Kabinetsreactie AIV-advies EU-uitbreiding
Lidmaatschap van de Europese Unie
Brief regering
Nummer: 2026D46512, datum: 2026-09-25, bijgewerkt: 2026-10-13 13:56, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van kamerstukdossier 23987 -415 Lidmaatschap van de Europese Unie.
Onderdeel van zaak 2026Z20130:
- Volgcommissie: vaste commissie voor Buitenlandse Zaken
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Europese Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-15 11:30 ⇒ Agenderen voor het commissiedebat EU-uitbreiding op 26 november 2026. (Besluit)
- 2026-10-14 14:25 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-10-14 14:25: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-10-15 11:30: Procedurevergadering Europese Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Europese Zaken
Preview document (🔗 origineel)
23 987 Lidmaatschap van de Europese Unie
Nr. 415 Brief van de minister van Buitenlandse Zaken
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 25 september 2026
Het kabinet dankt de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV)
voor het advies met de titel ‘Een nieuw momentum voor de uitbreiding van
de Europese Unie’ dat op verzoek van het kabinet en in reactie op de
motie van de leden Van der Burg en Kahraman is opgesteld1.
Dit advies komt op een moment dat EU-uitbreiding volop aandacht heeft
van EU-instellingen en lidstaten. De aanbevelingen uit het advies
sluiten goed aan op actuele discussies over onderwerpen als geleidelijke
integratie, waarborgen in toekomstige toetredingsverdragen, en het
toetredingsproces van Oekraïne. In lijn met de toezegging aan het lid
Huizinga-Heringa gaat het AIV-advies ook in op het belang van
EU-perspectief voor kandidaat-lidstaten, alsook verschillende snelheden
en samenwerkingsvormen in de EU2.
De aanbevelingen van de AIV zijn grotendeels in lijn met de
kabinetsinzet zoals uiteengezet in de Kamerbrief EU-uitbreiding,
waarborgen en de Toekomst van Europa van 9 juni jl. (Kamerstuk 23987,
nr. 412) (hierna: de Kamerbrief). Deze kabinetsinzet kent drie pijlers:
(1) een strikt, fair en betrokken EU-uitbreidingsbeleid, dat
gebaseerd is op verdiensten (merit based), in combinatie met
geleidelijke integratie; (2) stevige waarborgen en overgangsmaatregelen
in toetredingsverdragen; (3) hervormingen die de EU ook op de lange
termijn toekomstbestendig houden. Hieronder volgt een appreciatie van de
vijf kernaanbevelingen die volgen uit het AIV-advies.
Aanbeveling 1: Toon meer betrokkenheid en regie bij de verdere
uitbreiding van de Europese Unie in het besef dat uitbreiding ook voor
Nederland voordelen heeft. De EU-kernwaarden op het gebied van
democratie en rechtsstaat behoren daarbij te worden versterkt en niet
verzwakt. De uitbreiding vraagt daarom zowel om rechtsstatelijke
waarborgen in de nieuwe lidstaten als om hervormingen in de bestaande
Unie.
Net zoals de AIV ziet het kabinet dat EU-uitbreiding geen
gemakkelijke win-win situatie behelst. Het kabinet zet er daarom op in
om enerzijds de kansen die EU-uitbreiding kan brengen te benutten en
anderzijds de potentiële uitdagingen op een gedegen manier te
adresseren. Het kabinet constateert dat de EU haar gedeelde waarden en
markt in toenemende mate moet beschermen tegen het geopolitieke handelen
van andere actoren. In lijn met de motie van het lid van der Lee betrekt
het kabinet dan ook geostrategische belangen bij het
EU-uitbreidingsbeleid.3 Kandidaat-lidstaten moet een
geloofwaardig toetredingsperspectief worden geboden. EU-toetreding, en
een reëel perspectief daarop, vermindert de mogelijkheid voor landen als
Rusland of China om hun invloed te doen gelden, en zo de veiligheid en
stabiliteit in Europa te ondermijnen. Dat vergt tegelijkertijd dat
landen die tot de EU willen toetreden ook zonder ambiguïteit kiezen voor
de veiligheids- en waardengemeenschap die de Unie is en hun
buitenlandbeleid daarop afstemmen. Het verleden leert dat toetreding van
nieuwe landen tot de Unie kansen schept wanneer zowel de betreffende
kandidaat-lidstaat als de EU hier klaar voor zijn. Wanneer dit laatste
het geval is, kan uitbreiding op een positieve manier bijdragen aan de
geopolitieke slagkracht van de Unie en aan de borging van onze waarden
en creëert het bovendien meer marktmacht. Dit alles draagt bij aan onze
veiligheid en duurzame welvaart. Door toegenomen omvang en marktmacht,
kan de Unie een grotere rol spelen op het wereldtoneel en naast
versterking van onze veiligheid, draagt dit ook bij aan de bescherming
en versterking van onze gedeelde waarden, waaronder de rechtsstaat, wat
onze stabiliteit en welvaart eveneens ten goede komt. Bovendien kan
uitbreiden kansen creëren voor het (Nederlands) bedrijfsleven door de
schaalvoordelen van een grotere interne markt. Zodoende is het in het
Nederlands en het Europees belang om kandidaat-lidstaten nauwer aan ons
te verbinden - waarbij centraal staat dat uitbreiding de EU moet
versterken, en niet verzwakken. Daarom blijft het kabinet van mening dat
voortgang in het toetredingsproces gebaseerd moet zijn op merites en dat
volwaardig lidmaatschap pas mogelijk is als de kandidaat-lidstaat
voldoet aan alle criteria. Het kabinet ondersteunt de voor EU-toetreding
benodigde hervormingen, bijvoorbeeld via het MATRA programma en het
Kiesgroepprogramma. Het Kiesgroepprogramma richt zich op het versterken
van openbare financiën in de landen die deel uitmaken van de Nederlandse
kiesgroep bij het IMF en de Wereldbank, waaronder veel
kandidaat-lidstaten.4 Daarnaast wil het kabinet via
geleidelijke integratie (potentiële) kandidaat-lidstaten stapsgewijs
meer bij de EU betrekken, hervormingen aanmoedigen, en burgers en
bedrijven in kandidaat-lidstaten al voor toetreding enkele voordelen van
EU-lidmaatschap laten ervaren.
Het uitgangspunt dat uitbreiding de EU moet versterken en niet moet verzwakken, betekent ook dat het kabinet - in lijn met het AIV-advies – inzet op toekomstige toetredingsverdragen met stevige waarborgen, overgangsmaatregelen en vrijwaringsclausules. Dit doet het kabinet om de waarden van artikel 2 VEU aanvullend te beschermen en versterken. Als een van de zes founding fathers van de EU draagt Nederland ook een verantwoordelijkheid voor de toekomst van de EU. In een kopgroep met gelijkgestemde landen heeft Nederland een non-paper hierover verspreid in Brussel5. In het non-paper wordt onder andere voorgesteld in toetredingsverdragen een non-regressiebepaling op te nemen die regressie op eerbiediging van EU-waarden na toetreding verbiedt, en daar de inzet van bijvoorbeeld financiële rechtsstaatinstrumenten aan te verbinden. Ook wordt voorgesteld om te verkennen of een tijdelijke afwijking van artikel 7 VEU politiek wenselijk en juridisch mogelijk is. In lijn met de aanbeveling van de AIV, wordt voorgesteld om de (volledige) aanspraak op bepaalde fondsen, zoals voor het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, gedurende langere tijd uit te stellen door het opnemen van infaserings- en overgangstermijnen. Ook wordt voorgesteld een nieuwe lidstaat pas later toegang te geven tot bepaalde vrijheden van de interne markt, zoals het vrij verkeer van werknemers en arbeidsmobiliteit op basis van het vrij verkeer van diensten.
Het kabinet vindt het essentieel dat de absorptiecapaciteit van de Unie in overweging wordt genomen bij uitbreiding, zoals is bepaald toen de Kopenhagencriteria werden vastgesteld. Als de Unie uitbreidt met meerdere of met grotere landen, kan dit het handelingsvermogen van de EU verder aantasten door de druk die het legt op bijvoorbeeld de besluitvorming of de begroting. De architectuur van de EU zal moeten meebewegen met de vorm en de omvang van de Unie. Het kabinet verwacht dat de Commissie in de aanstaande Mededeling van 30 september een gedegen analyse geeft van de impact van uitbreiding op de Unie en daarbij dus aandacht zal besteden aan de absorptiecapaciteit. In de Kamerbrief EU-uitbreiding gaat het kabinet nader in op de verwachte impact van EU-uitbreiding op de samenleving, de inzet van het kabinet voor toekomstige toetredingsverdragen, alsook de toekomst van Europa en hervorming van de EU. Zo zet het kabinet zich ook Uniebreed in voor de versterking van rechtsstaat- en Handvest conditionaliteiten in het volgende MFK en op de lange termijn voor een aanpassing van de procedure van artikel 7 VEU.
De aanbeveling van het AIV om landen als het VK, Noorwegen en IJsland
verder te betrekken bij de EU is in lijn met de kabinetsinzet. Nederland
en de EU delen waarden en belangen met het Verenigd Koninkrijk,
Noorwegen en IJsland en hebben een uitstekende relatie met deze landen.
Het zijn voor Nederland en de EU nauwe en belangrijke partners en
bondgenoten. De IJslandse bevolking heeft aangegeven de
toetredingsonderhandelingen met de EU niet te willen hervatten. Wel zijn
er voldoende aanknopingspunten om de samenwerking te versterken. Zo
blijven we nauw samenwerken vanuit de EU en in andere
samenwerkingsverbanden op het gebied van veiligheid, defensie, economie
en andere thema’s. De ministers van Buitenlandse Zaken van de Benelux
brachten op 15 t/m 17 september jl. een gezamenlijk bezoek aan hun
Noorse en IJslandse counterparts. Ook intensievere samenwerking met
gelijkgezinde derde landen zoals Canada, dat een strategisch partner
voor de EU is op tal van beleidsterreinen, past hierbij.
Aanbeveling 2: Streef naar een zo snel mogelijke verankering van
Oekraïne in de EU. In samenwerking met gelijkgezinde landen draagt
Nederland bij aan de totstandkoming van een duurzaam bestand tussen
Rusland en Oekraïne. Een EU-toetredingsverdrag zou uiterlijk een jaar na
de totstandkoming van een bestand uit onderhandeld moeten zijn.
Het kabinet ondersteunt Oekraïne, dat al 4,5 jaar uit naam van
Europese waarden strijd voert tegen de voortdurende Russische agressie,
op het onomkeerbare pad richting toekomstig EU-lidmaatschap en bij het
doorvoeren van hervormingen. Voor de Oekraïense bevolking is dit
toekomstperspectief van groot belang. Nederland en Europa profiteren
door de samenwerking met Oekraïne ook van de Oekraïense ervaring, kennis
en innovatie op defensiegebied. De sterke Oekraïense defensie-industrie
kan Europa helpen bij het organiseren van de eigen veiligheid en zorgen
voor complementariteit door de uitwisseling van (militaire) kennis,
capaciteiten en vaardigheden. Aan de andere kant moet gewaakt worden
voor (interne) veiligheidsrisico’s, zoals grensoverschrijdende
georganiseerde misdaad of hybride dreigingen. De geopolitieke realiteit
vraagt dus om voortvarendheid, maar óók om een realistisch perspectief.
Voortgang in het toetredingsproces blijft afhankelijk van het voldoen
aan de toetredingscriteria en dus van het hervormingstempo. Het kabinet
steunt Oekraïne bij de uitvoering van de ambitieuze hervormingsagenda op
onder meer corruptiebestrijding en rechtsstatelijkheid, zoals vastgelegd
in de roadmaps behorend bij Cluster 1 en in het Oekraïne Plan behorend
bij de EU begrotingssteun aan Oekraïne. Het kabinet blijft Oekraïne ten
volle steunen in dit hervormingsproces, zoals tijdens de bilaterale
intergouvernementele Lviv-conferentie6 is herbevestigd en ook
tot uiting komt door inzet van het MATRA-programma. Daarnaast
ondersteunt het kabinet Oekraïne bij hervormingen van de openbare
financiën via het Kiesgroepprogramma. Parallel aan het toetredingsproces
van Oekraïne en andere kandidaat-lidstaten, vindt het kabinet het
belangrijk dat de absorptiecapaciteit van de Unie in overweging wordt
genomen en dat de EU zich middels interne hervormingen voorbereidt op
uitbreiding.
Het uitgangspunt van het kabinet blijft dat een land pas volwaardig lid wordt als voldaan wordt aan alle criteria. Dat is een wederzijds belang. Het kabinet vindt het daarom onwenselijk voor de EU om zich te committeren aan een datum voor de totstandkoming van een toetredingsverdrag. Dit zou ook de prikkel tot hervormingen kunnen verminderen. Wel zal het kabinet in lijn met de motie van de leden Van der Werf en Klos later in het toetredingsproces, wanneer onderhandelingshoofdstukken onder voorbehoud gesloten zijn, inzetten op tijdige opstelling van een toetredingsverdrag, zoals momenteel met Montenegro gebeurt7. Bovendien zal het feit dat de discussie over waarborgen in de nieuwe generatie toetredingsverdragen reeds volop is gestart, er naar verwachting toe leiden dat een deel van het voorbereidend werk voor een toetredingsverdrag met Oekraïne straks al gedaan is. Zo zal de Raad tegen die tijd al gesproken hebben over nieuwe rechtsstaatswaarborgen.8
Het kabinet engageert verder op constructieve wijze in een kopgroep
met gelijkgestemde lidstaten in informele gesprekken over
toetredingsscenario’s voor Oekraïne, langs de lijnen zoals toegelicht in
de Kamerbrief. De voorgestelde verdere geleidelijke integratie met een
sterkere koppeling met het toetredingsproces moet – in lijn met de
moties van de leden Klos en van der Lee – ondersteunend zijn aan het pad
richting volwaardig lidmaatschap, en daar geen alternatief voor
vormen.9 De AIV adviseert om Oekraïne –
voorafgaand aan sluiting van het toetredingsverdrag – de mogelijkheid te
geven om zonder stemrecht deel te nemen aan beraadslagingen in de Raad
en het EP. Oekraïne is nu al op veel manieren betrokken bij de EU.
Regelmatig schuiven leden van de Oekraïense regering aan bij Europese
overleggen, waaronder de Oekraïense president bij de Europese Raad. Het
kabinet staat open voor toenadering van Oekraïne, en van andere
kandidaat-lidstaten, tot de werkwijzen en activiteiten van
EU-instellingen, organen en agentschappen, zoals dat nu reeds bij
sommige agentschappen is vormgegeven.10
Geleidelijke integratie op dit vlak mag echter de processen in de EU
niet belemmeren en dus geen afbreuk doen aan de integriteit van de
EU-besluitvormingsprocessen. Daarnaast zouden Oekraïne en andere
kandidaat-lidstaten, als onderdeel van een proces van geleidelijke
integratie, mogelijk een rol kunnen krijgen bij de besluitvorming over
voorstellen voor beleidsterreinen waar het land aan deelneemt. Ook hier
geldt dat het behoud van de autonomie, vertrouwelijkheid en integriteit
van de besluitvorming van de EU-instellingen een belangrijke voorwaarde
is. De Kamerbrief bevat een nadere uiteenzetting van de inzet op
geleidelijke integratie.
Het kabinet deelt verder het belang dat de AIV hecht aan sterke
waarborgen in toetredingsverdragen, met name op het gebied van de
rechtsstaat, en overgangstermijnen in nieuwe toetredingsverdragen. In
een latere fase van het toetredingsproces van Oekraïne zullen dergelijke
maatregelen aan de orde komen. Verder gaat het kabinet – in lijn met het
AIV-advies – door met de militaire en niet-militaire steun aan Oekraïne,
inclusief voor herstel en wederopbouw. Nederlandse prioriteiten hierin
zijn onder andere energie, private sector, herstel van infrastructuur,
verlichting van de humanitaire en sociale noden, versterking van lokaal
bestuur, democratie en rechtsstaat, (mentale) gezondheid en humanitaire
ontmijning. Het advies sluit verder aan bij de inzet van het kabinet
zoals toegelicht in de Kamerbrief over de staat van de oorlog in Europa
van 27 februari 2026, waarin het kabinet stelt dat Oekraïne
veiligheidsgaranties nodig heeft en dat Europa, inclusief Nederland,
hierin verantwoordelijkheid moet nemen in het belang van de Europese
veiligheid11.
Aanbeveling 2A: Faciliteer de hervormingsagenda van Moldavië met
een nadruk op rechtsstaat en corruptiebestrijding en streef naar een zo
snel mogelijke toetreding wanneer het land – conform het huidige
toetredingsproces – aan alle Kopenhagen-criteria voldoet. Stimuleer de
huidige hervormingsdynamiek en het draagvlak voor EU-toetreding in
Moldavië.
Het kabinet is eveneens betrokken bij het toetredingsproces van
Moldavië en steunt het land bij het doorvoeren van hervormingen, met
name op de rechtsstaat en corruptie, maar ook via intensieve politieke
dialoog. Zo heeft Nederland via MATRA ondersteuning geboden bij de
doorlichting van rechters en aanklagers, en via het Rule of Law training
programma bijgedragen aan capaciteitsopbouw. Daarnaast ondersteunt het
kabinet via het Kiesgroepprogramma Moldavië bij hervormingen op het
gebied van openbare financiën. Het tempo van het toetredingsproces is
afhankelijk van de voortgang die Moldavië boekt op de benodigde
hervormingen. Conform de motie van het lid Klos12,
kijkt het kabinet ernaar uit de overige onderhandelingsclusters in het
toetredingsproces van Moldavië te openen, nu Cluster 1 en Cluster 6
reeds geopend zijn.
Aanbeveling 3: Faciliteer de EU-toetreding van Montenegro en Albanië
actiever. Deze landen zijn – op basis van hun huidige ambitieuze en
succesvolle hervormingsinspanningen – op afzienbare termijn gereed om
onderhandelingen te starten over toetredingsverdragen. Zorg dat de EU en
Nederland klaar zijn om deze onderhandelingen voortvarend ter hand te
nemen.
Het kabinet verwelkomt de EU-ambities van Montenegro en
Albanië. Zo is het positief dat afgelopen april de werkgroep over het
toetredingsverdrag met Montenegro van start is gegaan. Ook Albanië
bevindt zich in de fase dat er hoofdstukken onder voorbehoud kunnen
worden gesloten. Voor beide landen geldt dat zij moeten blijven werken
aan voldoende administratieve capaciteit en hun track record en
implementatie, met name op het gebied van de rechtsstaat. Nederland en
de EU ondersteunen beide landen actief hierbij. Zo steunt Nederland via
MATRA het kantoor van de Speciaal Aanklager tegen georganiseerde misdaad
en corruptie (SPAK) in Albanië. Daarnaast ondersteunt het kabinet
Montenegro bij hervormingen op het gebied van openbare financiën.
De AIV adviseert om de kennis over kandidaat-lidstaten te vergroten,
ten behoeve van het publieke en politieke debat en draagvlak voor
uitbreiding. Het kabinet ziet ook het belang van breed in de samenleving
gedragen steun en het belang van het voeren van een dialoog over
uitbreiding met belanghebbenden in de samenleving, zoals burgers,
bedrijfsleven en (kennis)instellingen. Kennis over kandidaat-lidstaten
neemt onder meer toe door de toename in toerisme,
studentenuitwisselingen via het Erasmus+-programma.
Parallel aan de individuele toetredingsprocessen van
kandidaat-lidstaten, vindt het kabinet dat de EU zich moet voorbereiden
op uitbreiding. Dat de discussie over EU interne hervormingen reeds
gestart is vindt het kabinet belangrijk en het kabinet zet hierbij
blijvend in op strategische sturing vanuit de Europese Raad. Het kabinet
deelt de opvatting van de AIV dat er veel moet gebeuren, en dat het
belangrijk is de intentie voor EU interne hervormingen politiek te
verankeren. De komende tijd zal moeten worden bezien hoe dit vorm te
geven. Het kabinet vindt het belangrijk om niet te wachten tot nieuwe
toetredingen, maar juist zo snel mogelijk aan de slag te gaan met
hervormingen die mogelijk zijn onder de huidige verdragen. Naar
verwachting zal de Commissie op 30 september een Mededeling publiceren
met daarin eerste voorstellen over hoe de EU zich moet voorbereiden op
uitbreiding. Het kabinet zal bij de beoordeling van deze voorstellen
onder andere kijken naar het tijdspad en of de voorstellen voldoende
ambitieus zijn. Het kabinet zal ook inzetten op gedegen processen in
EU-verband om het werk op interne hervormingen en waarborgen te
concretiseren en verder te brengen. Hierover zal uw Kamer volgens de
staande informatieafspraken worden geïnformeerd.
Aanbeveling 4: Toon meer ambitie en betrokkenheid bij de EU-integratie
van de Westelijke Balkan. Hoewel EU-lidmaatschap voor deze landen
(behalve Montenegro en Albanië) op korte termijn niet realistisch is,
blijft het op middellange termijn de beste weg om vrede, welvaart en
EU-waarden te waarborgen voor zowel de Westelijke Balkan als
Europa.
Het kabinet steunt het EU-perspectief van alle landen in de Westelijke
Balkan en is al langdurig betrokken bij de regio, waaronder via
politieke dialoog in zowel bilateraal- als EU-verband, zoals bij de
EU-Westelijke Balkantop die afgelopen juni plaatsvond in Montenegro.
EU-toetreding blijft een op merites-gebaseerd proces en als betrokken
partner biedt Nederland onder andere via het MATRA-programma
(technische) ondersteuning aan overheden en het maatschappelijk
middenveld ten behoeve van hervormingen op het gebied van democratie en
rechtsstaat. Andere voorbeelden van Nederlandse assistentie, zoals het
hierboven genoemde Kiesgroepprogramma, staan nader beschreven in de
kabinetsappreciatie van het jaarlijkse uitbreidingspakket van de
Commissie. Mede in de geest van motie-Piri c.s. spant het kabinet zich
in voor de toekomstbestendige financiering van MATRA. Het kabinet zal
deze betrokkenheid en steun voortzetten. Gezien de geografische
nabijheid van de Westelijke Balkan is het in zowel Nederlands als
EU-belang dat de stabiliteit en veiligheid in de WB geborgd blijft. Dit
vraagt om nadrukkelijker betrokkenheid van Europese partners, waaronder
Nederland, bij handhaving van bestaande akkoorden en toekomstige
veiligheidsarrangementen in de regio. Nederland levert regelmatig een
bijdrage aan EU- en NAVO-missies en zal dat in de toekomst blijven doen.
Het kabinet acht ook de mate van aansluiting bij het EU
Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid (GBVB), inclusief
bij de sancties tegen Rusland, van belang voor voortgang op het
toetredingspad. De EU verwacht ook van kandidaat-lidstaten dat ze
gemeenschappelijke Europese waarden hooghouden, zoals respect voor de
rechtsstaat, erkenning van uitspraken van internationale tribunalen en
inzet voor verzoening en verwerking van het verleden. Het eerbetoon dat
recent werd gegeven rondom de uitvaart van Ratko Mladić in Belgrado
druist hier tegen in, en past niet bij wat wij van een EU
kandidaat-lidstaat verwachten. Servië heeft hiermee zijn eigen
toetredingsperspectief geen dienst bewezen.13
Het kabinet verwelkomt de versterkte conditionaliteit bij EU
pre-accessiesteun, zoals het geval is bij de koppeling van de
uitbetaling van EU steun van de Faciliteiten aan de uitvoering van
hervormingsagenda’s.
Verder wil het kabinet kandidaat-lidstaten, zoals landen van de
Westelijke Balkan, aan de EU verbinden door geleidelijke integratie,
waar dit de prikkel om hervormingen door te voeren ondersteunt en niet
indirect afzwakt. Momenteel vindt geleidelijke integratie al op veel
onderdelen plaats. Concrete voorbeelden zijn het Groeiplan voor de
Westelijke Balkan, SEPA-toetreding, roaming-overeenkomsten waarover
momenteel onderhandeld wordt, en betrokkenheid bij EU-agentschappen14. Ook betrokkenheid bij EU-Raden,
zoals voor een aantal kandidaat-lidstaten in de rechtsstaatdialoog, kan
als een voorbeeld van EU-integratie voor toetreding worden gezien. Het
kabinet zal voorstellen van de Commissie voor verdergaande integratie
beoordelen. Hierbij is van belang dat geleidelijke integratie in het
belang van Nederland, de EU en de kandidaat-lidstaat is. Zoals ook de
AIV aanbeveelt, moet verder de integriteit van de interne markt en de
interne veiligheid van de EU gewaarborgd zijn en EU waarden worden
beschermd, waaronder door de mogelijkheid om afspraken op te kunnen
schorten. Daarbij acht het kabinet ook vrijwaringsclausules en
flankerende maatregelen van belang om mogelijke risico’s voor de interne
veiligheid, zoals grensoverschrijdende georganiseerde criminaliteit en
hybride dreigingen te mitigeren. Het kabinet is voorstander van een
duidelijkere koppeling tussen geleidelijke integratie en het reguliere
toetredingstraject, ook om een centrale rol voor de rechtsstaat te
borgen.
De AIV beveelt aan dat het kabinet zich inzet om oneigenlijke blokkades
vanwege bilaterale kwesties en veto’s op tussentijdse technische stappen
te voorkomen. Het kabinet is bereid zich te blijven uitspreken tegen
bilateralisering van het uitbreidingsproces en voorstellen voor
stroomlijning of vereenvoudiging van besluitvorming rond technische
tussenstappen op effectiviteit te beoordelen wanneer de Commissie
daartoe voorstellen doet. Daarbij wil het kabinet vasthouden aan
unanimiteit bij belangrijke besluiten in het toetredingsproces.
Aanbeveling 5: Neem – samen met gelijkgezinde landen – het initiatief
voor een hervormingsagenda van de Unie (zie ook AIV, 2025). Het
uitblijven van de Commissievoorstellen t.a.v. hervormingen die
samenhangen met uitbreiding – aangekondigd voor 2025 – is niet
acceptabel. Hervormingen zijn noodzakelijk voor de Unie zelf, ongeacht
uitbreiding. De Unie stelt hoge eisen aan kandidaat-lidstaten om aan de
Kopenhagen-criteria te voldoen; zij moet ook zelf hervormen. Prioritaire
thema’s zijn: borging van EU-kernwaarden, veiligheid, besluitvorming in
het GBVB en begroting.
Het kabinet vindt het essentieel dat de EU hervormt om te
verzekeren dat de EU, in het huidige tijdgewricht en na uitbreiding,
eensgezind en daadkrachtig kan optreden en haar kernwaarden kan
beschermen en uitdragen. Het is belangrijk dat de discussie over
EU-hervormingen parallel loopt aan de toetredingstrajecten van
kandidaat-lidstaten. Nederland speelt in een kopgroep van gelijkgestemde
lidstaten een voortrekkersrol in deze discussie. Hervormingsopties
hebben ieder een eigen tijdpad, afhankelijk van het draagvlak onder
lidstaten en de vraag of verdragswijziging nodig is. Het kabinet zet
zich actief in voor een brede discussie over hervormingen die de
slagkracht van de EU vergroten, de EU-waarden en loyale samenwerking
versterken, en de kwaliteit en de uitvoering van EU-acquis
verbeteren.
De meeste van de aanbevelingen van de AIV kunnen in die discussie een
plek krijgen. Zo is het kabinet voorstander van samenwerking in kleinere
groepen van lidstaten, een toekomstbestendige EU-begroting en een
aanpassing van de procedure van artikel 7 VEU. Ook zal het kabinet zich
in lijn met de motie van het lid Hoogeveen15
inzetten voor een kleinere Europese Commissie met een efficiënte
portefeuilleverdeling. Verder heeft het kabinet opgeworpen een nadere
discussie te willen voeren over een tijdelijke beperking van het
stemrecht van nieuwe lidstaten op specifieke (deel)terreinen waar
unanimiteit geldt. Dit kan een tijdelijke maatregel zijn in
toetredingsverdragen, in afwachting van hervorming van
besluitvormingsprocedures, om de slagkracht van de EU op peil te houden
en om draagvlak voor uitbreiding te verbreden. In het kader van nieuwe
toetredingsverdragen benadrukt Nederland, samen met gelijkgezinde
lidstaten, het belang van loyale samenwerking door alle lidstaten en
geeft aan dat de EU moet kijken hoe eerbiediging van dit beginsel beter
beschermd kan worden. Conform de motie van het lid Klos zet het kabinet
tevens in op uitbreiding van besluitvorming met gekwalificeerde
meerderheid (QMV) in het Gemeenschappelijk Buitenlands en
Veiligheidsbeleid16. Met betrekking tot het budget
heeft uw Kamer recent een appreciatie ontvangen van de
Commissiemededeling met daarin voorstellen voor financiële en
budgettaire aspecten voor toekomstige EU-toetreding van Montenegro onder
het volgend Meerjarige Financieel Kader (MFK).17
Het kabinet steunt tot slot de inspanningen gericht op het
operationaliseren van artikel 42 lid 7 van het EU-Verdrag om de
weerbaarheid en slagvaardigheid van de EU – en daarmee ook de NAVO – te
versterken.
De minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Kamerstuk 21 501-02, nr. 2997↩︎
Kenmerk T04110↩︎
Kamerstuk 36 866, nr. 6↩︎
Het programma loopt in Armenië, Bosnië en Herzegovina, Bulgarije, Georgië, Kroatië, Moldavië, Mongolië, Montenegro, Noord-Macedonië, Oekraïne en Roemenië↩︎
Kamerstuk 23 987, nr. 412↩︎
Zie https://www.government.nl/documents/2026/03/31/joint-communique-kingdom-of-the-netherlands-ukraine-following-second-intergovernmental-conference↩︎
Kamerstuk 36 045, nr. 298↩︎
Zie ook het verslag van de informele Raad Algemene Zaken van 3 en 4 september (Kamerstuk 2026Z18805)↩︎
Kamerstuk 36 866, nr. 2 en Kamerstuk 21 501-20, nr. 2418↩︎
Zie passage geleidelijke integratie in de Kamerbrief EU-uitbreiding Kamerstuk Kamerstuk 23 987, nr. 412.↩︎
Kamerstuk 21 501-20, nr. 2379↩︎
Kamerstuk 23 987, nr. 408↩︎
Beantwoording Kamervragen van het lid Van der Lee over de staatsbegrafenis voor oorlogsmisdadiger Ratko Mladic in Servië, Kamerstuk 2026D45054.↩︎
Veelal als waarnemer, zoals bij het Europees Patentbureau, Europees Grens- en Kustwachtagentschap (Frontex), Drugsagentschap, Voedselveiligheidsagentschap en het EU-grondrechtenagentschap.↩︎
Kamerstuk 36 866, nr. 10↩︎
Kamerstuk 36 866, nr. 3↩︎
Kamerstuk 22112, nr. 4436↩︎