[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Van Meetelen over het bericht "Kinderrechter haalt met spoed kinderen uit gezinshuis in Friesland: twee gezinsleden verdacht van zedendelicten"

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D47153, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-09-29 16:48, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z17982:

Preview document (🔗 origineel)


AH 169

2026Z17982

Antwoord van minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 29 september 2026)

Vraag 1

Bent u bekend met de berichtgeving over het gezinshuis van zorgboerderij Buitengewoon, thans Hineni Zorg, in Feankleaster? 1)

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Welke formele positie had de gezinshuisvader binnen de zorgorganisatie na zijn aanhouding op verdenking van seksueel misbruik van zijn minderjarige dochter en na zijn veroordeling daarvoor?

Antwoord 2

Na zijn aanhouding had de vader geen zorgtaken meer en was ook uitgeschreven als bestuurder van de zorgonderneming.

Vraag 3

Is na de verdenking, aanhouding en/of veroordeling opnieuw beoordeeld of de gezinshuisvader nog voldeed aan de eisen voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) en zo ja, wanneer en met welke uitkomst?

Antwoord 3

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft gesteld dat de gezinshuisvader na zijn detentie ook niet meer op het terrein mocht en geen contact mocht hebben met de jeugdigen.

Vraag 4

Kon de gezinshuisvader na zijn aanhouding en veroordeling nog in contact komen met in het gezinshuis geplaatste minderjarigen en zo ja, hoe acht u dat verenigbaar met de vereiste veiligheid binnen een gezinshuis?

Antwoord 4

Nee, zie mijn antwoord onder 2 en 3.

Vraag 5

Waarom zijn de veiligheid en geschiktheid van het gezinshuis na de aanhouding en vervolgens de veroordeling van de gezinshuisvader niet onmiddellijk integraal opnieuw beoordeeld en zijn de geplaatste kinderen niet direct elders ondergebracht?

Antwoord 5

De IGJ heeft na de melding van deze casus meegekeken met de jeugdhulpaanbieder en beoordeeld dat de aanbieder de situatie voldoende heeft laten onderzoeken en dat de continuïteit van de zorg voldoende is geborgd. Daarbij heeft de IGJ gesteld dat de gezinshuisvader geen contact mag hebben met cliënten en niet op het terrein aanwezig mag zijn. Er waren destijds geen andere signalen bekend bij de IGJ, anders dan de verdenking van de gezinshuisvader.

Vraag 6

Hoe beoordeelt u in het licht van deze zaak de constatering van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd dat meldingen en signalen bij gezinshuizen relatief vaak betrekking hebben op seksueel grensoverschrijdend gedrag, en acht u aanvullende maatregelen noodzakelijk?

Antwoord 6

De IGJ constateert dat meldingen over gezinshuizen vaker gaan over seksueel grensoverschrijdend gedrag (SGOG) ten opzichte van de meldingen over andere type jeugdhulp. Hierbij is de (vermoedelijke) pleger in meer dan de helft van de gevallen een jeugdige en in ongeveer een kwart van de gevallen een hulpverlener. De IGJ doet hiertoe ook gerichte aanbevelingen, zoals het nemen van preventieve maatregelen in de organisatie door scholing en duidelijke richtlijnen1, en het inzetten van interventies2 om passend te handelen bij grensoverschrijdend gedrag.

Vraag 7

Acht u het wenselijk dat landelijk wordt vastgelegd dat bij een verdenking of veroordeling wegens een zedendelict van een gezinshuisouder onmiddellijk een onafhankelijke veiligheidsbeoordeling plaatsvindt van alle in het gezinshuis verblijvende minderjarigen?

Antwoord 7

Nee. Als bij betrokkenen bekend wordt dat een gezinshuisouder verdacht wordt of veroordeeld is voor een zedendelict, dient er een veiligheidsbeoordeling plaats te vinden van alle in het gezinshuis verblijvende minderjarigen. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij de plaatsende instantie, vaak een gecertificeerde instelling (GI), en de aanbieder of hoofdaannemer als zorgverantwoordelijke.

Vraag 8

Deelt u de mening dat deze zaak opnieuw de noodzaak onderstreept van frequente, bij voorkeur onaangekondigde inspectiebezoeken aan gezinshuizen en zorgboerderijen waar minderjarigen verblijven, en bent u bereid dit toezicht te intensiveren?

Antwoord 8

Deze zaak onderstreept de noodzaak om waarborgen in te bouwen voor de kwaliteit van gezinshuizen. In de Jeugdwet worden kwaliteitseisen gesteld aan aanbieders van jeugdhulp. Elke jeugdhulpaanbieder moet hieraan voldoen, dus ook (zelfstandige) gezinshuizen. De sector is verantwoordelijk voor de uitwerking van deze kwaliteitseisen. Gemeenten hebben verantwoordelijkheid voor de kwaliteit bij inkoop en plaatsing/verwijzing. Ik herken het signaal dat het van gemeenten veel vraagt om de kwaliteit van de geboden zorg goed in de gaten te houden, zeker waar het zelfstandige gezinshuizen betreft. Het is aan gemeenten om hier eisen in de inkoop aan te stellen. Ik ben met gemeenten en de gezinshuissector in gesprek over de wijze waarop we de kwaliteit en veiligheid van gezinshuizen verder kunnen verbeteren, ook/juist bij de zelfstandigen. Hierin is een belangrijke rol voor gemeenten weggelegd, bijvoorbeeld door sturing via contracten. Daarnaast heeft ook de IGJ als taak om toe te zien op de kwaliteit van jeugdhulpaanbieders. De IGJ gaat over haar eigen inzet. Daarbij wil ik opmerken dat toezicht fungeert als een sluitstuk op de rest van het stelsel.

1) De Telegraaf, 3 september 2026, 'Kinderrechter haalt met spoed kinderen uit gezinshuis in Friesland: twee gezinsleden verdacht van zedendelicten', https://www.telegraaf.nl/binnenland/kinderrechter-haalt-met-spoed kinderen-uit-gezinshuis-infriesland-twee-gezinsleden-verdacht-van-zedendelicten/160900520.html


  1. De Richtlijnen jeugdhulp en jeugdbescherming en de Leidraad Veilige zorgrelatie helpen om hiervoor beleid te maken voor zorgaanbieders.↩︎

  2. Bijvoorbeeld Het Vlaggensysteem, deze methodiek stimuleert gezond seksueel gedrag en draagt bij aan het voorkomen en terugdringen van seksueel grensoverschrijdend gedrag onder jeugdigen↩︎