Reactienota over het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage over het milieueffectrapport Luchthavenbesluit Rotterdam
Luchtvaartbeleid
Brief regering
Nummer: 2026D46482, datum: 2026-09-25, bijgewerkt: 2026-10-13 11:50, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Reactienota op het advies van de Commissie mer over het MER LHB Rotterdam
- Advies van de Commissie mer over het MER over LHB Rotterdam
- Beslisnota bij Reactienota over het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage over het milieueffectrapport Luchthavenbesluit Rotterdam
Onderdeel van kamerstukdossier 31936 -1313 Luchtvaartbeleid.
Onderdeel van zaak 2026Z20120:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-14 10:15 ⇒ Desgewenst betrokken bij het commissiedebat Luchtvaart op woensdag 7 oktober 2026. (Besluit)
- 2026-10-13 15:45 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-10-07 19:00: Luchtvaart (Commissiedebat), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
- 2026-10-13 15:45: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-10-14 10:15: Procedurevergadering Infrastructuur en Waterstaat (Procedurevergadering), vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat
Preview document (🔗 origineel)
31936 Luchtvaartbeleid
Nr. 1313 Brief van de minister van Infrastructuur en Waterstaat
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 september 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over het advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna: Commissie) over het milieueffectrapport (hierna: MER) voor het Luchthavenbesluit Rotterdam. Tevens informeer ik de Kamer over de reactienota die naar aanleiding van het advies van de Commissie is opgesteld. In deze reactienota wordt toegelicht op welke wijze opvolging wordt gegeven aan het advies van de Commissie. Het advies en de reactienota zijn als bijlage bij deze brief opgenomen.
Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft op 1 oktober 2025 een aanvraag ontvangen voor een luchthavenbesluit door de exploitant Rotterdam The Hague Airport (hierna: RTHA). Voor deze aanvraag heeft RTHA een milieueffectrapport opgesteld. De minister heeft de Commissie gevraagd hierover advies uit te brengen.
De Commissie constateert in haar advies dat het MER een goede basis biedt voor de besluitvorming over het Luchthavenbesluit. De Commissie signaleert daarbij dat in het MER op enkele punten nog belangrijke informatie ontbreekt en concludeert dat het aanvullen van die informatie essentieel is om het belang van de leefomgeving volwaardig te kunnen meewegen bij het besluit over het Luchthavenbesluit Rotterdam. Het betreft informatie over het geluid van taxiënde vliegtuigen, vliegveiligheid, de maximaal mogelijke NOₓ-emissie binnen de geldende geluidsgrenswaarden, monitoring en evaluatie en (potentieel) zeer zorgwekkende stoffen (ZZS).
Op basis van het advies van de Commissie heeft het ministerie een reactienota opgesteld. In de reactienota wordt ingegaan op de door de Commissie geconstateerde ontbrekende essentiële milieu-informatie en aanbevelingen. Daarbij wordt toegelicht op welke wijze de adviezen worden opgevolgd en welke aanvullingen in het MER worden aangebracht. De aanvullingen op het MER worden betrokken bij de verdere voorbereiding van het Luchthavenbesluit.
Vervolg
Het MER maakt onderdeel uit van de onderbouwing van het ontwerp-Luchthavenbesluit. Het ontwerp Luchthavenbesluit en de bijbehorende milieu-informatie zijn in maart 2026 aan de Eerste en Tweede Kamer voorgelegd in het kader van de voorhangprocedure. De bij het ontwerpbesluit behorende stukken, waaronder het hoofdrapport van het MER en de verschillende deelrapporten, zijn openbaar gemaakt.
Na verwerking van het advies van de Commissie en de verdere afronding van de milieuonderbouwing wordt het besluitvormingstraject voortgezet. Bij de verdere besluitvorming worden de uitkomsten van het MER betrokken, evenals de zienswijzen en adviezen die in het kader van het ontwerp Luchthavenbesluit worden ontvangen. Het MER heeft daarbij een ondersteunende functie: het brengt de relevante milieugevolgen en de mogelijke alternatieven en maatregelen in beeld, zodat deze informatie kan worden betrokken bij de afweging over het vast te stellen Luchthavenbesluit.
De uiteindelijke besluitvorming over het Luchthavenbesluit vindt plaats door de minister van Infrastructuur en Waterstaat. Voorafgaand aan de vaststelling wordt het Luchthavenbesluit, conform de daarvoor geldende procedure, voor advies voorgelegd aan de Afdeling advisering van de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft bepaald dat het Luchthavenbesluit uiterlijk 30 april 2027 moet worden vastgesteld en bekendgemaakt. Om aan deze termijn te kunnen voldoen, is het van belang dat de resterende procedurestappen tijdig en voortvarend worden doorlopen. Na verwerking van het advies van de Raad van State kan het Luchthavenbesluit definitief worden vastgesteld en gepubliceerd.
De minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans