Verslag houdende een lijst van vragen over vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37020-XIII)
Lijst van vragen
Nummer: 2026D46709, datum: 2026-09-28, bijgewerkt: 2026-10-08 16:52, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.P.J. van Eijk, voorzitter van de vaste commissie voor Economische Zaken (VVD)
- Mede ondertekenaar: H.W. Krijger, adjunct-griffier
Onderdeel van zaak 2026Z17064:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Economische Zaken
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-06 16:45 ⇒ Ter informatie. (Besluit)
- 2026-10-06 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-09-24 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-09-22 16:45 ⇒ Inbrengdatum voor het stellen van feitelijke vragen t.b.v. het verslag reeds vastgesteld op 24 september 2026. (Besluit)
- 2026-09-16 15:20 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-09-16 15:20 ⇒ In handen gesteld van de vaste commissie voor Economische Zaken en Klimaat (Besluit)
- 2026-09-16 15:20: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-22 16:45: Procedurevergadering commissie Economische Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Economische Zaken
- 2026-09-24 14:00: Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2027 (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Economische Zaken
- 2026-10-06 14:00: Vaststelling van de begrotingsstaten van BZK, EZK en van JenV voor het jaar 2027 voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitalisering (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Digitale Zaken
- 2026-10-06 16:45: Procedurevergadering commissie Economische Zaken (Procedurevergadering), vaste commissie voor Economische Zaken
- 2026-10-12 00:00: Begroting Economische Zaken (Plenair debat (wetgeving)), TK
Preview document (đź”— origineel)
Verslag houdende een Lijst van vragen
De vaste commissie voor Economische Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Economische Zaken en Klimaat over het wetsvoorstel van 15 september 2026 houdende de Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (XIII) voor het jaar 2027 (Kamerstuk 37 020 XIII, nrs. 1 en 2).
De voorzitter van de commissie,
Van Eijk
Adjunct-griffier van de commissie,
Krijger
| Nr. | Vraag |
| 1 | Welke factoren verklaren de bijstelling van de groei van de arbeidsproductiviteit, en in hoeverre zijn deze factoren beĂŻnvloedbaar door overheidsbeleid? |
| 2 | Hoe ontwikkelde het percentage productiviteitsbevorderende overheidsinvesteringen zich de afgelopen jaren en wat is de prognose tot 2030? |
| 3 | Wordt het percentage productiviteitsbevorderende (overheids)investeringen gebruikt door de Taksforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat als indicator voor de vier domeinen? |
| 4 | Evalueert u fiscale regelingen op productiviteit en welke evaluaties zijn daarvoor beschikbaar voor het domein van Economische Zaken? |
| 5 | Welke maatregelen neemt u om actief te sturen op de sectormix (aandeel van verschillende bedrijfstakken), met het oog op het verhogen van de arbeidsproductiviteit? |
| 6 | Welke concrete remmende maatregelen gaat u nemen om, in lijn met het advies van de Raad van State, laagproductieve sectoren af te remmen? |
| 7 | Hoe gaat u ervoor zorgen dat niet langer het percentage laagproductieve banen, maar het percentage hoogproductieve banen groeit? |
| 8 | Hoe gaat u maatschappelijke kosten zoals milieuvervuiling meewegen in uw afweging en sturing op de sectormix? |
| 9 | Welke belemmeringen voor toetreding, doorgroei en uittreding van bedrijven zijn bij u bekend, en welke maatregelen neemt u om de bedrijfsdynamiek te bevorderen? |
| 10 | Hoe hoog zijn de bedragen bij de publieke en private investeringen in onderzoek en ontwikkeling momenteel als percentage van het bruto binnenlands product (bbp), en hoe ontwikkelt zich dit de komende jaren? |
| 11 | Hoe gaat u het risico aanpakken dat fiscale regelingen te weinig productiviteitsgroei opleveren of de productiviteitsgroei zelfs belemmeren? |
| 12 | Is Nederland voornemens deel te nemen aan de Europese Important Project of Common European Interest (IPCEI) Biobased Food and Feed Ingredients en wat is op dit moment de stand van zaken van de Nederlandse besluitvorming hierover? |
| 13 | In diverse stukken van de regering staat iets vermeld over Innovatie regionale campussen, bijvoorbeeld dat deze middelen onder meer worden ingezet voor regionale innovatieclusters, deelname aan IPCEI AI en deelname aan verschillende EU-fondsen; is het mogelijk deze middelen mede in te zetten voor Nederlandse deelname aan de IPCEI Biobased Food and Feed Ingredients? |
| 14 | Waarom wordt in de begroting wel expliciet verwezen naar IPCEI AI, maar niet naar de IPCEI Biobased Food and Feed Ingredients, terwijl Nederland deelneemt aan de ontwerpfase van deze Europese IPCEI voor biotechnologie? |
| 15 | Welke mogelijkheden zijn er om in Europees verband invulling te geven aan het door de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) beschreven principe van strategische symmetrie in de economische betrekkingen met China? Welke bestaande Europese beleidsinstrumenten kunnen hiervoor worden ingezet en welke aanvullende instrumenten zouden hiervoor noodzakelijk zijn? |
| 16 | Welke criteria worden gehanteerd bij de afweging om al dan niet over te gaan tot een overheidsdeelneming en in hoeverre wegen daarbij overwegingen van economische veiligheid en strategische autonomie mee? |
| 17 | Welke financiële en niet-financiële instrumenten heeft u momenteel tot uw beschikking voor het behoud van strategische industriële productiecapaciteit? |
| 18 | In de Kamerbrief over de appreciatie van het Groeiplan MedTech1 wordt 102,5 miljoen euro beschikbaar gesteld vanuit de departementale begrotingen. Hoe is dit bedrag verdeeld tussen de begrotingen van EZK en VWS? De VWS-bijdrage loopt via subsidies door tot 2036, terwijl de EZK-begroting tot en met 2031 reikt. Hoe wordt het EZK-aandeel na 2031 budgettair geborgd? |
| 19 | Kunt u bevestigen dat voor de MedTech-beleidsagenda geen beroep wordt gedaan op het Nationaal Groeifonds? |
| 20 | In het Coalitieakkoord is structureel 100 miljoen euro toegezegd voor regionale innovatieclusters en de Nationale Technologiestrategie 2; hoe is dit bedrag verdeeld over beide doelen, en welk deel staat nog op de Aanvullende Post? |
| 21 | Voor het Deep Tech Fonds (DTF) is na 2029 geen kasbudget meer geraamd; hoe verhoudt zich dat tot de ophoging van het fondsvermogen naar 610 miljoen euro? |
| 22 | Hoe verhoudt de pilot Life Sciences and Biotech zich tot de MedTech-beleidsagenda; kan die pilot geheel of gedeeltelijk dienen als invulling van het EZK-aandeel daarin? |
| 23 | Hoeveel ondernemingen voldoen naar verwachting aan de voorgestelde definitie van startup en scale-up, uitgesplitst naar sector, en op welke bron is die inschatting gebaseerd? Hoeveel werknemers werken bij deze ondernemingen? |
| 24 | Welke percentages als National IP Deal Term vragen Nederlandse kennisinstellingen en hoe verschilt dit met andere Europese landen? |
| 25 | Hoe verhoudt de Nederlandse overheidssteun aan de industrie, van nu en de afgelopen jaren, zich tot dat van China, de Verenigde Staten, het EU-gemiddelde, het OESO-gemiddelde en onze buurlanden? |
| 26 | Wat is de structurele economische groei in Nederland? |
| 27 | Is er uitvoering gegeven aan het Nationaal AI Deltaplan en zo ja, op welke manier? Volgt er nog meer uitwerking? Volgt er nog een AI-rekenkrachtplan? |
| 28 | Wat zijn de regeldrukkosten vanuit gemeenten, provincies en waterschappen? Hoe hebben deze regeldrukkosten zich de afgelopen jaren ontwikkeld? |
| 29 | Hoe wordt de voorgestelde 120 miljoen euro voor IPCEI-AI precies besteed en wat zijn de baten voor Nederland? |
| 30 | Kunt u over een overzicht geven van grote industriële investeringsprojecten waarvan de realisatie momenteel wordt belemmerd door onzekerheid over regelgeving, fiscale maatregelen, energieprijzen, netcapaciteit of vergunningverlening? Kunt u aangeven wat de omvang is van de hiermee gemoeide voorgenomen investeringen en welke maatregelen worden genomen om de gesignaleerde knelpunten weg te nemen? |
| 31 | Wat is het verwachte pad van de R&D-intensiteit tot en met 2030 bij ongewijzigd beleid? Wanneer komt het cijfer over 2025 beschikbaar, dat in tabel 12 nog als n.n.b. is opgenomen? |
| 32 | Hoeveel startups en scale-ups telt Nederland op dit moment, en hoe heeft dat aantal zich de afgelopen vijf jaar ontwikkeld? |
| 33 | Hoeveel academische spin-offs worden jaarlijks opgericht vanuit Nederlandse kennisinstellingen, en hoe verhoudt dat zich tot omringende landen? |
| 34 | Welk bedrag besteedt u in 2027 in totaal aan valorisatie, opgeteld over alle instrumenten op de artikelen 2 en 3? |
| 35 | Hoeveel durfkapitaal is in 2025 in Nederland opgehaald door startups en scale-ups, uitgesplitst naar financieringsfase? |
| 36 | Hoe wordt de structurele investering van 100 miljoen euro in Innovatie regionale campussen, zoals aangekondigd in het coalitieakkoord, budgettair verwerkt? 3 |
| 37 | Wat is bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) de gemiddelde doorlooptijd voor een vergunning (het hele proces van aanvraag tot goedkeuring)? Is er een maximale doorlooptijd en wordt het soms overschreden? Hoe heeft zich dat sinds 2016 ontwikkeld? |
| 38 | Wanneer wordt het wetsvoorstel Ondernemen met een maatschappelijke bv naar de Kamer gestuurd? |
| 39 | Is overwogen om de reikwijdte van de regeling uit te breiden tot het bredere midden- en kleinbedrijf (mkb)? Is onderzoek gedaan naar de budgettaire gevolgen van zo'n uitbreiding, waarbij de gederfde inkomstenbelasting wordt afgezet tegen de wegvallende vennootschapsbelasting (Vpb)-aftrek op Stock appreciation rights (SAR)-uitkeringen? Zo nee, waarom niet? |
| 40 | Hoe wordt de kloof tussen het aantal werknemers dat aandelen van de eigen werkgever bezit en het aantal dat dat zou willen beoordeeld? Welke belemmeringen worden hier voor werknemersaandelenbezit gezien, en bent u voornemens beleid te ontwikkelen om dit te stimuleren? |
| 41 | Heeft u onderzocht of de aanwezigheid van durfkapitaal investeringen als zelfstandig wettelijk criterium kan dienen voor de kwalificatie als startup of scale-up? Zo ja, wat waren de uitkomsten van deze analyse? |
| 42 | Wat is de ratio achter de uitsluiting van beursgenoteerde ondernemingen en van ondernemingen met een beursgenoteerde aandeelhouder op grond van art. 10ba, eerste lid, onderdelen b en c? Welke beleidsdoelstelling wordt met deze uitsluiting nagestreefd? Heeft u een opt-in mogelijkheid overwogen voor ondernemingen die materieel wel aan de kenmerken van een startup of scale-up voldoen? |
| Waarom is gekozen voor een criterium gebaseerd op gerealiseerde snelle groei in plaats van groeipotentieel en schaalbaar in plaats van potentieel schaalbaar, terwijl jonge innovatieve ondernemingen zich vaak nog in een pre-groeifase bevinden? | |
| 43 | Heeft u onderzocht of de aanwezigheid van durfkapitaal investeringen als zelfstandig wettelijk criterium kan dienen voor de kwalificatie als startup of scale-up? Zo ja, wat waren de uitkomsten van deze analyse? |
| 44 | Welke maatregelen en budgetten zet u in 2027 in om Nederlandse waardeketens van grondstoffen te versterken en de afhankelijkheid te verminderen en wat is het effect hiervan? |
| 45 | Kunt u voor de afgelopen tien jaar per jaar inzichtelijk maken hoe de economische groei, de publieke en private R&D-uitgaven als percentage van het bbp en de arbeidsproductiviteit zich hebben ontwikkeld? |
| 46 | Welke doelstelling hanteert u voor de jaarlijkse groei van de arbeidsproductiviteit in 2027 en de daaropvolgende jaren en wat is daarbij de uitgangswaarde? |
| 47 | Heeft u ook als doel om de brede welvaart te verhogen, naast de doelstelling van 1,5% structurele economische groei? Welke indicatoren hanteert u hiervoor? |
| 48 | Hoe verhoudt de beschikbare middelen voor de Nationale Investeringsinstelling zich tot de verwachte financieringsbehoefte van de bedrijven en projecten in de vier focusgebieden? |
| 49 | Welke financieringsknelpunten voor startups en scale-ups zijn bij u bekend, hoe groot is de geschatte financieringskloof en welke concrete maatregelen neemt u om institutioneel kapitaal te mobiliseren? |
| 50 | Welke middelen zijn in 2027 beschikbaar voor de uitvoering van de Nationale Technologiestrategie en de actieagenda’s voor sleuteltechnologieën? |
| 51 | Welke concrete resultaten worden in 2027 verwacht van het strategisch industriebeleid en de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat, en welke budgetten zijn hiervoor beschikbaar? |
| 52 | U werkt aan uitbreiding van het instrumentarium van de ACM met een inroepbevoegdheid voor fusies onder de omzetdrempels; zijn de verwachte uitvoeringskosten daarvan geraamd, en zijn die in deze begroting verwerkt? Zo nee, op welke wijze worden deze uitgaven gedekt? |
| 53 | Kunt u toelichten waarom in de begroting wordt gesproken over de ambitie om 500 regels te schrappen of te vereenvoudigen, zonder daarbij expliciet te vermelden dat deze doelstelling jaarlijks geldt? Kunt u bevestigen dat de doelstelling 500 regels per jaar betreft? |
| 54 | Kunt u toelichten waarom de coördinatie van het verminderen van regeldruk in de begroting bij de staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is belegd en hoe dit zich verhoudt tot de verantwoordelijkheidsverdeling zoals opgenomen in het coalitieakkoord? Welke verantwoordelijkheid heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat nog voor het verminderen van regeldruk voor ondernemers? |
| 55 | Welke risicovolle strategische afhankelijkheden van Nederland en de Europese Unie zijn op dit moment door het kabinet geĂŻdentificeerd? Kunt u daarbij per sector aangeven van welke landen Nederland in belangrijke mate afhankelijk is, hoe groot deze afhankelijkheden zijn en welke concrete maatregelen worden getroffen om de daarmee samenhangende risico's te verminderen? |
| 56 | Overweegt u om het Europese voorkeursprincipe ook toe te passen in andere sectoren dan de technologiesector? Welke overwegingen spelen hierbij een rol? |
| 57 | Welke instrumenten staan de regering momenteel ter beschikking om te voorkomen dat ondernemingen met een strategisch belang voor de Nederlandse economie onder invloed komen te staan van buitenlandse partijen wanneer dit risico's voor de economische veiligheid met zich meebrengt? |
| 58 | Wat zijn de budgettaire gevolgen van de voorgestelde aanpassing (uitzondering bij exit of beursgang, uitzondering bij emigratie, aanpassing van artikel 10b, negende lid, schrappen van de voorwaarden van lucratief belang en aanmerkelijk belang)? |
| 59 | Kunt u voor de afgelopen vijf jaar inzichtelijk maken hoeveel Europese middelen Nederlandse partijen hebben verkregen uit Europese programma's gericht op onderzoek, innovatie en concurrentievermogen, uitgesplitst naar de belangrijkste programma's, en hoeveel nationale cofinanciering daar tegenover stond? |
| 60 | Wat is de stand van zaken van de voorbereiding van Nederlandse deelname aan de IPCEI-trajecten voor biochemie en biomaterialen? |
| 61 | Voor welke IPCEI-trajecten komen nieuwe middelen beschikbaar en voor welke jaren? |
| 62 | Bent u betrokken geweest bij het in de begroting opnemen van de nieuwe taakstelling op het ambtelijke apparaat? Zo ja, kunnen de ambtelijke adviezen hierover met de Kamer worden gedeeld? |
| 63 | Waar wordt er precies gesneden als gevolg van de efficiencytaakstelling? |
| 64 | Raakt deze taakstelling ook de uitvoering? Zo ja, op welke wijze? |
| 65 | Welke mogelijke risico’s voor de uitvoering en dienstverlening worden voorzien als de opstapelende taakstellingen worden doorgevoerd? |
| 66 | Zijn er taken die de minister van Economische Zaken en Klimaat als gevolg van de efficiencytaakstelling laat vallen? |
| 67 | Hoe wilt u de 100 miljoen euro voor campussen in 2027 besteden? |
| 68 | Kan de regering toelichten hoe de negatieve mutatie op Fund to Fund zich verhoudt tot de afzonderlijk opgenomen taakstelling CA22 Toekomstfonds, aangezien beide mutaties volgens de toelichting betrekking hebben op maatregel 22 uit het Coalitieakkoord? |
| 69 | Waarom is naast de invulling via CA22 ook een negatieve mutatie op Fund to Fund opgenomen? Kan worden uitgesloten dat hiermee sprake is van een aanvullende ombuiging op het Toekomstfonds boven op de taakstelling uit CA22? |
| 70 | Is al bekend op welke subsidieregelingen de CA63-subsidietaakstelling wordt ingevuld? Zo ja, kunt u per subsidieregeling aangeven welk bedrag wordt gekort? Zo nee, wanneer wordt hierover besloten? |
| 71 | Kunt u voor de taakstellingen CA61 en CA62 inzichtelijk maken tot welke beoogde vermindering van het aantal personele capaciteit (fte) deze bij EZK leiden, uitgesplitst per jaar, en met welke concrete maatregelen deze fte-reductie wordt gerealiseerd? |
| 72 | Kunt u enkele voorbeelden geven van succesvolle publiek-private consortia die de afgelopen jaren vanuit het NWO-domein Toegepaste en Technische Wetenschappen (TTW) Perspectief zijn ondersteund? Kunt u daarnaast aangeven of de volledige ombuiging op NWO-TTW gevolgen heeft voor reeds toegekende en lopende subsidies en consortia, en zo ja, welke? |
| 73 | Kunt u een integraal overzicht geven van de middelen op de Aanvullende Post voor regionale innovatieclusters, uitgesplitst naar de verschillende maatregelen waarvoor deze middelen worden ingezet, de bedragen per maatregel en per jaar, reeds overgehevelde middelen en het resterende bedrag op de Aanvullende Post? |
| 74 | Kunt u toelichten welk deel van het budget voor PEGA (Ruimte voor economie) als subsidie en welk deel als lening wordt ingezet, en op basis van welke criteria wordt bepaald welk financieringsinstrument wordt gebruikt? |
| 75 | Kunt u, naast de middelen voor regionale innovatieclusters, een integraal overzicht geven van alle middelen die vanuit de Aanvullende Post naar de EZK-begroting worden overgeheveld, uitgesplitst naar maatregel, bedrag en jaar, en daarbij tevens aangeven hoeveel per maatregel reeds is overgeheveld en welk bedrag nog op de Aanvullende Post resteert? |
| 76 | Kunt u toelichten hoe de voor het Nationaal Agentschap voor Disruptieve Innovatie (NADI) opgenomen middelen van cumulatief 260 miljoen euro tot en met 2031 zich verhouden tot de in het coalitieakkoord aangekondigde 500 miljoen euro? Wanneer en op welke wijze wordt het resterende bedrag van 240 miljoen euro beschikbaar gesteld? Kunt u daarbij aangeven of de oorspronkelijke financieringsvorm van een kapitaalstorting wordt gehandhaafd, of dat inmiddels voor een andere financieringsvorm is gekozen? |
| 77 | Kunt u aangeven welk deel van de 30 miljoen euro voor stimulering academische spinoffs uiteindelijk terechtkomt bij universiteiten, technology transfer offices, regionale ontwikkelingsmaatschappijen, start-ups en scale-ups? |
| 78 | Voor het NADI is er tot en met 2031 260 miljoen euro begroot en in totaal is er 500 miljoen euro vrijgemaakt voor het NADI; hoe zal de overige 240 miljoen euro worden besteed in de jaren daarna? |
| 79 | Kunt u aangeven tot hoeveel aanvullende fte-reductie de versnelde taakstelling Slagvaardige Overheid in 2028 en 2029 bij het ministerie van Economische Zaken en Klimaat naar verwachting leidt, en op welke onderdelen van de organisatie deze reductie neerslaat? |
| 80 | Welke beleidsinstrumenten zet u in om valorisatie te bevorderen, en hoeveel middelen zijn hiervoor in 2027 beschikbaar? |
| 81 | Welke reductietargets gelden per ministerie en wanneer worden deze aan de Kamer gemeld? |
| 82 | Worden ook nieuwe regels en nieuwe administratieve verplichtingen meegeteld, zodat inzicht ontstaat in de netto-ontwikkeling van de regeldruk? Zo nee, waarom kiest u uitsluitend voor een bruto doelstelling? |
| 83 | Kunt u toelichten waarom het budget voor de subsidieregeling Cybersecurity daalt van 6,967 miljoen euro in 2025 naar 1,345 miljoen euro in 2026 en 1,250 miljoen euro in 2027? Welke activiteiten en subsidieregelingen worden hierdoor beëindigd of afgeschaald en worden deze activiteiten elders voortgezet of gefinancierd? |
| 84 | Welke maatregelen uit het 3%-R&D-actieplan zijn in deze begroting financieel verwerkt, en om welke bedragen gaat het? |
| 85 | De onderzoek en ontwikkeling (R&D) -intensiteit bedraagt volgens de kengetallen 2,29% van het bbp in 2024, bij een doelstelling van 3% in 2030 (tabel 12); hoeveel bedraagt het resterende verschil in euro's, en hoe is dat verdeeld naar publieke en private investeringen? |
| Van welke gemeenten is de aanvraag voor de subsidie Impulsaanpak winkelgebieden wel goedgekeurd maar nog niet toegekend? | |
| 86 | Kunt u de bijdrage aan de Kamer van Koophandel (KvK) uitsplitsen naar de verschillende wettelijke taken, waaronder het Handelsregister, voorlichting en regiostimulering, innovatiestimulering en de ondernemerspleinen? |
| 87 | De post "Economische ontwikkeling en technologie" op artikel 2 loopt op van 2,7 miljoen euro in 2026 naar 7,9 miljoen euro in 2027 en 20,1 miljoen euro in 2031 (tabel 14), terwijl de toelichting vermeldt uitsluitend dat de post meerdere incidentele en structurele middelen bevat; kan een uitsplitsing worden gegeven van de activiteiten en bedragen die op deze post zijn geraamd, en wat verklaart de stijging? |
| 88 | Kunt u toelichten wat wordt verstaan onder de incidentele flexibele ruimte binnen het Toekomstfonds waarmee de taakstelling in de periode 2027–2029 wordt ingevuld, en per jaar en instrument inzichtelijk maken uit welke middelen deze ruimte bestaat? |
| 89 | De taakstelling leidt volgens de tabel op pagina 85 vanaf 2030 tot cumulatief 41 miljoen euro structureel minder budget voor Innovatiekrediet, Seed Capital en Vroegefasefinanciering (VFF); hoe is dat bedrag over de drie regelingen verdeeld? |
| 90 | Hoe verhoudt de incidentele flexibele ruimte zich tot de budgetflexibiliteit van het Toekomstfonds, waaruit blijkt dat in 2027 96% van de middelen juridisch verplicht en 4% beleidsmatig gereserveerd is en er geen vrij te besteden middelen zijn? |
| 91 | Kunt u toelichten waardoor de apparaatskosten van de ACM stijgen van 115,2 miljoen euro in 2025 naar 136,9 miljoen euro in 2027? Welke nieuwe of geĂŻntensiveerde taken verklaren deze stijging? In hoeverre is het realistisch dat deze kosten na 2027 weer zullen dalen? |
| 92 | Wat is het verwachte effect van het verhogen van de omzetdrempel voor het mededingingstoezicht op de benodigde capaciteit van de ACM? |
| 93 | De apparaatsuitgaven van de Autoriteit Consument en Markt (ACM) dalen van 136,9 miljoen euro in 2027 naar 104,6 miljoen euro in 2031 (tabel 34); wat verklaart deze daling, en welk deel volgt uit de rijksbrede taakstellingen? Hoe verhoudt die daling zich tot het takenpakket van de ACM in dezelfde periode? |
| 94 | Kunt u per uitvoeringsorganisatie en zelfstandig bestuursorgaan (zbo) inzichtelijk maken welke nieuwe of substantieel gewijzigde taken deze in 2027 krijgt, welke aanvullende fte en financiële middelen daarvoor beschikbaar zijn en welke uitvoeringsrisico’s daarbij zijn geïdentificeerd? |
Kamerstuk 32805 nr. 190↩︎
Kamerstuk 36848 nr. 31↩︎
Kamerstuk 36848 nr. 31↩︎