Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden over wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 (Kamerstuk 37035-XXIII)
Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Nummer: 2026D46401, datum: 2026-09-25, bijgewerkt: 2026-09-28 08:59, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.M. Zwinkels, voorzitter van de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei (CDA)
- Mede ondertekenaar: D.S. Nava, griffier
Onderdeel van zaak 2026Z20094:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-06 17:00 ⇒ Betrekken bij de verdere behandeling van het wetvoorstel. (Besluit)
- 2026-10-06 17:00: Procedurevergadering commissie Klimaat en Groene Groei (Procedurevergadering), vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei
Preview document (🔗 origineel)
Geachte Voorzitter,
Hierbij zend ik de Kamer de antwoorden op de vragen van de vaste commissie van Klimaat en Groene Groei over de wijziging van de begrotingsstaten van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota) (37035 -XXIII, ingezonden 15 september 2026), en antwoorden op vragen gesteld over de wijziging van de begrotingsstaat van het Klimaatfonds (M) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota) (37035-M, ingezonden 15 september 2026).
Stientje van Veldhoven- van der Meer
Minister van Klimaat en Groene Groei
37035-XXIII
1.
Hoeveel huishoudens worden in totaal bereikt met de maatregelen uit het
pakket Acties Weerbaarheid Energieschok?
Antwoord
Het kabinet heeft dit voorjaar een evenwichtig pakket samengesteld met
diverse maatregelen ter compensatie voor hoge energie- en
brandstofprijzen1. De maatregelen worden uitgevoerd
door verschillende departementen en staan dus ook op diverse
departementale begrotingen. Een aantal maatregelen hebben vanaf het
voorjaar direct effect gehad, andere regelingen lopen nog of zijn nog in
voorbereiding.
Van een aantal maatregelen zal worden aangeven hoeveel huishoudens zijn bereikt of verwacht worden te bereiken, waarbij ik me zal beperken tot de maatregelen op mijn beleidsterrein of op het terrein van een collega die nauw met mijn beleidsterrein verbonden is:
Het Warmtefonds heeft 22.090 leningen in totaal verstrekt in 2026. Dat is 6.000 meer dan in dezelfde periode in 2025.
Voor ‘Energiefixers’ is € 80 mln gereserveerd. Aanvullend is er € 15 mln beschikbaar gesteld voor de NPLV-gebieden. Samen kan dit ruim 350.000 huishoudens ondersteunen. € 55 mln hiervan is beschikt via de SPUK Aanpak Energiearmoede en € 40 mln is in 2027 gereserveerd voor cofinanciering voor het onderdeel Energiehuis- Energiehulp van het Sociaal Klimaatplan.
Met de € 25 mln extra SVVE-budget kunnen naar verwachting bijna 10.000 woningen extra verduurzaamd worden. Het gaat gemiddeld om 2.600 euro per aanvraag.
Met de inzet van € 193 mln in het Noodfonds Energie zullen naar verwachting 500.000 huishoudens met een laag inkomen en een hoge energierekening worden ondersteund.
Met de uitbreiding van energietoelage in Caribisch Nederland kunnen huishoudens met een inkomen tot 130% van de armoedegrens extra worden ondersteund om voor de gevolgen van de stijgende energieprijzen te compenseren. Volgens de meest recente gegevens van het CBS (jaar 2024) vallen ruim vierduizend huishoudens in deze groep.
2.
Hoeveel huishoudens worden dankzij deze maatregelen uit het pakket Acties Weerbaarheid Energieschok geholpen hun energieverbruik structureel te verlagen?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 1.
3.
Met hoeveel euro per jaar daalt naar verwachting gemiddeld de energierekening van een huishouden dat van deze maatregelen uit het pakket Acties Weerbaarheid Energieschok profiteert?
Antwoord
Het dempend effect op de energierekening hangt af van de individuele
situatie van een huishouden en welke maatregelen uit het pakket van
toepassing zijn. Het is daarom niet mogelijk om een gemiddelde verlaging
van de energierekening voor het hele pakket aan te geven. De
tegemoetkoming uit het Noodfonds is afhankelijk van het bruto-inkomen
van een huishouden én de energiequote. Ter illustratie (uit de
Kamerbrief Voortgang Noodfonds Energie): Een alleenstaande met een
bruto-inkomen van gemiddeld € 2.000 per maand (112% van het sociaal
minimum) en energielasten van € 200 per maand (10% van het inkomen)
krijgt een totale tegemoetkomen van € 240 per jaar. Een gezin met twee
jonge kinderen en een bruto-inkomen van € 3.800 per maand (152% van het
sociaal minimum) en energielasten van € 456 per maand krijgt een totale
tegemoetkoming van € 456 per jaar. De gemiddelde tegemoetkoming voor een
huishouden dat gebruik kan maken van het Noodfonds Energie komt naar
verwachting uit op ongeveer € 360 per jaar.2
4.
Hoeveel miljoen m³ aardgas wordt door het pakket Acties Weerbaarheid Energieschok jaarlijks bespaard, en met het jaarlijkse gasgebruik van hoeveel huishoudens komt dit overeen?
Antwoord
Met het pakket dat is aangekondigd in het voorjaar zet het kabinet in op
een mix van maatregelen, waarbij een deel van deze maatregelen bijdragen
aan structurele besparing door verduurzaming. Hoeveel gasverbruik wordt
bespaard hangt af van vele factoren, bijvoorbeeld van de individuele
situatie van de woning en bewoners waar een maatregel wordt toegepast en
hoe snel een maatregel leidt tot besparing van energie.
Specifiek voor het Warmtefonds is bekend dat dit resulteert in een gemiddelde besparing van 31% op het energieverbruik per huishouden, voor de particulieren die een aanvraag in 2025 deden bij het fonds. Dit is het meest recente jaar waarvoor deze cijfers zijn opgenomen in het Jaarverslag 2025 van het Warmtefonds3.
De integrale effecten van de maatregelen uit dit pakket worden doorgerekend en beschreven in de diverse klimaat- en energierapportages. Het klimaat- en energiebeleid wordt jaarlijks integraal doorgerekend door het Planbureau voor de Leefomgeving, waarbij de resultaten gepubliceerd worden in de Klimaat- en Energieverkenning. De effecten van maatregelen dienen, zeker op het gebied van CO2-reductie, in samenhang te worden bezien, door de interactie-effecten die optreden in de beleidsmix. In het jaarlijkse Meerjarenprogramma van het Klimaat- en energiefonds wordt een integraal inzicht gegeven van de middelen van maatregelen die uit het fonds zijn gesubsidieerd. Tot slot wordt in de Klimaat- en Energienota4 jaarlijks een overzicht gegeven van de ontwikkeling van het klimaat- en energiebeleid. In bijlage 1 daarvan (Meerjarige Beleidsagenda) wordt een overzicht gegeven van de beleidsmaatregelen, en in bijlage 5 wordt een overzicht gegeven van alle financiële beleidsmaatregelen voor klimaat en energie.
5.
Kunt u per maatregel aangeven hoeveel publiek geld wordt uitgegeven, hoeveel huishoudens worden bereikt, hoeveel euro energiebesparing per huishouden wordt gerealiseerd en hoeveel CO2-uitstoot wordt vermeden?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 4.
6.
Op welke wijze heeft u budget vrijgemaakt voor het uitvoeren van het IBO dat wordt genoemd in toezegging TZ202609025: “Rond Prinsjesdag informeert de minister de Kamer over een eventueel IBO"? Is dit reeds terug te zien in de wijziging van de begrotingsstaat 2026, of volgt dit later?
Antwoord
Een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) is een ambtelijk
onderzoek, waardoor het grootste deel van de kosten zit in de ambtelijke
ondersteuning. Eventuele kosten voor de inhuur van een onafhankelijke
voorzitter of uit te zetten onderzoeken worden ingevuld binnen de
bestaande budgetten voor (extern) onderzoek en worden daarom niet
specifiek opgenomen binnen de begrotingsartikelen.
7.
In hoeverre zijn er structurele middelen vrijgemaakt voor de DEI+ Circulaire Economie regeling voor 2026 en de jaren, 2027 t/m 2030? Hoe ziet het budget voor deze regeling eruit en aan welke (eventueel wijzigende) criteria dienen aanvragen te voldoen?
Antwoord
In het coalitieakkoord zijn geen structurele middelen opgenomen voor de DEI+ Circulaire Economie (CE). In 2026 is € 65 mln opengesteld voor nieuwe aanvragen voor de DEI+ CE. Uitbetaling van toegekende subsidies vinden plaats in de jaren volgend op de toekenning. De middelen die vanaf 2027 e.v. op de begroting zijn opgenomen, betreffen kasbudget voor eerder toegekende subsidiebeschikkingen. Voor 2027 staat op het Klimaat- en Energiefonds € 20 mln toegekend onder voorwaarden voor de DEI+. Deze middelen maken het mogelijk de regeling ook in 2027 open te stellen voor nieuwe aanvragen. Er is op dit moment geen structureel openstellingsbudget voor de regeling na 2027. De voorwaarden die worden gesteld aan de subsidieaanvraag zijn terug te vinden op de website van RVO (DEI+: Circulaire economie en grootschalige biobased projecten | RVO.nl).
8.
Is het ministerie in de aanloop op het in de Miljoenennota 2027 aangekondigde geld voor maatschappelijke weerbaarheid aangehaakt bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, en in hoeverre is in eventuele regelingen ook ruimte voor duurzame, lokale initiatieven van onderop?
Antwoord
Het ministerie van EZK is hierbij betrokken via onder ander het
interdepartementale programma maatschappelijke weerbaarheid5 en de versterkte aanpak vitaal.
Versterking van de weerbaarheid is niet alleen een taak van de
Rijksoverheid maar ook van decentrale overheden en het bedrijfsleven.
Tegen deze achtergrond is het mogelijk om op lokaal niveau
weerbaarheidsmaatregelen te treffen die ook de verduurzaming versterken,
zoals lokale decentrale energieopwekking en opslag.
9.
Kunt u aangeven op welke termijn de solidariteitsbijdrage (zoals die bestond in 2022) en nu potentieel 500 tot 700 miljoen euro zou kunnen opleveren, zou kunnen worden ingevoerd?
Antwoord
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar de bijlagen bij de brief
van 9 september 2026 (2026D42112) van de minister van Financiën en de
staatssecretaris van Financiën, waarin mede namens mij, vragen van de
leden Stultiens en Van Oosterhout (beiden PRO) over de toegenomen
winsten in de fossiele energiesector (2026Z16847, ingezonden 12 augustus
2026) en vragen van het lid Dijk (SP) over oliebedrijven en
raffinaderijen die extra winsten (overwinsten) maken tijdens de
Iran-oorlog (2026Z16434, ingezonden 22 juli 2026) zijn beantwoord.
10.
Is er onder het Europese REPowerEU plan nog geld (subsidies en leningen) beschikbaar voor Nederland?
Antwoord
De totale financiering vanuit RepowerEU bedraagt € 300 mld, waarvan 75%
leningen (€ 225 mld) en 25% subsidies. Het betrof destijds voornamelijk
bestaande middelen waarvan de Commissie heeft aangegeven deze ook voor
de doelstellingen van RepowerEU te kunnen inzetten: het gaat hierbij dus
niet over nieuw geld, maar over een herallocatie van
bestaande middelen. Het grootste deel van de € 300 mld, € 225
mld, bestaat uit de resterende beschikbare leningen uit het
EU-coronaherstelfonds (het HVF). Voor het gros van de EU-landen zijn
deze leningen minder aantrekkelijk dan nationale leningen via de
kapitaalmarkt. Dit geldt ook voor Nederland, en wij hebben hier dan ook
geen gebruik van gemaakt: Nederland kan goedkoper lenen dan de Europese
Commissie.
Het subsidiedeel komt vanuit het cohesiebeleid, het ETS, en de fondsen voor plattelandsontwikkeling. Van een deel van deze subsidies heeft Nederland geen gebruik gemaakt, omdat het niet meer mogelijk was om budgetten te heralloceren. Zo gaan in Nederland regio’s over de inzet van cohesiemiddelen en die hadden al een groot deel van de middelen toegezegd aan eindgebruikers. Daarbij komt dat Nederland slechts een zeer beperkte hoeveelheid middelen uit het cohesiebeleid ontvangt. Nederland heeft wel gebruik gemaakt van een top-up aan de Herstel en Veerkachtplannen (HVP). Deze week wordt het laatste Nederlandse betaalverzoek voor het HVP ingediend bij de Europese Commissie, waarmee Nederland naar verwachting nog voor het einde van dit jaar het volledige HVP-bedrag zal ontvangen.
11.
Hoeveel verwacht u de komende vijf jaar per jaar totaal uit te geven aan zonne-energie? Hoeveel verwacht u de jaren daarna uit te geven aan zonne-energie? Hoe zien deze bedragen er per jaar uit als ze uitgesplitst worden naar ontvanger (particulier, mkb en grote bedrijven)?
Antwoord
De ondersteuning voor zon- en windenergie loopt met name via de regeling Stimulering Duurzame Energieproductie en Klimaattransitie (SDE++). De uitgaven van deze regeling zijn afhankelijk van de ontwikkeling van de energieprijs. In onderstaande tabel zijn op grond van de laatste raming de verwachte uitgaven opgenomen op basis van de reeds afgegeven beschikkingen.
Afgegeven beschikkingen via de SDE++
| Uitgaven x € mln | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|
| Wind op Land | 259 | 282 | 299 | 305 | 261 |
| Zon | 296 | 250 | 260 | 259 | 242 |
Daarnaast wordt via de Subsidieregeling Coöperatieve Energieopwekking (SCE) ook ondersteuning geboden aan coöperaties voor zon of wind projecten. In de praktijk betreft dit nagenoeg alleen zon projecten. De uitgaven van deze regeling zijn ook afhankelijk van de ontwikkeling van de energieprijs. In onderstaande tabel zijn op grond van de laatste raming de verwachte uitgaven opgenomen op basis van de reeds afgegeven beschikkingen.
Afgegeven beschikkingen via de SCE
| Uitgaven x € mln | 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 |
|---|---|---|---|---|---|
| Zon | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 |
Tenslotte worden via de ISDE-regeling zakelijke gebruikers ondersteund bij kleinschalige windturbines (erfmolens). Het totale beschikbare budget hiervoor tot en met 2027 bedraagt maximaal € 5 mln per jaar, maar dit werd in de afgelopen jaren niet volledig benut.
12.
Hoeveel verwacht u de komende vijf jaar per jaar totaal uit te geven aan windenergie op land? Hoeveel verwacht u de jaren daarna uit te geven?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 11.
13.
Hoeveel verwacht u de komende vijf jaar via contracts for difference (CfDs) per jaar totaal uit te geven aan windenergie op zee? Hoeveel verwacht u de jaren daarna uit te geven?
Antwoord
De komende vijf jaar verwacht het kabinet € 0 per jaar uit te geven aan
Contracts for Difference (CfD) voor windenergie op zee. De eerste
windparken die in 2027 met CfD worden vergund zullen rond 2033
operationeel zijn. Op dat moment starten de uitgaven en eventuele
terugvorderingen voor CfD.
Voor de ambitie van het kabinet om 40 GW wind op zee te realiseren is de totale CfD-budget reservering circa. € 2,2 mld gemiddeld per jaar. De daadwerkelijke uitgaven per jaar hangen af van de ontwerpkeuzes, tenderuitkomsten, elektriciteitsproductie en elektriciteitsprijzen.
14.
Welk deel van de benodigde investeringen in de netuitbreidingen op land worden veroorzaakt door de enorme uitbreiding van windenergie op zee (die van aanlandpunten naar de rest van Nederland getransporteerd moet worden)? Hoeveel bedragen deze investeringen totaal?
Antwoord
De netuitbreidingen op land zijn nodig om in de vraag naar elektriciteit
te kunnen voorzien. Deze investeringen zijn niet specifiek gekoppeld aan
de uitbreiding van windenergie op zee.
15.
Wat zijn de totale kosten van het net op zee? Hoeveel hiervan zou bespaard kunnen worden als de windcapaciteit op zee niet verder uitbreidt dan nu het geval is?
Antwoord
TenneT heeft de netten op zee voor in totaal 22 GW aan windenergie op
zee al aanbesteed. Hierdoor is de besparingsmogelijkheid beperkt als de
windcapaciteit op zee niet verder uitbreidt dan nu het geval is. Voor de
uitbreiding richting 30-40 GW moet TenneT het net op zee nog
aanbesteden. Het kabinet stuurt eind dit jaar de nieuwe routekaart van
windenergie op zee naar de Tweede Kamer en zal daarbij ook ingaan op de
actuele ramingen voor de kosten van het net op zee.
16.
Wat zijn de totale jaarlijkse kosten van de ambitie om voor 2040 40 GW Wind op zee te realiseren?
Antwoord
Voor de 40GW Wind op zee ambitie is de totale budgetreservering voor de
vergunning middels Contracts for Difference (CfD) circa. € 2,2 mld
gemiddeld per jaar. De daadwerkelijke uitgaven per jaar hangen af van de
ontwerpkeuzes, tenderuitkomsten, elektriciteitsproductie en
elektriciteitsprijzen.
17.
Hoe verhouden de geraamde kosten per gigawatt elektriciteitsgeneratie voor wind op zee zich tot de geraamde kosten per gigawatt voor kernenergie, dit op basis van de totale investeringen die vereist zijn, inclusief netuitbreidingen en opslag?
Antwoord
Om kosten voor verschillende technieken voor elektriciteitsopwek te
vergelijken kijkt het kabinet altijd naar de totale systeemkosten. Dat
betekent dat niet alleen wordt gekeken naar de kosten van opwektechniek
zelf, maar ook de systeemkosten (zoals netkosten en
flexibiliteit/opslag). Dit geeft een beter beeld van de daadwerkelijke
kosten dan kosten per geïnstalleerd vermogen, omdat deze zeer context
afhankelijk zijn van bijvoorbeeld hoeveelheid vraag en aanbod en
locaties van bijvoorbeeld windparken. Het kabinet maakt hierin gebruik
van een brede set aan systeemstudies. Zo heeft TNO specifiek onderzoek
gedaan naar de systeemkosten in een systeem met en zonder kernenergie.6
De Tweede Kamer is oktober vorig jaar geïnformeerd over de uitkomsten
van dit onderzoek (Kamerstuk 32645 nr. 16). De voornaamste conclusie in
dit onderzoek is dat het energiesysteem met twee of vier kerncentrales,
met in totaal maximaal 6 GW productiecapaciteit, vergelijkbare
systeemkosten kent als een systeem waarin deze productiecapaciteit wordt
ingevuld door een additionele hoeveelheid wind op zee van 9,5 GW en
noodzakelijke flextechnologieën. Uit deze systeemstudie trekt het
kabinet de conclusie dat - op basis van de huidige inschattingen - de
totale systeemkosten voor kernenergie en windenergie op zee
vergelijkbaar zijn.
Inzichten kunnen in de tijd veranderen door nieuwe informatie over (systeem)kosten voor technieken. Om die reden heeft het kabinet TNO gevraagd om hun eerdere onderzoek naar kosten voor kernenergie en wind op zee te updaten. Uitkomsten daarvan komen begin 2027 beschikbaar.
Bij het maken van keuzes voor de opwek van elektriciteit, kijkt het kabinet naast kosten ook naar andere factoren. Zoals bijvoorbeeld de ruimtelijke impact en de realisatietermijnen om te borgen dat er tijdig voldoende elektriciteit beschikbaar is. De systeemkosten zijn uiteraard een heel belangrijke factor in de afweging maar dus niet de enige.
18.
Kunt u de mutatie voor de vulmaatregelen gasopslag uitsplitsen naar verplichtingen en kas per begrotingsjaar, zodat de genoemde verhoging van 143 miljoen euro aansluit op de netto kasverhoging van 104,577 miljoen euro in 2026?
Antwoord
Het verschil tussen de € 143 mln en de € 104,577 mln in 2026 voor het opslaan van gas door EBN kan als volgt worden verklaard: voor de noodvoorraad wordt door de gestegen gasprijzen €143 mln extra begroot (zowel kas als verplichtingen). Tegelijkertijd valt de realisatie, dus het benodigde kasbedrag, voor EBN over het gasopslagjaar 2025-2026 € 38,432 mln lager uit dan begroot. Het saldo van de extra kasmiddelen voor de noodvoorraad en de lager uitgevallen subsidie over het gasopslagjaar 2025-2026 is € 104,577 mln in 2026. Al deze mutaties hebben effect op het begrotingsjaar 2026.
19. Hoeveel huishoudens met een laag of middeninkomen profiteren in 2027 van klimaatmaatregelen die hun energierekening verlagen?
Antwoord
Het aantal huishoudens dat wordt bereikt zal per maatregel verschillen.
De mogelijkheid om verduurzaming te financieren via het Warmtefonds is
een maatregel waarbij specifiek huishoudens met een laag inkomen en
beperkte leencapaciteit worden ondersteund. De meest recente cijfers
laten zien dat er sprake is van een feitelijke stijging in het lopende
jaar. Van januari tot en met augustus 2026 gingen 11.612 van de 22.090
verstrekte leningen (52,5%) naar huishoudens met een inkomen tot €
60.000. Deze leningen worden verstrekt tegen 0% rente. Zie daarnaast
eerdergenoemde cijfers bij het antwoord op vraag 1.
20.
Hoeveel Nederlandse huishoudens kunnen in 2030 worden voorzien van elektriciteit door de eerdere ambitie van 30 GW wind op zee?
Antwoord
Het kabinet werkt aan de ambitie om 40 GW aan windenergie op zee te
realiseren. Dat kan met een conversiefactor van 4 TWh/GW jaarlijks rond
de 160 TWh aan elektriciteit opleveren. 30 GW levert jaarlijks 120 TWh.
Op basis van de huidige planning van de vergunde windparken zal er ca. 9
GW in 2030 zijn gerealiseerd. Eventuele wijzigingen in de planning
worden eind dit jaar meegenomen in de nieuwe routekaart voor windenergie
op zee. Op jaarbasis levert 9 GW aan windenergie opzee in 2030 ongeveer
36 TWh aan elektriciteit op, waarmee ruimschoots in het verbruik van de
8,5 miljoen Nederlandse huishoudens wordt voorzien. Het gemiddeld
verbruik van een Nederlands huishouden is nu ongeveer 2.500 kWh/jaar,
door elektrificatie stijgt dit naar 3.500-4.000 kWh/jaar, in lijn met de
geschetste verduurzaming van de gebouwde omgeving in het geactualiseerde
NPE. De elektriciteitsvraag voor personenauto’s zal ook aanzienlijk
stijgen, met zo’n 20 TWh ten opzichte van de huidige vraag. Naast
huishoudens moeten ook andere eindgebruikers voor hun verduurzaming van
CO2-vrije elektriciteit worden voorzien, zoals mobiliteit,
overige gebouwde omgeving en de industrie.
21.
Hoeveel Nederlandse huishoudens kunnen in 2030 worden voorzien van elektriciteit door de beoogde 40 GW wind op zee?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 20.
22.
Hoeveel ton CO₂-uitstoot wordt jaarlijks vermeden door de uitbreiding van wind op zee tot 40 GW in 2040?
Antwoord
Uitgaande van sluiting van de kolencentrales en rond 400 gram
CO2 per kWh elektriciteit uit gascentrales vermijdt een GW
windenergie op zee met een conversiefactor van 4 TWh per GW ongeveer 1,4
Mton CO2 per jaar. Op dit moment is er ca. 4,7 GW
operationeel. Dat betekent dat een uitbreiding van windenergie op zee
tot 40 GW leidt tot ca. 50 Mton CO2-besparing per jaar.
23.
Wat betekent de groei van wind op zee voor de gemiddelde energierekening van Nederlandse huishoudens?
Antwoord
De elektriciteit geproduceerd met windenergie op zee vormt onderdeel van
de elektriciteitsmix en is voor een groot deel nodig voor de
verduurzaming van bedrijven. De impact op de gemiddelde energierekening
van Nederlandse huishoudens is afhankelijk van de energieprijzen op een
bepaald moment. Hierdoor is het niet mogelijk een accurate inschatting
te geven wat de groei van windenergie op zee betekent voor de gemiddelde
energierekening van Nederlandse huishoudens. De totale netwerkkosten,
inclusief de kosten voor het net op zee, vormen ongeveer 20% van de
totale gemiddelde energierekening. Voor de ambitie van het kabinet om 40
GW wind op zee te realiseren is de totale CfD-budget reservering op de
Rijksbegroting circa. € 2,2 mld. gemiddeld per jaar. De CfD-uitgaven
werken niet door in de energierekening.
24.
Hoeveel aardgasverbruik wordt jaarlijks bespaard door de extra warmtenetaansluitingen die deze begroting mogelijk maakt?
Antwoord
Met de huidige middelen voor de Warmtenetten Investeringssubsidie kunnen
naar verwachting nog 50.000 tot 100.000 woningen van het aardgas worden
gehaald.
Uit de duurzaamheidsrapportage van warmtebedrijven aan RVO blijkt dat de huidige warmtenetten gemiddeld 41% minder aardgas gebruiken dan de huishoudens op CV-ketels. Dit verschil wordt de komende jaren groter omdat steeds meer duurzame bronnen gebruikt worden (duurzaamheidsnormen Wet collectieve warmte/subsidievoorwaarden).
Uitgaande van 100.000 woningen en gemiddeld 870 m³ gasverbruik per woning wordt verwacht dat er ongeveer 35,5 mln m³ aardgas per jaar bespaard kan worden op basis van de huidige duurzaamheid van bestaande warmtenetten.
25.
Hoeveel huishoudens krijgen in 2027 via de subsidie Investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE) voor isolatie of een warmtepomp?
Antwoord
Het ISDE subsidieplafond voor 2027 is nog niet vastgesteld, dit vindt
plaats in de laatste maanden van 2026. Voor 2027 staat € 499 mln
kasbudget voor de ISDE gereserveerd op de begroting. De jaarcijfers van
ISDE 2025 geven een indruk van het aantal huishoudens dat via de ISDE
wordt geholpen met verduurzamingsmaatregelen. In 2025 is door
particulieren voor € 469 mln subsidie aangevraagd voor warmtepompen,
isolatiemaatregelen en andere maatregelen zoals zonneboilers en
aansluiting op een warmtenet. Dit bedrag is het resultaat van 215
duizend particuliere aanvragen voor 323 duizend
verduurzamingsmaatregelen.
26.
Wat is de gemiddelde verlaging van de energierekening voor een huishouden dat met ISDE een warmtepomp aanschaft?
Antwoord
In de installatiemonitor 3.0 zijn bij ruim 6.000 huishoudens de
prestaties van warmtepompen die met hulp van ISDE zijn aangeschaft
gevolgd. Voor een gemiddeld huishouden met een gasverbruik van 1.200 m³
bespaart een huishouden met een hybride warmtepomp jaarlijks 780
m3 gas en verbruikt in plaats daarvan 2017 kWh aan stroom
meer. Een huishouden dat verduurzaamt gebruikt met een all-electric
warmtepomp geen gas meer en vult de warmtevraag in met 3.200 kWh. Op
basis van de gemiddelde gasprijs van lopende contracten van 1,38 per
m3 en een stroomprijs van 25,8 €ct/kWh resulteert dat in een
besparing van ongeveer € 550 met een hybride warmtepomp en een besparing
van ongeveer € 1.200 met een all-electric warmtepomp. Huishoudens met
all-electric warmtepomp besparen hierbij jaarlijks circa € 350-400 op
vaste kosten doordat ze geen gasaansluiting meer nodig hebben. De
uiteindelijke besparing op de energierekening is verder sterk
afhankelijk van het woningtype, isolatie niveau en de grootte van het
huis.
27.
Hoeveel huishoudens extra kunnen van stroom worden voorzien door de
wind-op-zeeprojecten waarvoor in 2027 middelen worden vrijgemaakt?
Antwoord
Er zijn in de begroting van 2027 middelen gereserveerd voor het
vergunnen van 4 GW aan windenergie op zee. Eind dit jaar stuurt het
kabinet de nieuwe routekaart windenergie op zee naar de Tweede Kamer.
Daarin bepaalt het kabinet het tempo waarmee windparken op zee zullen
worden getenderd in 2027 en de jaren daarna. 4 GW komt met een
conversiefactor van 4 TWh per GW overeen met 16 TWh
elektriciteitsproductie per jaar. Op basis van het huidige gemiddelde
elektriciteitsverbruik per huishouden van ongeveer 2.500 kWh/jaar kan
hiermee worden voorzien in de elektriciteitsbehoefte van ongeveer 6,4
miljoen huishoudens. Naast huishoudens moeten ook andere eindgebruikers
voor hun verduurzaming van CO2-vrije elektriciteit worden
voorzien, zoals mobiliteit, overige gebouwde omgeving en de industrie;
in het NPE vertegenwoordigen huishoudens in 2040 slechts 12,5% van de
totale binnenlandse elektriciteitsvraag.
28.
Hoeveel ton CO₂-uitstoot wordt jaarlijks vermeden door de uitbreiding van wind op zee die met deze begroting wordt ondersteund?
Antwoord
Uitgaande van sluiting van de kolencentrales en rond 400 gram
CO2 per kWh elektriciteit uit gascentrales vermijdt een GW
windenergie op zee met een conversiefactor van 4TWh/GW ongeveer 1,4 Mton
CO2 per jaar. In deze suppletoire begroting september zit
geen wijziging voor de te realiseren GW en dus geen uitbreiding van
windenergie op zee waarmee extra CO2-uitstoot wordt vermeden.
In de ontwerpbegroting 2027 zijn middelen opgenomen om 4 GW aan
windenergie op zee te kunnen vergunnen. Dit komt overeen met ongeveer
5,6 Mton vermeden CO2-uitstoot per jaar.
29.
Wat is de gemiddelde besparing op de energierekening van een huishouden
dat gebruikmaakt van het Warmtefonds?
Antwoord
Zie het antwoord op vraag 4.
Kamerbrief over maatregelenpakket Acties Weerbaarheid Energieschok, 20 april 2026↩︎
Kamerbrief Voortgang Noodfonds Energie (kamerstuk: 36933-44)↩︎
Aanbiedingsbrief Prinsjesdag Klimaat en Energie 2026 (Kamerstuk 2026Z18884)↩︎
https://www.tno.nl/nl/newsroom/2025/10/kernenergie-systeemkosten/↩︎