Fiche: Eurojustverordening
Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Brief regering
Nummer: 2026D46495, datum: 2026-09-25, bijgewerkt: 2026-10-13 12:01, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van kamerstukdossier 22112 -4448 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie.
Onderdeel van zaak 2026Z20125:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-14 14:25 ā Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-10-07 12:30 ā Agenderen voor het commissiedebat over de JBZ-Raad van 3 en 4 december 2026 te Brussel op 2 december 2026. (Besluit)
- 2026-10-07 12:30: Procedurevergadering Justitie en veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-10-14 14:25: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-10-15 11:30: Procedurevergadering Europese Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Europese Zaken
- 2026-12-02 10:00: JBZ Raad (Brussel) van 3-4 december 2026 (Commissiedebat), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
Preview document (š origineel)
22 112 Nieuwe Commissievoorstellen en initiatieven van de lidstaten van de Europese Unie
Nr. 4448 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 september 2026
Overeenkomstig de bestaande afspraken ontvangt u hierbij drie fiches die werden opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen (BNC).
Fiche 1 ā Mededeling concurrentievermogen bankensector (Kamerstuk 22112, nr. 4446)
Fiche 2 ā Voorstel tot wijziging Europol verordening (Kamerstuk 22112, nr. 4447)
Fiche 3 ā Eurojust verordening
De minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Fiche: Eurojustverordening
Algemene gegevens
Titel voorstel
Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor justitiƫle samenwerking in strafzaken (Eurojust), en tot intrekking van Verordening (EU) 2018/1727
Datum ontvangst Commissiedocument
24 juni 2026
Nr. Commissiedocument
COM(2026) 570
EUR-Lex
Nr. impact assessment Commissie en Opinie Raad voor Regelgevingstoetsing
SWD(2026) 570 en SEC(2026) 570
Behandelingstraject Raad
Raad Justitie en Binnenlandse Zaken
Eerstverantwoordelijk ministerie
Ministerie van Justitie en Veiligheid
Rechtsbasis
Artikel 85, van het Verdrag inzake de werking van de EU
Besluitvormingsprocedure Raad
Gekwalificeerde meerderheid
Rol Europees Parlement
Medebeslissing
Essentie voorstel
Inhoud voorstel
Op 24 juni 2026 heeft de Europese Commissie (hierna: Commissie) een voorstel voor een verordening gepubliceerd inzake het Agentschap van de Europese Unie voor justitiƫle samenwerking in strafzaken (hierna: Eurojust), waarbij verordening (EU) 2018/1727 wordt ingetrokken. Dit voorstel maakt onderdeel uit van het bredere Law Enforcement and Criminal Justice pakket van de Commissie. In dit fiche wordt ingegaan op het Eurojustvoorstel. De overige voorstellen uit dit pakket worden in een afzonderlijk BNC-fiche beoordeeld.
Het voorstel, dat voortbouwt op een in 2025 gepubliceerde evaluatie van de huidige Eurojustverordening, heeft tot doel het mandaat van Eurojust te moderniseren en te verduidelijken, de mogelijkheden van het agentschap te vergroten om nationale justitiƫle autoriteiten te ondersteunen en complexe grensoverschrijdende onderzoeken te coƶrdineren en ook om de samenwerking van Eurojust met derden binnen en buiten de EU te versterken. De Commissie beoogt in de kern verder met dit voorstel Eurojust effectiever en toekomstbestendig te maken, rekening houdend met de snel veranderende ontwikkelingen op het terrein van de (georganiseerde) criminaliteit. De beoogde versterking ligt met name op de volgende gebieden:
In de eerste plaats zal het mandaat van Eurojust worden uitgebreid om de betrokkenheid bij
opkomende vormen van criminaliteit, zoals cybercriminaliteit, schendingen van EU-sancties en gendergerelateerd geweld, te versterken.In de tweede plaats zal de Governance van Eurojust worden versterkt door middel van de invoering van een Management Board en daarmee meer overeenstemmen met de Governance van andere gedecentraliseerde agentschappen. Dat alles gebeurt in combinatie met gestroomlijnde besluitvorming door middel van flexibelere processen, efficiƫntieverbeteringen in de administratie en snellere actie in urgente en complexe zaken. $In de derde plaats strekt het voorstel ertoe de status en bevoegdheden van de nationale leden, de vertegenwoordigers in het College van Eurojust vanuit de lidstaten, meer gelijk te trekken om zodoende meer overeenkomstige implementatie van de verordening en een gelijk speelveld te bereiken. Het voorstel houdt onder meer in dat iedere lidstaat naast een nationaal lid een vervangend nationaal lid en een assistent bij Eurojust in Den Haag plaatst. Nationale leden moeten over bepaalde kwalificaties beschikken. Het voorstel beschrijft verder de minimumbevoegdheden die het nationale lid zelfstandig moet kunnen uitoefenen dan wel in nauwe afstemming met de nationale autoriteiten kan uitoefenen.$In de vierde plaats zal Eurojust op eigen initiatief verbanden tussen zaken kunnen identificeren, de noodzaak tot coƶrdinatie kunnen anticiperen en daarover kunnen beslissen, kunnen helpen bij het oplossen van jurisdictieproblemen en nationale autoriteiten in een vroeg stadium van het proces kunnen ondersteunen. Het voorstel voorziet hiertoe in de mogelijkheid dat nationale leden ook zonder specifiek verzoek van nationale autoriteiten, onder bepaalde voorwaarden en met inachtneming van bepaalde procedures, de bevoegde nationale autoriteiten onder meer kunnen vragen een bepaald onderzoek in te stellen, een gemeenschappelijk onderzoeksteam op te richten of voorrang te geven aan bepaalde rechtshulpverzoeken.
In de vijfde plaats zal Eurojust de samenwerking met onder meer Europol en het Europees Openbaar Ministerie (EOM) verbeteren en versterken. Een nieuw informatiesysteem maakt het mogelijk om gemakkelijker informatie en zaken te identificeren die relevant zijn voor zowel Eurojust als Europol.
Tot slot wordt de samenwerking van Eurojust met derde landen uitgebreid. Dat gebeurt onder meer door een proactievere en structurele rol van Eurojust. Nauwere samenwerking is ook mogelijk door middel van gebruikmaking van de - op zich al langer bestaande, maar nog niet benutte - mogelijkheid tot detachering van liaison magistraten vanuit Eurojust in derde landen of in de vorm van de in het voorstel nieuwe geĆÆntroduceerde vorm van contactpunten vanuit derde landen bij Eurojust.
Impact assessment Commissie
Dit voorstel gaat vergezeld van een uitgebreid impact assessment waarin verschillende benaderingen zijn geƫvalueerd om de operationele en structurele uitdagingen van Eurojust die bij de eerdergenoemde evaluatie in 2025 aan het licht zijn gekomen aan te pakken. De geselecteerde maatregelen in het voorstel vertegenwoordigen naar de opvatting van de Commissie de meest effectieve oplossing en richten zich op de uitbreiding van het mandaat van Eurojust naar opkomende misdaadgebieden, de standaardisering van de status en bevoegdheden van de nationale leden en de verbetering van de Governance. Deze veranderingen zullen naar verwachting van de Commissie de grensoverschrijdende justitiƫle samenwerking versterken, de administratieve lasten verminderen en de samenwerking met Europol, het EOM en andere partners versterken. In het impact assessment zijn verschillende beleidsopties vergeleken met een basisscenario waarin Eurojust zou blijven opereren onder zijn huidige mandaat zonder structurele interne hervormingen. De overbruggingsoplossing kwam, blijkens de toelichting van de Commissie op het voorstel, als de voorkeursoptie naar voren. Deze oplossing combineert wetswijzigingen, Governancehervormingen en operationele verbeteringen om Eurojust te transformeren tot een proactiever en effectiever centrum voor justitiƫle samenwerking met betrekking tot de EU-justitie en -veiligheid in bredere zin. Het impact assessment heeft op 4 mei jl. een positieve beoordeling van de Regulatory Scrutiny Board (RSB) gekregen en is daarna ook aangepast aan de opmerkingen van de RSB.
Het kabinet is ingenomen met het feit dat de Commissie een impact assessment heeft opgesteld ten behoeve van het onderhavige voorstel. Het impact assessment maakt de redenering achter de uiteindelijk in het wetgevende voorstel gemaakte keuzes beter te volgen en draagt daardoor per saldo bij aan betere regelgeving, hetgeen aansluit bij de bestendige beleidslijn van het kabinet om aan te dringen op impact assessments ter ondersteuning van elk wetgevend voorstel van de Commissie.
Nederlandse positie ten aanzien van het voorstel
Essentie Nederlands beleid op dit terrein
Het kabinet is verheugd dat Nederland gastland van Eurojust is en het onderschrijft de belangrijke rol die het agentschap sinds zijn oprichting in 2002 heeft vervuld bij het faciliteren en coƶrdineren van justitiƫle samenwerking in strafzaken in de strijd tegen grensoverschrijdende (georganiseerde) criminaliteit en terrorisme. Het kabinet is daarbij van mening dat Eurojust over adequate middelen moet beschikken om zijn rol effectief te kunnen vervullen. Tegelijkertijd acht het kabinet een zorgvuldige onderbouwing, een efficiƫnte inrichting en proportionaliteit ten opzichte van de beoogde doelstellingen noodzakelijk. Het kabinet steunt versterking van Eurojust binnen de grenzen die artikel 85 van het Verdrag inzake de werking van de EU aangeeft. Ten aanzien van de samenwerking van Eurojust met derde landen geldt dat deze kan worden aanvaard, voor zover deze ondersteunend is aan de werkzaamheden van nationale autoriteiten en geen afbreuk doet aan de ministeriƫle verantwoordelijkheid voor internationale justitiƫle samenwerking en de bilaterale rechtshulprelatie van Nederland met derde landen.
Beoordeling + inzet ten aanzien van dit voorstel
Het kabinet staat positief tegenover de doelstellingen en belangrijkste onderdelen van het voorstel. Het kabinet onderschrijft de gedachte achter de uitbreiding van het mandaat om de betrokkenheid van Eurojust te versterken bij opkomende vormen van criminaliteit, zoals cybercriminaliteit, schendingen van EU-sancties en gendergerelateerd geweld. Dit zijn belangrijke criminaliteitsfenomenen waarbij een ondersteunende rol van Eurojust toegevoegde waarde kan hebben, en in het geval van cybercriminaliteit ook complementair kan zijn aan de taken van Europol.
Waar het de beoogde verbetering van de Governance van Eurojust betreft, neemt het kabinet in eerste aanleg een open houding aan en is het bereid de voor- en nadelen van de voorgestelde instelling van een Management Board te bespreken en zorgvuldig te wegen. Daarbij is het wel essentieel dat er uiteindelijk een goede balans wordt gevonden tussen de operationele onafhankelijkheid van de leden van het College van Eurojust aan de ene kant en de herinrichting van de Governance met het oog op meer administratieve efficiency aan de andere kant.
Daarnaast is het kabinet positief over het voornemen de status en bevoegdheden van nationale vertegenwoordigers binnen het College eenvormiger te maken. Dit is een logische stap gelet op de uitkomst van de in 2025 uitgevoerde evaluatie, waarbij sprake bleek van uiteenlopende implementatie van de bestaande Eurojustverordening door de lidstaten. Deze stap zal ook bijdragen tot een gelijkwaardiger speelveld tussen de nationale leden en de hen ondersteunende desks en over de hele linie gezien tot eenvormiger implementatie van de verordening. Het kabinet zal er wel voor waken dat de minimumbevoegdheden van de nationale leden niet verder gaan strikt noodzakelijk is voor de ondersteuning van nationale autoriteiten. Waar het de voorgestelde verruiming van optreden van Eurojust op eigen initiatief aangaat, hecht het kabinet eraan dat dergelijk optreden geen dwingend karakter krijgt, in die zin dat nationale autoriteiten primair bevoegd moeten blijven op het gebied van de strafrechtspleging, terwijl Eurojust een ondersteunende rol ten opzichte van die nationale autoriteiten houdt.
$
Het kabinet is groot voorstander van intensievere samenwerking van Eurojust met andere actoren in de interne veiligheidsstructuur binnen de EU, zoals Europol en het EOM. Het kabinet is echter kritisch over de groeiende behoefte van Eurojust om meer en beter samen te werken met derde landen. Hoewel deze accentverschuiving van samenwerking binnen de EU naar samenwerking met derde landen op het eerste gezicht begrijpelijk lijkt - criminaliteit houdt immers niet op bij de buitengrenzen van de EU en niet alle lidstaten zijn in staat een effectieve rechtshulprelatie met derde landen te onderhouden ā mag niet uit het oog worden verloren dat Eurojust oorspronkelijk is opgericht om de justitiĆ«le samenwerking tussen de lidstaten te faciliteren en coƶrdineren. JustitiĆ«le samenwerking met derde landen raakt aan diplomatieke en politieke belangen en op dit terrein dienen de lidstaten wat het kabinet betreft de eigen verantwoordelijkheid te behouden. Gelet op het belang van deze samenwerking, investeert Nederland bilateraal in de samenwerking met prioritaire landen. Voorkomen moet worden dat een verdergaande rol van Eurojust leidt tot onduidelijkheid (bij derde landen) over rollen en verantwoordelijkheden, parallelle contacten met derde landen of een doorkruising van bilaterale rechtshulprelaties. De inzet van het kabinet zal daarom zijn om ervoor te waken dat de activiteiten van Eurojust niet ten koste gaan van de directe samenwerking tussen Nederland en derde landen.
Tot slot heeft het kabinet geconstateerd dat de impact van het eveneens op 24 juni jl. ingediende voorstel voor wijziging van de Europolverordening op Eurojust en andere actoren in de interne veiligheidsstructuur van de EU niet voldoende lijkt te zijn verdisconteerd in dat voorstel. Zo staat de voorgestelde uitbreiding van Eurojust bijvoorbeeld niet in verhouding tot die bij Europol. Het kabinet zal tijdens de onderhandelingen aandacht vragen voor de samenhang tussen beide voorstellen en de keteneffecten van het Europolvoorstel.
Eerste inschatting van krachtenveld
De verwachting is dat er in de Raad een hoge mate van steun zal zijn voor het voorstel tot herziening van de Eurojustverordening. Bij een eerste bespreking op ambtelijk niveau is echter al wel gebleken dat er onder de lidstaten geen steun is voor de invoering van een Management Board bij Eurojust, aangezien zij deze vorm van Governance minder vinden passen bij het specifieke karakter van dit agentschap. Het valt daarnaast niet uit te sluiten dat verscheidene lidstaten ook bedenkingen zullen hebben tegen de intensivering van de samenwerking tussen Eurojust en derde landen. Het standpunt van het Europees Parlement ten aanzien van het onderhavige voorstel is nog niet bekend.
Beoordeling bevoegdheid, subsidiariteit en proportionaliteit
Bevoegdheid
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het kabinet of de EU handelt binnen de grenzen van de bevoegdheden die haar door de lidstaten in de EU-verdragen zijn toegedeeld om de daarin bepaalde doelstellingen te verwezenlijken.
Het oordeel van het kabinet ten aanzien van de bevoegdheid is positief. Het voorstel is gebaseerd op artikel 85 van het Verdrag inzake de werking van de EU (VWEU). Het kabinet kan zich vinden in deze rechtsgrondslag. Op het terrein van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht is sprake van een gedeelde bevoegdheid van de EU en de lidstaten op grond van artikel 4, tweede lid, onder j, VWEU.
Subsidiariteit
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het kabinet de subsidiariteit van het optreden van de Commissie. Dit houdt in dat het kabinet op de gebieden die niet onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie vallen of wanneer sprake is van een voorstel dat gezien zijn aard enkel door de EU kan worden uitgeoefend, toetst of het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Unie kan worden bereikt (het subsidiariteitsbeginsel).
Het oordeel van het kabinet ten aanzien van de subsidiariteit is positief. De verordening heeft tot doel Eurojust in staat te stellen zijn rol bij de justitiƫle samenwerking in strafzaken in de strijd tegen grensoverschrijdende (georganiseerde) criminaliteit en terrorisme effectiever te vervullen. Gezien het toenemende grensoverschrijdende karakter van (georganiseerde) criminaliteit en terrorisme kan de bestrijding daarvan onvoldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt. Om die redenen is optreden op het niveau van de EU gerechtvaardigd. Het voorstel betreft een wijziging van bestaande EU-regelgeving. Dat kan slechts op EU-niveau plaatsvinden.
Proportionaliteit
Als onderdeel van de toets of de EU mag optreden conform de EU-verdragen toetst het kabinet of de inhoud en vorm van het optreden van de Unie niet verder gaan dan wat nodig is om de doelstellingen van de EU-verdragen te verwezenlijken (het proportionaliteitsbeginsel).
Het oordeel van het kabinet ten aanzien van de proportionaliteit is positief met een kanttekening. De verordening heeft tot doel Eurojust in staat te stellen zijn rol bij de justitiĆ«le samenwerking in strafzaken in de strijd tegen grensoverschrijdende (georganiseerde) criminaliteit en terrorisme effectiever te vervullen. Het voorgestelde optreden is geschikt om deze doelstelling te bereiken, omdat het strekt tot verbetering van bij de evaluatie in 20251 geconstateerde organisatorische en operationele uitdagingen en is gebaseerd op de afweging van de verschillende beleidsopties in het impact assessment. Het voorgestelde optreden lijkt niet verder dan te gaan dan noodzakelijk, in die zin dat het voorstel de essentie van Eurojustās rol als ondersteunend en coƶrdinerend agentschap voor samenwerking in strafrechtelijke zaken intact laat en bijvoorbeeld geen eigenstandige bevoegdheid tot het instellen van vervolging creĆ«ert, zoals het EOM die wel heeft. Een belangrijke voorwaarde daarbij is evenwel dat de nieuwe Governancestructuur de operationele onafhankelijkheid van de nationale leden en de nationale desks in de praktijk niet aantast. Een kanttekening die het kabinet verder op dit punt wil maken, is of de voorgestelde intensivering van de samenwerking van Eurojust met derde landen nog steeds in verhouding staat tot de primaire taak van Eurojust, namelijk ondersteuning van de justitiĆ«le samenwerking tussen lidstaten, en of Eurojust zich niet te veel op het terrein van de lidstaten begeeft. Voor zover het voorstel de facto zou leiden tot een verschuiving van verantwoordelijkheden ten aanzien van de samenwerking met derde landen van de lidstaten naar Eurojust, zal het kabinet dit kritisch bezien op het punt van de toegevoegde waarde voor Nederland.
Financiƫle consequenties, gevolgen voor regeldruk, concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
Consequenties EU-begroting
Het voorstel veronderstelt een verhoging van het budget voor Eurojust van 119 miljoen EUR over de periode 2028-2034. Het totale budget voor Eurojust over deze periode zou daarmee volgens de Commissie uitkomen op 625 miljoen EUR. Het kabinet is van mening dat de benodigde middelen moeten worden ingepast binnen de toekomstige financiƫle kaders van de EU-begroting 2028-2034 en dat deze moeten passen bij een prudente ontwikkeling van de jaarbegroting. Het kabinet wil niet vooruit lopen op de integrale afweging van middelen na 2027. Eventuele budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het beleidsverantwoordelijk departement, conform de regels van de budgetdiscipline. Daarnaast moet de ontwikkeling van de administratieve uitgaven in lijn zijn met de ER-conclusies van juli 2020 over het MFK-akkoord. Het kabinet is kritisch over de stijging van het aantal werknemers.
Financiƫle consequenties (incl. personele) voor rijksoverheid en/ of medeoverheden
Vooralsnog worden er geen significante financiƫle consequenties voor de rijksoverheid en/of medeoverheden voorzien. (Eventuele) budgettaire gevolgen worden ingepast op de begroting van het/de beleidsverantwoordelijk(e) departement(en), conform de regels van de budgetdiscipline./de beleidsverantwoordelijk(e) departement(en), conform de regels van de budgetdiscipline.
Financiƫle consequenties en gevolgen voor regeldruk voor bedrijfsleven en burger
Er zijn naar verwachting geen gevolgen voor regeldruk voor bedrijfsleven en burger. Het Adviescollege toetsing regeldruk (ATR) constateert dat het voorstel geen regeldrukgevolgen voor Nederland heeft. Het college heeft daarom besloten om geen formeel advies uit te brengen over het BNC-fiche.
Gevolgen voor concurrentiekracht en geopolitieke aspecten
N.v.t.
Implicaties juridisch
Consequenties voor nationale en decentrale regelgeving en/of sanctionering beleid (inclusief toepassing van de lex silencio positivo)
De inschatting is dat er geen juridische consequenties zullen volgen uit het voorstel voor nationale en/of decentrale regelgeving dan wel sanctionering van beleid. De lex silencio is niet van toepassing.
Gedelegeerde en/of uitvoeringshandelingen, incl. NL-beoordeling daarvan
Het voorstel bevat verscheidene bevoegdheden voor de Commissie om uitvoeringshandelingen vast te stellen.
Allereerst kent het voorstel een bevoegdheid om uitvoeringshandelingen vast te stellen toe aan de Commissie op grond van artikel 55, lid 8. Dit betreft een bevoegdheid om de technische procedure voor indirecte informatie-uitwisseling op basis van het hit/no-hit systeem vast te stellen per uitvoeringshandeling. Het toekennen van deze bevoegdheid is mogelijk, omdat het niet een essentieel onderdeel van de basishandeling betreft. Toekenning van deze bevoegdheid acht het kabinet wel wenselijk, omdat het mogelijk maakt dat deze technische procedure snel en flexibel kan worden vastgesteld zonder wijziging van de verordening. De keuze voor uitvoering plaats van delegatie ligt hier verder voor de hand, omdat het gaat om uitvoering van de verordening volgens eenvormige voorwaarden. De uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de onderzoeksprocedure als bedoeld in artikel 5 van verordening 182/2011. Toepassing van deze procedure is hier volgens het kabinet wel op zijn plaats, nu het gaat om uitvoeringshandelingen van algemene strekking.
Ten tweede kent het voorstel een bevoegdheid om uitvoeringshandelingen vast te stellen toe aan de Commissie op grond van artikel 73, lid 1. Dit betreft een bevoegdheid om uitvoeringshandelingen vast te stellen waarin de indicatoren voor een uniforme aanpak voor het verzamelen en presenteren van informatie door Eurojust worden vastgesteld ten aanzien van misdaden met betrekking tot de financiƫle belangen van de Unie. Het toekennen van deze bevoegdheid is wel mogelijk, omdat het niet een essentieel onderdeel van de basishandeling betreft. Toekenning van deze bevoegdheid acht het kabinet verder tevens wenselijk, omdat dit het mogelijk maakt dat deze indicatoren snel kunnen worden vastgesteld en gewijzigd, zonder een trage wetgevingsprocedure. De keuze voor uitvoering in plaats van delegatie ligt ook voor de hand, omdat het gaat om uitvoering volgens eenvormige voorwaarden. De procedure voor deze uitvoeringshandelingen is niet vastgesteld in het voorstel. Het kabinet zal nog vragen om een toelichting hierop.
Voorgestelde implementatietermijn (bij richtlijnen), dan wel voorgestelde datum inwerkingtreding (bij verordeningen en besluiten) met commentaar t.a.v. haalbaarheid
Ingevolge artikel 87 van het voorstel zal de Verordening in werking treden op de twintigste dag na haar publicatie in het Publicatieblad van de EU. Dat is voor het kabinet aanvaardbaar.
Wenselijkheid evaluatie-/horizonbepaling
Artikel 74 van het voorstel voorziet in een evaluatie van de verordening vijf jaar na de inwerkingtreding daarvan en iedere vijf jaar daarna. Het kabinet stemt daarmee in.
Constitutionele toets
Het voorstel doet geheel recht aan het EU grondrechtenhandvest. Er zullen onder meer strenge voorwaarden gelden voor uitwisseling van persoonsgegevens. De EDPS houdt daarop bovendien toezicht. Verder zullen de procedurele waarborgen worden versterkt, onder meer door de mogelijkheid voor individuele burgers besluiten aan te vechten die hun rechten raken.
Implicaties voor uitvoering en/of handhaving
Naar het zich thans laat aanzien zullen de uitvoeringsconsequenties van het voorstel voor met name het OM en de politie zeer beperkt blijven. Zodra er meer zicht is op de definitieve tekst van de verordening, zullen de uitvoeringsconsequenties in afstemming met de betrokken stakeholders nader in kaart worden gebracht. Het voorstel bevat geen voorschriften die in Nederland moeten worden gehandhaafd.
Implicaties voor ontwikkelingslanden
Er is geen sprake van implicaties voor ontwikkelingslanden.
SWD(2025) 183 finalā©ļø