[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Appreciatie amendement van het lid Oosterhuis over het per 2028 mogelijk maken het forfaitaire uurloon van de WBSO bij amvb aan te passen (Kamerstuk 36938-8) en reactie op verzoek commissie over Neprom

Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2027)

Brief regering

Nummer: 2026D47097, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-10-14 16:20, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 36938 -9 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Fiscale verzamelwet 2027).

Onderdeel van zaak 2026Z20377:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Uw vaste commissie voor Financiën heeft mij verzocht het ingediende amendement 36938, nr. 8 schriftelijk te appreciëren. Deze appreciatie treft u aan in deze brief. Daarnaast beantwoord ik een aantal vragen met betrekking tot Neprom die gesteld zijn door het lid van Eijk tijdens de procedurevergadering.

Appreciatie amendement 36938, nr. 8

Voor de bepaling van de S&O-afdrachtvermindering (in het spraakgebruik ook vaak WBSO genoemd) wordt gebruikgemaakt van het S&O-uurloon; de som van het loon van alle S&O-medewerkers van 2 jaar voorafgaande aan het jaar waarop de afdrachtvermindering betrekking heeft. Indien de inhoudingsplichtige niet beschikt over een S&O-uurloon van 2 jaar eerder, wordt gebruikgemaakt van het forfaitaire uurloon. In het wetsvoorstel Fiscale verzamelwet 2027 stelt het kabinet voor om het forfaitaire S&O-uurloon te verhogen van € 29 naar € 33. Dit betreft een inhaalslag gelet op het feit dat het forfaitaire S&O-uurloon al sinds 2008 € 29 bedraagt.

Indiener van het amendement beoogt met dit amendement toekomstige aanpassingen van het forfaitaire uurloon sneller door te voeren dan waar momenteel in is voorzien. De indiener van het amendement stelt daarom voor om in plaats van de door het kabinet voorgestelde eenmalige verhoging van het tarief per 2027 door middel van een wetswijziging, het forfaitaire uurloon vanaf 1 januari 2028 steeds bij algemene maatregel van bestuur te kunnen vaststellen (en dus ook wijzigen). Daartoe wordt een wettelijke delegatiegrondslag gecreëerd voor vaststelling (en dus ook wijziging) van het forfaitaire uurloon. Het is de bedoeling van de indiener de verhoging van € 29 naar € 33 per 2027 nog wel op grond van het wetsvoorstel te laten plaatsvinden, maar voor daarna – dus met ingang van 2028 – vaststelling bij algemene maatregel van bestuur te laten plaatsvinden.

Ik geef het amendement 36938, nr. 8 met de daarbij gegeven toelichting oordeel Kamer. De QuickScan van de Belastingdienst heb ik als bijlage bij deze brief toegevoegd.

Reactie brief Neprom

De commissie heeft mij op voorstel van het lid Van Eijk (VVD) verzocht schriftelijk te reageren op een brief over dit wetsvoorstel die de commissie heeft ontvangen van brancheorganisatie Neprom. Neprom geeft aan dat in de praktijk bij koopovereenkomsten voor betaalbare koopwoningen, op basis van de Wet versterking regie volkshuisvesting, aanvullende afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld doorverkoop, verkoopprijs en waardedeling. En dat niet duidelijk is welke van deze afspraken gevolgen hebben voor de eigenwoningregeling. Neprom vraagt hoe dit knelpunt kan worden opgelost zowel voor toekomstige als bestaande situaties.

Om gebruik te kunnen maken van de fiscale tegemoetkoming voor betaalbare koopwoningen dient bij iedere waardeverandering het belang uiterlijk binnen 10 jaar voor ten minste lineair tot 100% toe te nemen. Om constructies te voorkomen waardoor de situatie bijvoorbeeld meer op huur gaat lijken, mag daarnaast geen sprake zijn van een ander beding dat de belastingplichtige of zijn partner bij een waardeverandering van de woning beperkt. Hiermee wordt voorkomen dat aanvullende afspraken worden gemaakt die een groter dan toegestaan deel van de waardeverandering of verkoopopbrengst aan een ander doen toekomen, bijvoorbeeld door een aanvullende afdrachtsverplichting (van waardeontwikkeling) of een (extra) prijs- of opbrengstbegrenzing. Of afspraken het belang van de belastingplichtige beperken is afhankelijk van de vormgeving. Een voorbeeld van een situatie waarbij het belang van een belastingplichtige te veel wordt beperkt is als sprake is van een instandhoudingstermijn waarbij de verkoopprijs is vastgesteld op een bepaald – al dan niet te indexeren – maximumbedrag.

Naast dat het belang van de belastingplichtige in de waardeverandering van de woning niet verder mag worden beperkt blijft de voorwaarde van de eigenwoningregeling gelden dat sprake moet zijn van eigendom. Ook hier dient bij het opstellen van een koopovereenkomst voor een betaalbare koopwoning rekening mee te worden gehouden. Om duidelijkheid te krijgen kunnen partijen vooraf in overleg treden met de Belastingdienst zodat zekerheid wordt verkregen of een overeenkomst voldoet aan de fiscale eisen. Op dit moment is dat al zeer gebruikelijk. Als over bestaande situaties onzekerheid bestaat, dan kan ook in overleg worden getreden met de Belastingdienst. Verder worden momenteel in contact met het veld gesprekken gevoerd om te kijken hoe de praktijk geholpen kan worden. Bijvoorbeeld door het gebruik van met de Belastingdienst afgestemde modelovereenkomsten.

Ik vertrouw erop dat ik u met deze brief voldoende heb geïnformeerd over de nog openstaande vragen met betrekking tot de Fiscale Verzamelwet 2027.

Hoogachtend,

de staatssecretaris van Financiën

Eelco Eerenberg