[overzicht] [activiteiten] [ongeplande activiteiten] [besluiten] [commissies] [consultaties]←NIEUW! [geschenken] [kamerleden] [kamerstukdossiers] [🧑mijn]
[open vragen] [toezeggingen] [stemmingen] [verslagen] [woo/oo] [🔍 uitgebreid zoeken] [wat is opentk.nl?]

Antwoord op vragen van het lid Van Eijk over het bericht ‘Hersteloperatie box 3 tot nu toe veel goedkoper voor de staat dan verwacht’

Antwoord schriftelijke vragen

Nummer: 2026D47198, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-09-29 17:00, versie: 2 (versie 1)

Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.

Gerelateerde personen: Bijlagen:

Onderdeel van zaak 2026Z18194:

Preview document (🔗 origineel)


AH 177

2026Z18194

Antwoord van staatssecretaris Eerenberg (Financiën) (ontvangen 29 september 2026)

Vraag 1

Bent u bekend met het bericht ‘Hersteloperatie box 3 tot nu toe veel goedkoper voor de staat dan verwacht’ in het Financiële Dagblad van 3 september 2026?1

Antwoord 1

Ja.

Vraag 2

Hoe verklaart u dat er tot nu toe minder aanvragen zijn dan verwacht?

Antwoord 2

De vormgeving (met heel veel variabelen) en omvang van deze hersteloperatie maken het complex om van tevoren in te schatten hoe vaak gebruik wordt gemaakt van de tegenbewijsregeling. Het aantal ontvangen formulieren Opgaven Werkelijk Rendement (OWR) over de belastingjaren tot en met 2024 bedraagt per 9 september 2026 882.297.2 Zoals ik in mijn stand-van-zakenbrief van 1 september 2026 met uw Kamer heb gedeeld, is dat aantal lager dan oorspronkelijk verwacht ten tijde van de behandeling van het wetsvoorstel Wet tegenbewijsregeling box 3.3

Hoewel ik dus ook zie dat tot nu toe minder is aangevraagd en toegekend, is niet uit te sluiten dat het bedrag toch nog zal oplopen. De genoemde cijfers zijn een tussenstand. Het is nu nog onzeker of het totale aantal ingediende formulieren OWR lager zal uitvallen dan oorspronkelijk verwacht. Zo is het voor de belastingjaren vanaf 2021 nog mogelijk om formulieren OWR in te dienen. De komende periode wordt nog een groot aantal uitnodigingsbrieven verstuurd, met name voor belastingjaren 2023 en 2024. Belastingplichtigen hebben dus nog geruime tijd om formulieren OWR in te dienen. Ook de termijn voor de motivering van bezwaren en verzoeken waarvoor een formulier OWR wordt verwacht is nog niet in alle gevallen verstreken.

Vraag 3

Kunt u voor ieder belastingjaar waarop de hersteloperatie en de tegenbewijsregeling betrekking hebben afzonderlijk aangeven:

  • met hoeveel belastingplichtigen rekening is gehouden en hoeveel dit er daadwerkelijk zijn;

  • hoeveel belastingplichtigen inmiddels een formulier Opgaaf Werkelijk Rendement (OWR) hebben ingediend en met hoeveel belastingplichtigen in de raming rekening is gehouden;

  • hoeveel formulieren inmiddels zijn verwerkt en hoeveel dit er volgens de raming zouden zijn;

  • in hoeveel gevallen dit tot een teruggave heeft geleid en in hoeveel gevallen dit volgens de raming het geval zou zijn;

  • wat het gemiddelde en het totale bedrag aan teruggaven is en hoeveel dit volgens de raming zou zijn; en

  • welk bedrag in totaal daadwerkelijk is uitbetaald en hoeveel dit volgens de raming zou zijn?

Antwoord 3

Bij de behandeling van het wetsvoorstel Wet tegenbewijs box 3 in 2024 is rekening gehouden met ruim 2,75 miljoen verzoeken om teruggaaf over de jaren 2017 tot en met 2027. De verwachting was dat 1,56 miljoen van die verzoeken betrekking zou hebben op de belastingjaren 2017 tot en met 2024. Het aantal ingediende formulieren OWR over die jaren kan nog oplopen. Vanaf het belastingjaar 2025 is het formulier OWR geïntegreerd in de aangifte inkomstenbelasting.

Bij de behandeling van het wetsvoorstel was nog geen behandelplanning voor de uitvoering van de tegenbewijsregeling beschikbaar. Er is daarom geen raming die correspondeert met de weergegeven tussenstand. De realisatiegegevens per 9 september 2026 staan in onderstaande tabel:

Peildatum: Raming Realisatie
9-9-2026 Ingediend: 882.297
Niet behandelbaar of niet verwerkbaar: 153.200
Jaar Vermindering (x mln)* Voorraad Verwerkt** Vermindering *** Vermindering (x mln)*
2017 € 3,0 700 386 177 39 € 0,2
2018 € 21,0 2.500 1.320 910 364 € 8,9
2019 € 112,0 33.800 5.738 6.226 1.958 € 1,4
2020 € 735,0 229.400 25.255 52.802 33.736 € 102,8
2021 € 489,0 195.000 14.967 59.581 30.808 € 32,0
2022 € 1.485,0 400.800 28.760 307.761 247.404 € 1.020,7
2023 € 1.483,0 317.200 19.707 126.774 88.756 € 214,5
2024 € 2.136,0 377.900 78.733 0 0 € 0,0
2017 t/m 2024 € 6.464,0 1.557.300 174.866 554.231 403.065 € 1.380,5

* Totaal vermindering in de inkomstenbelasting box 3 n.a.v. verwerkte formulieren OWR

** Aantal inhoudelijk verwerkte formulieren exclusief niet behandelbaar of niet verwerkbaar

*** Aantal inhoudelijk verwerkte formulieren die hebben geleid tot een vermindering van de inkomstenbelasting box 3

Uit bovenstaande tabel blijkt dat bij de uitvoering van de Wet tegenbewijsregeling box 3 per begin september 2026 voor € 1,38 miljard aan verminderingen is doorgevoerd bij de inkomstenbelasting over box 3 inkomsten. Gemiddeld gaat het om een lagere inkomstenbelasting (in een herstelbetaling of verrekening) van circa € 3.425. Dit gemiddelde is een momentopname op basis van de verwerkte en uitbetaalde formulieren OWR. Zoals uit de tabel blijkt zullen en nog veel formulieren OWR verwerkt worden (waaronder de hele voorraad voor belastingjaar 2024). Daarnaast, verwacht de Belastingdienst nog een fors aantal formulieren OWR te ontvangen. Het gemiddelde herstelbedrag kan om die redenen nog veranderen, bijvoorbeeld omdat tegenbewijs leveren voor grotere vermogens vaak complexer is en mogelijk daarom formulieren OWR later worden ontvangen.

In de bijlage bij de stand-van-zakenbrief Belastingdienst van 1 september4 heb ik opgemerkt dat, hoewel het opvalt dat de verminderingen tot nu toe achterblijven bij de raming, het op dit moment te vroeg is conclusies te verbinden aan de realisatiecijfers tot nu toe.

Vraag 4

Kunt u, met de nu bekende gegevens, een laag en een hoog scenario voor de raming presenteren en daarbij aangeven of het kabinet een actualisering van de raming momenteel redelijk acht? Wat is bij deze scenario’s de totale verwachte budgettaire derving en hoeveel lager (of hoger) is deze dan de huidige raming?

Vraag 5

Welk bedrag zou, indien de huidige realisaties representatief blijken voor het verdere verloop van de hersteloperatie, naar huidig inzicht uiteindelijk niet nodig zijn?

Antwoord 4 en 5

Zoals toegelicht bij de beantwoording van de vragen 2 en 3 is het nog te vroeg om uitspraken te doen over de uiteindelijke realisatie. Dat komt omdat het aantal ingediende formulieren OWR nog kan oplopen en omdat de al verwerkte formulieren niet noodzakelijkerwijs representatief zijn voor het totaal. De realisaties tot nu toe lijken wel achter te lopen bij de eerdere verwachtingen, maar het is niet mogelijk om nu al een verantwoorde inschatting te maken van de totale budgettaire derving. Op dit moment is enkel met zekerheid te zeggen dat de al gerealiseerde vermindering van € 1,38 miljard euro is.

Belangrijk hierbij is ook om te benadrukken dat de raming voor de recente jaren gebaseerd is op alle mogelijke scenario’s. Omdat de afgelopen jaren relatief gunstige economische ontwikkelingen hebben laten zien, mag verwacht worden dat het beroep op de tegenbewijsregeling in deze jaren ook lager is dan van tevoren geraamd en dat daardoor de budgettaire derving meevalt. Daarnaast zal het voordeel van de tegenbewijsregeling in economisch gunstige jaren lager zijn, omdat de rendementen onder het forfait gemiddeld hoger zullen zijn. Bij tegenvallende economische ontwikkelingen zal dit effect echter andersom zijn. Dat is de essentie van trendmatig begrotingsbeleid. Bij trendmatig begrotingsbeleid worden bij de start van het kabinet de uitgaven en het niveau van belastingen en premies vastgesteld voor de kabinetsperiode. Aan de inkomstenkant van de begroting nemen in goede tijden de belastinginkomsten automatisch toe. Die extra inkomsten geeft het kabinet niet uit. De extra inkomsten worden in plaats daarvan gebruikt om de schuld af te bouwen voor minder goede tijden. Het kabinet laat de begroting dus meebewegen met de economische ontwikkeling, als onderdeel van het trendmatig begrotingsbeleid. Hierdoor wordt het effect van een economische neergang of stijging automatisch op het juiste moment gedempt.

Vraag 6

Op welk moment wordt de raming voor de budgettaire gevolgen van de hersteloperatie box 3 regulier opnieuw bijgesteld? Gebeurt dit bij de Miljoenennota 2027, de Najaarsnota 2026, de Voorjaarsnota 2027 of op een ander moment?

Antwoord 6

Ramingen van fiscale maatregelen worden geactualiseerd op het moment dat het betreffende wetsvoorstel aan uw Kamer wordt aangeboden. De raming waar deze vragen op zien, betreft de tegenbewijsregeling zoals die is vastgelegd in de Wet tegenbewijsregeling box 3. Die wet is inmiddels in werking getreden. Er is daarmee geen regulier begrotingsmoment waarop deze raming opnieuw wordt vastgesteld. De realisaties lopen mee in het EMU-saldo. Indien besloten wordt tot een aanpassing van beleid of nieuw beleid, worden in de bijbehorende raming de op dat moment meest recente inzichten betrokken. Daaronder vallen ook de tot dan toe beschikbare realisatiecijfers van de hersteloperatie en de tegenbewijsregeling.

Vraag 7

Welke voorwaarden moeten volgens de begrotingsregels zijn vervuld voordat een lagere verwachte uitgave of hogere belastingopbrengst in het kader van de box 3-hersteloperatie daadwerkelijk als budgettaire meevaller kan worden verwerkt?

Vraag 8

Kunt u aangeven welk deel van de raming bij het eerstvolgende begrotingsmoment technisch als meevaller zou kunnen worden verwerkt, en welk deel nog niet? Kunt u voor het deel dat nog niet kan worden verwerkt per bedrag aangeven welke onzekerheid daaraan in de weg staat?

Antwoord 7 en 8

De budgettaire gevolgen van de hersteloperatie en de tegenbewijsregeling slaan neer aan de inkomstenkant van de begroting, als lagere belastingontvangsten in box 3. Voor de inkomstenkant geldt, op grond van de begrotingsregels van het kabinet, het principe van automatische stabilisatie: inkomstenmeevallers komen ten gunste van het EMU-saldo en inkomstentegenvallers belasten het EMU-saldo. Dat is de kern van het trendmatig begrotingsbeleid.

Dit betekent dat een lagere derving dan geraamd niet leidt tot budgettaire ruimte binnen het inkomstenkader en dus niet kan worden aangewend voor lastenverlichting of extra uitgaven. Omgekeerd geldt eveneens dat een hogere derving dan geraamd niet binnen het inkomstenkader hoeft te worden gedekt.

Vraag 9

Kan het kabinet toezeggen de Kamer bij ieder regulier begrotingsmoment tot afronding van de hersteloperatie te informeren over het daadwerkelijke verloop van de operatie en de budgettaire consequenties daarvan, en hoe zich dit verhoudt tot de gemaakte raming?

Antwoord 9

Ter uitvoering van de motie Kouwenhoven/Grinwis zend ik uw Kamer jaarlijks een voortgangsrapportage over herstel box 3.5 Daarnaast heb ik een actualisatie gegeven in de meest recente stand-van-zakenbrief Belastingdienst. Ik zal uw Kamer komend jaar in het voorjaar en het najaar informeren over de voortgang. Zoals hierboven aangegeven is er geen directe relatie tussen het budgettaire resultaat van de hersteloperatie en de budgettaire ruimte op de begroting.

Vraag 10

Bent u van plan lessen te trekken uit het verloop van deze raming en zo ja, welke?

Antwoord 10

De realisaties worden nauwkeurig in de gaten gehouden en de achtergrond van eventuele verschillen met de oorspronkelijke ramingen wordt bestudeerd. Waar relevant zullen de inzichten die dit oplevert bij nieuwe beleidsbesluiten rond box 3 worden benut.


  1. Financieel Dagblad, 3-9-2026, https://fd.nl/politiek/1611044/hersteloperatie-box-3-tot-nu-toe-veel-goedkoper-voor-de-staat-danverwacht↩︎

  2. De genoemde aantallen zien op unieke formulieren OWR per belastingplichtige per belastingjaar↩︎

  3. Kamerstukken II, 2025/26, 32140, nr. 314↩︎

  4. Kamerstukken II, 2026/27, 31066, nr. 1553↩︎

  5. Kamerstukken II, 2026/27, 36706, nr. 16↩︎