Antwoord op vragen van het lid Inge van Dijk over het bericht ‘Voetbalclubs vormen afgeschermde competities vanwege agressie op de velden’
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D47179, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-10-01 14:46, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport (Ooit CDA kamerlid)
Onderdeel van zaak 2026Z18828:
- Gericht aan: W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 174
Antwoord van minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 29 september 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht ‘Voetbalclubs vormen afgeschermde competities vanwege agressie op velden’? [1]
Antwoord
Ja, ik ben bekend met dit bericht.
Vraag 2
Wat is uw reactie op het feit dat voetbalverenigingen aparte competities
starten uit ergernis over de agressieve sfeer bij
KNVB-amateurwedstrijden?
Antwoord
Ik vind het belangrijk dat iedereen in Nederland met plezier en veilig kan sporten. Vanuit dat perspectief begrijp ik dat teams gewoon elke week met plezier willen voetballen en niet geconfronteerd willen worden met herhaalde vormen van agressie. Agressie in de sport is onacceptabel. Het is aan de teams, de clubs en KNVB om het gesprek hierover aan te gaan en passende maatregelen te nemen. Ik moedig hen aan om samen naar een manier te zoeken waarop het in het bericht genoemde initiatief voor respectvolle omgang tijdens de wedstrijden naar het niveau van de reguliere competitie kan worden getrokken. Zo blijven zowel de waarden van plezier en veiligheid als van verbinding behouden.
Vraag 3
Deelt u de mening dat sport een verbindende functie moet
blijven vervullen voor mensen uit alle hoeken van de samenleving?
Antwoord
Ja, ik deel de mening dat sport deze verbindende functie moet behouden. Sport is van grote maatschappelijke waarde en is voor velen een belangrijk onderdeel van het dagelijks leven in de vorm van fysieke en mentale gezondheid, saamhorigheid en persoonlijke ontwikkeling.
Vraag 4
Welke rol ziet u voor uw ministerie, ook in het licht van de Wet
integere sport, om agressie op de voetbalvelden tegen te gaan?
Antwoord
De verantwoordelijkheid voor een veilige en integere sport ligt primair bij de sportsector zelf. Het kabinet ondersteunt de sportsector hierin onder meer door middel van financiering van programma’s als OVIVI (Ons Voetbal Is Van Iedereen) dat is toegerust op het bestrijden van discriminatie, racisme en antisemitisme op de voetbalvelden. Ook faciliteert het kabinet dat sportaanbieders de 4 V’s opnemen als basiseisen voor sociale veiligheid, te weten een Vastgestelde gedragscode, een Vertrouwenscontactpersoon, een VOG en Vakkundige trainers/coaches. Verder ondersteunt het kabinet Halt, dat in samenwerking met de KNVB trainingen geeft gericht op bewustwording van de gevolgen van onder andere agressief gedrag en het voorkomen van herhaling. Het conceptwetsvoorstel Wet integere sport (Wis) is toegespitst op de onderwerpen matchfixing, doping en grensoverschrijdend gedrag waaronder ook fysieke of verbale agressie. De Wis regelt de oprichting van een onafhankelijk en deskundig integriteitscentrum waar meldingen kunnen worden gedaan.
Al deze maatregelen dragen bij aan maatschappelijke verbinding en sociale cohesie, wat een belangrijk fundament vormt voor de sport.
Vraag 5
Heeft u zicht op hoeveel particuliere voetbalcompetities er zijn en of
deze sinds de start van corona in aantal is toe- of afgenomen en zo ja,
kunt u deze gegevens delen?
Antwoord
Er is bij de KNVB geen landelijke registratie van particuliere voetbalcompetities bekend en zij kunnen dus ook geen exacte aantallen of veranderingen in aantallen noemen. De KNVB ziet op verschillende plaatsen initiatieven waarbij voetbal plaatsvindt buiten de KNVB-competitie. Doordat deze competities buiten de KNVB vallen, beschikt de KNVB niet over landelijke trendcijfers.
Vraag 6
Heeft u cijfers over het effect van agressie in de amateursport en het
effect daarvan op de in- en uitstroom in de amateursport?
Antwoord
Er zijn cijfers tot en met 2024 over de ervaringen van sporters en wedstrijdbezoekers met wangedrag in de amateursport. Deze cijfers zijn afkomstig van het CBS en zijn door het Mulier instituut in een rapport verwerkt, waar ik u graag naar verwijs.1 Deze cijfers gaan echter niet over de gevolgen van wangedrag. In de vragenlijst voor 2026 is de vraagstelling aangepast en zijn de gevolgen van het ervaren van wangedrag zoals het wisselen van sportclub of het stoppen met de betreffende sport wel opgenomen. De cijfers hiervan worden in 2027 verwacht.
Vraag 7
Welke rol en concrete maatregelen ziet u voor uw ministerie om ervoor te
zorgen dat sport bij blijft dragen aan maatschappelijke verbinding en
sociale cohesie?
Antwoord
Voor het antwoord op deze vraag verwijs ik naar het antwoord op vraag 4.
Vraag 8
Bent u van mening dat de KNVB striktere handhaving zou moeten plegen in geval van agressief gedrag in de door de KNVB georganiseerde voetbalcompetities? Zo nee, waarom niet?
Antwoord
De KNVB zet zich door middel van uniforme regels, tuchtrecht en gerichte ondersteuning van clubs in om de voetbalomgeving veilig en sportief te houden. Ik vind het goed dat zij op deze manier meerdere instrumenten gebruiken.
De verantwoordelijkheid kan niet volledig bij de KNVB neergelegd worden. In beginsel zijn voetballers en toeschouwers verantwoordelijk voor hun eigen gedrag.
Vraag 9
Bent u bereid om met de KNVB in gesprek te gaan over hoe handhaving het
beste toegepast kan worden bij agressief gedrag in door de KNVB
georganiseerde voetbalcompetities?
Antwoord
In eerste instantie is het aan de bond zelf om het gesprek met de clubs aan te gaan en te beoordelen of er extra maatregelen moeten worden getroffen. Het ministerie van VWS heeft regelmatig contact met de KNVB waarbij ook onderwerpen als dit aan de orde komen.
Vraag 10
Bent u bereid om daarbij oog te houden voor de vrijwilligers die de vele
verenigingen en het amateurvoetbal draaiende houden en hen niet te
belasten met de handhavingstaak?
Antwoord
Verenigingen en het amateurvoetbal danken hun bestaan voor een groot deel aan de inzet van vrijwilligers. Dat is een groot goed en daar ben ik mij bewust van. Een striktere vorm van handhaving zal invloed hebben op de capaciteit van een club en dat zal onderdeel moeten zijn van het gesprek tussen de KNVB en verenigingen en de keuze aan te nemen maatregelen. Ik vind het in eerste instantie aan hen om daarover na te denken. Daarnaast blijven voetballers en toeschouwers verantwoordelijk voor hun eigen gedrag.
[1] NOS Nieuws, 6 september 2026, 'Voetbalclubs vormen afgeschermde competities vanwege agressie op de velden', Voetbalclubs vormen afgeschermde competities vanwege agressie op de velden.
https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=11454&m=1695383171&action=file.download↩︎