Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden inzake Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37020-IX)
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2027
Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Nummer: 2026D46529, datum: 2026-09-25, bijgewerkt: 2026-09-28 16:42, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën (PVV)
- Mede ondertekenaar: R.A. van der Steur, adjunct-griffier
Onderdeel van kamerstukdossier 37020 IX-4 Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2027.
Onderdeel van zaak 2026Z17083:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-08 10:00 ⇒ Ter informatie. (Besluit)
- 2026-10-01 10:16 ⇒ Behandeld. (Besluit)
- 2026-09-30 10:35 ⇒ Behandeling wordt voortgezet. (Besluit)
- 2026-09-24 10:00 ⇒ Reeds geagendeerd voor behandeling tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen op 30 september en 1 oktober 2026. (Besluit)
- 2026-09-21 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-09-16 15:20 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-09-16 15:20 ⇒ In handen gesteld van de vaste commissie voor Financiën (Besluit)
Onderdeel van zaak 2026Z20135:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Financiën
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-08 10:00 ⇒ Betrekken bij de bij de verdere behandeling van de ontwerpbegroting Financiën/Nationale Schuld 2027. (Besluit)
- 2026-09-29 16:00 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-09-16 15:20: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-21 14:00: Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Financiën (IXB) en de begrotingsstaat van Nationale Schuld (IXA) voor het jaar 2027 (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Financiën
- 2026-09-24 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
- 2026-09-29 16:00: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-30 10:35: Algemene Financiële Beschouwingen (inclusief begroting Financiën en begrotingsstaat Nationale Schuld) 1e TK (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2026-10-01 10:16: Algemene Financiële Beschouwingen (inclusief begroting Financiën en begrotingsstaat Nationale Schuld) antwoord 1e termijn + rest (Plenair debat (wetgeving)), TK
- 2026-10-08 10:00: Procedurevergadering Financiën (Procedurevergadering), vaste commissie voor Financiën
Preview document (🔗 origineel)
Feitelijke Kamervragen ontwerpbegroting ministerie van Financiën
Vraag 1
Vraag 1
Op welke concrete wijze zet u in de MFK-onderhandelingen in op het beperken van de stijging van de Nederlandse afdrachten aan de EU, het behoud van de nationale korting op de BNI-afdracht en het behoud van het huidige percentage van 25% voor de perceptiekostenvergoeding?
Antwoord op vraag 1
De Nederlandse inzet ten aanzien van het Meerjarig Financieel Kader (MFK) is uiteengezet in de Kamerbrief1 van mei 2026. In de MFK-onderhandelingen zet Nederland in op het beperken van de stijging van de Nederlandse afdrachten aan de EU, met behoud van modernisering, en een begroting gericht op het versterken van het Europees concurrentievermogen, onderzoek en innovatie, een stevig migratie- en asielbeleid, veiligheid en defensie. Hiervoor zet Nederland onder andere in op behoud van de nationale korting op de bni-afdracht en het handhaven van het huidige percentage van 25% voor de perceptiekostenvergoeding. Samenwerking met landen die vergelijkbare belangen hebben – zoals andere nettobetalers of lidstaten die eveneens streven naar budgettaire discipline – versterkt onze onderhandelingspositie zodat Nederland een resultaat kan behalen dat aansluit bij de Nederlandse prioriteiten.
Vraag 2
Vraag 2
Wat zijn de juridische en budgettaire consequenties van de bindende bilaterale overeenkomst die in het najaar van 2026 wordt gesloten over het uitstel van betaling van rente en aflossing op de bilaterale lening van 200 miljoen euro aan Oekraïne via het IMF?
Antwoord op vraag 2
In de oorspronkelijke leningsovereenkomst is vastgelegd dat Oekraïne vanaf mei 2027 moet beginnen met het aflossen en betalen van rente over de bilaterale lening van 200 miljoen euro die in november 2022 via het IMF is verstrekt. De betalingen van rente en aflossing worden door de bilaterale overeenkomst tot en met februari 2030 uitgesteld. Het gaat in totaal om een bedrag van 113,7 miljoen euro (waarvan 100 miljoen euro aan aflossing en 13,7 miljoen euro aan rente), welke bij Voorjaarsnota 2026 middels een kasschuif zijn verplaatst naar latere jaren. In de bilaterale overeenkomst – die in tegenstelling tot het in april 2026 ondertekende Memorandum of Understanding juridisch bindend is - wordt het verlenen van uitstel van betaling van rente en aflossing formeel vastgelegd.
Vraag 3
Vraag 3
Hoe verklaart u dat de totale rentelasten op de staatsschuld (artikelen 11 en 12) stijgen van 10,8 miljard euro in 2026 naar 15,4 miljard euro in 2027?
Antwoord op vraag 3
De totale rentelasten op de financiënbegroting stijgen als gevolg van een toename van zowel de rentelasten op de kort- en langlopende schuld (3,6 miljard euro) als de rentelasten op de interne schuldverhouding (1,1 miljard euro).
De rentelasten op de kortlopende schuld nemen met 1,1 miljard euro toe als gevolg van een toename van het kortlopende rentepercentage. De rentelasten op de langlopende schuld nemen toe met 2,5 miljard euro. Dit is het gevolg van een toename van het langlopende rentepercentage en een oplopend kastekort, dat wordt gefinancierd met de uitgifte van langlopende schuld.
De rentelasten op de interne schuldverhouding nemen toe vanwege een stijging van de rentevergoedingen die betaald worden over tegoeden die aangehouden worden in de schatkist. Dit effect wordt met name gedreven door stijgende rentevergoedingen betaald aan de sociale fondsen. Zowel de omvang van de aangehouden middelen als het daarover betaalde rentepercentage zal in 2027 toenemen ten opzichte van 2026.
Vraag 4
Vraag 4
Hoe verhoudt de geraamde uitgave van 372,5 miljoen euro aan externe inhuur bij de Belastingdienst op artikel 1 in 2027 zich tot de doelstelling om de afhankelijkheid van externe inhuur en ICT-consultants terug te dringen?
Antwoord op vraag 4
De Belastingdienst streeft naar een lagere afhankelijkheid van externe inhuur door werkzaamheden waar mogelijk met eigen personeel uit te voeren. In de afgelopen jaren zijn bijvoorbeeld uitzendkrachten bij de BelastingTelefoon en een deel van de externe ICT-capaciteit vervangen door eigen medewerkers.
Voor 2027 wordt 372,5 miljoen euro aan externe inhuur geraamd, wat neerkomt op circa 12% van het totale personeelsbudget. Externe inhuur blijft deels nodig voor tijdelijke herstelopgaven, piekbelasting en specialistische ICT-kennis. Daarnaast ondersteunt externe capaciteit de modernisering van de Belastingdienst en investeringen in een efficiëntere uitvoering. De Belastingdienst is daarbij goed op weg: door vernieuwing van systemen, digitalisering van processen en gerichte investeringen wordt gewerkt aan een toekomstbestendige organisatie die steeds efficiënter haar taken kan uitvoeren. Tegelijkertijd laat het aandeel externe inhuur een dalende trend zien: van circa 16% in 2024 naar een geraamde 8,3% in 2030. De raming voor 2027 past daarmee binnen de doelstelling om de afhankelijkheid van externe inhuur geleidelijk te verminderen, terwijl voldoende capaciteit en specialistische expertise beschikbaar blijven voor de uitvoering van de taken van de Belastingdienst.
Vraag 5
Vraag 5
Op welke wijze wordt de uitgave van 49,8 miljoen euro aan externe inhuur bij Dienst Toeslagen op artikel 13 in 2027 opgebouwd en afgebouwd ten opzichte van de 169,5 miljoen euro in 2026?
Antwoord op vraag 5
De uitgave aan externe inhuur op artikel 13 Toeslagen heeft voor 94% te maken met de hersteloperatie toeslagen (het overige heeft te maken met de ‘reguliere’ uitvoering van toeslagen). De afbouw in 2027 ten opzichte van 2026 heeft te maken met de afbouw van de hersteloperatie toeslagen.
Vraag 6
Vraag 6
Welke concrete stappen en taakstellingen worden binnen de organisatieonderdelen van het ministerie van Financiën genomen om de rijksbrede apparaatstaakstelling uit het coalitieakkoord op te vangen, die structureel oploopt tot 333 miljoen euro per jaar in 2028?
Antwoord op vraag 6
De apparaatstaakstelling uit het coalitieakkoord loopt voor het ministerie van Financiën op tot 333 miljoen euro in 2030 en verder. De planvorming is op dit moment in volle gang. De belangrijkste sporen om de taakstelling te realiseren zijn onder meer het vereenvoudigen of schrappen van (fiscale) wet- en regelgeving, het herinrichten en vereenvoudigen van het controle-, toezicht- en advieslandschap, het verhogen van de productiviteit in zowel primaire als ondersteunende werkprocessen met bijvoorbeeld digitalisering en AI, het realiseren van een goedkopere en meer gestandaardiseerde bedrijfsvoering en het heroverwegen van taken. Het ministerie van Financiën zal, in lijn met de recent bij de Algemene Politieke Beschouwingen aangenomen motie van de leden Brekelmans en Bontenbal het parlement over een half jaar nader informeren over de inhoud van de plannen.
Vraag 7
Vraag 7
Welke specifieke waarborgen zijn ingebouwd om te garanderen dat alle gedupeerde ouders die deelnemen aan het hersteltraject en tot overeenstemming komen over een schadeafwikkeling uiterlijk eind 2027 financiële genoegdoening ontvangen?
Antwoord op vraag 7
Zoals in de aanbiedingsbrief bij de laatste Voortgangsrapportage Hersteloperatie Toeslagen (VGR) is aangegeven2, wordt vanuit de schadeafwikkeling maximale hulp geboden ouders te kunnen helpen bij het ontvangen van financiële genoegdoening. De totale behandelcapaciteit van aanvullende schade is voldoende om alle ouders eind 2027 geholpen te kunnen hebben.
Vraag 8
Vraag 8
Hoe is de geraamde post van 978,1 miljoen euro aan aanvullende schadecompensatie op artikel 13 voor het jaar 2027 opgebouwd?
Antwoord op vraag 8
De begroting voor het geheel van aanvullende schaderoutes is opgesteld op basis van de verwachte totale instroom bij de aanvullende schaderoutes en ervaringscijfers van al afgehandelde aanvullende schade bij Stichting (Gelijk)waardig Herstel (SGH), Commissie Werkelijke Schade (CWS) en de regieroute. Vervolgens is een inschatting gemaakt van het aantal aanvragen dat per jaar afgehandeld zou kunnen worden bij een succesvolle implementatie van de MijnHerstel-route en bij voldoende opschaling van SGH.
Vraag 9
Vraag 9
Kan worden toegelicht waarom de dekking voor het technische koopkrachtpakket 2027 mede wordt gezocht in een verlaging van de ouderenkorting met 100 euro en een bevriezing van het aanvangspunt van het toptarief?
Antwoord op vraag 9
Het kabinet streeft naar een evenwichtig koopkrachtbeeld. Het kabinet heeft een voorstel gedaan voor een technische invulling van het koopkrachtbeeld. Daarvoor was ook dekking nodig. Met de gekozen dekking blijven de verschillen in het koopkrachtbeeld tussen de groepen beperkt. Deze maatregelen zijn een technische invulling door het kabinet. Het kabinet gaat graag het gesprek aan met uw Kamer over verdere vormgeving van het koopkrachtpakket.
Vraag 10
Vraag 10
Welke specifieke budgettaire opbrengsten worden verwacht van het afschaffen van ondoelmatige fiscale maatregelen, zoals het verlaagd btw-tarief op sierteelt, de teruggaafregeling bio- en hernieuwbare brandstoffen, de bosbouwvrijstelling en het verlaagd btw-tarief op de luchtballonvaart?
Antwoord op vraag 10
De budgettaire effecten van het afschaffen van alle fiscale regelingen die zijn opgenomen in het pakket Belastingplan 2027 (BP27) zijn weergegeven in de onderstaande tabel (in € mln. en prijspeil 2026). De ramingen van deze effecten worden nader toegelicht in de bijlage ‘Ramingstoelichtingen en certificering pakket Belastingplan 2027’, bij het pakket BP273.
Daarnaast is het kabinet ook voornemens om de belastingvermindering binnen de energiebelasting toe te spitsen op huishoudens. Deze maatregel wordt op een later moment verwerkt in de relevante wetgeving en is dus geen onderdeel van het BP27.
| Tabel 103 Budgettaire effecten afschaffen fiscale regelingen pakket Belastingplan 2027 | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2027 | 2028 | 2029 | 2030 | 2031 | Structureel | |
| Wetsvoorstel Belastingplan 2027 | ||||||
| Afschaffen startersaftrek | 112 | 112 | 109 | 106 | 104 | 99 |
| Afschaffen startersaftrek bij arbeidsongeschiktheid | 0 | 0 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| Afschaffen aftrek specifieke zorgkosten | 0 | 560 | 560 | 560 | 560 | 560 |
| Afschaffen bosbouwvrijstelling | 0 | 0 | 34 | 34 | 34 | 35 |
| Afschaffen werkkostenregeling vrijstelling voor branche-eigen bedrijfsproducten | 123 | 123 | 123 | 123 | 123 | 123 |
| Afschaffen verlaagde btw-tarief voor levering van sierteeltproducten | 0 | 305 | 305 | 305 | 305 | 305 |
| Afschaffen verlaagde btw-tarief op luchtballonvaart | 0 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| Afschaffen accijnsteruggaaf regeling voor biobrandstoffen | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 | 4 |
| Afschaffen verlaagd accijnstarief voor kleine brouwerijen | 0 | 2 | 2 | 2 | 2 | 2 |
| Wetsvoorstel fiscale stimulering start-ups en scale-ups | ||||||
| Stapsgewijs afschaffen stakingsaftrek | 13 | 12 | 12 | 16 | 15 | 15 |
| Stapsgewijs afschaffen meewerkaftrek | 5 | 5 | 5 | 6 | 6 | 6 |
| Nader te bepalen wetgevingstraject | ||||||
| Toespitsen belastingvermindering energiebelasting op huishoudens | 0 | 0 | 0 | 401 | 395 | 371 |
| Totaal | 257 | 1125 | 1158 | 1561 | 1552 | 1524 |
Vraag 11
Vraag 11
Op welk bedrag worden de eerste kasontvangsten uit de nieuwe Europese Handling Fee voor de invoer van e-commercegoederen van buiten de EU in 2027 geraamd (98,010 miljoen euro) en hoe verhoudt dit zich tot de stijging naar circa 498,697 miljoen euro in 2028?
Antwoord op vraag 11
De Europese Commissie heeft in het voorstel voor het nieuwe eigenmiddelenbesluit (EMB) voor het volgende Meerjarig Financieel Kader (MFK) (uitgekomen op 16 juli 2025) opgenomen dat de Handling Fee onderdeel is van de nu reeds bestaande definitie van de traditionele eigen middelen (TEM). In dat geval worden de opbrengsten afgedragen aan de Europese Unie (afgezien van de perceptiekostenvergoeding). In het nieuwe EMB-voorstel is tevens een clausule opgenomen dat de ontvangsten uit de Handling Fee in 2026 en 2027 volledig aan de lidstaten toekomen. Indien dit deel van het eigenmiddelenbesluit ongewijzigd wordt aangenomen, zal na ratificatie van het EMB in alle lidstaten de reeds afgedragen Handling Fee-opbrengsten worden verrekend met de nationale afdrachten van elke lidstaat. Deze ontvangsten zijn geraamd op 597 miljoen euro in totaal. Dit totaal is gebaseerd op een Handling Fee van 2 euro. Ze worden volledig ingezet ter dekking van de uitvoeringskosten van de extra controle op de e-commercestroom binnen de meerjarenperiode. Het precieze kasritme van deze ontvangsten is nog onduidelijk, maar de verwachting is het merendeel in 2028 met terugwerkende kracht te ontvangen. Daarom is het grootste aandeel van deze ontvangsten in 2028 gezet.
Vraag 12
Vraag 12
Waarom stijgen de totale apparaats- en programma-uitgaven van de Douane op artikel 9 van 928,847 miljoen euro in 2026 naar 981,759 miljoen euro in 2027 en welk deel hiervan is specifiek bestemd voor het versterken van de rechtshandhaving en de aanpak van ondermijnende criminaliteit?
Antwoord op vraag 12
Deze stijging hangt samen met de versterking van het toezicht op de e-commercestroom gekoppeld aan de afschaffing van de-minimisvrijstelling en de invoering van de Europese Handling Fee. Dit draagt bij aan de rechtshandhaving. Op 2 april 2026 heeft uw Kamer hierover een toelichtende brief ontvangen.
Daarnaast wordt een deel van de stijging in 2027 veroorzaakt door incidentele uitgaven voor de vervanging van scan en detectie apparatuur.