Vragenuur (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D47301, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-09-30 09:18, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-09-29 14:00: Vragenuur (Vragenuur), TK
Preview document (🔗 origineel)
Vragenuur
Vragenuur
Aan de orde is het mondelinge vragenuur, overeenkomstig
artikel 12.3 van het Reglement van Orde.
Vragen Schenk
Vragen van het lid Schenk aan de minister van Werk en
Participatie over het bericht "Bedrijven willen niet langer twee
jaar loon doorbetalen bij ziekte: 'Wij durven geen mensen meer in dienst
te nemen'".
De voorzitter:
Aan de orde is het mondelinge vragenuur. Daarvoor geef ik als eerst het
woord aan de heer Schenk voor zijn mondelinge vragen namens Forum voor
Democratie aan de minister van Werk en Participatie, die ik van harte
welkom heet in de Tweede Kamer. Als u zover bent, meneer Schenk, dan
heeft u het woord.
De heer Schenk (FVD):
Dank u wel, meneer de voorzitter. Een aantal weken terug sprak ik met
een ondernemer die een aantal jaar geleden een installatiebedrijf is
begonnen. Eerst werkte hij alleen, maar al snel groeide het aantal
klussen en bestond dus de mogelijkheid om ook personeel aan te gaan
nemen. Zijn bedrijfje werd groter en bereikte mooie dingen. Deze
ondernemer leidde jonge monteurs op, bood sommigen van hen een vaste
baan aan en bouwde zijn onderneming stap voor stap uit tot een bedrijf
dat uiteindelijk acht werknemers had. Tot een van zijn monteurs
langdurig uitviel: vanaf dat moment moest deze ondernemer niet alleen
het loon van die monteur, zijn zieke werknemer dus, twee jaar lang
blijven doorbetalen, hij moest ook vervanging zien te vinden in een
sector met grote personeelstekorten, een re-integratiebureau betalen,
aan allerlei administratieve verplichtingen voldoen en aan allerlei
wettelijke verplichtingen die hem werden opgelegd voldoen. Voortdurend
moest hij ook rekening houden met een mogelijke sanctie wanneer iets
niet goed zou gaan. Ondertussen liepen logischerwijs de reguliere
werkzaamheden die hij met zijn bedrijfje verrichtte gewoon door. Deze
ondernemer maakte in sommige gevallen uiteindelijk bijna 100 uur per
week om zijn klanten te bedienen en bovenal zijn bedrijf overeind te
houden. De maat was uiteindelijk vol: hij nam geen personeel meer aan en
besloot zo'n twee jaar terug zelfs om volledig te stoppen.
Voorzitter. Dit verhaal staat helaas niet op zichzelf. Dit is de
realiteit waarmee Nederlandse ondernemers worden geconfronteerd. Eén
langdurig zieke werknemer kan een klein bedrijf simpelweg volledig
ontwrichten. Ondernemers willen wel mensen aannemen, maar moeten daarbij
een onaanvaardbaar risico dragen bij een mogelijke ziekte. Een groot
deel van de Nederlandse werkgevers noemt de verplichtingen rond ziekte
en arbeidsongeschiktheid expliciet als belemmering bij het aannemen van
personeel. Dit probleem voor voornamelijk mkb'ers is binnen de politiek
al jaren bekend, maar verschillende kabinetten, meerdere aangenomen
moties en zelfs bedrijven die in de tussentijd zijn omgevallen, hebben
nog niets kunnen veranderen aan de realiteit. Ondernemers in Nederland
zitten vast aan maar liefst twee jaar loondoorbetaling wanneer een
werknemer langdurig ziek uitvalt. Dat is de langste loondoorbetaling bij
ziekte van heel Europa.
Nu presenteert de minister zes mogelijke scenario's, maar nog geen
concrete oplossing. Het is nu de bedoeling dat er opnieuw verder wordt
gesproken, dat er debatten gaan plaatsvinden en dat sociale partners er
weer iets van gaan vinden, maar daar heeft die mkb'er op dit moment niks
aan. Ik vraag de minister dus om spoedige actie. Welke van de zes
uitgewerkte mogelijkheden heeft zijn voorkeur? Wanneer wil hij een
concreet voorstel aan de Kamer voorleggen? Wat zegt hij tegen die
ondernemers die jarenlang smeken om verlichting, maar morgen nog steeds
kopje-onder kunnen gaan vanwege een systeem waarin zij maar liefst 104
weken loon moeten doorbetalen? Ik zeg er nog maar eens bij dat dat de
langste loondoorbetaling bij ziekte is van heel Europa.
De voorzitter:
Het woord is aan de minister.
Minister Aartsen:
Dank, meneer de voorzitter. Dank aan de heer Schenk voor zijn vragen,
uiteraard. Het voorbeeld van de monteur dat de heer Schenk noemt, is,
helaas, bekend. Dat is ook de reden waarom dit kabinet een belangrijke
ambitie heeft neergezet. Dat is de ambitie om ervoor te zorgen dat de
loondoorbetaling bij ziekte voor in ieder geval het mkb weer werkbaar
gaat worden. Dat doen we om twee redenen. De eerste is dat we zien dat
het voor heel veel ondernemers, maar vooral voor kleine ondernemers,
echt een zware last is. Europees lopen we inderdaad zwaar uit de pas. De
last van loondoorbetaling bij ziekte is voor het hele bedrijfsleven
bijna 20 miljard euro. 20 miljard euro zijn bedrijven kwijt aan die twee
jaar loondoorbetaling. Maar er zijn inderdaad vooral risico's voor
bedrijven zoals een schildersbedrijf met maar vijf medewerkers. Als een
van die mensen zo lang ziek wordt of zo lang uitvalt, loop je als kleine
ondernemer gewoon een enorm groot risico.
Het is echter ook belangrijk dat we dit probleem voor werkenden, dus
voor werknemers, aanpakken. We zien namelijk gewoon in de arbeidsmarkt
dat heel veel ondernemers het niet aandurven om vaste contracten te
geven. Ze zeggen: "Ik durf dit risico niet aan, want als er wat gebeurt,
als er iemand ziek wordt, loop ik zo'n groot risico. Laat ik dus maar
een flexcontract aanbieden of een uitzendbureau inzetten." Het zijn dus
juist die kwetsbare mensen die niet aan de bak komen, dus de mensen die
de wind niet mee hebben gehad in het leven. Dat zijn mensen die
bijvoorbeeld een ziekteverleden of een werkloosheidsverleden hebben. Zij
krijgen geen vast contract, waar ze dus wel op zitten te wachten.
Voorzitter. Daarom zijn we aan de slag gegaan langs drie lijnen. Lijn 1:
wat kunnen we doen aan de hoogte van de loondoorbetaling? Dat is die
100% die nu vaak in de praktijk wordt bijbetaald. Wat kunnen we doen aan
de lengte, die 104 weken, twee jaar lang? Wat kunnen we nou doen aan die
bureaucratische invulling, aan die rapportageverplichtingen die
werkgevers tijdens die twee jaar ervaren? Daarover hebben wij gezegd: we
maken een aantal scenario's om te delen met uw Kamer, maar ook met
werkgevers en werknemers, zodat we daar samen over kunnen spreken. Er
zitten namelijk voor- en nadelen aan.
De heer Schenk vroeg mij ook wat het kabinet nu doet. Los van het feit
dat we werken aan die uiteindelijke permanente oplossing, zijn er drie
dingen die wij doen. We werken op dit moment hard aan een
knelpuntenanalyse van de Wet verbetering poortwachter. Ik heb
gisterochtend zelf nog met kleine mkb'ers mogen spreken over zaken waar
zij tegenaan lopen in de dagdagelijkse praktijk. Wij hebben een
wetsvoorstel gemaakt ten aanzien van de zogeheten RIV-toets. Wij zorgen
ervoor dat ondernemers niet meer bang hoeven te zijn voor een
loonsanctie op het moment dat ze het advies van hun bedrijfsarts
opvolgen. Het derde ding is dat er een wetsvoorstel bij u in de Kamer
voorligt om kleine werkgevers vanaf het tweede ziektejaar meer
duidelijkheid te geven.
Voorzitter. Is dit voor nu voldoende? Nee. We hebben de ambitie om echt
aan de slag te gaan, maar de "afdeling makkelijke oplossingen" is al een
tijd gesloten. We moeten dit goed doen. Daarom heb ik deze scenario's
naar uw Kamer gestuurd. Ik zie uit naar het gesprek met uw Kamer en met
werkgevers en werknemers, om te kijken hoe we dit probleem kunnen
oplossen.
De heer Schenk (FVD):
Ik hoor dat de minister veel van mijn zorgen, en de zorgen van een groot
deel van de Kamer, erkent. Hij zegt terecht dat een vast contract niet
aantrekkelijk is. Maar aan de andere kant doet het kabinet er ook van
alles aan om flexwerken zo veel als mogelijk te ontmoedigen, met
allerlei nieuwe wetten en regelgeving. Er zijn nu een aantal scenario's
voorgesteld. Eentje daarvan is dat cao's als het ware opzij worden
geschoven. Dan wordt er bijvoorbeeld gezegd dat er nog maar maximaal 70%
mag worden doorbetaald in plaats van de 100% die in sommige cao's staat.
Ik vraag mij sterk af of dat juridisch überhaupt mogelijk is. Daar hoor
ik ook graag opheldering over van de minister.
Verder verwees hij naar drie dingen waar het kabinet nu mee bezig is,
maar er is nog een vierde ding waar het kabinet mee bezig is en wat het
eigenlijk nog absurder maakt: die transitievergoeding. Twee jaar lang
heeft de werkgever loon doorbetaald, re-integratie georganiseerd,
vervanging betaald en alle administratieve verplichtingen volbracht,
maar wanneer er ontslag volgt, moet die ondernemer ook nog een
transitievergoeding betalen. Het is nu mogelijk om daar compensatie voor
te krijgen, maar het kabinet werkt aan een voorstel om die af te
schaffen, waardoor er een nog grotere last bij de werkgever terechtkomt.
Ik vraag de minister of hij in dat licht bereid is om het wetsvoorstel,
op wat voor manier dan ook, niet naar de Kamer te sturen om zo die nog
grotere last bij ondernemers weg te halen.
Minister Aartsen:
Het kabinet werkt niet alleen aan dit deel. In het coalitieakkoord staat
ook de ambitie opgeschreven om te kijken of we iets kunnen doen aan de
transitievergoeding na twee jaar ziekte. Ja, we doen wat aan de
compensatie. Daar heeft de heer Schenk gelijk in. Tegelijkertijd zeggen
we ook: als een ondernemer netjes twee jaar lang alle
re-integratieverplichtingen heeft doorlopen, hoe rechtvaardig is het dan
om ook nog een transitievergoeding te moeten betalen aan een medewerker?
En dat terwijl je weet dat die medewerker niet de arbeidsmarkt op gaat,
maar waarschijnlijk helaas in de WIA terechtkomt. De transitievergoeding
is vooral bedoeld om mensen te helpen op de arbeidsmarkt. Dat is de
reden waarom het kabinet heeft gezegd: dat is een belangrijke ambitie
die wij hebben. Er wordt op dit moment hard gewerkt om te kijken hoe we
dat handen en voeten kunnen geven. We kijken naar alle belemmeringen die
er op dit moment zijn in de twee jaar loondoorbetaling, zowel de hoogte
en de lengte als de bureaucratische belemmeringen.
Nogmaals, ik heb gisteren weer een aantal voorbeelden mogen horen. Dan
denk je: jongens, dit moet toch beter kunnen? Het moet ook persoonlijker
kunnen. Ik kom zelf uit een ondernemersnest. Heel veel ondernemers
zeggen: "Mijn medewerkers zijn mijn familie. Ik weet wanneer ze jarig
zijn en wanneer hun kinderen geboren zijn. Als ze 25 jaar getrouwd zijn,
dan stuur ik een bosje bloemen. Maar op het moment dat ze ziek zijn, ben
ik vanwege de wet- en regelgeving huiverig om een berichtje te sturen om
te vragen hoe het met ze gaat en om een bosje bloemen te sturen na een
operatie." Het is ook de ambitie van het kabinet om dat persoonlijke
element terug te zien in de aanpak van loondoorbetaling bij ziekte.
De heer Schenk (FVD):
Ik sta nu op een andere plek, want mijn spreektijd achter het
spreekgestoelte was om.
Dit antwoord is helaas toch niet helemaal bevredigend. De minister noemt
van alles, maar er zijn ondernemers die er nu echt last van hebben. We
kunnen weer allerlei gesprekken en debatten voeren, maar het is tijd dat
het kabinet gewoon koers gaat kiezen en er zo snel mogelijk voor gaat
zorgen dat de twee jaar loondoorbetaling bij ziekte wordt afgeschaft of
mogelijk wordt teruggebracht naar één jaar. Er is onlangs een motie
aangenomen door de Kamer waarin de minister wordt gevraagd om voor 1
december met een voorstel te komen om het tweede jaar te
collectiviseren. Wat gaat de minister doen met die motie? Want volgens
mij is er Kamerbreed erkenning dat dit van tafel moet en dat ondernemers
verlichting nodig hebben, dus ik hoop dat er zo spoedig mogelijk actie
komt.
Minister Aartsen:
Dat doen we ook. We gaan daar zo spoedig mogelijk actie op ondernemen.
We zorgen ervoor dat we dit verder gaan uitwerken. Als u de brief over
de scenario's goed heeft gelezen, dan ziet u dat er nog twee andere
dingen zijn toegevoegd aan de scenario's. Het eerste is een
prijskaartje. Ik heb in de motie helaas niet gezien hoe het betaald moet
worden. We moeten dit wel netjes doen. We moeten er ook voor zorgen dat
we het netjes kunnen uitvoeren. In de scenario's staat ook aangegeven
wat de uitvoeringsconsequenties zijn. Wij kunnen hier wel zeggen "we
moeten het gewoon doen", maar het UWV moet het ook kunnen uitvoeren.
Vraag één is: kan het UWV het uitvoeren? Zo nee, wat is er nodig zodat
het UWV het wél kan uitvoeren? Als dat ingewikkeld is, kun je ook
nadenken over andere routes dan het UWV om dit systeem uiteindelijk te
kunnen uitvoeren. Ik blijf herhalen dat de "afdeling makkelijke
oplossingen" niet bestaat. We moeten dit zorgvuldig doen. Vandaar de
invulling van de scenario's, die ik naar u heb toegestuurd. Maar ik deel
met uw Kamer de ambitie om iets te doen aan loondoorbetaling bij ziekte,
zowel wat betreft de hoogte, de lengte als de bureaucratische
invulling.
De heer Ceulemans (JA21):
Er werd door de heer Schenk en de minister al verwezen naar de zes
scenario's die de minister naar de Kamer heeft gestuurd naar aanleiding
van een aangenomen motie van JA21. Ik wil de minister het volgende
vragen. Hij schetst verschillende scenario's over de hoogte en de duur.
In Nederland wordt er 104 weken doorbetaald versus 2 en 6 weken in
België en Duitsland. Dan kan er, ongeacht het prijskaartje, toch geen
andere conclusie zijn dan dat er fundamenteel iets moet worden veranderd
aan de duur? Politiek is uiteindelijk ook keuzes maken. Er is kennelijk
geld om de bezuinigingen op SZW te schrappen en er is ontzettend veel
geld om aan het klimaat te besteden, dus dan zou er ook geld beschikbaar
moeten zijn ten faveure van het mkb.
Minister Aartsen:
Nogmaals, de ambitie is gedeeld. We willen echt kijken hoe we dit kunnen
doen, samen met werkgevers en werknemers. We moeten wat doen aan dit
probleem. Ik merk ook dat er heel veel partijen zijn die hier iets aan
willen veranderen, maar we moeten dat ook wel netjes en zorgvuldig doen.
Dat betekent ook dat er een financiële dekking bij hoort. De komende
periode ga ik graag met uw Kamer het gesprek aan, maar ook met de
werkgevers en de werknemers, over hoe we dit op een goede manier kunnen
oplossen.
Mevrouw Michon-Derkzen (VVD):
Dank aan de minister voor deze brief. Het is in ieder geval een
startpunt van een broodnodige discussie; dat ben ik zeer met hem eens.
We moeten vooral de kleine mkb'ers helpen om deze enorme financiële
strop iets te verlichten. Over die bureaucratie hebben we als Kamer
gezegd dat moet worden gekeken naar de knelpunten in de Wet
poortwachter. Daar is ook een motie van mijn hand over aangenomen. De
analyse van die knelpunten zouden we voor de zomer krijgen, maar die heb
ik nog niet gezien. Het is juist van belang voor de werkgevers dat zij
in de tijd dat een werknemer ziek is, niet een enorme druk van boetes
boven het hoofd hebben als ze al die verplichtingen niet goed na zouden
komen. Wanneer krijgen we die brief?
Minister Aartsen:
Een terecht punt. We hebben gezegd dat die knelpuntenanalyse er moet
komen. We hebben ook gezegd dat we dat niet vanaf een ivoren toren en
een bureau moeten doen; we willen dat samen met onder andere ondernemers
doen. Gisteren was de ondernemerssessie ten aanzien van de
knelpuntenanalyse. Dat was een goede sessie. Ik mocht er zelf een
halfuur bij zijn om ook met die ondernemers te bespreken waar ze tegen
aanlopen. Die verhalen zijn echt heel waardevol, omdat het soms echt
gewoon op hele praktische zaken zit. Er zijn inmiddels vijf van dit
soort sessies georganiseerd. Ik kan u toezeggen dat ik u het rapport —
dat zal overigens wel zonder appreciatie van het kabinet zijn, want daar
hebben we wel wat meer tijd voor nodig — voor de begrotingsbehandeling
van Sociale Zaken kan doen toekomen, zodat uw Kamer er ook over kan
spreken.
Mevrouw Keijzer (Lid Keijzer):
We hebben ons in dit land toch wel knap in de hoek geschilderd; dat
kunnen we toch wel met elkaar vaststellen. Het gaat nu al een kwartier
over onze wetgeving, die op zichzelf een goed doel heeft, namelijk het
ondersteunen van mensen die ziek zijn. Maar waar we het niet over
hebben, is de andere kant van deze medaille, namelijk de 100.000 mensen
die in een uitkering zitten of het feit dat we met elkaar nog geen 31
uur gemiddeld per week werken. Wat gaat deze minister er nou aan doen om
hier daadwerkelijk wat aan te veranderen? Het vak van PRO glimt tegen je
op, maar de oplossingen die dit land zo nodig heeft, gaat dit kabinet
waarschijnlijk niet bereiken de komende tijd.
Minister Aartsen:
Dat laatste deel ik niet met mevrouw Keijzer, en overigens dat eerste
ook niet. Ik denk toch echt dat mevrouw Patijn misschien wat anders
aankijkt tegen de loondoorbetaling bij ziekte. We proberen juist een
voorstel te maken dat past bij het geven van ruimte, het geven van rust
aan ondernemers. We willen hun eindelijk wat ademruimte geven. Die twee
jaar doorbetaling van 100% is echt een zware financiële last, juist ook
voor kleine bedrijven. Maar mevrouw Keijzer heeft natuurlijk gelijk dat
de keerzijde is dat mensen niet worden aangenomen of geen vast contract
krijgen omdat heel veel kleine mkb'ers zeggen: ik durf dat risico van
een vast contract niet aan, want dan zit ik er straks twee jaar aan vast
en moet ik 100% doorbetalen; ik kies daarom wel voor een andere
oplossing. Dat houdt economische groei tegen, dat houdt die bedrijven
tegen en dat is niet goed voor de mensen die uiteindelijk een vast
contract willen om daar een gezin op te kunnen bouwen.
Mevrouw Patijn (PRO):
We hebben natuurlijk de brieven gelezen. Ik denk dat het heel erg
belangrijk is om eens goed te kijken naar OCTAS, naar de CPB-cijfers,
maar ook naar het ibo WIA. Daar blijkt steeds uit dat als je de
loondoorbetaling bij ziekte in het tweede jaar zomaar helemaal afschaft,
de instroom in de WIA met een derde toeneemt. Hoe rijmt dat met het idee
dat de minister, of in ieder geval het ministerie, uiteindelijk toe wil
werken naar een lagere instroom?
Minister Aartsen:
Dat is dus een van de zaken die we nog goed moeten uitzoeken de komende
periode. Ik heb daarom ook meerdere scenario's gestuurd. Ik heb ook
gezegd dat het kabinet geen standpunt inneemt over die scenario's, maar
graag het gesprek wil aangaan met de Kamer, maar ook met de werkgevers
en de werknemers. Er zijn een aantal voordelen en een aantal nadelen aan
het huidige systeem, maar ook wat betreft toekomstige scenario's kun je
erover nadenken hoe je ervoor kunt zorgen dat er veel meer aandacht is
voor preventie. Ook het huidige systeem is wat dat betreft niet
zaligmakend. Ik spreek te veel ondernemers en medewerkers die langdurig
ziek zijn die zeggen: "We hebben het wel heel erg gebureaucratiseerd.
Iedere vorm van persoonlijk contact is eruit. Het enige wat nog telt is
de rapportageverplichting en het inleveren van het juiste formuliertje
in plaats van het gesprek dat je misschien wil hebben, bijvoorbeeld over
'hoe gaat het met u?', 'hoe kunnen we ervoor zorgen dat u op een andere
manier aan de slag kan in ons bedrijf?' of 'hoe kan ik je helpen om
misschien op een andere plek aan de te slag te gaan?'" Wij zorgen er met
het huidige systeem echt voor dat zowel ondernemers als werknemers te
lang stil blijven zitten en te lang hun leven op pauze hebben staan. Ik
zou het goed vinden als het ons lukt om hier in gezamenlijkheid met uw
Kamer een oplossing voor te verzinnen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Vragen El Boujdaini
Vragen van het lid El Boujdaini aan de minister van
Justitie en Veiligheid over het bericht "Je telefoon als
spionage-apparaat: app voor ouderlijk toezicht gebruikt voor
stalking".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan mevrouw El Boudjaini voor haar vragen namens de
D66-fractie aan de minister van Justitie en Veiligheid, die ik van harte
welkom heet in de Tweede Kamer. Het woord is aan mevrouw El Boudjaini.
Gaat uw gang.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dank u, voorzitter. Ik heb een vraag aan de minister. Wat heeft de
minister afgelopen vrijdagmiddag besproken in de ministerraad?
De voorzitter:
Ja … Excuus. Gaat uw gang.
Minister Van Weel:
Voorzitter. Dank voor deze vraag van het lid El Boudjaini. Die is wel
een beetje ongepast, want wat wij bespreken in de ministerraad is
geheim. Maar ik weet waar u naartoe wilt. Gelukkig hebben wij geen
devices in de ministerraad. Er is dus geen kans dat iets daarvan ergens
anders verschenen is.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Volledig terecht ook. Goed om te horen dat devices daar niet aanwezig
mogen zijn. Mochten die daar wel aanwezig zijn, dan is het dus ook zaak
dat precies niemand weet wat daar precies gebeurt. Wat zou de minister
ervan vinden als we niet alleen zouden weten wat daar besproken was,
maar ook waar hij verder precies was die vrijdag, met wie hij belde en
aan wie hij nog een mailtje stuurde. Wat zou hij ervan vinden als we
konden meeluisteren en meelezen met alles? Want dat is wel wat grote
aantallen mensen in Nederland is overkomen vanwege de spionageapps op
hun telefoon. Die apps werden stiekem geïnstalleerd op hun telefoon door
hun ex of een controlerende partner, waardoor die toegang hebben tot
berichten, camera, locatiegegevens en ook het geluid. Ze konden dus
meeluisteren.
Door apps zoals mSpy wordt digitale stalking een steeds groter probleem.
In Europa hebben minstens 2,4 miljoen mensen deze app op hun telefoon.
Dat is zogenaamd om hun kinderen in de gaten te houden, maar uit alles
blijkt dat het wordt gebruikt voor stalking en dwingende controle. Dit
heeft grote gevolgen voor de privacy van deze mensen, maar ook voor hun
veiligheid. Vaak is het gedrag dat deze apps mogelijk maakt namelijk een
voorbode van femicide. Daarom vraag ik me af wat het bestaansrecht is
van deze apps. Dat vraag ik ook aan de minister.
Minister Van Weel:
Dank, nogmaals, voor deze vraag. Ik ben me rot geschrokken toen ik het
filmpje keek dat bij het NRC-artikel hoorde en zag waartoe deze app
allemaal toegang heeft en wat daarmee gezien kan worden. Ik ben ook
geschrokken van het feit dat je hem niet kunt terugtraceren. Ik heb
gekeken of ik kon zien of de app op mijn iPhone aanwezig is, maar ook
dat is zelfs niet mogelijk. Dat gaat wel ontzettend ver en dat maakt het
voor mij een heel gevaarlijke app, juist vanwege het doel dat u benoemt,
namelijk stalking. We weten allemaal dat stalking en dwingende controle
rode vlaggen zijn in de opmaat naar ergere zaken als geweld en
uiteindelijk femicide. Daarnaast kan stalken ook enorme psychische
schade aanrichten.
Dan het middel als zodanig. Ik ben bereid in gesprek te gaan met de
Autoriteit Persoonsgegevens om te kijken of er met de app als zodanig
juridisch wat mis is. Maar het is wel een teken van een middel dat op
zich niet illegaal is, maar dat wel wordt gebruikt voor illegale
praktijken. Bijvoorbeeld iTags of trackers zijn legale middelen, maar
als je ze inzet voor het stalken van een partner of ex-partner, dan
worden het strafbare feiten. Nou, wat dat betreft wil ik dus met de AP
naar de app kijken.
Ten tweede ben ik ook wel blij dat we hier het bewustzijn kunnen creëren
dat dit soort zaken bestaan en dat mensen daar alert op moeten zijn. Als
zij ontdekken dat ze hiermee gevolgd worden of dat dit op hun telefoon
staat, dan kunnen ze daar ook gewoon aangifte van doen en moeten zij
zich kunnen melden.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Fijn om te horen dat de minister hier ook met de AP over in gesprek wil
gaan. Dat is heel belangrijk. Ik vraag me dan alleen wel het volgende
af. We richten ons nu op de gebruikers van deze apps, maar de bron is
natuurlijk de app zelf. We zien dat we de bron zouden moeten aanpakken,
want het is eigenlijk gewoon spyware die op de telefoons van mensen
staat om daarmee andere mensen in de gaten te kunnen houden. Ik wil de
minister dus ook vragen of we de capaciteit hebben om deze gebruikers
uiteindelijk aan te pakken.
Minister Van Weel:
De vraag of deze app uiteindelijk al dan niet toegestane dingen doet, is
waarover we het gesprek moeten aangaan met de Autoriteit
Persoonsgegevens. In de kern is het installeren van een app op iemands
telefoon zonder toestemming al computervredebreuk. Zelfs als er geen
sprake is van stalking kun je daar aangifte van doen. Dan zal de politie
dat oppakken. In het kader van het coalitieakkoord en de intensivering
bij de politie kijken we juist heel scherp naar gedigitaliseerde
criminaliteit. Dat is een van de speerpunten waar we meer aan moeten
doen, want deze vorm van criminaliteit komt meer en meer voor.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Zouden we in aanvulling hierop dan ook kunnen kijken naar het verbieden
van deze apps, juist om cybercrime hiermee tegen te gaan?
Minister Van Weel:
Zoals ik in mijn vorige antwoord zei: ik weet niet in hoeverre de
Autoriteit Persoonsgegevens daar aanknopingspunten voor ziet; die moet
daar namelijk toezicht op houden. Daarover ga ik het gesprek aan met de
Autoriteit Persoonsgegevens.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ik wil graag verder met het volgende punt. Ik ben heel erg benieuwd naar
de uitkomst van dat gesprek, dus ik wil de minister vragen of hij de
Kamer kan informeren over het gesprek dat hij aangaat met de Autoriteit
Persoonsgegevens. Verder wil ik het ook nog hebben over Filomena. Zij
geven aan dat in de casussen die zij behandelen op het gebied van
geweldpleging achter de voordeur, dit soort spyware in de aanloop naar
femicide in meer dan de helft van de gevallen wordt gevonden. Dat is
heel erg verontrustend. Daarom wil ik de minister vragen of hij, naast
het gesprek met de AP, in kaart kan brengen welke spyware-apps er nog
meer in omloop zijn die gedownload kunnen worden, waarmee de kans op
misbruik heel erg groot is. Kan de minister ook een inschatting maken
van hoeveel Nederlanders dit soort apps op hun telefoon hebben? We weten
nu van die 2,4 miljoen gebruikers van mSpy. Hoe zit het met de rest?
Minister Van Weel:
Ik wil dit fenomeen graag betrekken bij de aanpak van femicide die we
hebben. In de volgende voortgangsrapportage zal ik expliciet aandacht
besteden aan spyware: wat is het beeld en wat kunnen we ertegen doen? Ik
wil nogmaals benadrukken dat het niet altijd mogelijk is om iets wat ook
een legale toepassing heeft te verbieden, maar daar is het gesprek met
de Autoriteit Persoonsgegevens voor bedoeld. Dan kunnen we kijken of er
in dit geval wel aanknopingspunten voor zijn.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Dan wil ik wel nog graag het volgende aangeven. Voorheen hadden we de
nudify-apps. Die zijn nu ook verboden. We hadden de website Motherless.
Daarvan hebben we de server uit de lucht kunnen halen. Ik denk dat het
heel belangrijk is dat we dat bij deze apps ook gaan doen. We kunnen
beter voorkomen dan genezen, vooral in het kader van femicide. Ik zou de
minister willen vragen om ook het overzicht van de andere spyware-apps
expliciet mee te nemen in het plan van aanpak dat hij met de Kamer gaat
delen.
Minister Van Weel:
Ja.
Mevrouw Kathmann (PRO):
Ik denk dat we helemaal niet tegenover elkaar staan vandaag als ik zeg
dat het echt onbestaanbaar is dat zo'n app zo lang en zo openlijk
illegaal misbruikt wordt en zo veel slachtoffers maakt. Ik vind dit echt
het bewijs dat we in Brussel en Den Haag te laks zijn met ingrijpen als
het gaat om technologie. Dit is meer een verzuchting dan een vraag, maar
ik vraag me dan af: hoeveel slachtoffers moeten er nog vallen? Ik vind
de vragen van mevrouw El Boujdaini heel terecht. Ik wil daar nog één
vraag aan toevoegen: zou de minister ook in gesprek kunnen gaan met de
telefoonaanbieders? Het is namelijk heel zorgelijk dat er niets
gesignaleerd kan worden. Als je wordt gefilmd, zie je het lampje niet.
Alle signalen die je zou moeten krijgen, krijg je niet. Kan de minister
dat ook meenemen in de brief die naar de Kamer komt?
Minister Van Weel:
Zoals ik zei, ben ik zelf gaan checken of ik die app ook had, omdat ik
het schokkend vond wat je daarmee allemaal kunt doen. Ik neem die vraag
dus zeker mee.
Mevrouw Armut (CDA):
Je zou maar een van deze personen zijn. Als je je telefoon in je hand
hebt, is er werkelijk geen moment meer waarop jouw gewelddadige partner
niet weet waar je bent en wat je doet. Zelfs als je dan de moed hebt
verzameld om hulp te zoeken bij de politie, weet je partner dat je dat
aan het doen bent. We zouden ervoor moeten zorgen dat slachtoffers weten
waar ze terechtkunnen als ze het vermoeden hebben dat dit gebeurt. Bij
deze aanbieders zouden toch alle alarmbellen moeten afgaan als ze de
vraag horen: hoe kan ik mijn partner gaan bespioneren? Dan moet je toch
ingrijpen als aanbieder? Mijn vraag aan de minister is dan ook of hij
van mening is dat aanbieders van dit soort apps de plicht zouden moeten
hebben om een melding te doen bij de aangewezen instanties als ze
overduidelijke tekenen hiervan krijgen.
Minister Van Weel:
Ja, maar zoals we ook zagen in het NRC-artikel, is de aanbieder hier
heel ambivalent. Formeel-juridisch wijst die wel op het feit dat dit
niet kan, maar in de gesprekken van de klantenservice zien we ook de
suggestie gewekt worden dat ze zelfs helpen bij deze praktijken. Dat
zijn de zaken waar ik echt even in wil duiken en op terug wil komen in
die brief.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ik wil toch nog even gebruikmaken van de aanvullende vragen. Dank u wel
voor uw eerdere beantwoording. Ik heb nog wel een vraag over de
slachtoffers die we al hebben. Er zijn dus al slachtoffers van de
stalkers door deze spywareapp. Daarnaast zijn er misschien ook mensen
die het vermoeden hebben dat ze deze spyware op hun telefoon hebben
staan, dus wil ik de minister graag vragen waar deze slachtoffers zich
kunnen melden voor hulp. Is er misschien al iets voor hen geregeld? Kan
dat nog ingeregeld worden?
Minister Van Weel:
Voor het ontdekken of die spyware op je telefoon staat, zou ik hetzelfde
willen adviseren als ik net heb gedaan, namelijk gewoon op internet
zoeken naar hoe je dit vindt op je Android of je iPhone. Dan krijg je
stappen waarin wordt uitgelegd hoe je kunt zien of je slachtoffer bent
geworden van deze spyware. Ik zou dat zeker aanraden voor diegenen die
vermoeden dat ze hier slachtoffer van zijn. Mensen die weten dat ze hier
slachtoffer van zijn geweest, zou ik echt aanraden om contact te zoeken
met ofwel de politie ofwel als eerste stap met Veilig Thuis. Sinds
vandaag is Veilig Thuis met chatfunctie ook 24/7 beschikbaar. Ik hoop
echt dat dat leidt tot veel meer bewustzijn en ook een lagere drempel
voor vrouwen om zich te melden met dit soort zaken, want dit is niet
oké.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Ik heb nog één aanvullende vraag. Goed om te horen dat de minister het
ook niet oké vindt. Ik hoop eigenlijk wel dat er nog iets meer gedaan
kan worden voor die slachtoffers in de toekomst als we die apps nog niet
kunnen verbieden. Mijn aanvullende vraag gaat over de intentie van deze
app, waarom die is gemaakt. We zien dus eigenlijk dat deze app van
origine Wit-Russisch is. Ik zie daarom dus ook wel veiligheidsrisico's
als die apps bijvoorbeeld terechtkomen op telefoons van ambtenaren of
politici.
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw El Boujdaini (D66):
Wordt hier ook over nagedacht?
Minister Van Weel:
We nemen het mee.
Mevrouw Coenradie (JA21):
Zoals we allemaal weten, komt binnenkort ook de Wet strafbaarstelling
psychisch geweld. Ik ben even benieuwd of de minister kan aangeven of
het gebruik van spyware aanleiding kan geven tot vervolging voor
psychisch geweld en dwingende controle als die nieuwe wet ingaat. Kan
dit daarin meegenomen worden?
Minister Van Weel:
Ja. Dit is vaak een hele concrete uiting van stalking, zeker op het
moment dat iemand die app stiekem heeft geïnstalleerd en vervolgens ook
die data heeft bekeken. Ik denk dat je dan al vrij snel een zaak rond
hebt. Met die Wet strafbaarstelling psychisch geweld veranderen we ook
dat stalking niet meer hoeft te worden voorzien van aangifte. Dus een
melding as such is genoeg voor het OM om tot vervolging over te gaan.
Dat kan ook de drempel weghalen voor vrouwen die uit angst, en terecht,
die aangifte niet zelf durven te doen.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Vragen Ceulemans
Vragen van het lid Ceulemans aan de minister van Asiel
en Migratie, viceminister-president over het bericht "IND:
ongeveer 70 mensen bestempeld als gevaar voor nationale
veiligheid".
De voorzitter:
Ik geef het woord aan de heer Ceulemans voor zijn vragen aan de minister
van Asiel en Migratie, die ik van harte welkom heet in de Tweede Kamer.
De heer Ceulemans stelt zijn vragen namens de fractie van JA21. Gaat uw
gang.
De heer Ceulemans (JA21):
Dank u wel, voorzitter. 70 personen zijn afgelopen tien jaar door de IND
aangemerkt als gevaar voor de nationale veiligheid, waaronder
terroristen en Syriëgangers. Dat bleek afgelopen week uit onderzoek van
Nieuwsuur. Eigenlijk weten we maar één ding echt zeker: we hebben voor
een groot deel geen idee waar ze zijn. Tikkende tijdbommen die een enorm
potentieel gevaar vormen voor onze bevolking zijn van de radar
verdwenen. Het beschermen van onze nationale veiligheid is een absolute
kerntaak van de overheid, maar nadat eerder al bekend werd dat er geen
zicht meer is op illegaal in Nederland verblijvende jihadisten, erkent
het ministerie van Justitie en Veiligheid nu ook dat er geen cijfers
beschikbaar zijn over personen die een gevaar voor de nationale
veiligheid vormen en die inmiddels op vrije voeten zijn. Dat is gewoon
compleet onaanvaardbaar en aan werkelijk niemand uit te leggen. Er
worden allerlei obstakels genoemd, bijvoorbeeld rondom het inreisverbod:
IND-beoordelingen kunnen complex en tijdrovend zijn, herkomstlanden
werken tegen, rechterlijke uitspraken belemmeren vast- en uitzettingen,
waarbij uiteraard ook weer het EVRM wordt aangegrepen om te voorkomen
dat terroristen gedenaturaliseerd kunnen worden, en ga zo maar
door.
Voorzitter. Dit is niet een of andere stoffige procedure. Het gaat erom
dat onze inwoners 's ochtends veilig in de trein kunnen stappen of met
hun gezin een evenement kunnen bezoeken. Ik wil daarom geen "kan niet"-
of "mag niet"-verhaal van deze minister horen. Wat ik wel van hem wil
horen, is het volgende: wat weet de minister over het aantal personen
uit deze groep dat op vrije voeten is? Welke wettelijke belemmeringen
ervaart de minister om personen vast te zetten, indien het uitzetten
niet lukt? Wat doet hij om deze belemmeringen zo snel mogelijk weg te
nemen? Wat doet hij om de mensen die nu vrij rondlopen op te sporen? Wat
doet hij om te voorkomen dat zij op Nederlands grondgebied vrijkomen?
Wat doet hij om hen uit te zetten? Welke druk zet hij op herkomstlanden
die terugkeer tegenwerken?
De voorzitter:
Het woord is aan de minister van Asiel en Migratie.
Minister Van den Brink:
Dank u wel, voorzitter. Dank ook voor deze vragen. Het is terecht dat de
heer Ceulemans op het belang van de nationale veiligheid wijst. Precies
dat belang is hier aan de orde, want het nieuwsbericht gaat over
inreisverboden die voor twintig jaar zijn opgelegd. Die berichten gaan
natuurlijk vaak over terrorismeveroordeelden, terwijl de cijfers breder
zijn. Wanneer een terrorismeveroordeelde zonder rechtmatig verblijf uit
detentie komt, wordt er allereerst intensief ingezet op vertrek. Er
wordt zo veel mogelijk aan vertrek gewerkt op het moment ze nog in
detentie zitten. Wanneer vertrek niet onmiddellijk lukt, zijn er
verschillende toezichtmaatregelen die kunnen worden toegepast. U heeft
daar de afgelopen jaren ook veel debatten over gevoerd met de minister
van Justitie, onder andere over de Wet langdurig toezicht, de Tijdelijke
wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding en het
vreemdelingenrechtelijke aspect, waar u ook vragen over heeft
gesteld.
In het coalitieakkoord is aangekondigd dat er voor een specifieke
doelgroep die een dreiging voor de nationale veiligheid vormt, wordt
gewerkt aan het versterken van het toezicht, waaronder mogelijkheden om
een gebiedsgebod op te leggen met elektronische monitoring. U haalt hier
dus een reëel vraagstuk aan. Dit kabinet onderkent dat, net als vorige
kabinetten. Er wordt dus door de verschillende diensten met man en macht
gewerkt om de hoogrisicopersonen in beeld te krijgen. Dat is dan ook
mijn antwoord op uw vraag over het aantal personen.
Alle betrokken diensten, onder coördinatie van de NCTV, werken samen om
het vertrek te realiseren van terrorismeveroordeelden met een
hoogrisicoprofiel die weer vrij zijn gekomen en om de risico's te
mitigeren. Het is een extra uitdaging dat er hierbij natuurlijk vaak
sprake van is dat het Nederlanderschap is ingenomen. Vastzetten kan dus
alleen op het moment dat we zicht hebben op terugkeer. We werken er aan
alle kanten aan om die medewerking te krijgen. Dit is een van de
onderwerpen waar de minister van Justitie, de minister van Buitenlandse
Zaken en ik zeer veel en intensief overleg over hebben, zodat we in
diplomatieke zin met andere landen tot afspraken komen. We hebben andere
landen nodig voor medewerking om deze mensen uiteindelijk te laten
terugkeren, omdat ze niet meer in Nederland mogen blijven. Zij hebben
het recht op het Nederlanderschap verspeeld door zich tegen de
Nederlandse samenleving te keren en een terrorismedaad te plegen. We
zetten dus alles op alles om terugkeer te realiseren.
De heer Ceulemans (JA21):
Ik krijg, met alle respect, een vrij algemeen antwoord, dat in bijna
geen enkel geval een antwoord is op de vraag die ik heb gesteld. Laat ik
om te beginnen een hele heldere vraag aan de minister stellen, namelijk
mijn allereerste vraag: klopt het dat u op dit moment niet weet hoeveel
van de 70 mensen die de afgelopen tien jaar tot gevaar voor de nationale
veiligheid zijn bestempeld op dit moment op vrije voeten zijn?
Minister Van den Brink:
Van degenen die op vrije voeten zijn, weten wij wie van hen tot de groep
van terrorismeveroordeelden met een hoogrisicoprofiel behoren. Wij
werken volop samen met de diensten om daar zicht op te hebben,
mitigerende maatregelen te nemen en te werken aan vertrek. Daarnaast is
er een categorie met een laagrisicoprofiel. Zij kunnen zich op allerlei
plekken binnen en buiten Nederland begeven.
De heer Ceulemans (JA21):
"Mensen die zich op allerlei plekken binnen en buiten Nederland kunnen
begeven." Je wordt in Nederland niet zomaar bestempeld tot gevaar voor
de nationale veiligheid. Ik vraag het nog één keer heel duidelijk aan de
minister. Ik denk namelijk dat het aan niemand die op dit moment thuis
zit uit te leggen is dat we in tien jaar tijd 70 mensen hebben
bestempeld tot gevaar voor de nationale veiligheid, maar dat zelfs van
die beperkte groep niet gezegd kan worden hoeveel mensen daarvan op dit
moment vrij rondlopen.
Minister Van den Brink:
Zoals gezegd, zoals ook al eerder in debatten gewisseld en zoals ook al
door het vorige kabinet uiteengezet: bij mensen die het Nederlanderschap
verliezen en weer vrijkomen, vormt het een complexe opgave om daar met
alle diensten aan te werken om daar zicht op te houden én te werken aan
terugkeer. Daar wordt met man en macht aan gewerkt. We hebben daar ook
veel overleg over met het lokale gezag, zoals de burgemeester. In zo'n
gemeente nemen wij ook deel aan lokale casusoverleggen. Op allerlei
manieren wordt er dus gewerkt om hier zicht op te houden. We hebben in
het coalitieakkoord ook afgesproken om naar Brits voorbeeld nieuwe
maatregelen te treffen via elektronische monitoring en gebiedsgeboden,
zodat ze op die manier in beeld blijven.
De heer Ceulemans (JA21):
De minister noemt een aantal maatregelen, maar ik trek de conclusie dat
er inderdaad op dit moment onvoldoende zicht is op mensen, een hele
beperkte groep, die een groot gevaar voor Nederland vormen. Dat vind ik
stuitend.
Ik heb nog een vraag over de NCTV. Die waarschuwt dat er de komende
jaren flink wat hoogrisicogevallen bij komen. Ik citeer de reactie van
de NCTV uit het artikel van Nieuwsuur: "Nieuwe vrijlatingen van
dergelijke veroordeelden kunnen de terroristische dreiging in de komende
jaren verhogen. Deze groep heeft veelal geen vaste woon- of
verblijfplaats, waardoor het voor de autoriteiten moeilijker is om zicht
op hen te houden." Daarom een hele simpele vraag aan de minister: deelt
hij de conclusie dat op het moment dat vrijlatingen de terroristische
dreiging in Nederland verhogen, die vrijlatingen dan simpelweg niet
mogen plaatsvinden? Wat gaat hij doen om dat te voorkomen? Het lijkt mij
namelijk dat de veiligheid van onze bevolking belangrijker is dan het
braafste jongetje van de klas willen zijn.
Minister Van den Brink:
Het werkt in Nederland natuurlijk zo dat op het moment dat iemand voor
een terrorismedelict wordt opgepakt, hij naar de rechter wordt gebracht.
De rechter kan dan besluiten om een terrorismeveroordeling op te leggen.
Bij die terrorismeveroordeling kan er vanuit de Wet langdurig toezicht
een maatregel opgelegd worden zodra hij vrijkomt, zodat er toezicht op
blijft bestaan. Op het moment dat hij onherroepelijk is veroordeeld, kan
het Nederlanderschap worden ingenomen. Vanaf dat moment wordt gewerkt
aan terugkeer, aan het terugkeerbesluit, en leggen wij een inreisverbod
op. Op allerlei mogelijke manieren maken wij dus duidelijk: deze persoon
hoort niet binnen Nederland. Tegelijkertijd werken alle diensten samen
om daar zicht op te houden en te werken aan terugkeer.
De heer Ceulemans (JA21):
"Werken aan terugkeer"? De NCTV zegt: er gaan vrijlatingen plaatsvinden
en als die plaatsvinden, dan leiden die tot een groter risico op
terroristische activiteiten in Nederland. Als er belemmeringen zijn,
welke belemmeringen moeten dan worden weggenomen? En nogmaals, kan de
minister garanderen dat deze vrijlatingen dan gewoon niet
plaatsvinden?
Minister Van den Brink:
Laat ik zeggen: die vrijlatingen zijn gewoon vanuit het recht. Iemand is
veroordeeld voor de duur dat hij is veroordeeld, door de rechter
bepaald. Daaraan kan de Wet langdurig toezicht toegevoegd worden, om
toezicht te houden op het moment dat diegene weer vrijkomt. Maar het is
zeker waar dat dit kabinet bereid is om alle maatregelen te treffen die
hiervoor noodzakelijk zijn. Dat is ook de reden waarom er onlangs een
bezoek is afgelegd aan Groot-Brittannië: om de maatregelen die ze daar
opleggen aan terrorismeveroordeelden die weer vrijkomen, ook in
Nederland toe te passen. Dat staat in het coalitieakkoord en daar zal
dit kabinet volle bak op inzetten, omdat ons allen de veiligheid in dit
land zeer aan het hart gaat.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Ceulemans (JA21):
Afrondend een korte vraag over de weigerende herkomstlanden. De minister
zei: we hebben de medewerking van herkomstlanden nodig, maar die
medewerking is er vaak niet. Wanneer gaat de minister over tot het
treffen van stevige maatregelen tegenover weigerachtige herkomstlanden,
waaronder het niet verlenen van visa, het intrekken van landingsrechten,
het stopzetten van ontwikkelingshulp en het dichtdraaien van de
financiële kraan?
Minister Van den Brink:
De door de heer Ceulemans genoemde maatregelen zijn allemaal
mogelijkheden om een doel te bereiken. Uiteindelijk gaat het erom het
doel te bereiken. Wij blijven dus inzetten op het gesprek met die
landen. We overwegen dit soort maatregelen indien dat proportioneel is
om het doel te bereiken, namelijk terugkeer van deze mensen.
Mevrouw Vondeling (PVV):
Het is echt volslagen krankzinnig dat deze minister van tientallen
gevaarlijke terroristen, die een gevaar vormen voor de Nederlandse
samenleving, niet weet waar ze zich bevinden en of ze hier in onze
straten en onze wijken lopen. De minister heeft daar geen weet van. Hoe
kan de minister de veiligheid van de Nederlanders garanderen als hij
niet weet of ze nog in Nederland zijn?
Minister Van den Brink:
Zoals gezegd wordt er rondom de terrorismeveroordeelden met een
hoogrisicoprofiel die op een gegeven moment weer vrijkomen op hele
intensieve wijze samengewerkt tussen de diensten en de lokale gezagen,
ook al hebben zij geen Nederlanderschap meer door het verlies van hun
paspoort en hebben ze een uitzetbesluit opgelegd gekregen, om daar toch
zicht op te houden. Dat vergt veel van de diensten. Dat is ook de reden
dat we die samenwerking met de lokale gezagen zeer waarderen.
Tegelijkertijd zien we dat er meer nodig is. Daarom treffen we
voorbereidingen voor elektronische monitoring en gebiedsgeboden.
Mevrouw Vondeling (PVV):
De minister geeft nu een antwoord dat tegenstrijdig is met wat hij net
zei, want net gaf hij aan dat er van een aantal niet bekend is waar ze
zijn. Zij worden dus kennelijk niet gevolgd. Daarnaast denk ik dat een
enkelband iemand met een bomgordel er niet van weerhoudt een aanslag te
plegen. Waarom zorgt de minister er dus niet gewoon voor dat hij, als
hij ze niet uit kan zetten, ze in ieder geval vastzet door middel van
administratieve detentie? Daar pleit de PVV al heel lang voor. Op die
manier kunnen we onze straten veilig houden. Is het kabinet daartoe
bereid?
Minister Van den Brink:
Deze maatregel is op dit moment niet voorhanden. Er zijn eerder ook
debatten over gevoerd in hoeverre dat binnen ons stelsel toepasbaar en
rechtsstatelijk is. Waar wij mogelijkheden voor vreemdelingendetentie
zien, omdat terugkeer mogelijk is, zetten wij mensen vast. Daarnaast
gebruiken we alle mogelijke toezichtsmaatregelen om deze mensen te
volgen en in beeld te houden. Ook leggen we ze allerlei verplichtingen
op om zich te melden. Op die manier houden we zo goed als mogelijk zicht
op deze mensen.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Er lopen terroristen vrij in dit land rond. Er wordt gesproken over
enkelbanden en misschien een postcodeverbod. Ik mis de urgentie bij dit
kabinet. Ik heb de afgelopen jaren heel vaak reparatiewetgeving of
spoedwetten naar de Kamer zien komen als het urgent en belangrijk was.
En nu, na vijf jaar — dit dossier speelt al jaren — geeft de minister
aan dat het kabinet nog steeds bezig is met maatregelen nemen en
treffen.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of de minister voor de begroting van JenV een lijst kan
sturen met wat er mogelijk is qua spoedwetgeving, zodat we als Kamer
kunnen aangeven waar we de prioriteiten leggen, want kennelijk ligt de
prioriteit van het kabinet niet op dit dossier.
Minister Van den Brink:
Volgens mij zijn er door verschillende kabinetten in de afgelopen
periode maatregelen getroffen die onder andere zien op het in beeld
houden. Daarom ligt er ook een verlenging van de Wet intrekking
Nederlanderschap voor. Ik hoop dat u daar binnenkort snel over komt te
spreken. Dat is namelijk een van de maatregelen die getroffen kunnen
worden om mensen met een dubbel paspoort hun paspoort af te nemen, nadat
ze een terrorismeveroordeling hebben gehad. Daarmee stellen we heel
duidelijk de norm: als je je keert tegen de Nederlandse samenleving,
raak je je paspoort kwijt. Ik zal met de minister van Justitie in
overleg treden of dit beeld geleverd kan worden voor de begroting van
Justitie.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Hier word ik niet vrolijk van. Ik heb het net over maatregelen om ervoor
te zorgen dat terroristen het land uit gaan. De minister zegt: er komt
een wet aan waardoor we paspoorten af kunnen pakken. Het probleem is
juist dat ze in dit land blijven. Het antwoord van de minister is dus
niet een oplossing voor het probleem dat ik schets, namelijk dat er
terroristen in dit land zijn en we behalve een enkelband, een
postcodeverbod en het afpakken van een paspoort geen maatregelen
treffen.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Ceder (ChristenUnie):
Mijn vraag is of ik naast het doorgeleiden een toezegging kan krijgen
dat er een brief komt met concrete maatregelen, daar waar nodig met
spoedwetgeving, om ervoor te zorgen dat dit urgentie krijgt van het
kabinet en dat mensen het land verlaten, want dat is het doel.
Minister Van den Brink:
Volgens mij is daar onlangs, voor de zomer, nog met de minister van
Justitie over gesproken. Hij heeft juist alle maatregelen toegelicht die
hierop zien, om deze mensen zo snel mogelijk uit Nederland te
verwijderen. Dat is de inzet van het kabinet, dus als dat nog een keer
aan uw Kamer moet worden toegezonden, zullen we dat zeker doen. Dit is
namelijk een urgent vraagstuk, waar we met heel veel diensten en
organisaties dagdagelijks enorm veel inzet op plegen om hier een goed
beeld van te houden en te werken aan terugkeer van deze mensen, want dat
is uiteindelijk de oplossing. De heer Ceder is zeer goed bekend met het
asielvraagstuk en dus ook met alle issues die spelen op het vlak van
terugkeer. Die issues dienen zich hier ook aan. Daarvoor zijn wij op
heel veel plekken diplomatiek actief vanuit mijn ministerie, het
ministerie van JenV en de minister van Buitenlandse Zaken. Dit is op
alle plekken waar wij in het buitenland komen onderwerp van gesprek.
De heer Struijs (50PLUS):
In het kader van de "operatie ontmaskering" wil ik de minister wat
voorleggen. De NCTV, de diensten, de AID en de politie zeggen: we hebben
het nu over veroordeelde terroristen, maar we hebben meer dan honderden,
mogelijk duizenden mensen rondlopen van wie we de ID niet kennen en niet
kunnen uitsluiten dat ze in het verleden bij terrorisme betrokken waren.
Zij zouden daar een veel intensievere scan op willen hebben.
De voorzitter:
Uw vraag.
De heer Struijs (50PLUS):
Daar zijn mogelijkheden voor. Is de minister bereid om die
ontmaskeringsscan, zoals ik het maar even zal noemen, te intensiveren
zodat we nog meer boven water halen? Er lopen er meer rond.
Minister Van den Brink:
Ik denk dat ik dit zal meenemen in mijn gesprek met de minister van
Justitie voor de brief waar de heer Ceder net om vroeg. Ik weet dat er
wordt gewerkt aan risicoprofielen en aan het scherper zicht daarop
krijgen. Op die manier proberen we goed in beeld te krijgen wat voor
profielen er zijn en welke maatregelen daarvoor moeten worden ingericht.
Wij nemen dit mee in de toegezegde brief.
De heer Struijs (50PLUS):
Ja, dat wilde ik horen. Dank.
Mevrouw Straatman (CDA):
De minister zegt net terecht dat iemand die in Nederland een
terroristische daad pleegt of wil plegen, zijn recht op het
Nederlanderschap heeft verspeeld en zo snel mogelijk weg moet. Als hij
in detentie zit, gaat hij daarna het liefst direct vanuit detentie naar
de vreemdelingendetentie. Ik denk dat het een frustratie van ons allen
is dat we in een soort juridisch moeras terecht zijn gekomen. Juist de
mensen die heel snel weg moeten, voldoen niet aan allerlei juridische
criteria en lopen vervolgens vrij rond. Bij de vreemdelingendetentie is
het criterium altijd "zicht op terugkeer".
De voorzitter:
Uw vraag.
Mevrouw Straatman (CDA):
Ziet de minister met de nieuwe Terugkeerverordening die op komst is,
ruimte om dat begrip zo op te rekken dat mensen daadwerkelijk vanuit de
gevangenis direct in vreemdelingendetentie kunnen worden geplaatst?
Minister Van den Brink:
Dat is een van de redenen waarom we bij de Terugkeerverordening hebben
gepleit voor een veel ruimere toepassing om een grotere ruimte toe te
kennen aan het openbare-ordecriterium en voor een langere duur. Wij
weten dat dit in de Terugkeerverordening zit, die ergens deze maand of
begin oktober van kracht wordt. Alle mogelijkheden die zich daarbinnen
aandienen, zullen worden aangegrepen. Die kunnen mogelijk ook in deze
casuïstiek mogelijkheden bieden om mensen sneller weer in
vreemdelingenbewaring te plaatsen.
De heer Vermeer (BBB):
Er waren twee mensen betrokken bij de aanslag op het Turkse consulaat.
Later werd door de rechter geoordeeld dat er onvoldoende aanleiding was
om te denken dat die een ernstige bedreiging zouden vormen voor de
fundamentele belangen van de samenleving. Ik vraag de minister hoever
iemand moet gaan voordat hij volgens de regering een ernstige bedreiging
is voor de belangen van onze samenleving. Biedt het nieuwe wetsvoorstel
dat er komt echt een oplossing hiervoor of moeten we het wat de minister
betreft nog verder aanscherpen aan de hand van alles wat er nu over
verschijnt?
Minister Van den Brink:
Ik denk dat we een heel palet aan maatregelen hebben die we kunnen
inzetten. Dat gaat om het intrekken van het Nederlanderschap. Dat moeten
we permanent maken. Wij kunnen het uitzetbesluit inzetten. Er is het
inreisverbod, zodat mensen nooit meer terugkeren zodra ze definitief
vertrokken zijn. Dat kan op basis van de nationale veiligheid als
criterium. Die maatregelen moeten we gewoon toepassen en inzetten, en
dan ook werken aan de terugkeer. In deze specifieke casus kan ik niet
helemaal overzien wat de afweging is geweest. Het was ook een uitspraak
van de rechter, dus ik moet dan sowieso wat terughoudend zijn. Maar wij
willen de maatregelen graag uitbreiden om meer zicht te houden op deze
mensen zodra ze vrij komen. Daar is alles op gericht.
De heer Vermeer (BBB):
Er was ook nog een lagere rechter die zei dat het afnemen van een
paspoort en een nationaliteit discriminerend zou zijn. Dat is nog maar
te betwisten op het moment dat iemand twee nationaliteiten heeft. Gaat
de regering ook die lijn in hoger beroep vasthouden, dus dat dit niet
discriminerend is?
Minister Van den Brink:
Ja. Daarbij geldt dat deze Kamer in de wet heeft verankerd dat bij een
onherroepelijke terrorismeveroordeling het Nederlanderschap kan worden
ingetrokken bij een dubbele nationaliteit. De wetgever heeft dat
bepaald. In die zaak zullen wij het hoger beroep dus ook langs die lijn
voeren. In het verleden heeft dat ook geleid tot bevestiging van de lijn
van de wetgeving die door beide Kamers is aangenomen.
De heer Ellian (VVD):
De nationale veiligheid, de veiligheid van Nederlanders, delft dus het
onderspit, want terroristen krijgen we het land niet uit. Ik vraag me
ook af of de minister goed weet wie Nederland binnenkomt. Informatie van
de diensten komt te laat binnen bij de IND en we zien een
terreurverheerlijker gewoon als student hier binnenkomen. Ik heb een
simpele vraag. Voelt de minister zich nu echt verantwoordelijk voor
enerzijds het uitzetten van terroristen en anderzijds het ervoor zorgen
dat er geen terroristen Nederland binnenkomen? Ik mis ook een beetje de
urgentie waar andere Kamerleden om vragen.
Minister Van den Brink:
Volgens mij is dit kabinet, met de minister van Justitie naast mij, hier
juist volle bak mee bezig omdat wij ons niet neergelegd hebben bij de
status quo. We hebben nieuwe maatregelen in het vooruitzicht gesteld: we
willen het intrekken van het Nederlanderschap permanent maken en we
willen de Tijdelijke wet bestuurlijke maatregelen terrorismebestrijding
permanent maken. Dat doen we omdat wij ons niet willen neerleggen bij
het gegeven dat mensen misbruik maken van onze Nederlandse samenleving
door zich daartegen te keren. En als ze hiernaartoe komen, willen we
alle signalen oppikken die gebruikt kunnen worden om het beeld van die
mensen op te bouwen en ze buiten te houden.
Mevrouw Lammers (Groep Markuszower):
We weten allemaal dat de screening bij de IND enorm achterloopt. In
sommige gevallen wordt die ook niet goed uitgevoerd. Zo zagen we ook
afgelopen weekend: een student van de Universiteit Maastricht prees
Hamas aan en claimde zelf ook Hamasstrijder te zijn. Vandaag gaat het
over 70 gevallen, maar er zijn in Nederland natuurlijk veel meer
gevallen. Mijn vraag aan de minister is eigenlijk: hoe kan het dat al
deze terroristen of potentiële terroristen er niet worden
uitgefilterd?
Minister Van den Brink:
Kijk, wat wij doen bij mensen die gewoon naar Nederland toe komen via
een mvv — dat is een vergunning om Nederland te mogen inreizen — is het
volgende. Dan worden alle openbare registers, zowel nationaal als
internationaal, geraadpleegd. Dat zijn dus onze bronnen om vast te
kunnen stellen of iemand strafrechtelijke daden in het buitenland
gepleegd heeft en welke strafrechtelijke daden dat dan waren. Dat is een
reden om iemand af te wijzen. Daarnaast vervolgen wij in Nederland
iedere terrorismeverdachte, leggen we hem de intrekking van het
Nederlanderschap op en werken we daarna aan terugkeer.
De voorzitter:
Ik dank de minister voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Daarmee zijn we aan het einde gekomen van dit mondelinge vragenuur. Ik
schors tot 15.00 uur, en dan zal de Kamer verdergaan met de herdenking
naar aanleiding van het overlijden van de heer Brinkman. De vergadering
is geschorst.
De vergadering wordt van 14.50 uur tot 15.01 uur geschorst.