[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Voortgangsrapportage parlementaire enquêterapport 'Blind voor mens en recht'

Parlementaire enquête fraudebeleid en dienstverlening

Brief regering

Nummer: 2026D47196, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-10-15 14:07, versie: 1

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van kamerstukdossier 35867 -34 Parlementaire enquête fraudebeleid en dienstverlening.

Onderdeel van zaak 2026Z20408:

Onderdeel van activiteiten:

Preview document (🔗 origineel)


Geachte voorzitter,

Bijgaand ontvangt u de voortgangsrapportage van de aanbevelingen van rapport “Blind voor mens en recht” van de parlementaire enquêtecommissie Fraudebeleid en Dienstverlening (PEFD), mede namens de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, de minister van Werk en Participatie, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de staatssecretaris van Financiën, zoals aangekondigd in mijn brief van 8 juli 2026.1

Hiermee komt het kabinet tegemoet aan zowel de toezegging van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het plenaire debat van 15 januari 2025 over de kabinetsreactie op bovengenoemd rapport, als ook de verzoeken van de commissie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 maart, 18 juni en 2 juli 2026. Na een algemene toelichting op de voortgang van bovengenoemde aanbevelingen en wordt vervolgens ingegaan op de 19 aanbevelingen afzonderlijk.

  1. Algemeen

De opvolging van de aanbevelingen uit het parlementaire enquêterapport blijft onverminderd de aandacht van het kabinet houden. De conclusies van de enquêtecommissie raken aan de kern van het functioneren van de overheid en aan het vertrouwen dat burgers in de overheid moeten kunnen stellen. Het kabinet voelt dan ook een blijvende verantwoordelijkheid om de lessen uit het rapport in de praktijk te brengen en de noodzakelijke verbeteringen daadwerkelijk te realiseren.

De afgelopen periode is op verschillende terreinen verdere voortgang geboekt. Verschillende bewindspersonen zijn vanuit hun eigen verantwoordelijkheid aan de slag met de aanbevelingen en werken aan veranderingen in beleid, uitvoering en wet- en regelgeving. Daarbij gaat het niet alleen om het oplossen van concrete knelpunten, maar ook om het versterken van de manier waarop de overheid naar burgers kijkt en besluiten neemt. Het perspectief van de burger, menselijke maat, rechtsstatelijkheid en een zorgvuldige uitvoering staan daarbij centraal.

  1. Opvolging per aanbeveling

Aanbeveling 1 Toets wetten zowel voor- als achteraf aan de Grondwet

Het kabinet wil de rechtsbescherming versterken door constitutionele toetsing aan klassieke grondrechten in onze Grondwet mogelijk te maken. Het grondwetsvoorstel is op 8 juli 2026 voor advies aan de Afdeling advisering van de Raad van State van het Koninkrijk voorgelegd.2

Aanbeveling 2 Zorg voor kennisopbouw over de risico’s van data en digitale toepassingen en creëer waarborgen voor burgers

Het kabinet versterkt de waarborgen voor verantwoord gebruik van data en digitale toepassingen door overheidsorganisaties beter toe te rusten, risico’s vooraf te laten toetsen, transparantie te vergroten en het toezicht te versterken. Daarbij is specifiek aandacht voor geautomatiseerde risicoselectie, vanwege de mogelijke gevolgen voor de grondrechten van burgers.3 In onderstaande paragrafen wordt een nadere toelichting gegeven.

1. Overheidsorganisaties beter toerusten

Het kabinet versterkt de kennis en vaardigheden binnen overheidsorganisaties om risico’s van data- en AI-toepassingen tijdig te herkennen en te beheersen. Dit gebeurt onder meer door kennissessies over het Toetsingskader Risicoprofilering van het College voor de Rechten van de Mens en ondersteuning van de Adviesfunctie verantwoord datagebruik, ingebed in de Interbestuurlijke Datastrategie, bij het vinden van oplossingen voor knelpunten bij de inzet van data voor biastoetsing. Daarnaast is de verkenning naar een overheidsbreed AI-competentiecentrum, als onderdeel van de Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS), afgerond en worden mogelijke vervolgstappen onderzocht.

2. Risico’s toetsen en transparantie versterken

De mogelijkheden voor toetsing en transparantie worden versterkt. In het kader van de NDS wordt gewerkt aan de doorontwikkeling van het Algoritmekader naar een auditeerbaar kader, dat door interne auditors kan worden gebruikt om te toetsen of organisaties voldoen aan de eisen uit onder andere de AI-verordening en de AVG.4 Daarnaast zet BZK zich in voor de borging van de Discriminatietoets Publieke Dienstverlening en de Discriminatietoets Beleidsprocessen, ontwikkeld door de Staatscommissie tegen Discriminatie en Racisme, zodat deze door overheidsorganisaties daadwerkelijk worden gebruikt.5 Ook wordt gewerkt aan het vergroten van de transparantie over risicoselectie-algoritmen, onder meer via het Algoritmeregister en de privacyverklaringen. Daarnaast wordt door de ministeries van Justitie en Veiligheid, en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderzocht of de bestaande normen en definities in de Algemene wet bestuursrecht in relatie tot algoritmische besluitvorming aanpassing behoeven.6

3. Juridische bescherming bij risicoselectie versterken

Het ministerie van BZK onderzoekt wanneer een specifieke wettelijke grondslag voor geautomatiseerde risicoselectie nodig is om de grondrechten van burgers beter te beschermen.7 Hiermee wordt bezien of naast bestaande algemene kaders aanvullende wettelijke waarborgen nodig zijn voor situaties, waarin geautomatiseerde risicoselectie ingrijpende gevolgen kan hebben voor burgers.

4. Onafhankelijk toezicht versterken

Tot slot is met de instelling van de Directie Coördinatie Algoritmes (DCA), ingebed bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP), de monitoring van en het toezicht op het algoritme- en AI-gebruik door de overheid versterkt. DCA deelt in de eerst plaats domein overstijgende signalen met toezichthouders en verschillende ministeries. Ten tweede optimaliseert DCA de samenwerking tussen toezichthouders en brengt overzicht. Als derde faciliteert en benadrukt DCA het uniform uitleggen van normen die betrekking hebben op algoritme-inzet.8

Hiermee bouwt het kabinet aan een samenhangend stelsel van waarborgen: overheidsorganisaties beschikken over de benodigde kennis en vaardigheden, risico’s worden vooraf getoetst en gemonitord, transparantie wordt vergroot, waar nodig wordt de juridische bescherming versterkt en onafhankelijk toezicht ziet toe op de naleving.

Aanbeveling 3 Versterk de waakhondfunctie van de Autoriteit Persoonsgegevens door het jaarbudget te verhogen

Hierover heeft uw Kamer op 14 juli 2025 een brief ontvangen van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.9 Hierin staat beschreven dat de AP een lumpsum financiering vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid krijgt. Het budget is de afgelopen vijf jaar verdubbeld naar circa 57 miljoen euro vanaf 2027. Binnen deze financiële kaders bepaalt de AP onafhankelijk hoe zij de besteding van haar middelen verdeeld over haar wettelijke taken. In het Regeerakkoord is geen verdere intensivering van het budget van de AP opgenomen.

Aanbeveling 4 Maak de overheid wettelijk aanspreekbaar op discriminerende handelingen

Het wetgevingstraject, waarmee de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb) wordt uitgebreid met overheidshandelen, is gestart. Een wetswijziging moet ervoor gaan zorgen dat het College voor de Rechten van de Mens en de antidiscriminatievoorzieningen bevoegd worden om meldingen van vermeende discriminatie door de overheid te behandelen. Zo krijgen burgers vroegtijdige en laagdrempelige ondersteuning bij mogelijke schendingen van het discriminatieverbod door de overheid. Naar verwachting is het conceptwetsvoorstel in de eerste helft van 2027 gereed voor internetconsultatie.10

Aanbeveling 5 Splits de Afdeling bestuursrechtspraak af van de Raad van State en breng deze onder bij de rechterlijke macht

Een van de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie ging in op de afsplitsing van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en deze onder te brengen bij de rechterlijke, waarbij de Raad van State enkel zou moeten fungeren als adviesorgaan van de wetgever. Over de opvolging van deze aanbeveling om de Afdeling bestuursrechtspraak af te splitsen van de Raad van State, wordt uw Kamer in het najaar 2026 door de bewindspersonen van de ministeries van Justitie en Veiligheid en Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties geïnformeerd.

Aanbeveling 6 Zorg dat overheidshandelen nooit mag leiden tot onevenredig nadelige gevolgen voor mensen

Aanbeveling 7 Voorkom schrijnende gevallen in de praktijk

Aanbeveling 9 Begeleid mensen in plaats van ze te beoordelen

Aanbeveling 10 Introduceer een recht op persoonlijk contact

De opvolging van de aanbevelingen 6, 7, 9 en 10 worden, gezien de inhoudelijke samenhang en relatie tot het wetsvoorstel Wet versterking waarborgfunctie Algemene wet bestuursrecht (Awb), in gezamenlijkheid toegelicht.

In het commissiedebat Staats- en bestuursrecht van 11 december 2025 heeft de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid toegezegd uw Kamer te informeren over de stand van zaken van het wetsvoorstel Versterking waarborgfunctie Awb en de uitvoeringskosten daarvan. Tijdens het plenair debat over de staat van de rechtsstaat van 24 juni 2026 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties toegezegd uw Kamer na de zomer van 2026 te informeren over de voortgang van het wetsvoorstel. Deze brief is op 11 september 2026 door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties mede namens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan uw Kamer aangeboden.11

Stand van zaken wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW

Het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW geeft UWV, SVB en gemeenten de mogelijkheid om mensen actief te wijzen op hun socialezekerheidsrechten en te helpen met het doen van een aanvraag. Zij mogen hiervoor persoonsgegevens gebruiken en informatie uitwisselen, zodat sneller duidelijk wordt wie recht heeft op een uitkering of ondersteuning en het proces van aanvragen eenvoudiger wordt. Zo kunnen mensen eerder hulp krijgen, bijvoorbeeld bij het aanvragen van een uitkering, het vinden van werk of opleiding of het oplossen van schulden. Het doel is om het niet-gebruik van uitkeringen en voorzieningen tegen te gaan en zo het bereik van de beschikbare ondersteuning bij werk en inkomen te vergroten.

De behandeling in de Tweede Kamer van het wetsvoorstel proactieve dienstverlening SZW heeft op 7 september 2026 plaatsgevonden. Voor het wetsvoorstel en het onderliggende besluit, streeft het kabinet naar een inwerkingtreding op 1 januari 2027.

Aanbeveling 8 Zorg ervoor dat wetten beter aansluiten bij de mensen in de samenleving

Het kabinet vindt het belangrijk dat vanaf de ideevorming wordt meegewogen of de inrichting van beleid en wetgeving aansluit bij het doenvermogen van mensen. Dit is een verplichte kwaliteitseis in het Beleidskompas, de verplichte werkwijze voor het voorbereiden van beleid binnen de rijksoverheid. Meer informatie hierover is opgenomen in de brief van 19 juni 2026.12 Uw Kamer wordt in het eerste kwartaal van 2027 door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geïnformeerd over de voortgang en eind 2028 zal de voortgang van de implementatie worden geëvalueerd.

Aanbeveling 11 Toon politiek lef en schaf het toeslagenstelsel af, met oog voor de belangen van mensen op de korte termijn

Het kabinet wil stapsgewijze verbeteringen in het huidige toeslagenstelsel zetten en daarnaast kijken naar een verdergaande hervorming van het stelsel. Hierbij streeft het kabinet ernaar het terugvorderen van toeslagen zoveel mogelijk te voorkomen.13

Wijzigingen kinderopvangtoeslag, kinderbijslag en kindgebonden budget

Het kabinet schaft de kinderopvangtoeslag af en vervangt die over een aantal jaren door een nieuwe financiering. Daarbij worden kinderopvangorganisaties rechtstreeks gefinancierd en hebben ouders geen risico meer op terugvorderingen. Parallel aan de realisatie van de nieuwe financiering van de kinderopvang richt het kabinet zich op het samenvoegen van de kinderbijslag en het kindgebonden budget. Doel hiervan is ouders zekerheid bieden.

Nieuw belasting- en toeslagenstel

De wens om het belasting- en toeslagenstelsel te hervormen en te vereenvoudigen wordt breed gedeeld in de samenleving. De beschikbare rapporten en analyses vormen hiervoor een belangrijke basis. Deze worden betrokken bij de hervormingsagenda, die uw Kamer, conform de toezegging in het regeerakkoord, vóór het einde van 2026 ontvangt. Voor de toeslagen die blijven bestaan onderzoekt de staatssecretaris van Financiën de mogelijkheid om toeslagen in de toekomst direct definitief en automatisch toe te kennen.

Uniforme begrippen inkomensondersteuning

Voor de korte termijn streeft het kabinet naar eenvoudigere en meer uniforme begrippen in de hele inkomensondersteuning, bijvoorbeeld in het partnerbegrip voor toeslagen. Het partnerbegrip wordt meer afgestemd op de beleving van mensen. Verder werkt de Dienst Toeslagen aan betere controles en informatie voor burgers.

Aanbeveling 12 Pak echte fraude aan, maar sla niet door

Aanbeveling 13 Herzie het handhavings- en sanctioneringsstelsel grondig, zodat er altijd oog is voor de mens en de omstandigheden van het geval

Voor de aanbevelingen 12 en 13 is een onderscheid gemaakt tussen de sociale zekerheid enerzijds en de fiscaliteit anderzijds, omdat het gaat om verschillende wet- en regelgeving.

Sociale zekerheid

In juni 2026 heeft uw Kamer het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid aangenomen. Dit wetsvoorstel realiseert een nieuw handhavingsstelsel dat uitgaat van vertrouwen in de burger, ruimte biedt om fouten te herstellen en alleen sancties inzet bij daadwerkelijk misbruik. Het wetsvoorstel treedt, bij aanneming door de Eerste Kamer, op 1 januari 2027 in werking. Verder wordt meer aandacht besteed aan preventie, duidelijke regels en betere dienstverlening om overtredingen te voorkomen.

Daarnaast werkt het kabinet aan een modernisering van het vorderingenbeleid.14 Deze modernisering bestaat uit een wetsvoorstel, waarmee wijzigingen op het gebied van herziening, nabetaling en terugvordering worden doorgevoerd, een actualisering van de regeling Terugvordering geringe bedragen en verbeteringen in de dienstverlening rond terugvorderingen.

Toeslagen

Omdat bij de handhaving de noodzakelijke waarborgen, die nodig zijn voor een doelmatig en menselijk handhavingsbeleid ontbraken, heeft de Dienst Toeslagen na de kinderopvangtoeslagaffaire het proces van intensief toezicht stilgezet. Binnen dit proces worden signalen van mogelijk misbruik behandeld en worden besluiten genomen over eventuele sanctionering.

De afgelopen jaren is gewerkt aan een herijking van het handhavingsbeleid van toeslagen, waaronder het intensieftoezichtproces, om te voorkomen dat het handhavingsbeleid in de toekomst opnieuw onrechtvaardig uitwerkt. Dit heeft geleid tot een verbetering van het handhavingsbeleid en een volledig nieuwe inrichting van het intensieve toezicht.

Daarnaast is de wet gewijzigd, zodat deze beter aansluit bij het nieuwe handhavingsbeleid met meer oog voor de menselijke maat en de gevolgen voor burgers. Daartoe zijn per 1 januari 2026 twee aanpassingen gedaan in de Algemene Wet Inkomensafhankelijke regelingen:

  1. Allereerst is de wettelijke bevoegdheid voor de Dienst Toeslagen om verzuimboetes op te leggen bij verzuimen van burgers vervallen. Burgers die verkeerd of te laat informatie doorgeven aan de Dienst Toeslagen, zonder dat opzet of grove schuld in het spel is, ervaren daar al voldoende negatieve gevolgen van, zoals mogelijk hoge terugvorderingen of het mislopen van toeslagen. Deze burgers moeten dan ook worden geholpen, niet beboet. Tegelijkertijd worden de mogelijkheden om daadwerkelijk misbruik aan te pakken niet verminderd. Ten slotte behoudt de Dienst Toeslagen de mogelijkheid om een vergrijpboete aan burgers op te leggen. Burgers die opzettelijk of met grove schuld niet voldoen aan hun informatieplicht, begaan een vergrijp waarvoor een vergrijpboete kan worden opgelegd. Via deze weg kan misbruik effectief bestreden worden. Dit voorstel is daarmee in lijn met de aanbevelingen die in het kader van de parlementaire enquête fraude en dienstverlening zijn gedaan met betrekking tot een menselijk handhavingsbeleid.

  2. Ten tweede vervalt de bevoegdheid om vergrijpboetes opgelegd voor vergrijpen begaan tijdens het verlenen van beroeps- of bedrijfsmatige bijstand openbaar te maken. Het kabinet zag om verschillende redenen geen meerwaarde in het openbaar maken van dergelijke boetes. Het laten bestaan in regelgeving van een bevoegdheid voor de Dienst Toeslagen zonder dat er een verwachting of wens is deze toe te passen in de praktijk, houdt onnodige regeldruk en complexiteit in stand. De uitvoeringscapaciteit voor handhaving kan beter worden benut. Daarom is deze bevoegdheid voor de Dienst Toeslagen geschrapt.

Aanbeveling 14 Definieer en harmoniseer relevante begrippen in de sociale zekerheid

Vereenvoudiging van de begrippen partner, vermogen en inkomen

De sociale zekerheid heeft zich afgelopen decennia ontwikkeld tot een fijn vertakt stelsel met vele regelingen. Deze regelingen hebben zich vaak los van elkaar in hun eigen context ontwikkeld. Hierdoor zijn voorwaarden van regelingen niet altijd eenduidig. Een voorbeeld hiervan is het verschil in definities rond de veelvoorkomende begrippen partner, vermogen en inkomen. Hierdoor ontstaat verwarring bij mensen en moeten zij vaak extra informatie aanleveren, waardoor automatisering in de uitvoering moeilijker is. Mensen en publieke dienstverleners zijn juist gebaat bij een stelsel van eenduidige begrippen, ondersteund door goede gegevens waardoor mensen zo min mogelijk zelf hoeven aan te leveren en er snel duidelijkheid is over het recht op- en de hoogte van inkomensondersteunende regelingen.

De afgelopen periode is verkend op welke manier harmonisatie en standaardisatie van deze begrippen een deel van de huidige complexiteit kan verminderen. Op basis van de uitkomsten van deze analyses zijn betrokken departementen en publieke dienstverleners tot gezamenlijke adviezen gekomen ten aanzien van deze drie begrippen. Uw Kamer wordt hierover in het derde kwartaal van 2026 nader geïnformeerd door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Onderzocht wordt of de geharmoniseerde begrippen via wetgeving in de verschillende inkomensondersteunende regelingen kunnen worden verankerd. Dit zijn meerjarige trajecten die voor iedere regeling een eigen tijdpad volgen. Voor een aantal regelingen worden potentiële opties uitgewerkt en aan uw Kamer aangeboden. Vereenvoudiging van de leefvormensystematiek in de AOW is daar een voorbeeld van. Het ministerie van SZW werkt conform de motie van de leden Van Ark/Neijenhuis15 met de SVB aan een nieuw partnerbegrip met objectieve criteria ter vervanging van de leefvormbeoordeling. Het voorstel brengt structurele kosten van 130 mln euro met zich mee. Dit voorstel wordt in de breedte van alle opgaven van het ministerie van SZW gewogen. Conform de motie zal uw Kamer met Prinsjesdag hier verder over worden geïnformeerd. Een ander voorbeeld is het voorstel voor vereenvoudigde begrippen in Participatiewet in balans spoor 2.16 Ook bij het ontwerp van de nieuwe kindregeling wordt aangesloten bij de geharmoniseerde begrippen. Voor andere regelingen wordt aangesloten bij moment van wijzigingen van wetten.

Hervorming en vereenvoudiging zijn urgent en nodig en tegelijkertijd niet gratis, omdat vereenvoudiging in veel gevallen ook zal betekenen dat regelingen minder gericht worden. Afhankelijk van de uitwerking gaan daar inkomenseffecten of budgettaire effecten mee gepaard. Budgettaire gevolgen zullen van financiële dekking moeten worden voorzien, die op dit moment nog ontbreekt. Het levert echter ook iets op: een stelsel wat meer zekerheid en voorspelbaarheid biedt, geeft mensen grip terug op hun leven. En het maakt de stap naar (meer) werken eenvoudiger.

Aanbeveling 15 Zorg voor een landelijk dekkend netwerk voor hulp en ondersteuning bij sociaaljuridische vraagstukken

Aanbeveling 16 Verhoog de vergoedingen voor de sociale advocatuur en verruim de criteria voor gesubsidieerde rechtsbijstand

De opvolging van de aanbevelingen 15 en 16 wordt, gezien de inhoudelijke samenhang, in gezamenlijkheid toegelicht.

Iedereen in Nederland moet een passende en duurzame uitkomst kunnen vinden voor een juridisch probleem, ongeacht afkomst, inkomen of positie. Voor de toegang tot het recht is het voor burgers met een kleine portemonnee van groot belang dat ze aanspraak kunnen maken op een sociaal advocaat. Inmiddels heeft een visietraject voor de toekomst van de sociale advocatuur tot een pakket met aanvullende maatregelen geleid. Uw Kamer is daarover geïnformeerd bij brieven van 24 april en 29 juni 2026.17

Middelen uit het coalitieakkoord met betrekking tot de toegang tot het recht zullen worden ingezet om capaciteitstekorten van sociaal advocaten in bepaalde regio’s tegen te gaan. Een kwartiermaker treft voorbereidingen voor een landelijk dekkend netwerk van sociaaljuridische en financiële dienstverlening. Als extra impuls voor de sociale advocatuur wordt op de korte termijn aanvullend 5 miljoen euro aan incidentele middelen beschikbaar gesteld voor de uitbreiding van de subsidieregeling beroepsopleiding sociaal advocaten en een innovatiebudget.

Aanbeveling 17 Neem de wetgevende taak serieus

In het najaar van 2026 wordt door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan uw Kamer het eindrapport Staat van de wetgeving 2026 toegezonden en Rijksbreed verspreid. Daarin worden lessen beschreven over complexiteit van beleid en wetgevingen en tips gegeven om beleid en wetgeving te vereenvoudigen. In het voorjaar van 2027 ontvangt uw Kamer van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de kabinetsbrede Agenda wetgevingskwaliteit over de initiatieven van verschillende bewindspersonen voor het versterken van de kwaliteit van wetgeving. Deze agenda geeft invulling aan ambities uit het coalitieakkoord en geeft daarnaast een terugblik op de acties uit de eerdere editie van de Agenda.

Aanbeveling 18 Zorg ervoor dat de Kamer over de juiste informatie beschikt

Aanbeveling 19 Versterk de positie en ondersteuning van Kamerleden

Aanbevelingen 18 en 19 worden samen beantwoord.

In het kader van het versterken van het contact tussen Kamerleden en rijksambtenaren zijn in april 2026 de Aanwijzingen inzake externe contacten van rijksambtenaren aangepast. Het kabinet beoogt met deze herziening bij te dragen aan een steeds meer ontspannen contact tussen rijksambtenaren en Kamerleden – binnen ministeriële verantwoordelijkheid – als een onderdeel van het professionele samenspel.

  1. Afrondend

Deze voortgangsrapportage geeft inzicht in de stappen die zijn gezet, de resultaten die zijn bereikt en de punten waarop verdere actie nodig is. Gezien alle lopende acties verlangen de aanbevelingen onze blijvende scherpe aandacht. De opvolging van Blind voor mens en recht is immers geen eenmalige opgave. Het vraagt om continue aandacht en inzet, zodat de lessen van het verleden daadwerkelijk leiden tot een overheid die burgers recht doet.

Hoogachtend,

de staatsecretaris Herstel Toeslagen,

S.Th.P.H. Palmen-Schlangen


  1. Kamerstukken II, 2025/26, 35.867, nr. 33.↩︎

  2. Kabinet stuurt wetsvoorstel constitutionele toetsing naar Raad van State | Rijksoverheid.nl↩︎

  3. Kamerstukken II, 2025/26, 26643, nr. 1520.↩︎

  4. Kamerstukken II, 2024/25, 26643, nr. 1394.↩︎

  5. Kamerstukken II, 2025/26, 30950, nr. 546.↩︎

  6. Kamerstukken II, 2025/26, 26643, nr. 1547.↩︎

  7. Kamerstukken II, 2025/26, 26643, nr. 1520.↩︎

  8. Kamerstukken II, 2023/24, 26643, nr. 1110.↩︎

  9. Kamerstukken II, 2024/25, 25268, nr. 242.↩︎

  10. Kamerstukken II, 2025/26, 28481, nr. 25.↩︎

  11. Kamerstukken II, 2025/26, 36800-VII, nr. 102.↩︎

  12. Kamerstukken II, 2025/26, 36 800 VI, nr. 145.↩︎

  13. Kamerstukken II,,2025/26, 36708, nr. 106.↩︎

  14. Kamerstukken II, 2025/26, 17050, nr. 612.↩︎

  15. Kamerstukken II, 2025-2026, 36800 XV, nr. 71.↩︎

  16. Kamerstukken II, 2024/25, 34352, nr. 344↩︎

  17. Kamerstukken II, 2025/26, 29279, nrs. 1004 en 1059.↩︎