[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Heropenstelling van de subsidieregeling 'Vernieuwingen in de keten van visserij en aquacultuur'

Zee- en kustvisserij

Brief regering

Nummer: 2026D46619, datum: 2026-09-28, bijgewerkt: 2026-10-05 15:34, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 29675 -244 Zee- en kustvisserij.

Onderdeel van zaak 2026Z20166:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


29675 Zee- en kustvisserij

Nr. 244 Brief van de staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 september 2026

Met deze brief informeer ik uw Kamer dat ik de heropenstelling van de

subsidieregeling ‘Vernieuwingen in de keten van visserij en aquacultuur’ (hierna:

regeling) in het kader van het Europees fonds voor maritieme zaken, visserij en

aquacultuur (hierna: EMFAF) definitief heb vastgesteld. Deze regeling heeft tot doel de kwaliteit en toegevoegde waarde van visserij- en aquacultuurproducten te bevorderen, alsmede de verwerking hiervan. De regeling is van 23 november 2026 tot en met 21 januari 2027 opengesteld.

Deze regeling is tweemaal eerder opengesteld: tussen 1 augustus 2024 en 22 november 2024 en tussen 20 oktober 2025 en 22 januari 2026. Uw Kamer is hierover eerder geïnformeerd.1

Vanwege het succes van de voorgaande openstellingen is ervoor gekozen om de regeling opnieuw open te stellen met een hoger subsidieplafond: € 3.400.000. Aanvragen worden beoordeeld en gerangschikt op basis van verschillende selectiecriteria. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de mate waarin een project bijdraagt aan een betere informatievoorziening, bijvoorbeeld door het verstrekken van productinformatie, en naar de bijdrage aan de afzetbevordering van visserij- en aquacultuurproducten. Daarnaast krijgen projecten die bijdragen aan het verkorten van de keten of aan verdere verwaarding van producten een hogere waardering. De motie-Van der Plas (Kamerstuk 36600-XIV, nr. 17) is meegenomen in de selectiecriteria. Hierdoor kan subsidie worden toegekend aan projecten die zien op promotie en afzetbevordering van visserij- en aquacultuurproducten.

Om voor subsidie in aanmerking te komen, moeten projecten voldoen aan de gestelde randvoorwaarden van de regeling. Vervolgens worden de aanvragen beoordeeld aan de hand van vijf selectiecriteria. Op deze manier wordt gewaarborgd dat de beschikbare middelen zoveel mogelijk worden ingezet voor de meest kansrijke projecten, die in de praktijk een substantiële bijdrage kunnen leveren aan verduurzaming en versterking van de keten.

Gelet op het einde van de looptijd van het EMFAF zullen projecten uiterlijk 29 juni 2029 moeten zijn afgerond. Dit betekent dat de realisatietermijn van de projecten die onder de nieuwe openstelling worden toegekend 24 maanden zal zijn.

Voorwaarden

Voor de regeling is een budget van € 3.400.000 beschikbaar. Het

subsidiepercentage is 50% en het maximale subsidiebedrag per project bedraagt

€ 500.000. Ondernemingen en organisaties die werkzaam zijn in of met de afzet en verwerkende keten van de visserij of aquacultuur kunnen een aanvraag

indienen. Ook kunnen deze partijen ervoor kiezen om dit middels een

samenwerkingsverband te doen. Daarbij geldt dat de subsidiabele kosten niet minder dan € 150.000 mogen bedragen. Door een maximum aan het subsidiebedrag en een minimumbedrag aan subsidiabele kosten te hanteren wordt gewaarborgd dat voldoende middelen beschikbaar zijn voor meerdere projecten, zonder dat de middelen te veel worden versnipperd over kleine projecten met relatief weinig impact.

De staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,

S.P.A. Erkens


  1. Kamerstukken II, 2023/24, 26 991, nr. 589 en Kamerstukken II, 2025/26, 29 675, nr. 236.↩︎