Antwoord op vragen van de leden Ellian en De Beer over het bericht "Palestijnen uit Gaza na maanden toch met Nederlandse hulp geland op Schiphol"
Antwoord schriftelijke vragen
Nummer: 2026D47201, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-09-29 17:02, versie: 2 (versie 1)
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie (Ooit CDA kamerlid)
- Mede namens: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Mede namens: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Onderdeel van zaak 2026Z14589:
- Gericht aan: G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
- Gericht aan: T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
- Gericht aan: R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
- Voortouwcommissie: TK
Preview document (🔗 origineel)
AH 178
Antwoord van minister Van den Brink (Asiel en Migratie), mede namens de ministers van Buitenlandse Zaken en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 29 september 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht 'Palestijnen uit Gaza na maanden toch met
Nederlandse hulp geland op Schiphol'? 1)
Antwoord op vraag 1
Ja, ik ben bekend met de berichtgeving hierover.
Vraag 2
Welke ondersteuning hebben verschillende ministeries geboden aan de 42
Gazanen om van Gaza naar Jordanië te reizen?
Antwoord op vraag 2
Het ministerie van Buitenlandse Zaken gaf, conform de uitspraken van de voorzieningenrechter, uitvoering aan getroffen voorlopige voorzieningen die de minister van Buitenlandse Zaken opdragen zich in te spannen om ervoor te zorgen dat de verzoekers Gaza kunnen verlaten om de machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op te halen.
In dat kader waren de Israëlische autoriteiten verzocht toestemming te verlenen voor de uitreis van betrokkenen uit de Gazastrook. Omdat een van de voorwaarden van de Israëlische autoriteiten voor de uitreis van betrokkenen was dat transport naar Jordanië zou worden geregeld, heeft het ministerie van Buitenlandse Zaken voor busvervoer gezorgd. Verder zijn in het kader van reguliere consulaire dienstverlening de mvv-stickers van betrokkenen op de Nederlandse ambassade in Amman afgegeven.
Vraag 3
Hoe verhoudt deze ondersteuning zich tot de uitspraak van de Raad van
State van 19 maart 2026 waarin de minister slechts verplicht wordt om
een geringe inspanning te verrichten?
Antwoord op vraag 3
Een van de voorwaarden van de Israëlische autoriteiten voor de
uitreis van betrokkenen was dat transport naar Jordanië zou worden
geregeld. Met een beperkte inspanning kon aan die voorwaarde worden
voldaan. De ondernomen inspanning is daarom in lijn met de voorlopige
voorziening. Zie ook het antwoord op vraag 2
Vraag 4
Waarom is er niet gewacht met het bieden van ondersteuning aan de rest
van de groep van 42 Gazanen totdat er een uitspraak in de bodemprocedure
ligt?
Antwoord op vraag 4
Een uitspraak in een voorlopige voorziening is bindend. Het niet uitvoeren van een voorlopige voorziening is niet mogelijk.
Vraag 5
Welke ondersteuning hebben verschillende ministeries geboden aan de 42
Gazanen om van Jordanië naar Nederland te reizen?
Antwoord op vraag 5
De betrokkenen en referenten waren zelf verantwoordelijk voor het regelen en betalen van de doorreis vanuit Jordanië naar Nederland. Daarbij zijn betrokkenen - waar strikt noodzakelijk - ondersteund, zoals rondom de mvv-afgifte op de Nederlandse ambassade in Amman en op het vliegveld in Amman.
Vraag 6
Hoe verklaart u dat er naast 21 Gazaanse studenten ook 18 meereizende
gezinsleden naar Nederland zijn gekomen? Op grond van welke rechterlijke
uitspraak heeft Nederland de plicht om deze meereizende gezinsleden
ondersteuning te bieden?
Antwoord op vraag 6
Migranten die met een verblijfsvergunning gerelateerd aan studie of werk naar Nederland komen, kunnen - onder voorwaarden - leden van hun kerngezin mee naar Nederland nemen. Het ministerie van Buitenlandse Zaken gaf, conform de uitspraken van de voorzieningenrechter, uitvoering aan getroffen voorlopige voorzieningen die de minister van Buitenlandse Zaken opdragen zich in te spannen om ervoor te zorgen dat de verzoekers Gaza kunnen verlaten om de machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op te halen. Deze voorlopige voorzieningen zijn ook getroffen voor meereizende gezinsleden met een mvv-inwilliging.
Vraag 7
Hoe verklaart u dat de verhouding studenten versus meereizende
gezinsleden bijna 1 op 1 is? Hoe verhoudt zich dit tot het gemiddelde
aantal gezinsleden dat meereist met migranten met een
studievisum?
Antwoord op vraag 7
Migranten die met een verblijfsvergunning gerelateerd aan studie of werk naar Nederland komen, kunnen, onder voorwaarden, leden van hun kerngezin mee naar Nederland nemen. Jaarlijks maakt een beperkt deel van de studenten van buiten de EER van deze mogelijkheid gebruik. In de meeste gevallen gaat het daarbij om één meereizend gezinslid.
Vraag 8
Klopt het dat Gazaanse studenten tijdens het verblijf de meereizende
gezinsleden financieel moeten onderhouden? In hoeverre is dit mogelijk
gezien de levensstandaard in Gaza en het feit dat deze Gazanen naar
Nederland komen om te studeren?
Antwoord op vraag 8
Een belangrijke voorwaarde voor het mee kunnen nemen van gezinsleden is dat de hoofdaanvrager aantoonbaar voldoende middelen van bestaan heeft om in het onderhoud te kunnen voorzien over de gehele periode van verblijf voor zichzelf en voor de gezinsleden. Deze middelen kunnen bestaan uit verleende beurzen, sponsorgelden, of eigen middelen. De IND toetst of het inkomen zelfstandig, duurzaam en voldoende is. Deze inkomensnormen zijn geënt op de Nederlandse levensstandaard en zijn niet afhankelijk van de situatie in het land van herkomst van de aanvrager.
Vraag 9
Klopt het dat deze meereizende gezinsleden geen zelfstandig
verblijfsrecht hebben en Nederland dus moeten verlaten zodra de
gezinsband wordt verbroken?
Antwoord op vraag 9
Dat is juist.
Vraag 10
Hoe groot schat u de kans in dat deze meereizende gezinsleden
daadwerkelijk Nederland zullen verlaten en zullen terugkeren naar Gaza
indien de gezinsband wordt verbroken?
Antwoord op vraag 10
Ik heb uw Kamer recent geïnformeerd over de aantallen migranten die na inreis met een verblijfsvergunning voor reguliere verblijfsdoelen (o.a. werk en studie) een asielaanvraag indienen.1 Op basis van deze cijfers zie ik geen aanleiding het beleid aan te passen. Ik heb de IND gevraagd om de situatie nauwlettend in het oog te houden.
Bij het verbreken van de gezinsband vervalt het verblijfsrecht en
staat de mogelijkheid open om een andere verblijfsvergunning aan te
vragen. Deze verblijfsvergunning wordt enkel verstrekt als de persoon
aan de voorwaarden voldoet. Indien er geen vergunning wordt verleend,
eindigt het rechtmatig verblijf en geldt de vertrekplicht: betrokkene
moet Nederland binnen de gestelde vertrektermijn verlaten. Vrijwillige
terugkeer kan met ondersteuning; bij uitblijven van vertrek kunnen
terugkeer- of verwijderingsmaatregelen volgen.
Vraag 11
Op basis waarvan bepalen universiteiten welke buitenlandse studenten zij
toelaten tot hun universiteit?
Antwoord op vraag 11
Het staat buitenlandse studenten vrij om een studie aan Nederlandse
universiteiten te volgen als zij aan de daaraan gestelde voorwaarden
voldoen. Voor alle aspirant-studenten, zowel van binnen als buiten de
EER, gelden de reguliere toelatings- en diplomaeisen. De toelatingseisen
verschillen per opleiding. Aan de hand van het diploma van de
aspirant-student en de toelatingseisen van een opleiding beoordeelt een
instelling of een aspirant-student toelaatbaar is. Instellingen kunnen
daarbij voor de diplomawaardering gebruikmaken van de diensten van
Nuffic, dat door de overheid is aangewezen om een vergelijking te maken
tussen een buitenlands diploma en een Nederlands diploma, zowel in het
hoger als het voortgezet onderwijs. Daarnaast moeten studenten die niet
uit de EER of Zwitserland komen voor toelating voldoen aan de
voorwaarden voor een verblijfsvergunning voor studie.
Vraag 12
Welke ondersteuning hebben universiteiten geboden om deze studenten van
Jordanië naar Nederland te laten reizen? Hebben zij bijvoorbeeld één of
meerdere overnachtingen in Jordanië en de vliegtickets
betaald?
Antwoord op vraag 12
De koepelorganisatie van Universiteiten van Nederland (UNL)
geeft aan dat universiteiten studenten in enkele gevallen hebben
ondersteund bij hun reis naar Nederland, onder meer door hulp te bieden
bij de visumaanvraag, bij te dragen aan de kosten van vliegtickets, of
door studenten op te halen van Schiphol. In de bij UNL bekende gevallen
is dit betaald met middelen van buiten de Rijksbijdrage.
Vraag 13
Hoe komen de Nederlandse universiteiten aan het geld om deze Gazaanse
studenten te ondersteunen?
Antwoord op vraag 13
Studenten van buiten de EER betalen instellingscollegegeld; Gazaanse studenten zijn hier geen uitzondering op. Het instellingscollegegeld kan per onderwijsinstelling en per opleiding verschillen. Instellingen bepalen zelf de hoogte van het instellingscollegegeld, maar uitgangspunt is dat dit tarief in totaal kostendekkend is. Voor het ondersteunen van deze Gazaanse studenten is voor zover UNL bekend geen gebruik gemaakt van middelen die vanuit de Rijksoverheid aan de universiteiten worden verstrekt.
Naar aanleiding van eerdere vragen heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, mede namens de minister van Buitenlandse Zaken, uw Kamer geïnformeerd2 over de wijze waarop Wageningen Universiteit (WUR) bijvoorbeeld een fonds heeft ingericht, waaruit zij jaarlijks twee beurzen verstrekt aan studenten uit conflictgebieden. De middelen voor dit fonds worden uit de inkomsten uit instellingscollegegeld van niet-EER studenten gehaald. Het is aan de universiteiten om te zorgen dat zij hun middelen binnen de kaders van de wet besteden. Zij rapporteren over hun bestedingen in hun jaarverslag.
Vraag 14
Welke ondersteuning bieden universiteiten aan deze studenten tijdens hun
verblijf in Nederland? Valt onder deze ondersteuning ook
huisvesting?
Antwoord op vraag 14
Alle studenten kunnen een beroep doen op dezelfde bestaande universiteitsbrede voorzieningen voor ondersteuning; Gazaanse studenten zijn hier geen uitzondering op. Dit betekent dat ook deze studenten zich met studievoortgangsvragen kunnen wenden tot studentenadviseurs, voor mentaal welzijn kunnen studenten terecht bij studentendecanen en studentenpsychologen en voor kortdurende, financiële nood kunnen studenten een beroep doen op bestaande regelingen. Welke ondersteuning wordt geboden, hangt af van de individuele situatie van de student. De studenten komen verder in aanmerking voor reguliere ondersteuning bij onboarding op de universiteit. Zo kan ondersteuning worden geboden bij zaken als het afsluiten van een ziektekostenverzekering, inschrijven bij de gemeente of het openen van een bankrekening. Deze ondersteuning is beschikbaar voor alle (internationale) studenten die daar behoefte aan hebben.
Studenten met bijzondere omstandigheden die hun studie beïnvloeden kunnen een beroep doen op ondersteuning vanuit de universiteit of externe partners. Dit gaat gewoonlijk in overleg met de studentendecanen. Voor studenten die worden getroffen door oorlog, gewapende conflicten of andere humanitaire crises kan extra, specifieke ondersteuning worden geboden. Mogelijke vormen van financiële ondersteuning zijn onder meer bestaande beursprogramma's voor internationale studenten, universitaire noodfondsen voor acute noodsituaties en studentenondersteuningsfondsen.
Alle studenten kunnen gebruikmaken van dezelfde
ondersteuningsstructuren voor het vinden van huisvesting. Indien geen
huisvesting wordt aangeboden aan internationale studenten, geldt dit
eveneens voor Gazaanse studenten. Wanneer universiteiten huisvesting
hebben gereserveerd voor specifieke doelgroepen, zoals beursstudenten of
non-EER-studenten, kunnen ook deze studenten hiervoor in aanmerking
komen.
Vraag 15
Hoe verhoudt deze ondersteuning zich tot de ondersteuning die
Nederlandse studenten krijgen van universiteiten in hun zoektocht naar
een studentenkamer, indien universiteiten inderdaad huisvesting aan deze
groep bieden?
Antwoord op vraag 15
Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen Gazaanse studenten en andere internationale studenten met betrekking tot ondersteuning bij het zoeken naar huisvesting. Internationale studenten hebben ten opzichte van Nederlandse studenten vaak een informatieachterstand met betrekking tot de woningmarkt voor studenten. Om deze achterstand te verkleinen voorzien universiteiten vaak in informatie die specifiek gericht is aan internationale studenten. Internationale studenten die in Nederland komen studeren mogen vaak tijdelijk gebruikmaken van short stay huisvesting. Dit proces ziet er anders uit voor Nederlandse studenten.
Vraag 16
Hoe verhoudt het toelaten van deze Gazaanse studenten zich tot het
kabinetsvoornemen om het aantrekken van internationale studenten zo veel
als kan te beperken tot internationaal toptalent? Is daar hier sprake
van?
Vraag 17
Hoe verhoudt het toelaten van deze Gazaanse studenten zich voorts tot de
ambitie uit het regeerakkoord om te zorgen voor genoeg vakmensen in de
sectoren waar de uitdagingen het grootst zijn? Is daar hier sprake
van?
Antwoord op vragen 16 en 17
Het kabinet heeft de ambitie om zeker te stellen dat er voldoende talent beschikbaar is voor de economische en maatschappelijke opgaven in Nederland en geeft hier vorm en uitvoering aan middels de talentstrategie. Uw Kamer is hier onlangs over geïnformeerd.3 Binnen de talentstrategie wordt niet gericht op het aantrekken dan wel afwijzen van studenten of vakmensen op basis van het gebied waar zij vandaan zijn gekomen. Het selecteren op nationaliteit is ook niet toegestaan.
Vraag 18
Hoe past het toelaten van deze Gazaanse studenten in de huidige
bestuurlijke afspraken met onderwijsinstellingen over de capaciteit van
anderstalige opleidingen dan wel de regionale draagkracht?
Antwoord op vraag 18
Er zijn geen signalen dat het toelaten van deze studenten in strijd zou zijn met de zelfregieafspraken die universiteiten en hogescholen onderling hebben gesloten. Met de onderling bindende afspraken hebben universiteiten en hogescholen zelf maatregelen genomen om de internationalisering in het hoger onderwijs meer in balans te brengen; deze afspraken heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap onlangs bekrachtigd in bestuurlijke afspraken. De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft toegezegd uw Kamer na de zomer van 2027 te informeren over de afspraken die zij gemaakt heeft en het vervolg van de wetgeving. Een deel van deze afspraken ziet toe op het beheersen van de internationale bachelorinstroom, waarbij rekening gehouden is met krimpregio’s, grensregio’s en tekortsectoren. Dit betekent niet dat er geen enkele internationale instroom meer mogelijk is in de andere sectoren of regio’s, zolang het geheel zich binnen de afgesproken streefcijfers begeeft.
Vraag 19
Welke ondersteuning bieden universiteiten aan de meereizende
gezinsleden?
Antwoord op vraag 19
Voor zover bekend hebben universiteiten geen specifieke ondersteuning geboden aan meereizende gezinsleden. Wel kunnen zij (indirect) profiteren van eventuele ondersteuning die geboden is aan individuele studenten, zoals bijvoorbeeld de hulp bij visumaanvraag, het vervoer vanaf Schiphol of bij het inschrijven bij een gemeente.
Vraag 20
Wat zijn de totale kosten voor de universiteiten om deze Gazaanse
studenten in Nederland te laten studeren?
Antwoord op vraag 20
Het kabinet heeft geen overzicht van de kosten specifiek voor deze groep niet-EER-studenten die aan verschillende instellingen toegelaten zijn. Zoals aangeven in antwoord op vraag 13 betalen deze studenten, net als andere studenten van buiten de EER, instellingscollegegeld. Het uitgangspunt is dat dit tarief kostendekkend is.
Vraag 21
Deelt u de mening dat het volstrekt onwenselijk is dat universiteiten
actief ondersteuning bieden bij het naar Nederland halen van studenten
en hun gezinsleden uit oorlogsgebieden?
Antwoord op vraag 21
De door instellingen verleende ondersteuning valt onder de handelingsvrijheid die instellingen hebben binnen onze wet. De Wet Hoger Onderwijs en Wetenschap (WHW) geeft een instelling ruimte om voorzieningen te treffen voor de (financiële) ondersteuning van een internationale student die rechtmatig in Nederland mag verblijven. Instellingen gaan zelf over de invulling die zij hieraan geven en hebben de ruimte voor individueel maatwerk. De mogelijkheid voor maatwerk die deze instellingsautonomie biedt, vindt het kabinet een groot goed.
1) NOS, 24 juni 2026, 'Palestijnen uit Gaza na maanden toch met Nederlanse hulp geland op Schiphol', https://nos.nl/artikel/2620064-palestijnen-uit-gaza-na-maanden-toch-met-nederlandse-hulp-geland-op-schiphol
[1] Kst. 19637-3613↩︎
2026Z16073&did=2026D36327">Talentstrategie | Tweede Kamer der Staten-Generaal↩︎