Antwoord op vragen van het lid Claassen over het toezicht op commercieel longevity-aanbod en de handhaving van de Wet op het bevolkingsonderzoek
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D47112, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-09-29 16:41, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ooit VVD kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z17133:
- Gericht aan: S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (đ origineel)
AH 166
Antwoord van minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 29 september 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht "Zorgen over longevity-hype: gezond ouder worden begint niet bij een total body scan"?1
Antwoord
Ja, het kabinet heeft kennisgenomen van dit bericht.
Vraag 2
Hoeveel vergunningen op grond van de Wet op het bevolkingsonderzoek zijn op dit moment van kracht voor het verrichten van een total body scan?2
Antwoord
Er zijn nog nooit vergunningen verleend op grond van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO) voor het verrichten van een total body scan.
Vraag 3
Op welke datum is de meest recente vergunning op grond van artikel 3, eerste lid, van de Wet op het bevolkingsonderzoek verleend voor een bevolkingsonderzoek dat niet van rijkswege wordt aangeboden?
Antwoord
Dit betreft de vergunning van 22 juli 2026 aan het Erasmus MC voor de ERGO-studie (Erasmus Rotterdam Gezondheid van Ouderen). Hiervan is mededeling gedaan in de Staatscourant 2026, 30847.
Vraag 4
Op welke wijze is de Wet op het bevolkingsonderzoek van toepassing op een in Nederland gedaan aanbod van een total body scan die in het buitenland wordt verricht?
Antwoord
De WBO is van toepassing op het verrichten van gezondheidsonderzoek dat gericht is op het ten behoeve of mede ten behoeve van de te onderzoeken personen opsporen van ziekten van een bepaalde aard of van bepaalde risico-indicatoren in Nederland. Het aanbieden van dergelijk onderzoek, waarbij het onderzoek in het buitenland wordt uitgevoerd, valt niet onder deze wet. Overigens geldt er alleen een vergunningsplicht op grond van de WBO indien bij dit onderzoek gebruik wordt gemaakt van ioniserende straling of wanneer het onderzoek zich richt op het opsporen van kanker of ernstige ziekten of afwijkingen waarvoor geen behandeling of preventie mogelijk is. Een total body scan is een breed gezondheidsonderzoek dat zich meestal (ook) richt op het opsporen van kanker of ernstige ziekten of afwijkingen waarvoor geen behandeling of preventie mogelijk is, of risico-indicatoren daarop, zodat dit gezondheidsonderzoek onder de vergunningsplicht valt.
Vraag 5
In hoeveel gevallen heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) sinds 1 januari 2020 aangifte gedaan of proces-verbaal opgemaakt wegens overtreding van artikel 3, eerste lid, van de Wet op het bevolkingsonderzoek?
Vraag 6
Indien deze gevallen niet als afzonderlijke categorie worden geregistreerd, onder welke categorie worden zij dan wel geregistreerd?
Antwoord vraag 5 en 6
Sinds 1 januari 2020 heeft de IGJ tweemaal aangifte gedaan wegens een mogelijke overtreding van artikel 3, eerste lid, van de WBO. In oktober 2020 heeft de inspectie aangifte gedaan over iGene, DNA-test-aanbieder. Het aanbod van iGene, waarbij niet-behandelbare aandoeningen kunnen worden opgespoord, valt onder de vergunningsplicht van de WBO. De tweede aangifte is recent gedaan in juli 2026. Zolang de behandeling hiervan nog niet is afgerond, kan hierover geen verdere informatie worden gegeven.
Vraag 7
Over welke aanwijzingsbevoegdheid beschikt u ten aanzien van het toezichtprogramma van de IGJ op preventief gezondheidsonderzoek?
Antwoord
De IGJ is een rijksinspectie die onder de verantwoordelijkheid van de minister van VWS ressorteert. De minister kan daarom algemene of bijzondere aanwijzingen aan de IGJ geven. Daarbij dient de minister wel aanwijzing nr. 14 van de Aanwijzingen inzake de rijksinspecties in acht te nemen. Aanwijzing nr. 14 ziet op de aanwijzingsbevoegdheid van een minister en heeft onder meer tot doel om te borgen dat geen inbreuk kan worden gemaakt op het beginsel dat rijksinspecties op basis van hun deskundigheid op een onpartijdige en onafhankelijke wijze hun toezichtstaken moeten kunnen uitvoeren.
Vraag 8
Klopt het dat het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op het bevolkingsonderzoek in verband met actuele ontwikkelingen op het terrein van preventief gezondheidsonderzoek op 24 januari 2025 is ingetrokken?3
Antwoord
Ja dat klopt.
Vraag 9
Blijft in het vervangende wetsvoorstel de vergunningplicht voor preventief gezondheidsonderzoek naar kanker gehandhaafd?4
Antwoord
Het kabinet beraadt zich op mogelijkheden om de WBO te actualiseren. Daarbij zal ook gekeken of de vergunningsplicht voor preventief gezondheidsonderzoek naar kanker gehandhaafd blijft.
Vraag 10
Op welke wettelijke grondslag kan de IGJ op dit moment optreden tegen een aanbieder die zonder de vereiste vergunning preventief gezondheidsonderzoek verricht?
Antwoord
De primaire grondslag is de WBO. Artikel 3, eerste lid, van de WBO verbiedt het zonder vergunning verrichten van vergunningsplichtig bevolkingsonderzoek. De IGJ houdt daarop toezicht op grond van artikel 10 van de WBO. Overtreding is strafbaar op grond van artikel 13 van de WBO. De Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) kan daarnaast van toepassing zijn als niet wordt voldaan aan eisen van goede zorg.
Vraag 11
Onder welk wettelijk kader valt het toezicht op het aanbieden van intraveneuze vitamine-infusen aan personen zonder medische indicatie?
Antwoord
Op intraveneuze vitamine-infusen zijn onder meer de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg (Wet BIG) en de Wkkgz van toepassing. Het inbrengen van een infuus en intraveneus toedienen kunnen voorbehouden handelingen zijn als bedoeld in artikel 36 van de Wet BIG. Daarnaast gelden, afhankelijk van het type aanbieder, de kwaliteitseisen van artikel 2 van de Wkkgz.
Vraag 12
Welke wettelijke eisen gelden op dit moment voor het commercieel aanbieden van een test die op basis van bloedwaarden de biologische leeftijd bepaalt?
Antwoord
Welke eisen gelden, hangt af van het doel en de inhoud van de test. Als de test onderdeel is van zorgverlening, dan geldt de Wkkgz. De WBO kan van toepassing zijn als de test is gericht op bevolkingsonderzoek waarvoor op grond van artikel 2 van de WBO een vergunning is vereist, bijvoorbeeld onderzoek naar kanker. Voor gebruikte diagnostische hulpmiddelen kan daarnaast de Europese In Vitro Diagnostics Regulation (IVDR) gelden.
Vraag 13
Bent u bereid te borgen dat medisch-wetenschappelijk onderzoek dat reeds onder de Wet medisch wetenschappelijk onderzoek met mensen valt, in het vervangende wetsvoorstel niet aan een aanvullende vergunningplicht wordt onderworpen?
Antwoord
In artikel 1, derde lid, van de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen (WMO) is bepaald dat de WMO niet van toepassing is op wetenschappelijk onderzoek voor het verrichten waarvan een vergunning is vereist op grond van de Wet op het bevolkingsonderzoek (WBO). Er kan dus wettelijk gezien geen sprake zijn van een situatie waarin medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen zowel onder de WMO valt als onder de vergunningsplicht van de WBO.
Nieuwsuur (NOS), 11 augustus 2026, "Zorgen over longevity-hype: gezond ouder worden begint niet bij een total body scan" (https://nos.nl/nieuwsuur/artikel/2626350-zorgen-over-longevity-hype-gezond-ouder-worden-begint-nietbij-een-total-body-scan)âŠī¸
Nieuwsuur (NOS), 11 augustus 2026, "Reactie ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en
Sport" (https://bijlagen.nos.nl/artikel-25822920/Reactie_ministerie_van_Volksgezondheid.pdf)âŠī¸
Kamerstuk 35 384, nr. 27âŠī¸
Kamerstuk 35 384, nr. 25 (Overige toezeggingen over het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op het bevolkingsonderzoek, 13 december 2022)âŠī¸