Herdenking naar aanleiding van het overlijden van L.C. Brinkman (oud-fractievoorzitter CDA) (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D47302, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-09-30 09:19, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-09-29 15:00: Herdenking naar aanleiding van het overlijden van L.C. Brinkman (oud-fractievoorzitter CDA) (Herdenking), TK
Preview document (🔗 origineel)
Herdenking van de heer Brinkman
Herdenking van de heer Brinkman
Aan de orde is de herdenking van de heer L.C. Brinkman
(oud-fractievoorzitter CDA).
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is de herdenking van Elco
Brinkman. Ik heet de aanwezige familie, onder meer in de
Voorzittersloge, van harte welkom. Ik verzoek u allen om, voor zover dat
mogelijk is, te gaan staan.
In zijn memoires Bouwen en bewaren schreef Elco Brinkman het volgende.
"Wie niet tegen lijden in Den Haag kan, moet maar in Leiden op een
terrasje blijven zitten." Ook zonder al te gedetailleerd in te gaan op
de aanloop naar de verkiezingen van 1994 en Brinkmans vertrek uit de
Tweede Kamer een klein jaar later, kunnen we stellen dat hij de harde
kant van Den Haag heeft leren kennen. Toch zal hij maar weinig op een
terras in Leiden hebben gezeten, niet alleen omdat zijn vrouw Janneke
ooit vertelde dat hij zelfs in de heftigste tijd van zijn politieke
loopbaan opgewekt en vrolijk bleef, maar ook omdat hij er simpelweg geen
tijd voor moet hebben gehad.
Doorgaans is het bij een herdenking verleidelijk om iemands loopbaan van
begin tot eind langs te lopen, maar bij Elco Brinkman zou dat lastig
worden. "Afwachten en stilzitten kan ik nu eenmaal niet", zei hij eens,
en dat blijkt ook wel uit zijn enorme staat van dienst. Die is nauw
vervlochten met de publieke zaak en doordrenkt van passie voor het
politieke metier. Als ik bij al zijn posities en betrekkingen stil zou
staan, dan zouden we de stemmingen van vandaag tot morgen moeten
uitstellen. Daarom wil ik het vooral hebben over zijn verhouding tot
deze Kamer. Die valt zonder meer in de categorie "zonder wrijving geen
glans".
Elco Brinkman betrad het politieke toneel toen hij in 1982 op 34-jarige
leeftijd zijn opwachting maakte als minister van Welzijn,
Volksgezondheid en Cultuur. Al kort na zijn aantreden werd hij door Joop
den Uyl aangesproken op opmerkingen die hij over de Tweede Kamer had
gemaakt. In een interview had hij zich kritisch uitgelaten over het
functioneren van de volksvertegenwoordiging. Kamerleden zouden zich
volgens Brinkman soms wel erg nadrukkelijk met het bestuur bemoeien, en
voor besluiten van ministers mocht er wat hem betreft best wel wat meer
respect bestaan.
De jonge minister bood zijn excuses aan, en werd jaren later zelf nota
bene een kritisch Tweede Kamerlid en fractievoorzitter namens het CDA.
In die hoedanigheid deed hij misschien wel een van zijn bekendste
uitspraken: "Het speelkwartier is voorbij", waarmee hij zijn onvrede
over het derde kabinet-Lubbers kracht bijzette. Een uitspraak die
karakterologisch niet uit de toon viel, maar uiteindelijk wel een opmaat
bleek voor de ferme wending die zijn partijpolitieke carrière zou
nemen.
Toen hij zestien jaar na zijn vertrek uit Den Haag terugkeerde als
fractievoorzitter namens het CDA in de Eerste Kamer, had hij het
openbaar bestuur en maatschappelijk middenveld van bijna alle kanten
gezien. Zijn gave en bereidheid om het politieke bedrijf een spiegel
voor te houden, was hij in al die jaren overigens niet verloren. In zijn
maidenspeech riep hij niet alleen het kabinet, maar ook de
volksvertegenwoordiging en daarmee ook zichzelf op om kritisch naar het
eigen optreden te kijken, een oproep die later volgens Eerste
Kamervoorzitter Broekers-Knol een terugkerend thema zou worden in zijn
bijdragen. De jonge minister van weleer was een ervaren parlementariër
geworden.
Elco Brinkman overleed op 31 augustus 2026. Namens de Tweede Kamer wens
ik zijn familie en allen die hem dierbaar waren, heel veel sterkte toe
met dit verlies.
Ik geef het woord aan de vice-premier.
Minister Van den Brink:
Meneer de voorzitter, beste familie. Ik leerde Elco Brinkman pas echt
kennen tijdens de Catshuisonderhandelingen in 2011. Iedere ochtend
voerde het CDA overleg op de kamer van de minister van Economische
Zaken. Aan de hoek van de tafel zat Elco Brinkman, net terug in de
politieke arena als voorzitter van een senaatsfractie. Aan de andere
kant van die tafel zat ik; ik mocht aantekeningen maken. Elco had toen
al veruit de meeste senioriteit, maar hij zat daar niet om de jongere
generatie uit te leggen hoe de wereld in elkaar zat. Nee, hij luisterde
en hij was er, en als hij kon helpen, hielp hij. Ik zal nog veel goede
eigenschappen noemen, maar dit is wat mij vooral is bijgebleven: zijn
onnadrukkelijke aanwezigheid en zijn loyaliteit.
Ruim 30 jaar geleden was Elco Brinkman in deze Kamer fractievoorzitter
van het CDA. Dat is ook de reden waarom wij hem hier vandaag herdenken.
Maar zijn allergrootste verdienste voor Nederland heeft hij eigenlijk
gehad in de periode daarna. U refereerde al aan het duizelingwekkende
aantal functies en nevenfuncties die Elco Brinkman bekleed heeft. Maar
waarom werd er toch zo vaak een beroep op hem gedaan? Elco Brinkman had
allereerst een heel klein ego en een heel groot netwerk; die combinatie
is even zeldzaam als nuttig. Hij maakte zich altijd klein, onderdeel van
een groter geheel. Op die manier bleek hij twintig jaar geleden bijna
ongemerkt de meest invloedrijke Nederlander te zijn geworden.
Hij belichaamde meer zeldzame combinaties en eigenschappen. Hij was
breed geïnteresseerd en uitstekend onderlegd, maar dan weer geen
betweter. Hij was zeer scherp, maar geen ruziemaker. Hij was rechtlijnig
en helder, maar immer bereid tot het compromis wanneer dat een goede
reden had. Daarbij kwam dat hij betrouwbaar was; afspraak was afspraak.
Volgens sommigen speelde zijn achtergrond daarin mee. Hij was groot
geworden in de calvinistische traditie en kwam voort uit de
Anti-Revolutionaire Partij, de bloedgroep binnen het CDA. Plichtsbesef
en betrouwbaarheid stonden in die traditie zeer hoog in het vaandel,
maar voor Elco Brinkman speelden bloedgroepen nooit enige rol. Hij trad
eenieder eenvoudigweg als mens tegemoet. Daarin was hij juist de
belichaming van het moderne CDA. Hoe dan ook, zijn betrouwbaarheid
opende deuren. Volgens mij is dat een van de verklaringen waarom Elco
voor zo veel organisaties actief is geweest.
U noemde al een heel aantal functies. Toch was hij geen rusteloze
jobhopper. Het voorzitterschap van Bouwend Nederland bekleedde hij
achttien jaar lang, dat van het Rode Kruis vijftien jaar en dat van
VNO-NCW achttien jaar. Ook in de pensioensector, de culturele sector en
de boeken- en bibliotheekwereld was hij tientallen jaren actief. En
natuurlijk was hij actief bij het CDA. Bij elkaar was hij ruim twee
decennia actief als bestuurder en volksvertegenwoordiger voor het
CDA.
De meest bevredigende functie was misschien wel het voorzitterschap van
de senaatsfractie. Het CDA had hem nodig, dus keerde hij terug naar het
Binnenhof. Het werken in de Eerste Kamer sloot aan bij zijn
beschouwelijke natuur en zijn enorme verantwoordelijkheidsgevoel, zijn
betrokkenheid bij de publieke zaak en zijn constructieve inslag en
oplossingsgerichtheid. Of hij daar in de oppositie zat of in de
coalitie: in beide gevallen zocht hij compromissen waar het land mee
verder kon. "Want", zei hij, "het land moet wel bestuurd worden." Voor
hem was de Eerste Kamer de chambre de réflexion. Daar was het geen
politiek scherpslijpen, maar werk je samen aan oplossingen.
Politiek kan mensen littekens bezorgen. Dat is met Elco Brinkman ook
gebeurd. 1994 werd het jaar waarin hij politiek leider werd van het CDA.
Het jaar daarna nam hij afscheid van de politiek. Door toenmalig
politiek leider Ruud Lubbers is hij niet goed behandeld. Dat liet zijn
sporen na. Maar Elco Brinkman had een bijzondere veerkracht. Toen hij in
2011 terugkeerde op het Binnenhof, droeg hij dat politieke litteken niet
meer zichtbaar met zich mee. Ik heb hem weleens gevraagd hoe hij
terugkeek op die tijd in '94. Hij antwoordde met een relativering en een
twinkeling in de ogen, die velen van hem kennen. Het definieerde hem ook
niet. Hij was namelijk zoveel meer. Dan doel ik niet op de functies of
de ambten, maar op iets veel belangrijkers: zijn thuis was zijn
alles.
Hij vertelde altijd enorm trots over zijn vrouw Janneke, bijvoorbeeld
over welke containerladingen er nu weer onderweg waren met Jannekes
kunstzinnige creaties. Ook vertelde hij honderduit over zijn kinderen en
kleinkinderen. In deze zaal gaat het vrijwel altijd over de politiek,
maar over Elco Brinkman moeten we zeggen: allereerst was hij man, vader,
broer en opa. Ik wens Janneke, de kinderen, de kleinkinderen en de
verdere familie dan ook heel veel sterkte en troost toe bij het
verwerken van dit verlies.
Dank u wel.
De voorzitter:
Mag ik alle aanwezigen verzoeken om een moment van stilte in acht te
nemen?
(De aanwezigen nemen enkele ogenblikken stilte in acht.)
De voorzitter:
Dank u wel. Er is gelegenheid om de familie te condoleren in het
Ledenrestaurant.
Ik schors de vergadering voor een enkel ogenblik.
De vergadering wordt enkele ogenblikken geschorst.