Antwoord op vragen van de leden Martens-America en Kisteman over het bericht 'Politie geeft ‘niet thuis’ bij gezamenlijke aanpak winkeldiefstal, ondernemers voelen zich in de steek gelaten'
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D46948, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-09-29 11:26, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Mede ondertekenaar: H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat
Onderdeel van zaak 2026Z16939:
- Gericht aan: H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat
- Gericht aan: D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 158
Antwoord van minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) en de minister van Economische Zaken en Klimaat (ontvangen 29 september 2026)
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025-2026, nr. 2954
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht 'Politie geeft ‘niet thuis’ bij gezamenlijke aanpak winkeldiefstal, ondernemers voelen zich in de steek gelaten'? 1)
Antwoord op vraag 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de mening dat winkeldiefstal en interne fraude niet onbestraft mogen blijven?
Antwoord op vraag 2
We vinden het essentieel dat winkeliers ruimte hebben om te ondernemen, burgers geen strafbare feiten plegen en dat het publiek veilig kan winkelen. Voor ondernemers vormen winkeldiefstal en interne fraude hardnekkige vraagstukken, die kunnen leiden tot financiële schade en gevoelens van onveiligheid en frustratie. Ook het winkelend publiek ervaart negatieve gevolgen, zowel door de impact op het ervaren winkelklimaat als in de doorberekening in productprijzen.
Winkeldiefstal en interne fraude hebben geen plek in een veilig winkelgebied en een positief ondernemersklimaat. (Winkel)diefstal, verduistering, valsheid in geschrifte en oplichting zijn strafbare feiten en het is dan ook van essentieel belang dat dit zoveel mogelijk wordt voorkomen en effectief wordt aangepakt.
Vraag 3
Hoe beoordeelt u de voortgang van het Actieprogramma Veilig Ondernemen 2023-2026?
Antwoord op vraag 3
Het monitoren van de voortgang van het Actieprogramma Veilig Ondernemen (AVO) 2023-2026 gebeurt binnen het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC). Het NPC-overleg wordt tweemaal per jaar georganiseerd, waarbij met de top van publieke en private partijen gesproken wordt over de criminaliteit tegen het bedrijfsleven. In het NPC van april jl. heeft de minister van Justitie en Veiligheid positief over de voortgang van het Actieprogramma gerapporteerd: van de 36 acties lopen er 32 acties op schema of zijn afgerond. Het verdere vervolg op deze acties zal worden meegenomen in de invulling van het Actieprogramma Veilig Ondernemen 2027-2030 (AVO 27-30).
Een belangrijk onderdeel van het proces richting het AVO 27-30 betreft de uitvoering van de Monitor Criminaliteit Bedrijfsleven (MCB) door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De MCB richt zich op het schetsen van een betrouwbaar en nauwkeurig beeld van de aard en omvang van criminaliteit tegen ondernemers in het midden- en kleinbedrijf in Nederland. In december zal de MCB voor het eerst sinds 2010 weer verschijnen, en daarmee essentiële input geven voor het AVO 27-30. Middels een cyclus van twee jaar wordt er beoogd ontwikkelingen en trends in criminaliteit tegen het bedrijfsleven blijvend te monitoren.
Vraag 4
Klopt het dat de politie nieuwe werkinstructies hanteert voor het verstrekken van gegevens aan ondernemers voor de aanpak van winkeldiefstal? Zo ja, wat houden deze nieuwe werkinstructies in, wat is de reden voor deze wijziging en is hierover richting ondernemers duidelijk gecommuniceerd?
Antwoord op vraag 4
Ja, de politie heeft het landelijke kader voor de verstrekkingen van politiegegevens geactualiseerd. Sinds februari 2026 wordt gewerkt met een nieuwe werkinstructie ‘Verstrekking van politiegegevens aan winkeliers ten behoeve van civiele afdoening’. Voorheen werden de gegevens deels geautomatiseerd verstrekt. De politie is hier in 2024 mee gestopt vanwege onder andere privacy risico’s en heeft een nieuwe werkinstructie tot stand gebracht.
De werkwijze gaat in op individuele verzoeken (vanuit winkeliers) en bulkverzoeken (vanuit gemachtigde uitvoeringsorganisaties waaronder Service Organisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA)) en de uitgangspunten voor het verstrekken van gegevens. Daarnaast wordt er beschreven aan welke kwaliteitseisen de ingediende verzoeken moeten voldoen zodat de politie deze in behandeling kan nemen.
De werkwijze is uitvoerig gecommuniceerd richting ondernemers en uitvoeringsorganisaties van de directe aansprakelijkstelling.
Vraag 5
Wat zijn volgens u de gevolgen van de nieuwe werkinstructies voor de effectiviteit van de aanpak van winkeldiefstal? Indien deze gevolgen negatief zijn, welke maatregelen gaat u nemen om dit te voorkomen?
Antwoord op vraag 5
De aanpak van winkeldiefstal bevindt zich niet in een vacuüm, maar moet zich verhouden tot de aanpak van andere vormen van criminaliteit en moet voldoen aan de geldende juridische kaders. Zoals aangegeven bij het antwoord op vraag 4 heeft de politie het landelijk kader geactualiseerd in verband met privacy risico’s. De capaciteit van de politie (en het Openbaar Ministerie) is beperkt. Dit betekent dat er prioriteiten moeten worden gesteld, en de politie wordt ingezet op de plekken en de momenten waar dat het meest urgent wordt geacht. Het is aan de burgemeester, het Openbaar Ministerie en de politie om te komen tot een zo goed mogelijke inzet van de schaarse capaciteit.
We nemen verschillende maatregelen om in samenwerking met private partijen te komen tot een effectieve afdoening van winkeldiefstal. We geven uitvoering aan het plan van aanpak winkeldiefstal, conform de motie Michon-Derkzen1. Zo is er tijdens het NPC van april jl. expliciet gesproken over knelpunten binnen de uitvoering van directe aansprakelijkheid met publieke en private partners, waaronder vertegenwoordigers van ondernemers. Het knelpunt rondom gegevenslevering van de politie voor de civiele schadevergoeding kwam hierbij ook expliciet naar voren voor onder andere winkeldiefstal. Het knelpunt rondom gegevenslevering is als prioriteit opgepakt en er wordt verkend of het mogelijk is om een third thrusted party in te schakelen die de druk van de verzoeken op de politie vermindert, nu de geautomatiseerde verstrekking is beëindigd. Ik zal uw Kamer in het voorjaar van 2027 over de voortgang hiervan informeren.
Overigens is in het coalitieakkoord opgenomen dat de mogelijkheden voor de politie om overtredingen en lichte misdrijven – bijvoorbeeld (winkel)diefstal – af te doen, worden uitgebreid. Het doel hiervan is om deze strafbare feiten sneller en eenvoudiger af te handelen. Momenteel is er vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid in overleg met onder meer de politie en het Openbaar Ministerie om te onderzoeken op welke wijze hieraan uitvoering kan worden gegeven. De minister van Justitie en Veiligheid zal u over de uitkomst informeren.
Vraag 6
Deelt u het in het artikel geschetste knelpunt voor een effectieve aanpak van interne fraude, namelijk dat voor de aanpak aangifte bij de politie nodig is, maar het doen van aangifte moeizaam verloopt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u daaraan doen?
Antwoord op vraag 6
Fraude is een breed maatschappelijk probleem en veroorzaakt grote schade voor ondernemers en hun klanten, dit is ook onderkend in het AVO 2023-2026. Fraude is overigens een breed begrip. Interne fraude wordt bijvoorbeeld gepleegd door zowel bestuurders, werknemers en/of door de ondernemer gecontracteerde derde partijen. Het gaat om criminele, strafbare handelingen zoals diefstal, verduistering, valsheid in geschrifte en oplichting. Naar aanleiding van de brieven die de politie van de Stichting Fraude Aanpak Detailhandel (FAD) heeft ontvangen, zal de politie binnenkort nader in gesprek gaan met de Stichting FAD over de wijze waarop ondernemers aangifte kunnen doen en terugkoppeling kunnen krijgen over interne fraude.
Vraag 7
Hoe heeft de omvang van interne fraude, waarnaar in het artikel wordt gerefereerd, zich volgens u de afgelopen jaren ontwikkeld? En hoe heeft de pakkans zich volgens u ontwikkeld?
Antwoord op vraag 7
We hebben geen inzicht in de ontwikkeling of de omvang van interne fraude aan de hand van officiële registratiedata bij de politie, gezien interne fraude niet als apart delict wordt geregistreerd.
De instroom en de uitstroom van horizontale fraude (fraude tussen burgers en bedrijven onderling) worden in de tweejaarlijkse Fraudemonitor door het Openbaar Ministerie wel toegelicht2. In 2024 ging het voor de categorie overige fraudevormen, waaronder algemene fraudedelicten vallen, om 2.575 parketnummers. Dit is een stijging ten opzichte van 2022 (1.986) en een afname ten opzichte van 2023 (2.628). Welbeschouwd zeggen deze veranderingen in de categorie overige fraudevormen echter niets over de ontwikkeling van de vormen van interne fraude waarnaar in het artikel specifiek wordt verwezen. Voor fraudedelicten zijn geen specifieke minimum streefnormen voor de politie in de Veiligheidsagenda afgesproken. Voor afhandeling via het strafrecht moeten keuzes worden gemaakt, mede in relatie tot de inzet van schaarse capaciteit.
We vinden het belangrijk dat het bedrijfsleven inzet op preventieve maatregelen. Er is voor en door het bedrijfsleven een waarschuwingsregister ontwikkeld dat wordt beheerd door de Stichting Fraude Aanpak Detailhandel (FAD). Daarnaast heeft deze stichting een overzicht van het aantal screenings en ‘treffers’ die uit controles uit het register komen in hun jaarverslag.3 We vinden dit een goed voorbeeld van hoe het bedrijfsleven zichzelf kan beschermen tegen het in dienst nemen van fraudeurs en oplichters.
Vraag 8
Klopt het dat ondernemersorganisaties contact hebben geprobeerd te leggen over de aanpak van winkeldiefstal en interne fraude, maar dat dit contact tot dusver niet heeft plaatsgevonden? Zo ja, waarom is dit contact niet tot stand gekomen en bent u bereid ervoor te zorgen dat politie, ondernemersorganisaties en andere betrokken partijen hierover op korte termijn met elkaar in gesprek gaan?
Antwoord op vraag 8
We nemen signalen en zorgen vanuit ondernemers(organisaties) zeer serieus en herkennen ons niet in het ontbreken aan contact. De minister van Justitie en Veiligheid spreekt structureel twee maal per jaar met vertegenwoordigers van ondernemers, politie, Openbaar Ministerie en andere relevante partijen in het eerder genoemde NPC. Hier komt de thematiek rondom geweld- en vermogenscriminaliteit, waaronder winkeldiefstal en fraude, veelvuldig aan bod.
De partijen die uitvoering geven aan het plan van aanpak winkeldiefstal (waaronder vertegenwoordigers van ondernemers), onder het Actieprogramma Veilig Ondernemen 2023-2026, voeren doorlopend gesprekken over de aanpak, de inzet en acties.
Momenteel zijn we samen met de partners in het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing bezig met de invulling van het nieuwe AVO, zoals hierboven benoemd. Naast de leden van het NPC worden breder vertegenwoordigers van het bedrijfsleven uitgenodigd om mee te denken en input te leveren. Dit betreft onder andere de Stichting FAD, zoals u kunt teruglezen in de Kamerbrief Reactie FAD inzake aanpak van fraude, winkeldiefstal en criminaliteit binnen de detailhandel.4
1) Telegraaf, 14 augustus 2026, Politie geeft ‘niet thuis’ bij gezamenlijke aanpak winkeldiefstal, ondernemers voelen zich in de steek gelaten (https://www.telegraaf.nl/binnenland/politie-geeft-niet-thuis-bij-gezamenlijke-aanpak-winkeldiefstal-ondernemers-voelen-zich-in-de-steek-gelaten/159825810.html?utm_medium=referral&utm_campaign=share).
Kamerstukken II, 2024/25, 36600, nr. 81.↩︎
Kamerstukken II, 2025/26, 17 050 nr. 614↩︎
Stichting Fraude Aanpak Detailhandel. (6 augustus 2026). Jaarverslag 2025↩︎
Kamerbrief met reactie op brief FAD over aanpak van fraude winkeldiefstal en criminaliteit binnen de detailhandel | Rijksoverheid.nl↩︎