Voorstel van wet
Voorstel van wet van het lid Vliegenthart tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, de Wet afbreking zwangerschap en enige andere wetten in verband met het schrappen van abortus uit het strafrecht (Wet Abortus is zorg)
Voorstel van wet (initiatiefvoorstel)
Nummer: 2026D46584, datum: 2026-09-28, bijgewerkt: 2026-09-28 14:44, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: L. Vliegenthart, Tweede Kamerlid (PRO)
Onderdeel van kamerstukdossier 37027 -2 Voorstel van wet van het lid Vliegenthart tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, de Wet afbreking zwangerschap en enige andere wetten in verband met het schrappen van abortus uit het strafrecht (Wet Abortus is zorg).
Onderdeel van zaak 2026Z20151:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-07 10:15 ⇒ Ter informatie. (Besluit)
- 2026-10-07 10:15: Procedurevergadering Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Procedurevergadering), vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Preview document (🔗 origineel)
| 37 027 | Voorstel van wet van het lid Vliegenthart tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg, de Wet afbreking zwangerschap en enige andere wetten in verband met het schrappen van abortus uit het strafrecht (Wet Abortus is zorg) |
| Nr. 2 | VOORSTEL VAN WET |
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om abortus uit het strafrecht te schrappen;
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
Het Wetboek van Strafrecht wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 43b, onder 2˚, vervalt “296,”.
B
In artikel 295, eerste lid, wordt “een der in de artikelen 293, eerste lid, en 296 omschreven misdrijven,” vervangen door “het misdrijf omschreven in artikel 293, eerste lid,”.
C
Titel XIXA. Afbreking van zwangerschap vervalt.
ARTIKEL II
De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 11.0a wordt een paragraaf ingevoegd, luidende:
§1a. Abortushulpverlening
Artikel 11.0b
1. In deze paragraaf en de daarop berustende bepalingen wordt onder “arts” verstaan degene die bevoegd is de titel van arts te voeren, alsmede, voor zover het betreft de arts bij wie de vrouw onder regelmatige medische behandeling staat, dan wel die als medisch specialist of als huisarts werkzaam is, degene die in het land waar hij is gevestigd, het beroep van arts rechtmatig uitoefent.
2. Voor de toepassing van het bij of krachtens deze paragraaf bepaalde wordt onder het afbreken van zwangerschap niet verstaan het toepassen van een middel ter voorkoming van de innesteling van een bevruchte eicel in de baarmoeder.
Artikel 11.0c
1. Een zwangerschap wordt niet eerder afgebroken dan nadat de vrouw de arts heeft bezocht en daarbij haar voornemen met hem heeft besproken. De arts en de vrouw stellen, met inachtneming van de eisen met betrekking tot hulpverlening en besluitvorming, bedoeld in artikel 11.0d, in gezamenlijk overleg een termijn vast die voorafgaat aan de afbreking van de zwangerschap.
2. In het geval, dat de arts de vrouw niet verwijst, stelt hij haar onverwijld een gedateerde schriftelijke kennisgeving daaromtrent ter hand, welke in elk geval het tijdstip vermeldt, waarop de vrouw zich tot hem had gewend.
3. Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing indien is vastgesteld dat de duur van de zwangerschap nog geen 45 dagen bedraagt op het moment van zwangerschapsafbreking. In dat geval wordt een zwangerschap niet eerder afgebroken dan nadat een arts zich ervan heeft vergewist dat aan de bij of krachtens artikel 11.0d gestelde eisen is voldaan, onderscheidenlijk nadat een huisarts zich ervan heeft vergewist dat aan de bij of krachtens artikel 11.0e gestelde eisen is voldaan.
4. Indien de behandeling, gericht op het afbreken van de zwangerschap, wordt verricht om daarmee een dreigend gevaar voor het leven of de gezondheid van de vrouw af te wenden, wordt geen termijn gesteld als bedoeld in het eerste lid, tweede volzin, dan wel vervalt een ingevolge dat lid gestelde termijn.
Artikel 11.0d
1. Bij algemene maatregel van bestuur worden eisen gesteld met betrekking tot hulpverlening en besluitvorming, welke erop zijn gericht te verzekeren dat iedere beslissing tot het afbreken van zwangerschap met zorgvuldigheid wordt genomen en alleen dan uitgevoerd, indien de noodsituatie van de vrouw deze onontkoombaar maakt.
2. Deze eisen strekken er met name toe te verzekeren:
a. dat de vrouw die het voornemen heeft tot afbreking van zwangerschap en zich met een daartoe strekkend verzoek tot de arts heeft gewend, wordt bijgestaan, in het bijzonder door het verstrekken van verantwoorde voorlichting over andere oplossingen van haar noodsituatie dan het afbreken van de zwangerschap;
b. dat de arts, indien de vrouw van oordeel is dat haar noodsituatie niet op andere wijze kan worden beëindigd, zich ervan vergewist dat de vrouw haar verzoek heeft gedaan en gehandhaafd in vrijwilligheid, na zorgvuldige overweging en in het besef van haar verantwoordelijkheid voor ongeboren leven en van de gevolgen voor haarzelf en de haren;
c. dat, onverminderd het bepaalde in artikel 11.0i, de arts de behandeling slechts verricht indien deze op grond van zijn bevindingen verantwoord is te achten;
d. dat na afbreking van de zwangerschap een genoegzame nazorg voor de vrouw en de haren beschikbaar is, mede in de vorm van voorlichting over methoden ter voorkoming van ongewenste zwangerschap.
Artikel 11.0e
1. De huisarts is bevoegd een medicamenteuze afbreking van de zwangerschap uit te voeren, indien:
a. gebruik wordt gemaakt van een medicament dat geregistreerd is voor de afbreking van een zwangerschap;
b. is voldaan aan de eisen die volgen uit de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg omtrent bevoegdheid en bekwaamheid en de kwaliteitswaarborgen die door de beroepsorganisaties en de professionele standaard aan de organisatie, werkwijze en uitrusting van de praktijk van de huisarts worden gesteld opdat gewaarborgd is dat de behandeling voldoet aan de eisen die daaraan uit medisch oogpunt worden gesteld.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b. De bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vast te stellen regels hebben in ieder geval betrekking op adequate en geaccrediteerde scholing van individuele huisartsen die naast medisch-technische zaken ook gericht is op voorlichting en begeleiding bij en na de besluitvorming.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden tevens eisen gesteld met betrekking tot hulpverlening en besluitvorming, welke erop zijn gericht te verzekeren dat iedere beslissing tot het afbreken van zwangerschap met zorgvuldigheid wordt genomen en alleen dan uitgevoerd, indien de noodsituatie van de vrouw deze onontkoombaar maakt. Deze eisen strekken er met name toe te verzekeren:
a. dat de vrouw die het voornemen heeft tot afbreking van zwangerschap en zich met een daartoe strekkend verzoek tot de arts heeft gewend, wordt bijgestaan, in het bijzonder door het verstrekken van verantwoorde voorlichting over andere oplossingen van haar noodsituatie dan het afbreken van de zwangerschap;
b. dat de arts, indien de vrouw van oordeel is dat haar noodsituatie niet op andere wijze kan worden beëindigd, zich ervan vergewist dat de vrouw haar verzoek heeft gedaan en gehandhaafd in vrijwilligheid, na zorgvuldige overweging en in het besef van haar verantwoordelijkheid voor ongeboren leven en van de gevolgen voor haarzelf en de haren;
c. dat, onverminderd het bepaalde in artikel 11.0i, de arts de behandeling slechts verricht indien deze op grond van zijn bevindingen verantwoord is te achten;
d. dat na afbreking van de zwangerschap een genoegzame nazorg voor de vrouw en de haren beschikbaar is, mede in de vorm van voorlichting over methoden ter voorkoming van ongewenste zwangerschap.
Artikel 11.0f
1. Elke arts die behandelingen, gericht op afbreking van zwangerschap, verricht, doet ten minste eens per jaar aan het bestuur van de instelling de volgende gegevens toekomen:
a. het aantal behandelingen, gericht op afbreking van zwangerschap, dat hij in dat tijdsverloop heeft verricht, en de eventueel daarbij opgetreden bijzonderheden;
b. de duur van de zwangerschap, het aantal voorafgegane zwangerschappen en zwangerschapsafbrekingen, de leeftijd, de provincie - dan wel, voor zover het buiten Nederland woonachtige vrouwen betreft, het land - van woonplaats en het aantal kinderen van elk van de behandelde vrouwen;
c. de datum waarop hij met de vrouw haar voornemen heeft besproken, alsmede, indien de vrouw door een arts bij wie de vrouw onder regelmatige medische behandeling staat, dan wel die als medisch specialist of in de woonplaats van de vrouw als huisarts werkzaam is, verwezen is, de medische hoedanigheid waarin hij de vrouw hulp heeft geboden, de vraag of, en zo ja in welke gevallen, overleg is gepleegd met andere deskundigen, en welke de aard van de deskundigheid van de geraadpleegde was, de datum van de ingreep, met dien verstande dat, indien het zich in artikel 11.0c, vierde lid, bedoelde geval heeft voorgedaan, tevens de bijzondere redenen daarvoor worden opgegeven, en de nazorg die na de afbreking van de zwangerschap aan de vrouw is verleend.
2. Het bestuur van de instelling ziet erop toe dat alle in de instelling werkzame artsen hem de in het eerste lid bedoelde gegevens volledig en tijdig doen toekomen in zodanige vorm dat zij niet tot individuele patiënten herleidbaar zijn. Het bestuur draagt er zorg voor, dat deze gegevens ten minste vijf jaar worden bewaard.
3. Het bestuur van de instelling doet eens per jaar aan de inspectie opgave toekomen van de totalen, die aan de in de vorige leden bedoelde gegevens kunnen worden ontleend.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de tijdstippen en wijze waarop de in de vorige leden van dit artikel bedoelde gegevens moeten worden verstrekt. Bij deze opgaven wordt de anonimiteit van de behandelde vrouwen gewaarborgd.
5. De verkregen gegevens mogen uitsluitend worden gebruikt:
a. voor statistische doeleinden en
b. ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze paragraaf bepaalde.
6. De in het eerste lid bedoelde arts draagt er tevens zorg voor, dat vóór of zo spoedig mogelijk na de behandeling aantekening wordt gemaakt van de bevindingen die ertoe hebben geleid de behandeling te geven. Hij is verplicht deze aantekeningen gedurende ten minste vijf jaar te bewaren en de daarin vervatte gegevens, mits niet herleidbaar tot individuele patiënten, op verzoek ter beschikking te stellen van de inspectie.
Artikel 11.0g
1. De huisarts doet ten minste eens per jaar de in artikel 11.0f, eerste lid, bedoelde gegevens aan een door Onze Minister aangewezen rechtspersoon toekomen in zodanige vorm dat zij niet tot individuele patiënten herleidbaar zijn. De rechtspersoon doet deze gegevens toekomen aan de inspectie.
2. De rechtspersoon kan kostendekkende tarieven vaststellen voor de door zijn in het eerste lid, eerste volzin, verrichte werkzaamheden. Onze Minister kan tarieven vaststellen die de rechtspersoon ten hoogste mag berekenen voor de door hem verrichte werkzaamheden.
3. Indien de rechtspersoon, bedoeld in het eerste lid, naar het oordeel van Onze Minister zijn taak verwaarloost, kan Onze Minister de aanwijzing intrekken.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld omtrent de tijdstippen en wijze waarop de in het eerste lid bedoelde gegevens moeten worden verstrekt. Bij deze opgaven wordt de anonimiteit van de behandelde vrouwen gewaarborgd.
5. De verkregen gegevens mogen uitsluitend worden gebruikt:
a. voor statistische doeleinden, en
b. ten behoeve van het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde.
6. De huisarts draagt er tevens zorg voor, dat vóór of zo spoedig mogelijk na de behandeling aantekening wordt gemaakt van de bevindingen die ertoe hebben geleid de behandeling te geven. Hij is verplicht deze aantekeningen gedurende ten minste vijf jaar te bewaren en de daarin vervatte gegevens, mits niet herleidbaar tot individuele patiënten, op verzoek ter beschikking te stellen van de inspectie.
Artikel 11.0h
Het bestuur van de instelling onderscheidenlijk de huisarts draagt zorg dat de inspectie op haar verzoek inzage wordt verschaft van de in artikel 11.0f, tweede lid, onderscheidenlijk artikel 11.0g, eerste lid, bedoelde gegevens en dat haar alle gevraagde inlichtingen, mits niet herleidbaar tot individuele patiënten, worden verstrekt die zij redelijkerwijs voor de uitoefening van haar taak met betrekking tot deze paragraaf behoeft.
Artikel 11.0i
1. Niemand is verplicht een vrouw een behandeling, gericht op het afbreken van zwangerschap, te geven, dan wel daaraan medewerking te verlenen.
2. Indien de arts gemoedsbezwaren koestert tegen het verrichten of doen verrichten van de behandeling, stelt hij de vrouw onverwijld nadat zij zich tot hem heeft gewend, daarvan in kennis.
3. Het eerste lid ontheft een arts niet van de verplichting om desgevraagd en indien de vrouw daartoe toestemming heeft verleend inlichtingen omtrent de toestand van de vrouw te geven aan andere artsen.
Artikel 11.0j
Een instelling, waarin vrouwen een behandeling ondergaan, gericht op het afbreken van een zwangerschap, niet zijnde een ziekenhuis of afdeling daarvan waarin zorg wordt verleend waarop aanspraak bestaat ingevolge een zorgverzekering als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Zorgverzekeringswet, streeft geen winst na.
B
In artikel 24, eerste lid, wordt na “3 tot en met 11” ingevoegd “, 11.0c tot en met 11.0j”.
C
In artikel 27, eerste lid en tweede lid, wordt “en 5 tot en met 10” telkens vervangen door “5 tot en met 10 en 11.0c tot en met 11.0j”.
D
In artikel 30, eerste lid, wordt “of 11, eerste lid” vervangen door “11, eerste lid, 11.0f, tweede lid, laatste volzin, derde, vierde of zesde lid of 11.0g, eerste, vierde of zesde lid”.
ARTIKEL III
De Wet afbreking zwangerschap wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 1 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 1a
Deze wet is van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.
B
In artikel 6, eerste lid, onder e, wordt “artikel 393, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek” vervangen door “artikel 121, eerste lid, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek BES”.
C
In artikel 19, tweede lid, wordt “artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering” vervangen door “artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES”.
D
Artikel 20a komt te luiden:
Artikel 20a
Deze wet wordt aangehaald als: Wet afbreking zwangerschap BES.
ARTIKEL IV
Artikel VI, eerste lid, van de Wet van 1 mei 1981, houdende regelen met betrekking tot het afbreken van zwangerschap (Wet afbreking zwangerschap) (Stb. 1981, 257), vervalt.
ARTIKEL V
Een vergunning ingevolge artikel 2 van de Wet afbreking zwangerschap, zoals die gold op de dag voorafgaand aan het moment van inwerkingtreding van deze wet, verleend aan een instelling, gevestigd in een van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba, wordt aangemerkt als een vergunning, afgegeven ingevolge artikel 2 van de Wet afbreking zwangerschap BES.
ARTIKEL VI
In artikel 312a, vijfde lid, onderdelen a en b, van het Wetboek van Strafrecht BES wordt “Wet afbreking zwangerschap” telkens vervangen door “Wet afbreking zwangerschap BES”.
ARTIKEL VII
Het Wetboek van Strafvordering wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 160, eerste lid, vervalt “en 296”.
B
Artikel 382, onderdeel b, wordt als volgt gewijzigd:
1. Subonderdeel 4˚vervalt, onder vernummering van de subonderdelen 5˚ en 6˚ tot 4˚ en 5˚.
2. In subonderdeel 5˚ (nieuw) wordt “1˚ tot en met 5˚” vervangen door “1˚ tot en met 4˚”.
ARTIKEL VIII
In artikel 51a, tweede lid, van de Uitleveringswet vervalt in het vijfentwintigste gedachtestreepje “, 296”.
ARTIKEL IX
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
ARTIKEL X
Deze wet wordt aangehaald als: Wet abortus is zorg.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
De Minister van Justitie en Veiligheid,