Antwoord op nadere vragen van het lid Vermeer over het antwoord op vragen over het artikel "IPCC schrapt rampscenario: opwarming hooguit nog 'maar' 3,5 graden in 2100"
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D46792, datum: 2026-09-28, bijgewerkt: 2026-09-28 17:36, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei (Ooit D66 kamerlid)
- Mede namens: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
Onderdeel van zaak 2026Z17358:
- Gericht aan: S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
- Gericht aan: V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 143
Antwoord van minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei), mede namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat (ontvangen 28 september 2026)
1
Klopt het dat in uw antwoord op vraag 21 u aangeeft dat in de KNMI’23 klimaatscenario’s gebruik is gemaakt van het hoge emissiescenario SSP5-8.5 om een hoog klimaatscenario af te leiden als worst-case scenario voor de effecten van klimaatverandering met als argument dat “Dit hoge klimaatscenario is ook mogelijk bij lagere emissies als het klimaat gevoeliger blijkt te reageren op een toename in broeikasgassen dan gedacht en/of als terugkoppelingen in de koolstofcyclus de CO₂-concentratie sneller doet toenemen dan gedacht.”, waarmee aangetoond is dat het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) ondanks dat nationaal en internationaal onderzoekers al bijna tien jaar waarschuwen dat het RCP8.5-scenario onwaarschijnlijk is en niet meer gebruikt zou moeten worden voor beleidsdoeleinden, toch nog dit onwaarschijnlijke scenario?
Antwoord
De KNMI’23 klimaatscenario’s geven de hoekpunten aan waarbinnen het klimaat zich zal ontwikkelen, afhankelijk van zowel een range in uitstoot als een range in klimaateffecten. De geciteerde uitleg geeft context bij het hoge scenario, dat nog steeds relevant is als worst case scenario. Voor meer informatie zie het artikel hierover op de KNMI website2.
2
Kunt u als dat klopt dan aangeven op welke wetenschappelijke literatuur het KNMI baseert dat er versterkende effecten in het klimaat kunnen zitten waardoor het klimaat nog heftiger kan gaan reageren op een toename van CO2?
Antwoord
Dit is gebaseerd op bevindingen van het IPCC. De klimaatscenario’s gaan uit van de middenwaarde van de klimaatgevoeligheid. Versterkende terugkoppelingen in het klimaatsysteem kunnen echter betekenen dat de daadwerkelijke klimaatgevoeligheid hoger is. Schattingen van de klimaatgevoeligheid hebben dan ook een “zeer waarschijnlijke” range van 2 tot 5 graden, zo werd geconcludeerd in het meest recente IPCC rapport.
3
Klopt het dat het KNMI zonder wetenschappelijke onderbouwing nieuwe klimaatscenario’s draait waarbij het probeert aan te tonen dat je zelfs met veel lagere emissies toch die hoge opwarming kunt krijgen en dus geen afstand wil nemen van de hoge opwarming en snelle zeespiegelstijging in hun Hoge scenario?
Antwoord
Nee, dat klopt niet. Zie ook het antwoord op vraag 2.
4
Deelt u de mening en zo nee waarom niet dat in de ‘KNMI-klimaatscenario’s 2023’ er wel wordt gehint dat RCP8.5 niet langer plausibel zou zijn maar toch omschrijft het KNMI in het antwoord op vraag 2 het gebruik van RCP8.5 als een worst-case scenario terwijl die omschrijving in het 66 pagina’s tellende rapport van het KNMI helemaal niet voorkomt en het KNMI en PBL het RCP8.5 scenario in 2014 dus wel degelijk opvoerden als een business-as-usual scenario?
Antwoord
Nee, de KNMI’23 klimaatscenario’s voeren het hoge scenario niet op als een business-as-usual scenario.
5
Deelt u de volgende mening: in vraag 26 vraag ik de Kamer met spoed een eerste inventarisatie te sturen van de projecten in Nederland die gebaseerd zijn op RCP8.5 en/of SSP5-8.5 zodat de Kamer kan zien hoe dit scenario heeft doorgewerkt in de samenleving en u antwoord dat u daarvoor onvoldoende aanleiding ziet en verwijst u naar de Kamerbrief ‘KNMI ’23-klimaatscenario’s en doorwerking in Rijksbeleid’ van 8 mei 20243 die een uitgebreid overzicht zou geven, maar die brief zelf noemt RCP8.5 of SSP5-8.5 niet expliciet maar geeft wel aan dat de overheid een scenario gebruikt dat vergelijkbaar is met een hoge-emissiewereld (SSP5-8.5-familie) als basis voor een groot aantal strategische investeringen en beleidsprogramma’s en de brief documenteert daarmee een brede institutionele doorwerking van dit type scenario in de Nederlandse samenleving?
Antwoord
Conform de beantwoording van eerdere vragen 6 en 274 wordt er niet overheidsbreed gewerkt met één enkel scenario. Er wordt bij programma’s en projecten gebruik gemaakt van de bandbreedte van mogelijke toekomstige ontwikkelingen en de keuze is gerelateerd aan onder meer de tijdshorizon van de investering.
6
Kunt u de projectlijsten van bijvoorbeeld (en niet limiterend) Rijkswaterstaat, Deltares, ProRail, IPO, Unie van Waterschappen en de provincies waarnaar is gevraagd alsnog aan de Kamer toesturen, ter aanvulling op de genoemde brief van minister Harbers die weliswaar bewijst dat de beleidsmatige doorwerking groot is, maar nog geen inventarisatie van de feitelijke projectmatige doorwerking oplevert en alleen programma’s weergeeft?
Antwoord
Zoals eerder aangegeven ziet het kabinet daarvoor onvoldoende aanleiding. Zo’n breed overzicht is niet te geven en is niet zinvol, omdat, zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 5, gekeken wordt naar een bandbreedte binnen de mogelijke scenario’s.
Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2571↩︎
KNMI - Wat betekenen de nieuwe emissiescenario's voor de KNMI klimaatscenario's?.↩︎
Kamerstuk 32 813, nr. 1386↩︎
Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2571↩︎