[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Moinat over drie kinderen die op een vakantiepark verblijven en bijna 1,5 miljoen euro per jaar aan jeugdzorg kosten

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D46789, datum: 2026-09-28, bijgewerkt: 2026-09-28 17:15, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z18089:

Preview document (🔗 origineel)


AH 141

2026Z18089

Antwoord van minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 28 september 2026)

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht ‘Gezin in jeugdzorg kost Westerwolde bijna 1,5 miljoen euro’, waaruit blijkt dat drie kinderen zonder hun ouders op een vakantiepark verblijven, daar 24 uur per dag door twee personen worden begeleid en waarvoor de gemeente dit jaar bijna 1,5 miljoen euro betaalt?

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Waren deze drie kinderen opgenomen in de nulmeting Zicht op Jeugd, waarin op peildatum 1 mei 2026 768 jeugdigen in een één-op-één plaatsing zijn geteld? Zo ja, sinds wanneer was hun situatie bij de betrokken jeugdregio en bij uw ministerie bekend?

Antwoord 2

Uit contact met de gemeente Westerwolde verneem ik dat deze jeugdigen zijn opgenomen in de nulmeting ‘Zicht op Jeugd’, met peildatum 1 mei 2026.

Mijn ministerie beschikt niet over gegevens m.b.t. de inhoudelijke omstandigheden van de 768 jeugdigen die in een één-op-één plaatsing verblijven.

Vraag 3

Indien deze kinderen niet in de nulmeting zijn opgenomen, wat is daarvan de reden en wat zegt dit volgens u over de volledigheid van het genoemde aantal van 768 jeugdigen?

Antwoord 3

Zoals ik hierboven heb aangegeven, zijn deze jeugdigen opgenomen in de nulmeting.

Met betrekking tot de volledigheid van het genoemde aantal van 768 jeugdigen, wil ik benadrukken dat het OZJ in haar rapportage aangeeft dat deze aantallen met de nodige voorzichtigheid moeten worden geïnterpreteerd. Dit houdt ook in dat er geen garantie is dat deze aantallen volledig zijn.

Vraag 4

Hoe verhoudt deze casus zich tot uw eerdere aankondiging dat gemeenten, gecertificeerde instellingen en regionale expertteams gezamenlijk zicht moeten krijgen op deze jongeren, hun veiligheid, de passendheid van de zorg en de hulp die zij nodig hebben, en dat bij niet-passende zorg moet worden toegewerkt naar passende zorg?

Antwoord 4

In verband met privacy kan ik niet ingaan op deze specifieke casus.

Ik heb vernomen van de gemeente Westerwolde dat deze jeugdigen zijn meegenomen in de nulmeting, omdat de casus valt onder de meegegeven definitie van één-op-één plaatsingen1.

In algemene zin wil ik benadrukken dat het voor de hand ligt dat een gemeente – wanneer een casus past binnen de definitie van een één-op-één plaatsing – deze jeugdigen in beeld brengt, en daarbij kijkt naar hun veiligheid en de passendheid van zorg. En dat zij – bij niet passende zorg – onderzoeken hoe kan worden toegewerkt naar passende hulp en zorg voor dit gezin.

Vraag 5

Welke rol hebben de betrokken gecertificeerde instelling en het regionale expertteam in deze specifieke casus gespeeld bij het vinden van passende zorg en waarom is het tot op heden niet gelukt om voor deze drie kinderen een passende structurele plek te realiseren?

Antwoord 5

In verband met privacy kan ik niet ingaan op deze specifieke casus.

In algemene zin kan ik zeggen dat ik het van groot belang vindt dat – wanneer er jeugdigen zijn die in een één-op-één setting verblijven – de gemeente, de gecertificeerde instelling (GI; indien deze betrokken is) en het regionaal expertteam (RET), gezamenlijk op zoek gaan naar het vinden van passende hulp voor jeugdigen. Ook wanneer sprake is van complexe problematiek.

Vraag 6

Hoe verhoudt het langdurige verblijf van deze kinderen op een vakantiepark zich tot uw eerdere uitgangspunt dat een één-op-één plaatsing slechts in het directe en aantoonbare belang van een jeugdige of als tijdelijke overbrugging naar geschikt aanbod zou moeten plaatsvinden? Wanneer is volgens u nog sprake van een tijdelijke overbrugging?

Antwoord 6

Zoals ik reeds in mijn brief van 15 april jl.2 schreef, vind ik één-op-één plaatsingen in principe niet wenselijk. Tegelijkertijd is het niet aan mij om te beoordelen of er in deze casus sprake is van niet-passende hulp. Dit is aan de gemeente Westerwolde, in samenspraak met de betrokken GI en het RET. Ook is het aan hen om – als de gemeente Westerwolde concludeert dat er geen sprake is van veilige en/of passende hulp –te komen tot een geschikt aanbod.

Een één-op-één plaatsing kan in sommige gevallen echter wel passend zijn. Bijvoorbeeld wanneer dit in het directe en aantoonbare belang van de jongere is en daarmee onderdeel is van het behandelplan. Ook in een crisissituatie kan een één-op-één plaatsing het minst schadelijk zijn voor de jongere ter overbrugging naar geschikt aanbod in de eigen regio. Het is hierbij zeer lastig om vast te leggen wanneer er sprake is van een tijdelijke overbrugging, en hoe lang een dergelijke plaatsing passend is. Dit is afhankelijk van de omstandigheden van de jeugdige en diens gezin.

Vraag 7

Hoe verklaart u dat binnen het huidige jeugdzorgstelsel bijna 1,5 miljoen euro per jaar kan worden besteed aan deze noodconstructie, terwijl voor deze drie kinderen kennelijk geen passende structurele zorgplek beschikbaar is? Waar zit in deze casus concreet de blokkade?

Antwoord 7

In verband met privacy kan ik niet ingaan op deze specifieke casus.

In algemene zin benadruk ik dat ik één-op-één plaatsingen onwenselijk vindt, omdat het veelal gaat om een oplossing die (meestal) niet bijdraagt aan het verhelpen van de complexe problematiek waar de jeugdige en diens gezin mee te maken hebben. En die ook nog eens zeer kostbaar kan zijn.

Vraag 8

Kunt u aangeven hoeveel jeugdigen op dit moment daadwerkelijk verblijven in vakantiehuisjes, appartementen of vergelijkbare noodconstructies - gegeven het feit dat uit Zicht op Jeugd blijkt dat regio’s de feitelijke verblijfssetting en mate van individuele begeleiding niet altijd registreren en dat de uitkomsten slechts als een eerste voorzichtige indicatie kunnen worden beschouwd? Indien u dat niet kunt, hoe en wanneer u ervoor zorgt dat dit wel inzichtelijk wordt?

Antwoord 8

Nee, dat kan ik niet aangeven. Zoals u aangeeft, wordt de feitelijke verblijfplaats over het algemeen niet geregistreerd door gemeenten.

Op dit moment ben ik in overleg met VNG en gemeenten voor een vervolg uitvraag om te kunnen volgen hoe het aantal plaatsingen zich ontwikkelt. Daarbij bekijk ik met hen wat nodig is om structureel beter inzicht te krijgen. Zo verkennen we welke structurele aanpassingen in informatiesystemen nodig zijn om bijvoorbeeld wel de feitelijke verblijfplaats te kunnen registeren. Ik blijf de komende tijd in nauw overleg met jeugdregio’s over de stappen die zij zetten.

Daarnaast werk ik met VNG, gemeenten en de bovenregionale expertisenetwerken een doorbraakaanpak uit om voor deze jongeren tot passende zorg te komen, bij voorkeur in de eigen regio. Ik vraag het Ondersteuningsteam Zorg voor Jeugd om deze aanpak samen met jeugdregio’s te organiseren.

Vraag 9

Bent u bereid deze casus expliciet te betrekken bij het bestuurlijk overleg van 10 september met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) en brancheorganisaties over het terugdringen van één-op-één plaatsingen en het realiseren van voldoende passende jeugdhulp?

Antwoord 9

Alhoewel deze casus niet expliciet is besproken in het bestuurlijk overleg, heb ik – samen met de VNG en de Branches Gespecialiseerde Zorg voor Jeugd (BGZJ) – afgesproken dat we het aantal één-op-één plaatsingen willen terugdringen en voldoende passende hulp te realiseren voor jeugdigen met complexe problematiek.

Om dit te bereiken werk ik samen met gemeenten en de bovenregionale expertisenetwerken een doorbraakaanpak uit om voor deze jongeren tot passende zorg te komen, bij voorkeur in de eigen regio. Ik vraag het Ondersteuningsteam Zorg voor Jeugd om deze aanpak samen met jeugdregio’s te organiseren. Het startpunt hierbij is dat jeugdregio’s samen met gecertificeerde instellingen (GI’s) de komende maanden, zoveel als mogelijk met bestaande steunstructuren als de regionale expertteams (RETs), gaan zoeken naar oplossingen voor deze kinderen en jongeren. Daar worden de mogelijkheden voor onderwijs in betrokken. Waar nodig kunnen de bovenregionale expertisenetwerken de RETs hierbij ondersteunen.

Vraag 10

Bent u bereid de Kamer bij de toegezegde terugkoppeling na dit bestuurlijk overleg tevens te informeren hoeveel van de 768 jeugdigen inmiddels zijn doorgestroomd naar passende zorg, hoeveel nog in een één-op-één plaatsing verblijven en wat de belangrijkste oorzaken zijn waardoor passende zorg voor deze jeugdigen niet beschikbaar komt?

Antwoord 10

Bij de uitvraag voor dit eerste landelijk beeld zijn gemeenten gevraagd om het aantal jeugdigen dat op peildatum 1 mei 2026 verbleef in een één-op-één setting (of buitencontractueel, buitenregionaal aanbod) in beeld te brengen. Gemeenten en jeugdregio’s hebben hiervoor onderzoek gedaan binnen hun systemen, onder andere door het berichtenverkeer te raadplegen, en hebben waar nodig dossiers bekeken. Er is geen dashboard, waaruit dagelijks een actueel beeld kan worden opgevraagd. Reden hiervoor is dat de gevraagde informatie niet op een dergelijke manier wordt geregistreerd door gemeenten. Gemeenten registreren over het algemeen voornamelijk datgene wat nodig is voor betaling van facturen (met name startdatum beschikking en hoofdaannemer).

Zoals ik in de beantwoording van vraag 8 reeds aangaf, wordt op dit moment gewerkt aan een verdiepingsslag op dit eerste landelijke beeld, om de jeugdigen die verblijven in een één-op-één setting (of buitencontractueel, buitenregionaal aanbod) nog beter in zicht te krijgen. Ik zal uw Kamer begin 2027 informeren over de voortgang.

1) Dagblad van het Noorden, 4 september 2026, ‘Gezin in jeugdzorg kost Westerwolde bijna 1,5 miljoen euro’ (https://www.dvhn.nl/regio/groningen/westerwolde/gezin-in-jeugdzorg-kost-westerwolde-bijna-15 miljoeneuro/160911141.html


  1. Uitgevraagd de jeugdigen in beeld te brengen voor wie langer dan één week, gedurende het merendeel van de dag exclusief één of meerdere begeleiders aanwezig zijn. Zij verblijven in een één-op-één setting. Dit kan op verschillende plekken: (1) een afzonderlijke locatie, zoals een vakantiehuisje of appartement, (2) een woning, afdeling of aparte ruimte in het gebouw of op het terrein van een instelling, of (3) een (kleinschalige) groep.↩︎

  2. Kamerstukken II, 2025-2026, 31 839, nr. 1149.↩︎