontwikkeling Beheersingsaanpak Uitheemse Rivierkreeften gefinancierd?
Antwoord
Van de 7,9 miljoen euro is geen budget bestemd voor de beheersing van uitheemse rivierkreeften door provincies. Programma Ontwikkeling Beheersingsaanpak Uitheemse Rivierkreeften wordt gefinancierd uit gereserveerd budget uit eigen begroting van LVVN.
29
Hoe verhouden de genoemde bedragen van 6,5 miljoen euro voor invasieve waterplanten, 1,2 miljoen euro voor de wasbeer en 0,5 miljoen euro voor een exotenapp en centrale database zich tot de totale overboeking van 7,9 miljoen euro? Kan de besteding van het volledige bedrag worden uitgesplitst?
Antwoord
Bij de Decentrale Uitkering aan de provincies is op het totale beschikbare budget van 8,2 miljoen voor de aanpak van invasieve exoten een bedrag van 0,3 miljoen euro in mindering gebracht voor btw-compensatie. De genoemde bedragen tellen dus op tot deze 8,2 miljoen euro. De provincies hebben voor deze onderwerpen (invasieve waterplanten, wasbeer en exotenapp en centrale database) een voorstel ingediend bij het ministerie van LVVN. Dit voorstel van de provincies is een verdere uitwerking van onderdelen van het Provinciaal Ambitiedocument Invasieve Uitheemse Soorten uit 2024. Dit Provinciaal ambitiedocument beschrijft de opgave van de provincies voor een periode van vier jaar en is in het landelijk aanvalsplan invasieve exoten opgenomen en aan uw Kamer meegezonden bij aanbieding van het landelijk aanvalsplan in januari van dit jaar (Kamerstuk 26407, nr. 162). Voor de uitvoering van het Provinciaal ambitiedocument is in 2025 een bedrag van 7,6 miljoen euro (inclusief btw-compensatie) via Decentrale Uitkering overgemaakt. Dit geld wordt voornamelijk ingezet voor het volledig verwijderen van invasieve exoten waarvoor een eliminatiedoelstelling geldt. En in 2026 is in aanvulling hierop het bedrag van 8,2 miljoen euro (inclusief btw-compensatie) vrijgemaakt voor de aanpak invasieve waterplanten, de aanpak wasbeer langs de grens en de ontwikkeling van een landelijke exotenapp en centrale database door de provincies.
30
Welke gevolgen heeft het verlagen van het budget voor de aanpak kwetsbare watergebieden (beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden met een Kaderrichtlijn Water (KRW)-opgave voor de landbouw) van één miljard euro naar 800 miljoen euro in de jaren 2028 tot en met 2031 voor het behalen van de KRW-doelen?
Antwoord
Zoals in de kamerbrief Weer ruimte voor boer, natuur en bouw maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof van 26 juni (Kamerstuk-36800 XIV, nr. 87) gemeld, is er tot en met 2035 € 1 miljard gereserveerd voor kwetsbare watergebieden (beekdalen en grondwaterbeschermingsgebieden met een Kaderrichtlijn Water (KRW)-opgave voor de landbouw), dit bedrag is niet verlaagd. De horizon van de ontwerpbegroting 2027 reikt tot en met 2031. In de periode 2028 t/m 2031 is € 800 miljoen gereserveerd, daarna staat er ook in het jaar 2032 € 200 miljoen gereserveerd, waarmee het totaalbudget € 1 miljard blijft.