[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Motie van de leden Hoogeveen en Van Eijk over de verificatieplicht in artikel 113, eerste lid van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen risicogericht inrichten

Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2225 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet)

Motie (kabinetsappreciatie: Oordeel Kamer)

Nummer: 2026D46775, datum: 2026-09-28, bijgewerkt: 2026-09-30 17:06, versie: 3 (versie 1, versie 2)

Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-36924-16).

Gerelateerde personen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36924 -16 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2225 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet) .

Onderdeel van zaak 2026Z20227:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Tweede Kamer der Staten-Generaal 2
Vergaderjaar 2026-2027

36 924 Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Wet handhaving consumentenbescherming en de Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek ter implementatie van Richtlijn (EU) 2023/2225 inzake kredietovereenkomsten voor consumenten (Implementatiewet herziene richtlijn consumentenkrediet)

Nr. 16 MOTIE VAN DE LEDEN HOOGEVEEN EN VAN DIJK

Voorgesteld tijdens het wetgevingsoverleg van 28 september 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat de herziene Richtlijn consumentenkrediet voorschrijft dat informatie voor de kredietwaardigheidsbeoordeling naar behoren en «indien nodig» middels onafhankelijk verifieerbare stukken moet wordt geverifieerd;

constaterende dat omringende landen in hun implementatie vasthouden aan een dergelijke risicogerichte en proportionele toets terwijl Nederland in het implementatiebesluit verplicht is in alle gevallen aangeleverde informatie te verifiëren;

overwegende dat dit leidt tot disproportionele regeldruk waarbij consumenten voor risicoarme aankopen verplicht loonstroken of bankafschriften moeten overleggen;

verzoekt de regering de verificatieplicht in artikel 113, eerste lid, van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen (BGfo) risicogericht in te richten, in lijn met de richtlijn en de ons omringende landen,

en gaat over tot de orde van de dag.

Hoogeveen

Van Eijk