[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Synhaeve over de veiligheid van kinderen in gezinshuizen

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D47159, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-09-29 16:51, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z17842:

Preview document (🔗 origineel)


AH 171

2026Z17842

Antwoord van minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 29 september 2026)

Vraag 1

Heeft u kennisgenomen van het artikel “Kinderen uit Fries gezinshuis gehaald na veroordeling gezinshuisvader voor kindermisbruik”? 1)

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Hoe kijkt u naar het feit dat de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft aangegeven geen veiligheidsrisico’s te zien voor kinderen die nog in het gezin verbleven zoals beschreven in bovenstaand artikel, terwijl de betrokken jeugdbeschermer hier – naar oordeel van de kinderrechter terecht veel zorgen over had?

Antwoord 2

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft na de melding van deze casus meegekeken met de jeugdhulpaanbieder en beoordeeld dat de aanbieder de situatie voldoende heeft laten onderzoeken en daarnaast dat de continuïteit van de zorg voldoende is geborgd. Daarbij heeft de IGJ gesteld dat de gezinshuisvader, ook na zijn detentie, geen contact mag hebben met cliënten en niet op het terrein aanwezig mag zijn. Er waren destijds geen andere signalen bekend bij de IGJ, anders dan de verdenking van de gezinshuisvader.

Vraag 3

Onderschrijft u de oproep van onder andere de IGJ dat er beter toezicht moet komen op de inmiddels meer dan duizend gezinshuizen waar zorg wordt geboden aan kinderen die vaak zwaar getraumatiseerd zijn en ernstige opvoed- en/of gedragsproblemen hebben?

Antwoord 3

Ja.

In de Jeugdwet worden kwaliteitseisen gesteld aan aanbieders van jeugdhulp. Elke jeugdhulpaanbieder moet hieraan voldoen, dus ook (zelfstandige) gezinshuizen. De sector is verantwoordelijk voor de uitwerking van deze kwaliteitseisen: de aanbieders van gezinshuiszorg (hoofdaannemers, franchiseorganisaties en jeugdhulpaanbieders) hebben een belangrijke rol om de door de sector opgestelde kwaliteitseisen te bewaken. Gemeenten hebben verantwoordelijkheid voor de kwaliteit bij inkoop en plaatsing/verwijzing. Ik herken het signaal dat het van gemeenten veel vraagt om de kwaliteit van de geboden zorg goed in de gaten te houden, zeker waar het zelfstandige gezinshuizen betreft. Het is aan gemeenten om hier eisen in de inkoop aan te stellen.

Ik ben met gemeenten en de gezinshuissector in gesprek over de wijze waarop we de kwaliteit en veiligheid van gezinshuizen verder kunnen verbeteren, ook/juist bij de zelfstandigen. Hierin is een belangrijke rol voor gemeenten weggelegd, bijvoorbeeld door sturing via contracten. Daarnaast heeft ook de IGJ als taak om toe te zien op de kwaliteit van jeugdhulpaanbieders. De sector is zelf aanvullend aan de slag met een professionaliseringsslag, door het herzien en het steviger verankeren van de kwaliteitscriteria bij de gezinshuizen.

Daarbij wil ik opmerken dat toezicht fungeert als een sluitstuk op de rest van het stelsel. Er is op dit moment geen centrale registratie van gezinshuizen, waardoor toezicht houden lastig is op gezinshuizen die nog niet in beeld zijn bij de IGJ. Nieuwe aanbieders van gezinshuiszorg moeten zich op grond van de Wtza melden bij het CIBG als nieuwe toetreder. Daarnaast wordt er een wetsvoorstel voorbereid om een vergunningplicht voor jeugdhulpaanbieders in te voeren, die ook voor gezinshuizen zal gelden. Daarmee wordt de mogelijkheid beter zicht te houden op kwaliteit sterk verbeterd.

Vraag 4

Bent u het met de indiener eens dat de kwaliteitscriteria voor gezinshuizen minimaal zo streng, maar bij voorkeur nog strenger moeten zijn dan de kwaliteitscriteria voor pleegzorg, aangezien de complexiteit van de problematiek waar kinderen die in gezinshuizen worden opgevangen complexer is dan bij pleegzorg?

Vraag 5

Hoe beoordeelt u de huidige situatie waarbij bovenstaande niet het geval is?

Vraag 6

Bent u het met de indiener eens dat dit ernstige veiligheidsrisico’s kan opleveren voor de kinderen die op dit moment in gezinshuizen verblijven?

Antwoord 4, 5 en 6
We hebben geconstateerd dat het kader in pleegzorg (meer) uniform is vastgelegd en wordt toegepast dan het kwaliteitskader voor gezinshuizen. Dit heeft onder meer te maken met het feit dat de pleegzorgsector met een meer uniform georganiseerd landschap te maken heeft dan de gezinshuissector. Onderdeel van de herziening van de kwaliteitscriteria gezinshuizen is daarom om uniformiteit steviger te verankeren en te zorgen voor daadwerkelijke implementatie van de kwaliteitscriteria. Ik heb geen reden om aan te nemen dat de huidige status van de kwaliteitscriteria ernstige veiligheidsrisico’s oplevert voor kinderen die op dit moment in gezinshuizen verblijven. Wel deel ik de wens om de kwaliteitscriteria aan te scherpen en steviger te verankeren.

Vraag 7

Kunt u toelichten of het klopt dat bij de screening van gezinshuisouders alleen een Verklaring Omtrent Gedrag opgevraagd kan worden, terwijl pleegouders een Verklaring van geen bezwaar moeten aanleveren, een zwaarder instrument waar ook onderzoeken zonder veroordelingen in staan?

Antwoord 7

Gezinshuisouders zijn professionals, voor hen gelden dezelfde eisen als voor andere jeugdhulpaanbieders. Zij moeten desgevraagd een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG) kunnen overleggen. Voor pleeggezinnen gelden andere eisen.

Alle pleeggezinnen1 moeten beschikken over een door de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) afgegeven Verklaring van geen bezwaar (VGB). De RvdK doet een justitiële screening en beziet of er sprake is van bezwarende feiten of omstandigheden die het afgeven van een VGB in de weg staan. Hiervoor raadpleegt de RvdK zowel het Justitieel Documentatie Systeem (waar alleen veroordelingen in worden opgenomen) als het eigen systeem. Na deze justitiële screening voert de pleegzorgorganisatie vervolgens de inhoudelijke screening uit, waarbij deze beoordeelt of een pleeggezin geschikt is om een pleegkind te verzorgen en op te voeden.

Vraag 8

Hoe beoordeelt u de signalen over aspirant pleegouders die afgewezen worden vanwege een negatieve Verklaring van geen bezwaar, maar zij dus wel op een andere plek in Nederland door de screening van gezinshuisouder kunnen komen omdat ze wel een Verklaring Omtrent Gedrag kunnen voorleggen?

Vraag 9

Bent u het met de indiener eens dat dit hoogst onwenselijk is en tot hoge veiligheidsrisico’s voor kinderen kan leiden?

Antwoord 8 en 9

Ik ben niet bekend met signalen over aspirant pleegouders die afgewezen worden vanwege een negatieve VGB, maar zij wel op een andere plek in Nederland door de screening van gezinshuisouder kunnen komen omdat ze wel een VOG kunnen voorleggen. Ik kan deze signalen dan ook niet beoordelen.

Vraag 10

Wanneer verwacht u dat de herziening van de huidige kwaliteitscriteria voor gezinshuizen afgerond zal zijn en vanaf wanneer zullen deze herziene kwaliteitscriteria van kracht zijn?

Antwoord 10

De herziening van de huidige kwaliteitscriteria voor gezinshuizen loopt op dit moment. Er wordt gewerkt aan het bij elkaar brengen en wegen van de inbreng vanuit de sector. Ik verwacht in het najaar een update van de werkwijze en de planning waarmee tot hernieuwde kwaliteitscriteria gekomen wordt. De sector wordt bij de herziening begeleid door Kwaliteit en Blijvend Leren (KBL) en het Nederlands Jeugdinstituut (NJi). Ik volg dit proces nauwlettend en zal de Kamer voor het WGO van dit najaar informeren over de voortgang.

Vraag 11

Bent u het met de indiener eens dat de inzet gericht moet zijn op het strenger maken van deze kwaliteitscriteria, juist ook gezien de misstanden die aan het licht komen?

Antwoord 11

Ja, onderdeel van de herziening van de kwaliteitscriteria gezinshuizen is hoe deze steviger verankerd kunnen worden. De sector is hier zelf mee aan de slag gegaan, omdat zij de noodzaak en urgentie van een professionaliseringsslag delen.

Vraag 12

Kunt u garanderen dat in de kwaliteitscriteria die worden herzien minimaal wordt opgenomen dat vanaf de start van het gezinshuis een relevant hbo-diploma én een SKJ-registratie vereist is?

Vraag 13

Bent u het met de indiener eens dat er in de herziening van de kwaliteitscriteria ook een maximumaantal kinderen vastgesteld moet worden die in een gezinshuis mogen verblijven?

Antwoord 12 en 13

Zoals ik in mijn antwoord onder 10 aangaf, is de sector nu eerst aan zet voor de herziening van de kwaliteitscriteria. Over de voorgenomen inhoudelijke wijzigingen van de kwaliteitscriteria kan ik nu geen uitspraak doen.

Vraag 14

Kunt u aangeven hoeveel gezinshuizen momenteel meer dan zes kinderen (inclusief biologische kinderen) opvangen?

Antwoord 14

Het is niet bekend hoeveel gezinshuizen momenteel meer dan zes kinderen (inclusief biologische kinderen) opvangen.

Vraag 15

Hoe kijkt u naar de signalen dat er momenteel gezinshuizen zijn waar tien of meer kinderen worden opgevangen, soms zelfs allemaal vanuit een crisisplaatsing?

Vraag 16

Op welke wijze kan kwalitatief goede zorg gegarandeerd worden door twee gezinshuisouders wanneer zij zorg dienen te leveren aan tien kinderen in crisis?

Antwoord 15 en 16

Ik ben niet bekend met signalen dat er momenteel gezinshuizen zijn waar tien of meer kinderen worden opgevangen, soms zelfs allemaal vanuit een crisisplaatsing. In de huidige kwaliteitscriteria gezinshuizen zijn overwegingen opgenomen voor het aantal in-huisgeplaatste kinderen in gezinshuizen. Hierin staat dat het totale aantal kinderen in een gezinshuis doorgaans niet groter is dan acht kinderen, inclusief de eigen kinderen. Daarbij wordt opgemerkt dat omstandigheden en samenstelling alsmede ruimte en organisatie per gezinshuis kunnen variëren. Het uitgangspunt hierbij is ‘pas toe of leg uit’. Onderdeel van de herziening kwaliteitscriteria gezinshuizen is onder andere het gesprek over de overwegingen rondom het aantal in-huisgeplaatste kinderen in een gezinshuis. Over de voorgenomen inhoudelijke wijzigingen van de kwaliteitscriteria kan ik nu geen uitspraak doen.

De IGJ deed in 2025 een analyse over 33 bezochte gezinshuizen in 2023 en 2024.2 In 5 van de 33 bezochte gezinshuizen zijn zeven of meer jeugdigen woonachtig. De IGJ ziet dat gezinshuizen met zeven of meer jeugdigen over de breedte gezien lagere kwaliteit jeugdhulp bieden dan gezinshuizen met zes of minder jeugdigen. Een gezinshuis waar (te) veel jeugdigen wonen met complexe problematiek, is een risico voor de kwaliteit van de zorg. Bijvoorbeeld omdat er vrijheidsbeperkende maatregelen worden toegepast.

Wel wil ik opmerken dat gezinshuisouders vaak aanvullend hulp en expertise invliegen. Bijvoorbeeld een gedragswetenschapper, traumatherapie of hulp in het huishouden. Sommige aanbieders maken zelf onderscheid tussen gezinshuis en gezinsgroep, met meer kinderen en meer hulpverleners verbonden aan het ‘gezin’.

Vraag 17

Hoe beoordeelt u het feit dat we in de kinderopvang in de wet een beroepskracht-kindratio vastleggen en we momenteel geen beroepskracht-kindratio vastleggen voor gezinshuizen?

Antwoord 17

De sectoren kinderopvang en gezinshuiszorg verschillen dusdanig van elkaar dat het niet vanzelfsprekend is om ook een beroepskracht-kindratio vast te leggen. Gezinshuizen moeten zich houden aan de norm verantwoorde werktoedeling zoals uitgewerkt in het Kwaliteitskader Jeugd. Zoals in mijn antwoord onder 16 aangegeven, is onderdeel van de herziening kwaliteitscriteria gezinshuizen onder andere het gesprek over de overwegingen rondom het aantal in-huisgeplaatste kinderen in een gezinshuis. Over de voorgenomen inhoudelijke wijzigingen van de kwaliteitscriteria kan ik nu geen uitspraak doen.

Vraag 18

Bent u het met de indiener eens dat er grote risico’s bestaan in de bedragen die gezinshuisouders ontvangen voor de zorg voor deze kinderen waardoor ook foute aanbieders en criminelen aangetrokken worden die primair geld willen verdienen ten koste van kwetsbare kinderen?

Antwoord 18

Gezinshuizen bieden plek aan jeugdigen met een (vaak) zware zorgvraag, wat van gezinshuisouders veel inzet vraagt. Dat moeten we waarderen en behouden. Er bestaat een risico dat personen en/of aanbieders aangetrokken worden die primair geld willen verdienen. Het is daarom belangrijk dat gemeenten als inkopers hier goed op toe te zien. Ik ben met gemeenten en de gezinshuissector in gesprek over de wijze waarop we de kwaliteit en veiligheid van gezinshuizen verder kunnen verbeteren, bijvoorbeeld door sturing via contracten. Daarnaast heeft ook de IGJ als taak om toe te zien op de kwaliteit van jeugdhulpaanbieders.

Vraag 19

Bent u het met de indiener eens dat het wenselijk zou zijn om één erkend keurmerk en één landelijk kwaliteitsregister te hebben van gezinshuizen die aan kwaliteitscriteria voldoen?

Antwoord 19

Ik ben het ermee eens dat het is wenselijk om één erkend keurmerk en één landelijk kwaliteitsregister te hebben van gezinshuizen.

Gezinshuizen kunnen op dit moment al gebruik maken van het Keurmerk Gezinshuizen. Bij het Keurmerk Gezinshuizen zijn de bouwstenen van de landelijke kwaliteitscriteria uit 2019 vertaald naar 3 pijlers, de 3 hoofdprocessen van het gezinshuis. Het keurmerk maakt hierbij gebruik van de ISO 9001-systematiek.3 De herziening van de kwaliteitscriteria spelen hier een belangrijke rol in en kunnen worden benut als startpunt om te komen tot één erkend keurmerk. Ik vind het verder doorontwikkelen van het keurmerk een goede ontwikkeling.

Vraag 20

Bent u het met de indiener eens dat het onwenselijk zou zijn als deze toetsing op kwaliteit zou gebeuren door een branchevereniging die (ook financieel) baat heeft bij een stijging van het aantal gezinshuizen?

Antwoord 20

Nee, niet per se. Onder goede/strenge voorwaarden kan toetsing op kwaliteit door een branchevereniging geschieden, als dat als meest wenselijke optie naar voren komt. Dat is op dit moment niet aan de orde.

Vraag 21

Kunt u garanderen dat, ook in lijn met de eerder aangenomen motie Synhaeve c.s. om jeugdaanbieders en hun medewerkers altijd vooraf te screenen, ook voor gezinshuizen geldt?

Antwoord 21

Nee, dit heeft te maken met de verschillende verschijningsvormen van gezinshuizen. Gezinshuizen in loondienst bij een jeugdhulpaanbieder worden door gescreend hen gescreend, in lijn met motie Synhaeve. Verschillende franchiseorganisaties screenen gezinshuisouders, variërend in intensiteit. Gemeenten stellen eisen aan gezinshuizen die zij inkopen, screening (door een aanbieder of franchiseorganisatie) kan daar een onderdeel van zijn.

Vraag 22

Kunt u garanderen dat deze screening wordt gedaan door een onafhankelijk instituut zoals de IGJ?

Antwoord 22

Nee.

Vraag 23

Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het Jeugddebat van 30 september aanstaande?

Antwoord 23

Ja.


  1. Inclusief alle inwonenden van 12 jaar en ouder↩︎

  2. ‘Zo thuis mogelijk opgroeien: aanbevelingen voor verbetering kwaliteit jeugdhulp in gezinshuizen’ - IGJ↩︎

  3. Voor meer informatie, zie: https://keurmerkgezinshuizen.nl/↩︎