Motie van de leden Kostić en Zalinyan over zich in Europees verband inzetten om artikel 8 van de Milieuomnibus zodanig aan te passen dat deze uitsluitend van toepassing is op diersoorten met een gunstige staat van instandhouding
Milieuraad
Motie (kabinetsappreciatie: Oordeel Kamer)
Nummer: 2026D47215, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-09-30 16:38, versie: 3 (versie 1, versie 2)
Directe link naar document (.pdf), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site, officiële HTML versie (kst-21501-08-1048).
Gerelateerde personen:- Eerste ondertekenaar: I. Kostić, Tweede Kamerlid (PvdD)
- Mede ondertekenaar: A. Zalinyan, Tweede Kamerlid (PRO)
Onderdeel van kamerstukdossier 21501 08-1048 Milieuraad.
Onderdeel van zaak 2026Z20415:
- Voortouwcommissie: TK
- Stemmingen en besluiten:
-
2026-09-29 17:25 ⇒ Verworpen. (Besluit)
- Voor 75: D66 | DENK | PRO | PVV | PvdD | SP | Volt
- Tegen 72: BBB | CDA | ChristenUnie | FVD | Groep Markuszower | JA21 | SGP | VVD
- Niet deelgenomen 3: 50PLUS | Keijzer
-
2026-09-29 17:25 ⇒ Verworpen. (Besluit)
- 2026-09-29 16:30: Tweeminutendebat Informele bijeenkomst van Milieuministers van 23 en 24 juli 2026 (21501-08-1042) (Plenair debat (tweeminutendebat)), TK
- 2026-09-29 17:25: AANSLUITEND: STEMMINGEN (over moties ingediend bij het TMD Informele bijeenkomst van Milieuministers van 23 en 24 juli 2026) (Stemmingen), TK
Preview document (🔗 origineel)
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2 |
| Vergaderjaar 2026-2027 |
21 501-08 Milieuraad
Nr. 1048 MOTIE VAN DE LEDEN KOSTIĆ EN ZALINYAN
Voorgesteld 29 september 2026
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat artikel 8 van de Milieuomnibus in overeenstemming moet zijn met de Vogel- en Habitatrichtlijn en duidelijk moet worden afgebakend, en anders dreigt dat verdere achteruitgang van diersoorten wordt ingezet, terwijl de Kamer juist verbetering wil zien (21501–08, nr. 942);
verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten om artikel 8 zodanig aan te passen dat:
– dit uitsluitend van toepassing is op soorten met een gunstige staat van instandhouding;
– vernietiging en beschadiging van nesten en eieren wordt uitgesloten;
– het uitsluitend betrekking heeft op projecten zoals gedefinieerd in artikel 1, lid 2 van de MER-richtlijn en geen terugkerende onderhoudswerkzaamheden mogen bevatten;
– alle noodzakelijke mitigerende maatregelen worden vereist, gebaseerd op de meest recente wetenschappelijke gegevens;
– cumulatieve effecten exclusief door de bevoegde autoriteit worden beoordeeld,
en gaat over tot de orde van de dag.
Kostić
Zalinyan