Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota)
Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
Nummer: 2026D46854, datum: 2026-10-01, bijgewerkt: 2026-10-14 11:07, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: B.J. Eerdmans, voorzitter van de vaste commissie voor Justitie en Veiligheid (JA21)
- Mede ondertekenaar: I. van Tilburg, griffier
- Aanbiedingsbrief
- Beslisnota bij het verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden over wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota) (Kamerstuk 37035-VI)
Onderdeel van kamerstukdossier 37035 VI-3 Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota).
Onderdeel van zaak 2026Z17113:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-07 12:30 ⇒ Ter informatie. (Besluit)
- 2026-10-06 15:00 ⇒ Wetsvoorstel zonder stemming aannemen onder de aantekening dat de fracties van FvD, SP, PVV en DENK geacht wenst te worden tegen te hebben gestemd. (Besluit)
- 2026-09-23 14:30 ⇒ Geagendeerd voor de inbreng feitelijke vragen over de Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met Miljoenennota) op 21 september 2026. (Besluit)
- 2026-09-21 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-09-21 14:00 ⇒ Inbreng geleverd. (Besluit)
- 2026-09-16 15:20 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
Onderdeel van zaak 2026Z20254:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- Stemmingen en besluiten:
- 2026-10-15 14:33 ⇒ Rondgezonden en gepubliceerd. (Besluit)
- 2026-10-07 12:30 ⇒ Betrekken bij de verdere behandeling van het wetsvoorstel. (Besluit)
- 2026-09-16 15:20: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
- 2026-09-21 14:00: Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met Miljoenennota) (37035-VI) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-09-21 14:00: Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van BZK (VII) en J&V (VI) voor zover het onderwerpen betreft die zien op digitalisering voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met Miljoenennota) (Inbreng feitelijke vragen), vaste commissie voor Digitale Zaken
- 2026-09-23 14:30: Procedurevergadering Justitie en Veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-10-06 15:00: Stemmingen (Stemmingen), TK
- 2026-10-07 12:30: Procedurevergadering Justitie en veiligheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Justitie en Veiligheid
- 2026-10-15 14:33: Aanvang middagvergadering: Regeling van werkzaamheden (Regeling van werkzaamheden), TK
Preview document (🔗 origineel)
37035 VI Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (VI) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Miljoenennota)
Nr. 3 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 1 oktober 2026
De vaste commissie voor Justitie en Veiligheid, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 21 september 2026 voorgelegd aan de minister van Justitie en Veiligheid. Bij brief van 28 september 2026 zijn ze door de minister van Justitie en Veiligheid beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie,
Eerdmans
De griffier van de commissie,
Van Tilburg
Inleiding
Hierbij ontvangt u, mede namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de antwoorden op de door uw Kamer gestelde schriftelijke Kamervragen inzake de Suppletoire begroting september 2026 van Justitie en Veiligheid (Kamerstuk 37035-VI).
Uit het overzicht van de ontvangen Kamervragen aan JenV bij de suppletoire begroting september blijkt dat een aanzienlijk deel betrekking heeft op de ontwerpbegroting 2027. De beantwoording van deze vragen vergt meer tijd dan thans beschikbaar is. Deze vragen worden daarom nu niet beantwoord, maar meegenomen in de beantwoording van de Kamervragen over de ontwerpbegroting 2027. Het betreft de vragen 2 t/m 32, 34, 36, 38 t/m 46, 55, 56, 58 t/m 60, 62 t/m 125, 128 t/m 130, 132 t/m 138, 155, 156, 176 en 189.
Vragen en antwoorden
Vraag (1):
Vraag 1 Kunt u aangeven welke projecten bij de politie niet meer tot
uitgaven leiden waardoor er een terugvordering van € 132,7 miljoen is
ingeboekt op artikel 31 politie? Kunt u daarbij aangeven wat de oorzaken
en consequenties zijn van de lagere uitgaven?
Antwoord:
In onderstaande tabel is aangegeven voor welke bijzondere bijdragen aan
politie de middelen in 2026 zijn teruggevorderd en welk deel daarvan in
2026 weer is herbestemd naar politie.
Van de teruggevorderde 132,7 miljoen euro komt 80,7 miljoen euro opnieuw
ten goede aan de politie. Het resterende bedrag wordt grotendeels
ingezet ter invulling van de ramingsbijstelling in 2026 op het
ondermijningsbudget vanuit de Voorjaarsnota 2025 en 2026 en wordt voor
informatiehuishouding teruggeboekt naar het ministerie van BZK. BOTOC
Bewaken en Beveiligen is een generaal dossier en daarom geldt de
principeafspraak dat een eventueel saldo wordt teruggevorderd.
Oorzaken en consequenties van lagere uitgaven
Het grootste deel van de onderbesteding is het gevolg van
onderbesteding op de personele component doordat de formatie in 2024 en
2025 nog niet volledig bezet was of ingericht kon worden.
Het betreft bijdragen met een structureel karakter. In voorgaande jaren
is er daarmee voor de betreffende taken minder capaciteit ingezet dan
was begroot en kan het geld niet meer voor dat jaar tot besteding worden
gebracht. Specifiek voor NAVO-top, Regeerakkoord Landelijk
Internationaal. Rechtshulpcentrum en Innovatiewet Wetboek van
Strafvordering geldt dat de afgesproken activiteiten en projecten zijn
afgerond.
Herbestemmingen
Van de herbestemming van de bijzondere bijdragen in bovenstaande tabel
wordt € 40 miljoen ingezet voor de dekking van de financiële opgave op
de politiebegroting 2026 conform de dekkingsvoorstellen zoals opgenomen
in het Begroting en beheerplan politie 2026-2030. Daarnaast geldt
voor:
NAVO top: Een deel van het saldo wordt herbestemd voor de afschrijvingslasten voor het Counter-Unmanned Aircraft System (CUAS) dat ten behoeve van de NAVO-top in 2025 is aangeschaft en de rest van het saldo wordt herbestemd ter dekking van de financiële opgave op de politiebegroting 2026.
Innovatiewet Wetboek van Strafvordering: Het saldo wordt toegevoegd aan de bijzondere bijdrage Modernisering Wetboek van Strafvordering voor de vernieuwing van het Wetboek van Strafvordering.
AI/datascience/realtime intelligence: de terugvordering wordt toegevoegd aan het politiebudget voor het programma Datagedreven Werken.
BOTOC NSOC: een deel van de terugvordering wordt ingezet voor de afwikkelingskosten van NSOC en Chainalysis.
Vanuit de teruggevorderde ondermijningsmiddelen worden er voor publiekscampagne (€850.000) middelen vrijgemaakt.
*Publiekscampagne is geen bijzondere bijdrage. Vanuit de teruggevorderde
middelen van heel het Ondermijningsdomein wordt de herbestemming voor
Publiekscampagne gefinancierd en is daarom opgenomen in de optelling van
deze tabel.
Vraag (2):
Hoeveel strafzaken zijn in 2024, 2025 en tot nu toe in 2026 door het Openbaar Ministerie (OM) afgedaan met een strafbeschikking?
Vraag (3):
Hoeveel zaken heeft het OM in 2025 en tot nu toe in 2026 noodgedwongen geprioriteerd of niet verder opgepakt vanwege onvoldoende capaciteit?
Vraag (4):
Hoeveel zaken met verdachten van ernstige gewelds- of zedenmisdrijven wachten momenteel op inhoudelijke behandeling?
Vraag (5):
Hoeveel strafzaken zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 uitgesteld doordat geen zittingscapaciteit, officier van justitie, rechter, advocaat, deskundige of tolk beschikbaar was?
Vraag (6):
Wat is de actuele gemiddelde doorlooptijd tussen het moment waarop een strafzaak bij het OM binnenkomt en de eerste inhoudelijke behandeling door de rechter?
Vraag (7):
Hoeveel zaken heeft het OM in 2025 en tot nu toe in 2026 ingetrokken nadat deze al bij de rechter waren aangebracht?
Vraag (8):
Hoeveel strafzaken wachten momenteel langer dan één, twee respectievelijk drie jaar op inhoudelijke behandeling?
Vraag (9):
In hoeveel strafzaken is in 2025 en tot nu toe in 2026 strafvermindering toegepast wegens overschrijding van de redelijke termijn?
Vraag (10):
Hoeveel bestaande cellen kunnen momenteel niet worden gebruikt wegens personeelstekorten, onderhoud, verbouwing of andere oorzaken?
Vraag (11):
Kan het aantal niet-beschikbare cellen worden uitgesplitst naar Penitentiaire Inrichtingen (PI) en oorzaak?
Vraag (12):
Hoeveel extra celplaatsen zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 gecreëerd door het intensiever inzetten van meerpersoonscelgebruik?
Vraag (13):
Welk percentage van de daarvoor geschikte cellen wordt momenteel daadwerkelijk als meerpersoonscel gebruikt?
Vraag (14):
Welke categorieën gedetineerden worden uitgesloten van plaatsing in een meerpersoonscel?
Vraag (15):
Hoeveel gedetineerden zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 eerder vrijgelaten of tijdelijk buiten een inrichting geplaatst wegens capaciteitsgebrek?
Vraag (16):
Hoeveel veroordeelden zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 niet opgeroepen voor het ondergaan van hun gevangenisstraf wegens capaciteitsgebrek?
Vraag (17):
Hoeveel onherroepelijk veroordeelden wachten momenteel op de tenuitvoerlegging van hun vrijheidsstraf?
Vraag (18):
Hoe lang bedraagt momenteel gemiddeld de periode tussen het onherroepelijk worden van een gevangenisstraf en de daadwerkelijke tenuitvoerlegging daarvan?
Vraag (19):
Hoeveel veroordeelden wachten langer dan zes maanden, één jaar respectievelijk twee jaar op de tenuitvoerlegging van hun gevangenisstraf?
Vraag (20):
Hoeveel zelfmelders zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 opgeroepen, hoeveel hebben zich daadwerkelijk gemeld en hoeveel konden wegens capaciteitsgebrek nog niet worden opgeroepen?
Vraag (21):
Hoeveel veroordeelden hebben zich in 2025 en tot nu toe in 2026 niet gemeld nadat zij waren opgeroepen om hun straf te ondergaan en hoeveel van hen zijn vervolgens aangehouden?
Vraag (22):
Hoeveel vacatures bestaan momenteel binnen het gevangeniswezen, uitgesplitst naar PI-werkers, complexbeveiligers, zorgpersoneel en overige functies?
Vraag (23):
Hoeveel celplaatsen kunnen specifiek als gevolg van personeelstekorten momenteel niet worden gebruikt?
Vraag (24):
Wat is momenteel de beschikbare, bezette en buiten gebruik gestelde capaciteit van de justitiële jeugdinrichtingen (JJI's)?
Vraag (25):
Hoeveel jongeren wachten momenteel op een passende plaats in een JJI en hoe lang bedraagt de gemiddelde en langste wachttijd?
Vraag (26):
Hoeveel jeugdtaakstraffen zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 niet binnen de daarvoor geldende termijn gestart of voltooid?
Vraag (27):
Hoeveel jongeren verblijven momenteel in een JJI zonder dat de benodigde behandeling of gedragsinterventie beschikbaar is?
Vraag (28):
Hoeveel minderjarige verdachten stonden op het moment van hun aanhouding al onder toezicht van de jeugdreclassering?
Vraag (29):
Hoeveel onderzoeken naar het ronselen en aansturen van minderjarigen voor criminele activiteiten zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 gestart?
Vraag (30):
In hoeveel zaken is in 2025 en tot nu toe in 2026 een volwassene vervolgd wegens het ronselen, aansturen of inzetten van een minderjarige bij strafbare feiten?
Vraag (31):
Hoeveel van deze vervolgingen hebben geleid tot een veroordeling en welke delicten zijn daarbij ten laste gelegd?
Vraag (32):
Wordt geregistreerd op welke wijze minderjarigen voor criminaliteit worden geronseld? Zo ja, kan dit worden uitgesplitst naar sociale media, berichtendiensten, familieverbanden, scholen en contacten in de wijk?
Vraag (33):
Hoeveel personen wachten momenteel in een gevangenis of huis van
bewaring op plaatsing in een forensische zorginstelling?
Antwoord:
Er wachten momenteel 278 tbs-passanten in een PI (huis van bewaring of
gevangenis) op een
plaatsing in een tbs-kliniek.
Vraag (34):
Hoe lang bedraagt momenteel de gemiddelde en langste wachttijd voor plaatsing in de forensische zorg?
Vraag (35):
Hoeveel tbs-passanten verblijven momenteel in een PI in afwachting van
plaatsing in een tbs-kliniek?
Antwoord:
Er wachten momenteel 278 tbs-passanten in een PI (huis van bewaring of
gevangenis) op een
plaatsing in een tbs-kliniek.
Vraag (36):
Hoeveel plaatsen in de forensische zorg zijn momenteel niet inzetbaar
wegens personeelstekorten?
Vraag (37):
Hoeveel personen verblijven momenteel in een zwaarder beveiligde
voorziening dan behandelinhoudelijk noodzakelijk is, omdat geen passende
vervolgplek beschikbaar is?
Antwoord:
Er verblijven naar verwachting aanzienlijke aantallen tbs-gestelden in
een zwaarder beveiligde voorziening dan behandelinhoudelijk noodzakelijk
is door het ontbreken van een passende vervolgplek. Met name voor
specifieke doelgroepen van tbs-gestelden is het vinden van passende
vervolgzorg complex. In de voortgangsbrief Forensische zorg dd. 20 maart
2026 (33.628 tk 114) is de Kamer onder andere geïnformeerd over het
voornemen om komend jaar 50 plaatsen te realiseren voor tbs-gestelden
die complexe zorg nodig hebben, zoals ouderen maar een laag
beveiligingsbehoefte. Door het creëren van laag beveiligde plekken kan
er doorstroming plaats vinden vanuit de hoog beveiligde plekken.
Vraag (38):
Hoeveel personen hebben in ieder afzonderlijk jaar van 2006 tot en met 2026 het Nederlanderschap verkregen?
Vraag (39):
Kan dit per jaar worden uitgesplitst naar naturalisatie, optie, medenaturalisatie, na-naturalisatie en verkrijging van rechtswege?
Vraag (40):
Hoeveel personen zijn in totaal in de afgelopen twintig jaar door naturalisatie Nederlander geworden?
Vraag (41):
Hoeveel personen zijn in totaal in de afgelopen twintig jaar via optie Nederlander geworden?
Vraag (42):
Hoeveel minderjarigen zijn in de afgelopen twintig jaar door medenaturalisatie Nederlander geworden?
Vraag (43):
Hoeveel personen hebben in de afgelopen twintig jaar anders dan door geboorte het Nederlanderschap verkregen?
Vraag (44):
Kan voor ieder jaar worden aangegeven hoeveel procent de verkrijging van het Nederlanderschap ten opzichte van het voorafgaande jaar steeg of daalde?
Vraag (45):
In welke vijf jaren sinds 1985 werd het grootste aantal personen Nederlander?
Vraag (46):
Welke tien oorspronkelijke nationaliteiten kwamen per jaar het vaakst voor onder personen die Nederlander werden?
Vraag (47):
Hoe zijn de middelen onder ‘Bijdrage in het kader van de kwaliteit van
de politiezorg’ verdeeld? Kan daarbij worden aangegeven hoeveel in 2026
beschikbaar is voor het tegengaan van discriminatie, etnisch profileren
en andere vormen van ongelijke behandeling door de politie?
Antwoord:
'Bijdrage in het kader van de kwaliteit van de politiezorg’ betreft het
begrotingsinstrument ‘bijdragen aan mede-overheden’. Tot 2026 werd dit
budget grotendeels gebruikt voor de ondersteuning van de
regioburgemeesters bij de uitvoering van hun taken op grond van de
Politiewet 2012. Dit budget is meerjarig overgedragen van JenV naar het
Gemeentefonds. Het resterende budget van €152.000 structureel is
gereserveerd voor uitgaven aan specifieke commissies, in 2026 worden de
uitgaven aan de Adviescommissie grondrechten en functie-uitoefening
ambtenaren betaald. Op dit instrument is voor 2026 geen afzonderlijk
bedrag begroot voor het tegengaan van discriminatie, etnisch profileren
en andere vormen van ongelijke behandeling door de politie.
Vraag (48):
Hoeveel is binnen artikel 31 in 2026 beschikbaar voor training en
opleiding van politiepersoneel op het gebied van discriminatie, etnisch
profileren en professioneel handelen tegenover burgers? Hoeveel was
hiervoor in 2025 beschikbaar?
Antwoord:
Het ministerie van JenV stelt vanuit artikel 31 een bijzondere bijdrage
aan politie beschikbaar voor de totale inzet van de Politieacademie. Het
tegengaan van discriminatie en etnisch profileren en professioneel
handelen tegenover burgers is een integraal onderdeel van het initiële
politieonderwijs. De specifiek gevraagde gedetailleerde informatie kan
hierdoor niet worden bepaald en wordt daarom op korpsniveau niet
vastgelegd en kan niet geaggregeerd uit de systemen worden gehaald. Het
ministerie van JenV stelt vanuit artikel 31 een bijzondere bijdrage aan
politie beschikbaar voor de inzet van de Politieacademie. Vanuit het
Expertisecentrum Aanpak Discriminatie Politie (ECAD-P) kunnen ook
trainingen worden gegeven. Het ECAD-P is vanuit de middelen van kabinet
Schoof bestendigd en uitgebreid. (kst-36600-VI-31.pdf).
Vraag (49):
Hoeveel middelen zijn in 2026 en 2027 beschikbaar voor het voorkomen,
registreren, onderzoeken en evalueren van politiegeweld? Kan dit per
maatregel worden aangegeven?
Antwoord:
Het ministerie van JenV stelt vanuit het budget op artikel 31 een
algemene en verschillende bijzondere bijdragen aan politie beschikbaar.
In deze bijdragen wordt niet specifiek onderscheid gemaakt naar de
gevraagde informatie. Ook in de interne verdeling van het budget binnen
de politie wordt de specifiek gevraagde gedetailleerde informatie op
korpsniveau niet vastgelegd en kan niet geaggregeerd uit de systemen
worden gehaald. De genoemde werkzaamheden maken deel uit van het
reguliere takenpakket van verschillende politiefunctionarissen die
daarmee zijn belast.
Vraag (50):
Hoeveel budget is binnen de JenV-begroting in 2026 beschikbaar voor de
aanpak van discriminatie en discriminatoir geweld? Kan daarbij, voor
zover mogelijk, onderscheid worden gemaakt naar
discriminatiegrond?
Antwoord:
Er is circa € 16,3 mln. beschikbaar op de begroting van JenV in 2026
voor de aanpak van discriminatie. Hiervan is € 4,4 mln. beschikbaar voor
de Nationaal Coördinator Antisemitismebestrijding.
Uit de intensiveringen van het kabinet Schoof is daarnaast € 4,9 mln. beschikbaar gesteld voor de aanpak door politie van alle vormen van discriminatie en racisme. Daartoe is de capaciteit van het Expertisecentrum Aanpak Discriminatie Politie (ECAD-P) bestendigd en uitgebreid.
De resterende circa € 7 mln. wordt ingezet voor de beleidsmatige
aanpak van discriminatie waarvan circa € 5 mln. voor de Rijksbrede
aanpak van antisemitisme en circa € 1,7 mln. voor de aanpak van overige
discriminatie vanuit strafrechtelijke mogelijkheden en circa € 0,27 mln.
aan subsidie voor het Meldpunt Online Discriminatie.
Van de € 1,7 mln. is circa € 0,2 mln. beschikbaar voor de aanpak van
moslimdiscriminatie, € 0,3 mln. voor de uitvoering van het plan van
aanpak van LHBTIQ+ veiligheid, € 0,6 mln. voor versterking OM en
politie, een bijdrage aan VWS van € 0,2 mln. voor Ons voetbal is voor
iedereen, een bijdrage aan BZK van € 0,2 mln. voor UNESCO Global Forum
against Racism and Discrimination 2026, € 0,1 mln. voor de uitvoering
van het plan van aanpak online discriminatie en € 0,1 mln. voor overige
zaken.
Vraag (51):
Hoeveel is in 2026 specifiek beschikbaar voor de aanpak van
moslimdiscriminatie en anti-moslimhaat? Waar worden deze middelen voor
ingezet en welke organisaties ontvangen hiervoor geld?
Antwoord:
Vanaf 2026 is er jaarlijks € 0,2 mln. beschikbaar voor de aanpak van
moslimdiscriminatie. De precieze inzet van deze middelen wordt bepaald
op basis van de uitkomst van gesprekken met vertegenwoordigers van de
moslimgemeenschap.
Vraag (52):
Hoeveel van de de € 33,648 miljoen voor ‘Bewaken en beveiligen’ wordt
besteed aan de beveiliging van religieuze instellingen?
Antwoord:
Er wordt niet afzonderlijk tot op objectniveau bijgehouden welke kosten
exact worden gemaakt door de diverse partijen die betrokken zijn bij het
bewaken en beveiligen.
Vraag (53):
Welke bijzondere bijdragen aan de politie zijn in 2025 niet volledig
besteed? Om welke bedragen gaat het en wat was de reden dat deze
middelen niet volledig zijn benut?
Antwoord:
In onderstaande tabel zijn conform de jaarverantwoording politie 2025
alle bijzondere bijdragen van het ministerie van JenV opgenomen. De
bijzondere bijdragen met een eindsaldo groter dan nul zijn in 2025 niet
volledig besteed.
Het grootste deel van de onderbesteding is het gevolg van onderbesteding
op de personele component doordat de formatie nog niet volledig bezet
was of ingericht kon worden. Het betreft bijdragen met een structureel
karakter. In voorgaande jaren is er daarmee voor de betreffende taken
minder capaciteit ingezet dan was begroot en kan het geld niet meer voor
dat jaar tot besteding worden gebracht. Specifiek voor de bijdragen
NAVO-top, Regeerakkoord Landelijk Internationaal Rechtshulpcentrum en
Innovatiewet Wetboek van Strafvordering geldt dat de afgesproken
activiteiten en projecten zijn afgerond. Bewaken en Beveiligen is een
generaal dossier en daarom geldt de principeafspraak dat een eventueel
saldo wordt teruggevorderd.
Vraag (54):
Welk deel van de teruggevorderde € 132,7 miljoen aan politiemiddelen
komt opnieuw ten goede aan de politie? Waar wordt het resterende bedrag
voor gebruikt?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 1.
Vraag (55):
Hoeveel personen hebben vanaf 1 januari 2026 tot en met de meest recente beschikbare datum het Nederlanderschap verkregen, uitgesplitst per maand en naar naturalisatie, medenaturalisatie, optie en verkrijging van rechtswege?
Vraag (56):
Wat waren van alle personen die in 2026 tot nu toe het Nederlanderschap hebben verkregen de oorspronkelijke nationaliteit en het geboorteland, uitgesplitst per land en wijze van verkrijging van het Nederlanderschap?
Vraag (57):
Hoeveel geld is binnen de JenV-begroting in 2026 beschikbaar voor de
aanpak van rechts-extremisme en rechts-extremistisch geweld? Kan worden
aangegeven hoe deze middelen zijn verdeeld over politie, OM, Nationaal
Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) en andere
organisaties?
Antwoord:
De ketenpartners zijn verantwoordelijk voor hun eigen inzet en daarmee
ook voor de besteding van hun eigen middelen. Gelet op de
gedifferentieerde verantwoordelijkheid en ideologie-neutrale aanpak is
een dergelijk gevraagd centraal overzicht niet beschikbaar.
Vraag (58):
Hoeveel personen die in 2026 Nederlander zijn geworden hadden voorafgaand aan verkrijging van het Nederlanderschap een asielvergunning, een reguliere verblijfsvergunning, EU-verblijfsrecht of een andere verblijfsgrond?
Vraag (59):
Kan voor alle personen die in 2026 Nederlander zijn geworden worden uitgesplitst naar leeftijd, geslacht, oorspronkelijke nationaliteit, geboorteland, verblijfsduur in Nederland, verblijfsgrond en wijze van verkrijging van het Nederlanderschap?
Vraag (60):
Hoeveel personen die in 2026 Nederlander zijn geworden hebben hun oorspronkelijke nationaliteit behouden en kan dit aantal worden uitgesplitst naar oorspronkelijke nationaliteit en wettelijke reden waarom geen afstand is gedaan?
Vraag (61):
Hoeveel middelen zijn in 2026 beschikbaar voor het voorkomen,
onderzoeken en vervolgen van bedreigingen, vernielingen en geweld tegen
asielzoekerscentra en hun bewoners? Welke organisaties ontvangen
hiervoor middelen?
Antwoord:
Er is in 2026 geen apart budget gereserveerd voor incidenten tegen
asielzoekerscentra (azc's). De financiering van de maatregelen komt uit
de reguliere budgetten voor veiligheid en asielopvang. Het Centraal
Orgaan opvang asielzoekers (COA) betaalt hiermee de beveiliging en de
preventie op de opvanglocaties. De Politie en het Openbaar Ministerie
(OM) financieren hiermee de opsporing en de vervolging van strafbare
feiten. Gemeenten gebruiken hun reguliere middelen uit het Gemeentefonds
voor de lokale openbare orde. Een exact bedrag is vooraf niet te geven,
omdat de inzet meebeweegt met de actuele dreiging.
Vraag (62):
Hoeveel personen hebben in ieder afzonderlijk jaar van 2006 tot en met 2026 het Nederlanderschap van rechtswege verkregen op grond van de artikelen 3, 4, 5, 5a, 5b en 5c van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN), uitgesplitst naar ieder afzonderlijk artikellid?
Vraag (63):
Hoeveel kinderen hebben in ieder afzonderlijk jaar sinds 2006 het Nederlanderschap verkregen op grond van artikel 3, derde lid van de RWN, de zogenoemde derde-generatieregel?
Vraag (64):
Wat waren de nationaliteiten van de ouders en, voor zover geregistreerd, de grootouders van kinderen die sinds 2006 op grond van artikel 3, derde lid van de RWN Nederlander zijn geworden?
Vraag (65):
Hoeveel kinderen zijn sinds 2006 op grond van artikel 3, derde lid van de RWN Nederlander geworden terwijl geen van beide ouders de Nederlandse nationaliteit bezat?
Vraag (66):
Hoeveel kinderen zijn sinds 2006 op grond van artikel 3, derde lid van de RWN Nederlander geworden terwijl noch de ouders noch de grootouders ooit de Nederlandse nationaliteit hebben bezeten?
Vraag (67):
Hoe wordt bij toepassing van artikel 3, derde lid van de RWN gecontroleerd of de ouder en grootouder daadwerkelijk aan de wettelijke voorwaarden inzake geboorte en hoofdverblijf in het Koninkrijk voldoen?
Vraag (68):
Hoeveel personen die via de artikelen 3 tot en met 5c van de RWN van rechtswege Nederlander zijn geworden bezitten naast de Nederlandse nationaliteit tevens één of meer andere nationaliteiten?
Vraag (69):
Hoeveel optieverklaringen zijn in ieder afzonderlijk jaar sinds 2006 afgelegd, bevestigd, geweigerd, ingetrokken of buiten behandeling gesteld, uitgesplitst naar iedere afzonderlijke categorie van artikel 6 van de RWN?
Vraag (70):
Hoeveel personen hebben sinds 2006 via de optieprocedure het Nederlanderschap verkregen, uitgesplitst naar oorspronkelijke nationaliteit, geboorteland, leeftijd en wettelijke optiegrond?
Vraag (71):
Hoeveel personen die sinds 2006 via optie Nederlander zijn geworden hebben hun oorspronkelijke nationaliteit behouden, uitgesplitst naar oorspronkelijke nationaliteit en wettelijke grond voor behoud?
Vraag (72):
Hoeveel personen die via optie Nederlander zijn geworden waren verplicht afstand te doen van een andere nationaliteit en hoeveel van deze personen hebben deze afstand daadwerkelijk gerealiseerd?
Vraag (73):
Hoe vaak is sinds 2006 het Nederlanderschap van een persoon die via optie Nederlander werd ingetrokken wegens het niet nakomen van een verplichting tot afstand van een andere nationaliteit?
Vraag (74):
Hoeveel personen hebben sinds 2006 via de optieprocedure het Nederlanderschap verkregen zonder dat zij aan een regulier inburgeringsvereiste hoefden te voldoen, uitgesplitst naar optiegrond?
Vraag (75):
Hoeveel naturalisatieverzoeken zijn in ieder afzonderlijk jaar sinds 2006 ingediend, ingewilligd, afgewezen, ingetrokken of buiten behandeling gesteld?
Vraag (76):
Hoeveel personen zijn sinds 2006 genaturaliseerd nadat zij aan de reguliere verblijfstermijn hadden voldaan en hoeveel personen zijn genaturaliseerd met gebruikmaking van een wettelijke uitzondering op de reguliere verblijfstermijn, uitgesplitst naar iedere afzonderlijke uitzonderingsgrond?
Vraag (77):
Hoeveel personen zijn sinds 2006 genaturaliseerd wegens huwelijk of partnerschap met een Nederlander, staatloosheid, langdurig eerder verblijf in Nederland of een andere verkorte verblijfstermijn?
Vraag (78):
Hoeveel personen zijn sinds 2006 tot Nederlander genaturaliseerd terwijl zij op het moment van naturalisatie buiten Nederland verbleven, uitgesplitst naar woonland en oorspronkelijke nationaliteit?
Vraag (79):
Hoeveel personen zijn sinds 2006 met toepassing van artikel 10 van de RWN tot Nederlander genaturaliseerd en van welke wettelijke naturalisatievoorwaarden is in deze gevallen afgeweken?
Vraag (80):
Hoeveel naturalisatieverzoeken zijn sinds 2006 afgewezen omdat niet werd voldaan aan verblijfsvoorwaarden, inburgeringsvoorwaarden, identiteitseisen, openbare-ordevereisten of de afstandsplicht, uitgesplitst per afwijzingsgrond?
Vraag (81):
Hoeveel naturalisatieverzoeken zijn sinds 2006 afgewezen wegens onvoldoende inburgering en hoeveel naturalisandi kregen geheel of gedeeltelijk vrijstelling of ontheffing van het inburgeringsvereiste, uitgesplitst naar wettelijke grond?
Vraag (82):
Hoeveel personen zijn sinds 2006 genaturaliseerd zonder een origineel buitenlands paspoort, geboorteakte of ander gebruikelijk brondocument te overleggen en in hoeveel van deze gevallen werd bewijsnood aangenomen?
Vraag (83):
Hoeveel naturalisatieprocedures hebben sinds 2006 aanleiding gegeven tot onderzoek naar twijfel over de identiteit, geboortedatum, geboorteplaats of nationaliteit van de verzoeker en wat was de uitkomst van deze onderzoeken?
Vraag (84):
Hoeveel naturalisatieverzoeken zijn sinds 2006 geweigerd wegens gevaar voor de openbare orde, goede zeden of veiligheid van het Koninkrijk, uitgesplitst naar de onderliggende strafbare feiten of andere relevante omstandigheden?
Vraag (85):
Hoeveel personen zijn sinds 2006 genaturaliseerd nadat zij eerder strafrechtelijk waren veroordeeld, uitgesplitst naar soort delict, opgelegde straf en tijd tussen de laatste veroordeling en naturalisatie?
Vraag (86):
Hoeveel naturalisatieverzoeken zijn sinds 2006 ondanks eerder geconstateerde openbare-ordeaspecten uiteindelijk toch ingewilligd en op welke wettelijke of beleidsmatige grond gebeurde dit?
Vraag (87):
Hoeveel Nederlanders bezitten naar de meest recente beschikbare schatting naast de Nederlandse nationaliteit één of meer andere nationaliteiten, uitgesplitst naar de andere nationaliteit?
Vraag (88):
Hoeveel Nederlanders stonden op het laatste moment waarop volledige registratie beschikbaar was geregistreerd met één, twee, drie of meer andere nationaliteiten naast de Nederlandse nationaliteit?
Vraag (89):
Om welke juridische en beleidsmatige redenen worden tweede en volgende nationaliteiten van Nederlanders sinds 2014 niet langer regulier in de Basisregistratie Personen (BRP) geregistreerd?
Vraag (90):
Welke ministeries, uitvoeringsorganisaties en overheidsdiensten beschikken momenteel nog over gegevens waaruit één of meer andere nationaliteiten van een Nederlander kunnen blijken?
Vraag (91):
In hoeverre kunnen gegevens van onder meer Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), politie, Koninklijke Marechaussee, Justis en Buitenlandse Zaken worden gebruikt om een actuele raming te maken van het aantal Nederlanders met een dubbele of meervoudige nationaliteit?
Vraag (92):
Welke wets- of beleidswijzigingen zijn nodig om de tweede en volgende nationaliteiten van Nederlanders opnieuw volledig te registreren en jaarlijks statistisch inzichtelijk te maken?
Vraag (93):
Hoe beoordeelt de regering de mogelijkheid om nationaliteitsgegevens opnieuw zodanig te registreren dat voor de uitvoering van het nationaliteits-, strafrechtelijke en terugkeerbeleid bekend is welke Nederlanders tevens een andere nationaliteit bezitten?
Vraag (94):
Hoeveel meerderjarige naturalisandi waren sinds 2006 verplicht afstand te doen van hun oorspronkelijke nationaliteit, hoeveel hebben daadwerkelijk afstand gedaan en hoeveel hebben hun oorspronkelijke nationaliteit behouden?
Vraag (95):
Hoeveel personen zijn sinds 2006 uitgezonderd van de afstandsplicht omdat afstand juridisch onmogelijk was, feitelijk niet kon worden gerealiseerd, zij gehuwd waren met een Nederlander, een vluchtelingenstatus hadden of onder een andere wettelijke uitzondering vielen?
Vraag (96):
Kan voor ieder jaar sinds 2006 en iedere oorspronkelijke nationaliteit worden aangegeven welk percentage van de genaturaliseerden de oorspronkelijke nationaliteit daadwerkelijk heeft opgegeven en welk percentage deze heeft behouden?
Vraag (97):
Hoeveel naturalisandi zijn sinds 2006 vrijgesteld van de afstandsplicht wegens financiële consequenties, vermogensrechtelijke gevolgen, militaire verplichtingen of andere persoonlijke omstandigheden?
Vraag (98):
Bij hoeveel genaturaliseerde Nederlanders die verplicht waren afstand te doen van hun oorspronkelijke nationaliteit is gecontroleerd of deze afstand daadwerkelijk is gerealiseerd en binnen welke termijn vindt deze controle plaats?
Vraag (99):
Hoeveel genaturaliseerde Nederlanders hebben ondanks een oorspronkelijke afstandsverplichting uiteindelijk permanent hun andere nationaliteit behouden?
Vraag (100):
Hoeveel minderjarigen zijn in ieder afzonderlijk jaar sinds 2006 door medenaturalisatie of na-naturalisatie Nederlander geworden, uitgesplitst naar leeftijd, oorspronkelijke nationaliteit en nationaliteit van de ouder met wie zij zijn meegenaturaliseerd?
Vraag (101):
Hoeveel minderjarigen die sinds 2006 door medenaturalisatie Nederlander zijn geworden hebben naast de Nederlandse nationaliteit één of meer andere nationaliteiten behouden?
Vraag (102):
Hoeveel kinderen van genaturaliseerde ouders hebben sinds 2006 niet gedeeld in de naturalisatie van hun ouder en op welke wettelijke gronden gebeurde dit?
Vraag (103):
Hoeveel minderjarigen van zestien of zeventien jaar hebben sinds 2006 niet ingestemd met verkrijging van het Nederlanderschap door medenaturalisatie?
Vraag (104):
Hoeveel kinderen of kleinkinderen hebben sinds 2006 op grond van de bijzondere bepalingen van artikel 11 van de RWN in de naturalisatie van een ouder of grootouder gedeeld?
Vraag (105):
Hoeveel onderzoeken naar fraude bij verkrijging van het Nederlanderschap zijn in ieder afzonderlijk jaar sinds 2006 gestart en hoeveel daarvan hebben geleid tot intrekking van het Nederlanderschap?
Vraag (106):
Hoeveel intrekkingen van het Nederlanderschap wegens fraude hadden sinds 2006 betrekking op identiteitsfraude, documentfraude, een valse verklaring, bedrog of het verzwijgen van relevante feiten?
Vraag (107):
Hoeveel personen hebben sinds 2006 hun Nederlanderschap behouden terwijl achteraf onjuiste of onvolledige gegevens bij verkrijging waren vastgesteld, omdat wettelijke termijnen of andere juridische belemmeringen intrekking onmogelijk maakten?
Vraag (108):
Hoe vaak is sinds 2006 vastgesteld dat iemand tijdens een asiel-, verblijfs- of naturalisatieprocedure verschillende identiteiten, geboortedata of nationaliteiten heeft opgegeven en hoeveel van deze gevallen hebben geleid tot intrekking van het Nederlanderschap?
Vraag (109):
Hoeveel onderzoeken naar het Nederlanderschap zijn sinds 2006 gestart nadat fraude met een eerdere verblijfsvergunning, asielprocedure of identiteitsregistratie was vastgesteld?
Vraag (110):
Hoeveel Nederlanders hebben sinds 2006 hun Nederlanderschap verloren of zien intrekken wegens het niet nakomen van een verplichting tot afstand van een andere nationaliteit?
Vraag (111):
Hoeveel personen hebben in ieder afzonderlijk jaar sinds 2006 hun Nederlanderschap door intrekking verloren, uitgesplitst naar iedere afzonderlijke wettelijke intrekkingsgrond van artikel 14 van de RWN?
Vraag (112):
Hoeveel personen hebben sinds 2006 hun Nederlanderschap verloren wegens terroristische misdrijven, misdrijven tegen de veiligheid van het Koninkrijk, internationale misdrijven, vreemde krijgsdienst of aansluiting bij een terroristische organisatie?
Vraag (113):
Hoeveel procedures tot intrekking van het Nederlanderschap wegens terrorisme zijn sinds 2006 gestart maar niet tot definitieve intrekking gekomen, uitgesplitst naar de reden waarom intrekking niet mogelijk bleek?
Vraag (114):
Hoeveel personen met de Nederlandse én ten minste één andere nationaliteit zouden, op basis van de veroordelingen in de afgelopen vijf jaar, in aanmerking zijn gekomen voor intrekking van het Nederlanderschap indien iedere onherroepelijke veroordeling voor een misdrijf waarop een wettelijke maximumgevangenisstraf van ten minste vijf jaar is gesteld, een grond voor intrekking van het Nederlanderschap zou zijn geweest?
Vraag (115):
Hoeveel besluiten tot intrekking van het Nederlanderschap zijn sinds 2006 geheel of gedeeltelijk door een rechter vernietigd en op welke juridische gronden?
Vraag (116):
In hoeveel gevallen sinds 2006 kon het Nederlanderschap niet worden ingetrokken omdat betrokkene daardoor staatloos zou worden?
Vraag (117):
Hoeveel personen die wegens hun gedragingen in beginsel binnen een wettelijke intrekkingsgrond vielen hebben het Nederlanderschap behouden omdat zij uitsluitend de Nederlandse nationaliteit bezaten?
Vraag (118):
Hoeveel personen met zowel de Nederlandse als een andere nationaliteit zijn sinds 2006 wegens een strafrechtelijke veroordeling onderzocht op de mogelijkheid van intrekking van het Nederlanderschap en hoeveel van deze onderzoeken hebben daadwerkelijk tot intrekking geleid?
Vraag (119):
Hoeveel personen van wie sinds 2006 het Nederlanderschap is ingetrokken verbleven op het moment van intrekking in Nederland en hoeveel verbleven op dat moment in het buitenland?
Vraag (120):
Hoeveel personen van wie sinds 2006 het Nederlanderschap is ingetrokken en die op dat moment in Nederland verbleven zijn daarna aantoonbaar zelfstandig vertrokken, gedwongen uitgezet, met onbekende bestemming vertrokken of nog steeds in Nederland aanwezig?
Vraag (121):
Hoeveel personen van wie het Nederlanderschap sinds 2006 is ingetrokken hebben vervolgens een Nederlandse verblijfsvergunning gekregen en op welke verblijfsgrond werd deze vergunning verleend?
Vraag (122):
Hoeveel personen van wie sinds 2006 het Nederlanderschap is ingetrokken konden niet uit Nederland worden verwijderd doordat het land van hun resterende nationaliteit niet meewerkte aan toelating of documentverstrekking?
Vraag (123):
Hoeveel personen van wie sinds 2006 het Nederlanderschap is ingetrokken zijn na vertrek opnieuw Nederland binnengekomen en op welke juridische grond kregen zij toegang tot Nederland?
Vraag (124):
Hoeveel personen van wie sinds 2006 het Nederlanderschap is ingetrokken hebben vervolgens opnieuw geprobeerd het Nederlanderschap of een verblijfsrecht in Nederland te verkrijgen?
Vraag (125):
Wat is voor iedere persoon van wie sinds 2006 het Nederlanderschap is ingetrokken uiteindelijk de migratierechtelijke uitkomst geweest, uitgesplitst naar vertrek, uitzetting, verblijf in Nederland, verblijf in het buitenland of onbekende bestemming?
Vraag (126):
Hoeveel personen bevinden zich momenteel in een Nederlandse Justitiële
Inrichtingen, uitgesplitst naar uitsluitend Nederlandse nationaliteit,
uitsluitend buitenlandse nationaliteit en voor zover bekend zowel de
Nederlandse als ten minste één buitenlandse nationaliteit?
Antwoord:
Op peildatum 31 augustus 2026 betrof de totale populatie binnen het
Gevangeniswezen
(inclusief preventief gehechten): 9.720 gedetineerden.
- 6.630 daarvan hadden uitsluitend de Nederlandse nationaliteit.
- 2.240 hadden uitsluitend een buitenlandse nationaliteit en van 176 is
de nationaliteit
niet bekend/nog niet vastgesteld.
- 674 gedetineerden hadden zowel de Nederlandse als een buitenlandse
nationaliteit.
Op peildatum 31 augustus 2026 zaten er 310 personen in
vreemdelingenbewaring bij DJI. Zij
hadden allen uitsluitend een buitenlandse nationaliteit.
Vraag (127):
Welke andere nationaliteiten bezitten Nederlandse gedetineerden met een
dubbele of meervoudige nationaliteit, uitgesplitst naar nationaliteit en
aantal personen?
Antwoord:
In de tabel treft u de meest voorkomende 2de nationaliteiten aan.
Aantallen < 5 worden i.v.m.
herleidbaarheid tot personen niet separaat weergegeven.
Vraag (128):
Hoeveel Nederlandse gedetineerden hebben het Nederlanderschap door naturalisatie of optie verkregen en in welk jaar verkregen zij het Nederlanderschap?
Vraag (129):
Hoeveel Nederlandse gedetineerden met één of meer andere nationaliteiten zijn sinds 2006 onderzocht op de mogelijkheid het Nederlanderschap in te trekken?
Vraag (130):
Hoeveel gedetineerden hebben sinds 2006 tijdens of na hun detentie daadwerkelijk het Nederlanderschap verloren en hoeveel van deze personen zijn na afloop van hun detentie uit Nederland vertrokken of verwijderd?
Vraag (131):
Indien DJI niet volledig registreert welke Nederlandse gedetineerden
tevens een andere nationaliteit bezitten, welke belemmering bestaat voor
registratie van deze informatie en welke gevolgen heeft dit voor
mogelijke toepassing van de Rijkswet op het Nederlanderschap?
Antwoord:
Deze vraag is niet van toepassing aangezien de nationaliteiten van de
gedetineerden worden geregistreerd.
Vraag (132):
Hoeveel meerderjarigen hebben in ieder afzonderlijk jaar sinds 2006 het Nederlanderschap automatisch verloren op grond van de artikelen 15 en 15a van de RWN, uitgesplitst naar iedere afzonderlijke verliesgrond?
Vraag (133):
Hoeveel Nederlanders hebben sinds 2006 vrijwillig afstand gedaan van het Nederlanderschap en welke andere nationaliteit bezaten zij op het moment van afstand?
Vraag (134):
Hoeveel Nederlanders hebben sinds 2006 het Nederlanderschap verloren wegens langdurig verblijf buiten Nederland, het Koninkrijk of de Europese Unie terwijl zij tevens een andere nationaliteit bezaten?
Vraag (135):
Hoeveel Nederlanders hebben sinds 2006 automatisch verlies van het Nederlanderschap voorkomen door tijdig een Nederlands paspoort, identiteitsbewijs of verklaring omtrent het bezit van het Nederlanderschap aan te vragen?
Vraag (136):
Hoeveel personen die het Nederlanderschap automatisch hadden verloren hebben dit na een proportionaliteitstoets, gerechtelijke procedure of toepassing van het Unierecht alsnog behouden of herkregen?
Vraag (137):
Hoeveel minderjarigen hebben sinds 2006 het Nederlanderschap verloren op grond van de artikelen 16 en 16a van de RWN, uitgesplitst naar iedere afzonderlijke wettelijke verliesgrond en naar de nationaliteit die zij na verlies behielden?
Vraag (138):
Welke wijzigingen van de RWN, de Wet BRP of uitvoeringsregelgeving zijn nodig om jaarlijks exact inzicht te kunnen geven in hoeveel personen Nederlander worden, welke andere nationaliteiten zij bezitten of behouden, hoeveel personen het Nederlanderschap verliezen en hoeveel personen na intrekking daadwerkelijk Nederland verlaten?
Vraag (139):
Hoeveel opgeroepen zelfmelders hebben door de OV-staking van woensdag 9
september 2026 de PI waar zij zich moesten melden niet kunnen
bereiken?
Antwoord:
DJI constateert geen afwijkend opkomstpercentage, er zijn geen
aanwijzingen dat de OVstaking
invloed heeft gehad op de komst van zelfmelders.
Vraag (140):
Kunt u inzicht geven in de dekking van de middelen uit het
amendement-Coenradie (Kamerstuk 36800-VI, nr. 128) over de capaciteit
bij DJI voor de periode 2027-2029? Wat is de status van de benodigde
wetswijziging?
Antwoord:
Het traject van de benodigde wetswijziging voor verwerking van het
amendement Coenradie is in gang gezet. In de brief over dit onderwerp
die ik op 21 september naar uw Kamer heb gestuurd, heb ik dit nader
toegelicht.
Vraag (141):
Kunt u aangeven waarom de middelen uit het amendement-Coenradie
(Kamerstuk 36800-VI, nr. 128) over de capaciteit bij DJI zijn
doorgeschoven naar 2029 en niet naar 2027?
Antwoord:
Voor de met het amendement voorgestelde verhoging van de griffierechten
voor hoge vorderingen is een wijziging van de Wet griffierechten
burgerlijke zaken vereist. De voorbereiding voor het wetstraject is in
gang gezet. Normaliter duurt een traject voor een dergelijke
wetswijziging ongeveer twee jaar.
Dat twee jaar nodig zal zijn voor de benodigde wetswijziging betekent
dat de met de verhoging van de griffierechten vrij te spelen € 35
miljoen in de jaren 2027 en 2028 nog niet beschikbaar zal zijn voor
extra capaciteit voor DJI, maar structureel vanaf 2029. Tegelijkertijd
zal het ook tijd kosten voor DJI om de geplande capaciteitsuitbreiding
gereed te maken voor gebruik. Het duurt enkele jaren voordat de
vrijgekomen extra financiële middelen volledig kunnen worden benut. De
middelen zijn daarom door geschoven naar 2029.
Vraag (142):
Waardoor wordt het liquiditeitsoverschot bij de Raad voor Rechtsbijstand
veroorzaakt?
Antwoord:
De niet-benodigde liquiditeit van de Raad voor Rechtsbijstand is onder
andere gebaseerd op de verhouding tussen kortlopende schulden en
kortlopende bezittingen en de vrij besteedbare middelen. Een belangrijke
factor waardoor dit ontstaat is het verschil tussen het moment van
financieren van de Raad en het moment dat advocaten hun vergoeding
declareren en uitbetaald krijgen.
Vraag (143):
Heeft de vertraging in het programma Vernieuwing Missiekritische
Communicatie (VMX), en de kasschuif naar aanleiding daarvan, gevolgen
voor het alarmeringssysteem (luchtalarm) en de overgang naar een nieuw
alarmeringssysteem? Zo ja, hoe gaat u voorkomen dat er een gat zit
tussen de ingebruikname van het nieuwe systeem en het stoppen van het
oude systeem?
Antwoord:
De voortgang van een toekomstig missiekritisch communicatie systeem
(hierna: VMX) heeft geen gevolgen op de overgang naar een nieuw
alarmeringssysteem; het zijn verschillende systemen die verschillende
doelen nastreven. Een nieuw alarmeringsysteem betreft een innovatief
sirenenetwerk, als vervanging van het huidige Waarschuwings- en
alarmeringssysteem (hierna: het WAS) en als aanvulling op NL-Alert,
alarmeert de bevolking bij rampen en crisis en wordt onderdeel van de
Civiel-militaire waarschuwingsketen. Voor de ontwikkeling van een nieuw
sirenenetwerk is incidenteel 100 miljoen vrijgemaakt. VMX betreft de
opvolging van C2000. Deze zomer is VMX gestart met de ontwerpfase, de
kasschuif draagt bij aan de financiering van deze fase. Voor beide
systemen geldt dat er een zorgvuldige transitiefase ingericht
wordt.
Vraag (144):
Kunt u toelichten waarom er in de september suppletoire begroting € 11,7
miljoen meer nodig is voor de loon- en prijsbijstellingen dan toegekend
bij de 1e suppletoire begroting uit maart dit jaar?
Antwoord:
Vanwege de lopende onderhandeling over CAO Rijk is bij de Miljoenennota
het restant van de loonbijstelling uitgekeerd die hoort bij de nieuwe
cao. Voor JenV komt dit in 2026 afgerond neer op € 11,7 miljoen. JenV
verdeelt de totale loon- en prijsbijstelling bij deze suppletoire
begroting in één keer door.
Vraag (145):
Kunt u verklaren hoe de in september verdeelde loon- en prijsbijstelling
(€ 549,8 miljoen) aansluit op de bij de eerste suppletoire begroting
toegekende bedragen (€ 432,6 miljoen loonbijstelling en € 105,5 miljoen
prijsbijstelling) en welke aanvullende mutaties daarbij zijn verwerkt?
Zijn er bijvoorbeeld begrote uitgaven verlaagd om de € 11,7 miljoen
extra aan loon- en prijsbijstelling mogelijk te maken?
Antwoord:
Voor JenV komt de loonbijstelling die is uitgekeerd bij de Miljoennota
in 2026 afgerond neer op € 11,7 miljoen. JenV verdeelt de totale loon-
en prijsbijstelling (LPO) bij deze suppletoire begroting in één keer
door, waardoor de nu verdeelde LPO hoger is dan de bij Voorjaarsnota
ontvangen LPO. Om de loonbijstelling voor 2026 uit te keren, heeft er
een kasschuif plaatsgevonden van 2027 naar 2026 op het
begrotingshoofdstuk Arbeidsvoorwaarden.
Vraag (146):
Waarom komen de middelen van het amendement-Coenradie (Kamerstuk
36800-VI, nr. 128) niet tot besteding in 2026? Waarom wordt dit ook niet
besteed in 2027 en 2028, maar pas in 2029?
Antwoord:
Voor de met het amendement voorgestelde verhoging van de griffierechten
voor hoge vorderingen is een wijziging van de Wet griffierechten
burgerlijke zaken vereist. De voorbereiding voor het wetstraject is in
gang gezet. Normaliter duurt een traject voor een dergelijke
wetswijziging ongeveer twee jaar.
Dat twee jaar nodig zal zijn voor de benodigde wetswijziging betekent
dat de met de verhoging van de griffierechten vrij te spelen € 35
miljoen in de jaren 2027 en 2028 nog niet beschikbaar zal zijn voor
extra capaciteit voor DJI, maar structureel vanaf 2029. Tegelijkertijd
zal het ook tijd kosten voor DJI om de geplande capaciteitsuitbreiding
gereed te maken voor gebruik. Het duurt enkele jaren voordat de
vrijgekomen extra financiële middelen volledig kunnen worden benut. De
middelen zijn daarom door geschoven naar 2029.
Vraag (147):
Waarom loopt het wetstraject Andromeda vertraging op?
Antwoord:
Het wetsvoorstel gegevensvergaring openbare orde is op 1 april 2026
aanhangig gemaakt bij de Raad van State voor advies. Op 2 september 2026
heeft de Raad van State advies uitgebracht, dat nu wordt verwerkt. De
verwachting is dat het wetsvoorstel voor december 2026 bij uw Kamer kan
worden ingediend.
Vraag (148):
Wat zijn de oorzaken van deze lagere uitgaven? Kunt u een uitsplitsing
geven van bij welke projecten deze bedragen niet zijn uitgegeven?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 1.
Vraag (149):
Kunt u aangeven welke projecten bij de politie niet meer tot uitgaven
leiden waardoor er een terugvordering van € 132,7 miljoen is ingeboekt
op artikel 31 politie? Kunt u daarbij aangeven wat de oorzaken en
consequenties zijn van de lagere uitgaven?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 1.
Vraag (150):
Welke bewindspersoon wordt politiek eindverantwoordelijk voor de aanpak
van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld en femicide?
Antwoord:
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport is de coördinerend
bewindspersoon voor de aanpak van geweld tegen vrouwen, huiselijk geweld
en kindermishandeling, inclusief het voorkomen van femicide.
Vraag (151):
Welke opdracht, bevoegdheden, doorzettingsmacht en structurele middelen
krijgt de Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld
concreet?
Antwoord:
In de voortgangsbrief Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld van 3
juli 2026 en in de
beantwoording van 18 september van de Kamervragen van lid Coenradie
(JA21) over de
aanstelling van de Nationaal Coördinator heeft de Minister van
Langdurige Zorg, Jeugd en Sport de Tweede Kamer hierover geïnformeerd
(Kamerstukken II 2025/26, 28345, nr.133).
Vraag (152):
Waaruit bestaat de verhoging van de apparaatsuitgaven van de Raad voor
de Kinderbescherming met € 2,726 miljoen? Kan deze verhoging worden
uitgesplitst naar loon- en prijsbijstelling, personeel, ICT en overige
uitgaven?
Antwoord:
De verhoging bestaat uit € 856.000 aan loonbijstelling voor personele
uitgaven, € 1,299 miljoen aan loon- en prijsbijstelling voor
ICT-uitgaven en de realisatie van een uitwijkomgeving waarmee de Raad
voor de Kinderbescherming bij ICT-incidenten de dienstverlening in
beperkte mate kan voortzetten, en € 571.000 aan prijsbijstelling op
materiele kosten.
Vraag (153):
Hoeveel fte zijn in 2026 bij de Raad voor de Kinderbescherming
beschikbaar en hoe verhoudt dit aantal zich tot de oorspronkelijke
begroting voor 2026 en de realisatie in 2025?
Antwoord:
In 2025 bedroeg de bezetting 2.037 fte, tegenover een begrote formatie
van 2.041 fte.
Voor 2026 bedraagt de begrote formatie 2.046 fte en wordt een gemiddelde
bezetting van 2.048 fte verwacht.
Vraag (154):
Waarvoor wordt de verhoging van het ICT-budget van de Raad voor de
Kinderbescherming met € 1,299 miljoen ingezet?
Antwoord:
De verhoging van 1,299 miljoen euro betreft loon- en prijsbijstelling en
de realisatie van een uitwijkomgeving, waarmee de Raad voor de
Kinderbescherming bij ICT-incidenten de dienstverlening in beperkte mate
kan voortzetten.
Vraag (155):
Wat zijn de actuele gemiddelde doorlooptijden bij de Raad voor de Kinderbescherming, uitgesplitst naar beschermingsonderzoeken, gezag- en omgangsonderzoeken en strafonderzoeken?
Vraag (156):
Hoeveel onderzoeken bij de Raad voor de Kinderbescherming waren op de meest recente peildatum nog niet gestart of afgerond en welk deel daarvan overschrijdt de daarvoor geldende normtijd?
Vraag (157):
Waaruit bestaat de verhoging van de bijdrage aan DJI voor forensische
zorg met € 53,808 miljoen? Kan dit bedrag worden uitgesplitst naar loon-
en prijsbijstelling, capaciteitsuitbreiding, tarieven en overige
mutaties?
Antwoord:
De verhoging bestaat voor 51,5 miljoen euro uit de bijstelling voor
loon- en prijsontwikkeling,
een herschikking van het subsidiekader van -/- 1,7 miljoen euro en een
compensatie van de
korting van 4 miljoen euro die doorgevoerd is in verband met het nog
niet realiseren van de herinvoering van de eigen bijdrage forensische
zorg.
Vraag (158):
Hoeveel forensischezorgplaatsen zijn in 2026 beschikbaar, uitgesplitst
naar beveiligingsniveau en zorgvorm, en hoe verhoudt dit aantal zich tot
de oorspronkelijke raming?
Antwoord:
Zie in de tabel de gemiddeld bezette plaatsen in 2026 (medio 2026)
afgezet tegen
de raming (opdracht DJI).
Vraag (159):
Wat zijn de actuele wachttijden voor plaatsing in de verschillende
vormen van forensische zorg en hoeveel personen wachten op een passende
plaats?
Antwoord:
Dit cijfer is enkel beschikbaar voor de tbs-passanten. Op dit moment
zijn er 278 passanten (zie
ook antwoord op vraag 35). Zij wachten gemiddeld 14 maanden.
Vraag (160):
Waaruit bestaat de verhoging van € 3,780 miljoen van de bijdrage aan de
Stichting Verslavingsreclassering GGZ?
Antwoord:
Deze mutatie betreft de loon- en prijsbijstelling.
Vraag (161):
Hoeveel cliënten en trajecten worden in 2026 door de Stichting
Verslavingsreclassering GGZ ondersteund en hoe verhoudt dit aantal zich
tot de oorspronkelijke raming?
Antwoord:
Stichting Verslavingsreclassering GGZ wordt per jaar op basis van een
raming van de aantallen per product gefinancierd, waaronder advies,
toezicht en taakstraffen. Aan het einde van 2026 wordt vastgesteld of de
productie overeenkomstig de raming was en kan bij afwijking nacalculatie
plaatsvinden.
Voor 2026 betrof de raming: 13.739 adviezen, 2.240.230 dagen toezicht,
37.021 dagen
elektronische monitoring en 2.042 taakstraffen.
Vraag (162):
Kunt u de verhoging van het totale budget voor slachtofferzorg met €
2,054 miljoen uitsplitsen naar loon- en prijsbijstelling, beleidsmatige
mutaties en overige technische mutaties?
Antwoord:
De verhoging van het budget bestaat geheel uit loon- en
prijsbijstelling
Vraag (163):
Kunt u de totale verhoging van het budget voor ‘Veiligheid jeugd’ met €
9,780 miljoen uitsplitsen naar loon- en prijsbijstelling en overige
mutaties?
Antwoord:
Van deze verhoging bedraagt de loon- en prijsbijstelling 9,133 miljoen
euro. Het resterende bedrag van 647.000 euro betreft het saldo van
diverse kleinere mutaties.
Vraag (164):
Waaruit bestaat de verhoging van de bijdrage aan DJI Jeugd met € 6,913
miljoen en welk deel daarvan betreft loon- en prijsbijstelling?
Antwoord:
De verhoging van het budget bestaat volledig uit loon- en
prijsbijstelling.
Vraag (165):
Hoeveel operationele plaatsen in JJI's zijn in 2026 beschikbaar, wat is
de gemiddelde bezettingsgraad en hoeveel plaatsen zijn tijdelijk niet
inzetbaar?
Antwoord:
De gemiddelde operationele capaciteit in de JJI’s (exclusief de KVJJ’s)
in 2026 is tot en met
augustus gemiddeld 573 plaatsen.
Tot en met augustus was de gemiddelde bezettingsgraad in de JJI’s
(exclusief de KVJJ’s) circa
90%.
Op dd. 31 augustus waren 25 plaatsen in de JJI’s niet inzetbaar vanwege
personele en/of
technische redenen.
Vraag (166):
Hoeveel jongeren verbleven op de meest recente peildatum in een JJI en
hoeveel van hen verbleven daar op basis van preventieve hechtenis,
jeugddetentie of een PIJ-maatregel?
Antwoord:
Populatie peildatum 31-08-2026
Preventieve hechtenis* 207
Jeugddetentie* 28
PIJ-maatregel* 276
Overig/Civiel* 1
Totaal* 512
* Exclusief Detentie elders, Art 12/48 en STP
Vraag (167):
Hoeveel jongeren wachten vanuit een JJI op een passende vervolgplek of
behandeling en wat is hun gemiddelde wachttijd?
Antwoord:
Dit betreffen er enkele tientallen op jaarbasis. Op peildatum 22
september wacht er 1 jongere in een JJI op een plaatsing in het kader
van artikel 48 BJJ. Gemiddelde wachttijden worden niet
bijgehouden.
Daarnaast wachten er jongeren op een geschikte plaats voor hun STP
traject (Scholings- en
Trainingsprogramma’s), deze vervolgplaatsen worden georganiseerd door de
gemeenten en de
wachtlijst daarvoor wordt niet centraal door DJI bijgehouden.
Vraag (168):
Waaruit bestaat de verhoging van de bijdrage aan Halt met € 499.000 en
welk deel betreft loon- en prijsbijstelling, volumeontwikkeling en
overige oorzaken?
Antwoord:
De verhoging van het budget bestaat volledig uit loon- en
prijsbijstelling.
Vraag (169):
Van hoeveel Halt-trajecten wordt voor 2026 uitgegaan en hoe verhoudt dit
aantal zich tot de oorspronkelijke raming voor 2026 en de realisatie in
2025?
Antwoord:
In de meest recente prognoses wordt voor 2026 uitgegaan van 13.000
Halt-trajecten. In de oorspronkelijke raming werd nog uitgegaan van
11.411 trajecten. In 2025 zijn 10.832 Halt-trajecten gerealiseerd.
Vraag (170):
Waaruit bestaat de verhoging van het subsidiebudget voor
jeugdbescherming en jeugdsancties met € 610.000 en aan welke
organisaties of activiteiten worden deze middelen verstrekt?
Antwoord:
De verhoging betreft het saldo van diverse verhogingen en verlagingen
van verschillende
subsidies. De voornaamste verhoging betreft een 0,6 miljoen euro hogere
dan geraamde
subsidie voor het Ondersteuningsteam, dat gezinnen ondersteunt die te
maken hebben gehad
met de kinderopvangtoeslagaffaire en een uithuisplaatsing.
Vraag (171):
Waaruit bestaat de verhoging van het opdrachtenbudget voor
jeugdbescherming en jeugdsancties met € 1,394 miljoen?
Antwoord:
De verhoging betreft het saldo van diverse verhogingen en verlagingen
van opdrachten voor verschillende beleidsonderwerpen. De voornaamste
verhoging betreft een overboeking van het beheer van jeugdketensystemen
door Justid van artikel 34.3 naar artikel 34.5 om begrotingstechnische
redenen.
Vraag (172):
Waaruit bestaat de verhoging van het budget voor taakstraffen en erkende
gedragsinterventies met € 138.000?
Antwoord:
Deze verhoging betreft loon- en prijsbijstelling.
Vraag (173):
Hoeveel taakstraffen en erkende gedragsinterventies voor jeugdigen
kunnen naar verwachting in 2026 worden uitgevoerd en hoe verhoudt dit
aantal zich tot de oorspronkelijke raming?
Antwoord:
In de JenV-begroting 2026 is het aantal taakstraffen geraamd op 6.155.
Op basis van de huidige
inzichten verwacht de Raad voor de Kinderbescherming in 2026 circa 6.620
taakstraffen uit te
voeren.
Vraag (174):
Welke bedragen zijn binnen artikel 34.5 in 2026 specifiek beschikbaar
voor het verbeteren van de rechtspositie en rechtsbescherming van
kinderen in de jeugdbescherming?
Antwoord:
In 2026 is hiervoor 8,0 miljoen euro beschikbaar.
Vraag (175):
Hoeveel van het budget van € 35,398 miljoen voor subsidies voor
jeugdbescherming en jeugdsancties is in 2026 beschikbaar voor
jeugdbescherming en hoeveel voor jeugdsancties?
Antwoord:
Van dit budget is 22,9 miljoen euro beschikbaar voor jeugdbescherming en
3,7 miljoen euro voor jeugdsancties. Het resterende bedrag van 8,8
miljoen euro is benodigd voor opdrachten in plaats van subsidies. Het
betreft hierbij grotendeels opdrachten aan taakorganisaties van JenV.
Bij 2e suppletoire begroting 2026 zal herverdeling van het resterende
budget plaatsvinden.
Vraag (176):
Kan het budget voor subsidies voor jeugdbescherming en jeugdsancties
worden uitgesplitst naar subsidieontvanger, activiteit en bedrag?
Vraag (177):
Hoeveel middelen zijn binnen de JenV-begroting in 2026 beschikbaar voor
het aanpakken van de wachtlijsten bij gecertificeerde
instellingen?
Antwoord:
In 2026 is op de JenV-begroting 2,8 miljoen euro beschikbaar voor een
subsidieregeling voor gecertificeerde instellingen om zij-instromers aan
te trekken en op te leiden. Hiermee wordt beoogd de wachtlijsten te
verkorten.
Vraag (178):
Hoeveel kinderen wachtten op de meest recente peildatum op de start van
een jeugdbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel, uitgesplitst naar
regio en gecertificeerde instelling?
Antwoord:
Zie de Verzamelbrief Jeugd die uw kamer eind september ontvangt van
Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en SJenV voor de
beschikbare gegevens van de GI’s op peildatum 1 april 2026. Dit
betreffen gegevens van alle GI’s gezamenlijk.
Vraag (179):
Hoeveel kinderen hebben op de meest recente peildatum langer dan vijf
werkdagen moeten wachten op de toewijzing van een vaste
jeugdbeschermer?
Antwoord:
Zie de Verzamelbrief Jeugd die uw kamer eind september ontvangt van
Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en SJenV voor de
beschikbare gegevens van de GI’s op peildatum 1 april 2026. Dit
betreffen gegevens van alle GI’s gezamenlijk.
Vraag (180):
Wat was op de meest recente peildatum de gemiddelde caseload per
jeugdbeschermer, uitgesplitst naar gecertificeerde instelling?
Antwoord:
Zie de Verzamelbrief Jeugd die uw kamer eind september ontvangt van
Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en SJenV voor de
beschikbare gegevens van de GI’s op peildatum 1 april 2026. Dit
betreffen gegevens van alle GI’s gezamenlijk.
Vraag (181):
Welk aandeel van de jeugdbeschermers had op de meest recente peildatum
een caseload boven de afgesproken of gehanteerde norm?
Antwoord:
Alleen de gemiddelde workload van jeugdbeschermers is bekend, zie het
antwoord op vraag 180.
Vraag (182):
Hoeveel vacatures stonden op de meest recente peildatum open bij
gecertificeerde instellingen en hoeveel fte werd op dat moment extern
ingehuurd?
Antwoord:
Die informatie wordt niet geregistreerd bij het Ministerie van
JenV.
Vraag (183):
Welke middelen zijn in 2026 beschikbaar voor het terugdringen van het
personeelsverloop en ziekteverzuim binnen de jeugdbescherming?
Antwoord:
In 2026 is op de JenV-begroting 2,8 miljoen euro beschikbaar voor een
subsidieregeling voor gecertificeerde instellingen om zij-instromers aan
te trekken en op te leiden. Meer beschikbaar personeel vermindert de
werkdruk en kan daarmee verloop en ziekteverzuim verlagen.
Daarnaast heeft het Rijk in 2023 structureel 30 miljoen euro beschikbaar
gesteld aan gemeenten om tot een hoger, landelijk tarief te komen voor
jeugdbescherming waarmee de caseload van jeugdbeschermers fors is
teruggebracht. Met het verlagen van de caseload is ook beoogd het
personeelsverloop en ziekteverzuim binnen de jeugdbescherming terug te
dringen.
Vraag (184):
Hoeveel kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel wachten momenteel op
passende jeugdhulp en wat is hun gemiddelde wachttijd?
Antwoord:
Die informatie wordt niet geregistreerd bij het Ministerie van
JenV.
Vraag (185):
Hoeveel kinderen met een jeugdbeschermingsmaatregel ontvangen momenteel
niet de hulp die volgens de gecertificeerde instelling of rechter
noodzakelijk is?
Antwoord:
Die informatie wordt niet geregistreerd bij het Ministerie van
JenV.
Vraag (186):
Welk bedrag is binnen artikel 34.5 beschikbaar voor rechtsbijstand of
andere vormen van onafhankelijke ondersteuning van kinderen en ouders
die met een jeugdbeschermingsmaatregel te maken hebben?
Antwoord:
In 2026 is voor kosteloze rechtsbijstand 6,9 miljoen euro
beschikbaar.
Vraag (187):
Welke opdrachten worden gefinancierd uit de verhoging van het
opdrachtenbudget voor jeugdbescherming en jeugdsancties met € 1,394
miljoen? Kan dit worden uitgesplitst naar opdrachtnemer, doel, looptijd
en bedrag?
Antwoord:
De verhoging betreft het saldo van diverse verhogingen en verlagingen
van opdrachten voor verschillende beleidsonderwerpen. De voornaamste
verhoging betreft een overboeking van het beheer van jeugdketensystemen
van artikel 34.3 naar artikel 34.5. Het betreft hierbij de jaarlijkse
kosten van de organisatie Justid, met als doel het beheer van deze
jeugdsystemen.
Vraag (188):
Hoeveel klachten zijn in 2025 en tot nu toe in 2026 ingediend over de
uitvoering van jeugdbeschermingsmaatregelen, uitgesplitst naar
gecertificeerde instelling en uitkomst van de klacht?
Antwoord:
Deze informatie wordt niet centraal geregistreerd. Op de site van
Stichting Kwaliteitsregister Jeugd (SKJ) zijn wel alle beslissingen van
het SKJ terug te lezen, daaruit is de gevraagde informatie echter niet
afleidbaar.
Vraag (189):
Hoeveel rechterlijke uitspraken over jeugdbeschermingsmaatregelen zijn
in 2025 en tot nu toe in 2026 niet of niet tijdig uitgevoerd doordat
passende hulp of een passende plek ontbrak?
Vraag (190):
Welke middelen zijn in 2026 beschikbaar voor de voorbereiding of
uitvoering van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming vanuit de
JenV-begroting?
Antwoord:
In 2026 is hiervoor 7,3 miljoen euro beschikbaar.
Vraag (191):
Hoeveel middelen zijn in 2026 beschikbaar voor de afbouw van de huidige
jeugdbeschermingsketen en hoeveel voor het ontwikkelen en beproeven van
de toekomstige werkwijze?
Antwoord:
Voor het ontwikkelen en beproeven van de toekomstige werkwijze is in
2026 7,3 miljoen euro beschikbaar. Vanwege de stappen die gezet moeten
worden om de nieuwe werkwijze te ontwikkelen, wordt de huidige
jeugdbeschermingsketen in 2026 nog niet afgebouwd en zijn hiervoor in
2026 derhalve geen middelen vrijgemaakt.
Vraag (192):
Kunt u aangeven welke mogelijke plannen er zijn om de € 19,3 miljoen
zonder bestemming uit te geven in 2026?
Antwoord:
Voor deze middelen zijn geen plannen die in 2026 nog tot uitgaven
leiden. De middelen betreffen voornamelijk de aanscherping van de
taaleis, die in 2026 niet tot besteding komen. Zoals gebruikelijk worden
deze middelen bij Najaarsnota in de afweging meegenomen om tegenvallers
elders op de JenV-begroting op te vangen.