Debat over het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (ongecorrigeerd)
Stenogram
Nummer: 2026D47303, datum: 2026-09-29, bijgewerkt: 2026-09-30 09:20, versie: 1
Directe link naar document (.docx), link naar officiele pagina op de Tweede Kamer site.
Onderdeel van activiteiten:- 2026-09-29 18:30: Debat over het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol (Plenair debat (debat)), TK
Preview document (đź”— origineel)
Luchthavenverkeerbesluit Schiphol
Luchthavenverkeerbesluit Schiphol
Aan de orde is het debat over het
Luchthavenverkeerbesluit Schiphol.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over het
Luchthavenverkeerbesluit. Ik heet de leden van de Kamer van harte
welkom. Ik heet de minister, die mogelijk gaat plaatsnemen in vak K, ook
van harte welkom. We gaan vanavond als eerste luisteren naar mevrouw
Kröger, die spreekt namens de fractie van PRO. Gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. Er zijn weinig dossiers waar ik in de afgelopen negen jaar
als Kamerlid mee te maken heb gehad met zo veel machteloze woede bij
burgers als Schiphol. De vergelijking met de Groningse
aardbevingsellende is snel gemaakt, want mensen voelen zich totaal
gepiepeld, geparkeerd in inspraak zonder tanden en weggerekend in
modellen. Hun zorgen, hun slapeloze nachten en hun gezondheidsschade
hebben moeten wijken voor ongefundeerd gedram over de hubfunctie en de
bv Nederland. Uiteindelijk zijn mensen naar de rechter gestapt. Die
heeft snoeihard geoordeeld: de belangen van omwonenden zijn structureel
genegeerd. De minister denkt vandaag dat dat hoofdstuk nu afgesloten
gaat worden met dit Luchthavenverkeerbesluit, maar de brief van deze
week vanuit alle omwonendenorganisaties en die van de zeventien
gemeenten rondom de luchthaven laat zien dat dit niet het geval is. De
tekortkomingen in het LVB zijn geen abstracte juridische kwestie,
schrijven zij. Er zijn meer dan 800.000 mensen met ernstige hinder en
220.000 mensen die ernstige slaapverstoring ervaren. Zij vragen ons om
niet weg te kijken. Dat vraag ik vanavond ook met klem aan de collega's.
Aan de minister stel ik de vraag: erkent hij dat er een besluit voorligt
zonder draagvlak bij de mensen om wie het gaat? Een aantal van hen zit
op de publieke tribune. Het is een besluit zonder draagvlak.
Voorzitter. De kritiek vanuit de Commissie voor de
milieueffectrapportage, de ILT en de Raad van State is stevig. Ook
blijkt dat het ministerie van LVVN grote obstakels ziet voor het afgeven
van een natuurvergunning. En toch doet de minister geen fundamentele
aanpassingen. Ik vraag de minister: waarom kiest hij voor dit wankele
juridische pad?
Er zijn wat mij betreft drie grote pijnpunten. In de eerste plaats is de
belangenafweging tussen omwonenden enerzijds en het economische belang
van Schiphol anderzijds nooit transparant gemaakt. Met minder vluchten
kan Schiphol Nederland ook heel goed dienen en kunnen we heel veel
mensen hun nachtrust teruggeven.
De voorzitter:
Daar hoorde ik een punt. Ik geef vanavond de ruimte voor hele korte,
bondige interrupties in drievoud. De heer Heutink gaat het goede
voorbeeld geven.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik ga mijn best doen, voorzitter. Of er draagvlak is, gaan we in deze
Kamer natuurlijk eens even met elkaar bepalen. Maar ik hoor mevrouw
Kröger zeggen dat de Raad van State kritisch is. Waar blijkt dat uit?
Want na spoedadvies, op verzoek van nota bene Progressief Nederland,
komt er een dictum b uit. Volgens mij is dat een prima dictum, waar we
eigenlijk allemaal mee uit de voeten zouden moeten kunnen. Mijn vraag is
dus: waar zit die kritiek dan?
Mevrouw Kröger (PRO):
Dan stel ik de vraag terug: heeft de heer Heutink het advies
gelezen?
De voorzitter:
Dat doen we niet. De heer Heutink kan een vraag stellen en u kunt
antwoord geven.
Mevrouw Kröger (PRO):
Als de heer Heutink het advies had gelezen, dan had hij gezien dat er
gewoon fundamentele kritiek in zit. Er zijn aanwijzingen aan de minister
om die kritiek echt ter harte te nemen. Dan gaat het over de vraag of de
fair balance echt is gevolgd, wat natuurlijk het fundament was van de
rechtszaak waarin omwonenden in het gelijk zijn gesteld dat
mensenrechten geschonden zijn, dat artikel 8 EVRM geschonden is. Je ziet
dat de Raad van State zorgen heeft over het referentiejaar van de MER.
Zo zijn er nog een aantal zaken. Dus ik zie dat er stevig advies ligt
van de Raad van State. Daarnaast heb je de ILT. Daarnaast heb je de
milieueffectrapportage. Daarnaast heb je de MRS. Daarnaast heb je de
omliggende gemeentes. Er ligt dus nogal wat.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Wat er ligt, is een dictum b van de Raad van State. Ik kan me herinneren
dat, als wij hier wetten bespreken waarbij de Raad van State een dictum
b uitvaardigt, diezelfde mevrouw Kröger hier aan deze kant van de
microfoon staat en zegt dat het allemaal niet deugt. De vraag is waarom
mevrouw Kröger, nu het een dictum b is en het eigenlijk allemaal wel mee
lijkt te vallen, niet gewoon heel eerlijk zegt: "Wij willen helemaal
niet vliegen. Wij willen Schiphol helemaal niet. Ga toch heen met die
vliegtuigen." Als u dat had gezegd in plaats van deze grote woorden, dan
was u eerlijk geweest naar al die mensen.
De voorzitter:
Het is "mevrouw Kröger" en u spreekt via de voorzitter.
Mevrouw Kröger (PRO):
Als je écht om Schiphol geeft, zorg je voor een luchthaven met draagvlak
in de omgeving. Over alle partijen die op deze manier eigenlijk de
omwonenden negeren en verder op achterstand zetten, denk ik: dan kies je
voor de korte termijn en niet voor een gedragen luchthaven waarvoor
draagvlak is bij de omwonenden.
De heer Peter de Groot (VVD):
Mevrouw Kröger weet het goed te zeggen. Alleen, het is niet eerlijk. Het
is niet eerlijk, want we zijn al bijna toe aan 15% geluidsreductie voor
de omgeving. We doen heel veel voor de omgeving. Dat is ook wat de Raad
van State concludeert met dat dictum b: het Luchthavenverkeerbesluit is
daar de basis voor. Als het goed is, gaan we na vanavond voor het eerst
in achttien jaar weer een Luchthavenverkeerbesluit vaststellen. Het zal
toch moeten gaan om die 15% geluidsreductie? Het gaat toch niet om het
aantal vluchten? Het gaat toch om geluidsreductie?
Mevrouw Kröger (PRO):
Het gaat zeer zeker om geluidsreductie. Maar dan zou ik heel erg graag
willen wijzen op — het is vrij technisch, maar goed — een studie van het
RIVM naar het blootstellingseffect … Hoe heet het ook alweer? Ah, dank,
minister: de blootstellingsrespons. Ik ben blij dat de minister het
onderzoek kent, al blijkt dat niet geheel uit de stukken.
(Hilariteit)
De voorzitter:
We gaan niet op deze manier alvast uitlokken. Het was een indirect
compliment; laten we het zo afronden.
Mevrouw Kröger (PRO):
Laten we het vooral zo afronden.
Dit is een bijzonder serieus onderwerp. Mijn zorg en de zorgen van de
omwonenden en de gemeenten die ik spreek, gaan uiteindelijk over de
impact van luchtvaartgeluid op de gezondheid. Kijk naar de WHO-normen.
De Wereldgezondheidsorganisatie zegt wat er eigenlijk nodig is. Als je
dan kijkt wat het RIVM constateert, dan schiet dit LVB wat mij betreft
tekort om mensen afdoende te beschermen. Volgens mij is dat de crux van
dit debat. Daarom sta ik hier en pleit ik voor een steviger aanpak in
het LVB.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is mooi, maar daar ging mijn vraag niet over. Mevrouw Kröger doet
net alsof er niets gebeurt. Dat is heel wat anders. We kunnen
discussiëren over alle rapporten, die van het RIVM bijvoorbeeld, en daar
gaan we vast ook nog over debatteren, maar het is niet zo dat er niets
gebeurt. Er wordt een Luchthavenverkeerbesluit gemaakt. Daarmee
herstellen we de rechtsbescherming van omwonenden en geven we zekerheid
voor de toekomst van Schiphol. Tegelijkertijd is er sprake van enorme
geluidsreductie. Ik krijg graag een antwoord op de vraag of we
daadwerkelijk wat doen en of er sprake is van geluidsreductie.
Mevrouw Kröger (PRO):
In de aangepaste MER lees ik dat het aantal slaapverstoorden sinds 2002
met 85% is gestegen. Dat is ook wat de MRS concludeert. Dat is nogal
wezenlijk. Als de heer De Groot aan mij vraagt of er op papier 15%
geluidsreductie is bereikt, dan gaat het mij om de mensen die buiten de
contour wonen. Mij gaat het om de mensen die last hebben van de
piekbelasting en de mensen die snakken naar een nacht doorslapen. Daar
gaat het mij om.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. De rechter verwees naar het Mensenrechtenverdrag en vroeg om
een onderbouwde fair balance. Maar nergens maakt de minister echt
duidelijk wat hij met die uitspraak heeft gedaan. Waarom is er niet
gekozen voor die 440.000 of 460.000 vluchten, waarvan de onderzoeken die
de minister zelf gebruikt, laten zien dat dat het meest positief is voor
onze welvaart?
Voorzitter. De geluidsregels zijn zo ruim opgesteld dat mensen heel veel
vliegtuigen over zich heen kunnen krijgen en het toch nog als minder
hinder mag tellen. De minister werkt namelijk met het Totaal Volume
Geluid. Dat is wat mij betreft een onbegrijpelijk systeem dat op geen
enkele manier recht doet aan wat mensen echt meemaken. Niemand heeft
last van een gemiddeld geluid in een regio; het gaat om de aantallen,
het piekgeluid, de nachtrust en de gezondheid. We hebben betere
criteria. De Kamer is al jaren geleden beloofd dat datgene wat mensen
ervaren, het uitgangspunt wordt gemaakt. Dat is niet gebeurd. Uit de
nieuwe RIVM-studie en de aangepaste MER blijkt dat het aantal
slaapverstoorden sinds 2002 met 85% is gestegen. Maar de minister maakt
het abstracter in de berekeningen en bezuinigt vervolgens op de
handhaving ervan. Hij voegt handhavingspunten toe, maar de lastige
punten, zoals handhavingspunt 25 bij Uithoorn, verdwijnen. Het nieuwe
handhavingspunt dat daar vlakbij ligt, mag 40% meer herrie hebben. Met
dit kabinet zijn mensen niet goed beschermd. Wéér niet, moet ik zeggen.
Mensen zijn weer niet goed beschermd.
Voorzitter. Tot slot: stikstof. Als er namelijk iets juridisch wankel is
aan dit Luchthavenverkeerbesluit, dan is het wel stikstof. Terwijl de
natuur achteruitgaat en heel, heel veel boeren zich grote zorgen maken
over de toekomst van hun bedrijf, heeft Schiphol een gedoogvergunning
gekregen. De vorige was vernietigd, en die daarvoor was goed voor half
zoveel vliegtuigen. Tot eind volgend jaar mag Schiphol gewoon
doorvliegen zonder natuurvergunning. Het is echt te absurd voor woorden.
Het voedt het wantrouwen van mensen over de manier waarop belangen
worden gewogen door dit kabinet. Die gedoogvergunning moet echt zo snel
mogelijk worden omgezet in een rechtsgeldige natuurvergunning, op basis
van de beschikbare emissieruimte en rekening houdend met de als maar
meer stikstofuitstotende vliegtuigen. Als blijkt dat daar minder
vliegbewegingen voor nodig zijn, dan moet de minister rap terug naar de
Kamer met een aangepast LVB. Kan de minister bevestigen dat hij voor een
aanpassing van het aantal vliegbewegingen in het kader van de
natuurwetgeving niet langs Brussel hoeft en dus geen Balanced
Approachprocedure hoeft te doorlopen? En kan hij bevestigen dat ook
hierbij geldt dat de meest knellende norm de omvang van Schiphol
bepaalt?
De voorzitter:
Bent u aan het einde van uw betoog?
Mevrouw Kröger (PRO):
Nee, voorzitter.
De voorzitter:
Ik heb het vermoeden dat het nog maar een paar regels zijn.
Mevrouw Kröger (PRO):
Er staan nog 40 seconden op de klok.
De voorzitter:
U mag het van mij afmaken.
Mevrouw Kröger (PRO):
Oké. Tot slot, voorzitter. Het is duidelijk dat wij als PRO dit
Luchthavenverkeerbesluit zeer problematisch vinden. Het feit dat de
minister zelfs nog heeft besloten om weer meer groei mogelijk te maken,
terwijl geen van de structurele problemen is opgelost, is echt een klap
in het gezicht van de omwonenden. Als er technologische vooruitgang is
waardoor de vliegtuigoverlast afneemt, laten we omwonenden daar dan
alsjeblieft van laten profiteren. Laten we niet iedere rekenkundige
geluidswinst uitkeren in extra vliegtuigen boven het hoofd van mensen.
Ik weet dat het CDA en D66 hier allebei ook niet gelukkig mee zijn en
dat zij hebben geprobeerd om waarborgen in de wet te zetten. Maar wat
mij betreft biedt dat de omwonenden echt niet genoeg bescherming. Het
groeiverdienmodel moet gewoon uit dit LVB. Als Kamer kunnen we vandaag
die stap zetten. Dat lijkt me echt het minste, echt het minste, wat we
kunnen doen voor al die omwonenden die zoveel jaren zijn
genegeerd.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan geef ik als eerste de heer Goudzwaard het woord.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik waardeer echt de bevlogenheid van mevrouw Kröger, ook richting de
omwonenden. Ik zou hier graag op de best mogelijke manier een serieus en
respectvol debat over willen voeren. Dat begint eigen met de vraag: aan
welke documenten refereert mevrouw Kröger nu continu? Als ik de laatste
data erbij pak, dus de laatste brieven en de Balanced Approach, dan zie
ik toch echt dat we alleen wat betreft de 58 decibel geluidscontour nog
niet helemaal op het niveau van de doelstelling zitten. Dat brengt mij
een beetje in verwarring. Welk document wordt in dit debat nu steeds
aangehaald?
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik ben volgens mij heel duidelijk geweest. Er is een studie van het
RIVM, van begin juli, meen ik. Ik heb de minister van tevoren gevraagd
of hij de meest recente informatie over wat de blootstelling aan
vliegtuiglawaai doet met de gezondheid van omwonenden, kan betrekken bij
de verdere besluitvorming. Dat is ook toegevoegd aan de aangepaste MER.
Dat is waar ik me op baseer.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank voor dit antwoord. Het is natuurlijk ook echt zoeken, want ik
gebruik ook andere data en andere documenten. Insinueert mevrouw Kröger
nu dat al die onderzoeken wegvallen en niets meer doen, die onderzoeken
waar tientallen mensen bij betrokken zijn, allerlei stakeholders in het
Schipholdossier, en dat het RIVM-rapport waar mevrouw Kröger steeds aan
refereert de heilige graal is?
Mevrouw Kröger (PRO):
Nee. Er zijn een heleboel studies. Er is de brief, de studie, van het
ILT; daar heb ik ook aan gerefereerd. Er is de milieueffectrapportage;
daar heb ik ook aan gerefereerd. Er zijn dus een heleboel studies
onderliggend aan het Luchthavenverkeerbesluit. Maar ik denk dat de heer
Goudzwaard een punt heeft. Uiteindelijk gaat het erom, denk ik, of je de
omwonenden en de impact die luchtvaartoverlast op hun gezondheid heeft
als vertrekpunt neemt om te kijken naar hoe normen eruit zouden moeten
zien, of dat je een rekenmodel neemt, waarbij eigenlijk net zo lang
gerekend wordt tot het allemaal past. En dat laatste … Nou ja, ik neem
heel graag de gezondheid van omwonenden als uitgangspunt. Ik vind dat
het ook mijn verantwoordelijkheid is, en overigens de
verantwoordelijkheid van ons allen hier, om op die manier met het
algemeen belang om te gaan.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ja, afrondend. Natuurlijk moeten we daarnaar kijken, maar de scope is
natuurlijk ook breder dan dat, volgens mij. We moeten ook kijken naar
het verdienvermogen van Nederland, want er zijn meer dan 100.000 banen
gemoeid met Schiphol. Ik heb nog een vraag. Oké, mevrouw Kröger zegt dat
er meerdere onderzoeken zijn. Het blijft misschien ook gewoon moeilijk
zoeken in dat bos van al die rapportages. Je wordt er op een gegeven
moment gewoon hoorndol van; ik volg dit ook al vijf, zes jaar. Het lid
Kröger zei net: ik wil niet een besluit zonder draagvlak. Dan even heel
concreet, via de voorzitter: wanneer is er volgens mevrouw Kröger dan
genoeg draagvlak? Wanneer zegt PRO: oké, wij zijn hier content mee en
willen onze krabbel hieronder zetten? Kan mevrouw Kröger daar nog even
kort over uitweiden?
Mevrouw Kröger (PRO):
Zeker. Ik zou ook wel graag willen reageren op het eerste punt dat
gemaakt werd. Er moet sprake zijn van een fair balance. Zo heeft de
rechter geoordeeld. Er moet dus een fair balance zijn van economische
belangen en de belangen van de gezondheid van omwonenden. Ik vind het
moeilijk me voor te stellen hoe deze fair balance heeft plaatsgevonden
als de minister in zijn eigen onderzoeken uitkomt op een optimum van
460.000 vliegbewegingen voor de welvaart van Nederland. Dat staat in de
rapporten die onderliggend zijn aan dit LVB. Als je een balans moet
vinden tussen aan de ene kant de economie en aan de andere kant
omwonenden — voor de economie is 460.000 het beste, voor de omwonenden
waarschijnlijk een stuk lager — hoe kan je dan uitkomen op 478.000, met
groei naar 500.000? Dat is mij een volstrekt raadsel.
Dan nog het tweede stuk van de vraag: wanneer zijn wij tevreden? Ik
interpreteer het maar zo. Op het moment dat zowel de MRS als alle
omwonendenorganisaties als de gemeente allemaal zeggen dat dit ze niet
voldoende bescherming biedt, dan is het voor mij evident dat dit een
besluit is zonder draagvlak. En dus moet dat aangepast. Een allereerste
stap zou in ieder geval zijn om dat groeiverdienmodel eruit te halen. En
we hebben altijd gezegd dat nachtsluiting wat ons betreft cruciaal is,
omdat daar de meeste gezondheidswinst mee te behalen is.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik hoor mevrouw Kröger zeggen dat het allemaal niet deugt en dat het
allemaal ruk is en dat het voorstel eigenlijk …
De voorzitter:
Wilt u op uw taalgebruik letten, meneer Heutink?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het is een bijvoeglijk naamwoord, gewoon …
De voorzitter:
Ik waarschuw u één keer voor uw taalgebruik.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Als dat niet meer kan, dan krijgen we weer een leuke avond.
De voorzitter:
Doe uw best.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Als het allemaal niet goed is en als het hele plan van tafel moet, hoe
denkt mevrouw Kröger dan de mensen die bescherming te kunnen bieden?
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik denk dat dat een hele valide vraag is, want na zo lang gedogen, is
dit natuurlijk eigenlijk het moeilijkste punt. Er is zo lang een wankel
juridisch kaartenhuis in stand gehouden en op dit moment moet je dan
akkoord gaan met een LVB dat eigenlijk gestoeld is op onvoldoende
bescherming. Wij maken daarin de afweging dat wij liever aan de minister
vragen om dit LVB echt stevig te maken, ook als dat iets langer tijd
kost. Dat is ook het geluid dat wij zowel van de omwonenden, de MRS als
de gemeenten horen: liever iets meer tijd nemen en het stevig maken. Ik
wil daarbij nogmaals opmerken dat de minister zelf in de Eerste Kamer de
volgende woorden heeft gesproken: de meest knellende norm bepaalt de
omvang van Schiphol. Ik kan mij goed voorstellen dat de stikstofcrisis
waar we nu in zitten een zeer knellende norm is.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Progressief Nederland zegt dus eigenlijk tegen alle mensen die meekijken
en op de tribune zitten: u mag nog even tien jaar wachten. Op het moment
dat wij dingen moeten gaan aanpassen, is dat namelijk de realiteit. Er
moet dan misschien wel een nieuwe Balanced Approachprocedure worden
uitgevoerd. Dat betekent dat je gewoon meer dan tien jaar verder bent,
net zolang als we nu onderweg zijn. Feit is ook dat precies dit LVB veel
meer geluidsnormen en handhavingspunten gaat opleveren. Die gaan
namelijk van 35 naar 148 per etmaal. Er wordt op veel meer plekken
gemeten, niet alleen landelijk maar ook lokaal. De ILT kan nu van
anticiperend handhaven naar daadwerkelijk handhaven. Dat betekent dus
dat de rechtszekerheid van mensen geborgd is en dat mensen ergens
naartoe kunnen op het moment dat het allemaal niet deugt. Wil PRO dat
daadwerkelijk in de prullenbak gooien, met het risico dat die mensen zo
meteen niets meer hebben?
Mevrouw Kröger (PRO):
De heer Heutink houdt ervan om door zijn manier van debatteren ergens
een karikatuur van te maken. Volgens mij heeft echt niemand hier gezegd
dat dit tien jaar moet duren. Het feit dat dit dossier al zo lang
sleept, komt onder andere omdat een aantal ministers achter elkaar het
hebben laten slepen. Het kan dus gewoon snel. Laten we wel wezen:
rechtszekerheid gaat niet alleen over de vraag of je je recht kan halen,
maar ook over of je rechten geborgd zijn. Wat ons betreft zijn de
rechten van omwonenden onvoldoende geborgd met dit LVB.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We weten natuurlijk allemaal dat GroenLinksers en D66'ers eigenlijk het
meeste van vliegen houden. Dat is een tijdje geleden gebleken uit een
onderzoek van I&O Research. Daarin zijn de achterbannen van
politieke partijen onderzocht. Het aantal theoretisch opgeleiden speelt
dan bijvoorbeeld ook mee. Zou PRO de eigen achterban niet gewoon eens
een spiegel voor willen houden dat er daar het meeste gevlogen wordt?
Het gemiddelde ligt op 0,76 vluchten per jaar; bij de PRO-achterban is
dat 0,83. De Amsterdamse wethouders hebben negen van de vijftien
dienstreizen met het vliegtuig gemaakt. Wat zegt mevrouw Kröger nou
tegen haar eigen achterban, die zo lekker dol is op vliegen, terwijl een
groot deel van de mensen met de laagste inkomens helemaal niet in een
vliegtuig kan stappen, omdat het onbetaalbaar is?
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik zou heel graag tegen mevrouw Van der Plas willen zeggen dat wij
Schiphol op dit moment niet gebruiken op een manier die Nederlanders de
meeste waarde biedt of het meest dienstdoet, ook Nederlanders die willen
vliegen. Het maakt daarbij niet uit of dat nou mensen zijn uit mijn
achterban, uit die van mevrouw Van der Plas of uit die van wie dan ook.
Het gaat mij erom dat we een luchthaven hebben die we uit de klauwen
hebben laten groeien en die ten koste gaat van de omwonenden, de natuur
en daarmee ook de boeren. In plaats van daarin in te grijpen en er echt
voor te zorgen dat Schiphol maximaal dienend is aan Nederland, zet de
minister dit pad door. Ik zou veel liever hebben dat wij Schiphol goed
gebruiken voor de Nederlandse reizigers en dat we minder leunen op de
overstappers, laat staan dat we de overstappers onbelast gebruik laten
maken van onze luchthaven.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Er wordt nu heel erg omheen gedraaid, maar de cijfers staan natuurlijk
wel gewoon vast. Ik zie in het reizenregister van de Kamerleden — ik
raad iedereen aan om daar eens in te kijken — dat de GroenLinksfractie
echt de hele wereld over vliegt: ze gaan naar India, Zuid-Amerika,
Bonaire, Curaçao, Amerika. Dat is een heel vlieglustig volkje. Nogmaals,
mijn vraag is: zou je niet gewoon eens even in de spiegel moeten kijken,
ook bij de achterban? Diezelfde achterban steunt namelijk PRO, de partij
die hier zorgt voor allemaal extra regelgeving, waardoor het vliegen
voor gewone mensen die misschien een keertje op vakantie willen naar
Ibiza, of waar dan ook, duurder wordt. Tegelijkertijd kunnen ze het zelf
makkelijk betalen met hun hogere inkomens. Diezelfde achterban stapt
zelf gewoon lollig in het vliegtuig en gaat de hele wereld over,
inclusief de eigen Kamerleden.
Mevrouw Kröger (PRO):
Mevrouw Van der Plas maakt dit heel erg een debat alsof het gaat om de
individuele keuzes van individuele reizigers. Volgens mij zijn wij hier
aan zet om het met elkaar te hebben over hoe we het algemeen belang
dienen, hoe we zorgen dat Schiphol het algemeen belang dient en hoe wij
als Kamer het algemeen belang dienen. Daarvoor is voor mij van belang
dat ik de gezondheid van omwonenden vooropstel, want die zijn tientallen
jaren genegeerd. Daar gaat wat mij betreft dit debat over.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Het is ook wel een beetje practice what you preach: breng in de praktijk
wat je tegenover andere mensen predikt. Het is ook wel een beetje — ik
gebruik weer een Engelse term, dus ik zal die nog even vertalen — do as
I say, not as I do: doe wat ik zeg, niet wat ik doe. Nogmaals, als ik in
het reizenregister van de linkse fracties reizen zie staan voor
werkbezoeken, denk ik soms: waarom moeten we daar helemaal voor naar
Chili reizen? Is er in de fractie van mevrouw Kröger niet een soort
vliegquotum? Vraagt uw fractie zich nooit af: moeten we hier echt
naartoe en is het echt nodig om al die vliegtuigkilometers te maken naar
de andere kant van de wereld? Wat horen wij hier in het parlement daar
ooit over terug? Ik zie geen verbetering in Nederland komen door dat
soort reizen. Vindt PRO niet een klein beetje dat ze daar zelf ook aan
meedoen en dat ze anderen wel een beetje de maat nemen als ze zeggen dat
het allemaal zo lawaaiig is, dat er minder gevlogen moet worden en dat
het allemaal slecht is voor het milieu en het klimaat? Dat is toch een
beetje hypocriet, of niet?
Mevrouw Kröger (PRO):
Wat ik heel hypocriet vind, is om zo'n belangrijk debat als dit, dat
gaat over de toekomst van onze luchthaven, over Schiphol en over de
gezondheid van omwonenden, te proberen te verengen tot een soort
individuele keuze. Ik hoop dat we met z'n allen voorbij het punt zijn
waarop we alle heil proberen te verwachten van individuele keuzes. Het
gaat juist over hoe je als overheid stuurt. Mevrouw Van der Plas noemt
een aantal voorbeelden. We hebben een hele grote luchthaven. We kiezen
er op dit moment voor om die grotendeels te gebruiken als hub. Dat
betekent dat vooral overstappers daarvan profiteren, overstappers die
daar geen belasting voor betalen. Dat is niet de keus die wij maken.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
De vraag die ik heb aan mevrouw Kröger is de volgende. Er wordt gezegd:
dienstbaar aan Nederland. Wat is de definitie daarvan? Wanneer is
Schiphol "dienstbaar" aan Nederland?
Mevrouw Kröger (PRO):
Schiphol is wat mij betreft dienstbaar aan Nederland als we echt goed
kijken hoe we de vliegbewegingen die we hebben zo goed mogelijk ten
dienste stellen van onze bevolking en de economie. Ik denk dat de balans
daarin nu zoek is. Schiphol is dienstbaar aan Nederland als het valt
binnen de grenzen van geluid, van gezondheidsschade aan omwonenden, van
het klimaat, van stikstof en de natuur. Als het moment dat wij echt een
balans vinden … We hebben het vaak over balans in dit debat. Dit is wat
mij betreft een debat over balans, met aan de ene kant de rol die
Schiphol speelt. Het is evident dat Schiphol een belangrijke rol speelt
als knooppunt om Nederland verbonden te houden met de wereld. Maar waar
die balans ligt … Ik bedoel, als de minister in zijn eigen onderzoeken
al uitkomt op 440.000 tot 460.000, begrijp ik niet waarom we hier
487.000 tot 500.000 staan te bediscussiëren, terwijl de omwonenden er
geen steek mee opschieten. Dan is de balans echt zoek.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik snap dat het een tegenstelling van belangen kan zijn. We hebben het
over dienstbaar zijn aan Nederland en de Nederlanders, ook economisch
gezien. Tegelijkertijd wordt de hubfunctie hier al een aantal keer enorm
bekritiseerd, omdat er geen belasting betaald zou worden. Volgens mij
kan 78% van de vluchten alleen maar gevlogen worden vanwege de
hubfunctie, omdat ze internationaal vol gezet worden. Dat komt ook weer
ten goede aan de economische belangen van Nederland. Zo kunnen
zakenlieden reizen en noem maar op. Je kunt de hubfunctie toch niet
scheiden van de fundamentele rol die Schiphol speelt voor economisch
Nederland? Het lijkt hier steeds alsof dat gescheiden zou kunnen worden:
als we de hubfunctie weghalen, dan kunnen de Nederlanders vliegen. Zo
werkt het natuurlijk niet.
Mevrouw Kröger (PRO):
Dat is een vraag waar ik toevallig in 2019 een initiatiefnota over heb
geschreven. Die gaat over hoe we zouden kunnen sturen op een Schiphol
dat meer dienstbaar is aan Nederland. Ik denk dat de logica van de hub
op dit moment is — dat zit ook heel erg in het businessmodel van KLM —
dat elke verbinding erbij per definitie heel belangrijk is voor de
economische waarde van Schiphol en van Nederland. Je kan natuurlijk wel
zeggen dat ook daar een optimum in zit. Bepaalde verbindingen zijn
superbelangrijk, maar een verbinding naar een vrij unieke locatie waar
maar 8% nationale passagiers op reist en voor de rest alleen maar
overstappers, voegt wel heel veel schade toe, maar minder economische
welvaart. Daar moet je een optimum in vinden. De Raad voor de
leefomgeving en infrastructuur heeft daar een heel goed rapport over
geschreven in 2017, meen ik, getiteld Mainports voorbij. Ik denk dat die
discussie en ook de wil van de politiek, van ons als Kamer en van deze
minister, om daarop te sturen echt aan de basis hiervan liggen. Wij
hebben met Schiphol natuurlijk een hub. Daarnaast heb je Frankfurt en
Charles de Gaulle. Dat zijn drie grote internationale hubs op een
steenworp afstand van elkaar, als je kijkt op de wereldkaart. Zou je in
die hubs niet veel meer met elkaar kunnen samenwerken, zodat je elkaar
niet altijd beconcurreert op bepaalde bestemmingen, maar misschien wel
complementeert? Op die manier kan je denk ik veel meer gebruikmaken van
Schiphol op een manier die waarde toevoegt, maar waarbij je toch zorgt
voor minder vliegbewegingen.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik wil nog even kort stilstaan bij de waarde van Schiphol voor de
economie. Mevrouw Kröger had het net over de wens tot een nachtsluiting.
De VVD is het er helemaal mee eens dat we stiller moeten vliegen in de
nacht. In het coalitieakkoord hebben we de afspraak gemaakt dat er
stiller moet worden gevlogen in de nacht. Maar een nachtsluiting
betekent wel dat de vluchten met bloemen uit het Westland niet meer
vanaf Schiphol kunnen worden gevlogen. Het betekent ook dat de vluchten
van DHL, die nu vliegt met alle pakketjes die wij in Nederland willen
versturen en die naar Leipzig moeten, niet meer gevlogen kunnen worden.
Het heeft dus enorme impact op de economie in Nederland als we overgaan
tot een nachtsluiting. Waarom kiezen we niet gewoon voor de slimme
oplossing, die wij in het coalitieakkoord ook hebben afgesproken, van de
verdere verstilling van de nacht?
Mevrouw Kröger (PRO):
Omdat je helaas in onderzoek van het RIVM en in onderzoek van de GGD
ziet dat juist de slaapverstoring in de nacht immense gezondheidsschade
met zich mee brengt en dat juist maatregelen nemen in de nacht de beste
manier is om de gezondheid van omwonenden beter te borgen. Die afweging
maak ik daarin. Die afweging maken overigens ook sommige andere
luchthavens. Uiteraard is dat een keuze die ook gevolgen heeft. Maar ik
denk dat het heel belangrijk is dat er gevolgen aan vastzitten als een
luchthaven in misschien wel het dichtstbevolkte stuk van de wereld ligt,
en dat je dan waarborgen moet bieden voor de gezondheid van mensen. Ik
denk dat vliegtuigen die een beetje stiller zijn maar net zo vaak
vliegen, dat niet gaan oplossen. Dat denken de omwonenden en de
gemeenten overigens met mij.
De heer Peter de Groot (VVD):
Je kunt Schiphol in de nacht dichtdoen. Dan is er overigens geen enkele
luchthaven in Nederland meer open in de nacht. Dat moeten we beseffen.
In geen enkel ander land is dat zo, maar dat terzijde. Ik vond het juist
zo mooi dat mevrouw Kröger zei dat het in balans is. We doen het voor de
omgeving. Schiphol dient de bereikbaarheid, maar ook de economie. Dat
moet in balans zijn. Er worden veel maatregelen genomen in de nacht. Er
zijn stillere vliegtuigen, er wordt gekrompen in de nacht en er zijn
minder vliegtuigen. Het gaat er ook om een balans te vinden tussen
enerzijds het houden van die economische waarde, dus het versturen van
pakketten, het versturen van goederen uit Nederland, of het nou van ASML
of van wat dan ook is, en anderzijds ervoor zorgen dat het minder
overlastgevend is in de nacht. De keuze van mevrouw Kröger is om
rĂĽcksichtslos te zeggen: ik kies maar voor dat ene belang, want ik doe
het in de nacht gewoon dicht. Dat snap ik gewoon niet.
Mevrouw Kröger (PRO):
De belangenafweging gaat over de hele omvang van Schiphol. De rechter is
snoeihard geweest: de belangen van omwonenden zijn onvoldoende in
ogenschouw genomen, consequent, jaren- en jarenlang. Nu gaan we, zegt de
minister, iets doen om die belangenafweging eerlijker te maken. Daarvan
zeggen eigenlijk alle omwonendenorganisaties én de gemeenten én de
Maatschappelijke Raad Schiphol dat het onvoldoende is. Ze zeggen: we
worden onvoldoende beschermd. Als je dan echt iets wilt doen aan de
gezondheid van omwonenden en de rechten van omwonenden, is de nacht de
plek om in te grijpen, want daar vindt die slaapverstoring plaats en
daar vindt die gezondheidsschade plaats. Daar waarschuwt het RIVM ons
voor. Ja, dan vind ik dat wij, na zo veel jaren schofferen van de
omwonenden, dit nu moeten doen en dat we juist een stap moeten zetten
richting een nachtsluiting.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Peter de Groot (VVD):
We gaan dus weer helemaal de kant op dat het allemaal niet goed is. Ik
dacht dat we een mooie balans hadden gevonden. We doen wat voor de
omgeving, we zorgen voor de bereikbaarheid in de wereld en het dient ook
de economie. Maar dan is het dus gewoon: sluiten in de nacht en we
kijken niet naar de economie. Eigenlijk gaat het weer alleen de kant op
dat het dicht moet en dat er geen mogelijkheden zijn. Ik dacht dat we
wat hadden gevonden met elkaar en dat we erover konden debatteren. Ik
dacht: we kunnen kijken wat we misschien nog verder kunnen vinden in de
nacht. Maar die ruimte is er bij mevrouw Kröger niet. Dat is dan de
constatering.
Mevrouw Kröger (PRO):
We hebben het over een balans voor de hele operatie Schiphol, voor heel
Schiphol. Die balans is wat mij betreft zoek. Omwonenden worden
onvoldoende beschermd. De minister gaat voor meer vluchten, waarvan zijn
eigen rapporten zeggen dat het goed is voor Nederland. De balans slaat
dus door naar economie. Dan zeg ik: doe echt iets voor omwonenden; ga
voor nachtsluiting om die balans ĂĽberhaupt weer een beetje terug te
krijgen. Want in dit voorstel, in dit LVB, is de balans zoek.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer El Abassi, die spreekt
namens de fractie van DENK.
De heer El Abassi (DENK):
Dank, voorzitter. Vandaag spreken we over de nieuwe Schipholregels, die
vastgelegd worden in het Luchthavenverkeerbesluit. Die regels bepalen
onder andere hoe we Schiphol moeten gebruiken, hoeveel we mogen vliegen
en hoe we omgaan met gevolgen voor omwonenden.
Voorzitter. Woord voor woord raken beslissingen over Schiphol miljoenen
mensen. De geluidshinder die omwonenden rond Schiphol ervaren, is
verschrikkelijk. Zij hebben recht op bescherming daartegen. We moeten
het dan ook opnemen voor deze mensen. Tegelijkertijd moeten in diezelfde
belangenafweging ook andere belangen worden geplaatst. Mensen moeten
gewoon betaalbaar hun familie kunnen blijven bezoeken, tot rust komen of
reizen wegens hun werk. Ook voor deze mensen moeten we het
opnemen.
Daarnaast hebben we ook nog de werknemers. Schiphol is alleen al goed
voor 110.200 banen. Dat betreft gewone mensen met een inkomen, een gezin
en een toekomst. Die zijn mede afhankelijk van een goed functionerende
luchthaven. Ook voor deze mensen moeten we het opnemen. Het onbetaalbaar
maken van vluchten waardoor onze luchtreizigers uit Nederland naar
België of Duitsland moeten vliegen, moet ook een keer klaar zijn. Dat is
niet eerlijk. Ook voor deze mensen moeten we het opnemen. Het kan niet
zo zijn dat buitenlandse reizigers goedkoper kunnen vliegen, of door de
hubfunctie goedkoper kunnen reizen via Schiphol, terwijl Nederlanders
zich rot betalen voor minder kilometers, die ze vanuit hun eigen land
willen afleggen. Voor al deze mensen moeten we het opnemen.
Daarom blijf ik ook pleiten voor de betaalbaarheid en bereikbaarheid van
onze luchtvaart, waarbij we rekening houden met alle belangen. Dat
probleem heb ik in mei ook al aangekaart. Sinds mei is er veel gebeurd.
Op 9 september heeft de Raad van State opnieuw beslist over het nieuwe
LVB. Daarin wordt onder andere een maximum van 478.000 vliegbewegingen
voorgesteld, waarvan 27.000 in de nacht. Zodra de geluidshinder
voldoende verlaagd is, kunnen de vliegbewegingen worden opgeschaald naar
maximaal 500.000. Zoals de minister zelf ook opmerkte is Schiphol de
eerste luchthaven ter wereld die door overheidsbeleid letterlijk krimpt.
Het kabinet beperkt Schiphol tot 500.000 vliegbewegingen. Sterker nog:
het begint bij 478.000. De garantie dat we 500.000, of ĂĽberhaupt de
478.000, aantikken is er niet. Deze krimp raakt keihard de
bereikbaarheid, de betaalbaarheid en de internationale positie van onze
nationale luchthaven. Alle belangen dienen gewogen te worden en het mag
niet zo zijn dat belangen ondergeschikt worden aan één criterium.
Het aantal vluchten is niet het enige probleem. Eerder, in maart 2026,
oordeelde de Raad van State dat minder vliegbewegingen niet per
definitie ook minder geluidshinder betekent. Niet elk vliegtuig maakt in
dezelfde mate geluid, en niet elke omwonende ervaart dezelfde last.
Gevolg: vernietiging van het besluit waarmee Schiphol werd gemaximeerd
op 478.000 vliegbewegingen per jaar. Kan de minister daarom uitleggen
wat de inkrimping van Schiphol daadwerkelijk oplevert? Uit de stukken
kan ik nog steeds niet opmaken wat de minister nu echt aan het doen is.
Is de minister het met mij eens dat het dan logischer is om sterker in
te zetten op maatregelen die de geluidshinder direct verminderen,
waarvan we wel weten dat die geluid verminderen, zoals misschien het
belonen van stillere vliegtuigen?
Voorzitter. Dan de betaalbaarheid. Onlangs zei deze minister dat hij met
België en Duitsland heeft gesproken over de vliegbelasting. Daarbij —
dat heeft hij echt opgemerkt, voorzitter — gaf hij aan dat hij hen had
gevraagd om hun vliegbelasting flink te verhogen. Als dat de insteek is
geweest, dan heeft de minister het probleem niet goed begrepen. Onze
vliegbelasting moet juist omlaag, geef ik nu heel duidelijk aan, want
zoals het nu is, jagen wij reizigers letterlijk weg. Mijn vraag aan de
minister is wanneer wij het complete plaatje van ticketprijzen,
luchthaventarieven, capaciteit en uitwijkgedrag krijgen, conform de
motie die oordeel Kamer heeft gekregen.
Voorzitter. Tot slot de nacht, waarvoor ik eerder ook al heb
gewaarschuwd. Als je deze zelfde hoeveelheden verkeer in minder uren
probeert te proppen, dan kan de hinder verschuiven naar de vroege
ochtend en de late avond. De minister erkende dat het huidige stelsel
vooral naar het totale geluidsvolume kijkt en dat frequentie en
piekbelasting pas nadrukkelijk onderdeel worden van het nieuwe
geluidsstelsel richting 2030. Kan de minister uitleggen waarom die zaken
niet eerder aan bod komen? Het kan toch niet zo zijn dat we er straks
achter komen dat we de geluidshinder niet verminderen, maar juist
vermeerderen, omdat we al die vliegbewegingen bij elkaar proppen?
Voorzitter. Ik wil het hierbij laten en u bedanken, uiteraard. Dank u
wel, voorzitter.
De voorzitter:
Graag gedaan. Dank voor uw bijdrage. Dan gaan we luisteren naar de heer
Grinwis, die spreekt namens de fractie van de ChristenUnie. Gaat uw
gang.
De heer Grinwis (ChristenUnie):
Voorzitter, dank u wel. We hebben een jarenlange reis achter de rug,
kunnen we wel zeggen, maar de landing lijkt nu toch echt ingezet te
zijn. Het is geen reis zonder turbulentie geweest, maar we zijn er toch
bijna: een nieuw Luchthavenverkeerbesluit, LVB afgekort. Toch vraag ik
mij af of dat nou helemaal de bestemming was waar wij op koersten. In de
tussentijd is er namelijk veel gebeurd. Het besluit werd een tijdje
gekaapt door de vorige minister en daardoor lijkt de eindbestemming niet
meer op waar we ooit wilden landen, namelijk een goede balans tussen
Schiphol en zijn omgeving.
Voorzitter. Zijn we nou in het zicht van de luchthaven gestrand, of
hebben we daadwerkelijk vaste grond onder onze voeten? Dat is mijn vraag
aan de minister. Het uitgangspunt was in 2020 onder minister Harbers
"het bieden van een goede juridische basis voor Schiphol". Daarvoor
waren een paar zaken essentieel. Het hebben van een geldige
natuurvergunning allereerst. Ten tweede rechtszekerheid voor omwonenden.
Ten derde een goede balans tussen omwonenden en de economische functie
van Schiphol. Daarbij werd destijds aangegeven dat er ongeveer 440.000
vliegbewegingen nodig waren om de publieke belangen rondom Schiphol te
borgen.
Wat is er sindsdien veranderd? We koersen nu op 478.000 vliegbewegingen,
er is nog steeds geen natuurvergunning en er bestaan grote vragen over
de juridische houdbaarheid en de handhaafbaarheid van het stelsel. De
vraag is daarom niet alleen of dit besluit Schiphol juridisch verder
helpt, maar ook of het voorkomt dat we over enkele jaren opnieuw voor de
rechter staan. Hoe schat de minister dat eigenlijk in, en waarom? Dit
besluit zal dus moeten worden gebouwd op drie pijlers, maar hoe stabiel
staan die pijlers?
Ook de Raad van State stelt kritische vragen bij al deze aspecten. Om te
beginnen over de natuurvergunning, want die werd aan het begin nog als
randvoorwaarde voor een nieuw LVB gezien. Waarom is dat losgelaten en op
welke termijn verwacht de minister alsnog een onherroepelijke
natuurvergunning te verkrijgen? Als we de brief van de collega-minister
van Landbouw lezen, lijken daar nog veel vragen over te bestaan, want
hoe bewijst de minister dat Schiphol niet te veel stikstof uitstoot en
dat Schiphol de ruimte door het uitkopen van boeren daadwerkelijk kan
benutten? Dan worden ze ook nog eens gematst door de regels in AERIUS,
dat het vanaf 3.000 voet allemaal niet meer meetelt. Worden volgens de
minister Schiphol en PAS-melders nou hetzelfde bejegend, of is de een
toch meer gelijk dan de ander? Terwijl er op LVVN fundamentele twijfels
zijn, roept de minister van IenW dat de juridische basis hiermee op orde
komt. Hoe geloofwaardig is dat nou? Legt de minister hiermee niet
opnieuw een juridische tijdbom onder Schiphol, terwijl hij ondertussen
toch wel een beetje mooi weer speelt? Kan de minister mij ervan
overtuigen dat het LVB echt goed in elkaar zit en stand gaat
houden?
De Raad van State stelt kritische vragen over het groeimodel naar
500.000 vliegbewegingen. Zij stellen dat een motivering ontbreekt over
de vraag of de gefaseerde terugkeer naar 500.000 vliegbewegingen te
verenigen is met de doelen van het onderliggende ontwerpbesluit. Waarom
is dat aantal dan precies noodzakelijk? Welke studies laten zien dat dit
past binnen de ĂĽberhaupt nog niet afgegeven natuurvergunning en de
bescherming van omwonenden?
Daarnaast mist de Raad van State zorgvuldigheid bij het stapsgewijs
automatisch verhogen van het aantal vliegbewegingen. Wordt daarmee
genoeg zekerheid geboden aan omwonenden dat deze afname daadwerkelijk
wordt gerealiseerd? Dat vraag ik aan de minister, samen met de Raad van
State.
Ook heeft de Raad van State stevige vragen over de handhaving door de
ILT, de inspectie. Kunnen zij echt ingrijpen als normen worden
overschreden? Heeft het systeem zonder bestuurlijke boete wel voldoende
tanden? Is daarmee de rechtszekerheid voor omwonenden opnieuw een wassen
neus?
Voorzitter. Al wordt geluidsoverlast voor sommige mensen onmiskenbaar
verminderd, voor anderen kan het zomaar eens meer worden. Door de
autonome vlootvernieuwing worden vliegtuigen stiller, waardoor binnen
dezelfde geluidsgrens lokaal meer vliegtuigen kunnen komen overvliegen.
In de praktijk betekent dit vaak meer overlast voor mensen, omdat het
vooral afhangt van het aantal vliegtuigen. Hoe voorkomt de minister dat
een theoretische afname van geluid per vliegtuig leidt tot meer overlast
onder de streep? Is de minister bereid om te onderzoeken hoe
grenswaarden dynamisch kunnen worden vormgegeven, zodat omwonenden niet
alleen maar meer vliegtuigen zien overvliegen? Daarover is er eerder een
motie ingediend door collega's Zwinkels en Köse.
Als al deze vragen blijven bestaan, blijft voor onze fractie de vraag
openstaan of we op de juiste eindbestemming gaan aankomen, met
daadwerkelijke zekerheid voor omwonenden, Schiphol en de natuur. Daarom
zie ik uit naar de reactie van de minister in eerste termijn.
Tot zover, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar het lid Kostić, namens de
Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter. Waar moet je heen als je eigen huis geen plek van rust
meer is? Dat is al decennialang de realiteit van omwonenden van
Schiphol. Denk aan geen fatsoenlijk gesprek kunnen voeren met je
kleinkinderen in je eigen achtertuin of moeten slapen met een
koptelefoon op. Honderdduizenden mensen worden er letterlijk ziek van.
De vrijheid van mensen in hun eigen huis en hun eigen slaapkamer wordt
hun ontnomen. Ik heb dat al vaker gezegd. Ik kijk specifiek naar de
partij met "vrijheid" in haar naam. Let een keer op de vrijheid van deze
mensen.
Dit debat gaat over één fundamentele vraag: zet de overheid gezondheid
van haar inwoners op één of de luchtvaartlobby? De pijnlijke waarheid is
dat de overheid al minstens zestien jaar voor de luchtvaartlobby kiest.
Zestien jaar lang mocht Schiphol via gedoogconstructies illegaal schade
toebrengen aan natuur, klimaat en gezondheid, met hulp van het Rijk.
Schiphol opereert al jarenlang zonder een natuurvergunning. Ik denk dat
een gemiddelde kroeg om de hoek inmiddels meer vergunningen heeft dan
Schiphol. Het kabinet vindt dat wel prima. De rechter moest zelfs
oordelen dat het Rijk decennialang mensenrechten van omwonenden heeft
geschonden door steeds weer te kiezen voor de belangen van de
luchtvaartbobo's van Schiphol en KLM boven de gezondheid van
omwonenden.
Met het nieuwe Luchthavenverkeerbesluit, waar het vandaag over gaat,
zouden omwonenden eindelijk weer worden beschermd. De minister zegt dit
ook allemaal voor omwonenden te doen. Het besluit moet volgens hem
daarom snel door de Kamer, voor de omwonenden. Maar de realiteit is:
geen enkele omwonendenorganisatie is ook maar een beetje blij met wat er
nu ligt. Niemand vraagt om perfectie. Toch weet de minister de burgers
voor wie hij dit zegt te doen, niet mee te krijgen. Erkent de minister
op z'n minst dat hij hierin heeft gefaald? En is de minister bereid om
het LVB aan te passen totdat hij in ieder geval één
omwonendenorganisatie zover heeft gekregen dat die er een beetje blij
mee is? Omwonendenorganisaties hebben de Kamer namelijk een brief
gestuurd met de oproep: wij hebben liever dat het kabinet wat meer tijd
neemt om de gezondheid van omwonenden beter te borgen in het besluit,
dan dat het nu zulke slechte wetgeving erdoor drukt. Is de minister op
z'n minst bereid om excuses aan te bieden voor het feit dat de Staat
jarenlang mensenrechten van omwonenden heeft geschonden?
Voorzitter. Het Rijk heeft de illegale groei van Schiphol jarenlang
laten gebeuren. Met het besluit van vandaag legaliseert het Rijk die
jarenlange groei. Dat is alsof iemand jarenlang 130 kilometer per uur
rijdt waar 100 is toegestaan en de overheid vervolgens zegt: dan
veranderen we de snelheidslimiet gewoon naar 130. Het ergste is dat de
minister in dit besluit, dat dus moest gaan om betere bescherming van
omwonenden, een automatische groeioptie voor Schiphol heeft verwerkt.
Schiphol mag nu dus zo enorm blijven als Schiphol al is, en straks mag
het misschien nog meer groeien.
Voorzitter. De Partij voor de Dieren vindt dat toondoof en wereldvreemd.
Het is alsof de klimaatcrisis er niet is, alsof Schiphol niet nu al te
veel ten koste gaat van woningbouw en alsof mensen niet nu al knettergek
en ziek worden van de hoeveelheid vliegtuigen boven hun hoofd. Zowel de
Commissie mer als de Raad van State is zeer kritisch op deze groeioptie.
Die is niet nodig, gelet op wat dit LVB volgens de rechter zou moeten
doen, namelijk de rechtszekerheid en bescherming van omwonenden borgen.
Het is puur een cadeautje van de VVD voor de luchtvaartbobo's. Dan zou
je verwachten dat het CDA en D66 dit echt niet laten gebeuren. Je zou
verwachten dat ze dit, dus nog meer dreiging van groei van Schiphol voor
honderdduizend omwonenden terwijl hen zo lang onrecht is aangedaan, niet
laten verankeren in de wet. Ik roep die partijen op om die schadelijke
groeioptie samen met ons van tafel te halen. Voorkom dat die ĂĽberhaupt
in de wet komt. Samen hebben we namelijk een meerderheid. Laten we het
doen.
De voorzitter:
Hier hoorde ik wel een punt. Ik zie de heer Heutink, maar die geeft heel
galant het woord aan de heer De Groot.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is heel galant van de heer Heutink.
De voorzitter:
Maak er wat moois van.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank, voorzitter. Ik was even aan het wachten op het moment waarop ik
zou worden uitgemaakt voor iemand die voor de luchtvaartlobby of
luchtvaartbobo's zou werken. Dat moment is aangebroken. Het is
traditioneel dat we dat in dat debat altijd even wisselen en dat het lid
Kostić mij daar even van beticht. Dan zijn we daar ook maar weer
geweest. Mijn vraag is de volgende. De bewonersvertegenwoordiging, dus
de gemeenteraad en het college, van Haarlemmermeer, dat 167.000 inwoners
heeft, heeft geen brief gestuurd. Hoe kijkt het lid Kostić
daartegenaan?
Kamerlid Kostić (PvdD):
We hebben verschillenden omwonendenorganisaties. Die vertegenwoordigen
meerdere omwonenden die zelf niet de tijd hebben omdat ze keihard moeten
werken. De mensen van al deze omwonendenorganisaties hebben naast het
werk dat ze moeten doen — misschien moeten ze voor hun kinderen zorgen
of op school werken — de tijd genomen om voor een groter gedeelte van de
bevolking op te staan. Ze zeggen: wij laten dit niet meer gebeuren. Heel
veel andere mensen zijn gewoon murw geslagen. Ik noem mijn eigen vader.
Die woont vlak bij Diemen. Ik heb het de vorige keer ook in het debat
gezegd: mijn kind van 2 kan niet normaal met mijn vader praten in zijn
eigen tuin, omdat er om de vijf minuten een vliegtuig over de tuin
vliegt. Mijn vader heeft het gewoon geaccepteerd. Hij heeft er geen
energie voor. Hij heeft een oorlog meegemaakt. Hij vindt het best, maar
normaal is het niet. Dat vindt hij ook niet; hij vindt het vervelend.
Maar hij gaat geen brieven sturen. Dat geldt voor heel veel mensen: ze
zijn gewoon murw geslagen, want ze hebben niet alleen maar de
luchtvaartbobo's tegenover zich, maar ook de VVD en telkens weer
verschillende kabinetten.
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik snap dat. Ik snap dat we moeten werken aan het beter beschermen van
omwonenden. Dat wil ik nogmaals gezegd hebben. Maar als ik kijk naar wie
de brieven ondertekend hebben, zie ik Extinction Rebellion, Greenpeace,
de Natuur- en Milieufederatie. Ik denk dan bij mezelf: we hebben eens in
de vier jaar verkiezingen in Nederland. Dan wordt er een gemeenteraad
gekozen; dat is het moment waarop mensen naar de stembus kunnen en
kunnen zeggen dat ze tegen Schiphol zijn. Haarlemmermeer ligt natuurlijk
onder de rook van Schiphol. Natuurlijk hoor ik ook de geluiden van
Aalsmeer en Uithoorn, en natuurlijk moeten we er wat aan doen. Maar er
zijn gewoon meer dan 150.000 mensen die tegen de volksvertegenwoordigers
in Haarlemmermeer zeggen: "Het is heel goed; ga maar door met Schiphol
en zorg ervoor dat we als omwonenden beter beschermd zijn. Maar de
luchthaven is heel erg belangrijk." Dat kunnen we hier in dit debat toch
niet ontkennen, vraag ik aan het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik weet niet precies waar de VVD heen wil. Wil de VVD tegen de mensen
thuis zeggen dat ze zich alleen maar kunnen uitspreken bij verkiezingen,
dat dat het enige is wat telt en dat je verder gewoon maar je mond moet
houden? Er zijn ongelofelijk veel mensen die zich zorgen hierover maken,
of die letterlijk ziek worden. Dat zijn er niet tien of twintig:
honderdduizenden mensen worden letterlijk ziek van Schiphol. En dan
denkt de VVD dat het gepast is om hier naar de interruptiemicrofoon te
lopen en zo'n verhaal te houden, terwijl de rechter heeft gezegd dat
kabinetten onder leiding van onder andere de VVD, mensenrechten van die
omwonenden hebben geschonden. Dan heeft de VVD het lef om naar de
interruptiemicrofoon te lopen en met zo'n verhaal te komen. Persoonlijk
vind ik dat gewoon schandalig.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is dan fijn, hè. Het is prima dat het lid Kostić dat schandalig
vindt, maar ik probeer hier gewoon het serieuze punt te maken dat zij
hier een beeld neerzet alsof de hele omgeving en de hele wereld tegen
Schiphol is, terwijl dat niet zo is. Dat is misschien een harde
constatering. Dat zegt ook niets over wat we te doen hebben voor de
omgeving. Maar het is niet zo dat de hele wereld tegen Schiphol is. We
hebben er namelijk ook heel veel welvaart aan te danken; onze economie
profiteert ervan. Mensen vliegen ook graag: 77% van de Nederlanders
vliegt graag. Die moeten ergens vandaan vliegen. Die gaan nu over
grenzen reizen om te kunnen vliegen. Het is dus niet zo dat heel
Nederland tegen vliegen is. Dat beeld wil ik ontkrachten. Maar het is
wel zo dat we iets moeten doen voor de omgeving. Daar staat de
handtekening van de VVD ook onder.
De voorzitter:
De heer Heutink.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter, ik wil hierop reageren, want er worden mij hier woorden in
de mond gelegd. Ik heb nergens gezegd dat iedereen tegen vliegen is. Dat
is helemaal … De meeste mensen vliegen niet eens. Maar er hebben gewoon
waanzinnig veel mensen last van Schiphol. Als dan uit onderzoek van het
ministerie zelf blijkt dat je met een kleiner Schiphol die welvaart
gewoon kunt behouden, waarom zou je dat dan niet doen? Dan heb ik het
niet over al die transferpassagiers voor buitenlandse reizigers, maar je
kunt dit voor onze eigen Nederlandse reizigers heel goed behouden.
Waarom zou je dat dan niet doen? Het is echt een soort
rupsje-nooit-genoeg. Schiphol heeft een groeiverslaving. De VVD gaat
daar op de een of andere bizarre wijze in mee, ten koste van de
belastingbetaler. Dit wanbeleid kost ons namelijk al jaren waanzinnig
veel geld. Het kost ons dus geld; het levert ons geen extra geld op.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Het huidige juridische geluidsstelsel is grotendeels gebaseerd op het
LVB uit 2008. Die bevat geen hard aantal maximumvluchten, maar begrenst
Schiphol op basis van geluidsgrenswaarden en vaste handhavingspunten.
Dat kwam in de praktijk neer op 480.000 vliegbewegingen terwijl er in
werkelijkheid in 2008 428.000 vliegbewegingen waren. Waarom tovert de
Partij voor de Dieren dan telkens het verhaal uit de hoge hoed dat de
groei van Schiphol illegaal zou zijn als het LVB uit 2008 op nog meer
vluchten zit dan de minister hier voorstelt?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat baseren we op wat we al aan juridische adviezen en van experts
hebben gehoord. Er was nooit een vergunning of goede regelgeving voor
die megalomane groei van Schiphol. Schiphol kon gewoon zijn gang gaan.
Schiphol had geen natuurvergunning — gewoon niets! Al die jaren lang kon
Schiphol zijn gang blijven gaan. Zoals ik zei, volgens mij heeft een
gemiddelde kroeg om de hoek inmiddels meer vergunningen dan Schiphol. Nu
zijn we zover dat we ongeveer op die 478.000 vliegbewegingen op Schiphol
zitten. Die krimp is ook gewoon maar op papier. Die hoeveelheid is er
al. Het vliegt al gewoon boven onze hoofden. Nogmaals, als je uit
onderzoek weet dat het kleiner kan, met een gezonde economie en gezonde
omwonenden als gevolg, waarom zou je het dan niet doen?
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Hij is leuk gevonden, "de kroeg om de hoek heeft meer vergunningen",
maar van metaforen hebben we in dit huis al genoeg. De feiten zijn
natuurlijk simpel. In 2008 was het aantal vliegbewegingen gemaximeerd
vanwege geluidsnormen op 480.000 vluchten. Dat zijn er 2.000 meer dan
dat deze minister voorstelt. Nogmaals — ik krijg namelijk geen antwoord,
want het lid Kostić blijft er allemaal dingen bij halen — is mijn vraag:
dat zijn meer vluchten dan nu wordt voorgesteld; dat kunt u toch niet
ontkennen?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee, nee, dit klopt niet. Mijn collega van inmiddels de Groep
Markuszower leidt gewoon af van het echte probleem. We hebben een té
groot Schiphol. Dat maakt mensen ziek, dat maakt natuur kapot. Het heeft
kunnen groeien omdat het Rijk had besloten om dat te laten gebeuren,
zonder de juiste procedure, zonder de juiste vergunningen, "ga maar
lekker je gang". Dat gaat uiteindelijk ook ten koste van onze economie
en de belastingbetaler.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter, ik …
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Ik wil u niet in de rede vallen, voorzitter. Ik constateer dat het
probleem niet hier staat. Ik constateer ook dat het probleem niet in vak
K zit. Ik constateer dat het probleem bij de Partij voor de Dieren
zit.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ah!
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Dat is de realiteit. Wat de Partij voor de Dieren doet, is keer op keer
een stuk rood vlees in de arena werpen en zeggen: vliegen is allemaal
niet goed, vliegen is niet leuk en we moeten er maar mee stoppen. Ik zeg
tegen het lid Kostić, via u, voorzitter: stop met die bangmakerij.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik moet erom lachen, omdat ik in de afgelopen debatten die ik over
luchtvaart heb gedaan nooit heb gezegd: stop met vliegen. Maar mijn
collega van Groep Markuszower heeft dat wel heel vaak gedaan, via deze
weg. Kijk, er zit gewoon een dogmatisch iets in het hoofd van mijn
collega met: "We moeten Schiphol gewoon alle ruimte blijven geven. Het
maakt niet uit wat verder de feiten zijn en het maakt niet uit dat we
prima met een kleiner Schiphol kunnen voor een gezonde economie en voor
gezonde burgers. Dat doet er niet toe." Dat is prima; dat is een keuze
van de Groep Markuszower. Wij baseren ons op feiten. Wij kiezen ook
expliciet voor de gezondheid van burgers en zetten die op één, voor
gezondheid van onze kinderen. Ik vind het niet normaal dat je niet in je
eigen huis meer veilig bent — en met mij heel veel mensen thuis, denk
ik. Dus daar blijf ik bij.
De voorzitter:
Dank u wel.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. Dan …
De voorzitter:
O, u was nog niet aan het einde van uw betoog.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Nee, ik heb nog een paar seconden.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voorzitter. De minister breidt het aantal punten uit waar het geluid
wordt gemeten, maar wat zijn deze punten waard als de geluidsnormen zo
zijn opgerekt dat zelfs een ambtenaar zegt: deze grenswaarden doen
niets? Erkent de minister dat hij de omwonenden op deze manier niet goed
beschermt? Het LVB gaat volledig voorbij aan de ernstige schade die
omwonenden hebben doordat soms iedere twee minuten een vliegtuig over
hun hoofd vliegt. Zogenaamd stillere vliegtuigen maken voor omwonenden
geen verschil. Zij willen minder vliegtuigen boven hun hoofd.
Voorzitter. De Commissie mer is vernietigend over het voorliggende
voorstel van de minister. Het is slecht handhaafbaar, het garandeert
niet de beloofde afname van geluidshinder en biedt geen bescherming
tegen overmatig geluid. Deze minister bouwt aan luchtkastelen, een
modelwerkelijkheid waarin het lawaai, waarmee 100.000 mensen in
Nederland te maken hebben, wordt weggestopt onder veel te ruime normen.
Kan de minister toezeggen dat hij het aangevraagde advies van de
Gezondheidsraad over de cumulatieve gezondheidseffecten op mensen direct
in de wet verwerkt, zodra dat er is?
Voorzitter. Bij een nieuw LVB hoort ook handhaven, maar nu geeft de
Luchtvaartinspectie van de ILT aan dat zij het LVB helemaal niet kan
handhaven. De doelen zijn niet handhaafbaar en er zijn flinke tekorten
bij de ILT. Kan de minister toezeggen dat hij voor de behandeling van de
IenW-begroting de Kamer informeert over wat er extra nodig is voor de
ILT om fatsoenlijk te kunnen handhaven en omwonenden daadwerkelijk te
kunnen beschermen?
Voorzitter, tot slot. Ook met deze minister zien we helaas een
voortzetting van oude trucjes: beleid maken waarvan je weet dat het
omwonenden niet echt beschermt, maar dit bewust doen om burgers het weer
te laten oplossen bij de rechter. Dit is geen kwestie van voor of tegen
vliegen; dit gaat om bescherming van mensen en kinderen, om durven
kiezen voor ruimte voor mensen, wonen, een veilig klimaat en natuur
boven de winsten van de luchtvaartlobby. Een kleiner Schiphol betekent
aantoonbaar een gezondere economie, gezondere mensen en een gezonder
klimaat. Laten we daar gewoon een keer voor kiezen.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij … Er is nog een interruptie.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Het lid Kostić heeft het steeds over een kleiner Schiphol en minder
zieke mensen. Als dat waar is, zouden we nu dus honderdduizenden zieke
mensen hebben door Schiphol?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mensen die in hun gezondheid worden geschaad, inderdaad.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Wat is het maximale aantal zieke mensen dat dan wel acceptabel is voor
het lid Kostić? Het lijkt erop dat het lid Kostić ofwel nul zieke mensen
wil — maar dan moet Schiphol verboden worden — ofwel zegt: nou oké,
30.000 zieke mensen vind ik dan wel acceptabel; dat weegt op tegen de
economische winst van het vliegveld.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dit is dus hoe er in deze Kamer wordt gedacht over mensenlevens. Ik vind
dat echt weer schrikken. Ik schetste het net heel duidelijk. Nogmaals,
dit is niet mijn mening of de mening van de Partij voor de Dieren
alleen; we baseren dit op nota bene rapporten in opdracht van het
ministerie zelf. Daarnaast zijn er nog tientallen onafhankelijke
rapporten die zeggen: juist voor onze welvaart is een kleiner Schiphol
heel goed, én je krijgt de positieve effecten op de gezondheid, natuur,
klimaat en milieu er gewoon gratis bij. Waarom is het zo moeilijk om dat
te omarmen en moeten we het hebben over hoeveel mensen we willen
opofferen? Waar gáát dit over?
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ja, waar moet ik beginnen? Het lid Kostić gaat natuurlijk over haar
eigen woorden, maar er is geen antwoord gegeven op mijn vraag. Er is een
prijs die betaald moet worden als we Schiphol willen houden, hoe groot
of hoe klein ook. Of het lid Kostić wil nul slachtoffers en dus geen
Schiphol — dat kan een keuze zijn, maar dan moeten we dat debat met
elkaar voeren, want dan is dat eigenlijk wat er gaande is — of het lid
Kostić zegt: oké, 30.000 is het maximumaantal zieken dat ik wil
accepteren om de economische functie in stand te houden. Dat is de vraag
die ik stel.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dit debat is een beetje surrealistisch. Ik vertel dus net dat je ook met
de helft van het huidige formaat van Schiphol prima kunt voldoen aan de
behoefte waar sommigen in deze Kamer zich druk om maken, die van de
Nederlandse reiziger. Dan heb je gewoon een gezonde luchtvaart binnen de
grenzen van wat aanvaardbaar is voor de gezondheid, natuur, milieu en
klimaat. Maar daar wordt gewoon niet voor gekozen, en ik begrijp dat
gewoon niet. Dat snap ik niet. Mensen kunnen niet veilig in hun eigen
huis zijn. Dat zijn we hier blijkbaar in meerderheid gaan accepteren in
de afgelopen decennia. Mensenrechten van omwonenden worden volgens de
rechter geschonden. In Nederland! Waarom worden daar hier geen vragen
over gesteld? Altijd maar Schiphol!
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar mevrouw Van der Plas, die spreekt
namens de fractie van BBB. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. De metafoor van zonet van het lid Kostić, dat hier een stuk
rood vlees in de arena gooit, blijft me altijd bij. Ik denk niet dat we
dat hier gaan meemaken. Een pak amandelmelk of een vegaburger misschien
wel, denk ik, maar daar rent niet iedereen op af. Maar goed. Schiphol.
Sorry, voorzitter, zou mijn bureautje iets omhoog kunnen, of hoe noem je
dat?
De voorzitter:
Over het knopje van het bureautje ga ik niet, maar ik zal ervoor zorgen
dat uw katheder omhooggaat.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Katheder, ja. Dank u wel. Het is gewoon een tafeltje, hoor.
Voorzitter. Na jaren van gedogen ligt er nu eindelijk een
Luchthavenverkeerbesluit Schiphol voor. Eerlijk gezegd had dit veel
eerder gemoeten, want jarenlange onzekerheid heeft niemand geholpen.
Omwonenden moeten weten waar ze juridisch aan toe zijn, maar dat geldt
net zo goed voor de luchthaven. Het geldt ook voor de
luchtvaartmaatschappijen en voor de werknemers en ondernemers die hun
levens hebben opgebouwd in en rondom Schiphol. De wijziging moet een
einde maken aan het anticiperende handhaven en zowel de
rechtsbescherming van omwonenden als de juridische basis van Schiphol
herstellen.
Voor BBB is daarbij steeds het uitgangspunt geweest dat Schiphol meer is
dan een optelsom van vliegbewegingen. De luchthaven is belangrijk voor
onze internationale bereikbaarheid en ons vestigingsklimaat.
Tegelijkertijd hoort daar ook de verantwoordelijkheid bij om hinder voor
omwonenden terug te dringen. Stillere en schonere luchtvaart moet
daarbij daadwerkelijk kunnen meewegen. Het besluit legt maximaal 478.000
vliegbewegingen vast, waarvan 27.000 in de nacht. Tegelijkertijd blijft
er perspectief op een gefaseerde terugkeer naar maximaal 500.000
bewegingen wanneer aan de gestelde geluidsvoorwaarden wordt
voldaan.
BBB vindt dat een belangrijk en een goed uitgangspunt. Als vliegtuigen
aantoonbaar stillen worden, moeten die technische vooruitgang en
miljardeninvesteringen beloond worden. Voor BBB is daarbij wel van
belang dat dit groeiperspectief ook echt perspectief blijft. Als
Schiphol aantoonbaar stiller wordt en aan de gestelde voorwaarden
voldoet, moet de winst uiteindelijk kunnen leiden tot meer
vliegbewegingen. Kan de minister bevestigen dat er geen aanvullende
beleidsmatige voorwaarden worden toegevoegd die niet in het LVB, het
Luchthavenverkeerbesluit, zijn vastgelegd?
Bij de tweede meting blijkt dat bijna alle geluidsdoelen worden gehaald.
Drie van de vier doelen zijn al bereikt. Alleen het doel om het aantal
woningen in een zwaar met vliegtuiggeluid belaste zone met 15% te
verminderen, wordt nog net niet gehaald. De daling is nu 14%. Bij de
eerste meting bleek bovendien dat nieuwe, stillere vliegtuigen nog niet
goed waren meegenomen in de berekeningen. Dat is inmiddels aangepast.
Hoe wordt structureel geborgd dat nieuwe vliegtuigtypen en gewijzigde
geluidsprestaties tijdig in de gebruikte modellen worden verwerkt,
voordat op basis daarvan besluiten over geluid, handhaving of
beschikbare geluidsruimte worden genomen?
Voorzitter. De Raad van State vraagt aandacht voor de handhaafbaarheid
van het nieuwe stelsel. Duidelijk moet zijn welke mogelijkheden de ILT
heeft wanneer de grenswaarden dreigen te worden overschreden. Dat is
voor BBB extra belangrijk omdat we niet opnieuw in een situatie van
juridische onzekerheid terecht willen komen. Ook wijst de Raad van State
op de gevolgen van preferentieel baangebruik voor specifieke groepen
omwonenden. De gemiddelde afname van geluid betekent immers niet
automatisch dat iedere omgeving erop vooruitgaat. Welke concrete
wijzigingen brengt de minister naar aanleiding van dit advies aan in het
handhavingsinstrumentarium van de ILT? Krijgt de ILT voldoende
ondersteuning om alle nieuwe taken uit te voeren? Kan de minister ook
aangeven welke groepen omwonenden door het preferentieel baangebruik
juist meer geluidshinder kunnen ondervinden en hoe hun belangen
afzonderlijk zijn meegewogen bij het vaststellen van het LVB?
In de passende beoordeling bij dit LVB wordt bovendien nog steeds
gerekend met stikstofruimte van tien agrarische bedrijven. Kan de
minister aangeven of Schiphol ook zonder stikstofruimte uit de landbouw
aan de natuurregels kan voldoen? Zo nee, waarom moet opnieuw
landbouwruimte worden ingezet om de ontwikkeling van een andere sector
mogelijk te maken?
Voor BBB is de kern helder: Schiphol moet juridisch op orde zijn,
omwonenden moeten goed worden beschermd en stillere, schonere
vliegtuigen moeten ook daadwerkelijk ruimte opleveren voor de
luchtvaart. We moeten daarom niet alleen sturen op papieren aantallen,
maar op de daadwerkelijke hinder voor mensen én op het belang van een
luchthaven die Nederland internationaal bereikbaar houdt.
Ik maak 'm even af, voorzitter; het is nog maar kort.
De voorzitter:
Oké. Dat is ook een interessante wending. Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Voorzitter. Ik wil eindigen met het volgende. Schiphol koopt boeren uit
voor stikstofruimte; ik zei het net al. BBB is daar altijd tegenstander
van geweest. Je kunt namelijk geen ammoniak inruilen voor
NOX, de emissie uit bijvoorbeeld de luchtvaart. Dit zijn twee
totaal verschillende dingen. BBB blijft erbij dat er schotten moeten
komen tussen ammoniak en stikstof. In de komende landbouwdebatten die
over stikstof gaan, zullen we ons tot de laatste snik blijven verzetten
tegen de waanzin van de modellenwerkelijkheid waardoor onze boeren,
tuinders, vissers en het platteland worden gesloopt vanwege de
stikstofwaanzin waarin wij zijn beland. De rekenkundige ondergrens is
nog niet eens ingevoerd.
Dat is een gotspe. Ik vraag aan deze minister om druk te zetten in het
kabinet om dit zo snel mogelijk te doen, want dit zou duizenden
PAS-melders helpen. Ja, we zijn voor een florerend Schiphol en de
economie daaromheen, maar waarom worden de boeren de duimschroeven
aangedraaid? Wil de minister er in het kabinet voor zorgen dat er bij
het stikstofbeleid ook een eerlijke balans, een balanced approach, komt?
Dat gaat om het borgen van de continuĂŻteit, de haalbaarheid, de
uitvoerbaarheid en de economische waarde. Met alle respect: Schiphol
geeft 112.000 mensen een baan en levert 12 miljard op aan inkomsten.
Maar beste mensen, de agrarische sector is goed voor 600.000 banen, 77
miljard aan inkomsten én voedselzekerheid. De opdracht van BBB aan deze
minister is: ga even met Van Essen praten, en voer zeker die
rekenkundige ondergrens in. Dan zijn we van een hele hoop ellende
af.
Dank u wel.
De voorzitter:
Zal ik het woord geven aan mevrouw Kröger?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger, gaat uw gang.
Mevrouw Kröger (PRO):
Het is heel goed dat mevrouw Van der Plas haar betoog heeft afgemaakt,
want mijn vraag gaat juist over stikstof.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daarom.
Mevrouw Kröger (PRO):
Mevrouw Van der Plas noemde in haar betoog dat er eindelijk een einde
kan komen aan het gedogen. Maar op het gebied van stikstof wordt
doorgegaan met gedogen. Schiphol heeft nu een gedoogvergunning gekregen
die geldig is tot eind 2027. Is de BBB het met mij eens dat ook Schiphol
zo snel mogelijk een fatsoenlijke, onherroepelijke natuurvergunning
nodig heeft?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Kijk, dit is voor ons altijd een hele moeilijke kwestie geweest. Ik vind
het onverteerbaar dat zo veel boeren in de ellende zitten vanwege dat
bizarre stikstofbeleid. De partij van mevrouw Kröger steunt dat
overigens van harte en heeft tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen
ook gezegd dat er niks van mag worden afgezwakt. Aan de andere kant zit
Schiphol met een gedoogvergunning. Boeren worden achtervolgd door
rechtszaken, handhavingsverzoeken en dwangsommen. Het voert allemaal
terug op het beleid dat hier door meerdere kabinetten in gang is gezet
en dat gebaseerd is op modellen, wat ik ook echt idioterie vind. Wij
hebben altijd meegestemd met moties die gingen over een
natuurvergunning, maar ik zie ook het belang van een florerende economie
en een Schiphol dat heel veel mensen banen oplevert. Wij zeggen niet:
omdat boeren ellende wordt aangedaan, zijn wij tegen Schiphol. Ik vind
gewoon dat ze allebei eerlijk behandeld moeten worden. Het moet allemaal
in balans zijn. Dan zie ik dat Schiphol boeren uitkoopt voor hun
stikstofruimte en dat ze vervolgens de ammoniakruimte gebruiken om
NOx uit te stoten. Dat is toch te bizar voor woorden?
Mevrouw Kröger (PRO):
Volgens mij is niemand hier tegen Schiphol en zoeken we allemaal naar
manieren om er als overheid beter grip op te krijgen. Er is vijftien
jaar lang geluidsoverlast gedoogd. Schiphol heeft nu een
gedoogvergunning en geen natuurvergunning. Mijn angst is dat dat ook
weer een eindeloos traject wordt. Daarom vraag ik mevrouw Van der Plas
of zij het met mij eens is dat we er echt voor moeten zorgen dat
Schiphol zo snel mogelijk een fatsoenlijke natuurvergunning heeft, en
dat dat niet weer een heel gedoogtraject moet worden, zoals met het
geluid is gebeurd. Dat zou toch volstrekt oneerlijk zijn, ook richting
de boeren?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Wij wegen alles tegen elkaar af. Als dit weer aan de orde komt, zullen
we weer een heel zorgvuldige afweging maken. De pijn zit 'm bij ons in
de vraag: waarom voor Schiphol wel en voor boeren niet? Dat is gewoon
heel pijnlijk. Dat is niet uit te leggen. We moeten in deze Kamer altijd
afwegingen maken. Daarom zeg ik hier ook heel expliciet bij dat ik wat
betreft Schiphol niet de kont tegen de krib ga gooien omdat hier een
kabinet zit dat een krankzinnig beleid heeft gemaakt op het gebied van
stikstof; dat geldt overigens ook voor de eerdere kabinetten, zoals
Rutte I, II, III, noem ze maar op. Wat ons betreft is er geen
stikstofprobleem, maar een stikstofwetprobleem. Die afweging zullen wij
dus altijd maken. Dit is ook een hele belangrijke; dat ben ik eens met
mevrouw Kröger.
De heer Köse (D66):
Mevrouw Van der Plas gaf in het begin van haar betoog aan dat als
vliegtuigen een tikje stiller kunnen, we best eens meer kunnen gaan
vliegen. Maar dan ben ik toch benieuwd hoe zij kijkt naar de
Aldersparadox, waarbij eigenlijk precies dat als probleem wordt
aangegeven. Sorry, zei u wat?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nee, nee, ga door.
De heer Köse (D66):
Als we vliegtuigen gaan verstillen en daardoor juist meer
vliegbewegingen gaan inzetten, dan nemen de pieken misschien wel af
omdat de vliegtuigen stiller worden, maar juist de frequentie van
vliegtuigen die steeds maar over komen waaien, veroorzaakt het probleem
en zorgt er juist voor dat de hinder stijgt. Hoe verklaart mevrouw Van
der Plas dat?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou ja, kijk, we zijn ook met meer mensen gekomen, hè. Inmiddels telt
Nederland 18 miljoen mensen. Dat moet naar … Nou ja, van mij moet dat
helemaal niet; van mij mag het wel ietsje minder. Maar we gaan naar 20
miljoen mensen toe en al die 20 miljoen mensen, plus de landen om ons
heen en het zakelijke verkeer en het commerciële verkeer … Het zal
gewoon blijven stijgen. Dat is gewoon een feit. Mensen gaan niet minder
vliegen; mensen gaan meer vliegen. Als dat stiller, schoner en zuiniger
kan, dan is dat natuurlijk wel winst. Als je een vliegtuigindustrie, om
het zo maar eventjes te noemen, of een luchtvaartsector, in de benen kan
houden, dan kunnen die sectoren en de bouwers van vliegtuigen
bijvoorbeeld ook veel meer investeren in elektriciteit. Dat staat nu nog
een beetje in de kinderschoenen, maar uiteindelijk zullen we ook in de
periode komen dat de eerste elektrische commerciële vluchten al kunnen
vliegen, in ieder geval op Europees gebied. Daar heeft een sector wel
gewoon body voor nodig. Je moet wel kunnen investeren. Als je een sector
afbreekt en inkrimpt, dan verdwijnen ook de kennis en de innovatie. Het
is hetzelfde als met de agrarische sector.
De heer Köse (D66):
Ik denk dat hier nou precies het probleem zit, want mevrouw Van der Plas
legt het uit alsof we wel meer vluchten móéten hebben omdat we als
bevolking groeien. Maar we hebben een hubfunctie op Schiphol. Dus die
vliegtuigen gaan niet op en neer voor mevrouw Van der Plas en mij en
alle Nederlanders. Nee, we vliegen voor mensen die Schiphol gebruik als
hub, om even hier te parkeren en weer door gaan naar de bestemming waar
ze moeten zijn. Het is niet omdat wij als Nederlanders graag meer
vliegen. Het is voor het buitenland dat we dit onze omwonenden, die ook
hier in het publiek zitten, aandoen. Die verstilling is heel goed — dat
ben ik met u eens — maar als dat betekent dat mevrouw Van der Plas en
velen aan de rechterkant van deze Kamer zeggen dat we er wel twee of
drie over kunnen laten vliegen omdat ze iets stiller worden, dan zijn we
niet aan het verstillen. Dan zijn we precies die papieren werkelijkheid,
die hier steeds genoemd wordt, aan het leven: een papieren werkelijkheid
die laat lijken dat het stil is, terwijl het dat niet is en we deze
mensen voor de gek houden. Hoe reflecteert mevrouw Van der Plas
hierop?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik weet niet of je die mensen voor de gek houdt. Ik denk dat wij er
gewoon verschillend naar kijken. Kijk bijvoorbeeld naar auto's. In de
jaren zeventig, toen ik opgroeide, was het allemaal veel vervuilender,
ronkende motoren, harder geluid. Als je dan langs een snelweg stond,
voor zover die er al waren, had je daar ook veel last van. In de loop
van de jaren zijn er meer auto's bij gekomen, die wel stiller zijn gaan
rijden. Er zijn natuurlijk ook geluidsschermen gekomen. Je moet je er
ook aan aanpassen. Wij zeggen niet: o, doe bij wijze van spreken maar
een miljoen vluchten dan; het maakt ons allemaal niet uit. Die hubs
hebben natuurlijk ook een functie, ook voor Schiphol. Het heeft ook een
economische functie. Mensen besteden een hoop geld op Schiphol, mensen …
Nou, noem alles maar op. Zoals ik ook tegen mevrouw Kröger zei: we
bekijken gewoon bij elke afweging wat de juiste afweging is. Natuurlijk
willen wij ook dat er goed gezorgd wordt voor omwonenden. Dat heb ik ook
in mijn inbreng gezegd; ik hoop dat mensen op de tribune dat ook hebben
gehoord. Wij zeggen niet: laat ze maar barsten. Je hoort mensen weleens
roepen: jullie zijn daar komen wonen, dus dan moet je het er maar mee
doen. Dat hoor je ons niet zeggen. Wij willen ook die afwegingen gewoon
goed maken, maar ik wil ook de luchtvaartsector de kans geven om
inderdaad te investeren in stiller, schoner en zuiniger en ik wil ook
gewoon in gesprek blijven met de omwonenden.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Köse (D66):
Het is fijn dat mevrouw Van der Plas nog een beetje terugkomt op het
statement dat ze aan het begin van haar betoog maakte. Het lijkt me goed
om te kijken hoe we echt kunnen verstillen in plaats van die papieren
werkelijkheid te creëren. Ik zal daarvoor met voorstellen komen, dus ik
hoop dat de BBB die dan kan steunen. Zo klinkt het al wel, dus dank u
wel.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Die conclusie laat ik aan u. Ik heb gezegd dat wij alles altijd tegen
elkaar afwegen en daar onderbouwde keuzes in maken. Dat zal er soms toe
leiden dat iemand hartstikke blij en het helemaal met ons eens is en
soms zal dat ertoe leiden dat mensen misschien wat minder blij met ons
zijn. Wij gaan nooit over een nacht ijs; laat ik dat in ieder geval
zeggen. De droom dat wij alle D66-voorstellen steunen, wil ik wel
eventjes uiteen laten spatten. Maar we gaan er zeker naar kijken,
natuurlijk.
De voorzitter:
Dank voor uw bijdrage. We gaan luisteren naar de heer Heutink. Hij
spreekt namens de Groep Markuszower. Gaat uw gang.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Even kijken of het bureautje goed staat.
De voorzitter:
Gaat uw gang.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Voorzitter. Het schijnt dat de minister is gaan logeren, niet in een
hotel maar direct naast de landingsbaan. Allereerst wil ik van de
minister weten hoe hij daar heeft geslapen. Heeft u een goede nachtrust
gehad? Heeft u, zoals de Partij voor de Dieren ons doet vermoeden,
gillend in bed gelegen door het verschrikkelijke geluid? We zijn heel
erg benieuwd.
Voorzitter. Vandaag spreken we over de enige luchthaven ter wereld die
gaat krimpen. U hoort het goed: die gaat krimpen. In een tijd dat onze
economie onder druk staat door de geopolitieke onrust in de wereld
kiezen we ervoor om de grootste luchthaven van Nederland te laten
krimpen. Dat is natuurlijk doodzonde. Ik vertelde al eerder over boer
Knibbe. Hij verkocht in 1916 twee percelen van ongeveer 12 hectare in de
noordoosthoek van de Haarlemmermeerpolder aan de Nederlandse overheid.
Moet je nu toch eens kijken wat wij daar met elkaar van gemaakt hebben.
Daar kunnen we toch eigenlijk alleen maar heel erg trots op zijn?
Na een lang traject, met verschillende interventies en pogingen, staat
hier een minister die knokt voor Schiphol. Ik moet hem ook niet te veel
complimentjes geven, want dan gaat hij wellicht naast zijn schoenen
lopen en dat kunnen we niet gebruiken vandaag. Desondanks hoop ik dat de
minister het nu gewoon voor elkaar gaat boksen. Als Kamer zouden wij hem
moeten steunen in die missie. Juist daarom is het zo goed dat we vandaag
het Luchthavenverkeerbesluit bespreken, niet omdat we blij zijn dat
Schiphol gaat krimpen — dat zijn we absoluut niet — maar om ervoor te
zorgen dat niemand ons Schiphol nog kan afpakken. Schiphol mag ons niet
worden afgepakt door milieufundamentalisten, groene partijen of mensen
die een hekel hebben aan vliegen. Het is goed dat het bestaan van
Schiphol, de vliegbewegingen en de ruimte waarin geopereerd kan worden
eindelijk juridisch worden verankerd en dat de rechtszekerheid van
mensen die overlast ervaren beter wordt beschermd.
Het nieuws stapelt zich ook op. Vandaag werd bekend dat het eerste
stille vrachtvliegtuig van KLM is vertrokken. Dat is een mijlpaal voor
een stiller en schoner Schiphol. De overlast zal hiermee voor de helft
verminderen. Ik denk dat iedereen daar alleen maar blij mee kan zijn. We
moeten KLM, maar ook andere maatschappijen, dus aanmoedigen om daarmee
door te gaan. We moeten ze niet bang maken, zoals hier in dit huis
weleens gebeurt, maar ze juist enthousiasmeren. Dat is wat we moeten
doen. Gisteren werd bekend dat de nieuwe Labourpremier van
Groot-Brittannië, de vriend van de PRO-fractie, een nieuwe landingsbaan
bij Heathrow toch niet ziet zitten. Mijn vraag aan de minister is: heeft
u al een taart gestuurd naar Downing Street 10? Dit geeft Schiphol
natuurlijk enorm veel kansen om te blijven groeien en de hubfunctie
daadwerkelijk te versterken. Als Londen het nalaat, dan kunnen we het
maar beter zelf doen.
Voorzitter. Ons verhaal is heel simpel. Wij willen niet minder Schiphol.
Wij willen niet minder vliegen. Wij willen meer Schiphol, een groter
Schiphol en een sterker Schiphol. We willen meer vliegen. Wij willen dat
mensen meer kunnen vliegen. Onze vraag is dus: hoe gaat de minister er
concreet voor zorgen dat het groeipad richting de 500.000 vluchten
intact blijft? Hoe zorgt de minister ervoor dat dit groeipad er niet uit
wordt gesloopt? We zien dat namelijk al gebeuren als het gaat over het
groeipad: er is hier al gewisseld over amendement na amendement,
rechtszaak na rechtszaak. Ze zullen alles uit de kast halen, zeg ik via
de voorzitter tegen de minister, om deze plannen de nek om te draaien.
U, beste minister, zeg ik via de voorzitter, heeft de
verantwoordelijkheid om ervoor te zorgen dat u uw gelijk gaat halen, dat
het belang van Schiphol overeind blijft en dat we gewoon kunnen vliegen.
Dat is in het belang van onze economie en dus in het belang van het DNA
van Nederland.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Köse. Hij spreekt
namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Al zestien jaar wachten de omwonenden van
Schiphol op een geldig Luchthavenverkeerbesluit, zestien jaar waarin de
luchthaven boven de wet opereert en in feite gedoogd wordt, zestien jaar
waarin omwonenden wachten op rechtsbescherming. Het is tijd voor een
doorbraak. Hoe verenigen we het belang van een internationale hub met
het recht op een goede nachtrust en een gezonde leefomgeving? Biedt dit
LVB daadwerkelijk voldoende bescherming? Ik vraag de minister hierop te
reflecteren.
Voorzitter. Dit LVB biedt de mogelijkheid voor verdere ontwikkeling van
Schiphol onder voorwaarden. Buiten kijf staat dat dit kabinet, zoals is
toegezegd door deze minister, Schiphol niet zal laten groeien. Voor D66
zijn duidelijke en strikte voorwaarden dan ook van belang. Wat ons
betreft zijn een gezonde leefomgeving en minder hinder hier leidend in.
Het advies van de Raad van State onderschrijft dit. Ook de Raad van
State vraagt hoe wordt geborgd dat die verbetering er echt komt en
blijft. Die vraag delen wij. Daarom dienen wij hier met het CDA een
voorstel mede in. De toelichting laat ik uiteraard aan mevrouw Zwinkels,
maar wat D66 betreft is dat een voorstel dat duidelijk maakt dat groei
naar 500.000 vluchten echt niet zomaar kan zonder het afronden van de
Europese procedure waarin een nachtsluiting wordt meegenomen, maar ook
niet zonder te voldoen aan het CO2-plafond voor Lelystad en
Schiphol. Kan de minister zich vinden in deze lijn, waarin groei niet
vanzelf volgt, maar wordt verdiend onder strikte voorwaarden? Hoe borgt
hij vooraf, bij iedere stap, dat aan de randvoorwaarden is
voldaan?
Voorzitter. In dit LVB is het pad voor groei wel duidelijk. Zoals ik al
aangaf, komen wij met voorstellen om daar strikte en duidelijke
voorwaarden aan te verbinden, maar we kijken nog niet naar de andere
kant. Wat als we onze doelen niet halen? Wat als Schiphol te veel
geluidsoverlast veroorzaakt, terwijl er technisch gezien nog groei in
het aantal vluchten mogelijk is? Het is dan onduidelijk of en hoe het
aantal vluchten omlaag kan. Wat D66 betreft moeten we dan op de noodrem
trappen. Die is nodig, want achteraf handhaven is te laat. Als de
geluidsruimte wordt overschreden, moet de toezichthouder direct kunnen
handhaven en desnoods ingrijpen in het aantal vluchten.
Ik zie een interruptie, voorzitter.
De voorzitter:
Ik was aan het wachten op een punt, maar u mag het ook overnemen.
De heer Köse (D66):
Nee, punt.
Kamerlid Kostić (PvdD):
D66 begon heel mooi, maar toen werd het heel vaag. D66 zegt: groei kan
onder voorwaarden. Daarna wordt het heel ingewikkeld en technisch et
cetera. Erkent D66 dat Schiphol al heel groot is, dat 478.000
vliegbewegingen enorm is en dat dit, zoals de heer Köse al schetste,
zorgt voor die overlast, voor die schade aan de gezondheid van mensen op
dit moment en dat het onwenselijk is om verder te groeien?
De heer Köse (D66):
Ik schetste wat het LVB aangeeft, namelijk dat groei mogelijk zou zijn
onder voorwaarden. Zoals is toegezegd, gaat dat niet deze
kabinetsperiode gebeuren. Daar ben ik in ieder geval al heel blij mee.
Ik denk dat dat het belangrijkste is. We zijn het natuurlijk heel erg
met elkaar eens dat we iets aan Schiphol moeten doen. We steunen elkaars
voorstellen daarover ook heel vaak. Dat zijn we dus zeker met elkaar
eens.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, maar dat is toch heel gek. D66 legt ook aan BBB uit dat het aantal
vluchten dat we nu hebben, al te veel is voor mensen. Het aantal moet
dus naar beneden, maar D66 laat het toch gebeuren dat we nu in de wet
vastleggen dat er een mogelijkheid komt voor Schiphol om verder te
groeien. Dat is toch onvoldoende waarborg? Dan laat je het toch afhangen
van de politieke wind die waait om die omwonenden voldoende te
beschermen?
De heer Köse (D66):
Nee, dat is zeker niet wat wij doen. Ik kom er zo in mijn spreektekst
ook nog op. Wij willen dat we als overheid eindelijk eens
rechtsbescherming gaan bieden. Dat moet niet met een zwak LVB — ik ga
met voorstellen komen, want ik ben ook kritisch — maar met een LVB dat
eindelijk zegt: "Dit zijn de grenswaarden. Schiphol, houd je aan de wet.
Als je dat niet doet, hebben we een toezichthouder die daar hard op kan
toezien en het instrumentarium heeft om daarop te handelen." Daarmee
zeggen we: "Genoeg is genoeg. We gaan niet meer gedogen; die tijd is
voorbij." Dat is precies wat ik zeg. Ik zal ook met voorstellen daarvoor
komen.
De voorzitter:
Afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik ben heel benieuwd naar de voorstellen. Ik weet dat mijn collega zijn
best doet, maar ik begrijp het oprecht niet. Ten eerste weten we al dat
die grenswaarden te veel opgerekt zijn. Dan zou je dus ook met
voorstellen moeten komen om die flink te versmallen. De belangrijkste
vraag blijft staan. Voor het LVB en voor die rechtszekerheid is de
clausule van mogelijkheid tot groei voor Schiphol totaal niet nodig. Ik
zei het net al: het is gewoon een cadeautje van de VVD voor de
luchtvaartlobby.
De voorzitter:
En uw vraag?
Kamerlid Kostić (PvdD):
We kunnen het samen met D66 en het CDA gewoon eruit halen. Mijn
uitnodiging aan D66 is om straks samen met ons met een voorstel te komen
of de motie van PRO te steunen om dat er nu uit te halen. Is D66 daartoe
bereid?
De heer Köse (D66):
Dit is niet nieuw. We hebben eerder een LVB-debat gehad. Toen heb ik dat
voorstel gesteund en hebben we geen meerderheid gehaald. Ja, precies.
Wij — ik wijs naar de Kamer — hebben geen meerderheid gehaald. Ik heb
het wel gesteund. Wat ik nu probeer te doen, en ik hoop dat u mij
daarbij helpt, is het volgende. Ik wil niet zeggen: ik ga als D66 even
lekker profileren; ik ga precies doen wat ik het liefste zou willen. Dat
ligt zeker dicht bij elkaar. Wij geven om die omwonenden; dat ben ik met
het lid Kostić eens. Laten we nu eens gaan kijken van: oké, dit is de
politieke realiteit, wat kunnen we wel doen? We kunnen dan met
voorstellen komen die we hard afdwingen en waar we over onderhandelen,
die echt impact gaan maken. Dit is de realiteit en we moeten ons best
doen om stappen te zetten voor de omwonenden. Ik heb goede hoop dat het
met mijn voorstellen in ieder geval beter gaat zijn dan wat we nu
hebben.
Mevrouw Kröger (PRO):
Het is voor mij echt volstrekt onbegrijpelijk waarom D66 het
groeiverdienmodel accepteert. Het is volstrekt onbegrijpelijk. Maar de
heer Köse zegt: ik ga het een beetje beter maken. Mijn vraag aan de heer
Köse is dan: hoeveel beter gaat de heer Köse het maken in
decibellen?
De heer Köse (D66):
Het groeiverdienmodel wordt aangehaald. Ik accepteer dat niet. Ik heb
daartegen gestemd. Ik heb ervoor gestemd om het te schrappen. Dat is
niet gelukt. In plaats van bij de pakken neer te gaan zitten kom ik nu
met voorstellen om het te verbeteren, ook het groeiverdienmodel. Ik had
het net over de noodrem. Dat heeft mevrouw Kröger kunnen horen. Ik dien
een voorstel van het CDA mede in om de voorwaarden voor groei harder te
maken, dus om het moeilijker te maken om te groeien. Dat is namelijk het
alternatief als we geen meerderheid hebben voor schrappen. Daarnaast ga
ik, in plaats van omhoog te kijken naar groei, kijken hoe we kunnen
krimpen als dat noodzakelijk is omdat we de doelen niet halen.
Mevrouw Kröger (PRO):
Mijn vraag was: hoeveel geluidsverbetering gaat het voorstel van de heer
Köse opleveren? Nu is 0,5 decibel de geluidswinst en dan mag je gaan
groeien. Dat is het voorstel van het kabinet. Hoeveel beter maakt de
heer Köse het?
De heer Köse (D66):
Ik dien een motie van het CDA mede in waarin dat nader beschreven is.
Mevrouw Zwinkels zal die nader toelichten. Maar we gaan er dus ook naar
kijken hoe je het groeiverdienmodel nog strakker maakt en hoe je meer
geeft aan omwonenden. Ook daar kom ik dus met stappen. U vraagt concreet
naar decibels, maar mijn voorstellen gaan over die noodrem. Die gaan
niet over decibels, maar over minder gaan vliegen. Daar hebben
omwonenden — ik legde net de paradox uit — echt wat aan, dus aan het
trekken aan de noodrem als de doelen niet worden gehaald.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
De heer Köse zit nog niet zo lang in de Kamer, maar is volleerd in het
om een antwoord heen draaien. Uiteindelijk gaat het erom hoeveel
geluidswinst het voorstel van de heer Köse gaat brengen. De heer Köse
schudt heel hard van nee, maar dat is de systematiek die hij gaat
steunen als hij dit LVB steunt. Bij 0,5 decibel mag er al worden
gegroeid. Hoeveel strenger gaat de heer Köse dat maken? Ik vraag het nog
een keer. Vanaf 3 decibel kun je het horen. Hoeveel beter maakt de heer
Köse het?
De heer Köse (D66):
Mevrouw Kröger wil een ander antwoord horen omdat dit haar
waarschijnlijk niet tevreden stelt, maar dit is toch wat het is. Er komt
een voorstel van CDA-zijde, dat ik mede zal indienen, om bij het
groeiverdienmodel meer verstilling aan omwonenden te geven.
Tegelijkertijd kom ik zelf met voorstellen — u wilt heel graag de
decibels horen — om minder te gaan vliegen. Daar hebben omwonenden meer
aan dan dat we over 3 decibel of 4 decibel praten. Dat gaat het niet
oplossen.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik vind het wel leuk om te zien dat een niet-luchtvaartgezinde partij
wordt aangevallen door andere niet-luchtvaartgezinde partijen. Ik zou
eigenlijk de volgende vraag willen stellen. Als we in Europa kijken naar
de overlast per vervoersmodaliteit, hebben 100 miljoen mensen last van
regulier werkverkeer — dat gaat om 55 decibel — 20 miljoen mensen van
treinverkeer en maar 4 miljoen van vliegverkeer. Dat is natuurlijk ook
ernstig, maar ik plaats het even in perspectief. Dan zijn we vervolgens
het enige land dat gaat krimpen. Dan gaan wij een Balanced Approach
inzetten, die ook nog aan alle kanten wordt gehaat. Vervolgens komen we
aanzetten met een enorm hoge vliegbelasting. Dan is er een minister die
ons eindelijk, na tien jaar, uit een moeras van juridische onzekerheid
gaat helpen en zegt u: weet je wat, het is niet genoeg; ik kom nog met
een motie aanzetten. Voor mij is dat totaal onnavolgbaar. Zou u dat
willen toelichten?
De heer Köse (D66):
Ik vind het mooi hoe eigenlijk precies de reden wordt aangegeven waarom
dit niet oké is. U gaf aan "4 miljoen mensen" …
De voorzitter:
Het is "de heer Goudzwaard gaf aan".
De heer Köse (D66):
Excuus, voorzitter. De heer Goudzwaard gaf aan dat 4 miljoen mensen
hieronder te lijden hebben. We hebben een rapport van GGD GHOR dat zegt
dat er — wat is het? — een half miljoen mensen of 400.000 mensen last
hebben van verstoring door geluidsoverlast, waarvan 200.000 mensen
ernstige slaapverstoring hebben. In ons land! Dat gebeurt gewoon
momenteel. Die mensen zitten nota bene op de tribune. Dan gaat het over
4 miljoen mensen: "Ja, dat is ook wel veel, maar er zijn ook andere
dingen." Dit is precies de reden waarom ik me zo hard maak voor die
mensen, waarom ik voor hen wil opkomen. Ik snap dus niet … Het antwoord
is eigenlijk al gegeven.
De heer Goudzwaard (JA21):
Nee, het antwoord is totaal niet gegeven. Ik schets juist hoe …
Natuurlijk geef ik aan — dat heb ik net ook gedaan bij de interruptie —
dat ik het erg vind dat mensen ernstig last hebben van luchtvaart. Daar
wil mijn partij ook de verantwoordelijkheid voor pakken. Ik schets het
volgende. Kijk naar het wegverkeer, kijk naar treinverkeer. Het aantal
gehinderden is vele, vele malen groter. Dan zeg ik ook nog eens: dan
gaan wij het als enige land ter wereld laten krimpen. Dan gaan we de
Balanced Approach opleggen, of tenminste, die moeten we van Europa
uitvoeren. Zo onredelijk zijn we bezig. Dan knallen we er nog eens een
keer de hoogste vliegtaks overheen, en dan komt D66 doodleuk aanzetten
met "ik vind het niet genoeg". Ik vraag u om dáárop te reflecteren.
De heer Köse (D66):
Ik hoor de collega van JA21, de heer Goudzwaard, praten over de hoogste
vliegtaks en noem het maar op en dat we het allemaal onmogelijk maken.
We leven in een land waarin honderdduizenden mensen last hebben van de
hub die wij niet voor de Nederlander hebben. Dat zou de heer Goudzwaard
moeten aangaan. Honderdduizenden Nederlanders hebben last van deze
industrie die vooral de grote bedrijven rijk maakt en die faciliteert
dat mensen ons land als hub kunnen gebruiken; ik zal het even in
JA21-termen zeggen. Dus dat: we zetten ons land in de uitverkoop, maken
de grote bedrijven rijk en laten de Nederlander ervoor opdraaien.
Vervolgens kunnen we in dit land, terwijl we die problematiek hebben,
voor vijf tientjes naar Milaan of Barcelona vliegen. Dan hoor ik "o, de
vliegbelasting gaat omhoog". Gelukkig is dat op de meest vervuilende
vluchten. Ik denk dat we met goede dingen bezig zijn, dat we toe moeten
naar een eerlijke prijs voor luchtvaart, en dat we die stappen moeten
blijven zetten. De heer Goudzwaard gaf al mooi aan waarom dit zo'n groot
probleem is en dat we het ook moeten doen.
De voorzitter:
Afrondend.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ik heb het geprobeerd. Ik wilde alleen maar richting de heer Köse
schetsen hoe enorm wij als klein landje Schiphol de duimschroeven aan
het aandraaien zijn. Ik had overigens ook van D66 verwacht dat zij echt
waarde zouden hechten aan al die hightech bedrijven die zeggen: juist
vanwege Schiphol ga ik mij hier vestigen. Laten we het bijvoorbeeld
nemen — de minister heeft dat zelf gezegd — van Eli Lilly. Eli Lilly
zegt: ik ga naar Katwijk omdat Schiphol hier is. Dan hebben we alleen al
tijdens de bouw van die fabriek 1.500 banen en daarna nog eens een keer
500 reguliere banen. Dat geld gaat dus deels naar bedrijven, maar daar
worden ook gezinnen van onderhouden. Dat wilt u toch niet ontkennen?
De voorzitter:
Dat wil de heer Köse …
De heer Goudzwaard (JA21):
De heer …
De heer Köse (D66):
Ik hecht natuurlijk waarde aan de Nederlandse economie. We mogen ook
best trots zijn op dingen die we hebben opgebouwd. Daar zijn we het
totaal niet over oneens. Maar ik erken ook de waarde van de wetenschap.
Kijk naar het rapport van CE Delft. Dat zegt eigenlijk wat ik net al
schetste: die hubfunctie maakt economisch helemaal niks uit. Als je die
eraf zou halen, zou dat niks betekenen voor de mobiliteit, voor het
aantal vluchten, voor de economie. Sterker nog, voor de brede welvaart
en ook economisch zou dat heel veel opleveren voor de rest van het land.
Dus als we een economisch sterk verhaal willen hebben, dan zie ik graag
dat de heer Goudzwaard mijn voorstellen gaat steunen.
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik denk dat het hart van dit debat de uitspraak van de rechter is dat er
een fair balance moet zijn. Vindt de heer Köse dat er met 478.000
vliegbewegingen sprake is van een fair balance?
De heer Köse (D66):
Ik ben daar gewoon heel kritisch op geweest; dat is geen geheim. Zoals
ik net al liet zien: ik kan heel veel vinden, maar uiteindelijk is er
een meerderheid, groei je naar elkaar toe en moet je een beslissing
nemen. Waar ik het meeste waarde aan hecht, is dat we nou eindelijk
afgaan van die gedoogsituatie en dat we toewerken naar een situatie
waarin omwonenden eindelijk beschermd gaan worden. Dat is, denk ik, het
belangrijkste. Is dit het eindstation? Nee. Is het een goede eerste stap
die we nu gaan zetten, in combinatie met de voorstellen die ik wil doen?
Ja, dat denk ik echt wel.
Mevrouw Kröger (PRO):
Volgens mij kan je absoluut niet spreken van een fair balance op het
moment dat er in een rapport staat dat economisch het optimum 460 is en
dat voor omwonenden nog veel meer krimp nodig is. Hoe kan je dan op 478
uitkomen? Is dit LVB inclusief de groeisystematiek dan niet gewoon een
teken dat D66 deze onderhandelingen op luchtvaart in de coalitie kei- en
keihard verloren heeft?
De heer Köse (D66):
We zijn hier volksvertegenwoordigers en vertegenwoordigen de stem van
onze achterban. Dat zijn niet alleen mevrouw Kröger en ik; samen zijn
wij het misschien eens, maar dat geldt niet voor deze hele Kamer. We
moeten dus in dit land ... En het is een minderheidskabinet, overigens.
Ook u heeft daar een verantwoordelijkheid in. We kunnen samen
voorstellen doen, maar zoals ik net al schetste met het
groeiverdienmodel: dat hebben we samen geprobeerd, maar die meerderheid
was er niet. Dan ga ik niet bij de pakken neerzitten, maar kom ik met
voorstellen om in ieder geval die voorwaarden en aan de andere kant de
krimp mogelijk te maken. Dat is hoe ik erin sta.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Afrondend dan. De heer Köse geeft aan dat voor hem belangrijk is dat het
gedogen eindelijk voorbij is. Dat is natuurlijk nog helemaal niet
voorbij, want op stikstof gaan we gewoon door met gedogen, tot 1 januari
2028. Is de heer Köse het met mij eens dat er dan geen verlenging mag
plaatsvinden en er gewoon een geldige, onherroepelijke natuurvergunning
moet liggen, net zoals we van alle andere bedrijven en boeren in
Nederland vragen?
De heer Köse (D66):
Wat mij betreft moet er gewoon een natuurvergunning komen en moet
Schiphol zich aan de wet houden, zeker.
De voorzitter:
Vervolgt u uw betoog.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Zoals ik al zei: de tijd van gedogen is wat D66
betreft voorbij. Daarom kom ik met een voorstel om de noodrem vast te
leggen in het Luchthavenverkeerbesluit. Dan kan het maximumaantal
vluchten omlaag, zodra er te veel geluidsoverlast is. Dat geeft
zekerheid en duidelijkheid aan omwonenden, maar ook aan de sector. Nog
veel belangrijker is dat wij laten zien dat we ons aan de afspraken
houden. Door daadkrachtig op te treden, beschermen wij onze inwoners
wanneer Schiphol de wet overtreedt. Deelt de minister onze mening dat er
bij perspectief op groei ook perspectief moet zijn op een noodrem?
Voorzitter. Kijk ook naar de brief van de Maatschappelijke Raad Schiphol
van 24 september over het nieuwe Schipholbesluit. De MRS waarschuwt
daarin voor iets geks: de geluidsgrenzen liggen nu vast, maar
vliegtuigen worden door vlootvernieuwing natuurlijk steeds stiller en
daardoor ontstaat er straks vanzelf ruimte om extra vluchten toe te
voegen, zolang ze binnen die vaste grens blijven. Daar trekken wij zelf
echt een grens, want dat gaat rechtstreeks in tegen de motie die wij
samen met het CDA indienden, en die door maar liefst 146 zetels in deze
Kamer werd gesteund. Dit moeten we dus niet willen. Hoe rijmt de
minister de vaste grenswaarde met de motie die uitspreekt geen extra
ruimte te bieden voor geluidshinder of meer vliegbewegingen? Is hij
voornemens om geen extra ruimte te bieden voor meer vliegbewegingen,
zoals de eerste motie al verzocht?
Voorzitter. Door het nieuwe Schipholbesluit komt er straks ook veel op
het bordje van de toezichthouder, de ILT, te liggen, die twee
verschillende handhavingssystemen moet gaan combineren. Daar moet
natuurlijk wel voldoende financiering tegenover staan. Tegelijkertijd
staat de ILT al onder druk. In haar jaarplan van 2027 geeft de inspectie
zelf aan dat zij door aanhoudende bezuinigingen op meerdere terreinen,
waaronder geluid bij luchtvaart, al minder toezicht kan houden dan
wenselijk zou zijn. En er is dus nu al te weinig capaciteit voor het
bestaande toezicht, terwijl de taak straks fors groter wordt.
Voorzitter. Ik gaf eerder al aan dat de tijd van gedogen voorbij is.
Daarvoor is het belangrijk dat een toezichthouder z'n tanden kan laten
zien en Schiphol aan de wet kan houden. Ik zal daarom met een voorstel
komen om te zorgen voor voldoende capaciteit bij de ILT, zodat het
toezicht vanaf inwerkingtreding van het LVB direct op het juiste niveau
zit. Zo geven wij concreet vorm aan het woordje "rechtsbescherming" dat
in luchtvaartdebatten steeds genoemd wordt.
Voorzitter. Het kabinet kiest een grens van 40 decibel voor de
handhavingspunten rond Schiphol, maar de Raad van State, de rechtbank
Den Haag en het RIVM wijzen erop dat een groot deel van de mensen met
slaapverstoring buiten die grens woont. Wie beschermen we dan precies?
Het doel van dit besluit is juist om omwonenden te beschermen. De Raad
van State vraagt daarom om de keuze voor deze grens beter te onderbouwen
en zo nodig ook punten daarbuiten toe te voegen. Het is een technisch
verhaal, maar het raakt de praktijk keihard. Vliegtuigoverlast zorgt
voor minder diepe slaap en stress. Dit leidt tot serieuze
gezondheidsrisico's, zoals hart- en vaatziekten, diabetes, depressie en
slechtere concentratie. Dat moeten we niet willen, en al helemaal niet
voor kwetsbare groepen zoals kinderen, ouderen en
ploegendienstmedewerkers. Daarom heb ik twee vragen aan de minister. Hoe
zorgt u ervoor dat ook mensen buiten de contour die wel slaapverstoring
ervaren, volwaardig worden meegenomen? Kunt u toezeggen dat u zich hard
gaat maken voor de adviezen van de Gezondheidsraad, GGD GHOR en de
WHO?
Tot slot, voorzitter. Verduurzaming en groei kunnen alleen samengaan als
de bescherming van omwonenden dik in orde is. Na zestien jaar moeten we
nu echt stoppen met gedogen en ervoor zorgen dat rechtsbescherming
werkt. Recht hebben op bescherming is geen theoretisch doel, maar het
fundament voor een leefbare omgeving.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nu luisteren naar mevrouw Zwinkels, die spreekt
namens het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Als CDA willen we een balans in economische
belangen, leefomgeving van omwonenden en het milieu. We sturen daarom op
effecten op de omgeving, zoals geluid en CO2-uitstoot. Voor
het CDA zijn groei of krimp van Schiphol geen doel op zich. Ik heb mij
in eerdere debatten die wij hier al hebben gehad over het LVB Schiphol
sterkgemaakt voor de belangen van omwonenden en voor een duidelijke,
voorspelbare koers voor luchtvaart. Ik constateer dat deze minister zich
daarvoor heeft opengesteld. Vanaf deze plek wil ik hem daarvoor
complimenteren. Daardoor hebben we met elkaar op een aantal punten
stappen kunnen zetten.
Dit LVB is hard nodig om duidelijkheid te geven in een zeer technisch en
juridisch dossier dat erg complex is geworden. In het vorige debat
hebben we daarom een motie ingediend, en aangenomen gekregen, die pleit
voor een goede communicatie over de grenswaarden van de
handhavingspunten die onbedoeld meer ruimte voor extra vliegbewegingen
zouden kunnen bevatten, in samenwerking met medeoverheden. Kan in het
nieuwe hoofdstuk van de herziene mer nog iets worden opgenomen over de
communicatie hierover?
Als CDA willen we ook oog houden voor de gevolgen van preferentieel
baangebruik, voor een groep omwonenden die daardoor vaker te maken
krijgt met overlast. De minister gaat naar aanleiding van het Raad van
Stateadvies een nadere toelichting schrijven voor de omwonenden die vaak
met die geluidsoverlast te maken hebben. Wat zal de strekking daarvan
worden? In het vorige debat heb ik daar al een aantal suggesties toe
gedaan.
Voorzitter. Als we met elkaar normen en regels vaststellen waarbinnen de
luchthaven Schiphol moet opereren, is het ook belangrijk dat die regels
worden gehandhaafd. Voor omwonenden moet duidelijk zijn waar zij aan toe
zijn. Maar ook de Kamer moet kunnen controleren of de afspraken worden
nagekomen. Het gaat dus om degelijke uitvoering en handhaving in de
praktijk. Daar hoort ook bij dat ILT genoeg instrumenten heeft om op te
treden wanneer dat nodig is. Wat het CDA betreft hoort daar ook de
mogelijkheid bij om bestuurlijke boetes op te leggen. Wat mij betreft
wacht de minister niet op de herziening van de Luchtvaartwet in 2030 om
dat te regelen, maar maken we daar zo snel mogelijk werk van. Kan de
minister toezeggen dat hij op zo kort mogelijke termijn met de daarvoor
noodzakelijke wetswijziging komt?
Voorzitter. Dan over de groeiverdiensystematiek. Eerder heeft de
minister ons duidelijk toegezegd dat een eventueel besluit over deze
systematiek voor inwerkingtreding aan de Kamer wordt voorgelegd. Ook
hebben wij ons erover uitgesproken dat eventuele groei naar 500.000
vliegbewegingen niet in deze kabinetsperiode zal plaatsvinden. Ik heb
daar nog twee punten bij. De Raad van State wijst erop dat het nodig kan
zijn om het maximumaantal naar beneden bij te stellen, als de
geluidsnormen dat niet toelaten. Mijn vraag aan de minister is daarom
hoe dit precies werkt onder de huidige systematiek. Wat gebeurt er als
dreigt dat Schiphol niet binnen de vastgestelde geluidsnormen blijft?
Welke maatregelen komen dan als eerste in beeld? En wanneer is het
noodzakelijk om het maximumaantal toegestane vliegbewegingen naar
beneden bij te stellen?
Mijn tweede punt. Als die groei komt, moet de Kamer kunnen zien dat het
daadwerkelijk past binnen de afgesproken voorwaarden. Dat sluit ook aan
bij de oproep van de Raad van State om hier zorgvuldig mee om te gaan.
Daarom dien ik straks een motie in die de regering oproept om vooraf
duidelijk te onderbouwen dat aan alle voorwaarden voor het activeren van
de groeiverdiensystematiek is voldaan en dat er een betere balans wordt
gevonden tussen de luchtvaartsector en de omgeving.
De voorzitter:
Ik hoorde een punt, maar ik vroeg mij ook af of u bijna aan het einde
van uw betoog bent.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ja. Ik wilde uitspreken: voorzitter, ik rond af.
De voorzitter:
Kijk! Ik ga u die gelegenheid geven.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel. Voorzitter, ik rond af. Wij vinden het getuigen van een
zorgvuldige behandeling dat we dit extra debat met elkaar hebben gevoerd
naar aanleiding van het advies van de Raad van State. Dat bevestigt ook
onze eerdere inbreng: we hopen zo rust te brengen in het dossier en bij
te dragen aan het vertrouwen in een overheid die haar burgers beschermt
en voorspelbaar en betrouwbaar is voor haar bedrijfsleven.
Dank u wel.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank aan mijn collega van het CDA voor de bijdrage. Ik vraag me toch nog
één ding af. Het zit me gewoon dwars. Je kan vinden dat groei of geen
groei niet uitmaakt en daar je eigen kaders bij zetten. Maar dit LVB zou
erom moeten gaan dat we de omwonendenbelangen weer gaan beschermen. Dat
zouden we doen naar aanleiding van de uitspraak van de rechter dat hun
mensenrechten zijn geschonden. Toch zit dan, als een soort bonusje, die
groeiverdiensystematiek in dit voorstel van de minister.
De voorzitter:
En uw vraag?
Kamerlid Kostić (PvdD):
Mijn vraag is dan: waarom gaat het CDA daarin mee? D66 heeft net gezegd
dat echt een slecht idee te vinden en mee te gaan in het idee van Partij
voor de Dieren en andere partijen om dat van tafel te halen. Blijkbaar
is het dan alleen maar het CDA dat dwarsligt; ik kan namelijk wel
tellen. Waarom wil het CDA dat per se doorzetten?
De voorzitter:
De interrupties moeten echt korter en bondiger. Het is 20.50 uur en we
zijn nog niet aan het einde van de eerste termijn van de Kamer. Mevrouw
Zwinkels.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Wij willen een robuust LVB. Ik denk dat dictum b van het advies van de
Raad van State laat zien dat we dat hebben. De Raad van State heeft ook
aandachtspunten aan ons meegegeven. Daar heb ik over doorgevraagd, ook
zojuist in mijn inbreng. Ik vind het namelijk belangrijk dat we dit op
een goede manier doen. Tegelijkertijd heb ik samen te werken met
partijen en heb ik ervoor gekozen om op deze manier met de
groeiverdiensystematiek om te gaan. Wij vinden het namelijk heel erg
belangrijk dat je daadwerkelijk eerst de verbetering realiseert voordat
je eventuele groei in de toekomst toestaat. Daarom geef ik ook aan: let
op; er moet aan die randvoorwaarden worden voldaan. Ik ga er straks met
die motie voor zorgen dat de omgeving met deze systematiek meer gaat
profiteren. Ik denk namelijk dat ik het met het lid Kostić eens kan zijn
dat dit niet een cadeautje moet zijn voor de sector. Het is heel erg
belangrijk dat we dit heel serieus nemen. Dat doe ik. Daarom heb ik in
een eerder debat al gezorgd voor die voorhang. De minister zal
terugkomen naar de Kamer als die verdiensystematiek daadwerkelijk in
zicht komt.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat is geen antwoord op mijn vraag. Maar de Raad van State heeft wel
gezegd: die groeiverdiensystematiek, dat moet je niet doen. Haal die er
nou gewoon uit, juist omdat die niet bijdraagt aan het doel van het LVB
dat we met z'n allen hebben afgesproken. Ik herhaal mijn vraag dus. Ik
daag mijn collega uit; probeer die toch even te beantwoorden. Waarom
moet deze systematiek, dit cadeautje voor de sector, volgens het CDA per
se in dit LVB? Er is geen noodzaak volgens de omwonenden, er is geen
noodzaak volgens de Commissie mer, er is geen noodzaak volgens de Raad
van State. Waarom moet het wel volgens het CDA? Dat is namelijk
beslissend.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik heb me hier in de voorbereiding van dit debat natuurlijk in verdiept.
Ik was al erg blij met de toezegging over de voorhang die mij in het
vorige debat is gedaan. Ik heb in de tussentijd natuurlijk gekeken wat
er mogelijk is. Het is ook geen geheim hoe wij naar die
verdiensystematiek kijken. Ik heb me echter ook laten vertellen dat dit
LVB echt een samenhangend pakket is en dat het niet mogelijk is om daar
zomaar een bouwsteen uit te trekken. Ik wil dat om die reden dus ook
niet doen.
De voorzitter:
Afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ik kom toch tot de conclusie dat het CDA dit niet kan uitleggen, niet
naar omwonenden, niet naar de Raad van State. Er is maar één conclusie:
er is geen reden om dat groeiverdienmodel in dit LVB te regelen, anders
dan dat de VVD deze strijd op luchtvaart wederom heeft gewonnen. Lieve
mensen, zou ik zeggen, kom op! Steun die motie van PRO, en hopelijk van
Partij voor de Dieren. Laten we dat stuk er gewoon uit krijgen en onze
energie focussen op het echt verbeteren van het LVB.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik denk dat dat laatste juist is wat ik probeer te doen. Ik heb met deze
motie die ik straks zal indienen juist een hele grote verbetering voor
de omgeving te pakken. Ik hoop dat we met elkaar naar die oplossingen
gaan kijken en dat we er op die manier met elkaar uit gaan komen in deze
Kamer. Ik merk namelijk dat het een zeer gepolariseerd debat is. Ik
probeer daarin echt de middenkoers te varen en ons coalitieakkoord te
bewaken. Daarom zag u de afgelopen dagen, en vandaag ook, deze
voorstellen van mij.
Mevrouw Kröger (PRO):
De motie moet nog ingediend worden, maar het gaat volgens mij om een
geluidswinst van 0,05 decibel. Dat is amper hoorbaar. Een hele grote
stap durf ik het dus niet te noemen. Maar mevrouw Zwinkels zei net iets
heel interessants. "Ik heb me laten vertellen dat het een bouwsteen is
in het LVB die je er niet zomaar uit kunt trekken". Bedoelt zij
juridisch niet, of politiek niet? Wat bedoelt mevrouw Zwinkels?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik denk dat we echt op het punt staan om een hele grote stap te zetten
in het luchtvaartdossier rondom Schiphol. Het is mij echt heel veel
waard om dat met elkaar te kunnen doen. Ik wil rust krijgen op dit
dossier. We hebben de discussies gezien rondom de Balanced
Approach-procedures die eventueel opnieuw doorlopen zouden moeten worden
bij de Europese Commissie. Dat zijn dingen die ik niet heel licht opvat.
Ik heb me inderdaad laten vertellen dat het echt heel erg belangrijk is
om daar voorzichtig mee te zijn. Ik ben ook kritisch op die groei naar
500.000; die heb ik hier nooit bepleit. Maar op deze manier lukt het
toch om daar heel kritisch op en voorzichtig mee te zijn, en toch
waarborgen te kunnen inbouwen. Dit moet namelijk opnieuw naar de Kamer.
Ik heb ook nog gewoon een concrete wijziging voorgesteld. Volgens mij is
dat tot nu toe de grootste beweging van deze avond geweest in dit hele
debat.
Mevrouw Kröger (PRO):
Mevrouw Zwinkels zegt wederom: ik heb mij laten vertellen. Ik neem aan
dat dat de minister is geweest, want ik zou niet weten wie anders. Zij
zegt: anders moet er misschien weer een nieuwe Balanced
Approach-procedure doorlopen zijn. Maar er Ăs een Balanced
Approach-procedure doorlopen voor die 478.000. Wij zijn wie dan ook op
geen enkele manier juridisch verplicht om die groeiverdiensystematiek nu
wettelijk vast te leggen. Mijn vraag aan mevrouw Zwinkels is dus
nogmaals: zegt zij nu eigenlijk gewoon dat je dit er politiek gezien
niet uit kunt halen omdat anders het hele kaartenhuis in elkaar dondert
omdat de VVD dan te boos wordt? Is dát wat ze zegt?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Nee, dat is niet wat ik zeg. Het is inderdaad zo dat dit uiteraard ook
een politieke onderhandeling betreft; dat mag mevrouw Kröger best weten.
Maar ik heb me ook juist door ambtenaren van het ministerie hierover
laten informeren. Daarmee heb ik dus ook echt veel meer inzicht gekregen
in wat de mogelijke gevolgen hiervan zijn. Ik wil daar op een hele
verstandige en gedegen manier mee omgaan. Daarom heb ik telkens de
grenzen opgezocht van wat voor mij vanuit deze positie mogelijk is. Ik
denk dat ik daar echt heel ver mee ben gekomen. Ik hoop daarom ook op
steun van mevrouw Kröger, ook al weet ik dat zij anders naar het LVB
kijkt dan ik, zodat we deze verbetering met elkaar kunnen doorvoeren.
Dat is toch ook een kans?
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Ik ga kritisch naar de motie kijken, maar 0,05 decibel riekt naar een
schaamlap. Mijn vraag is een andere. Het CDA zegt hier: ik heb mij door
ambtenaren van het ministerie laten vertellen dat als we de
groeiverdiensystematiek eruit halen, het hele LVB wankel wordt. Dat is
volslagen nieuwe informatie voor mij. Het lijkt mij dat wij als Kamer
allemaal dezelfde informatiepositie moeten hebben. Dan zou ik heel graag
van mevrouw Zwinkels willen weten wat die ambtenaren precies hebben
gezegd. Waarom wordt het dan juridisch wankel? Aan de minister vraag ik
of deze informatie van de ambtenaren naar de hele Kamer kan komen, want
we horen allemaal dezelfde informatiepositie te hebben. En dit is een
volstrekt nieuw argument.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Volgens mij hoorde ik een informatieverzoek richting de minister. Ik ben
dus ook benieuwd hoe de minister daarop reageert. Ik heb alleen maar
willen uitleggen dat ik heel kritisch ben op die groeiverdiensystematiek
en dat ik telkens degene ben geweest die daarover is begonnen en die
telkens het kabinet daarop heeft gecontroleerd en er voorstellen voor
heeft gedaan. Die voorstellen halen het ook. Dat geldt zowel voor de
voorhang, in het eerdere debat, als voor de handhavingspunten, een motie
in het vorige debat die het ook heeft gehaald. Ik deel namelijk dat punt
dat we ervoor zorgen dat er niet onbedoeld marge ontstaat voor extra
vliegbewegingen. Ik ben continu aan het kijken hoe we het met elkaar
strak kunnen houden. Dat is ook wat ik vanavond weer doe.
De voorzitter:
Dank u wel. Ik heb in dit interruptiedebatje een informatieverzoek
richting het kabinet gehoord. Dat geleid ik door naar het kabinet. Er
wordt geknikt.
Mevrouw Kröger (PRO):
Kan dat dan in de beantwoording van de minister meegenomen worden, zodat
we deze informatie krijgen als Kamer?
De voorzitter:
Daar ga ik van uit, mevrouw Kröger. Meneer De Groot, u mag vanavond
spreken namens de VVD. Gaat uw gang.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank u wel, voorzitter. Ik stond al te trappelen, want dit is een
bijzondere avond: we spreken over het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol.
Als het goed is, stellen we dat vast in de komende periode en hebben we
voor het eerst in achttien jaar weer een juridisch kader voor Schiphol.
Dat is een belangrijk moment voor mensen rondom Schiphol, maar ook voor
de luchthaven zelf. Schiphol is immers van groot en strategisch belang
voor Nederland. De hubfunctie zorgt ervoor dat Nederland rechtstreeks
verbonden blijft met economische kernregio's over de hele wereld, met
Europese hoofdsteden en met vele vakantiebestemmingen, waar Nederlanders
dan zonder ellenlange overstappen heen kunnen vliegen. In eerdere
debatten over Schiphol heb ik gezegd — dat doe ik vandaag ook — dat het
grote netwerk van Schiphol essentieel is voor ons vestigingsklimaat,
voor internationale handel, voor toerisme en voor de vele duizenden
banen, die direct en indirect afhankelijk zijn van de luchtvaartsector.
De concurrentie in en buiten Europa is enorm op dit vlak. Nederland moet
daarin niet naĂŻef opereren, terwijl omliggende landen investeren in hun
luchthavens en internationale verbindingen. Tegelijkertijd geeft een
luchthaven als Schiphol overlast. Daar hebben dagelijks veel mensen mee
te maken. Ik heb steeds herhaald dat omwonenden wat de VVD betreft recht
hebben op betere rechtsbescherming en minder geluidsoverlast. De
afspraken die daarover zijn gemaakt, moeten worden nagekomen. Het doel
moet zijn: minder hinder, juridisch houdbaar beleid en behoud van de
economische kracht van Nederland.
Voorzitter. De doorlopen Balanced Approach voor dit LVB ging niet alleen
over beperkingen, maar ook over de winst die wordt gemaakt met stillere
vliegtuigen en slimmer opereren. Voor het eerst in tientallen jaren is
een groot pakket maatregelen voor geluidsreductie in werking.
Luchtvaartmaatschappijen investeren in stillere en schonere vliegtuigen
en Schiphol stimuleert de inzet van stillere toestellen via de tarieven.
Daarom vraag ik ook aan de minister of hij verwacht dat de verdere
vlootvernieuwing, innovatie en tariefdifferentiatie voldoende zullen
zijn voor de komende 20% geluidsreductie die we nodig hebben.
Voorzitter. Het ontwerpbesluit biedt perspectief om bij verdere
geluidsreductie stapsgewijs te groeien naar maximaal 500.000
vliegbewegingen. Dat perspectief is voor de internationale
luchtvaartsector essentieel. Als investeringen in stillere vliegtuigen
aantoonbaar minder geluid opleveren, zou het eigenlijk wel gek zijn als
een deel van de geluidswinst in de toekomst niet ingezet mag worden.
Eerst zetten we een grote stap naar minder geluidshinder voor de
omgeving. Daarna wordt het nog stiller en mogen luchtvaartmaatschappijen
een deel van die geluidsruimte invullen. De Raad van State onderschrijft
het belang van herstel van de rechtsbescherming, maar stelt scherpe
vragen over de uitwerking. Hoe wordt voor iedere stap naar meer vluchten
verzekerd dat de vereiste geluidsreductie duurzaam wordt gehaald? En wat
gebeurt er als de geluidsruimte bij handhavingspunten al op is voordat
het toegestane aantal vluchten is bereikt?
In de Kamerbrief van afgelopen vrijdag zegt de minister dat de strengste
norm steeds de ruimte voor vluchten bepaalt. Meer vluchten op papier
betekent dus niet automatisch meer vluchten in de praktijk. Meer
handhavingspunten geven omwonenden namelijk pas betere bescherming als
overschrijdingen ook daadwerkelijk kunnen worden voorkomen. Bij een
dreigende overschrijding moet de sector een beheersplan opstellen. De
Raad van State vraagt welke maatregelen daarin kunnen staan en of de
inspectie voldoende middelen heeft om naleving af te dwingen. De
minister heeft al beloofd concrete maatregelen beter te beschrijven en
noemt een afzonderlijk wetstraject voor een bestuurlijke boete als
mogelijkheid. Welke maatregelen kunnen dan op korte termijn worden
ingezet als een grens dreigt te worden overschreden, vraag ik aan de
minister. Wanneer is er duidelijkheid over een apart wetstraject? En hoe
zorgt de minister voor een effectieve handhaving zonder de vaststelling
van het LVB opnieuw onnodig te vertragen? De VVD zal de motie van D66
over de capaciteiten van de ILT daarom van harte ondersteunen. Dit moet
op orde zijn.
Voorzitter. De Raad van State vraagt aandacht voor bewoners die door
preferentieel baangebruik juist meer geluid kunnen krijgen en voor
slaapverstoorden buiten de contouren waarop de nachtelijke
handhavingspunten zijn gebaseerd. Kan hij concreet maken hoe de belangen
van die bewoners zijn meegewogen en waarom hun bescherming voldoende is?
De VVD wil ook dat we de goede ervaringen die er zijn met het toepassen
van preferentieel baangebruik niet onbenut laten. Hoe kijkt de minister
hiernaar?
Voorzitter. We hebben vandaag als politiek een grote beslissing te
nemen, want na bijna twintig jaar gaat er een Luchthavenverkeerbesluit
komen dat omwonenden, Schiphol én de luchtvaartsector rechtszekerheid
geeft. We kunnen het ons niet veroorloven hun toekomst onduidelijk en
voer voor juridische procedures te laten zijn. Als het aantoonbaar
stiller is geworden voor de omgeving, is het logisch dat er ruimte is
voor groei van Schiphol. Als het netwerk eenmaal uitwijkt, krijgen we
dat namelijk niet zomaar terug. Voor de VVD is de inzet helder: een
toekomstbestendige luchtvaartsector die stiller, schoner en innovatiever
wordt, maar Nederland ook internationaal verbonden en economisch sterk
houdt.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot een vraag. Mevrouw Kröger, gaat uw
gang.
Mevrouw Kröger (PRO):
De VVD vraagt hier aandacht voor mensen die buiten de contouren wonen,
met name in de nacht, maar dit speelt natuurlijk ook overdag. Een van de
kritiekpunten die wij, maar ook omwonendenorganisaties en gemeenten
hebben, is eigenlijk dat die contouren te beperkt zijn. Mijn vraag aan
de VVD is: welk percentage van de mensen die hinder ervaren woont buiten
die 45 dB-contour?
De heer Peter de Groot (VVD):
Ik heb het gevoel dat dit een soort quizvraag is die ik moet
beantwoorden. Ik weet niet of we een soort technische uitwisseling van
details moeten gaan doen. Misschien kan mevrouw Kröger het mij gewoon
vertellen en daarna de vraag stellen die ze daarover zou willen
stellen.
Mevrouw Kröger (PRO):
75% van de gehinderden woont buiten de contour die mensen zou moeten
beschermen. 75%. Vindt de VVD dat de gezondheid van omwonenden en de
belangen van omwonenden daarmee afdoende beschermd zijn?
De heer Peter de Groot (VVD):
Wat ontzettend belangrijk is, is dat we bezig zijn met 20%
geluidsreductie. Dat is enorm. Als je kijkt naar de historie van
Schiphol, dan is dat een enorme stap die we zetten. Het is ook een
enorme versnelling van geluidsreductie rondom Schiphol. Als ik het
vergelijk met de jaren 2018 en 2019, waarin 500.000 vluchten werden
gevlogen met veel luidruchtiger toestellen, dan maken we met elkaar een
enorme stap. Ik denk dat we vooral daarnaar moeten kijken met elkaar,
dus naar die enorme stap die we zetten, wat ontzettend goed is voor
omwonenden.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Dit debat gaat erom of we doorgaan met een papieren werkelijkheid die
mensen niet helpt of dat we echt iets doen voor mensen. Als 75% van de
gehinderden buiten de contouren valt waarover de heer De Groot het heeft
en waar deze minister op toeziet, dan helpen we mensen toch niet? We
moeten toch iets doen wat meer doet dan voor maar 25% van de
gehinderden? Dat kan de VVD toch niet met mij oneens zijn?
De heer Peter de Groot (VVD):
Een stiller vliegtuig stopt niet met stil zijn buiten de contouren.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Mevrouw Kröger had in het interruptiedebatje met mij over de
natuurvergunning van Schiphol natuurlijk wel een goed punt. Wij hebben
ons daar ook altijd tegen verzet, juist omdat het zo in contrast is met
hoe boeren worden behandeld. Ik had het met mevrouw Kröger ook over het
invoeren van de rekenkundige ondergrens. Duizenden PAS-melders zouden
daarmee in een klap verder kunnen. Nou heb ik bij de Algemene Politieke
Beschouwingen samen met collega Vermeer een motie ingediend om bij de
aanpassing van het AERIUS-model in oktober meteen de rekenkundige
ondergrens mee te nemen. Daar heeft de VVD tegen gestemd. Kan de heer De
Groot uitleggen waarom daartegen werd gestemd? Dat contrast met boeren
die in de problemen zitten, terwijl ze alles hebben gedaan wat de
overheid van hen vroeg, is groot. Met die rekenkundige ondergrens zouden
die boeren in ieder geval een heel stuk geholpen kunnen worden, los van
de 95% van alle projecten in Nederland.
De heer Peter de Groot (VVD):
Gezien het risico dat ik hier ga freewheelen als een soort
stikstofwoordvoerder ga ik dat niet doen. Ik zal mevrouw Van der Plas
een deel van het antwoord echt schuldig moeten blijven. Wat ik wel kan
zeggen, is dat ik vind dat de luchthaven ook een natuurvergunning moet
krijgen. Dat geldt overigens voor elke luchthaven. Dat is belangrijk
voor de luchthaven zelf en voor de duidelijkheid die dat schept richting
andere sectoren. Ik vind ook dat elke sector een evenredige bijdrage
moet leveren aan het vrijkomen van ruimte door de stikstofaanpak. Maar
gezien het risico dat ik iets ga zeggen wat ik niet honderd procent
zeker weet, doe ik dat niet. Daarvoor zult u bij mijn collega Renate den
Hollander moeten zijn, die stikstofwoordvoerder is.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is heel raar, want luchtvaart is ook stikstofuitstoot. Het is dus
heel raar dat de heer De Groot zegt: ik ga hier niet over stikstof
praten, want dat is aan collega Den Hollander. Alsof stikstof alleen bij
landbouw ligt.
De heer Peter de Groot (VVD):
Maar dat zei ik niet.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Want dat is natuurlijk niet het geval. Op Infrastructuur en Waterstaat
liggen bijvoorbeeld heel veel wegenprojecten stil vanwege stikstof. Het
lijkt me dat je daar juist als IenW-woordvoerder met collega Den
Hollander intensief over spreekt. Heel veel van dat soort projecten
kunnen dan ook losgaan. Het is dus niet alleen een boerendiscussie. Het
gaat erom dat heel veel projecten, boeren en PAS-melders in een klap
verder kunnen als je die rekenkundige ondergrens omhoog doet. Dan kunnen
we het hier verder hebben over de natuurvergunning van Schiphol, wat nu
iets heel raars is.
De voorzitter:
En uw vraag, mevrouw Van der Plas?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Nou, waarom vindt de heer De Groot dat hij het hier niet over stikstof
moet hebben, terwijl het hier bij IenW juist ook heel veel over stikstof
gaat?
De heer Peter de Groot (VVD):
Dat is flauw, want ik heb niet gezegd dat we het niet over stikstof
kunnen hebben. Ik ken alleen de achtergrond van die specifieke casus
rond die motie niet. Dat zal een technische reden hebben. Als wij over
het LVB praten en over 478.000 of 500.000 zit daar ook heel veel
techniek en inhoud achter. U kent mij: als ik ergens over ga praten, wil
ik weten waar ik het over heb. Dat er een beeld wordt neergezet alsof ik
hier niet over stikstof zou willen praten, vind ik niet terecht.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Laat ik het dan anders zeggen. Ik begrijp niet waarom alles wat over
stikstof gaat — of het nou over landbouw, infrastructuur, de woningbouw
of Schiphol gaat — niet als één geheel wordt gezien, maar is opgeknipt
tussen twee woordvoerders: die van luchtvaart, infrastructuur en
waterstaat en die van landbouw. Ik vind dat heel gek. Als het over
stikstof gaat, ligt dat bij de VVD kennelijk alleen bij de
landbouwwoordvoerder en niet bij die van infrastructuur. Kan de heer De
Groot mij uitleggen hoe dat in de fractie werkt?
De heer Peter de Groot (VVD):
Mevrouw Van der Plas probeert er gewoon een karikatuur van te maken. Dat
vind ik jammer. Ik heb twee keer gezegd dat ik de specifieke casus van
die motie niet ken. Ik heb vandaag nog met collega Jurgen Nobel, de
woordvoerder op het gebied van wonen, gesproken over hoe je kan
doorbouwen als er stikstofrestricties zijn. Dan kijken we met elkaar
naar de belasting, om hoeveel stikstof het gaat, hoe woningen uit de
fabriek kunnen worden geplaatst bij gevoelige natuur, en of dit ook echt
werkt binnen het huidige stikstofbeleid van het kabinet. Het is dus
helemaal niet zo dat ik niet praat met collega's die woordvoerder zijn
op het gebied stikstof, wonen, wegen of spoor. Dat werp ik echt ver van
mij. U stelde een ... Niet u, voorzitter. Mevrouw Van der Plas stelde
een specifieke vraag over een motie. Ik heb die kennis hier niet paraat.
Dan ga ik er ook niks over zeggen. Dat is het punt.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer Goudzwaard, die spreekt
namens de fractie van JA21. Gaat uw gang.
De heer Goudzwaard (JA21):
Dank u, voorzitter. Ik heb niet de volle zes minuten nodig. Dat is
misschien wel fijn.
De voorzitter:
Wat een goed begin.
De heer Goudzwaard (JA21):
Sorry, wat zei u?
De voorzitter:
Wat een goed begin.
De heer Goudzwaard (JA21):
Ja toch?
De voorzitter:
Ja.
De heer Goudzwaard (JA21):
Zeker, zeker. Laat ik nu wel beginnen. Dit minderheidskabinet spreekt
graag over grote doorbraken. Vandaag gloort er daadwerkelijk eentje aan
de horizon: een nieuw Luchthavenverkeerbesluit voor Schiphol. Schiphol
werkt al jaren met strikt preferentieel baangebruik, maar de regels van
het stelsel zijn nog niet allemaal in het LVB vastgesteld. Daarom moet
de ILT al sinds 2015 anticiperend handhaven. Met dit nieuwe LVB kunnen
we eindelijk afscheid nemen van die situatie. Na meer dan tien jaar
dwalen in een juridisch niemandsland is dat een compliment waard.
Voorzitter. De onzekerheid waar ik zojuist aan refereerde, heeft volgens
mij niemand geholpen. Omwonenden willen weten op welke bescherming zij
kunnen rekenen. Luchtvaartmaatschappijen, werknemers en investeerders
willen weten binnen welke regels Schiphol kan opereren. Door gebrekkig
werk en getreuzel van de overheid kreeg onze nationale luchthaven zelfs
het etiket "illegaal" opgeplakt, met alle reputatieschade van dien. JA21
is daarom positief over dit LVB. Het legt het preferentieel baangebruik
vast, stelt concrete doelen voor het verminderen van geluidshinder en
biedt onze luchtvaart perspectief. We hebben er vertrouwen in dat dit
besluit Schiphol en zijn omgeving de duidelijkheid geeft waar zij al zo
lang op wachten. De Raad van State geeft het voorstel een b-advies. Het
is geen tien met een griffel — dat geef ik toe — maar het is wel een
positief advies met opmerkingen waarmee het kabinet, de minister,
rekening moet houden.
Voorzitter. Schiphol is van groot belang voor Nederland. De luchthaven
verbindt ons met de rest van de wereld en versterkt ons
vestigingsklimaat. Mijn vraag aan de minister is: hoe borgt hij dat
Nederland ook in de toekomst concurrerend blijft binnen Europa? Terwijl
andere luchthavens investeren in capaciteit, connectiviteit en
innovatie, dreigt Nederland zichzelf op achterstand te zetten met een
torenhoge vliegbelasting op korte en middellange afstanden. Het kabinet
moet niet alleen sturen op leefbaarheid — dat is zeker heel belangrijk —
maar ook op bereikbaarheid en economische kracht. Dit LVB biedt een
werkbare balans tussen de belangen van de omwonenden en het belang van
een bereikbaar en economisch krachtig Nederland.
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Graus, die spreekt namens
de fractie van de PVV. Gaat uw gang.
De heer Graus (PVV):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter. Het is bij dit soort debatten
inderdaad altijd lastig. Je wilt het goed doen voor de bv Nederland, de
Nederlandse economie maar ook Schiphol en KLM, en ook voor omwonenden.
Ik denk dat wij altijd een beetje hebben geprobeerd de kerk in het
midden te laten, zeker de laatste jaren. Daarom hebben wij ook de
initiatieven voor de Maatschappelijke Raad Schiphol gesteund. De ILT kan
nu handhaven, wat de heer Heutink net ook al zei. Er is een juridische
kadering, wat meneer De Groot net al zei. Wij hebben altijd gevraagd zo
veel mogelijk in te zetten op geluidsreductie in plaats van op
krimp.
Schiphol is samen met KLM van onschatbare waarde, zowel
financieel-economisch als sociaal-maatschappelijk, en volgens ons echt
onmisbaar voor Nederland. De luchthaven heeft een centrale ligging en
een groot netwerk en verbindt ons op een veilige, snelle manier met de
rest van de wereld, want we moeten ook niet vergeten dat vliegen
relatief nog steeds een van de veiligste manieren van voortbewegen is;
ik geloof dat onderzoeken dat hebben uitgewezen. Als een vliegtuig
neerstort, dan haalt dat natuurlijk de wereldpers, maar ik hoorde
vandaag dat er steeds meer mensen sterven die thuis vallen, zelfs nog
meer dan bij verkeersongevallen. Dat is schrikbarend. Dat kwam vandaag
naar buiten. Zo sterven er heel veel motorrijders en automobilisten en
fietsers. Het is dus een relatief veilige manier van voortbewegen in een
vliegtuig. Ik voel me in een vliegtuig altijd veiliger dan in de auto of
in een trein.
Schiphol bestaat fors langer dan een eeuw. Vrijwel iedereen die nu
rondom Schiphol woont, ging daar toch min of meer vrijwillig wonen. Als
mensen mij benaderden, heb ik dat ook vaak gezegd. "Jullie zijn toch in
de buurt gaan wonen." Sommige mensen hebben ook onbedoeld last gekregen;
dat gebeurt ook bij Lelystad. Daar heb ik toen ook een punt van gemaakt.
Er waren mensen die daar niet voor gekozen hebben en mensen op de Veluwe
die plotseling met lage vluchten te maken krijgen. Die mensen hebben er
niet specifiek voor gekozen om bij een luchthaven te gaan wonen. We
moeten het zo goed mogelijk doen. Dat zei ik ook in een
interruptiedebatje met mevrouw Kröger vorige week. Waar en indien
mogelijk moeten we overlast zo veel mogelijk kunnen beperken. Daar is de
hele Kamer het over eens. Wij willen dat niet in de vorm van krimp of
beperking van het aantal vliegbewegingen, maar door meer in te zetten op
geluidsreductie. Ik vind dat luchtvaartmaatschappijen daar volop mee
bezig zijn. Tenminste, als je ziet wat ze zijn gaan investeren in een
zuinigere maar daardoor ook stillere vloot. Daar hebben de omwonenden
uiteindelijk ook profijt van. Dat zijn natuurlijk gigantische
investeringen.
De PVV heeft ooit, zeker sinds 2012, zelfs gepleit … Laten we het zo
zeggen: er is een hoop gebeurd en er zijn een hoop crises gekomen. Ik
weet dat de toenmalige directeur, CEO, van Schiphol zei dat ze met het
toenmalige baangebruik konden groeien tot 800.000 vliegbewegingen. In
principe is dat nu op dit moment niet nodig, maar ik denk wel dat groei
tot 600.000 bewegingen in de toekomst toch wenselijk zal zijn, zeker als
we dadelijk stillere en zuinigere toestellen krijgen. Mogelijk dat
vliegen daardoor op de lange termijn ook goedkoper zal worden, wie weet.
We zullen het afwachten allemaal.
Wij maken ons ook zorgen om twee regionale luchthavens: Groningen
Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport. Dat is misschien niet
helemaal gepast hier, maar toch wil ik daar iets over zeggen, als u dat
toestaat, mevrouw de voorzitter, want ze vallen wel min of meer onder
Schiphol. Die luchthavens ervaren door hun grensligging extra veel last
van regionale ongelijkheid. Daar had ik dus toch graag een reactie op
gehad. Ik weet ook dat wij er moties over hebben ingediend. Ik weet dat
meneer Eerdmans daar bij de Algemene Politieke Beschouwingen nog een
motie over heeft ingediend. Wij maken ons daar zorgen over. Ik woon zelf
in het grensgebied. Ik ben zo in Duitsland, zo in België. Het is niet
normaal wat de verschillen zijn, niet alleen als het om vliegen gaat.
Het is gigantisch hoeveel goedkoper heel veel spullen zijn in België en
Duitsland, ook vliegen. Daar krijg ik graag een reactie op, want wij
maken ons wel zorgen. Beide luchthavens, Groningen Airport Eelde en
Maastricht Aachen Airport, zijn van nationaal belang. Groningen is dat
voor de medische vluchten en Maastricht Aachen Airport voor de
vrachtvluchten. Ik weet nog goed dat mijn vader me als kleine jongen
daar mee naartoe nam en dat die Antonovvliegtuigen daar landden; die
grote jongens konden daar goed landen en stijgen.
De voorzitter:
Hoever bent u met uw betoog?
De heer Graus (PVV):
Ehm, ik ben nog wel even klaar. Ik wil mijn collega best even te woord
staan, hoor.
De voorzitter:
U bent nog wel even bezig, bedoelt u?
De heer Graus (PVV):
Ja. Ik heb nog een minuut.
De voorzitter:
Ja, maar u hoeft uw tijd niet op te maken.
De heer Graus (PVV):
Nee, maar ik heb nog een paar dingetjes.
De voorzitter:
Oké. Meneer De Groot, ik ga uw microfoon aanzetten. Dat gaat helpen.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank voor het geluid, voorzitter. Ik wil even inhaken op het punt van de
heer Graus over de regionale luchthavens. De VVD maakt zich daar ook
zorgen over, met name over Groningen en de medische vluchten. De
Lifeliner staat daar. De opleiding van de KLM zit daar. Er wordt daar
geoefend met militaire vliegtuigen. Er zit een school voor de
luchtvaart. Er is daar een heel ecosysteem gebouwd. Dat zorgt ervoor dat
die luchthaven een belangrijke waarde heeft in het hele
opleidingstraject, ook naar Schiphol toe, waar het vandaag over gaat. Ik
denk dat we zelfs weleens onderschatten hoeveel functies daar eigenlijk
geborgd zijn. Mijn simpele vraag aan de heer Graus is dan: wat hebben we
daar te doen? Wat moeten we doen om ervoor te zorgen dat bijvoorbeeld
Groningen Airport Eelde kan blijven voortbestaan?
De voorzitter:
Ik ga een klein punt van orde maken als voorzitter. Wat we namelijk te
doen hebben, is volgende week het commissiedebat Luchtvaart voeren. Daar
zijn de regionale luchthavens een groot onderdeel van. Ik sta deze ene
vraag toe, maar daarna vraag ik de heer Graus om verder te gaan met zijn
betoog over het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol.
De heer Graus (PVV):
Wij vragen hetzelfde als we hebben gevraagd toen het over de
brandstoffen ging: verlaging van de accijnzen en verlaging van de btw.
Wij vragen hier heel duidelijk om. Dat doen we niet alleen, maar met
meerdere partijen, ook met uw partij. We vragen om afschaffing van de
tickettaks en vliegheffingen en alles. Ik ben, geloof ik, een van de
langstzittende luchtvaartwoordvoerders en ik vraag eigenlijk al heel
veel jaren consequent en consistent hetzelfde. Ik denk dat dat de
oplossingen zijn. Ik wil ook graag vragen om nivellering van de
tarieven. Het is heel erg dat mensen … Het is een mondiale wereld, hè?
Het is heel raar dat wij … Wij zijn zogenaamd één Europa, maar
ondertussen is dat helemaal niet zo. Er is een ontzettende ongelijkheid
binnen Europa. Het is helemaal niet één Europa. Dat vind ik altijd het
verdrietige van dit verhaal. De voordelen die al vanuit de EEG zijn
ontstaan, zouden hier juist oplossingen voor moeten bieden. Ik wil daar
dus ook graag een reactie op hebben. Tot slot heeft Groningen Airport
Eelde inderdaad heel veel functies die van nationaal belang zijn, net
als Maastricht Aachen Airport. Daarom noem ik beide expliciet. Ik ga nu
mijn verhaal afronden.
De voorzitter:
Ja, ik ga u uitnodigen om weer terug te gaan naar het onderwerp van het
debat.
De heer Graus (PVV):
Dank u wel. We willen de regering vragen om een juridisch houdbaar
Luchthavenverkeerbesluit, om zo die tijdrovende en geldverslindende
processen te voorkomen. Ik vind het niet normaal wat daarin aan geld en
tijd omgaat. Ik moet zeggen dat ik daar ook vaak moeite mee heb. Ik
bedoel: we hebben een trias politica, maar ik vind dat rechters toch
weleens op de plek van de Tweede Kamer gaan zitten. Ik vind dat dat niet
helemaal kan. Nogmaals, ik ben blij dat ze er zijn, maar zorg in ieder
geval dat die processen er minder kunnen komen.
We willen de uitwijkmogelijkheden van vrachtvluchten voorkomen, en
daarmee de schade aan onze economie. Desnoods moet het aantal
nachtvluchten worden bijgesteld.
We willen vragen om nivellering van tarieven, middels afschaffing dan
wel verlaging van vliegbelastingen tot minimaal het niveau van
buurlanden.
We willen de regering verzoeken om een juridisch houdbaar toekomstplan
voor te bereiden voor het behoud van de hubfunctie van Schiphol, de
toekomstige groei en het aantal vliegbewegingen.
Als laatste willen we de regering verzoeken het nationaal belang,
waaronder het financiële, economische en sociaal-maatschappelijke belang
van onze luchthaven, te borgen, maar ook dat van de regionale
luchthavens die ik noemde, door een speelveld te creëren dat minimaal
gelijk is aan dat van de ons omringende landen.
Dank u wel, mevrouw de voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we tot slot luisteren naar de heer Van
Duijvenvoorde. Hij spreekt namens de fractie van Forum voor Democratie.
Gaat uw gang.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Voorzitter, dank u wel. Rozen die we met Valentijnsdag kopen, hopen te
ontvangen of weggeven, komen via het vliegtuig uit Ecuador en Nigeria
Nederland binnen. Telefoonhoesjes voor ouderen die hun pasjes daarin
willen bewaren, komen via Schiphol. En zelfs de verse vis die op vrijdag
door de meer traditionele gezinnen wordt gegeten, komt via het vliegtuig
op tafel. Kortom, de luchtvaartsector is van groot nationaal belang.
Nederland moet gewoonweg sterk in verbinding staan met de rest van de
wereld. Als het aan ons ligt, breiden we dit alleen maar uit. We zijn
daarom tegen de onzinnige maximering van het aantal vliegbewegingen.
Schiphol en de luchtvaart moeten ruim baan krijgen om te groeien.
Maar ook nu weer geldt, om met de Franse schrijver Flaubert te spreken:
je droomt van de hemel, maar je valt in de modder. Er is een
werkelijkheid waarin we ons nu eenmaal bevinden en waarvan we maar het
beste moeten zien te maken. Daarom begrijpen we dat in die altijd
tekortschietende werkelijkheid de sector een nieuwe juridische grondslag
nodig had om de zekerheid en stabiliteit te bieden waarop Schiphol en de
luchtvaartmaatschappijen verder kunnen bouwen. FVD stemt daarom ook in
met de LVB, met enige voorzichtigheid.
Daarmee is echter nog niet gezegd dat de luchtvaartsector met deze
nieuwe juridische grondslag weer kan floreren. Integendeel, het nieuwe
LVB legt weliswaar een maximum van 478.000 vliegbewegingen vast met de
mogelijkheid tot een beperkte groei naar 500.000 met zeer strenge eisen,
maar een groei van Schiphol en de Nederlandse luchtvaart lijkt onder de
huidige omstandigheden heel ver uit zicht.
Voorzitter. Een eerste vraag. Wat heeft Schiphol aan juridische
zekerheid als we de luchthaven tegelijkertijd economisch op achterstand
zetten? Dat is zorgelijk, want in de stukken wordt opnieuw duidelijk hoe
belangrijk de netwerkconnectiviteit en de hubfunctie van Schiphol voor
Nederland zijn. Schiphol is goed voor ongeveer 11,8 miljard euro aan
toegevoegde waarde, 1,1% van ons bbp en 111.200 banen. Het kabinet noemt
de hubfunctie zelf ook een belangrijke troef voor Nederland.
Maar juist die connectiviteit staat onder druk, zoals recent onderzoek
van Econic Partners in opdracht van Delta Air Lines liet zien. De
havengelden op Schiphol stijgen tussen 2019 en 2027 met maar liefst
119%, terwijl de vliegbelasting voor een vlucht naar Rome ruim drie keer
zo hoog is als in België en bijna tweeënhalf keer zo hoog als in
Duitsland. Vindt de minister het dan gek dat Nederlandse reizigers
steeds vaker over de grens gaan kijken? Het kabinet heeft nu weliswaar
voorgesteld om de vliegbelasting op langeafstandsvluchten te verlagen
naar het niveau van Duitsland om toe te werken naar een gelijk
speelveld, maar ook dat niveau vinden wij nog altijd veel te hoog.
Nederland moet niet alleen proberen om een gelijk speelveld met
Duitsland en andere Europese landen te creëren, Nederland moet juist het
beste speelveld van Europa worden. Wij moeten centraal gaan staan in de
luchtvaartsector op het continent. Tijdens het vorige commissiedebat
Luchtvaart zei ik tegen de andere Kamerleden dat ik ze wat meer Anthony
Fucker zou gunnen ... Nee, Anthony Fokker! Freudiaans, hè? U weet hoe
dat gaat. Maar hiermee bedoelde ik: denken in grootsheid, kansen en
mogelijkheden. Deze mentaliteit hebben we op dit dossier weer
nodig.
Daarbij is het ook een probleem dat de belasting op
korteafstandsvluchten niet wordt verlaagd. Korte- en
langeafstandsvluchten kunnen namelijk niet los van elkaar worden gezien.
Schiphol draait op een hub-and-spokemodel. Europese verbindingen voeden
het intercontinentale netwerk en onze kleine thuismarkt kan dat netwerk
niet zelfstandig dragen, wat de partijen hier ook zeggen.
De heer Heutink (Groep Markuszower):
Was dat een slip of the tongue?
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ik denk dat de heer Heutink bij de huidige premier moet zijn voor slips
of the tongue!
De voorzitter:
Maar gaat u vooral verder met uw betoog over het
Luchthavenverkeerbesluit.
De heer Van Duijvenvoorde (FVD):
Ja.
Een vraag aan de minister. Wanneer de kosten van die Europese
verbindingen oplopen en routes daardoor minder aantrekkelijk of minder
rendabel worden, raakt dat uiteindelijk ook de kracht van de hub en het
intercontinentale netwerk. Erkent de minister dat de combinatie van hoge
vliegbelastingen voor Nederlandse reizigers, sterk gestegen havengelden
en capaciteitsbeperkingen de concurrentiepositie van Schiphol aantast en
daarmee uiteindelijk ook de hubfunctie en het intercontinentale netwerk
onder druk kan zetten? En is de minister daarom bereid om de
vliegbelasting nog verder te verlagen, om Schiphol concurrerend te
houden en die hubfunctie te versterken?
Voorzitter. Nog één keer terug naar die rozen voor Valentijn. Ik kom
zelf uit de bloemenstreek. Ooit werden zulke rozen hier gekweekt door
bedrijven die generaties lang hun vak hadden opgebouwd. Hoge
energiekosten en steeds zwaardere regelgeving hebben de teelt hier veel
moeilijker gemaakt. Daarom importeren we bloemen steeds vaker vanuit
duizenden kilometers verderop, uit Ecuador, zoals ik al noemde. Maar
vervolgens maken we ook die verbinding met de rest van de wereld weer
duurder en moeilijker.
Voorzitter. Uiteindelijk moet de inzet eenvoudig zijn: Schiphol moet
weer kunnen groeien en floreren, nieuwe verbindingen aantrekken, ruimte
geven aan innovatie en onze positie in de wereld versterken. Nederland
heeft niets aan een luchthaven die langzaam wordt teruggebracht tot wat
binnen alle modellen nog net mogelijk is. Daarom een laatste vraag voor
de minister: hoe gaat hij ervoor zorgen dat Schiphol niet alleen
juridische zekerheid krijgt, maar ook daadwerkelijk het economisch
perspectief om zijn hubfunctie te behouden en in de toekomst weer te
kunnen groeien?
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. Wij zijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van de
zijde van de Kamer. De minister heeft aangegeven een krappe 30 minuten
nodig te hebben voor de beantwoording van alle vragen. Hoe eerder de
minister klaar is, hoe eerder wij ook weer beginnen, dus blijf in de
buurt. Ik schors voor een krappe 30 minuten.
De vergadering wordt van 21.31 uur tot 22.01 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen het debat. Wij debatteren momenteel over het
Luchthavenverkeerbesluit Schiphol. Wij hebben de eerste termijn van de
Kamer achter de rug en zijn toegekomen aan de eerste termijn van de
zijde van het kabinet. Ik geef daartoe de minister graag het woord. Gaat
uw gang.
Minister Karremans:
Dank u wel, voorzitter. Schiphol heeft twee kanten, die vandaag
uitgebreid in het debat aan de orde zijn geweest. Aan de ene kant is er
de positieve kant; zo noem ik het maar. Aan de andere kant is er de meer
negatieve kant, die hinder voor omwonenden behelst. Laat ik met de
positieve kant beginnen. Luchtvaart is een belangrijke pijler onder onze
economie. Het is Schiphol dat Nederland en de Nederlandse economie met
de rest van de wereld verbindt. Dat is zeker voor een van de meest open
economieën van de wereld van cruciaal belang. Schiphol is namelijk een
van de weinige luchthavens ter wereld die binnen 24 uur verbonden is met
zo'n beetje elk economisch centrum, eigenlijk zelfs met elke mogelijke
bestemming, in de wereld. Het is daarmee een ontzettend belangrijk
handelsknooppunt in de wereldeconomie. Het is een eeuwenoude economische
wet dat welvaart daar ontstaat waar handelsknooppunten zijn. Door
Schiphol kunnen Nederlandse bloemtelers, biotechbedrijven en andere
ondernemers makkelijk zakendoen in het buitenland, waar wij nog steeds
een derde van ons geld verdienen. Het is ook de reden dat bedrijven naar
Nederland komen en hier investeren. Die bedrijven zorgen ook voor banen
en belastinginkomsten, waardoor wij alles kunnen doen wat wij belangrijk
vinden: investeren in ouderenzorg, in jeugdzorg, in de politie. Dat
staat nog los van de 111.200 directe en indirecte banen die Schiphol
oplevert en waaraan ontzettend veel Nederlandse gezinnen hun
bestaanszekerheid ontlenen.
Ik zei het in het begin al: tegelijkertijd erkent het kabinet dat een
luchthaven van deze omvang onvermijdelijk en onlosmakelijk hinder
veroorzaakt. Ik wil dat geenszins bagatelliseren. Vorige week heb ik nog
— de heer Heutink had het er net al even over — gelogeerd bij een lid
van de MRS, direct onder de Zwanenburgbaan. Als je daar logeert, zeker
met het raam open, dan merk je dat. Dat heeft een enorme impact. Daarom
heeft het kabinet zich ook tot doel gesteld om de geluidshinder te
reduceren, daarmee de rechtsbescherming van omwonenden te herstellen en
te zorgen voor juridische duidelijkheid en stabiliteit voor alle
partijen. Met dit LVB wordt dat doel bereikt. Met een geluidsdoel van
20% minder ernstig gehinderden en 15% minder slaapverstoring in de nacht
zorgt het kabinet ervoor dat substantiële hinderreductie gerealiseerd
kan worden. Tegelijkertijd blijft hiermee de goede verbondenheid van
Nederland in het nationale en algemene belang gewaarborgd.
Om invulling te geven aan het geluidsdoel is vervolgens de verplichte
Europese Balanced Approachprocedure doorlopen; we kennen 'm allemaal.
Binnen deze procedure heeft een afweging plaatsgevonden, inclusief
raadpleging van alle stakeholders, over de mogelijke geluidsreducerende
maatregelen. Dit heeft geleid tot het volgende maatregelenpakket. Het
weren van de meest lawaaiige toestellen in de nacht, stimulering van
stillere toestellen door middel van tariefdifferentiatie, inzet van
stillere toestellen in de nacht door KLM, reductie van het aantal
nachtvluchten van 32.000 naar 27.000 en reductie van het maximumaantal
vliegbewegingen van 500.000 naar 478.000. Hiermee wordt het doel voor de
nacht gehaald en de eerste 15% van de 20% voor het etmaal. Sterker nog,
het doel voor de nacht zit er ruimschoots overheen. Schiphol is daarmee
wel de eerste luchthaven ter wereld die moet krimpen, in een sector die
jaar op jaar groeit. Het kabinet heeft in dit proces uitdrukkelijk de
belangen van alle stakeholders evenwichtig gewogen en is van mening dat
hierbij de juiste balans is gevonden.
Voor de zomer heeft uw Kamer de voorhang van het LVB afgerond en
verzocht om een debat na publicatie van het advies van de Raad van
State. Het advies van de Raad van State betreft een dictum b en richt
zich hoofdzakelijk op aandachtspunten die in de toelichting nader moeten
worden gemotiveerd. Dit zorgt ervoor dat het LVB een heel stuk
dichterbij komt. De afdeling onderschrijft ook het belang om de
rechtsbescherming van omwonenden te herstellen en een evenwicht te
vinden tussen de belangen van de luchthaven en diens gebruikers en de
belangen van omwonenden. Afgelopen vrijdag heb ik u tevens een brief
gestuurd met een nadere duiding van het advies van de Raad van State. In
dit debat spreek ik graag verder met de Kamer over hoe om te gaan met de
aandachtspunten die de Raad van State heeft gegeven en hoe ik daar
verder opvolging aan geef.
Voorzitter. Dat ter introductie. Er zijn veel vragen gesteld, die ik ga
beantwoorden in blokjes. Ik weet dat u er prijs op stelt als ik van
tevoren aangeef welke blokjes dat zijn. Dat is allereerst handhaving en
ILT, vervolgens bescherming, terugkeer naar 500.000, natuurvergunning,
belangenafweging, MER en overig.
De voorzitter:
Ik heb het idee dat mevrouw Kröger een blokje mist, of vul ik dat te
voorbarig in? Ik wilde ondertussen ook aan de Kamer voorstellen dat we
vragen toestaan na afronding van elk blokje. Dan weten we ook zeker dat
de minister de vragen over dat onderwerp allemaal beantwoord heeft.
Mevrouw Kröger (PRO):
Aangezien de minister in zijn introductie al vrij uitvoerig praat over
de belangenafweging, had ik gehoopt dat hij dat blokje als eerste zou
doen. Maar ik kan mijn vraag over de belangenafweging ook gewoon
stellen. Hoe kan de minister schetsen dat er een fair balance is
getroffen, een belangenafweging is gemaakt, als de rapporten die hij
zelf heeft uitgevraagd zeggen dat het optimum bij 460.000 ligt, dus dat
voor de economie 460.000 het beste is, terwijl het evident is dat voor
omwonenden minder vluchten beter zouden zijn? Hoe kan hij dan met droge
ogen in de Kamer 478.000 vluchten verkopen als een fair balance?
Minister Karremans:
Rondom luchtvaart gelden ontzettend veel regels, onder andere regels die
gelden op Europees niveau als een lidstaat bijvoorbeeld geluidsdoelen
wil realiseren rondom een luchthaven. Dat is de Balanced
Approachprocedure. Daarin stop je een geluidsdoel. Dat heeft het kabinet
afgewogen. Het kabinet heeft uiteindelijk gekozen voor 15% plus 5%, dus
daarmee 20% geluidsreductie op het etmaal. Daar is de Balanced
Approachprocedure doorlopen. Die is doorspekt met regels en geeft
precies aan wat voor maatregelen je eerst moet nemen om vervolgens te
komen tot capaciteitsvermindering. Dat zit allemaal in het LVB. Dat
heeft uiteindelijk geleid tot 478.000 vluchten, vliegbewegingen die als
maximum gaan gelden in een jaar op Schiphol. De 460.000 die mevrouw
Kröger noemt, herken ik niet, zeker niet als optimum. Nergens, in geen
enkel rapport, staat beschreven dat dat een optimum zou zijn. Er is wel
een aantal scenario's in kaart gebracht, maar daarbij is niet gezegd dat
dit een optimum zou zijn. Dat is dus ook niet het geval.
Mevrouw Kröger (PRO):
Het SEO-rapport 2025 vergelijkt 500.000 met 460.000. De minister kiest
ervoor om te willen groeien naar 500.000. Hij zou ook kunnen zeggen: ik
heb de ambitie om te krimpen naar 460.000. Dat was ook een optie
geweest. Dan moet je inderdaad weer door stappen heen, maar het kan wel
je ambitie zijn. Het aantal van 460.000 is beter voor onze welvaart dan
500.000, dus waarom denkt de minister dat het een goed idee is, een fair
balance waarbij je de economie en de belangen van omwonenden tegen
elkaar afweegt, om nu in te zetten op 478.000 met groei naar
500.000?
Minister Karremans:
Nogmaals, ik herken de conclusie niet dat dat het optimum zou zijn. Ten
tweede heb je je te houden aan Europese voorgeschreven regels. Die
zeggen dat je er een geluidsdoel in zet en dat er vervolgens een aantal
maatregelen uit komen, waaronder dus uiteindelijk een
capaciteitsvermindering en dus een aantal vliegbewegingen, en dat is dat
aantal van 478.000.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Dat is gewoon geen antwoord op mijn vraag. De minister klikt "478.000"
vast en wil doorgroeien naar 500.000. Mijn vraag is waarom hij niet gaat
krimpen naar 460.000, aangezien SEO, in een rapport dat voor hem is
geschreven, zegt dat dat beter is voor onze economie dan 500.000. Dus
waarom kiest de minister daar niet voor?
Minister Karremans:
Ik blijf mezelf herhalen, maar nogmaals: ik herken niet dat dat een
optimum zou zijn. Het kabinet heeft helemaal aan het begin van deze
procedure gezegd dat er een nieuwe balans moet komen tussen aan de ene
kant de belangen van omwonenden en aan de andere kant de
gerechtvaardigde belangen — overigens zijn de belangen van de omwonenden
natuurlijk ook gerechtvaardigd — van de luchtvaartsector, het nationaal
en algemeen belang en de verbondenheid van Schiphol, die belangrijk is
voor onze economie. Dat heeft het kabinet geformuleerd in een
geluidsdoel. Dat geluidsdoel is de basis geweest van de Balanced
Approachprocedure. Daarvan zijn die 478.000 vluchten het resultaat.
De voorzitter:
Start u met het blokje handhaving en ILT.
Minister Karremans:
Dank u wel. De eerste vraag is van mevrouw Zwinkels. Kan ik toezeggen
dat de ILT voldoende instrumenten heeft om op te treden en dat ik niet
ga wachten op 2030 maar zo spoedig mogelijk kom met een wetswijziging?
Het klopt dat ik in de brief die ik de Kamer heb gestuurd naar
aanleiding van het advies van de Raad van State, heb aangegeven dat er
een mogelijkheid zou zijn om de bevoegdheid van de ILT om een
bestuurlijke boete op te leggen vorm te geven in een apart wetstraject.
Dat zou een sneller traject zijn dan als je het zou meenemen in de
totale herziening van het stelsel vliegtuiggeluid. Volgens mij is de
heel directe vraag van mevrouw Zwinkels aan mij of ik dat wil doen. Ik
heb de Kamer natuurlijk breed gehoord. Ik wil toezeggen dat ik dat ga
doen. Ik zal dat dan ook verwerken in een nader rapport en in de
toelichting van het LVB, omdat ik het belangrijk vind dat er lik op stuk
plaatsvindt als er sprake is van overschrijding van een grenswaarde. Dat
neemt overigens niet weg — dat is het punt dat de Raad van State gemaakt
heeft en waarover mevrouw Zwinkels mij nu een toezegging heeft gevraagd
— dat er ontzettend veel mogelijkheden zijn voor de ILT om te handhaven.
Wanneer dus bijvoorbeeld een regel in het LVB wordt overtreden, dan kan
de ILT nu al direct een boete opleggen. Dat gaat bijvoorbeeld over
baangebruik of over het gebruik van APU's. Bij een dreigende
overschrijding van de grenswaarden — daar is het ook over gegaan — moet
er een beheersplan worden opgesteld door Schiphol, LVNL en de
sectorpartijen; dat staat ook in het LVB. In dat beheersplan moeten
stuurmaatregelen zitten om uiteindelijk overschrijding te voorkomen. We
kijken dus niet alleen maar achteraf, we houden ook per maand bij of er
sprake zou zijn van een dreigende overschrijding. Als dat het geval is,
kan de ILT dus ingrijpen. Mochten die stuurmaatregelen volgens de ILT
niet afdoende zijn, dan kan die een aanwijzing geven om ervoor te zorgen
dat die stuurmaatregelen dat wel worden. Daarbij kunnen ze een last
onder dwangsom opleggen. Bij overschrijding van een grenswaarde, dus
ondanks dat beheersplan, kan de ILT een handhavingsmaatregel opleggen.
Die ziet erop dat het jaar erna de overschrijding niet nog een keer kan
plaatsvinden.
Deze maatregel is vormvrij, zeg ik erbij. De ILT zal dit doen,
afhankelijk van de reden van overschrijding. Als de handhavingsmaatregel
niet wordt nageleefd, kan de ILT een last onder dwangsom opleggen, en
uiteindelijk kunnen ze dan ook een boete opleggen. Daarmee heeft de ILT
voldoende middelen om het LVB actief en effectief te handhaven. Ik zeg
er wel bij: ik heb natuurlijk ook het advies van de Raad van State
gelezen en ik heb ook de Kamer gehoord en de vraag van mevrouw Zwinkels.
Wij zullen dat wetstraject apart gaan vormgeven en zo snel mogelijk naar
de Kamer sturen. Daar zitten nog wel een paar ingewikkeldheden in, maar
we gaan morgen gelijk aan de slag, zou ik zeggen.
Dan de vraag van de heer Grinwis over de vragen van de Raad van State
ten aanzien van de handhaving door de ILT. Kunnen zij echt ingrijpen als
normen worden overschreden? Volgens mij heb ik net ook toegelicht wat de
ILT allemaal kan, dus het antwoord daarop is ja. Ik heb net iets
toegezegd richting mevrouw Zwinkels: dat ik omwille van de snelheid een
apart traject vorm zal geven ten aanzien van de bestuurlijke boete bij
directe overschrijding van de grenswaarden.
Dan de vraag: heeft het systeem zonder bestuurlijke boete niet
onvoldoende tanden? Op die vraag heb ik eigenlijk hetzelfde
antwoord.
De vraag van het lid Kostić is of ik kan toezeggen vóór de behandeling
van de IenW-begroting aan te geven wat nodig is voor de ILT om het LVB
te kunnen handhaven. Dat kan ik inderdaad toezeggen. Dat zullen we de
Kamer dan toesturen. Ik heb ook al eerder richting mevrouw Kröger gezegd
dat wij dat handhavingscapaciteitsvraagstuk ook gaan bespreken met de
ILT. Laat ik één ding helder zeggen: als er regels zijn, moet er ook
worden gehandhaafd. Dat moeten we dus linksom of rechtsom met elkaar
gaan regelen.
Dan de vraag van mevrouw Van der Plas: welke concrete wijzigingen breng
ik naar aanleiding van dit advies aan in het handhavingsinstrumentarium
van de ILT? En krijgt de ILT voldoende ondersteuning om al haar nieuwe
taken uit te voeren? Ik heb net al gezegd dat ik dus aan de slag wil met
die tussentijdse wijziging van de wet waarmee de ILT de mogelijkheid
krijgt om een bestuurlijke boete direct op te leggen.
Dan de vraag van de heer Köse hoe ik de vaste grenswaarden rijm met de
motie die uitspreekt geen ruimte te bieden voor geluidshinder of meer
vliegbewegingen. Hij vraagt of ik voornemens ben de breed gedragen motie
uit te voeren en geen extra ruimte te bieden voor vliegtuigbewegingen.
Vanzelfsprekend! In de motie wordt onder andere verzocht om inzichtelijk
te maken dat de grenswaarden alleen marges voor reguliere variatie in de
operatie bevatten, en niet onbedoeld extra ruimte voor geluidshinder of
meer vluchten bieden. Dat is inderdaad het geval. De grenswaarden zijn
zo bepaald dat ze passen bij het hinderbeperkende maatregelenpakket uit
de Balanced Approachprocedure, en ze creëren geen extra ruimte. Wel is
het zo dat er natuurlijk gevoeligheidsanalyses op zijn uitgevoerd. Er
wordt historisch gekeken uit welke hoek de wind komt waaien. Dat bepaalt
namelijk nogal veel voor onder andere het baangebruik. Dus zo is ernaar
gekeken. De realiteit is natuurlijk ook dat de operatie wel gewoon
binnen de grenswaarden gevlogen moet kunnen worden, en niet meer dan
dat. In de herziene MER hebben we die nadere informatie over de werking
van het stelsel en de grenswaarden opgenomen. Na vaststelling van het
LVB wordt gezorgd voor duidelijke communicatie richting omwonenden, iets
waarover mevrouw Zwinkels ook al eerder bij ons aan de bel heeft
getrokken.
Mevrouw Zwinkels zegt ook: er is eerder een motie ingediend over de
handhavingspunten, en we vragen ons af of er toch niet iets over de
communicatie — dat gaat dus inderdaad hierover — opgenomen kan worden in
een nieuw hoofdstuk dat is toegevoegd aan de herziene MER. De MER bevat
een beschrijving van de milieueffecten. Los daarvan doen we die
communicatieaanpak. Ik denk ook niet dat iedere omwonende van Schiphol
de MER erbij pakt. Maar dat willen we gewoon op een goede,
laagdrempelige manier doen. Dat zullen we doen na inwerkingtreding van
het LVB.
Wat gebeurt er als de geluidsruimte bij een handhavingspunt al op is
voordat het toegestane aantal vluchten is bereikt? De normen voor de
handhavingspunten staan vast. Zodra er zicht is op een dreigende
overschrijding, stelt Schiphol in samenwerking met LVVN en de sector een
beheersplan op om deze overschrijding te voorkomen. Ik heb net
toegelicht hoe de hele regelgeving daaromtrent is geregeld.
Welke maatregelen kunnen er op korte termijn worden ingezet als een
grens dreigt te worden overschreden? Ik denk dat ik net ook al heb
toegelicht wat de mogelijkheden dan zijn.
De vraag van de heer De Groot is: wanneer is duidelijk of er eventueel
een apart wetstraject komt? We zullen daar zo snel mogelijk mee aan de
slag gaan. We zullen de Kamer natuurlijk op enig moment informeren over
de voortgang en de verwachte planning.
Er is gevraagd hoe ik zorg voor effectieve handhaving zonder de
vaststelling van het LVB opnieuw onnodig te vertragen. Het ILT beschikt
met dit LVB over voldoende handhavingsmiddelen, dus het kan zonder
vertraging worden vastgesteld.
Tot slot vroeg mevrouw Van der Plas: hoe wordt structureel geborgd dat
nieuwe vliegtuigtypen en gewijzigde geluidsprestaties tijdig in de
gebruikte modellen worden verwerkt, voordat op basis daarvan besluiten
over geluidshandhaving en beschikbare geluidsruimte worden genomen?
Toesteltypes en hun geluidsprestaties zijn opgenomen in de zogenoemde
ANP-database van EASA, overigens niet te verwarren met de persdatabase.
EASA voert het beheer hierover. Bij elk nieuw besluit wordt uitgegaan
van actuele gegevens. De handhaving is altijd gebaseerd op dezelfde
gegevens als waarmee de norm is gesteld, want anders is het een kwestie
van appels met peren vergelijken.
Mevrouw Van der Plas heeft natuurlijk ook een vraag gesteld naar
aanleiding van die ene keer dat er nog wat moest worden geĂĽpdatet. Die
casus betrof dit gebruiksjaar. In de BA-monitoring is bij het eerste
monitoringsmoment met dezelfde toestellen gewerkt als bij het
vaststellen van het doel in 2023. Door de BA-maatregelen bleken er
toestellen te worden ingezet die niet in de database zaten. Daarom is
voor het tweede monitoringsmoment gekozen om de database te actualiseren
met de nieuwe toestellen. Dat zal ook weer worden gedaan bij de volgende
monitoringsmomenten. Daarmee is dat dus opgelost.
Dat was dit blokje, voorzitter.
De voorzitter:
Dan kijk ik even naar de collega's. Het lid Kostić was er net al, maar
laat mevrouw Zwinkels eerst aan het woord.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank aan de minister voor de toezegging ten aanzien van de bestuurlijke
boete, namelijk om daar een wetswijziging voor naar voren te trekken. Ik
zie ook dat de minister daar haast mee heeft en dat zo snel mogelijk
gaat oppakken. Ik ben natuurlijk wel nieuwsgierig of hij al kan schetsen
wanneer dat ongeveer onze kant op zou gaan komen. Daar mag hij ons ook
later over informeren.
Minister Karremans:
Dat zou ik graag later willen doen, omdat dat nog best wel ingewikkeld
is. Je moet namelijk ook kijken wie je aanspreekt bij welke
overschrijding. Maar daar moeten we uit kunnen komen. We zullen de Kamer
zo spoedig mogelijk daarover informeren.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel. Dan wil ik ook nog even refereren aan de andere toezegging
die ik heb gekregen, namelijk de toezegging ten aanzien van de
communicatie omtrent de handhavingspunten. Ik ben erg blij dat dat bij
de inwerkingtreding gaat gebeuren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Hoor ik de minister nu zeggen dat hij voor de begroting van IenW gaat
kijken waar hij extra geld vandaan gaat halen voor extra capaciteit voor
de ILT?
Minister Karremans:
Ik heb gezegd dat de bottomline is dat de handhaving linksom of rechtsom
gewoon goed geregeld moet worden. Als dat een capaciteitsvraagstuk is,
moeten we, moet ik, dat oplossen. De vraag van het lid Kostić was
volgens mij of ik inzichtelijk kan maken wat de financiële vraag is. Dat
wil ik natuurlijk toezeggen. Ik heb ook al toegezegd in antwoord op een
vraag van mevrouw Kröger dat ik dat met de ILT ga bespreken.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Voor ons is het belangrijk dat de minister zegt: ik sta er ook voor open
dat we extra budget voor de ILT vrijmaken als dat nodig is. Is de
minister daartoe bereid?
Minister Karremans:
Ja, daar sta ik zeker voor open.
De voorzitter:
Gaat u verder met blokje twee: bescherming.
Minister Karremans:
Ja, dank u wel, voorzitter. Dat begint met het informatieverzoek aan mij
over de groeiverdiensystematiek en wat ambtenaren daar precies over
gezegd hebben. Dit is aan de orde gekomen tijdens een technische
briefing door ambtenaren van IenW aan de Kamerleden, afgelopen april.
Daar is toen toegelicht dat er internationaal, en dan zeg ik het erg
eufemistisch, veel aandacht is voor de krimp van Schiphol, en ook dat er
internationaal veel waarde wordt gehecht aan het bieden van perspectief
op groei. Als ik het goed heb, bent u beiden bij de technische briefing
geweest, net als wel meer Kamerleden. Er is dus sprake van gelijke
informatiestand. Om het precies te maken: ambtenaren hebben daar
aangegeven hoe belangrijk dit is in de internationale context. Om het
nĂłg preciezer te maken, zonder in al te veel detail te treden: de
Amerikaanse overheid heeft hier op meerdere momenten met klem aandacht
voor gevraagd en heeft aangegeven dat er anders tegenmaatregelen
overwogen zouden worden. Als dat zou gebeuren, zou dat hele desastreuze
effecten hebben op de Nederlandse luchtvaart, de positie van Schiphol en
Nederlandse luchtvaartmaatschappijen.
De voorzitter:
We waren nog niet aan het einde van het blokje, maar ik sta u een vraag
toe, omdat het over een informatieverzoek ging, mevrouw Kröger. Gaat uw
gang.
Mevrouw Kröger (PRO):
Het CDA zei net: wij gaan nu mee in de groei van Schiphol, omdat die
nodig is om de doelen te halen. De minister zegt nu: er is een
dreigement van de Amerikanen, die zeggen dat ze hele vervelende
maatregelen gaan nemen; daarom moeten we Schiphol laten groeien. Is dat
de argumentatie?
Minister Karremans:
Kijk, de luchtvaart is een sterk internationale sector. Een vliegtuig
stijgt ergens op en moet ergens landen. Verschillende landen, en de
Europese Commissie ook, hebben grote belangen bij een sterke positie van
Schiphol. Daar zijn ook sterke Amerikaanse belangen bij gemoeid. Het is
dus ook niet gek dat overheden zich daarmee bemoeien. Daar hebben we ons
rekenschap van te geven. We kunnen niet doen alsof we in die zin alleen
op de wereld zijn. Dat is iets wat het kabinet natuurlijk moet meewegen
in het geheel. We hebben te maken met een groeiverdiensystematiek in een
groeiende sector. De luchtvaart groeit jaar op jaar met ongeveer 3%. We
zien om ons heen allerlei landen, onder andere Kopenhagen, investeren in
de luchtvaartsector, in luchthavens. Als Schiphol krimpt en vervolgens
stil blijft staan, is dat uiteindelijk natuurlijk heel slecht voor je
concurrentiepositie. We vinden het te verdedigen in het licht van het
meer in balans brengen van de luchthaven met de belangen van omwonenden.
We staan alleen een terugkeer toe onder hele strikte voorwaarden. Dat
vind ik dus goed te verdedigen, ook in het licht van de incentive, de
prikkel, die je wil geven aan luchtvaartmaatschappijen om te investeren
in stillere toestellen op Schiphol. Daar hebben we natuurlijk niet
alleen wat aan voor het laatste beetje extra vluchten ten aanzien van de
478.000, maar daar heeft de hele operatie, van 478.000 plus wat er dan
ook bij zit tot de max van 500.000, ontzettend veel profijt van.
Mevrouw Kröger (PRO):
Nederland heeft zich dus laten chanteren door de Amerikaanse overheid om
Schiphol te laten groeien, ondanks het feit dat het slecht is voor de
omwonenden en dat de rapporten van de minister zelf zeggen dat 460.000
economisch gezien beter is dan 500.000? We zijn gezwicht voor chantage
door de Amerikanen. Is dat het argument?
Minister Karremans:
Nee, dat heb ik net ook niet gezegd.
De voorzitter:
Mevrouw Kröger, afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
De minister gaf net aan dat er sterke belangen waren vanuit Amerika, dat
zei dat we groei mogelijk moesten maken, en dat dat een van de redenen
is geweest waarom wij nu groei toestaan. Correct? We zijn dus gezwicht
voor deze druk van de Amerikanen.
Minister Karremans:
Nee, daar gaat mevrouw Kröger toch veel te snel over één nacht ijs. Ik
heb gezegd: je hebt je in de luchtvaartsector, in een sterk gereguleerde
internationale situatie, rekenschap te geven van de belangen van andere
landen, omdat die ook belangen hebben bij Schiphol, net zoals wij
belangen hebben bij luchtvaartbeleid in bijvoorbeeld Amerika, Duitsland
of Frankrijk. Het is dus logisch dat overheden zich daarmee bemoeien.
Nederland heeft natuurlijk alles netjes meegewogen — dat heeft het
kabinet gedaan — waaronder de belangen van omwonenden, de economische
belangen van Schiphol en de internationale context. Daar hebben wij
nooit geheimzinnig over gedaan. Dat heeft uiteindelijk geleid tot het
Luchthavenverkeerbesluit dat nu voorligt.
Voorzitter. Mevrouw Kröger vroeg of ik erken dat er een besluit voorligt
zonder draagvlak van de mensen om wie het gaat. Nee, dat is niet het
geval. Door het vastleggen van de regels in het LVB wordt het
anticiperend handhaven beëindigd en is er dus weer rechtsbescherming
voor omwonenden. Ik heb de afgelopen tijd ook ontzettend veel omwonenden
gesproken die zeggen: "Ik snap dat Schiphol moet bestaan. Sterker nog,
we verdienen er een hele goede boterham aan. Maar zorg alsjeblieft voor
regels." Dat is inderdaad het minste wat we voor de omwonenden kunnen
doen; dat vind ik ook. Dat is een van de grootste redenen, zo niet de
grootste reden, waarom ik vind dat we dit LVB moeten vaststellen.
Daarnaast is de bescherming van omwonenden meegenomen bij het bepalen
van nieuwe handhavingspunten. Ik doel op het aantal en de locaties. Zo
zijn er in het nieuwe handhavingsstelsel veel meer handhavingspunten:
148 in plaats van 35 voor het etmaal en 59 in plaats van 25 voor de
nacht, en in een groter gebied rond Schiphol. Omwonenden kunnen zich
hierop beroepen. Ik kan niet ontkennen dat niet iedereen hier tevreden
over is. Daar wil ik ook helemaal niet van weglopen. Maar het kabinet
vindt dit de juiste balans.
Dan vroeg mevrouw Kröger waarom ik kies voor dit wankele juridische pad.
Ik denk niet dat het een wankel juridisch pad is. Ik denk dat het LVB
juridisch robuust is. Er is namelijk alles aan gedaan om ervoor te
zorgen dat het LVB juridisch houdbaar is, onder andere door aan alle
verkregen adviezen opvolging te geven. Zo is de MER herzien, is er een
extra referentiesituatie naar het hoofdrapport getild en wordt het
advies van de Raad van State opgevolgd. Het advies dictum b van de Raad
van State geeft vervolgens vertrouwen in het vervolg. Ik heb natuurlijk
ook de commentaren op dat advies gezien. Het is een advies dictum b. In
de regel krijg je daarvoor in de ministerraad applaus. Een advies dictum
b is iets wat je als bewindspersoon graag krijgt. Uiteindelijk is het
uiteraard aan de rechter om de juridische houdbaarheid te toetsen; dat
is niet aan mij.
Dan vroeg de heer El Abassi of ik kan uitleggen wat de inkrimping van
Schiphol daadwerkelijk oplevert. Ik denk dat het belangrijk is dat we
naar die nieuwe balans toe gaan. Aan de ene kant is Schiphol natuurlijk
heel belangrijk voor onze economie, maar aan de andere kant speelt
natuurlijk al heel lang de kwestie van die rechtsbescherming die moet
worden hersteld; dat doen we hiermee. De geluidshinder voor omwonenden
wordt gereduceerd en er wordt juridische duidelijkheid gecreëerd voor de
sector. Dat zijn alle drie zeer belangrijke doelen om na te streven. Dat
zijn ook drie doelen die we met dit LVB realiseren.
Dan een vraag van de heer El Abassi over de nacht, en over dezelfde
hoeveelheid verkeer in minder uren proberen te proppen. De minister
erkent dat het huidige stelsel vooral naar TVG kijkt en dat frequentie
en piekbelasting pas nadrukkelijk onderdeel worden van het nieuwe
geluidsstelsel richting 2030. Kan hij dan uitleggen waarom die zaken
niet eerder aan bod komen? Het is toch niet zo dat we er straks achter
gaan komen dat we maatregelen aan het nemen zijn die de geluidshinder
niet verminderen maar juist vermeerderen, omdat we al die
vliegbewegingen bij elkaar proppen? Er zijn verschillende manieren om
hinder te beperken. Onder het nieuwe stelsel is het voornemen om dat te
doen met een aanvullende hinderindicator, bijvoorbeeld frequentie of
piekbelasting. Daar wordt dus aan gewerkt. Ik zeg er gelijk bij dat dit
wel ingewikkeld is. Maar in de huidige Wet luchtvaart is het alleen
mogelijk om te sturen op het Totale Volume Geluid. Dat doen we hier dus
ook. Maar we sturen niet alleen op het Totale Volume Geluid. Er zitten
in feite drie sloten op de deur. Het gaat om het maximumaantal
vliegtuigbewegingen, om het Totale Volume Geluid en om de beperking
middels grenswaarden in de handhavingspunten.
Dan de vraag van de ChristenUnie. Die gaf aan dat door autonome
vlootvernieuwing vliegtuigen stiller worden, waardoor er binnen dezelfde
geluidsgrens lokaal meer kan worden gevlogen: "In de praktijk betekent
dat vaak meer overlast voor mensen omdat het vooral afhangt van het
aantal vliegtuigen. Hoe voorkomt de minister dat een theoretische afname
van het geluid per vliegtuig leidt tot meer overlast?" Schiphol wordt
sowieso per definitie stiller. Het TVG blijft. We hebben nu al die
doelstelling in de nacht ruimschoots gehaald: het doel was -15% ernstig
slaapverstoorden. We zitten inmiddels op -34%. We zijn goed op weg om
ook die -15% op het etmaal te halen, onder andere door die
capaciteitsbeperking.
Maar overlast blijft altijd subjectief. Ik heb stellen gesproken rondom
Schiphol waarvan de man zei "ik heb er helemaal geen last van" terwijl
de vrouw er ontzettend veel last van heeft. Het blijft altijd
subjectief. Dat wil niet zeggen dat het geen realiteit is, want dat Ăs
de realiteit van mensen. Maar dat is natuurlijk wel wat dit
gecompliceerd maakt.
Dan het punt over de rechtszekerheid. Is die voor de omwonenden opnieuw
een wassen neus? Dat denk ik niet. We creëren hier juist rechtszekerheid
mee. Het aantal handhavingspunten wordt ook flink uitgebreid, zoals ik
net al zei.
Kan ik erkennen dat de omwonenden met dit LVB niet goed beschermd zijn?
Dat was een vraag van het lid Kostić. Dat kan ik vanzelfsprekend niet
erkennen. Integendeel. De omwonenden krijgen uiteindelijk een veel
betere bescherming, met duidelijke geluidsnormen en meer
handhavingspunten, na een zorgvuldige procedure waarmee geluidsreductie
is gerealiseerd. Dat is dus het geval.
Kan ik toezeggen om het advies van de Gezondheidsraad direct in de wet
te verwerken, zodra dat advies er ligt? Ik heb inderdaad, onder andere
op instigatie van de MRS, gezegd dat we de Gezondheidsraad om een advies
gaan vragen. Die adviesaanvraag is in voorbereiding. De verwachting is
dat het totale adviestraject ongeveer anderhalf jaar zal duren. Ik kan
niet vooruitlopen op die uitkomsten. Als het advies er ligt, ontvangt de
Kamer daar vanzelfsprekend een appreciatie van.
Kan ik bevestigen dat er geen aanvullende beleidsmatige voorwaarden
kunnen worden toegevoegd die nu niet in het LVB zijn vastgelegd? In het
LVB worden in ieder geval wijzigingen doorgevoerd naar aanleiding van
het advies van de Raad van State. Voor een gefaseerde terugkeer geldt
dat als de 20% geluidsreductie is bereikt, er een apart besluit genomen
wordt en er een voorhang is bij beide Kamers. Dat is een toezegging
richting mevrouw Zwinkels. Verzoeken die door de Tweede Kamer worden
geuit, krijgen zo goed mogelijk een plek.
De keer Köse vroeg hoe we het belang van een internationale hub
verenigen met goede nachtrust. Biedt het LVB voldoende bescherming? Ik
zei net al dat het geluidsdoel in de nacht ruimschoots is behaald. Dat
was 15% en dat is nu -34%. Met het geluidsdoel voor het etmaal zijn we
goed op weg. Bij het vaststellen van dit doel zijn de betrokken belangen
gewogen, zowel het belang van een goede verbondenheid van Nederland als
de belangen van de omwonenden. Een goede nachtrust is daar natuurlijk
een belangrijk onderdeel van. Op basis van het geluidsdoel is de
Balanced Approachprocedure doorlopen. Daarnaast staat in dit
coalitieakkoord, waar ook mijn handtekening onder staat, en hele
duidelijke ambitie om in de nacht nog verder te verstillen. Het kabinet
werkt eraan om dat vorm te geven.
De heer Köse vroeg hoe ik ervoor zorg dat ook mensen buiten de
40dB-contour die wel slaapverstoring ervaren, volwaardig worden
meegenomen. Wil ik mij hardmaken voor de adviezen van de
Gezondheidsraad, GGD GHOR en de WHO-richtwaarde? Met die 40dB-contour
wordt juist aangesloten bij de richtlijnen van de WHO. Met dit LVB
verkleinen we het gebied waar de geluidsbelasting hoger is dan 40dB
Lnight. De handhavingspunten binnen deze contour hebben natuurlijk ook
een beschermende werking voor het gebied daarbuiten, omdat het geluid
buiten die contour nooit hoger kan zijn dan binnen die contour. Daarmee
bescherm je dus ook de mensen die buiten de contour wonen. Naar
aanleiding van het advies van de Raad van State heb ik in de brief gezet
dat de modellen bij een lagere geluidsbelasting niet goed gevalideerd
kunnen worden door metingen. De WHO zegt dat ook. Handhavingspunten
hanteren buiten de 40dB-contour is daarom niet goed uitvoerbaar, omdat
de modellen bij dit soort geluidsniveaus onvoldoende betrouwbaar zijn.
Je kunt het luchtvaartgeluid dan niet goed onderscheiden van ander
omgevingsgeluid. Dat was het antwoord op die vraag.
Dan de vraag van mevrouw Zwinkels: is het nodig om ook een bepaling op
te nemen om het maximumaantal naar beneden bij te stellen, zoals de Raad
van State zegt, of wordt het aantal van 478.000 dan simpelweg niet
bereikt omdat de hindervoorschriften dit niet toelaten? Dat laatste is
het geval. Het gaat dan weer om de drie sloten op de deur. De meest
knellende norm is inderdaad leidend. Dat heb ik mevrouw Kröger ook horen
zeggen. Ik ga het zo nog hebben over de natuurvergunning. Als de
luchtvaart op Schiphol tegen de TVG-norm aanloopt, dan is het klaar.
Meer mag er niet komen. De ILT zal daarop handhaven. Hetzelfde geldt
voor grenswaarden in de handhavingspunten en voor het maximumaantal
vliegtuigbewegingen.
Dan een vraag van de heer De Groot of ik verwacht dat verdere
vlootvernieuwing, innovatie en tariefdifferentiatie voldoende zullen
zijn om die 15% te halen. De tweede tussentijdse monitoringresultaten
die naar de Kamer zijn gestuurd, laten een resultaat van 14% zien. Ik
heb er ook vertrouwen in — er wordt namelijk hard gewerkt — dat we nog
dit jaar compenserende maatregelen treffen die zorgen voor structurele
geluidsreductie. Ik heb er vertrouwen in dat daarmee die 15% behaald
gaat worden. Het zal uiteindelijk moeten blijken uit de definitieve
monitoring na afloop van dit gebruiksjaar.
De Raad van State onderschrijft het belang van herstel van de
rechtsbescherming, maar stelt scherpe vragen over de uitwerking. Hoe
wordt voor iedere stap naar meer vluchten verzekerd dat de vereiste
geluidsreductie duurzaam wordt gehaald? In de systematiek wordt de norm
voor het totale volume aan geluid in drie stappen lager. Zo is er een
garantie dat de verstilling ook plaatsvindt, want dat wordt dan de
geldende norm, waarop de ILT kan handhaven. Er kunnen alleen meer
vliegtuigbewegingen zijn als de sector voldoet aan alle normen,
waaronder de TVG-norm, ook gedurende het aflopen van die
trappetjes.
Dan wil de VVD ook dat goede ervaringen die er zijn met preferentieel
baangebruik niet onbenut blijven. Hoe kijk ik hiernaar? Het
preferentieel baangebruik zorgt ervoor dat zo veel mogelijk banen worden
ingezet waar de minste mensen last van hebben. Dat is natuurlijk een
wenselijke uitkomst. Daarom leggen we de regels van het preferentieel
baangebruik vast in het LVB. Ook de grenswaarden in de handhavingspunten
zijn gebaseerd op dit principe.
De heer Graus vraagt of ik kan zorgen voor een juridisch houdbaar LVB.
Dat doen we hiermee, maar uiteindelijk is het aan de rechter, zoals ik
net ook al heb gezegd, om er een oordeel over te vellen, als het voor
zou komen bij de rechter.
Voorzitter, dat waren alle vragen in dit blokje.
De heer Graus (PVV):
Meteen even over het laatste punt — inderdaad, de minister haalde dat
tien minuten geleden ook al aan — namelijk het juridisch houdbare LVB,
Luchthavenverkeerbesluit. Wat ik gewoon niet begrijp — ik heb dat ook
bij andere dossiers al een keer behandeld — is dat het OM bepaalde
strafvorderingseisen heeft, maar de strafoplegging door de rechter daar
vaak niet bij aansluit. Nu is het eigenlijk een beetje hetzelfde
verhaal. Het ministerie moet toch een paar oud-rechters bij de kladden
kunnen pakken of, netjes gezegd, bij hun oren kunnen pakken om te
zeggen: jongens, kijk eens effe mee of dat wel zo juridisch houdbaar en
logisch is. Iedere rechter kan anders beslissen binnen bepaalde
wettelijke kaders; dat begrijp ik ook wel. Maar waarom worden die
rechters niet eerder betrokken om ook geldverslindende procedures te
voorkomen? Nu zegt deze minister: ja, ik laat het aan de rechter. Maar
je kan rechters toch ook vooraf erbij betrekken?
Minister Karremans:
Volgens mij is het niet mogelijk om in Nederland daar prejudiciële
vragen over te stellen aan Nederlandse rechters, maar het is zo dat er
heel veel wijze en verstandige mensen die heel veel verstand van zaken
hebben, gekeken hebben naar het LVB. Uiteindelijk heeft ook de Raad van
State dat natuurlijk gedaan, als belangrijkste adviseur van de regering,
die natuurlijk ook naar het juridische aspect kijkt. De raad heeft een
dictum b-advies uitgegeven, wat een heel positief advies is.
De heer Graus (PVV):
Ik begrijp het en ik weet ook nog alles van de trias politica en zo.
Maar je kunt ook oud-rechters, die hier al eerder bij betrokken waren,
wel raadplegen. Die mensen vinden het vaak ook nog fijn om te doen. Dat
zijn toch mensen die echt aan het front hebben gezeten. Ik weet dat
bepaalde rechters niet benaderd zijn. Dat is mij al ter ore gekomen. Ik
kan dat gewoon niet begrijpen, want daarmee kunnen we een hele hoop
kosten en tijd besparen voor de bv Nederland.
Minister Karremans:
Ik ben heel tevreden met de adviezen die daarover gegeven zijn, ook met
dat van de Raad van State, dat natuurlijk een zwaarwegend adviesorgaan
is voor de regering.
De voorzitter:
Kort en afrondend, meneer Graus.
De heer Graus (PVV):
Afrondend. Maar hoe kan het dan toch dat rechters vaak totaal anders
besluiten aan de hand van wetgeving die wij met z'n allen maken in
Nederland en dat rechters daar vaak ook gehakt van maken? Ik denk dat we
anders moeten gaan werken. Ik begrijp dat het moeilijk, dat het heel
lastig is met rechters die nog zittingen doen. Dat moeten we ook niet
willen. Maar je kan toch oud-rechters erbij betrekken? Ik kan niet
begrijpen dat dit niet gebeurt.
Minister Karremans:
Ik blijf bij mijn antwoord.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Waar ik een beetje moeite mee heb — ik denk dat dit ook geldt voor veel
mensen thuis en de mensen op de publieke tribune — is het gebrek aan
reflectie van de minister op de weging van de zwaarte van wat zich tot
nu toe allemaal voorgedaan, zoals de mensenrechtenschendingen, volgens
de rechter, richting de omwonenden. Er is uitgesproken dat de Staat keer
op keer heeft gekozen voor de belangen van de luchtvaart boven het
belang van omwonenden. Daar hoort toch een beter verhaal richting de
omwonenden tegenover te staan, zodat je op z'n minst kan zeggen: ik heb
één omwonendenorganisatie aan mijn zijde?
Minister Karremans:
Maar ik ben het er niet mee eens dat dit een eenzijdig verhaal voor de
luchtvaart is. Hiermee wordt Schiphol de eerste luchthaven ter wereld
ooit die gaat krimpen vanwege door de overheid opgelegd beleid. Hiermee
realiseren wij significantie geluidsreductie in de omgeving. Dat zit ook
in de monitoringsrapportages. Je ziet het ook bij het Bewoners
Aanspreekpunt Schiphol. Daar zijn in het eerste kwartaal van 2026, zeg
ik uit mijn hoofd, 25% minder meldingen over het etmaal binnengekomen
ten opzichte van het jaar daarvoor. In het tweede kwartaal van 2026 was
dat 27% minder. Je ziet dus daadwerkelijk effect van die
geluidsreducerende maatregelen. Ik denk dat dat belangrijk is, omdat ik
ook altijd heb gezegd: een luchthaven als Schiphol gaat altijd
onvermijdelijk en onlosmakelijk gepaard met hinder, maar het is wel
belangrijk dat zo'n luchthaven zo veel mogelijk rekening houdt met zijn
buren, terwijl de verbondenheid van Nederland voor ons allemaal, voor
onze economie en alle dingen die we hier belangrijk vinden en waar we
geld aan uitgeven, behouden blijft.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dit bedoel ik dus. Dit is echt een klap in het gezicht van al die
omwonenden. De minister zegt: we doen eigenlijk al heel veel; het gaat
eigenlijk al heel goed. Er is helemaal geen sprake van krimp. De omvang
van Schiphol blijft gewoon hetzelfde. Die 478.000 vluchten is ongeveer
wat ze nu ook al maken. Dat gaat niet krimpen. En de geluidsreductie
waar de minister het over heeft, gaan die omwonenden niet merken, omdat
de hoeveelheid vluchten ongeveer hetzelfde blijft. Dat heeft D66 net ook
uitgelegd. Dat is allemaal al vastgesteld. Ik vraag dus nogmaals aan de
minister of hij erkent dat hij hier echt een grotere beweging moet maken
richting omwonenden, gezien het verleden en het grote onrecht dat ze is
aangedaan.
Minister Karremans:
Blijkbaar merken ze het wel. Nogmaals, overlast blijft natuurlijk altijd
subjectief, maar ik heb net niet voor niets het aantal meldingen bij het
Bewoners Aanspreekpunt Schiphol vermeld. Daarnaast is het zo dat er nu
inderdaad 478.000 vluchten gevlogen worden — dat is hoeveel er vorig
jaar ongeveer gevlogen is — omdat er sprake is van anticiperend
handhaven. Er is dus gekeken naar de uitkomst van de Balanced
Approachprocedure en toen zijn ze anticiperend op het LVB gaan vliegen.
Maar dat neemt niet weg dat de Hoge Raad heeft gezegd dat de 500.000
vluchten die feitelijk zijn gevlogen in 2019 het uitgangspunt zijn bij
het ingaan van die Balanced Approachprocedure. Daarmee krimpt Schiphol
dus wel degelijk. Ik denk dat het een verdedigbare stap is, juist in het
licht van het meer in balans brengen van de belangen van de omwonenden
en de belangen van Schiphol.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
De minister probeert met allemaal technische woorden te verhullen dat
hij helemaal niks doet wat er daadwerkelijk voor gaat zorgen dat de
schade aan de gezondheid van omwonenden gaat verminderen. Dan stel ik
hem nog een laatste vraag. Noem één omwonendenorganisatie, slechts één,
die blij is met wat er nu voorligt.
Minister Karremans:
Ik heb leden van de MRS gesproken die achter dit voorstel staan. Ja, dat
is wel waar.
De voorzitter:
Ik ga de leden, alle aanwezigen, ook in vak K, vragen om iets bondiger
te worden. Het debat is ontzettend belangrijk, dus ik wil daar ook de
tijd voor geven, maar ik denk dat we elkaar ook een beetje helpen als
het allemaal wat bondiger wordt. De heer Köse gaat daar, denk ik, een
heel goed voorbeeld in geven.
De heer Köse (D66):
Ik hoop het, voorzitter. Ik vroeg hoe het zit met de mensen die buiten
de contouren zitten van die 40 decibel voor de nachtrust. De minister
ging daar heel snel overheen en zei: dat is moeilijk te meten en dat kun
je eigenlijk niet doen. Maar er ligt gewoon een advies van de Raad van
State. Die zegt: daar zou je iets mee moeten doen, desnoods misschien
zelfs meten. Dat staat letterlijk in het advies.
De voorzitter:
En uw vraag?
De heer Köse (D66):
Tegelijkertijd zegt ook de Rechtbank Den Haag dat we hier iets mee
moeten. Mijn vraag is dus: hoe kan de minister hier zo snel overheen
gaan?
Minister Karremans:
De Raad van State zegt: doe daar wat aan of licht beter toe waarom je
dat doet. Ja, zeker wel. Dat doen we ook door beter uit te leggen waarom
dat het geval is. Ten eerste zegt ook de WHO dat het onder die 40
decibel moeilijker meetbaar is. Dan krijg je niet-gevalideerde modellen.
Ten tweede sluiten we aan bij de richtlijnen die de WHO daar ook al over
heeft. Ik zeg inderdaad "ook", want de geluidsbelasting achter de grens
van die contour is minder dan dichterbij de luchthaven.
De heer Köse (D66):
De minister gaat nog steeds voorbij aan het feit dat er een vonnis ligt
van de Rechtbank Den Haag. Die zegt: neem het grote aantal mensen dat
buiten de contouren woont en dat ook last heeft van slaapverstoring
serieus; doe daar wat mee en maak daar beleid voor. Daar gaat de
minister nu letterlijk totaal aan voorbij. De Raad van State geeft,
naast datgene wat de minister zegt, wel degelijk ook aan dat je ook zou
kunnen meten. Dat staat letterlijk in dat advies. Hoe reflecteert de
minister daarop? Is hij bereid hier meer actie op te ondernemen? Dit
voelt namelijk toch als veel te weinig.
Minister Karremans:
Kijk, ik kan geen ijzer met handen breken. Als dat niet te meten is, dan
is dat niet te meten. Dat zegt de WHO ook. Op zich is 40 decibel een
vrij laag aantal decibellen en toch hebben we daar handhavingspunten op
gelegd. De WHO zegt dat het op een gegeven moment niet meer meetbaar is
als je nog lager gaat, dus dat je dat niet moet doen. Dat zijn
wetenschappelijke inzichten die wij daarbij hanteren. Ik snap het punt
van de heer Köse heel goed. Dat willen we goed uitleggen. Maar ik wil er
wel eerlijk over zijn dat dat natuurlijk wel de grens is hoever ik kan
gaan bij die handhavingspunten, die — dat is wel de realiteit — enorm
worden uitgebreid, van 35 naar 148.
De voorzitter:
Kort en afrondend.
De heer Köse (D66):
Kort en afrondend, voorzitter. De minister zegt nu met name "ik kan het
niet meten" en "het is moeilijk", maar de rechtbank vraagt om duidelijk
beleid. Dus wat kan de minister doen, vraag ik heel concreet, om deze
mensen te helpen, ook buiten die contouren? Wat zijn concreet de dingen
die hij kan doen? Ik snap dat hij daar nu misschien geen antwoord op
heeft, maar is hij bereid daarop terug te komen richting de Kamer? Hoe
gaat hij de mensen buiten de contouren die nachtrustverstoring hebben,
ook helpen?
De voorzitter:
Hoe gaat de minister buiten de contouren …
Minister Karremans:
Natuurlijk doordat alle maatregelen die worden genomen in het LVB ook
ten gunste komen van die groep mensen. Dat is natuurlijk ook het geval.
De maatregelen die daarin genomen worden en die flinke hinderreductie
opleveren, komen ook ten gunste van die groep mensen. Daarnaast is het
zo dat die verdere verstilling in de nacht van Schiphol natuurlijk ook
ten gunste komt van die mensen. Dat weet de heer Köse ook. Sterker nog,
daar is hij groot voorvechter van.
De voorzitter:
Gaat u verder met blokje drie: de terugkeer naar 500.000.
Minister Karremans:
Dank, voorzitter. In dit blokje zitten niet al te veel vragen.
Allereerst de vraag van de heer Heutink. Hij vraagt mij hoe ik er
concreet voor ga zorgen dat het groeipad intact blijft en niet wordt
gesloopt. In het LVB is een gefaseerde terugkeer naar 500.000
vliegtuigbewegingen opgenomen. Ik ben niet voornemens deze uit het LVB
te halen. Er zitten natuurlijk wel ontzettend veel voorwaarden aan vast.
Ook het advies van de Raad van State geeft geen aanleiding om dat eruit
te halen.
Dan de vraag van de heer Köse: "Waarom is niet gekozen voor een
besluitvormings- of toetsingsmoment bij elke afzonderlijke stap in
plaats van een automatisme na het behalen van de eerste stap, gegeven
dat de Raad van State stelt dat dat automatisme zich moeilijk verhoudt
tot de vereiste zorgvuldigheid? Welke garantie heeft de Kamer dat de
beoogde geluidsreductie per stap ook daadwerkelijk duurzaam is
gerealiseerd voordat de volgende stap automatisch ingaat?" Zoals ik ook
in de brief heb gezet, is een jaarlijkse beoordeling niet goed
uitvoerbaar. Als de resultaten van het afgelopen gebruiksjaar
beschikbaar zijn na afloop van het gebruiksjaar, is de capaciteit voor
het lopende gebruiksjaar al ver in het proces van capaciteitsverdeling.
Sterker nog, die is dan al gedeclareerd. Wijzigingen kunnen dus pas
effect hebben in het daaropvolgende gebruiksjaar. Bovendien worden
bestellingen van vliegtuigen ver vooruit geplaatst. Die heb je niet zo
snel binnen als bij een pakketje van Amazon of Bol.com, dus die
bestellingen lopen ver vooruit. Het gaat om zeer grote investeringen, en
daarvoor is duidelijkheid nodig. We willen juist graag dat
luchtvaartmaatschappijen investeren in stillere toestellen op Schiphol.
Nogmaals, dat is niet alleen goed voor dat kleine stukje terugkeer, maar
ook voor de hele operatie op Schiphol. Vandaar dat er gekozen is voor
een systematiek met één besluitmoment. Dat wordt natuurlijk wel
voorgehangen aan beide Kamers; dat had ik al gezegd. Ik heb ook al
richting mevrouw Zwinkels gezegd dat ik dat niet ga doen in deze
kabinetsperiode.
Dan nog een vraag van de heer Köse. Hij zei: als de geluidsruimte de
grens bereikt, moet niet de norm worden opgerekt, maar het aantal
vluchten worden aangepast. Hij vroeg of ik de mening deel dat er naast
perspectief op groei ook perspectief moet zijn op een noodrem. Ja, daar
ben ik het zeer mee eens. Ik ben het er ook zeer mee eens dat er moet
worden gehandhaafd als er sprake is van overschrijdingen. Zoals ik net
al zei, moet er bij zicht op een dreigende overschrijding een
beheersplan worden opgesteld. Daarin moeten stuurmaatregelen worden
opgenomen. Daarbij kijkt de ILT ook mee. Dat kan ultimo ook leiden tot
minder vliegtuigbewegingen in het jaar. Dat is dus inderdaad het
geval.
Mevrouw Zwinkels stelde een vraag over de groei naar 500.000
vliegtuigbewegingen in deze kabinetsperiode. Wat gebeurt er als Schiphol
niet binnen de huidige systematiek past? Dan kan er niet worden gegroeid
naar die 500.000. Dat is dus superstreng. Ik geloof dat mevrouw Zwinkels
nog een voorstel heeft om het nog wat strenger te maken, maar daar
zullen we het zo over hebben. Dat is dus gewoon een harde grens. We
hebben die knellende grenswaarden voor het TVG.
Voorzitter. Dat zijn de antwoorden op de vragen over de terugkeer naar
500.000.
De voorzitter:
Ik kijk even naar de leden van de Kamer.
Mevrouw Kröger (PRO):
Klopt het dat het met maar 0,5 decibel geluidswinst onmogelijk wordt om
door te groeien, en dat mensen dan dus wel 12.000 vluchten extra boven
hun hoofd krijgen? Wat doet dat met de hinderbeleving van mensen?
Minister Karremans:
Die 0,5 decibel herken ik niet. Dat moet ik zo even nazoeken. Daar kom
ik in de tweede termijn op terug.
Mevrouw Kröger (PRO):
Dat staat in de tabel van het advies van de Raad van State. Volgens mij
is de essentie als volgt. De minister zorgt misschien voor 20% minder
gehinderden binnen die contour, maar 75% van de mensen woont daar al
buiten. Het worden er alleen een beetje meer, maar het verschil is
nauwelijks hoorbaar. Wat betekent "minder gehinderden" nu echt qua
aantal? Hoeveel mensen worden er minder gehinderd?
Minister Karremans:
Het doel voor de nacht zat op 15% minder en nu is dat 34%. Op het etmaal
is het nu bijna 15%.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Dat was niet mijn vraag. De minister antwoord over de vluchten in de
nacht. Mijn vraag was de volgende. De minister ziet voor zich dat er
gegroeid mag worden als er minder hinder is. Hoeveel mensen zijn er
daadwerkelijk minder gehinderd voordat er gegroeid mag worden? 75% van
de mensen valt namelijk buiten die contour. Om hoeveel minder gehinderde
mensen gaat het voordat er gegroeid mag worden?
Minister Karremans:
Allereerst moet die -20% bereikt zijn. Dan kan er een beetje
teruggekeerd worden naar die 500.000. Daarbij is het knellende criterium
TVG, dus daar wordt naar gekeken. Binnen die normen kan Schiphol dan een
beetje terugkeren. Dat "ernstig gehinderde" is dan weer afhankelijk van
de blootstellingsresponsrelatie die je dan gebruikt. Dat is natuurlijk
ook weer elke keer anders. Als het een hele specifieke vraag is over het
precieze aantal gehinderden, dan moet ik daar zo even in de tweede
termijn op terugkomen.
De voorzitter:
Gaat u verder met blokje vier, de natuurvergunning.
Minister Karremans:
Dank u wel. Allereerst: "Hoe verhoudt het LVB zich tot de
natuurvergunning? Is de natuurvergunning randvoorwaardelijk voor het
LVB? Zijn die nog gekoppeld aan elkaar?" Het antwoord daarop is: nee.
Bij de vernietiging van het versnelde LVB door de Raad van State is door
de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in, dacht ik,
rechtsoverweging 13.5 gesteld dat het twee gescheiden trajecten zijn en
ze dus niet aan elkaar gekoppeld zijn. Dat maakt het dus ook mogelijk om
per 1 november met het LVB de gedoogsituatie te beëindigen, de
rechtsbescherming voor omwonenden te herstellen en juridische helderheid
voor alle partijen te creëren.
Dan kom ik bij de vraag op welke termijn ik verwacht dat Schiphol alsnog
een onherroepelijke natuurvergunning verkrijgt. Ik heb geen rol bij de
natuurvergunning voor Schiphol. De minister van LVVN is bevoegd gezag
voor de natuurvergunning en moet een nieuw besluit op de aanvraag van
Schiphol nemen. Voorwaarde om de natuurvergunning te kunnen verlenen is
dat de mitigerende maatregelen die Schiphol neemt, voldoen aan het
additionaliteitsvereiste. Dat kan op dit moment nog niet, zelfs niet met
ontzettend voorgenomen activiteiten. Daarom heeft LVVN een gedoogbesluit
genomen tot december '27 voor maximaal 500.000 vliegbewegingen; dat werd
al even aangehaald. Met het maatregelenpakket dat is opgenomen in de
brief van het kabinet van 26 juni jongstleden beoogt het kabinet de
natuurdoelen te realiseren en daarmee het aantonen van de
additionaliteit weer mogelijk te maken en de vergunningverlening ook
voor Schiphol weer vlot te trekken.
Een vraag van mevrouw Van der Plas was of ik kan aangeven of Schiphol
ook zonder stikstofruimte uit de agrarische sector aan de natuurregels
kan voldoen en waarom opnieuw landbouwruimte moet worden ingezet om de
ontwikkeling van een andere sector mogelijk te maken. Schiphol heeft in
de passende beoordeling bij eerdere aanvragen om een natuurvergunning
diverse mitigerende maatregelen genomen die nodig zijn om aan de
natuurregels te voldoen. Hiertoe heeft Schiphol als initiatiefnemer
zelfstandig overeenkomsten gesloten met agrarische bedrijven, waarin is
overeengekomen dat deze bedrijven hun activiteiten vrijwillig
beëindigen. De keuze voor de mitigerende maatregelen om de
natuurvergunning te verkrijgen is aan de initiatiefnemer van het
project.
Dan kom ik bij de vraag van mevrouw Van der Plas over de schotten tussen
ammoniak en stikstof en over de rekenkundige ondergrens. Ik ben het er
natuurlijk zeer mee eens dat de rekenkundige ondergrens zo snel mogelijk
moet worden ingevoerd. Dat moet natuurlijk wel op een juridisch houdbare
manier gaan, zoals het kabinet ook gesteld heeft. Daar wordt aan
gewerkt, zeg ik tegen mevrouw Van der Plas. Wat betreft de schotten is
eerder onderzocht of het mogelijk en wenselijk is om de uitwisseling van
ammoniak en stikstofoxiden te voorkomen. Daarin is geconcludeerd dat de
uitwisseling van NH3 voor NOx niet leidt tot extra
nadelige gevolgen voor de natuur. Een verbod op uitwisseling kan er wel
toe leiden dat projecten in alle sectoren minder eenvoudig kunnen worden
gerealiseerd. Dit komt doordat bij de meeste projecten zowel
NOx als NH3 vrijkomt, ook bij agrarische
ondernemingen.
Dat waren de vragen in dit blokje, voorzitter.
De voorzitter:
Kijk eens. Dan is het goed dat mevrouw Van der Plas nog in de buurt is.
Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Doordat ik even een nonverbale communicatie had met de voorzitter heb ik
dat laatste antwoord, over NH3 en ammoniak, niet gehoord. Dus
misschien dat de minister dat zo nog heel even kan herhalen.
Ik stel wel alvast ook een vraag. Er wordt steeds maar gezegd: het moet
juridisch houdbaar zijn. Maar echt, er is er een verschil tussen een
drempelwaarde en een rekenkundige ondergrens. Dit heb ik al
honderdduizend keer gezegd, en velen met mij, ook degene die met de
rekenkundige ondergrens kwam, namelijk de wetenschapper Arthur Petersen.
Een rekenkundige ondergrens is geen drempelwaarde. Ik snap dat deze
minister misschien die kennis niet helemaal paraat heeft — of misschien
wel, dat zou ik hartstikke fijn vinden — maar dat is iets anders. De
rekenkundige ondergrens is aan een knop draaien in AERIUS. Het
AERIUS-model wordt in oktober geactualiseerd. In plaats van dat we daar
0,005 in zetten, zetten we er 1 mol in. Dat is het.
De voorzitter:
Wat is uw vraag?
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dat is het. Ten eerste is mijn vraag aan de minister of hij, samen met
het hele kabinet, wil stoppen met zeggen dat het juridisch houdbaar moet
zijn, want het is gewoon draaien aan een knop. Ten tweede vraag ik de
minister om zich daar gewoon hard voor te maken. Heel veel boeren en
heel veel projecten zijn gewoon uit de problemen als dat gebeurt.
Minister Karremans:
Het is ook zo dat Lelystad Airport geen natuurvergunning meer nodig
heeft als die rekenkundige ondergrens wordt ingevoerd. Daar werkt dit
kabinet ook aan. Ik zie dat belang dus natuurlijk heel evident in. Ik
wil voorkomen dat dit een stikstofdebat wordt. Ik ben er zelf ook al
helemaal ingezogen door die rekenkundige ondergrens, de drempelwaarden,
de vraag of je die ondergrens beleidsmatig gaat hanteren of niet en de
vraag of je dan rekening moet houden met accumulatie ten aanzien van de
natuur in het kader van de VHR. Wij kunnen daar uren mee vullen, denk
ik. Ik denk alleen dat dat plaats moet vinden in een ander debat, maar
de oproep is hartstikke helder.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Daar verzet ik me dus tegen, want …
Minister Karremans:
Dat merk ik!
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Er wordt steeds gezegd: dit is niet dat debat. Vliegen is ook stikstof.
Er wordt de hele tijd maar gezegd dat het allemaal landbouw is. Nee, het
is niet alleen maar landbouw. Bij landbouw gaat het over
ammoniakemissies en niet over NOx-emissies, die uit het
verkeer en de luchtvaart voortkomen. In ons beleid, dat hier jaren
geleden op een bizarre, waanzinnige manier is gemaakt, hebben we het
gewoon stikstof genoemd. Nu zegt de minister van Infrastructuur en
Waterstaat, die zelf heel veel last heeft van al die bizarre wetgeving,
dat dat een ander debat, een landbouwdebat, is. Nee! Het gaat hier ook
over stikstof. Sterker nog, Schiphol koopt stikstofruimte van boeren —
dat zijn ammoniakemissies — om de NOx-emissies uit
vliegtuigen geregeld te krijgen. Dat kan toch niet? Dat kan toch gewoon
niet?
Minister Karremans:
Ik ontken natuurlijk niet dat stikstof onmiskenbaar te maken heeft met
de luchtvaart. Ik word er elke dag mee geconfronteerd dat dat het geval
is. Hetzelfde geldt voor infrastructuur en mobiliteit. Ik vind dat dus
ook. Ik ben daarom ook onderdeel van de taskforce in het kabinet. Ik
werk op die manier aan de belangen die gemoeid zijn met mobiliteit,
luchtvaart en infrastructuur. Alleen, de beleidsmatige
verantwoordelijkheid ligt natuurlijk bij de minister van LVVN. Ik zeg
dus hierbij ook dat ik dat onderken. Ik herhaal het kabinetsstandpunt.
Ik weet wat de opvatting van mevrouw Van der Plas is ten aanzien van het
kabinetsstandpunt, maar dat is uiteraard wel wat ik dien te verkondigen.
Dat is dus ook wat ik hier doe. Om te voorkomen dat wij in een hele
gedetailleerde discussie over de rekenkundige ondergrens terechtkomen,
zeg ik: ik snap het punt. Ik zie het belang van het invoeren van een
rekenkundige ondergrens. Het hele kabinet ziet dat. In de brief die het
kabinet daarover heeft gestuurd, is ook uiteengezet hoe het kabinet dat
wil doen. Ik ontken geenszins dat luchtvaart onmiskenbaar te maken heeft
met stikstof.
De voorzitter:
Afrondend, mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
We weten dat de stikstofplannen die de minister van Landbouw op tafel
heeft gelegd de vergunningverlening helemaal niet gaat lostrekken. Dat
hebben een heleboel deskundigen ook al gezegd. Deze minister kan wel in
het kabinet, in de ministerraad, zeggen: nu is het verdorie eens een
keer afgelopen en gaan we gewoon aan de gang met die rekenkundige
ondergrens van 1 mol, want ook mijn projecten liggen stil, ook ik kan
niks doen. We moeten dat nu gewoon eens een keer gaan doen. Dat kan deze
minister, samen met zijn andere VVD-ministers … Sorry, een minister is
van de Kroon; I know. Hij kan dat gewoon doen in de ministerraad. Dat is
toch waar? Wat ik hier nu vertel, is toch geen onzin?
Minister Karremans:
Nee, zeker niet. Zeker niet. Mevrouw Van der Plas kan er natuurlijk op
rekenen dat ik opkom voor de belangen van infrastructuur, mobiliteit en
luchtvaart.
Mevrouw Kröger (PRO):
De minister zegt hier: de verantwoordelijkheid voor die
stikstofvergunning ligt niet bij mij. Het lijkt mij wel dat hij er
verantwoordelijk voor is dat Schiphol draait met geldende vergunningen.
Het lijkt mij dus dat het ook zijn verantwoordelijkheid is dat Schiphol
een onherroepelijke, geldige natuurvergunning heeft.
Minister Karremans:
Zeker. Daar heb ik natuurlijk ook belang bij, als de minister die de
verantwoordelijkheid draagt voor de luchtvaart in Nederland.
Mevrouw Kröger (PRO):
Dus wat zegt de minister hier tegen de Kamer over het feit dat het
gedogen op geluid ... Daar wil de minister vanaf, maar nu gedogen we op
stikstof. Dus wat zegt de minister ons hier toe over wanneer dat gedogen
gestopt is?
Minister Karremans:
Dat is ingewikkeld om te zeggen, omdat het kabinet nu natuurlijk nog een
heel aantal zaken uitwerkt. Die zijn bij het stikstofpakket
gepresenteerd, maar er moet nog heel veel uitgewerkt worden.
Uiteindelijk is het aan Schiphol om ... Daar heb ik formeel geen rol in;
die bevoegdheden zijn ook bewust gescheiden, zodat niet het departement
dat gaat over luchtvaart ook gaat over de vergunning ten aanzien van de
natuurruimte. Ik denk dat het ook gezond is dat dat het geval is. Daar
heb ik dus formeel geen rol in, maar daar heb ik natuurlijk wel belang
bij. Maar wanneer dat het geval zal zijn, kan ik nu niet zeggen.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Er is nu een gedoogvergunning tot 1 januari 2028. Is het voor de
minister ĂĽberhaupt een optie dat er daarna nog gedoogd wordt? Of is dat
iets wat geen mogelijkheid is, aangezien ze net zoals elk ander bedrijf
gewoon een geldige vergunning moeten hebben?
Minister Karremans:
De intentie zal natuurlijk altijd zijn om zo snel mogelijk tot een
geldige natuurvergunning te komen.
De voorzitter:
Gaat u verder met blokje vijf. Daar gaan we bijna aan beginnen, maar
eerst nog mevrouw Van der Plas.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ik had nog even een vraag, maar ik had nog even wat non-verbale
communicatie met de voorzitter over mijn interruptie.
De voorzitter:
Dat u zich zĂł laat afleiden door de voorzitter!
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dat is echt enorm; daar moet ik echt wat aan doen. Maar kan de
minister het laatste antwoord op mijn vraag nog even herhalen?
Minister Karremans:
Over die schotten, hè? Ja. Daarvan heb ik gezegd dat eerder onderzocht
is of het mogelijk en wenselijk is om de uitwisseling van ammoniak en
stikstofoxide, dus NH3 en NOX, te voorkomen.
Daarbij is geconcludeerd dat de uitwisseling van NH3 en
NOX niet leidt tot extra nadelige gevolgen voor de natuur,
terwijl een verbod op uitwisseling er wel toe kan leiden dat projecten
in alle sectoren minder eenvoudig kunnen worden gerealiseerd. Dit komt
doordat bij de meeste projecten zowel NOX als NH3
vrijkomt, ook bij boeren, als die proberen te ondernemen.
De voorzitter:
Gaat u verder met blokje vijf: de belangenafweging.
Minister Karremans:
Dank u wel, voorzitter. Allereerst een vraag van mevrouw Kröger: waarom
heeft de minister niet gekozen voor een fair balance van 440.000 of
460.000? Volgens mij hebben we dat net met elkaar behandeld.
Kan ik bevestigen dat ik voor de aanpassing van het aantal
vliegtuigbewegingen vanwege stikstof niet langs Brussel hoef en geen
Balanced Approachprocedure nodig heb? Dat klopt. Een BA-procedure is
alleen nodig bij geluidsgerelateerde acties.
Wat is er sindsdien veranderd, vroeg de heer Grinwis. Nou, er is alles
aan gedaan om te zorgen dat het LVB juridisch houdbaar is, onder andere
door aan alle verkregen adviezen opvolging te geven. Zo is het MER
herzien en het Raad van State-advies zal worden opgevolgd; het dictum
b-advies geeft natuurlijk vertrouwen in het vervolg.
Dan de vraag van de heer El Abassi of ik het ermee eens ben dat het
beter is om direct in te zetten op maatregelen die geluidshinder
verminderen, zoals de inzet van stillere vliegtuigen. Ja, dat is ook
precies wat we doen en dat is ook precies wat de Balanced
Approachprocedure voorschrijft, dus het is niet alleen
capaciteitsvermindering, maar ook tariefdifferentiatie,
nachtoptimalisatie van KLM, additionele vlootvernieuwing van KLM en het
weren van lawaaiige toestellen in de nacht.
Dan vraagt het lid Kostić of ik bereid ben om het LVB zo aan te passen
dat tenminste één omwonendenorganisatie blij is. Daar heb ik net ook al
op geantwoord dat we een brede belangenafweging hebben gemaakt, waarvan
dit de uitkomst is.
Kan ik aangeven welke groep omwonenden door het preferentieel
baangebruik juist meer geluidshinder kunnen ondervinden en hoe hun
belangen afzonderlijk zijn meegewogen bij het vaststellen van het LVB?
Nou, in het Aldersadvies zijn vier regels beschreven die tezamen het
systeem van het preferentieel baangebruik vormen. Dit systeem houdt in
dat banen worden ingezet met zo min mogelijk hinder voor de omgeving en
niet meer banen dan strikt noodzakelijk; dat zijn de Kaagbaan en de
Polderbaan. De belangen van deze groep omwonenden zijn expliciet
meegewogen bij de totstandkoming van het LVB. De toelichting zal, ook op
instigatie van de Raad van State, worden uitgebreid.
Zie ik ook spanning met het EVRM en hoe gaat de nadere toelichting
eruitzien? Bij de operatie en regulering van een luchthaven moet
inderdaad acht worden geslagen op universele rechten, waaronder de
mensenrechten die zijn verankerd in het EVRM. En hoewel het EVRM geen
expliciet recht op een schone en rustige leefomgeving bevat, kunnen
omwonenden wel bescherming aan artikel 8 van het EVRM ontlenen. Lawaai,
emissie, stank en andere vormen van interferentie kunnen, mits voldoende
ernstig, leiden tot een inmenging op het recht op eerbiediging van het
privéleven en de eigen woning. Uit het EVRM volgt daarom de verplichting
voor lidstaten om te voorkomen dat op dat recht onrechtmatige inbreuken
worden gemaakt. De rechten uit artikel 8 EVRM zijn echter niet absoluut.
Niet iedere inmenging in deze rechten leidt tot een onrechtmatige
inbreuk. In plaats daarvan is de essentiële vraag of de hinder die het
kabinet toestaat, is gestoeld op een redelijke belangenafweging en een
fair balance, ofwel een afweging van alle belangen. Het gaat daarbij om
het economische belang van de luchthaven, bijvoorbeeld werkgelegenheid
en verbondenheid, en het belang van de kwaliteit van de leefomgeving en
de bescherming van omwonenden. Ook voor de preferente banen is gezorgd
voor een betere balans. Het maatregelenpakket uit de Balanced Approach
biedt omwonenden, ook rond de preferente banen, voordelen. Met name de
maatregelen in de nacht hebben in hoge mate effect op de preferente
banen.
Tot slot was er de vraag of de overheid de gezondheid van haar inwoners
op het spel zet ten gunste van de luchtvaartlobby. Het antwoord daarop
is nee.
Dat waren de vragen in dat blokje.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we door naar het volgende blokje.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Ik heb nog een vraag ten aanzien van het laatste punt, de preferente
banen. Dat is voor ons belangrijk in het kader van het EVRM. Ik ben
benieuwd of de minister iets kan zeggen over welke maatregelen nog
denkbaar zijn in de operatie om tegemoet te komen aan de omwonenden die
daar vaker overlast van gaan ervaren?
Minister Karremans:
Wij denken dat die belangenafweging uiteindelijk goed heeft
plaatsgevonden. Dat zullen we nog nader toelichten bij het
Luchthavenverkeerbesluit en opnemen in het nader rapport. Het gaat erom
dat je gebruikmaakt van die preferentiële banen, omdat daarmee per saldo
de hinder veel minder is, omdat er gevlogen wordt over de minst
bebouwde, minst bewoonde, gebieden. Dat is één. Ik denk dat dat
gerechtvaardigd is. Twee. Er zijn omvangrijke isolatieprogramma's, die
ook worden uitgebreid met dit LVB. Tot slot komen de maatregelen die in
de nacht worden genomen, waar aanzienlijke geluidsreductie op wordt
geboekt, voornamelijk ten gunste van de mensen rond de preferentiële
banen, omdat daar voornamelijk wordt gevlogen in de nacht.
De voorzitter:
Gaat u verder met blokje zes: MER.
Minister Karremans:
Voorzitter. Twee vragen daarover. Allereerst werd er gevraagd hoe ik
onderbouw dat de gekozen vergelijking van milieueffecten voldoende basis
biedt voor een juridisch houdbaar besluit. In het MER zijn de
milieueffecten bij het besluit inzichtelijk gemaakt. Daarbij is er ook
gekeken naar de effecten bij de preferentiële banen. Naar aanleiding van
het advies van de Raad van State worden enkele uitgangspunten in het MER
nader toegelicht. Hier hebben we de Kamer over geĂŻnformeerd.
Er was ook een vraag gesteld over de fundamentele twijfels van de
minister van LVVN over de juridische basis. Die twijfels zijn inmiddels
echter achterhaald. Het meest actuele advies van LVVN is betrokken bij
de herziening van het MER. Daaruit blijkt dat LVVN de natuurvergunning
en het LVB inderdaad als gescheiden trajecten ziet, zoals ook door de
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is vastgesteld. De
minister van LVVN staat vanzelfsprekend achter de aanpak die ik hier
volg.
Dat was het kopje MER.
Mevrouw Kröger (PRO):
Is dit advies van LVVN met betrekking tot de aanpassing van de MER met
de Kamer gedeeld? Is dat publiek?
Minister Karremans:
Volgens mij zit het gewoon in de MER, maar dat kan ik zo nog even
dubbelchecken.
Mevrouw Kröger (PRO):
Wat ik een beetje moeilijk vind aan de redeneerlijn van de minister is
het volgende. Het zijn inderdaad gescheiden vergunningstrajecten.
Alleen, door nu dit LVB vast te leggen, is wel per definitie de
natuurvergunning voor tenminste 478.000 nodig. En deze minister heeft
geen flauw idee of dat kan. Uit de eerdere brief van de minister van
LVVN blijkt dat er grote twijfels zijn over of die 478.00 ooit met een
natuurvergunning vergund gaan worden. Dat maakt dit toch een heel wankel
verhaal?
Minister Karremans:
Nee, want ik zeg net: de minister van LVVN staat hierachter, ook dat dat
advies achterhaald is door de uitspraak die de Raad van State daarover
gedaan heeft. Je kan het dus los daarvan vaststellen. Nu is het zo dat
de gedoogbeschikking die afgegeven is door LVVN al geldt voor 500.000
vluchten. En door de rechter is bevestigd dat Schiphol voldoende extern
gesaldeerd heeft, dus dat er geen extra belasting van de natuur
plaatsvindt door de operatie van Schiphol. Dat heeft de Raad van State
ook netjes onderzocht, en die heeft ook bevestigd dat dat het geval is.
Alleen additionaliteit kan niet worden aangetoond. Dat is natuurlijk het
hele punt. Dat zal moeten volgen uit het stikstofpakket van het kabinet,
waar we natuurlijk niet voor niets heel hard aan werken.
De voorzitter:
Afrondend.
Mevrouw Kröger (PRO):
Nu wuift de minister het hele feit weg dat er vanuit LVVN grote zorgen
zijn over dat vergunnen met een stikstofvergunning van die 478.000. De
minister schudt nu zijn hoofd, maar dan wil ik graag zien waar LVVN zegt
dat die 478.000 makkelijk vergund kunnen worden. Dat is niet de
informatie die wij hebben. Misschien zijn het wel gescheiden trajecten,
maar uiteindelijk draait het er toch om of er ooit een natuurvergunning
komt voor deze operatie van Schiphol. Zo niet, dan zitten we weer tien
jaar in een gedoogconstructie, en die heeft deze minister dan
opgetuigd.
Minister Karremans:
We zitten nu per definitie in een gedoogconstructie. U kunt mij
verwijten dat we dan in een gedoogconstructie zitten, maar dat is
precies waar we nu juist uit willen komen. Die redeneerlijn snap ik dus
niet. Het volgende is het geval. Het is een kabinetsbrief. Daar staat de
minister van LVVN achter. Ik heb net al gezegd: ik zal even nagaan waar
dat precies staat, of dat erin staat. Daar kom ik zo dus even op terug.
Maar hoe het ook gaat, het is niet zo dat LVVN zegt: hier heb je zoveel
stikstofruimte. Het bedrijf en de initiatiefnemer zoals Schiphol is zelf
verantwoordelijk voor de natuurvergunning. Schiphol doet een aanvraag
bij het ministerie van LVVN. Dat hebben ze ook in het verleden gedaan.
Ze hebben gezegd: "Kijk, we hebben zoveel extern gesaldeerd. We hebben
geen extra belasting op de natuur." Dat heeft de rechter dus bevestigd.
Er is alleen het probleem van de additionaliteitsvereiste ten aanzien
van de gebieden rondom Schiphol dat eerst zal moeten worden opgelost.
Dat ben ik helemaal met mevrouw Kröger eens. Maar het is niet zo dat ik
nu roep dat dat even makkelijk kan worden vastgesteld. Nee, daar moet
nog heel veel werk voor gebeuren, maar dat is natuurlijk wel de ambitie
van het kabinet.
De voorzitter:
Gaat u verder met het laatste blokje: overig.
Minister Karremans:
De heer Heutink vroeg mij hoe ik heb gelogeerd. Ik verwijs gemakshalve
en vanwege het tempo even naar het MRS-debat dat we daarover gehad
hebben.
Dan de vraag: wanneer krijgen wij het totaalplaatje over ticketprijzen,
uitwijkgedrag, luchthaventarieven en capaciteit? De heer El Abassi vroeg
dat. Uitwijkgedrag laten we eens in de drie jaar door het KiM
onderzoeken. Daar hebben we in mei een debat over gevoerd. Toen heb ik
ook een aantal toezeggingen richting de heer El Abassi gedaan, om dat in
die onderzoeken mee te nemen. Die komen dan dus.
Dan de vraag of ik ervoor wil zorgen dat er ook in het stikstofbeleid
een balanced approach komt. Ik snap die oproep van mevrouw Van der Plas.
Ik vind het alleen lastig om daar zo even makkelijk op te antwoorden,
want stikstofbeleid is de verantwoordelijkheid van de minister van LVVN.
Dat hebben we natuurlijk net ook besproken, maar de oproep van mevrouw
Van der Plas is helder.
Of ik bereid ben om excuses aan te bieden voor het jarenlange schenden
van de mensenrechten, vraagt het lid Kostić. Daar hebben we het vorige
week ook al over gehad. Die vraag heb ik toen ook al beantwoord.
Dan nog een vraag over de concurrentiepositie van Groningen en
Maastricht. Die is van de leden Graus en De Groot. Er is al eerder
toegezegd om vóór de begrotingsbehandeling van IenW te komen met
beleidsopties voor de concurrentiepositie van Groningen en Maastricht.
Dat zal ook gebeuren.
De heer Van Duijvenvoorde vraagt of ik erken dat de combinatie van hoge
vliegbelasting, sterk gestegen havengelden en een capaciteitsbeperking
de concurrentiepositie van Schiphol en daarmee het intercontinentale
netwerk onder druk zet. De zaken die de heer Van Duijvenvoorde schetst,
kunnen inderdaad een effect hebben op de concurrentiepositie van
Schiphol. We erkennen dat de lasten van de luchtvaart zijn gestegen. We
hebben hier natuurlijk ook scherp oog voor. Het kabinet zet zich in voor
geharmoniseerde EU-wetgeving en vliegbelasting, zoals ook in het
coalitieakkoord staat.
Er is gevraagd of ik bereid ben de vliegbelasting nog verder te verlagen
om Schiphol concurrerend te houden. Ik denk dat het al een hele goede
stap is dat wij het hoogste niveau naar het niveau van Frankfurt
brengen. Voor verdere verlaging zie ik geen ruimte in de begroting, ben
ik bang.
Hoe gaat de minister er niet alleen voor zorgen dat Schiphol juridische
zekerheid krijgt, maar ook dat economisch perspectief kan worden
behouden en dat Schiphol in de toekomst weer kan groeien? Volgens mij
doen we dat voor een deel, onder hele strikte voorwaarden, in dit
LVB.
Wat ga ik doen om de luchtvrachtsector in Nederland te houden? Het
ministerie verkent doorlopend met de sector hoe de positie van de
luchtvrachtsector in Nederland in de toekomst verder kan worden
versterkt. Dat is belangrijk voor onze ondernemers hier. Zo heeft
slotcoördinator ACNL recent een nieuwe werkwijze geïntroduceerd. ACNL
geeft aan het begin van het seizoen extra ad-hocslots uit, vooruitlopend
op slots die later vrijkomen. Dat helpt vooral het deel van de
vrachtsector dat een flexibele operatie kent.
Tot slot was er het verzoek aan de minister om het belang van de
regionale luchthavens te borgen. Volgens mij heb ik daar net ook wat
over gezegd. Dat is ook mijn antwoord op die vraag.
De voorzitter:
Dan zijn we aan het einde gekomen van de termijn van de minister, maar
er zijn nog een aantal vragen.
De heer Graus (PVV):
Ik heb enkel een vraag over de toezegging die de minister deed over de
stukken die er komen, over de onderzoeken naar de concurrentiepositie
van Groningen Airport Eelde en Maastricht Aachen Airport. Wanneer kunnen
meneer De Groot en ik die verwachten? Daar is namelijk nog geen termijn
voor genoemd.
Minister Karremans:
Mij is gevraagd dat voor de begrotingsbehandeling te regelen, dus dat
zal ook voor de begrotingsbehandeling gebeuren.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Toch nog even over de excuses over de mensenrechtenschendingen. We
hebben het er vorige week eventjes over gehad, maar we hebben toen ook
gezegd: denk er nog even over na, minister. Althans, die oproep heb ik
gedaan. Vandaag gaat het expliciet over de belangen van omwonenden en
het onrecht dat ze jarenlang is aangedaan. Ik vraag de minister: waarom
is het zo moeilijk om gewoon excuses aan te bieden?
Minister Karremans:
Ik ben erop gericht dat de rechtsbescherming hersteld moet worden. Dat
is natuurlijk precies waar dat rapport van AT Osborne over gaat. Daar is
al mijn energie en inzet op gericht. Dat heb ik u vorige week natuurlijk
ook gezegd.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dat begrijp ik. Ik zie er nog weinig van. Daar zijn de meningen
blijkbaar over verdeeld. Maar één van de adviezen is: bied je excuses
aan. Vindt de minister dat ook gepast, gezien de zwaarte van het grote
onrecht dat die omwonenden is aangedaan? Dat is bevestigd door de
rechter, die gewoon zei: de Nederlandse regering schendt hiermee
mensenrechten.
Minister Karremans:
Nou ja, ik blijf bij mijn eerdere antwoord. Al mijn inzet is erop
gericht om uiteindelijk de rechtsbescherming van omwonenden te
herstellen.
De voorzitter:
Afrondend.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Ja, tot slot. Dit is natuurlijk niet uit te leggen aan de mensen thuis.
Over de maatregelen die de minister nu zegt te nemen voor de omwonenden,
is op zijn zachtst gezegd al heel veel twijfel. Beantwoord op z'n minst
de volgende vraag. Waarom vindt de minister het zo moeilijk om gewoon te
zeggen: excuses, dit hebben we gewoon niet goed gedaan?
Minister Karremans:
Daar hebben we het vorige week uitgebreid over gehad. Ik heb gezegd: ik
ga geen excuses aanbieden; ik ga werken aan de rechtsbescherming van
omwonenden. Dat is het allerbelangrijkste en dat is ook wat omwonenden
van mij vragen.
De voorzitter:
Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van de eerste termijn
van de zijde van het kabinet. Ik stel voor dat we direct doorgaan met de
tweede termijn van de Kamer. We gaan in de tweede termijn luisteren naar
mevrouw Kröger, die spreekt namens PRO.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. Een tweetal moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat de automatischegroeibepaling in het voorliggende LVB
Schiphol van kracht wordt bij een theoretische afname van de totale
gemiddelde geluidsbelasting van 0,5 decibel;
overwegende dat dit geen enkel waarneembaar verschil maakt voor
omwonenden en dat omwonenden primair lijden onder piekbelastingen,
aantallen verstoringen en het moment van de herrie;
verzoekt de regering om af te zien van de clausule voor een automatische
groei van Schiphol;
verzoekt de regering om bij de bepaling van hinder en hinderreductie
voor omwonenden zich voortaan primair te baseren op de
blootstelling-responsrelatie van de herrie en gerelateerde
gezondheidseffecten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Kostić.
Zij krijgt nr. 638 (29665) (#1).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat Schiphol geen geldige natuurvergunning heeft en nu
opereert onder een ministerieel gedoogbesluit, dat eind 2027
afloopt;
overwegende dat alle sectoren hun aandeel moeten leveren aan het
oplossen van de stikstofimpasse;
overwegende dat een geldige natuurvergunning een voorwaarde is voor een
legale operatie;
overwegende dat aanpassingen aan de operatie omwille van natuurwetgeving
geen Balanced Approachprocedure behoeft;
verzoekt de regering er zorg voor te dragen dat Schiphol bij de
capaciteitsdeclaratie voor 2028 een geldige en volgens de reguliere
procedure verleende natuurvergunning heeft, en de Kamer hierover tijdig
te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Kröger en Grinwis.
Zij krijgt nr. 639 (29665) (#2).
Mevrouw Kröger (PRO):
Voorzitter. Dan rest mij te zeggen dat ik het een debat vond waarin de
minister heel veel heeft gestrooid met argumenten zonder eigenlijk op de
kern in te gaan, namelijk: hoeveel mensen gaan nou daadwerkelijk minder
overlast, minder gezondheidsschade, hebben? Dat is de kern. We moeten
mensen beschermen. Ik ben eigenlijk echt verbijsterd dat CDA en D66 toch
gewoon meegaan in de groei. Ik vind het onrecht richting omwonenden en
niet goed voor het vertrouwen in de politiek.
Dank u wel.
De voorzitter:
Dank u wel. We gaan luisteren naar de heer El Abassi, die spreekt namens
de fractie van DENK. Gaat uw gang.
De heer El Abassi (DENK):
Voorzitter, dank. Ik heb een aantal moties. Die lijken beantwoord te
zijn, maar gaan iets verder dan de beantwoording of de toezeggingen die
ik eerder van de minister heb gekregen. Ik zal meteen beginnen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat reizigers bij hun keuze voor een luchthaven onder
andere worden beĂŻnvloed door vliegbelastingen;
overwegende dat effectief beleid tegen ongewenste grenseffecten alleen
mogelijk is wanneer duidelijk is welke factoren daadwerkelijk
doorslaggevend zijn;
verzoekt de regering te onderzoeken welke factoren Nederlandse reizigers
ertoe bewegen om vanaf buitenlandse luchthavens te vliegen, en daarbij
ten minste vliegbelasting, luchthaventarieven, ticketprijzen,
bereikbaarheid, parkeerkosten, betrouwbaarheid, capaciteit en
bestemmingenaanbod afzonderlijk in beeld te brengen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 640 (29665) (#3).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Nederlandse reizigers uitwijken naar luchthavens in
onder meer België en Duitsland;
overwegende dat voor goed luchtvaartbeleid inzicht nodig is in hoeveel
Nederlandse reizigers daadwerkelijk uitwijken, naar welke luchthavens
zij uitwijken en hoe dit zich door de tijd ontwikkelt;
verzoekt de regering het uitwijkgedrag van Nederlandse
luchtvaartreizigers structureel te laten monitoren, en daarbij in ieder
geval onderscheid te maken naar luchthaven, woonregio, bestemming en
reismotief, en de Kamer hierover jaarlijks te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 641 (29665) (#4).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat verschillen in vliegbelasting tussen Nederland en
omringende landen kunnen leiden tot uitwijkgedrag van reizigers;
overwegende dat onvoldoende duidelijk is in welke mate dit effect
optreedt bij korte, middellange en lange vluchten;
verzoekt de regering in beeld te brengen in welke mate de verschillen in
vliegbelasting tussen Nederland, Duitsland en België van invloed zijn op
de keuze van Nederlandse reizigers voor een Nederlandse dan wel
buitenlandse luchthaven, en daarbij afzonderlijk onderscheid te maken
tussen korte, middellange en lange vluchten, en de Kamer hierover te
informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 642 (29665) (#5).
De heer El Abassi (DENK):
Dan de laatste, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit onderzoek naar een nachtsluiting op Schiphol
blijkt dat beperking van nachtvluchten kan leiden tot verschuiving van
vluchten naar onder meer de late avond en vroege ochtend;
overwegende dat vermindering van hinder in de nacht niet zou moeten
leiden tot ongewenste piekbelasting en verplaatsing van hinder naar
andere tijdstippen of andere groepen omwonenden;
verzoekt de regering bij het nemen van maatregelen ongewenste
piekbelasting en verplaatsing van hinder naar de randen van de nacht te
voorkomen, en de Kamer te informeren over de wijze waarop hieraan
invulling wordt gegeven,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid El Abassi.
Zij krijgt nr. 643 (29665) (#6).
De heer El Abassi (DENK):
Dank u wel, voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan wij nog niet luisteren naar het lid Kostić. Is
mevrouw Van der Plas al zover voor haar bijdrage? Gaat uw gang.
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Ja, dank u wel. Ik heb twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat Schiphol geen geldige natuurvergunning heeft, maar een
tijdelijke gedoogbeschikking;
constaterende dat Schiphol stikstofruimte heeft gekocht door tien boeren
uit te kopen, terwijl ammoniak (NH3) en NOx twee
verschillende soorten emissies zijn;
constaterende dat er sinds 2019 nog duizenden PAS-melders buiten hun
schuld in de knel zitten door het handelen van de overheid
destijds;
constaterende dat PAS-melders nooit een gedoogbeschikking, zoals
Schiphol, hebben ontvangen en dit rechtsongelijkheid betekent;
constaterende dat vele PAS-melders in één klap weer verder kunnen én
daarnaast vele woningbouw- en infrastructurele projecten doorgang kunnen
vinden als de rekenkundige ondergrens wordt verhoogd naar 1 mol;
constaterende dat dit heel snel kan door bij de actualisatie van het
AERIUS-model in oktober de rekenkundige ondergrens te verhogen;
verzoekt de regering om bij de actualisering van het AERIUS-model de
rekenkundige ondergrens te verhogen naar 1 mol,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 644 (29665) (#7).
Mevrouw Van der Plas (BBB):
Dan de tweede motie.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het kabinet bij Schiphol via de Balanced Approach
zoekt naar een balans tussen het belang van de luchthaven en de gevolgen
voor de leefomgeving;
overwegende dat ook de landbouw met 600.000 banen direct en indirect van
economische en maatschappelijke waarde is voor Nederland;
overwegende dat PAS-melders nog altijd te maken hebben met onzekerheid
over hun vergunning;
verzoekt de regering bij de verdere uitwerking van het stikstofbeleid de
maatschappelijke en sociaal-economische gevolgen voor de landbouw en het
platteland expliciet mee te wegen, waarbij de legalisatie van
PAS-melders prioriteit krijgt boven externe saldering van agrarische
stikstofruimte naar niet-agrarische sectoren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Van der Plas.
Zij krijgt nr. 645 (29665) (#8).
Dank u wel. Dan gaan we nu luisteren naar de heer Köse, die spreekt namens de fractie van D66. Gaat uw gang.
De heer Köse (D66):
Dank u wel, voorzitter. Zoals aangekondigd, heb ik twee moties.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het advies van de Raad van State erop wijst dat de
geluidsruimte in een of meer handhavingspunten mogelijk eerder "vol"
raakt dan het maximumaantal toegestane vliegtuigbewegingen wordt
bereikt, en dat de toelichting niet duidelijk maakt of en hoe het
maximumaantal in dat geval naar beneden kan worden bijgesteld;
overwegende dat de omwonenden moeten kunnen rekenen op naleving van
geluidsnormen en dat een ontbrekende noodrem afbreuk doet aan de beoogde
bescherming;
verzoekt de regering om in de toelichting van het LVB duidelijk te maken
dat wanneer blijkt dat de geluidsruimte in een of meer handhavingspunten
eerder wordt bereikt dan op basis van het toegestane maximum is voorzien
en andere stuurmaatregelen onvoldoende effect sorteren, het aantal
vliegtuigbewegingen zal moeten worden verlaagd, zodat de normen niet
overschreden worden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Köse en Grinwis.
Zij krijgt nr. 646 (29665) (#9).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in haar
HUF-toets op het ontwerp-Luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol van 29
september 2025 aangeeft dat voor het op het huidige niveau uitvoeren van
toezicht en handhaving op het gewijzigde LVB een structurele uitbreiding
van 2,2 fte nodig is, plus circa €47.000 aan eenmalige opleidings- en
uitrustingskosten;
constaterende dat de ILT dit tekort onder meer verklaart doordat met het
gewijzigde LVB twee handhavingsstelsels voor geluid moeten worden
geïntegreerd, en de doelgroep voor toezicht op het taxiën met één motor
minder sterk wordt uitgebreid;
overwegende dat zonder deze capaciteitsuitbreiding het toezicht op het
gewijzigde LVB niet met dezelfde diepgang en kwaliteit kan worden
uitgevoerd als thans het geval is, terwijl de wijziging van het LVB
juist is bedoeld om de rechtsbescherming van omwonenden tegen
geluidsoverlast te herstellen;
overwegende dat berichtgeving bevestigt dat er zorgen bestaan over de
handhaafbaarheid van de nieuwe geluidsregels rond Schiphol en het risico
dat onvoldoende capaciteit bij de ILT dit verder ondermijnt;
verzoekt de regering samen met de ILT te zorgen voor voldoende
capaciteit bij de ILT-Luchtvaartautoriteit, zodat het toezicht op het
gewijzigde LVB Schiphol vanaf de inwerkingtreding op het benodigde
niveau kan worden uitgevoerd, en de Kamer hierover te informeren,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Köse, Zwinkels, Peter de Groot
en Grinwis.
Zij krijgt nr. 647 (29665) (#10).
Dank u wel. U heeft een hele korte vraag van het lid Kostić.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Het is meer een toelichting op de ILT-motie. Ik had een vergelijkbare
motie. Alleen, ik vroeg daarin daadwerkelijk om extra geld voor ILT. De
motie van D66 kan ook gelezen worden als: zoek het maar binnen het
huidige budget van ILT. Is dat wat D66 bedoelt? Of stuurt D66 op meer
geld?
De heer Köse (D66):
Ik denk dat we daarbij op één lijn zitten. Ik bedoel dat we gewoon gaan
bekijken hoe we meer capaciteit krijgen. Ik benoemde ook al het tekort
aan geld. Ik zie de minister instemmend knikken.
De voorzitter:
Dank u wel. Mevrouw Zwinkels, we gaan naar u luisteren. U spreekt namens
het CDA. Gaat uw gang.
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dank u wel, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording en de
diverse toezeggingen. Mij resteert nog één motie in te dienen.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de Raad van State benadrukt dat groei van Schiphol
naar maximaal 500.000 vliegbewegingen pas kan plaatsvinden als bij elke
stap daarnaartoe aan de daarvoor geldende randvoorwaarden is
voldaan;
constaterende dat de regering reeds heeft toegezegd de activering van de
groeiverdiensystematiek vooraf aan de Kamer voor te leggen;
overwegende dat omwonenden duidelijkheid moeten hebben over de
daadwerkelijke afname van geluidshinder en erop mogen rekenen dat
reductiedoelstellingen daadwerkelijk worden gehaald;
overwegende dat eventuele groei van het aantal vliegtuigbewegingen door
de groeiverdiensystematiek niet mag plaatsvinden in de nachtelijke uren,
inclusief de randen van de nacht;
verzoekt de regering de Kamer duidelijk te informeren over de geldende
randvoorwaarden van de groeiverdiensystematiek en zeker te stellen
dat:
de voorhang van het koninklijk besluit niet in deze kabinetsperiode wordt gestart;
in plaats van de in het ontwerp-LVB opgenomen 50/50-verdeling, 60% van de ontstane geluidsruimte ten goede komt aan de omgeving en 40% aan de luchtvaartsector;
dáşą totale CO2-uitstoot van de burgerluchtvaart op Schiphol en Lelystad Airport in 2030 lager is dan de uitstoot van Schiphol in 2024,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Zwinkels en Köse.
Zij krijgt nr. 648 (29665) (#11).
Dank u wel. Dat geeft aanleiding tot één vraag. Gaat uw gang, mevrouw Kröger.
Mevrouw Kröger (PRO):
Eén vraag. Is het CDA op de hoogte van het feit dat de 10% die in deze
motie staat voor omwonenden een onhoorbaar verschil van 0,05 decibel
betekent? Wat bereikt het CDA hier nou echt mee als het gaat om minder
hinder voor omwonenden?
Mevrouw Zwinkels (CDA):
Dit voorstel gaat in op de groeiverdiensystematiek. Wij denken dat dit
wel degelijk een heel groot verschil gaat maken voor de omwonenden. Ik
heb ook eerder in het debat al aangekaart dat dit voor ons de grootste
beweging is geweest in het hele debat van vanavond. Ik heb gedurende dit
hele proces voorstellen gedaan. Ik ben begonnen met de voorhang. Ik
koppel aan de voorhang nu ook deze voorwaarden. Ik kom ook nog met een
extra maatregel, en daarmee eigenlijk met een aanpassing van het LVB. Ik
denk dat ik daarmee alles doe wat ik kan doen hier. Ik hoop dat we met
elkaar voorstellen blijven doen om verbeteringen voor de omwonenden ook
echt te bewerkstelligen. Wat mij betreft doen we hier dus juist iets
heel groots.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer De Groot, die spreekt
namens de fractie van de VVD.
De heer Peter de Groot (VVD):
Dank, voorzitter. Dank aan de minister voor de beantwoording van de
vragen. Het is helder.
Ik heb nog een motie over na de beraadslagingen. Die luidt als
volgt.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat het nieuwe Luchthavenverkeerbesluit regels bevat voor
preferentieel baangebruik, zodat vliegtuigen zo veel mogelijk
gebruikmaken van de banen die de minste hinder veroorzaken;
overwegende dat de nieuwe geluidgrenswaarden in de praktijk invloed
kunnen hebben op de mogelijkheid om die banen te gebruiken, en dat
daarbij mede wordt gerekend op de inzet van stillere vliegtuigen;
overwegende dat voorkomen moet worden dat vliegverkeer door het bereiken
van een geluidgrenswaarde uitwijkt naar banen die meer omwonenden
belasten;
verzoekt de regering om na de inwerkingtreding van het LVB samen met
LVNL en de ILT te volgen of de geluidgrenswaarden het preferentieel
baangebruik in de praktijk beperken, daarbij ook de daadwerkelijke inzet
van stillere vliegtuigen te betrekken, en de Kamer tijdig te informeren
als hierdoor meer hinder dreigt te ontstaan, met voorstellen om dat
binnen de geldende regels te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door de leden Peter de Groot, Goudzwaard en
Heutink.
Zij krijgt nr. 649 (29665) (#12).
Dank u wel. Dan gaan we luisteren naar de heer Graus, die spreekt namens de fractie van de PVV. Gaat uw gang.
De heer Graus (PVV):
Dank u wel, mevrouw de voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering om een juridisch houdbaar LVB
(Luchthavenverkeerbesluit) om tijdrovende en geldverslindende processen
te voorkomen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 650 (29665) (#13).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering tot nivellering van tarieven middels afschaffing
dan wel verlaging van vliegbelastingen tot minimaal het gelijke niveau
van onze buurlanden,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 651 (29665) (#14).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering een juridisch houdbaar toekomstplan voor te
bereiden ter behoud van de hubfunctie van Schiphol en ten behoeve van
toekomstige groei van het aantal vliegbewegingen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 652 (29665) (#15).
De heer Graus (PVV):
Dat is eigenlijk dat aantal van 600.000 waar we ooit waarschijnlijk
naartoe moeten. Misschien moet het nog wel meer worden.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering uitwijkmogelijkheden van vrachtvluchten, en daarmee
schade voor onze economie, te voorkomen dan wel te beperken door
desnoods het aantal nachtvluchten naar boven bij te stellen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 653 (29665) (#16).
De heer Graus (PVV):
Dat moet uiteraard in overleg met de sector gebeuren.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
verzoekt de regering het nationaal belang, waaronder de
financieel-economische en sociaal-maatschappelijke belangen, van onze
luchthavens te borgen door een speelveld te creëren dat minimaal gelijk
is aan dat in de ons omliggende landen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Graus.
Zij krijgt nr. 654 (29665) (#17).
De heer Graus (PVV):
Een gezegende nacht, mevrouw de voorzitter.
De voorzitter:
Dank u wel. Dan gaan we ten slotte luisteren naar het lid Kostić, die
spreekt namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.
Kamerlid Kostić (PvdD):
Dank, voorzitter.
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat uit eigen onderzoek van het Rijk blijkt dat een
kleiner Schiphol dan nu kan leiden tot een gezondere economie, gezondere
mensen en een gezonder klimaat, terwijl de reisbehoeften van
Nederlanders bediend blijven worden;
verzoekt de regering te erkennen dat de klimaatcrisis vraagt om een
flinke krimp van Schiphol, maar dat dat positieve effecten heeft voor
gezondheid en brede welvaart, en dit in te bedden in het
kabinetsbeleid,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 655 (29665) (#18).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de belangen van de luchtvaart volgens de rechter
jarenlang boven die van omwonenden zijn gesteld en mensenrechten zijn
geschonden;
constaterende dat in het concept-LVB Schiphol de grenswaarden voor
geluidshinder over de hele linie zo zijn opgerekt dat de kans op
overschrijding heel klein is en ook de Commissie mer kritisch is op de
grenswaarden;
constaterende dat zelfs volgens ambtenaren van het ministerie deze
voorgestelde grenswaarden "niets doen";
verzoekt de regering om de gezondheid van kinderen, ouderen en andere
omwonenden van Schiphol te beschermen door de grenswaarden voor
geluidshinder in het LVB (in overleg met gezondheidsexperts) aan te
scherpen,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 656 (29665) (#19).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
overwegende dat:
het nieuwe Luchthavenverkeerbesluit (LVB) Schiphol als doel heeft rechtsbescherming van omwonenden te herstellen;
de Gezondheidsraad de regering adviseert over de gezondheidsrisico's van omgevingsfactoren, waaronder de cumulatieve effecten van geluidshinder;
de wetenschappelijke inzichten omtrent de effecten van ultrafijnstof, slaapverstoring et cetera zich snel ontwikkelen;
overwegende dat het LVB Schiphol daarom flexibel genoeg moet zijn om
tussentijds te worden gecorrigeerd wanneer de feiten en
gezondheidsadviezen daartoe roepen;
verzoekt de regering:
om de uitkomsten en aanbevelingen van het (eerstvolgende) advies van de Gezondheidsraad omtrent de gezondheidseffecten van de luchtvaart te betrekken bij onder andere de monitoring van het LVB;
tevens zo snel mogelijk over te gaan tot aanscherping van de normen in onder andere het LVB Schiphol indien de Gezondheidsraad concludeert dat de huidige grenzen onvoldoende bescherming bieden tegen gezondheidsschade,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 657 (29665) (#20).
De Kamer,
gehoord de beraadslaging,
constaterende dat de rechter heeft geoordeeld dat de Staat de
mensenrechten van omwonenden van Schiphol heeft geschonden;
verzoekt de regering excuses aan te bieden aan omwonenden van Schiphol
voor de jarenlange schending van hun mensenrechten,
en gaat over tot de orde van de dag.
De voorzitter:
Deze motie is voorgesteld door het lid Kostić.
Zij krijgt nr. 658 (29665) (#21).
Dank u wel. De minister heeft aangegeven tien minuten nodig te hebben voor de appreciatie van de ingediende moties. Ik schors voor tien minuten.
De vergadering wordt van 23.36 uur tot 23.49 uur geschorst.
De voorzitter:
Ik heropen de vergadering. Aan de orde is het debat over het
Luchthavenverkeerbesluit Schiphol. Wij zijn toegekomen aan de tweede
termijn van de minister. Ik nodig hem graag uit tot de appreciaties van
de ingediende moties en volgens mij de beantwoording van nog enkele
openstaande vragen. Gaat uw gang.
Minister Karremans:
Voorzitter. O ja, die vraag, inderdaad, van mevrouw Kröger over 0,05
decibel stiller door gefaseerde terugkeer. Dat is niet het geval. In het
totaalbeeld TVG gaat het om 0,12 decibel en 0,05 decibel in de laatste
stap. Alleen, dit is een daling van het Totale Volume Geluid, een
overall norm. Omdat het een logaritmische schaal is, is de uiteindelijke
geluidsbelasting, die veel minder wordt, 14%. Dat is wel degelijk
significant. Dat komt bijvoorbeeld omdat een reductie van 3 decibel een
halvering van het geluid is, omdat het een logaritmische schaal is.
Daarom is het wel degelijk heel significant. Dat daarover.
Op de vraag naar het precieze aantal ernstig gehinderden dat er is als
gevolg van een dalende TVG bij groei kom ik schriftelijk terug, als dat
goed is. Dat is een vraag die mevrouw Kröger gesteld heeft. Ik heb het
daar net met mijn ambtenaren over gehad en ik dacht: ik wil niet de
Kamer daar verkeerd over informeren. Ik wil dat even zorgvuldig doen.
Dat kan ik snel doen. Dat kan deze week nog richting de Kamer komen.
Mevrouw Kröger (PRO):
Voor de stemming.
Minister Karremans:
Voor de stemming, zeker. Ja.
De voorzitter:
En die is deze week.
Minister Karremans:
Goed.
De voorzitter:
Nee, de beantwoording is deze week. De stemming is volgende week.
Minister Karremans:
Correct. Ik schrok al! Dus dat is goed.
De motie op stuk nr. 638 gaat over afzien van groei. Dat is de strekking
van deze motie van mevrouw Kröger en het lid Kostić. Ik verwijs even,
vanwege het tempo dat de voorzitter graag aanhoudt, naar het debat. Ik
moet deze motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 638 wordt ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 639. Er moet natuurlijk zorg worden gedragen voor
een geldige natuurvergunning, maar daar staat een deadline op. Een
natuurvergunning is iets tussen de initiatiefnemer, Schiphol en het
bevoegd gezag. Het proces van een natuurvergunning staat dus los van het
moment van het openstellen van de capaciteitsdeclaratie. Daarom moet ik
de motie ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 639 wordt ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 640 van DENK vraagt om onderzoek te verrichten naar
welke factoren Nederlandse reizigers ertoe bewegen om vanaf buitenlandse
luchthavens te vliegen. De elementen zijn precies de elementen die
reizigers meewegen in hun keuzes. Het KiM is de partij die dergelijke
onderzoeken uitvoert. Het verzoek gaat ook om prijselasticiteit, maar
dat is een kostbaar aanvullend onderzoek. Over — wat is het? — drie jaar
hebben we weer een nieuw onderzoek. In die zin voegt het voor mij niks
toe. In die zin is de motie overbodig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 640 krijgt de appreciatie "overbodig".
De heer El Abassi (DENK):
Ik weet niet of de minister goed gelezen heeft wat ik precies vraag in
de motie. Ik vraag om te kijken waarom mensen vanaf het buitenland
vliegen, waarbij gekeken wordt naar inderdaad vliegbelasting en
luchthaventarieven. Dat betekent eigenlijk het volgende. Hoeveel procent
van de Nederlanders die vanuit het buitenland vliegen, vliegt
daarvandaan vanwege de vliegbelasting? Hoeveel Nederlanders vliegen
daarvandaan vanwege de ticketprijzen? Ik kan dat nergens in het
KiM-rapport teruglezen. Daarom heb ik deze motie ingediend.
Minister Karremans:
Volgens mij is de vraag welke factoren hen ertoe bewegen. Ik zal even
moeten kijken of we de volgende keer aan het KiM kunnen meegeven om te
kijken om hoeveel procent dat gaat. De heer El Abassi heeft mij al een
wensenlijstje richting het KiM laten sturen. Ik kan kijken of ik dat
eraan toe kan voegen.
De voorzitter:
Daarmee blijft de appreciatie van de motie op stuk nr. 640
"overbodig".
Minister Karremans:
Daarmee zeg ik toe dat ik dat … Ja, zeker.
De voorzitter:
Maar wel met een toezegging. Dan gaan we naar de motie op stuk nr.
641.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 641 is ook overbodig. Het KiM is de partij die
dergelijke onderzoeken uitvoert. Ik heb net ook geantwoord dat een nieuw
groot onderzoek in 2028 wordt uitgevoerd.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 641 krijgt de appreciatie "overbodig".
De heer El Abassi (DENK):
In de motie vraag ik om het structureel te laten monitoren. Kan ik
daarmee ook constateren dat de minister hier toezegt dat hij het al
structureel monitort? Ja? Oké.
Minister Karremans:
Dan de motie op stuk nr. 642. Deze is ook overbodig omdat de effecten
van een naar afstand gedifferentieerde vliegbelasting uitvoerig zijn
onderzocht en zijn geactualiseerd. De effecten van de
afstandsafhankelijke vliegbelasting en de actualisatie hiervan komen
zeer spoedig naar de Kamer, dus die kan de heer El Abassi snel
verwachten.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 642 krijgt de appreciatie overbodig. Dan de motie
op stuk nr. 643.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 643 kan ik oordeel Kamer geven. Ik zal op korte
termijn een tijdlijn schetsen van het proces rondom de invulling van de
ambitie voor de nacht uit het coalitieakkoord.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 643 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr.
644.
Minister Karremans:
Voor de motie op stuk nr. 644 is mijn verzoek om die aan te houden. Deze
motie gaat over de aanpassing van het AERIUS-model en daarvoor moet u
een appreciatie krijgen van mijn collega van LVVN. Daarom vraag ik om de
motie aan te houden.
De voorzitter:
Ik kijk naar mevrouw Van der Plas. Zij schudt nee. Wat wordt dan de
appreciatie?
Minister Karremans:
Dan moet ik 'm ontraden. En datzelfde geldt feitelijk voor de motie op
stuk nr. 645.
De voorzitter:
Dan worden de moties op de stukken nrs. 644 en 645 ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 646 is van de heren Köse en Grinwis. Die krijgt
oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 646: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 647: ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 647: oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 648 is een zeer ingrijpende motie, ook voor
omwonenden, omdat de 60/40-verdeling ergens een heel mooi signaal naar
omwonenden is dat op die manier voor de balans wordt gekozen. Die kan ik
dus oordeel Kamer geven.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 648 krijgt oordeel Kamer. Dan de motie op stuk nr.
649.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 649 krijgt ook oordeel Kamer.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 649 krijgt oordeel Kamer.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 650 is overbodig. Daar zijn we gewoon mee
bezig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 650 is overbodig.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 651 moet ik ontraden, want die heeft ook geen
financiële dekking.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 651: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 652 is overbodig.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 652 is overbodig.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 653: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 653: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 654: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 654: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 655: ontraden.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 655: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 656 moet ik ontraden, ook met verwijzing naar het
debat.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 656: ontraden.
Minister Karremans:
De motie op stuk nr. 657 ontraad ik ook met verwijzing naar het
debat.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 657: ontraden.
Minister Karremans:
Hetzelfde geldt voor de motie op stuk nr. 658.
De voorzitter:
De motie op stuk nr. 658: ontraden.
Hiermee zijn we aan het einde gekomen van de tweede termijn van de zijde
van het kabinet. We zijn daarmee ook aan het einde gekomen van dit
debat.
De beraadslaging wordt gesloten.
De voorzitter:
We gaan volgende week dinsdag stemmen over de ingediende moties. Er zijn
een aantal toezeggingen gedaan. Ik wil de leden van de Kamer bedanken.
Ik wil de minister bedanken voor zijn bijdrage. Maar ik wil bovenal alle
medewerkers bedanken die er weer voor gezorgd hebben dat wij vanavond
konden debatteren. Ik wens iedereen wel thuis en morgen gezond weer op.
Het is 23.56 uur. Wel thuis.
Sluiting
Sluiting 23.56 uur.