Het artikel ‘Eigenaar schadebureau is niet onafhankelijk’, zegt rechter; mogelijk gevolgen voor afhandeling bevingsschade'
Schriftelijke vragen
Nummer: 2026D46737, datum: 2026-09-28, bijgewerkt: 2026-10-06 17:17, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kv-tk-2026Z20202).
Antwoorden op deze schriftelijke vragen:- Antwoord op vragen van het lid Beckerman over het artikel ‘Eigenaar schadebureau is niet onafhankelijk’, zegt rechter; mogelijk gevolgen voor afhandeling bevingsschade' (2026D48484)
- Eerste ondertekenaar: S.M. Beckerman, Tweede Kamerlid (SP)
Onderdeel van zaak 2026Z20202:
- Gericht aan: P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2026-2027 | Vragen gesteld door de leden der Kamer |
Vragen van het lid Beckerman (SP) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het artikel ««Eigenaar schadebureau is niet onafhankelijk», zegt rechter; mogelijk gevolgen voor afhandeling bevingsschade» (ingezonden 28 september 2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op het oordeel van de rechtbank dat onvoldoende vaststaat dat de deskundige, mede-eigenaar en bestuurder van D.O.G. Ingenieurs B.V., geen persoonlijk belang heeft en dat hij daarom niet als onafhankelijke deskundige kan worden gekwalificeerd?1
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het dat deze deskundige in het Disclosure Statement voor onafhankelijke deskundigen van het Instituut Mijnbouwschade Groningen (IMG) zijn rol als directeur en aandeelhouder van D.O.G. onvermeld heeft gelaten? Acht u het formulier op dit punt toereikend, nu D.O.G. zelf stelt dat er geen afzonderlijke vraag in staat over aandeelhouderschap of bestuursfuncties? Heeft u plannen dit formulier te wijzigen?
Vraag 3
Bent u bereid het Disclosure Statement en het deskundigenregister zo aan te passen dat aandeelhouderschap, bestuursfuncties en andere financiële belangen bij het deskundigenbureau verplicht moeten worden gemeld, en dat deskundigen met zo’n belang geen individuele schadedossiers meer beoordelen?
Vraag 4
Hoe verhoudt deze uitspraak zich tot de stelling van het IMG dat er geen reden is om te twijfelen aan de onafhankelijkheid van de deskundigen en tot uw eigen eerdere uitspraak in het debat dat u geen reden heeft om te twijfelen aan de kwaliteit van de rapporten? Blijft u bij die uitspraak?
Vraag 5
Vindt u het aanvaardbaar dat het IMG en D.O.G. laten weten hun werkwijze naar aanleiding van deze uitspraak niet aan te passen, terwijl de rechter in het vonnis uitdrukkelijk schrijft te rekenen op meer duidelijkheid van het IMG om problemen in de toekomst te voorkomen? Bent u bereid het IMG hierop aan te spreken en zo nodig een aanwijzing te geven?
Vraag 6
Hoeveel schaderapporten zijn sinds 2018 opgesteld of mede-opgesteld door deskundigen die tevens aandeelhouder, bestuurder of eigenaar zijn van het schadebureau waarvoor zij werken? Kunt u dit uitsplitsen per bureau? Zo nee, waarom heeft het IMG hier geen zicht op?
Vraag 7
Hoeveel van deze rapporten hebben geleid tot een afwijzing van een schadeaanvraag? Bent u bereid deze dossiers te laten herbeoordelen door aantoonbaar onafhankelijke deskundigen?
Vraag 8
Erkent u dat deze uitspraak laat zien dat het verdienmodel rond de schadeafhandeling niet alleen de overheid veel geld kost, maar ook gedupeerden rechtstreeks kan schaden, omdat er een prikkel kan bestaan om anders te oordelen dan onafhankelijk zou gebeuren?
Vraag 9
Bent u bekend met de passage in het vonnis waarin de gemachtigde van de eiseres niet uitsluit dat het lange tijdsverloop en de belasting die dit met zich meebracht het gevolg is van de volgens hem niet onafhankelijke handelwijze van de deskundige? Heeft u, of heeft het IMG, onderzocht of er een verband bestaat tussen de belangen van deskundigen en schadebureaus en de lange doorlooptijden van schadeaanvragen? Zo nee, bent u bereid dit te laten onderzoeken?
Vraag 10
Kunt u aangeven hoe lang de doorlooptijden zijn van dossiers die door D.O.G. en 10BE zijn beoordeeld, vergeleken met dossiers van andere bureaus?
Vraag 11
Wat is de stand van zaken van de uitvoering van de motie-Beckerman/Bushoff over het borgen dat het toezicht op externe inhuur door IMG en Nationaal Coördinator Groningen (NCG) wordt versterkt (Kamerstuk 36 836, nr. 40)?
Vraag 12
Is uw inhoudelijke oordeel over de verworpen moties-Bushoff/Beckerman over een winstnormbepaling in de aanbesteding (Kamerstuk 36 836, nr. 44) en over het wegnemen van perverse financiële prikkels voor schadebureaus (Kamerstuk 36 836, nr. 45) in het licht van dit artikel veranderd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke stappen neemt u om de inhoud van deze moties tot uitwerking te brengen?
Vraag 13
Bent u, in het licht van deze uitspraak, alsnog bereid maatregelen te nemen om de financiële prikkel om anders te oordelen weg te nemen en buitensporige winsten te voorkomen?
RTV Noord, 25 september 2026, ««Eigenaar schadebureau is niet onafhankelijk», zegt rechter; mogelijk gevolgen voor afhandeling bevingsschade», (https://www.rtvnoord.nl/politiek/1440071/eigenaar-schadebureau-is-niet-onafhankelijk-zegt-rechter-mogelijk-gevolgen-voor-afhandeling-bevingsschade).↩︎