Reactie op de gewijzigde motie van het lid Ceulemans over per kwartaal vaststellen welke nationaliteiten onder de grens van het gestelde inwilligingspercentage zitten (t.v.v. 19637-3630)
Brief regering
Nummer: 2026D47038, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-09-29 12:27, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Ooit D66 kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z20358:
- Voortouwcommissie: vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
- 2026-10-13 16:30: Procedurevergadering Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Procedurevergadering), vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid
Preview document (🔗 origineel)
Op 24 september jl. vond het tweeminutendebat plaats over de wijziging van het Besluit uitvoering Wet arbeid vreemdelingen 2022 (BuWav 2022). In de wijziging zijn, naar aanleiding van de implementatie van het Europese Migratiepact, nieuwe regels opgenomen over de toegang tot de arbeidsmarkt voor asielzoekers. Eén van de wijzigingen ziet op het aanpassen van de wachttermijn voor asielzoekers van zes naar drie maanden. Conform de in het debat gedane toezegging, ga ik in deze brief in op de ingediende gewijzigde motie1 van het lid Ceulemans. In deze motie wordt de regering verzocht per kwartaal vast te stellen welke nationaliteiten onder de grens van het gestelde inwilligingspercentage (20%) zitten en asielzoekers die daaronder vallen vanaf dat moment uit te sluiten van de geboden mogelijkheden tot arbeid. Ik ontraad deze motie.
Op grond van de herschikte Opvangrichtlijn2 moeten lidstaten na uiterlijk zes maanden aan asielzoekers toegang geven tot de arbeidsmarkt. Daarbij worden lidstaten aangemoedigd om asielzoekers de mogelijkheid te geven eerder te laten werken als hun asielverzoek waarschijnlijk gegrond is. Met de wijziging van het BuWav 2022 mogen asielzoekers voor wie de toegang tot de arbeidsmarkt niet is uitgesloten eerder werken; namelijk nadat hun asielaanvraag ten minste drie maanden in behandeling is (t.o.v. de huidige zes maanden). Hierdoor kunnen asielzoekers eerder aan het werk, waardoor ze bijvoorbeeld sneller de taal kunnen leren en werkervaring opdoen. Ook dragen zij dan meer bij aan de kosten voor de opvang bij het COA en kunnen zij helpen de krapte op de arbeidsmarkt te verlichten.
Met de nieuwe regels worden asielaanvragen van een aantal groepen
asielzoekers versneld behandeld.3 Dit gaat om groepen asielzoekers voor wie
het niet waarschijnlijk is dat hun asielaanvraag wordt ingewilligd.
Een deel van de asielzoekers met een lagere kans op een asielvergunning, zoals mensen uit veilige landen van herkomst, mogen niet meer werken gedurende de asielprocedure.4 Dit geldt ook voor asielzoekers voor wie een overdrachtsbesluit is uitgevaardigd.
Onder de versnelde procedure vallen ook asielzoekers met een nationaliteit waarvan het gemiddelde inwilligingspercentage (in de EU o.b.v. jaarlijkse cijfers) lager is dan 20%. Het is niet mogelijk voor hen de toegang tot de arbeidsmarkt uit te sluiten omdat de Opvangrichtlijn dit niet toestaat. Het is ook niet mogelijk om op nationaal niveau af te wijken van de Europese regels en per kwartaal vast te stellen welke nationaliteiten hier onder vallen. Voor deze groep geldt dat zij met de nieuwe wachttermijn ook na drie maanden mogen werken. Maar omdat er voor de versnelde procedure een beslistermijn geldt van drie maanden én de wachttermijn ook drie maanden bedraagt, is het zeer onwaarschijnlijk dat zij toegang tot de arbeidsmarkt zullen krijgen.
De Minister van Sociale Zaken
en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Tweede Kamer, 2026-2027, 19637. Gewijzigde motie van het lid Ceulemans. Ter vervanging van die gedrukt onder nr. 3630.↩︎
Richtlijn (EU) 2024/1346 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming.↩︎
Artikel 42, eerste lid, van de Procedureverordening.↩︎
Dit geldt ook bijvoorbeeld in de situatie wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de verzoeker een gevaar vormt voor de nationale veiligheid of de openbare orde of wanneer de asielzoeker de autoriteiten opzettelijk heeft misleid door valse informatie of documenten te verstrekken.↩︎