[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid El Abassi over het bericht dat huizen en auto’s van voorstanders van een azc in Engelen en Bokhoven zijn beklad

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D46939, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-09-29 11:25, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen:

Onderdeel van zaak 2026Z16562:

Preview document (🔗 origineel)


AH 157

2026Z16562

Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 29 september 2026)

Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2715

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht “Huizen en auto’s beklad van voorstanders azc: ‘Dit gaat alle perken te buiten’” van het AD d.d. 26 juli 2026? [1]

Antwoord op vraag 1

Ja.

Vraag 2

Uit de berichtgeving blijkt dat in Engelen en Bokhoven zeker tien woningen en voertuigen zijn beklad met leuzen en scheldwoorden. Daarbij lijkt de aanval zich specifiek te richten op inwoners die zich hebben uitgesproken voor de komst van een asielzoekerscentrum of hebben opgeroepen tot een genuanceerd maatschappelijk debat. Hoe beoordeelt u deze intimiderende, doelgerichte aanval op inwoners die gebruik hebben gemaakt van hun recht op vrije meningsuiting en deelname aan het debat?

Antwoord op vraag 2

Laat voorop staan dat er ruimte mag zijn voor verschillende perspectieven en geluiden. Dat hoort thuis in onze democratische rechtsstaat en daarom zijn demonstreren en de vrijheid van meningsuiting grondrechten in Nederland. Dat betekent ook dat dit geen vrijbrief voor intimidatie, bedreiging, vernieling van eigendommen of (andere) strafbare feiten mag zijn, noch dat deze gedragingen een reactie mogen zijn op de uitoefening van deze rechten. Ik vind het dan ook onacceptabel.

Vraag 3

Deelt u de opvatting dat het doelgericht bekladden van woningen, auto’s en andere eigendommen van inwoners vanwege hun opvatting over asielopvang niet kan worden afgedaan als gewone vernieling, maar tevens moet worden gezien als ernstige intimidatie die raakt aan de persoonlijke veiligheid? Zo nee, waarom niet?

Antwoord op vraag 3

Zoals ik heb toegelicht vind ik het onacceptabel wat er is gebeurd. Het is echter aan het Openbaar Ministerie (OM) en de rechter om te bepalen welk strafrechtelijk gevolg hieraan wordt gegeven.

Vraag 4

Uit de berichtgeving blijkt eveneens dat op gevels, ruiten en schuttingen vrouwonvriendelijke en ontmenselijkende scheldwoorden als “stinkteef”, “hoer” en “slet” zijn aangebracht, en dat de burgemeester aangeeft dat de bekladdingen opvallend vaak tegen vrouwen lijken te zijn gericht. Hoe beoordeelt u dit seksistische en vrouwonvriendelijke karakter van de aanvallen?

Antwoord op vraag 4

Vrouwonvriendelijke en seksistische uitingen zijn zorgelijk en onacceptabel. Dergelijke uitingen kunnen de publieke participatie van vrouwen beperken en bijdragen aan het ontstaan en voortduren van geweld tegen vrouwen. Het kabinet veroordeelt iedere vorm van intimidatie, bedreiging, vernieling en haatdragende uitingen, ongeacht tegen wie deze zijn gericht. Wanneer daarbij dergelijke scheldwoorden worden gebruikt is dat volstrekt onaanvaardbaar en zeer verwerpelijk. Dergelijk gedrag heeft geen plaats in onze samenleving.

Vraag 5

Bent u bereid deze zaak te bezien in het licht van de aanpak van geweld tegen vrouwen en femicide? Zo nee, waarom niet?

Vraag 6

In hoeverre wordt daadwerkelijk onderzocht of sprake is van vrouwenhaat, gendergerelateerde intimidatie of seksistische motieven en worden deze motieven geregistreerd en meegewogen bij de beoordeling? Zo nee, waarom niet, gelet op de overduidelijk vrouwonvriendelijke en ontmenselijkende bewoordingen die zijn gebruikt?

Antwoord op vragen 5 en 6
Het tegengaan van seksisme en bevorderen van gendergelijkheid is onderdeel van de aanpak geweld tegen vrouwen. Het kabinet zet hier met het emancipatiebeleid op in.

Bij elk strafbaar feit beoordelen politie en OM of het wordt begaan met een discriminatoir oogmerk dan wel bestaat uit, wordt voorafgegaan door, vergezeld van of gevolgd door gedragingen die haat tegen of discriminatie van een groep mensen wegens – onder meer – hun geslacht tot uitdrukking brengen. Als dat zo is wordt dit apart aan de dader ten laste gelegd (artikel 44bis Wetboek van Strafrecht). De maximumstraf die normaliter op het feit staat wordt dan met een derde verhoogd. Dit geldt ook in het geval van bekladdingen. Daarnaast is aanzetten tot haat tegen, discriminatie van of gewelddadig optreden tegen personen vanwege – onder meer – hun geslacht strafbaar (artikel 137d Wetboek van Strafrecht). Over de registratie van (alle) discriminatiefeiten wordt jaarlijks door politie en OM gerapporteerd, uitgesplitst naar discriminatiegrond.

Op zichzelf bezien zijn de scheldwoorden, hoewel natuurlijk verwerpelijk, niet strafbaar, nu geslacht geen discriminatiegrond is in het artikel dat ziet op groepsbelediging (artikel 137c Wetboek van Strafrecht). Vanuit de ministeries van BZK en JenV wordt momenteel gewerkt aan een wetsvoorstel om hier verandering in te brengen.1 Naar verwachting wordt dit najaar de nota naar aanleiding van het verslag aan uw Kamer verzonden.

Vraag 7

Uit de berichtgeving blijkt dat de daders mogelijk gebruik hebben gemaakt van een adressenlijst van inwoners die hebben opgeroepen tot ten minste een normaal dialoog over het asielvraagstuk. Klopt dit en zo ja, wat houdt deze adressenlijst precies in, wie heeft deze opgesteld of verspreid, met welk doel is deze lijst (aanvankelijk) aangemaakt en hoe zijn de daders daaraan gekomen? Is de lijst bijvoorbeeld afkomstig uit gemeentelijke inspraakprocedures, bijeenkomsten, petities, sociale media, buurtgroepen, appgroepen of andere openbare dan wel besloten bronnen?

Antwoord op vraag 7

Uit navraag bij de gemeente blijkt dat zij niet bekend zijn met een dergelijke adressenlijst.

Vraag 8

Welke maatregelen neemt u samen met gemeenten, politie en Openbaar Ministerie, om te voorkomen dat inwoners die deelnemen aan inspraakavonden of lokale debatten over asielopvang vervolgens via adresgegevens of herkenbare persoonsgegevens doelwit worden van intimidatie, bedreiging of vernieling?

Antwoord op vraag 8
De burgemeester is verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde en het is aan het OM om te beoordelen of er sprake is van strafbare feiten en welk gevolg hieraan wordt gegeven. Het is dan ook aan het lokaal gezag – in samenspraak binnen de driehoek – om te bepalen welke maatregelen passen bij de concrete situatie.

Vraag 9

Deelt u de opvatting dat wanneer inwoners, hun woningen en andere eigendommen doelgericht en zeer persoonlijk worden beklad en aangevallen vanwege hun opvatting over een azc, dit niet enkel als vernieling en bedreiging moet worden onderzocht, maar ook als politieke intimidatie die erop gericht is mensen angst aan te jagen en het democratische debat met ondemocratische middelen te beïnvloeden, en daarmee raakt aan het terroristisch oogmerk zoals vastgelegd in artikel 83a van het Wetboek van Strafrecht? Zo nee, waarom niet? [2][3][4]

Vraag 10

Indien in dit onderzoek niet wordt uitgegaan van een mogelijk terroristisch oogmerk, welke feiten en omstandigheden zijn volgens u dan nodig om daar wel toe over te gaan bij politiek gemotiveerde intimidatie, bedreiging, vernieling of geweld rond de komst van asielzoekerscentra?

Antwoord op de vragen 9 en 10
Zoals ik heb toegelicht vind ik het onacceptabel wat er is gebeurd. Om beïnvloeding van het strafrechtelijk onderzoek te voorkomen kan ik mij hierover niet uitlaten. Het is aan het OM om te bepalen welk strafrechtelijk gevolg hieraan wordt gegeven.

Vraag 11

Welke maatregelen neemt u om te voorkomen dat vrouwen, voorstanders van opvang en inwoners uit het zogenoemde stille midden zich terugtrekken uit het lokale democratische debat uit angst voor intimidatie, bekladding, bedreiging of geweld?

Antwoord op vraag 11
Het kabinet deelt deze zorg. Een democratie speelt zich niet alleen af in het parlement, gemeentehuis en stemlokaal, maar is van ons allemaal. Ook in buurten, binnen verenigingen en via het publieke debat geven mensen vorm aan onze democratische samenleving. Als burgers worden bedreigd, geïntimideerd of hun huizen beklad dan komt dit onder druk te staan: mogelijk durven zij zich niet uit te spreken of trekken zij zich terug.

Daarom stimuleert het kabinet het publiek debat onder andere door:

  • Met het Gemeenschapsfonds te investeren in ontmoetingsplekken om letterlijk een plek te geven aan onze democratische gemeenschap.

  • De mogelijkheden tot invloed en zeggenschap, op lokaal en nationaal niveau te beschermen en verbeteren.

  • De democratische functie van de media te beschermen en versterken, bijvoorbeeld door steun aan het initiatief ‘de week van de Mediawijsheid’.

In de brieven “Voortgang over meedoen in democratie en samenleving” en “Inzet weerbare democratische rechtsstaat en de evaluatie van verkiezingen” van de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 2 juli jl., wordt hierop verder op in gegaan.

Ook is het voor de democratie van belang dat vrouwen zich verkiesbaar willen stellen. Bedreiging en intimidatie treft vaker vrouwen, en heeft vaker een negatief effect op hun politieke ambities. Dit versterkt de ondervertegenwoordiging van vrouwen in het lokaal bestuur. Daarom neemt het kabinet de volgende maatregelen:

  • Financieren van het mentornetwerk van de stichting Stem op een Vrouw om vrouwelijke aspirant politici te koppelen aan ervaren vrouwelijke politici.

  • Ondersteunen van de training omgaan met agressie en intimidatie en het protocol Veilig online zichtbaar in de politiek, beide initiatieven van Stem op een vrouw. Dit helpt de drempel om politiek actief te worden te verlagen. Het netwerk dat zij hierdoor opdoen maakt hen ook weerbaarder tegen vormen van haat en intimidatie.

  • Vrouwelijke politici die te maken krijgen met bedreiging, haat of intimidatie, kunnen terecht bij het Ondersteuningsteam Weerbaar Bestuur. Dit team bestaat uit vertrouwenspersonen, experts en ervaringsdeskundigen en biedt decentrale politieke ambtsdragers, waaronder raadsleden, die geconfronteerd worden met agressie en intimidatie, ondersteuning of collegiale bijstand. Het team is 24 uur per dag, 7 dagen per week bereikbaar.

Ook kunnen lokale bestuurders en volksvertegenwoordigers via het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid, een partner van het Netwerk Weerbaar Bestuur, op kosten van mijn ministerie een veiligheidsscan krijgen. Een veiligheidsadviseur geeft concrete adviezen waarmee ze preventief hun veiligheid en weerbaarheid kunnen vergroten.

Daarnaast kunnen gemeenten gebruik maken van het interbestuurlijke ondersteuningsnetwerk maatschappelijk ongenoegen & onrust en van de diensten van het ondersteuningsteam Asiel. Dat laatste is een landelijk en flexibel team dat gemeenten helpt bij complexe vraagstukken en maatschappelijke spanningen rondom asiel opvanglocaties. Door gemeenten en het interbestuurlijke netwerk met elkaar te verbinden, kunnen signalen en zorgen vanuit de samenleving beter worden opgepakt en kan gezamenlijk worden gewerkt aan ruimte voor het democratisch gesprek én voor de minder luid klinkende stemmen.

Vraag 12

Bent u bereid de Kamer zo spoedig mogelijk te informeren over de voortgang van het onderzoek, de herkomst van de mogelijk gebruikte adressenlijst, de strafrechtelijke kwalificatie van de feiten, de beoordeling van een mogelijk terroristisch oogmerk, de rol van vrouwenhaat en de maatregelen ter bescherming en ondersteuning van de slachtoffers?

Antwoord op vraag 12

Het OM is verantwoordelijk voor het strafrechtelijk onderzoek en de vervolging van verdachten en moet dit zelfstandig en in alle vrijheid doen. Tussentijdse verstrekking van onderzoeksinformatie of duiding van feiten kan het onderzoek schaden. Ik kan u wel na afronding van het strafrechtelijke proces informeren.

Zoals in de beantwoording van vraag 8 is opgemerkt is de burgemeester verantwoordelijk voor het handhaven van de openbare orde, het is dan ook aan de burgemeester om te bepalen welke maatregelen passen bij de concrete situatie.

[1] AD, 26 juli 2026, Huizen en auto’s beklad van voorstanders azc: ‘Dit gaat alle perken te buiten’ (www.ad.nl/binnenland/huizen-en-autos-beklad-van-voorstanders-azc-dit-gaat-alle-perken-te-buiten~ac1f8e7a/)

[2] NU.nl, 11 mei 2026, Schade aangericht met explosief bij pand voor asielzoekers in Den Bosch (www.nu.nl/binnenland/6395393/schade-aangericht-met-explosief-bij-pand-voor-asielzoekers-in-den-bosch.html)

[3] NOS, 12 mei 2026, Brandstichting bij noodopvang Loosdrecht, betogers houden brandweer tegen (nos.nl/artikel/2614129-brandstichting-bij-noodopvang-loosdrecht-betogers-houden-brandweer-tegen)

[4] NU.nl, 26 juli 2026, Huizen van voorstanders azc beklad, auto statushouders in brand gestoken (www.nu.nl/asielcrisis/6404445/huizen-van-voorstanders-azc-beklad-auto-statushouders-in-brand-gestoken.html?referrer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F)


  1. Kamerstukken II 2023/24, nr. 36510.↩︎