[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Internationale migratie

Migratiebeleid

Brief regering

Nummer: 2026D46720, datum: 2026-09-28, bijgewerkt: 2026-10-14 12:51, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 30573 -245 Migratiebeleid.

Onderdeel van zaak 2026Z20195:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


30 573 Migratiebeleid

Nr. 245 Brief van de ministers van Asiel en Migratie, van Buitenlandse Zaken en van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 28 september 2026

Het kabinet wil meer grip krijgen op wie er de EU en Nederland binnenkomt en in de EU en Nederland blijft. Zoals ook in het Coalitieakkoord ‘Aan de slag’ (bijlage bij Kamerstuk 36848, nr. 31) is aangegeven werkt Nederland hiertoe in internationaal verband aan een nieuw modern, streng, en menswaardig migratiemodel. Om dit te realiseren is internationale samenwerking nodig. Het uitgangspunt is een toekomstbestendig internationaal systeem waarbij regio’s, inclusief Europa en Nederland zelf, zoveel mogelijk verantwoordelijk zijn voor het adequaat bieden van opvang en bescherming, en waarbij we toewerken naar een betere mondiale verdeling van verantwoordelijkheden. Nederland blijft hierbij openstaan voor de opvang en bescherming van vluchtelingen. We verbinden concrete resultaten op korte termijn aan de ambitie om op langere termijn tot een moderner mondiaal migratie- en asielsysteem te komen, met als einddoel dat asielaanvragen buiten Europa kunnen worden ingediend en afgehandeld. Op deze manier beperken we de noodzaak voor mensen om levensgevaarlijke tochten te ondernemen, dringen we irreguliere migratie terug en moet eventuele terugkeer naar land van herkomst vergemakkelijkt worden.

Hier zijn we nog niet. Zolang irreguliere migratie naar Europa aanhoudt, blijft er een verdienmodel voor mensensmokkelaars bestaan. Dat gaat gepaard met veel menselijk leed, zoals deportaties, vermissingen, verdrinkingen, uitbuiting, mishandeling en mensenhandel. Ook kunnen juist de meest kwetsbare vluchtelingen en asielzoekers niet altijd passende bescherming vinden (in de regio), staan opvang- en asielstelsels in landen langs de migratieroutes en in Europa onder druk, en kan terugkeer nog lang niet altijd worden geeffectueerd. Hoewel het aantal aankomsten afneemt, blijft irreguliere migratie naar Europa, met daarbij gebruik van levensgevaarlijke routes en verlies van mensenlevens, een optie die door een significant aantal migranten gekozen wordt.

Dat betekent dat actie nodig is. Nederland wil internationaal vooroplopen in de versterking van het mondiale migratie- en asielsysteem, en de uitdagingen van nu het hoofd te bieden.

Het kabinet zet hiertoe de volgende stappen:

  1. We verstevigen de basis, ons EU interne systeem. We implementeren het Pact, terugkeer- en grenswetgeving, en scherpen aan waar nodig.

  2. We bouwen verder aan partnerschappen, om samen met landen van herkomst, doorreis en bestemming om irreguliere migratie tegen te gaan, en terugkeer en bescherming te bevorderen. Dit doen wij zowel bilateraal als op Europees niveau.

  3. We blijven investeren in opvang in de regio. Dit doen wij met eigen programma’s zoals PROSPECTS, en tevens roepen wij de EU en lidstaten op om regio’s die dit nodig hebben te ondersteunen bij de opvang van migranten en ontheemden.

  4. We vernieuwen: Nederland loopt voorop in het verkennen, ontwikkelen en operationaliseren van innovatieve oplossingen in lijn met internationaal en Europees recht, waaronder de terugkeerhub. Verder werkt het kabinet aan het bevorderen van een duurzame en verantwoorde terugkeer van de groep Syriërs in Nederland en de EU die geen asielrechtelijke bescherming meer nodig heeft, en ontwikkelen een aanpak om dit uiteindelijk op grote schaal te realiseren. In het kader van arbeidsmigratie ontwerpen we een pilot om vakkrachten van buiten de EU aan te trekken. De Kamer zal binnenkort in een separate brief nader over de pilot worden geïnformeerd.

Nederland wil nieuwe modellen ontwikkelen die Europees en internationaal navolging kunnen krijgen. Dit doen we door te bouwen aan breed internationaal draagvlak, eerst in Straatsburg1 en New York2, en met als volgende halte Den Haag, waar we een internationale ronde tafel organiseren in samenwerking met UNHCR en Kenia. Dit is de opmaat naar een asieltop waarin beleidsmakers uit opvanglanden, transitlanden, landen van herkomst en donorlanden gezamenlijk spreken over hoe we als internationale gemeenschap de uitdagingen in het huidige internationale asielsysteem kunnen aanpakken. Deze stappen zijn nodig om ook draagvlak te creëren voor onze inzet.

Deze agenda wordt in deze brief verder uitgewerkt. Het kabinet heeft hierbij dankbaar gebruik gemaakt van de rapporten van de directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB), en de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) en de Adviesraad Migratie (AM)[3]3 over migratiepartnerschappen. Deze rapporten bieden waardevolle inzichten en aanbevelingen voor de verdere ontwikkeling van de Nederlandse inzet. Daarmee vormt deze brief tevens de kabinetsreactie op deze rapporten.

  1. We versterken de basis

In de eerste plaats gaat de EU zelf over wie er in de EU komt, en er kan blijven. De EU heeft een eigen verantwoordelijkheid om migratie en asiel ordelijk te regelen. Hiervoor is een sterk EU intern asiel- en migratiesysteem nodig. De aankomsten in de EU zijn de afgelopen 2 jaar weliswaar 55% afgenomen, niettemin laten o.m. de recente gebeurtenissen in Ceuta en het structureel lage terugkeerpercentage in de EU zien dat investeren in een sterk asiel- en migratiesysteem en de buitengrenzen nodig blijft. Onder andere snelle procedures aan de grens en het effectueren van terugkeer zijn van belang om de motivatie van mensen om irregulier naar de EU te komen te verminderen. Effectief buitengrensbeheer, inclusief screening, door de volledige en consequente uitvoering van de Schengengrenscode en Screeningsverordening, is voor de EU noodzakelijk om te kunnen controleren en besluiten wie er de EU binnenkomt en mensensmokkel tegen te gaan. Een stevige Schengen governance, met een duidelijke toezichthoudende rol voor de Europese Commissie als hoedster van de Verdragen, is onmisbaar voor sterke buitengrenzen. Tegelijkertijd zijn de buitengrenzen voor de hele EU van belang. Lidstaten moeten elkaar blijven ondersteunen in het beheren van de bewaking van de buitengrenzen. Het vraagt ook, meer dan voorheen, dat lidstaten de aanbevelingen uit de Schengenevaluaties opvolgen om hun uitvoering te versterken, en tekortkomingen transparant te bespreken in de Schengenraad, zodat hier gecoördineerd opvolging aan gegeven kan worden. De uitvoering van het Pact moet worden vervolgd, het Pact moet blijvend worden doorontwikkeld en de Terugkeerverordening moet zo snel mogelijk van kracht worden en daarna volledig worden uitgevoerd. Lidstaten dragen daar eigen verantwoordelijkheid voor en moeten ook solidair zijn, dit blijft continu een balans. Nederland staat klaar om andere lidstaten te ondersteunen als dat nodig is en zoekt actief de samenwerking op in de EU en bilateraal met lidstaten. Dit sluit ook aan bij aanbevelingen van de IOB en de AIV/AM terzake die het belang van een aanpak in Europees verband benadrukken. Ook moet de EU haar aanpak van mensensmokkel blijvend door ontwikkelen. Uitgangspunt hierbij is een geloofwaardig en adequaat EU-systeem dat zo bijdraagt aan een effectief mondiaal asiel- en migratiesysteem dat werkt.

  1. Migratiepartnerschappen

Het kabinet werkt verder aan partnerschappen om irreguliere migratie tegen te gaan, terugkeer te bevorderen en migranten te beschermen. Dit gebeurt vanuit gelijkwaardigheid en met oog voor wederzijdse belangen, en met de brede relatie als uitgangspunt, zie ook de partnerschapsaanpak in de beleidsbrief voor het buitenlands beleid4.

Terugkeer

Voor het realiseren van (gedwongen) terugkeer is een goede samenwerking met landen van herkomst van groot belang. Er bestaat een internationaal-rechterlijke verplichting om de eigen onderdanen terug te nemen die elders geen recht van verblijf (meer) hebben, maar het verschilt per land in welke mate daar in de praktijk invulling aan gegeven wordt. De meeste landen in de wereld werken goed mee. Maar voor nationaliteiten waar Nederland een aanzienlijke terugkeeropgave heeft, bijvoorbeeld in aantallen, of in complexiteit (of een combinatie), zet het kabinet partnerschappen in om terugkeersamenwerking te verbeteren en landen ertoe te verleiden de Nederlandse terugkeercaseload met voorrang te behandelen. Dat betekent dat op basis van een brede agenda naar een positieve samenwerking wordt gezocht, dat kan binnen en buiten het migratiedomein zijn, met als doel om stappen te zetten in het verbeteren van de terugkeersamenwerking. Dat is een traject van de lange adem, omdat zoals in elke relatie, er gewerkt moet worden aan het opbouwen van vertrouwen. Ten aanzien van verschillende landen zoals Marokko, Algerije, Irak, Ethiopië en Somalië zijn de afgelopen jaren substantiële stappen gezet. Of het nu gaat om een toename in aantallen terugkeerders, toename van een soepeler verlopende operationele samenwerking, of het laten terugkeren van (zeer) complexe zaken, daar waar het kabinet een integrale inzet heeft zijn op één of meerdere van deze indicatoren stappen gezet. Ook voor terugkeer heeft het kabinet het onderzoek van de IOB met interesse bestudeerd. Het kabinet merkt hierbij op – in lijn met wat de IOB schrijft - dat de scope van het onderzoek beperkt is tot enkele dialogen met enkele landen, en beperkt in de tijd, om generaliserende conclusies te kunnen trekken over het volledige beleidsdomein van internationale migratiesamenwerking en partnerschappen. Kortom, deze aanpak, waarbij terugkeer een centraal element is in de migratiepartnerschappen, en waaraan concreet invulling wordt gegeven zowel binnen de dialoog als in de programmatische inzet op ODA en non-ODA-gebied, biedt naar de mening van het kabinet een resultaatgerichte weg voorwaarts. Het kabinet streeft ernaar om de effectiviteit van migratiepartnerschappen, onder andere op dit punt, beter inzichtelijk te maken (zie onder “aanpak”).

Tegengaan irreguliere migratie

Internationale samenwerking buiten de Europese grenzen is onmisbaar bij het tegengaan van irreguliere migratie. Het kabinet blijft daarom investeren in opvang in de regio, en met gerichte partnerschappen voor het versterken van nationale asielsystemen en van grensbeheer en de aanpak van mensenhandel en -smokkel, zowel bilateraal als Europees. Hierbij hanteren we waar mogelijk een routebenadering en zetten we in op terugkeer vanuit derde landen naar het land van oorsprong. Dat betekent dat inzet wordt vormgegeven langs de verschillende migratieroutes naar Europa en dat er langs deze routes concrete afspraken met derde landen worden gemaakt. Zo investeert het ministerie van Justitie en Veiligheid in het versterken van grensbeheer in acht landen en zal deze inzet de komende tijd uitgebreid worden.
Europese inzet is, vanwege de grotere slagkracht van de EU, van groot belang voor het tegengaan van irreguliere migratie. Het kabinet zal de EU daarom blijven oproepen om partnerschappen met derde landen te ontwikkelen, en als onderdeel daarvan in te zetten op het maken afspraken over grensbeheer, smokkel, mensenhandel en opvang en terugkeer. Daarvoor moet de Commissie haar instrumenten inzetten en leveragen. Om de agenda van de Commissie te helpen sturen, zal Nederland ook actief de samenwerking op zoeken, bijvoorbeeld door gezamenlijk projecten te ontwikkelen om zo gericht in landen inzet van de EU te helpen vormgeven langs Nederlandse prioriteiten.

Bescherming

Het kabinet onderschrijft de bevindingen van de IOB en van de AIV/AM dat de versterking van rechtmatigheid en de bescherming van migranten essentiële elementen zijn en blijven binnen het partnerschapsbeleid. Het bevorderen van bescherming draagt eraan bij dat de rechten, veiligheid en waardigheid van migranten en vluchtelingen in alle fasen van het migratieproces beter worden gewaarborgd in lijn met internationale mensenrechtenverdragen en Europees recht. Onder bescherming van migranten verstaat het kabinet het geheel aan maatregelen dat erop is gericht de rechten, veiligheid, waardigheid en het perspectief van migranten in landen van herkomst en langs migratieroutes te waarborgen. Het kabinet geeft hieraan via een breed scala aan activiteiten invulling: op individueel niveau door directe hulp en begeleiding aan migranten in kwetsbare posities; op gemeenschapsniveau door voorlichting, versterking van lokale opvang- en beschermingsstructuren en het verminderen van spanningen tussen migranten en gastgemeenschappen; en op structureel niveau door ondersteuning bij de opbouw en verbetering van migratie‑ en asielsystemen, mensenrechtenconforme grensbewaking, en de aanpak van mensensmokkel en mensenhandel. Programmatische inzet in dit kader vindt met name plaats via het COMPASS programma met IOM waarbij wordt ingezet op zowel de basisbehoeften van migranten als bredere beschermingsnoden. Bijvoorbeeld in Libië waar IOM re-integratieondersteuning verleent aan terugkeerders naar derde landen in kwetsbare situaties. Tegelijk zal het kabinet conform de aanbeveling van de IOB consequent het belang van mensenrechten van migranten en de noodzaak van bescherming van migranten opbrengen in dialogen die gevoerd worden met partnerlanden. Dit geldt eveneens voor brede partnerschappen in EU-verband.

Aanpak

Om dit partnerschapsbeleid vorm te geven wordt interdepartementaal en met ketenpartners nauw samengewerkt, zoals ook geadviseerd door de AIV/AM, middels de in januari 2025 opgerichte interdepartementale taskforce internationale migratie5. In deze taskforce is voor de periode tot 2029 ca. EUR 100 mln. per jaar beschikbaar; waarbij wordt ingezet op gezamenlijk geïdentificeerde noden, kansen en behoeften. In lijn met de aanbevelingen van de IOB en teneinde resultaten van deze partnerschapsaanpak beter te definiëren en te monitoren zal er met een Theory of Change worden gewerkt, en zal het kabinet investeren in monitorings- en evaluatiecapaciteit en hierover rapporteren.

Zowel de AIV/AM als de IOB adviseren een wederzijdse voordelige samenwerking tussen Nederland en partnerlanden ten behoeve van de effectiviteit van de inzet. Het kabinet onderschrijft deze adviezen, en zoekt nadrukkelijk verbreding van de inzet naar andere beleidsdomeinen, waaronder arbeidsmigratie zowel via de reguliere, bestaande mogelijkheden als via nieuwe initiatieven als de pilot. Dit vindt in onder meer Ethiopië en Egypte plaats via reguliere brede dialogen met het betreffende land. Hierin voeren we een gesprek over de vraagstukken die van belang zijn voor Nederland, en die van de autoriteiten en bevolking in het partnerland.

Het kabinet onderschrijft voorts de analyse van de AIV dat Nederland slagvaardiger is als de inzet nauw aansluit bij die van de EU, net als de aanbeveling van de IOB om informatie-uitwisseling tussen Europese landen te bevorderen over de voortgang van migratiesamenwerking, om tot een effectievere en meer samenhangende inzet te komen. Het kabinet zal daarom het voortouw blijven nemen om breder Europees draagvlak te creëren voor o.a. innovatieve oplossingen, onder meer via de kopgroep van 5 EU-lidstaten. Voor partnerschappen geldt bovendien dat Nederland, ook conform de aanbeveling van de AIV/AM, zal aansluiten bij Europese inzet. Denk bijvoorbeeld aan het versterken van EU-coördinatie in derde landen, en het beter laten aansluiten van Nederlandse programmering bij die van de EU. Voorts blijft het kabinet voorstander van het strategisch inzetten van diverse EU-instrumenten op andere terreinen, zoals het visuminstrument of tariefpreferenties (GSP), om terugkeersamenwerking te bevorderen. Bij het formuleren en uitvoeren van de inzet geeft het kabinet bovendien rekenschap van regionale effecten. In lijn met de aanbeveling van de AIV/AM zullen al daarom waar relevant regionale fora en organisaties, zoals het Rabat- en het Khartoum-proces betrokken worden in de dialogen.

Het kabinet onderschrijft, conform het advies van de AIV/AM, het belang om bij de vormgeving van migratiepartnerschappen oog te hebben voor de bredere maatschappelijke en politieke context, zowel in Nederland en Europa als in partnerlanden. Betrokkenheid van relevante maatschappelijke partijen kan bijdragen aan het draagvlak, de uitvoerbaarheid en de duurzaamheid van de samenwerking. Het kabinet neemt het advies daarom over om, waar relevant, ruimte te bieden aan partijen uit het maatschappelijk middenveld, sociale partners, het bedrijfsleven en onderwijs- en kennisinstellingen. Met deze partijen kan worden verkend waar zij vanuit hun expertise en positie een bijdrage kunnen leveren en waar kansen bestaan voor meer structurele samenwerking binnen migratiepartnerschappen met overheden van partnerlanden.

Tot slot zal het kabinet bij alle programmatische inzet een zogenoemd mensenrechtenkader toepassen, dat helpt bij het in kaart brengen en mitigeren van risico’s rond de rechten van migranten en ontheemden. Projectpartners rapporteren periodiek langs vooraf overeengekomen, context specifieke indicatoren. Monitoring combineert kwantitatieve data met kwalitatieve bronnen, zoals o.a. veldbezoeken en signalen van maatschappelijke organisaties. Daarbij vinden er periodieke onafhankelijke evaluaties en audits plaats om effectiviteit, doelmatigheid en mensenrechtelijke impact te toetsen. Bij vermoedens of constateringen van mensenrechtenschendingen bestaat de mogelijkheid tot opschorting of beëindiging van financiering. Dit is in lijn met de aanbevelingen van de AIV/AM rondom versterking en borging van de rechtmatigheid van partnerschappen, evenals met de motie6 van het lid Ceder, waarin het kabinet werd verzocht de risico’s in kaart te brengen op basis van het do no harm-principe voor EU- en bilaterale migratiepartnerschappen, inclusief een risicoanalyse, en onafhankelijke monitoring en rapportage.

  1. Opvang in de regio

Het kabinet is van mening dat vluchtelingen zoveel mogelijk in de eigen regio moeten worden opgevangen, en dat landen in deze regio’s daartoe een eigen verantwoordelijkheid hebben. Het kabinet constateert ook dat landen daar om uiteenlopende redenen, maar niet in de laatste plaats vanwege de grote aantallen, ondersteuning bij nodig hebben. Met het ‘opvang in de regio’-beleid beoogt Nederland vluchtelingen sociaaleconomisch perspectief te bieden in de regio van herkomst. Naast onze bredere inspanningen op veiligheid, welvaart en vrijheden, blijven wij specifiek bijdragen aan de opvang van vluchtelingen in de regio en het beheersen van internationale migratiestromen. Dit gebeurt zowel direct via programma’s als PROSPECTS als in de vorm van migratiepartnerschappen. Inzet richt zich hierbij op landen in het Midden-Oosten, de Hoorn van Afrika en de Afghanistan-regio. Het jaarlijkse budget voor opvang in de regio is ruim EUR 300 mln. per jaar. In deze aanpak worden ook gastgemeenschappen betrokken vanuit de assumptie dat alleen als gastgemeenschappen betrokken worden bij internationale steun, er politiek en maatschappelijk draagvlak blijft bestaan onder de lokale bevolking van het opvangland om vluchtelingen een veilig onderkomen te bieden. Daarnaast geeft Nederland gehoor aan de wens van overheden van opvanglanden om waar mogelijk ook andere duurzame oplossingen zoals vrijwillige terugkeer en duurzame herintegratie voor ontheemden te bevorderen. In de context van de blijvende wereldwijde noden en teruglopende internationale financiering roept het kabinet de EU en lidstaten op om regio’s die dit nodig hebben te ondersteunen bij de opvang van migranten en ontheemden.

Middels het subsidiebeleidskader Lokalisering (EUR 57 mln. tussen 2024-2029) ondersteunt Nederland hierbij ook de versterking van de capaciteit en professionalisering van lokale organisaties in derde landen, zodat zij betere en uitgebreidere dienstverlening kunnen bieden aan migranten, vluchtelingen en gastgemeenschappen. Met deze gecombineerde aanpak biedt Nederland mensen perspectief in de regio van herkomst, wordt het draagvlak in opvanglanden behouden om mensen te blijven opvangen die recht hebben op internationale bescherming. Daarnaast wordt de noodzaak tot onveilige terugkeer of doorreis naar derde landen, waaronder Europa, verkleind.

  1. Vernieuwing

Nederland wil vooroplopen in het versterken van het mondiale migratie- en asielsysteem. Dat vraagt om vernieuwing en creatieve ideeën.

Innovatieve oplossingen

Het kabinet blijft inzetten op het verbreden van het Europese draagvlak voor innovatieve oplossingen, en het daadwerkelijk operationaliseren van deze concepten, zoals de terugkeerhub en het veilig derde land-concept. Te weinig afgewezen asielzoekers verlaten ook daadwerkelijk Nederland. Nederland, en andere EU-lidstaten, zijn voor terugkeer zeer afhankelijk van landen van herkomst. Samenwerking met landen van herkomst is vaak praktisch uitdagend, en zorgt ook voor afhankelijkheden aan Nederlandse zijde. Innovatieve oplossingen, zoals een terugkeerhub, dragen eraan bij dit patroon te doorbreken ingebed in een partnerschap waarin ook het brede instrumentarium voor derde landen kan worden ingezet. Bij het overeenkomen van innovatieve oplossingen geldt dat deze samenwerking moet voldoen aan het EU- en internationaal recht, inclusief de waarborg dat migranten nooit terug worden gestuurd naar een land waar zij het risico lopen om vervolgd te worden. Onafhankelijke monitoring van de inzet (zowel Europees als nationaal) is daarbij een speerpunt. Ontwikkeling van deze hubs maken we zoveel mogelijk in samenwerking met de EU zoals de kopgroep van 5 lidstaten van de EU (Duitsland, Denemarken, Griekenland, Oostenrijk en Nederland). Het kabinet wil voorts het operationaliseren van het veilig-derde land principe actief oppakken, ook conform motie Becker en Ellian7. Dit kent een langere aanlooproute, omdat dit vraagt om een partnerland met een asielsysteem dat in overeenstemming is met de toepasselijke internationale en Europese standaarden. Parallel neemt het kabinet in multilateraal verband een leidende rol om de basis te creëren voor een moderner en effectiever mondiaal asielsysteem. Het Europese en multilaterale traject informeren en versterken elkaar. Om te bouwen aan modernisering van het mondiaal asiel- en migratiesysteem organiseert het kabinet een ronde tafel in samenwerking met UNHCR en Kenia in november, in het kader van het 75-jarig bestaan van het VN-Vluchtelingenverdrag. Ook de conform het Coalitieakkoord voorziene asieltop zal in een later stadium hieraan bijdragen.

Syrië

De terugkeer van Syriërs vormt een omvangrijke en prioritaire opgave voor de komende jaren, die het kabinet met ambitie ter hand neemt. Tegelijkertijd staat Syrië als land, overheid en maatschappij voor de complexe opgave van zeer significant post-conflictherstel, terugkeer van grote aantallen intern ontheemde Syriërs en Syriërs uit de omliggende landen en de EU, en duurzame herintegratie in de samenleving. Na veertien jaar conflict en decennia van onderdrukking is de opgave van wederopbouw en rond stabiliteit enorm. Woningen, wegen, scholen, en ziekenhuizen zijn op grote schaal verwoest. De Wereldbank schat de kosten van de wederopbouw op minimaal 200 miljard dollar. Het kabinet spant zich ervoor in om deze verschillende opgaves op een ambitieuze, geïntegreerde en zorgvuldige manier te benaderen. Hiertoe zet Nederland zowel op bilateraal als Europees niveau in, op een brede relatie met Syrië gebaseerd op wederzijdse belangen en wordt geïnvesteerd in het versterken van de samenwerking met de Syrische autoriteiten, ook op het gebied van migratie, terugkeer, en re-integratie. Hiertoe zijn de minister van Asiel en Migratie en de minister van Buitenlandse Zaken recent in Damascus geweest waarbij gesproken is met de Syrische autoriteiten en internationale organisaties, over wederopbouw, stabiliteit, het belang van een inclusieve politieke transitie, en de bescherming van de rechten en veiligheid van alle Syrische gemeenschappen en verantwoorde en duurzame terugkeer. BZ en JenV werken in de taskforce internationale migratie nauw samen om vrijwillige terugkeer te faciliteren. Daarbij is een brede agenda voor Syrië, gericht op stabiliteit, veiligheid en wederopbouw, essentieel.

Tot slot

Er ligt een significante opgave op het gebied van internationale migratie. De weg naar een toekomstbestendig internationaal migratie systeem is lang en weerbarstig. Dit kabinet heeft de ambitie om de volle breedte van het instrumentarium, bilateraal, Europees en multilateraal in te zetten om te komen tot een nieuw modern, streng, en menswaardig migratiemodel.

De minister van Asiel en Migratie,

G. van den Brink

De minister van Buitenlandse Zaken,

T.B.W. Berendsen

De minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,

S.W. Sjoerdsma


  1. Interpretatieve verklaring EVRM – waar oa. is afgesproken dat lidstaten voldoende ruimte moeten hebben voor terugkeer, en waar erkenning is gegeven voor innovatieve oplossingen (zoals de terugkeerhub).↩︎

  2. Nederland heeft tijdens de International Migration Review Forum succesvol onderhandeld over een nieuwe interpretatie van het Global Compact on Migration, en stappen gezet in het creëren van draagvlag voor innovatieve oplossingen.↩︎

  3. IOB-rapport:Op zoek naar grip. Evaluatie van de Nederlandse bilaterale migratiepartnerschappen (2022 – 2025) | Directie Internationaal Onderzoek en Beleidsevaluatie (IOB) en AIV-rapport def-rapport-migratie-in-partnerschap-sturen-op-recht-en-resultaat-dig-2-webversie.pdf↩︎

  4. Kamerstukken II, 2025–2026, 36 800 V, nr. 103↩︎

  5. Kamerstuk II, 2024-2025, 30.573, Nr. 221↩︎

  6. Kamerstuk II 2025-2026, 29 237, nr. 254↩︎

  7. Kamerstukken II 2025-2026 21501-20, nr. 2417↩︎