Motie van het lid Hoogeveen over alsnog gebruikmaken van de uitzonderingsbepaling van artikel 2, vijfde lid van de Richtlijn consumentenkrediet
Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2225 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet)
Motie (kabinetsappreciatie: Ontraden)
Nummer: 2026D46773, datum: 2026-09-28, bijgewerkt: 2026-09-30 17:05, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36924-14).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: M.P. Hoogeveen, Tweede Kamerlid (JA21)
Onderdeel van kamerstukdossier 36924 -14 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2225 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet) .
Onderdeel van zaak 2026Z20224:
- Voortouwcommissie: TK
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-06 15:00 ⇒ Ingetrokken. (Besluit)
- 2026-09-28 10:00: Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet (Wetgevingsoverleg), vaste commissie voor Financiën
- 2026-10-06 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2026-2027 |
36 924 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2225 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet)
Nr. 14 MOTIE VAN HET LID HOOGEVEEN
Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 28 september 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de herziene Richtlijn consumentenkrediet een lidstaatoptie kent die de mogelijkheid biedt om kaarten met uitgestelde debitering uit te zonderen van het toepassingsgebied, en dat omringende landen zoals Duitsland, Frankrijk en België gebruikmaken van deze uitzonderingsbepaling en Nederland niet;
overwegende dat dit kan leiden tot een ongelijk speelveld, een verslechtering van de concurrentiepositie en disproportionele lasten voor aanbieders van betaalmiddelen met geringe betalingsproblematiek;
verzoekt de regering alsnog gebruik te maken van de uitzonderingsbepaling van artikel 2, vijfde lid, van de richtlijn voor kaarten met uitgestelde debitering die aan de daarin gestelde voorwaarden voldoen,
en gaat over tot de orde van de dag.
Hoogeveen