[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden

Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota)

Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden

Nummer: 2026D46387, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-10-12 15:22, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 37035 VII-4 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (VII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota).

Onderdeel van zaak 2026Z17111:

Onderdeel van zaak 2026Z20090:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


37 035 XXIII Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota)

Nr. 4 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 29 september 2026

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.

De vragen zijn op 21 september 2026 voorgelegd aan de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Bij brief van 25 september 2026 zijn ze door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties beantwoord.

Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.

De voorzitter van de commissie,

Kisteman

Adjunct-griffier van de commissie,

Honsbeek


Vraag 1:

Vraag:

Hoeveel meldingen zijn bij de Kiesraad en gemeenten binnengekomen over mogelijke onregelmatigheden bij het ronselen van volmachtstemmen?

Antwoord:

In Gorinchem is er aangifte gedaan vanwege vermoedens van ronselen van volmachtstemmen. Er zijn bij de Kiesraad geen andere gevallen van aangifte bekend bij de afgelopen gemeenteraadsverkiezingen.

Wanneer de Kiesraad vragen krijgt over ronselen, dan wordt de gemeente gewezen op de instructie waarin het handelingsperspectief van de gemeente wordt uiteengezet. GR26 Instructie handelingsperspectief vermoedens ronselen volmachten | Kiesraad.nl

Vraag 2:

Vraag:

In hoeveel gevallen hebben dergelijke meldingen geleid tot aangifte, onderzoek of nietigverklaring van stemmen?

Antwoord:

Zie hiervoor het antwoord op vraag 1.

Vraag 3:

Vraag:

Op welke wijze controleert u of gemeenten voldoende maatregelen nemen tegen het ronselen van volmachten?

Antwoord:

De gemeenten zijn verantwoordelijk voor de organisatie van de verkiezing in hun gemeenten. De Kiesraad functioneert in de praktijk als adviseur en vraagbaak voor gemeenten en verstrekt specifieke instructies aan gemeenten. Via de toolkit verkiezingen is op de website van de Kiesraad informatie over volmachten op te halen. In deze toolkit zijn hierover ook communicatiematerialen opgenomen. Het ministerie van BZK evalueert elke verkiezing met als doel om na te gaan welke verbeteringen in het verkiezingsproces nodig zijn. Naar aanleiding van een verkiezing worden verschillende onderzoeken uitgevoerd en evalueert ook de Kiesraad de verkiezingen uitgebreid. Uit deze evaluatie kan blijken dat er reden is om beleid en/of wet- en regelgeving aan te passen.

Vraag 4:

Vraag:

Hoeveel burgemeestersposten zijn momenteel vacant en hoelang staan deze vacatures gemiddeld open?

Antwoord:

Op peildatum 22 september 2026 zijn 39 burgemeestersvacatures vacant. Uit artikel 61 van de Gemeentewet volgt dat de minister van BZK bepaalt wanneer een vacature wordt opengesteld. Hierbij vertrouwt de minister in beginsel op het advies van de commissaris van de Koning (cvdK) dat gebaseerd is op overleg met de raad. Zo snel mogelijk na het vacant worden van de burgemeesterspost zal de cvdK met de gemeenteraad een procedure voor een kroonbenoemde burgemeester starten. Bij deze planning dient rekening te worden gehouden met de andere burgemeestersprocedures in de provincie en eventuele gemeenteraadsverkiezingen die het proces kunnen doorkruisen. Ook kan de minister van BZK, na overleg of op voorstel van de cvdK, die daarover de gemeenteraad hoort, beslissen dat een vacature in een gemeente voorlopig niet wordt opengesteld vanwege gemeentelijke herindeling of specifieke bestuurlijke omstandigheden.

Vraag 5:

Vraag:

Hoeveel gemeenten hebben momenteel een waarnemend burgemeester?

Antwoord:

Op peildatum 22 september 2026 hebben 40 gemeenten een waarnemend burgemeester.

Vraag 6:

Vraag:

Hoeveel waarnemend burgemeesters zijn langer dan één jaar in functie en wat zijn daarvoor de redenen?

Antwoord:

Op peildatum 22 september 2026 zijn 20 waarnemend burgemeesters langer dan één jaar in functie. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom waarnemend burgemeesters langer dan één jaar in functie zijn. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Aanloop naar gemeentelijke herindeling;

  • Specifieke bestuurlijke omstandigheden,

  • Gemeenteraadsverkiezingen (door de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2026, zijn er op dit moment relatief veel waarnemend burgemeesters (langere tijd) in functie)

  • De volgorde en planning van andere burgemeestersprocedures in de provincie.

Vraag 7:

Vraag:

Hoe vaak is in de afgelopen tien jaar een door een gemeenteraad aanbevolen kandidaat voor het burgemeesterschap niet door de regering voorgedragen voor benoeming?

Antwoord:

De minister van BZK ontvangt van de gemeenteraad een meervoudige aanbeveling met daarop twee kandidaten die de gemeenteraad voordraagt voor het burgemeestersambt in hun gemeente. Het is niet voorgekomen dat de minister van BZK afwijkt van deze meervoudige aanbeveling in zijn voordracht van de kandidaat aan de Koning.

Vraag 8:

Vraag:

Hoe vaak is in de afgelopen tien jaar bij een burgemeestersbenoeming afgeweken van de eerste voorkeur van de gemeenteraad?

Antwoord:

Het ministerie van BZK houdt hiervan geen centraal overzicht bij. Aangezien de eerste voorkeur van de gemeenteraad in een openbare raadsvergadering bekend wordt gemaakt, zijn de gevallen waarin een beroep is gedaan op de tweede aanbevolen kandidaat publiekelijk bekend. Het kan namelijk voorkomen dat een kandidaat in de tussenliggende periode zelf zijn of haar kandidatuur intrekt en er een beroep wordt gedaan op de tweede kandidaat op de aanbeveling.

Vraag 9:

Vraag:

Hoeveel burgemeesters zijn in de afgelopen vijf jaar voortijdig vertrokken vanwege een vertrouwensbreuk met de gemeenteraad?

Antwoord:

Het ministerie van BZK houdt hiervan geen centraal overzicht bij.

Vraag 10:

Vraag:

Welke ontwikkeling ziet u in het aantal kandidaten dat solliciteert op burgemeestersvacatures?

Antwoord:

In opdracht van het ministerie van BZK is in 2024 het rapport «Wie wil nog burgemeester worden» van onderzoekers Zahra Runderkamp en Simon Otjes verschenen. Aanleiding voor het onderzoek waren verschillende berichten dat het aantal sollicitaties op burgemeestersvacatures zouden dalen. Echter was hier nog geen systematisch onderzoek naar gedaan.

Het rapport leverde de volgende inzichten op:

  • Tussen 2001 en 2016 groeide het gemiddelde aantal sollicitaties van gemiddeld 13 sollicitanten per vacature naar gemiddeld 26 sollicitanten per procedure. Daarna loopt het aantal sollicitaties geleidelijk terug: van 26 in 2016 naar 20 in 2024. Verklaring die de onderzoekers hiervoor geven is de krapte op de arbeidsmarkt vanaf 2015 tot nu.

  • Daarnaast maakt de grootte van de gemeente uit: gemeenten met minder dan 40.000 inwoners trekken significant meer sollicitanten dan grotere gemeenten.

  • Ook maakt de aantrekkelijkheid van de gemeente uit voor het aantal sollicitaties: gemeenten zonder bestuurlijke problematiek en gemeenten met een ruim aanbod van recreatiemogelijkheden trekken meer sollicitanten.

Vraag 11:

Vraag:

Hoeveel sollicitanten per vacature hadden al eerder ervaring als burgemeester, wethouder, Kamerlid, gedeputeerde of gemeentesecretaris?

Antwoord:

Het ministerie van BZK houdt hiervan geen centraal overzicht bij. Daarbij is goed om te vermelden dat de minister van BZK geen zicht heeft op alle sollicitanten die op de burgemeestersvacature reageren. De selectie van kandidaten wordt namelijk gemaakt door de vertrouwenscommissie van de gemeenteraad in overleg met de commissaris van de Koning.

Vraag 12:

Vraag:

Hoeveel benoemde burgemeesters waren op het moment van hun benoeming lid van een politieke partij?

Antwoord:

In het jaarverslag van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties rapporteert de minister van BZK over het aantal en de verdeling van kroonbenoemde burgemeesters per 31 december van dat jaar. In het jaarverslag over 2025 wordt vermeld dat per 31 december 2025 92,2% van de kroonbenoemde burgemeesters lid was van een partij en 87,6% lid van een landelijke partij.

Ook wordt in opdracht van het ministerie van BZK het Staat van het Bestuur Dashboard uitgevoerd. Dit is een online, publieke database met gegevens over alle politieke ambtsdragers in Nederland. Daar wordt bijgehouden hoeveel procent van de waarnemend en kroonbenoemde burgemeesters is aangesloten bij een landelijke partij. Op peildatum 31 maart 2026 was 87% van de kroonbenoemde burgemeesters aangesloten bij een landelijke politieke partij.

Vraag 13:

Vraag:

Hoeveel benoemde burgemeesters waren op het moment van benoeming geen lid van een politieke partij?

Antwoord:

In het jaarverslag van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties rapporteert de minister van BZK over het aantal en de verdeling van kroonbenoemde burgemeesters per 31 december van dat jaar. In het jaarverslag over 2025 wordt vermeld dat per 31 december 2025 7,8% van de burgemeesters niet aangesloten was bij een partij. 4,6% van de burgemeesters was lid bij een lokale partij.

Ook wordt in opdracht van het ministerie van BZK het Staat van het Bestuur Dashboard uitgevoerd. Dit is een online, publieke database met gegevens over alle politieke ambtsdragers in Nederland. Daar wordt bijgehouden hoeveel procent van de waarnemend en kroonbenoemde burgemeesters is aangesloten bij een landelijke partij. Met het label «partijloos» wordt aangegeven hoeveel procent van het burgemeesterscorps niet is aangesloten bij een landelijke politieke partij, ofwel aangesloten is bij een lokale partij. Op peildatum 31 maart 2026 viel 13% van de kroonbenoemde burgemeesters onder dit label.

Vraag 14:

Vraag:

Bij hoeveel burgemeestersvacatures waren in de afgelopen vijf jaar minder dan vijf geschikte kandidaten beschikbaar?

Antwoord:

Het ministerie van BZK houdt hiervan geen centraal overzicht bij.

Vraag 15:

Vraag:

Hoeveel gemeenten hebben in de afgelopen vijf jaar aangegeven problemen te ervaren met het vinden van voldoende wethouders?

Antwoord:

Over deze periode, in het bijzonder na de gemeenteraadsverkiezingen van 2026, zijn nog geen onderzoeksgegevens beschikbaar. In het onderzoeksrapport ‘Kandidaat voor de raad’ van wetenschappers Boogers en Voerman uit 2023 is uitvoerig ingegaan op de rekrutering van wethouders van 2006 tot en met 2022 (het jaar van de voorlaatste gemeenteraadsverkiezingen). Het vinden van wethouderskandidaten is de lokale partijen en de afdelingen in 2022 nog betrekkelijk gemakkelijk afgegaan, maar wel minder eenvoudig dan in eerdere verkiezingsjaren. Meldde in 2018 nog circa 85% van hen dat zij voldoende kandidaten hadden kunnen vinden; vier jaar later was dat ruim 75%.

Vraag 16:

Vraag:

Hoeveel wethouders zijn in de afgelopen vijf jaar voortijdig vertrokken en wat waren daarvoor de meest voorkomende redenen?

Antwoord:

Het Staat van het Bestuur dashboard heeft voor de periode van 31-10-2022 tot en met 31-03-2026 gegevens bijgehouden over tussentijds vertrokken wethouders en de reden voor het vertrek. Voor die periode gaat het in totaal om 451 wethouders die tussentijds zijn vertrokken. De meest voorkomende redenen betreffen het verkrijgen van een andere politieke functie, politieke redenen en persoonlijke redenen.

Vraag 17:

Vraag:

Hoeveel rijksambtenaren zijn momenteel werkzaam bij de verschillende ministeries en hoe heeft dit aantal zich sinds 2020 ontwikkeld?

Antwoord:

Zie hieronder (tabel 1) de Fte-ontwikkeling rijksmedewerkers naar ministerie*, 2020-2026 (Q2)

Tabel 1
Jaar 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 (Q2)
AZ 420 432 453 498 512 528 539
BZ 2.955 3.069 3.185 3.465 3.542 3.547 3.546
BZK 11.397 11.833 12.288 13.445 14.912 14.005 14.462
EZK 7.712 8.325 9.671 10.772 11.535 11.379 11.747
Fin 31.568 33.198 34.909 36.842 39.294 40.388 40.077
IenW 13.655 14.080 14.397 15.443 16.369 16.377 16.252
JenV 31.137 31.936 33.233 34.842 36.803 38.661 39.067
LVVN 3.206 3.348 3.795 4.199 4.341 4.844 4.940
OCW 4.765 4.973 5.466 6.103 6.445 6.551 6.683
SZW 3.704 4.095 4.491 4.876 4.993 5.042 5.016
VWS 5.240 5.736 6.114 6.518 6.920 6.952 6.879
HCvS 1.587 1.676 1.804 1.871 1.968 2.030 2.058
Rechtspraak 8.098 8.432 8.570 8.967 9.386 9.712 9.896
Totaal Rijk 125.446 131.132 138.376 147.841 157.019 160.016 161.163

*Zie Inleiding JBR 2025 voor uitleg aangepaste organisatieomvang vanaf 2025, nieuw dataverwerkingssysteem en het effect hiervan in de tabel hierboven.

Organisatieomvang: ministeries, uitvoeringsorganisaties, Rechtspraak (enkel CAO Rijk), Hoge Colleges van Staat (enkel CAO Rijk) en uitzonderingen, inclusief enkele zbo’s zonder rechtspersoonlijkheid.

Bron: O&P Rijk.

Vraag 18:

Vraag:

Hoeveel externe medewerkers verrichten werkzaamheden die langer dan twee jaar duren?

Antwoord:

Er worden door het ministerie van Binnenlandse Zaken geen gegevens verzameld m.b.t. de werkzaamheden van externe medewerkers. Er zijn geen gegevens beschikbaar over hoeveel externen 2 jaar of langer beschikbaar zijn.

Vraag 19:

Vraag:

Hoeveel externen zijn langer dan vier jaar voor hetzelfde ministerie of dezelfde uitvoeringsorganisatie werkzaam?

Antwoord:

Zie hiervoor het antwoord op vraag 18

Vraag 20:

Vraag:

Bij hoeveel functies die door externen worden vervuld is sprake van structurele in plaats van tijdelijke werkzaamheden?

Antwoord:

Zie hiervoor het antwoord op vraag 18

Vraag 21:

Vraag:

Welke feiten en omstandigheden kunnen voor u reden zijn om af te wijken van de aanbeveling van een gemeenteraad?

Antwoord:

Het ministerie van BZK ontvangt van de gemeenteraad een meervoudige aanbeveling met daarop twee kandidaten die de gemeenteraad voordraagt als burgemeester in hun gemeente. Het is niet voorgekomen dat de minister van BZK afwijkt van deze meervoudige aanbeveling in zijn voordracht van de kandidaat aan de Koning. Artikel 61, zevende lid, van de Gemeentewet stelt dat de minister van BZK in zijn voordracht in beginsel de aanbeveling, met inbegrip van de daarop gehanteerde volgorde, volgt tenzij zwaarwegende gronden aanleiding tot afwijking geven. Een afwijking wordt gemotiveerd. Zwaarwegende gronden zijn bijzonderheden die uit de naslag van de AIVD of Belastingdienst zijn voortgekomen, of het niet ordentelijk verloop van de procedure met inachtneming de integriteit en de vertrouwelijkheid van de procedure. Over dit laatste laat de minister van BZK zich in de rapportage van de commissaris van de Koning over de procedure informeren.

Vraag 22:

Vraag:

Welke onderdelen van de burgemeestersprocedure worden door u zelfstandig getoetst nadat de gemeenteraad zijn aanbeveling heeft gedaan?

Antwoord:

De commissaris van de Koning (cvdK) ziet toe op een ordentelijk verloop van de benoemingsprocedure en doet hiervan verslag in een rapportage aan de minister van BZK. Op basis hiervan toetst de minister of aan de wettelijke vereisten van de procedure is voldaan. Aanvullend hierop laat de minister van BZK een naslag van de kandidaat doen bij de AIVD en de Belastingdienst. De uitslag hiervan wordt zelfstandig getoetst door de minister van BZK en besproken met de kandidaat, alvorens hij deze besluit voor te dragen aan de Koning.

Vraag 23:

Vraag:

Hoe vaak hebben gemeenteraadsleden in de afgelopen tien jaar de geheimhouding rond een benoemingsprocedure geschonden?

Antwoord:

Het ministerie van BZK houdt hiervan geen centraal overzicht bij. Daarbij is het goed om te vermelden dat in geval van vermoedens van schending van geheimhouding, de praktijk uitwijst dat het erg ingewikkeld is om deze vermoedens daadwerkelijk te bevestigen of te herleiden naar een specifieke betrokkene in de procedure.

Vraag 24:

Vraag:

Hoe vaak is in de afgelopen tien jaar een waarnemend burgemeester benoemd zonder dat de gemeenteraad vooraf over de persoon is geraadpleegd?

Antwoord:

De minister van BZK houdt hiervan geen centraal overzicht bij. In beginsel wordt de raad gehoord voordat de commissaris van de Koning in de waarneming voorziet. Bij het ministerie van BZK zijn geen voorbeelden bekend uit de afgelopen 10 jaar waar dit overleg niet tevoren heeft plaatsgevonden. Dit overleg behoeft overigens niet met de voltallige raad plaats te vinden. Uit de wetsgeschiedenis blijkt dat dit overleg ook met een afvaardiging van de gemeenteraad kan plaatsvinden, bijvoorbeeld met de fractievoorzitters van de politieke groeperingen uit de gemeenteraad.

Vraag 25:

Vraag:

Welke eisen gelden voor de wijze waarop de commissaris van de Koning de gemeenteraad betrekt bij de benoeming van een waarnemend burgemeester?

Antwoord:

Als de commissaris van mening is dat in het belang van de gemeente moet worden afgeweken van de normale regeling voor de waarneming (naar Artikel 77 van de Gemeentewet) van het burgemeestersambt voorziet de commissaris in de waarneming (Artikel 78 van de Gemeenwet). Het uitgangspunt van de wet is daarbij dat de commissaris van de Koning de raad hoort alvorens de commissaris overgaat tot het voorzien in de waarneming van het burgemeestersambt. Als eis geldt dus dat het horen van de raad in beginsel moet gebeuren voordat de commissaris overgaat tot het voorzien in de waarneming. De commissaris van de Koning heeft daarbij enige handelingsruimte; het hoeft niet te betekenen dat steeds de raad als geheel moet worden gehoord. In de kamerstukken is destijds aangegeven dat al naar gelang de omstandigheden daaronder ook worden kan verstaan dat (…) een delegatie van de raad wordt gehoord. (Kamerstukken II 19403, nr. 16, p. 33).

Vraag 26:

Vraag:

Hoeveel waarnemend burgemeesters zijn momenteel langer dan twee jaar in dezelfde gemeente werkzaam?

Antwoord:

Op peildatum 22 september 2026 zijn er drie waarnemend burgemeesters langer dan twee jaar werkzaam in dezelfde gemeente. Dit zijn de waarnemend burgemeesters van Terschelling, Wijdemeren en Zaltbommel. Voor Terschelling en Zaltbommel geldt dat de procedure voor een kroonbenoemde burgemeester recent van start zijn gegaan. Gemeente Wijdemeren heeft een waarnemend burgemeester in verband met de aankomende fusie met gemeente Hilversum per 1 januari 2027.

Vraag 27:

Vraag:

Wat is de langste huidige periode waarin een gemeente door een waarnemend burgemeester wordt bestuurd?

Antwoord:

Op peildatum 22 september 2026 is de langst zittende waarnemer de heer Roel Cazemier. Hij is sinds 2 januari 2024 waarnemend burgemeester van gemeente Terschelling. Op 27 augustus jl. is de vacature voor een kroonbenoemde burgemeester van Terschelling gepubliceerd in de Staatscourant. In het eerste kwartaal van 2027 is de installatie van de kroonbenoemde burgemeester van Terschelling voorzien.

Vraag 28:

Vraag:

Wordt bij de benoeming van staatsraden formeel of informeel rekening gehouden met de politieke achtergrond van kandidaten of met een bepaalde partijpolitieke spreiding? Zo ja, op welke wijze en op grond van welke criteria?

Antwoord:

Dit is niet het geval voor wat betreft de Afdeling bestuursrechtspraak. Wat betreft de staatsraden van de Afdeling advisering wordt gestreefd naar diversiteit in brede zin, waaronder die qua persoonlijke achtergrond, expertise, bestuurlijke, politieke en maatschappelijke ervaring.

Vraag 29:

Vraag:

Hoe wordt voorkomen dat het benoemingsproces leidt tot een zichzelf in stand houdende kring van voormalige politici, topambtenaren en vertegenwoordigers uit de gevestigde bestuurswereld?

Antwoord:

Deze vraag is voor wat betreft de Afdeling bestuursrechtspraak niet relevant. Voor wat betreft de staatsraden van de Afdeling advisering wordt gestreefd naar diversiteit in brede zin, waaronder die qua persoonlijke achtergrond, expertise, bestuurlijke, politieke en maatschappelijke ervaring. Deze (nagestreefde) diversiteit vloeit voort uit de benoemingsprocedure die is te vinden in (artikel 74 van) de Grondwet en de (artikelen 2 en 8 van de) Wet op de Raad van State in samenhang met het Procesregeling voor de aanbeveling voor benoeming van leden en staatsraden van de Raad van State - Raad van State. Voor de benoeming van de (drie) staatsraden van het Koninkrijk geldt een afwijkend regime. Zij worden aangedragen door de regeringen van de drie Caribische landen in het Koninkrijk en benoemd op voordracht van de rijksministerraad.

Vraag 30:

Vraag:

Welke waarborgen bestaan er om te voorkomen dat eerdere politieke functies of partijpolitieke betrokkenheid doorwerken in de advisering over wetsvoorstellen?

Antwoord:

De procedure voor de benoeming van staatsraden staat borg voor de onafhankelijke ambtsvervulling van staatsraden. Daarnaast zijn relevant de transparantie van de CV’s van leden en staatsraden, raadpleegbaar op de website: Leden en staatsraden - Raad van State. Verder zijn relevant de Gedragsregels voor staatsraden - Raad van State. Tot slot vinden met vaste regelmaat evaluaties van de adviserende rol van de Raad van State binnen de Afdeling advisering plaats.

Vraag 31:

Vraag:

Acht u het wenselijk dat een orgaan met grote invloed op wetgeving hoofdzakelijk achter gesloten deuren beraadslaagt en geen afzonderlijke meerderheids- en minderheidsstandpunten publiceert?

Antwoord:

Gesloten deuren zijn van groot belang voor de kwaliteit en onafhankelijkheid van de beraadslaging. De Afdeling stelt een advies vast als de meerderheid daarmee instemt. Volgens de wet hebben de leden recht op het uitbrengen van een minderheidsopinie ofwel ‘afzonderlijk advies’, dat dan ook wordt gepubliceerd. Sinds 1980 is dat zes keer voorgekomen, de laatste keer in 2003. Unanimiteit is (dus) niet vereist, maar dat is wel de norm en de praktijk. Het gaat om collegiale besluitvorming.

Vraag 32:

Vraag:

Bent u bereid te onderzoeken of bij in ieder geval principiële constitutionele adviezen afwijkende opvattingen of minderheidsstandpunten voortaan afzonderlijk openbaar kunnen worden gemaakt?

Antwoord:

Zie antwoord op vraag 31.

Vraag 33:

Vraag:

Kunt u een volledig overzicht geven van alle nationale coördinatoren en regeringscommissarissen die momenteel onder de verantwoordelijkheid van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) vallen, met per functionaris de wettelijke of bestuurlijke grondslag, het aantal medewerkers, de jaarlijkse kosten en de einddatum van de instelling?

Antwoord:

Hierbij treft u een overzicht van de gevraagde informatie:

Tabel 2
Functie Naam Wettelijke/bestuurlijke grondslag Aantal medewerkers Jaarlijkse kosten Einddatum instelling
Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme Rabin Baldewsingh Besluit Instelling Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme Volgens het Besluit heeft de NCDR «een bureau ter ondersteuning van de werkzaamheden en een budget dat toereikend is voor de toebedeelde taken», met middelen verstrekt door BZK. Het aantal medewerkers is gelijk aan 15. € 3,5 mln. apparaatsuitgaven begroot in 2026 1 januari 2030
Regeringscommissaris Omgevingswet Kars de Graaf Instellingsbesluit regeringscommissaris Omgevingswet 1 persoon (de regeringscommissaris), ondersteund door directie CZW. Ca. € 50 duizend aan apparaatsuitgaven. 1 januari 2029
Regeringscommissaris Hersteloperatie Groningen en Noord-Drenthe Henk Nijboer Instellingsbesluit regeringscommissaris hersteloperatie Groningen en Noord-Drenthe 1 persoon (de regeringscommissaris), ondersteund door de directie Herstel en Perspectief Groningen Ca. € 1 mln apparaatsuitgaven 17 april 2031

Vraag 34:

Vraag:

Welke concrete en meetbare resultaten heeft de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) sinds de instelling in 2021 bereikt, anders dan het uitbrengen van programma’s, adviezen, rapportages, bijeenkomsten en publiekscampagnes?

Antwoord:

De NCDR heeft met de programma’s en adviezen bijgedragen aan het versterken van de aanpak van discriminatie. De signalen die de NCDR met de diverse bijeenkomsten die hij heeft georganiseerd heeft opgehaald in de samenleving, gecombineerd met de kennis bij het bureau NCDR, hebben geleid tot adviezen en voorstellen voor nieuwe acties of voor versterkingen van lopend beleid. De lijst met versterkingen die bij de Nationale Programma’s tegen Discriminatie en Racisme 2022 en 2023 is gevoegd, is daar het resultaat van. Als concreet voorbeeld kan worden genoemd dat naar aanleiding van de voorstellen van de NCDR, de antidiscriminatievoorzieningen in het nieuwe stelsel een rol zullen krijgen bij het bieden van nazorg aan slachtoffers van discriminatie. Ook kunnen als voorbeelden worden genoemd de brief van de NCDR, samen met het College voor de rechten van de mens en de Staatscommissie tegen discriminatie en racisme, over het uitbreiden van de Algemene wet gelijke behandeling zodat ook al het overheidshandelen daaronder valt, die heeft geleid tot een intern door BZK uitgevoerd onderzoek en vervolgens een wetgevingsproces en voorstellen die hebben bijgedragen aan een versnelling van de Wijziging van de Rijksinkoopstrategie.

Vraag 35:

Vraag:

Hoeveel hebben de NCDR en het ondersteunende bureau sinds de instelling gezamenlijk gekost, uitgesplitst per jaar naar personeelskosten, externe inhuur, onderzoeken, communicatie, congressen en overige uitgaven?

Antwoord:

In het verkennend onderzoek van ABD-Topconsult (dat ten grondslag ligt aan de instelling van de NCDR) was het advies om voor de instelling van een NCDR een structureel meerjarig budget zeker te stellen van ca. € 5 mln. Hierin is gekozen voor een geleidelijke opbouw. Er is gestart met een budget in de orde van grootte van twee miljoen euro voor personele en materiele uitgaven in 2021. Voor 2022 is in het Coalitieakkoord Rutte IV het budget van de NCDR met € 0,5 mln opgehoogd naar € 2,5 mln per jaar structureel. Vervolgens is het budget in de voorjaarsnota 2023/2024 verhoogd naar ca. € 3,5 mln per jaar voor 2023 en 2024 en door het kabinet Schoof voor de periode 2025 ‒ 2029.Toegekende bedrag per jaar, bij benadering:

Tabel 3
2025 2024 2023 2022
Toegekend bedrag € 3.755.000,00 € 3.753.000,00 € 3.507.000,00 € 2.003.000,00

De NCDR is eind 2021 opgericht. Dat betekent dat het onderstaande overzicht start met 2022. In 2022, 2023, 2024 en 2025 zijn de volgende bedragen uitgegeven:

Tabel 4
2025 2024 2023 2022
personeelskosten € 2.138.838,00 € 2.360.134,00 € 2.271.030,47 € 932.629,00
externe inhuur: € 163.940,00 € 24.017,00 € 96.980,00 € 151.622,00
onderzoeken: € 31.515,00 € 57.378,00 € 57.213,00 € 31.882,00
communicatie: € 42.203,00 € 123.311,00 € 79.890,41 € 110.506,00
congressen: € 605.188,00 € 635.310,00 € 511.831,00 € 123.060,00
overige uitgaven: € 434.868,00 € 477.829,17 € 293.002,12 € 118.556,00
Totaal Uitgaven € 3.416.552,00 € 3.677.979,17 € 3.309.947,00 € 1.468.255,00

Vraag 36:

Vraag:

Welke taken van de NCDR worden niet reeds uitgevoerd door het ministerie van BZK, het College voor de Rechten van de Mens, de Nationale ombudsman, antidiscriminatievoorzieningen, Discriminatie.nl of de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme?

Antwoord:

De NCDR heeft als regeringscommissaris een bijzondere plek in het stelsel van adviseurs op het terrein van de aanpak van discriminatie. Anders dan het ministerie van BZK, maakt de NCDR geen wetgeving of beleid. Het College voor de rechten van de mens, de Nationale ombudsman en de antidiscriminatievoorzieningen (Discriminatie.nl is de brancheorganisaties van de antidiscriminatievoorzieningen) zijn organisaties die klachten van individuele burgers in behandeling nemen of hen daarin bijstaan. Op basis van die ervaringen en hun eigen expertise, publiceren zij daarover ook rapporten en adviezen aan de overheid. De staatscommissie was een tijdelijke commissie, ingesteld door een van mijn ambtsvoorgangers op verzoek van de Tweede Kamer, voor wetenschappelijk onderzoek naar discriminatie en racisme. De NCDR heeft tot taak om de overheid aan te jagen, de voortgang van de aanpak van discriminatie en racisme te bewaken en maatschappij en overheid met elkaar te verbinden. De NCDR heeft een uitgebreid netwerk bij maatschappelijke organisaties en burgers. De NCDR is onderdeel van het ministerie van BZK, maar staat tegelijkertijd op afstand van het ministerie. Daarmee kan de NCDR een brugfunctie vervullen tussen alle partijen.

Vraag 37:

Vraag:

Wanneer en aan de hand van welke vooraf vastgestelde, meetbare criteria wordt beoordeeld of de NCDR aantoonbare toegevoegde waarde heeft en of voortzetting van deze functie nog noodzakelijk is?

Antwoord:

De NCDR is initieel ingesteld voor een periode van drie jaar. Op 14 juni 2024 is de Tweede Kamer bericht dat het mandaat van de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) is verlengd tot 1 januari 2026 opdat het volgende kabinet een gedegen besluit kon nemen over verlenging van de NCDR (Kamerstukken II 2023/34, 30950, nr. 409). Om tot dat besluit te komen, heeft Regioplan een evaluatie uitgevoerd van het functioneren van de NCDR tot nu toe in het licht van rollen en taken en naar eventuele knelpunten die bij een verlenging geadresseerd kunnen of moeten worden. Dat rapport is op 25 oktober 2024 aan uw Kamer gezonden (Kamerstukken II 2024/25, 30950, nr. 425). Uit het de evaluatie volgt dat de NCDR heeft geleid tot een versnelling in de aanpak van discriminatie en racisme en heeft bijgedragen aan meer besef van urgentie voor de aanpak van discriminatie en racisme. Naar aanleiding van de evaluatie heeft het toenmalige kabinet besloten om de NCDR te verlengen tot 1 januari 2030, maar wel de principale taak van de NCDR te wijzigen van het opstellen van een voorstel voor een Nationaal programma tegen discriminatie en racisme naar het geven van adviezen. Het instellingsbesluit wordt daar momenteel op aangepast. Vervolgens is in het regeerakkoord van het huidige kabinet opgenomen dat de NCDR wettelijk verankerd wordt. Ook dat is in voorbereiding.

Vraag 38:

Vraag:

Onder welke concrete omstandigheden bent u bereid een nationale coördinator of regeringscommissaris op te heffen wanneer doelstellingen niet worden bereikt, werkzaamheden grotendeels bestaan uit adviseren en agenderen of sprake is van overlap met bestaande overheidsorganisaties?

Antwoord:

Bij de instelling van een nationale coördinator of regeringscommissaris worden de opdracht, verantwoordelijkheden en, waar relevant, de looptijd vastgesteld. Ik beoordeel periodiek of de functie nog nodig en doelmatig is. Daarbij betrek ik onder meer de mate waarin de doelstellingen worden bereikt, de meerwaarde van de functie, de eventuele overlap met bestaande overheidsorganisaties en de maatschappelijke en politieke context op dat moment. Er geldt hierbij geen generieke opheffingsgrond; de afweging vindt plaats op basis van de specifieke opdracht en omstandigheden.

Vraag 39:

Vraag:

Hoeveel middelen vanuit het coalitieakkoord komen dit jaar al tot besteding voor de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD)?

Antwoord:

Er zijn geen middelen uit het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ van kabinet Jetten die dit jaar tot besteding komen voor de AIVD. Deze extra investering komt vanaf 2027 bij de AIVD ten goede aan de bescherming van de nationale veiligheid. Het betreft € 25 mln. in 2027, oplopend tot € 50 mln. structureel vanaf 2030.

Vraag 40:

Vraag:

Waaruit bestaat de verhoging van de subsidie voor politieke partijen met 805.000 euro en hoe wordt dit bedrag over de politieke partijen verdeeld? (Blz. 5)

Antwoord:

De verhoging van € 805.000 betreft de loon- en prijsontwikkeling (LPO) van de subsidie voor politieke partijen. Jaarlijks kunnen politieke partijen subsidie aanvragen op grond van de Wet financiering politieke partijen (Wfpp). De hoogte van de subsidie is afhankelijk van het aantal Kamerzetels, het aantal leden en de aangewezen neveninstellingen van de partij (artikel 8 Wfpp). De wettelijk vastgelegde subsidiebedragen worden jaarlijks met een percentage verhoogd als compensatie voor de LPO. De verhoging heeft daarmee dezelfde verdeling als de bestaande subsidiebedragen voor politieke partijen, zoals opgenomen in de Wfpp.

Vraag 41:

Vraag:

Waarom wordt de subsidie aan ProDemos met 318.000 euro verlaagd en welke activiteiten worden daardoor verminderd of beëindigd? (Blz: 5 )

Antwoord:

Hoewel de optelsom van het voorgaande (-500+182) ‒ 318.000 euro bedraagt, is er geen sprake van verlaging van de subsidie. Naar aanleiding van amendement Sneller-Meulenkamp en de continuering van het amendement Sneller ontvangt ProDemos in 2026 € 2,5 mln. extra middelen. Voor deze aanvullende subsidie maakt BZK gebruik van 80% bevoorschotting. De resterende 20% van het budget, 500.000 euro, is in het juiste ritme gezet en middels kasschuif overgeheveld van 2026 naar 2028, het jaar waarin de subsidie wordt afgerekend. Hierdoor wordt het budget in 2026 met 500.000 in mindering gebracht. Daarnaast ontvangt ProDemos in 2026 182.000 euro uit de aanvullende subsidie voor de verbouwing van hun locatie aan de Hofweg. Deze twee mutaties zorgen er gezamelijk voor dat er in 2026 een reductie van ‒ 318.000 te zien is.

Vraag 42:

Vraag:

Kunt u de totale uitgaven aan antidiscriminatie op artikel 1 uitsplitsen naar subsidieontvanger, opdracht, project, bedrag en looptijd? (Blz: 5 t/m 6)

Antwoord:

Een deel van de uitgaven (subsidies en opdrachten) is verstrekt voor werkzaamheden die ondersteunend zijn aan lopende wetstrajecten. Op dit moment betreft dat vooral de voorbereidende werkzaamheden ten behoeve van de wijziging van het stelsel van antidiscriminatievoorzieningen, zoals genoemd in het Coalitieakkoord (invoeren wet Bijstand bij Discriminatie).

Tabel 5
Doel Budget voor beschreven periode Periode
NCDR
Financiering van het (bureau) van de NCDR 3,5 mln Jaarlijks
Bijdrage aan de organisatie van het UNESCO Global Forum against Racism and Discrimination op 28 en 29 oktober 2026 0,5 mln 2026
Landelijke discriminatiemeldingen en gemeentelijk beleid
Campagne om de meldingsbereidheid te verhogen 2,7 mln. 2026-2027
Financiering van de stichting voor de ADV BES 0,4 mln Jaarlijks
Subsidie aan discriminatie.nl voor het bijdragen aan het tot stand brengen van een landelijke antidiscriminatievoorziening 1,5 mln 2024-2026
Een opdracht aan Rijksconsultants voor ondersteuning bij het tot stand brengen van een landelijke ADV 0,5 mln 2025-2026
Subsidies voor het rapporteren van de jaarlijkse anti-discriminatiecijfers van instanties met een wettelijke of officiële taak aan discriminatie.nl en Stichting Expertisecentrum Discriminatie 0,1 mln 2026
Subsidie aan discriminatie.nl voor zicht op discriminatie middels een dashboard 1 mln 2025-2027
Decentralisatieuitkering voor preventie van discriminatie 2,5 mln 2026-2027
Subsidie aan de VNG voor het bevorderen van coördinatie en samenhang voor gemeenten in het antidiscriminatiebeleid van het Rijk 0,25 mln 2024-2026
Subsidie aan Movisie om een impuls te geven aan het lokaal antidiscriminatiebeleid 0,35 mln 2026-2028
Opvolging discriminatietoets
Opdracht aan het ICTU voor de begeleiding van organisaties bij de discriminatietoets publieke dienstverlening bij het Rijk 4,2 mln 2026-2030
Een subsidie aan de VNG voor de uitvoering van de discriminatietoets publieke dienstverlening bij gemeenten 0,4 mln 2026-2027
Overig
Subsidie aan de Universiteit van Amsterdam voor een geschiedkundig onderzoek naar de LHBTI emancipatie in Nederland 1,3 mln 2026-2029
Subsidie aan Movisie voor de aanpak van antisemitisme 0,1 mln 2026

Vraag 43:

Vraag:

Waarom wordt het subsidiebudget voor «Versterken rechtsstaat» met 1,477 miljoen euro verlaagd tot slechts € 23.000, terwijl het opdrachtenbudget voor hetzelfde beleidsdoel met 542.000 euro stijgt? (Blz. 6)

Antwoord:

Het ministerie heeft geconcludeerd dat het uitzetten van opdrachten, bijvoorbeeld in de vorm van een onderzoek meer bijdraagt aan de te behalen beleidsdoelen dan het verlenen van een subsidie. Om die reden is besloten meer budget beschikbaar te stellen op een ander instrument. Daarnaast is gebleken dat niet alle uitgaven in 2026 gedaan kunnen worden en zich pas in 2027 voordoen. Om die reden is een kasschuif gedaan, zodat de middelen in latere jaren beschikbaar zijn en daarmee in het juiste kasritme staat.

Vraag 44:

Vraag:

Hoe wordt voorkomen dat gesubsidieerde organisaties met middelen voor antidiscriminatie partijpolitieke activiteiten verrichten of eenzijdige politieke standpunten uitdragen? (Blz. 6)

Antwoord:

Subsidie wordt verleend voor een specifieke activiteit of activiteiten die ondersteunend zijn aan de beleidsinzet, zoals de vormgeving van de landelijke antidiscriminatievoorziening of het beter inzicht krijgen in meldingen van discriminatie. In de subsidiebeschikking worden voorwaarden gesteld aan de uitvoering van deze activiteit(en). Na afloop van de subsidietermijn ontvangt BZK een verantwoording van de subsidieontvanger. In deze verantwoording staat beschreven op welke manier de activiteiten zijn uitgevoerd en hoe dat heeft bijgedragen aan het doel van de subsidie. Als blijkt dat deze activiteiten niet in lijn zijn met het doel wordt het subsidie bedrag (gedeeltelijk) teruggevorderd.

Vraag 45:

Vraag:

Welke activiteiten worden in 2026 gefinancierd uit de begrotingspost 'Leiderschap, diversiteit en inclusie'? (Blz. 10 t/m 11)

Antwoord:

Hieronder vallen o.a. de volgende rijksbrede activiteiten: de organisatie van de training om objectieve werving en selectie te bevorderen, de ontwikkeling en uitvoering van de inclusiemonitor (personeelsonderzoek), deelname aan de Barometer culturele diversiteit van het CBS, ondersteuning bij de uitvoering van de verplichtingen onder de Wet Banenafspraak, cross mentoringprogramma en IT hostingskosten voor een online kennisdelingsplatform.

Vraag 46:

Vraag:

Welke externe organisaties of opdrachtnemers ontvangen middelen uit de begrotingspost «Leiderschap, diversiteit en inclusie» en om welke bedragen gaat het? (Blz. 10 t/m 11)

Antwoord:

Het CBS voor de Barometer culturele diversiteit (€ 23.000), juridische ondersteuning bij privacyaspecten voor de inclusiemonitor (€ 19.360) en het online kennisdelingsplatform (€ 8.900).

Vraag 47:

Vraag:

Welk deel van deze middelen wordt besteed aan trainingen, adviesbureaus, bewustwordingsprogramma’s, personeelscampagnes en onderzoek? (Blz. 10 t/m 11)

Antwoord:

De kosten gerelateerd aan trainingen bedragen ongeveer € 50.100 (interne kosten), de kosten voor juridische ondersteuning (extern adviesbureau) bedragen € 19.360 (zie ook het antwoord op vraag 46).

Vraag 48:

Vraag:

Welke organisaties ontvangen in 2026 gezamenlijk 10,299 miljoen euro voor maatschappelijke initiatieven rond het slavernijverleden, en hoeveel ontvangt iedere organisatie? (Blz. 12)

Antwoord:

Hieronder een overzicht van de organisaties die in 2026 subsidie hebben ontvangen voor maatschappelijke initiatieven rond het slavernijverleden, onderverdeeld in Subsidieregeling Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor Europees Nederland (SUMSNL) en subsidieregeling Maatschappelijke initiatieven trans-Atlantisch slavernijverleden voor het Caribisch deel van het Koninkrijk (SUMSC).

Tabel 6
Regeling Aanvrager Subsidiebedrag verleend (in EUR voor SUMSNL)
SUMSNL Stichting Cultural Bridges € 102.535
SUMSNL Buddy Film Foundation € 124.861
SUMSNL Comité 30 Juni ‒ 1 Juli Den Haag € 499.188
SUMSNL Kleur de Kamer € 111.835
SUMSNL Miniatuur Museum Amsterdam € 99.348
SUMSNL stichting Afrique Magique € 433.444
SUMSNL Stichting Ashnan € 105.679
SUMSNL Stichting Biblionef Nederland € 196.196
SUMSNL Stichting Community Plus € 484.541
SUMSNL Stichting Education, Wellbeing and Care Caribbean € 97.093
SUMSNL Stichting Elance € 124.126
SUMSNL Stichting Embrace € 92.823
SUMSNL Stichting Golden Cage € 38.377
SUMSNL Stichting Green Meal Initiative (GMI) € 48.875
SUMSNL Stichting Keep It Real € 122.224
SUMSNL stichting Keti Koti Haarlem € 31.776
SUMSNL Stichting Multicultureel Tilburg € 27.341
SUMSNL Stichting Nos Diaspora € 94.818
SUMSNL Stichting Productiehuis Noord € 376.354
SUMSNL Stichting Regionaal Opleidingencentrum van Amsterdam - Flevoland € 471.703
SUMSNL Stichting Rol € 63.400
SUMSNL Stichting Sankofa € 120.823
SUMSNL Stichting Strength By Unity € 61.812
SUMSNL Stichting Toon Beeld € 499.430
SUMSNL Stichting Urban Skillsz € 342.492
SUMSNL Stichting Vrienden Westfries Museum € 420.118
SUMSNL Stichting Walk-talk € 120.910
SUMSNL Unbound Voices € 370.611

Sumssc overzicht (USD)

Tabel 7
Regeling Aanvrager Subsidiebedrag verleend (USD voor SUMS-C)
SUMSC Art Rap Foundation USD 119.312,00
SUMSC Caribbean Education and Culture Foundation USD 115.419,00
SUMSC Faith - Works Ministries USD 102.679,00
SUMSC Fundashon Kòrsou Habrí USD 123.921,00
SUMSC Go Cultura Foundatiom USD 58.995,00
SUMSC Impact Hub Aruba Foundation USD 495.974,00
SUMSC Inspira Canvas Foundation USD 102.925,00
SUMSC Ken Ta mi Tata Foundation USD 101.775,00
SUMSC Lead by Design Foundation USD 124.980,00
SUMSC Lumina Foundation Aruba USD 112.125,00
SUMSC Mental Health Caribbean USD 122.548,00
SUMSC MpowerMen Foundation Curacao USD 207.107,00
SUMSC Nexa Foundation USD 124.773,00
SUMSC Stg. Building Bridges Saving Lives USD 101.900,00
SUMSC stichting Kakiña Curaçao USD 97.341,00
SUMSC Stichting Kura Hulanda Museum USD 124.990,00
SUMSC Sunrise City Coconut Collective USD 124.025,00
SUMSC Turtuga entertainment and art stichting USD 124.391,00
SUMSC 721 Kids Foundation USD 21.844,00
SUMSC art agency foundation USD 24.966,00
SUMSC CaribLens Creations Foundation USD 24.725,00
SUMSC Council of Culture and Artistic Expression USD 24.924,00
SUMSC Curaçaosche Kunstkring USD 24.741,00
SUMSC Federashon Plataforma na Interes di e pueblo bandabou USD 24.999,00
SUMSC Freedom Fighters Musical and Cultural Foundation USD 24.999,00
SUMSC Freegan Food Foundation USD 24.567,00
SUMSC Fundashon Chikitin USD 24.955,00
SUMSC Fundashon Dulce Maria USD 5.819,00
SUMSC Fundashon Elia Isenia USD 24.960,00
SUMSC Fundashon Instituto Splikami USD 23.805,00
SUMSC Fundashon Nos Kousa USD 24.955,00
SUMSC Gateway to Success Foundation USD 24.877,00
SUMSC Hearts United Holistic Care Foundation USD 24.994,00
SUMSC Kolektivo Curaçao Foundation USD 23.948,00
SUMSC Lets Talk Foundation USD 24.999,00
SUMSC Nexa Foundation USD 24.999,00
SUMSC Nos Rais USD 24.132,00
SUMSC Protect NextGen from Scars to Stars Foundation USD 21.534,00
SUMSC Sint Maarten Dreams Foundation USD 16.154,00
SUMSC SINT MAARTEN NATIONAL HERITAGE FOUNDATION - MUSEUM USD 23.666,00
SUMSC Stichting Excellente USD 18.561,00
SUMSC stichting Jongeren en Toekomst USD 11.440,00
SUMSC stichting Kakiña Curaçao USD 24.033,00
SUMSC Stichting Kombinashon Moderno USD 14.260,00
SUMSC Stichting lezen en schrijven Bonaire USD 24.725,00
SUMSC Stichting Mangusá USD 18.607,00
SUMSC Stichting Manumit USD 24.950,00
SUMSC Stichting Plataforma Nacional Herencia di Sclavitud na Aruba USD 24.999,00
SUMSC Stichting Standbeeld mr. dr. Moises Frumencio da Costa Gomez USD 21.818,00
SUMSC Stichting Teatro KadaKen USD 24.981,00
SUMSC Stichting UBUNTU USD 24.731,00
SUMSC Stichting-Rayo Di Arte Boneiru USD 24.999,00
SUMSC Sunrise City Coconut Collective USD 24.651,00
SUMSC Wintertuin Curaçao USD 24.201,00

De overall cijfers voor 2026 tot dusver zijn daarnaast als volgt:

Tabel 8
Aanvraagtijdvak Subsidieregeling Beschikbaar budget Aangevraagd subsidiebedrag Verleend subsidiebedrag
Cat. 1 tijdvak 2 SUMS-C € 900.000
Cat. 2 tijdvak 1 SUMS-C € 2.190.000 USD 1.134.345 USD 816.518
Cat. 3 tijdvak 1 SUMS-C € 5.110.000 USD 7.059.651 USD 1.782.099
Cat. 3 tijdvak 1 SUMS-NL € 3.500.000 € 17.380.540 € 1.588.656
Cat. 4 tijdvak 1 SUMS-C € 7.873.333 USD 37.268.104 USD 703.081
Cat. 4 tijdvak 1 SUMS-NL € 6.333.333 € 51.583.632 € 4.094.077

Vraag 49:

Vraag:

Hoeveel van de 8,199 miljoen euro voor het Herdenkingscomité Slavernijverleden wordt besteed aan personeel, huisvesting, communicatie, evenementen en externe inhuur? (Blz. 12)

Antwoord:

In het lopende jaar is € 1.822.500,- besteed aan personeelskosten, waarvan € 375.000,- aan externe inhuur. Huisvesting bedroeg € 160.800,-. Communicatie bedroeg € 1.200.000,- . De evenementskosten bedroegen het resterende bedrag van € 5.015.700,-. De uitgaves vanuit de post «evenementen» zijn conform de statuten en het beleidsplan.

Vraag 50:

Vraag:

Welke concrete onderzoeken worden betaald uit de 951.000 euro voor het onderzoeksprogramma en wie voeren deze onderzoeken uit? (Blz. 12)

Antwoord:

In samenwerking met Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA (onderdeel van de NWO) en nazaten van tot slaaf gemaakten wordt gewerkt aan de uitwerking van een onderzoeksubsidie. De regeling stelt onderwijsinstellingen eind 2027 in staat om op laagdrempelige wijze praktijkgericht onderzoek uit te voeren naar vraagstukken die raken aan het slavernijverleden en de doorwerking daarvan in het heden.

Vraag 51:

Vraag:

Waarvoor is de post van 125.000 euro voor «Bewustwording, betrokkenheid en doorwerking» bestemd en wie ontvangt deze middelen? (Blz. 12)

Antwoord:

In het kader van het praktijkgericht onderzoeksprogramma worden vier opdrachten verstrekt aan organisaties van nazaten van tot slaaf gemaakten om te komen tot inhoudelijke themabepaling en netwerkanalyse binnen hun gemeenschappen. Te weten de Marron, Inheems, Afro-caribisch en Afro-Surinaams.

Vraag 52:

Vraag:

Waarom worden de mutaties op artikel 14 niet inhoudelijk toegelicht, terwijl daarbinnen een nieuwe opdracht van 125.000 euro wordt opgevoerd? (Blz. 12)

Antwoord:

Voor elk artikel geldt een bedrag als ondergrens (staffel) om mutaties toe te lichten, zoals voorgeschreven in de Rijksbegrotingsvoorschriften en opgenomen in de leeswijzer van de suppletoire begroting september 2026 BZK (VII). De ondergrens voor artikel 14 betreft € 1 mln. Daarom wordt deze mutatie op het opdrachtenbudget voor Bewustwording, betrokkenheid en doorwerking in de suppletoire begroting september niet toegelicht. De mutatie van € 125.000 betreft een reallocatie van middelen van het budget «Diverse bijdragen» naar het opdrachtenbudget 'Bewustwording, betrokkenheid en doorwerking'.

Vraag 53:

Vraag:

Welke formatieve groei van het ministerie van BZK ligt ten grondslag aan de stijging van de uitgaven voor eigen personeel met 13,378 miljoen euro? (Blz. 17)

Antwoord:

Dit betreft hoofdzakelijk de bijdrage van de SSO's en agentschappen ter financiering van de dienstverlening HRM advies en P-ondersteuning 2026 die door BZK geleverd wordt aan deze onderdelen (ca. € 12 mln.). Daarnaast is er ook sprake van loon- en prijsbijstelling. Dit betreft geen formatieve groei, maar de jaarlijkse bekostiging van bestaande BZK-dienstverlening.

Vraag 54:

Vraag:

Waarom stijgen de uitgaven aan externe inhuur met 5,184 miljoen euro tot 139,297 miljoen euro? (Blz. 17)

Antwoord:

Om ervoor te zorgen dat externe inhuur afneemt, vindt op een aantal plekken ook verambtelijking plaats. De toename van de externe inhuur is onder meer het gevolg dat bij een enkel organisatieonderdeel de verambtelijkingsopgave achterblijft, waardoor er budget gerealloceerd wordt van eigen personeel naar inhuur externen. Daarnaast betreft deze ophoging ook voor een deel kortlopende specifieke taken waar externe inhuur voor nodig is en reguliere doorverdeling van loonbijstellingsbudgetten.

Vraag 55:

Vraag:

Welk percentage van de totale personele uitgaven van het ministerie van BZK bestaat na deze wijziging uit externe inhuur? (Blz. 17)

Antwoord:

Met deze wijziging wordt het percentage externe inhuur ten opzichte van de totale personele uitgaven 21,4%. Dit betreft alleen percentage voor het kerndepartement van BZK en enkele uitvoeringsorganisaties die op dit begrotingsartikel staan opgenomen. Hierbij is op te merken dat de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) hier één van de uitvoeringsorganisaties is. Bij NCG is sprake van een uitvoeringsorganisatie met een tijdelijke en unieke opgave, waarbij de externe inhuur hoog is. Het ministerie van BZK werkt in 2026 met inhuurplafonds per organisatieonderdeel. Deze plafonds zijn op 25 juni 2026 met uw Kamer gedeeld (Kamerstuk 36945-VII, nr. 17). BZK verwacht daar in 2026 onder te blijven.